Korte aantekeningen beeldvormende bijeenkomst Raadzaal d.d. 11 november 2024
Tekst van het document
Beeldvormende fase 0B
OPENBAAR Korte aantekeningen van de beeldvormende bijeenkomst 11 november 2024. Aanvang: 19.30 uur – Raadzaal Aanwezig: Voorzitter: Mevrouw E. Diepenbroek Namens de fracties: Agendapunt 2: de dames Kraaijenbrink, Lensink, Rensink, Oonk, Massop, Ten Bruin en de heer Van der Graaff. Namens het college: mevrouw C. Sloetjes – beleidsmedewerker bestaanszekerheid. Griffie: mevrouw Smit Beeldvormende bijeenkomst. Doel: Inspraak Agendapunt 1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. Agendapunt 2: Voorstel herijking armoedebeleid. Insprekers. De heer Martin Pragt is ervaringsdeskundige op het gebied van armoede en sociale uitsluiting. Daarnaast Louise, Raquel en Michelle, leden van de werkgroep - “van ervaringskennis naar een nieuw armoedebeleid” met het advies ‘van arm-lastig naar arm-slag”. De leden van de werkgroep delen persoonlijke situaties en verhalen met de fractieleden. De raad heeft het resultaat van een traject gekregen. De leden van de werkgroep hebben meegewerkt aan dit traject.
De belangrijkste conclusies: - er werd geluisterd ; - herkenning bij anderen en gehoord worden; - in de groep werd het een gemeenschappelijk probleem; - in de groep kon je open zijn; - ervaren dat je niet alleen staat - geen doelgroep waaróver werd gepraat; - doelgroep die mee mag praten en waar mee gepraat werd; - het probleem werd niet alleen maar een probleem, je mocht meedenken in oplossingen; - het perspectief werd veranderd; - moeilijk om hulp te vragen uit jezelf. Vragen aan leden van de werkgroep Vraag: Hoe kan het gat gedicht worden om met elkaar in contact te komen?
Antwoord: Er voor openstaan, vragen stellen. Je durft er niet goed voor uit te komen, dat schept een bepaalt beeld. Je hebt hier zelf niet voor gekozen. Oprecht gehoord worden, wat zou helpend zijn? Neen, kan ook een antwoord zijn, maar wel menselijk blijven en mensen niet van het kastje naar de muur sturen. Laat ze geen dossiernummer worden. De heer Pragt: Het eerste contact dat men vaak krijgt is controle. Dit is wat wij niet wilden, maar waar liggen de pijnpunten en zou je op dit moment dingen aan kunnen
Vraag: Wat zou kunnen helpen om mensen meer in beeld te krijgen en dat schaamte wegvalt? Vraag; Soms weten mensen in de omgeving het helemaal niet. Wat zou kunnen helpen om mensen deelgenoot te maken?
Vraag: U geeft een aantal oplossingen aan. Bv. aanbieden van producten. Uit ervaring weet ik dat wij dit op Schaersvoorde allemaal hebben. Blijkbaar weten mensen dat niet. Hoe kunnen we als school dat stapje maken om er meer ruchtbaarheid aan te geven? Hier valt nog winst te behalen. Vraag: Dit is niet alleen het probleem van de scholen, maar het is juist één van de hele grote problemen. Hoe kunnen we iets aan die onbekendheid doen? Vraag: Je moet dus iemand hebben die je vertrouwd, die jouw taal spreekt en waar je denkt; hier kom ik niet in de problemen. Hebben jullie hier ervaringen mee?
Vraag: Is de plek ook nog bepalend? Vraag: Budget, zelfstandig eigen keuzes maken en ontzorging. Wat zou uw voorkeur zijn? Vraag: Er zijn mensen die niet in beeld zijn, maar wel in de problemen zitten. Is het wel duidelijk waar ze terecht kunnen?
Vraag: Hoe kunnen we mensen die in stille armoede leven bereiken?
Vraag: Er is ook wel armoede bij mensen die een baan hebben. Hoe zou je zo’n groep kunnen bereiken?
geven die voor verbetering vatbaar zijn. Niemand had het over geld, maar over de bejegening, de plaats die je hebt, de functie die je hebt, het mee kunnen doen en het meetellen in het geheel. Dat betekent dat je op een heel laagdrempelige manier contact kunt maken. Antwoord: Men is bang om afgerekend te worden op de dingen die je benoemd. Hanteer de menselijke maat, denk in oplossingen. Antwoord: De werkgroep heeft gemerkt dat individueel heel isolerend werkt. Dat betekent dat je niet met je verhaal naar buiten komt. Door het verhaal te delen worden ze sterker. In plaats van slachtoffer te zijn worden ze verantwoordelijk om met de situatie om te gaan. Die stap van slachtoffer naar verantwoordelijke is een belangrijke, dan heb je ook de zekerheid om het zelf te kunnen vertellen. Antwoord: Daar komt dat stukje schaamte ook weer naar voren. Je vraagt niet zo snel om b.v. menstruatieproducten. Als het er gewoon is dan is het er gewoon. Op het moment dat je erom moet vragen is het niet gewoon. Klassikaal bespreken aan het begin van het jaar, dan ben je niet alleen en dan is het benoemd. Peer to peer - groepen zijn heel belangrijk. Antwoord: Dit heeft veel te maken met direct contact en weten wat je doet. Een directe vraagstellen zoals “wat kan ik voor je betekenen?”. Dat geeft al lucht. Antwoord: Een maatje, een ervaringsdeskundige, één contactpersoon. Maar niemand kan alles weten.
Van het kastje naar de muur gestuurd worden, steeds weer andere personen aan wie jij je verhaal moet vertellen, kan belemmerd werken om contact te zoeken. Antwoord: Zou niet zoveel uitmaken als het iemand is die oprecht aandacht heeft en dat je gezien wordt. Antwoord: Dit is het dilemma van de hulpverlener. Hoe kan ik jouw hulp geven. Suggestie is om dit met de mensen te overleggen. Antwoord: Men weet vaak niet van bestaande regelingen. Als je van de bijstand gebruik maakt is het misschien wel handig als dit aan de mensen bekend gemaakt zou worden. Mensen komen er zelf niet achter, maar vaak via via. Daar zou ook een stukje winst te behalen zijn. Antwoord: Armoede is nog steeds een schande. Er zijn nog steeds bestuurders die zeggen: “het is hun eigen schuld; moeten ze maar harder werken”. De blik van buitenaf, de stigmatiserende werking die ervanuit gaat die neem je op een gegeven moment over. Het oordeel moet eerst weg, voordat je vertrouwen krijgt. Dat is het belangrijkste. Iedereen bereiken is een utopie. Ervoor openstaan en mensen welkom heten en het gesprek aan te gaan is een hele goede start. Iedereen die met armoede te maken heeft, heeft te maken met ontwrichtende situatie. Het is geen keuze. Er is iets gebeurt of er is je iets overkomen dat je leven ondersteboven heeft gezet. Daar heb je mee te dealen.
Dat vertekent het beeld van de buitenwereld en krijg je het beeld van: “de buitenwereld veroordeelt mij”. Antwoord: Goed om eens met mensen die je kent en waar dit probleem heeft gespeeld of nog speelt, om tafel te gaan zitten en te vragen wat heb je nodig
2
Vraag: Ieder geval is uniek. Daar worstelen wij mee want wij moeten een beleid maken, maar eigenlijk is het allemaal maatwerk. Daar lopen we tegenaan.
Vraag: Helpt het kinderen om meer openheid te geven over de situatie.
gehad. En welke rol zouden wij kunnen spelen in jouw situatie. Vragen wat de grootste belemmering is geweest die ze hebben meegemaakt. Vraag het aan de mensen zelf, dan krijg je antwoord op zo’n vraag. Antwoord: Volgens de letter van de wet ga je dingen toetsen en de situatie bekijken. Daar is in mijn optiek een wet niet voor bedoeld. Een wet is ervoor om mensen te beschermen en contouren te geven waarbinnen we zaken hebben georganiseerd. Iedereen kan toetsen of er in de geest van de wet wordt gehandeld. De wet geef houvast, de geest van de wet is vaak ruimer dan de tekst. Ieder geval is anders, maar je kunt ook naar de gemeenschappelijke problematiek zoeken en daarop besluiten nemen. Antwoord: Ja. Als je open en eerlijk bent tegen je kinderen zullen ze het begrijpen. Jongeren spreken ook mee in deze werkgroep.
Opmerking vanuit de werkgroep. Signalering is heel belangrijk, maar dit missen we in dit gesprek. Het vlak is veel breder dan alleen de gemeente. Ook de huisarts, de zorg, school etc. We hebben geprobeerd om dit in het stuk ook naar voren te laten komen. Mevrouw Sloetjes geeft een korte toelichting aan de hand van sheets hoe de gemeente de suggesties meegenomen heeft in de herijking van het armoedebeleid, de doorontwikkeling op basis van advies van de inwoners en het uitvoeren van deskundige effectmeting. Dus het gaat niet alleen om financiële regelingen die we kennen maar ook om een stukje zingeving, goede gezondheid, onderwijs etc. De sheets zijn bij dit verslag gevoegd. Vragen aan mevrouw Sloetjes. Vraag: Is in deze nota voorzien dat hier ook op basisscholen over wordt gesproken?
Vraag: Woonplaats- energie en aanpassingen van huurwoningen. Het kan heel helder zijn als we daar maatregelen in nemen. Daar zien we niet zoveel van terug in het stuk.
Vraag: Er is een scheidslijn met 18 jaar. Wij nemen aan dat er maatwerk mogelijk is als een kind van 18 nog hier op het VO zit. Dat wij als gemeente dan niet zeggen; nu ben je 18 en valt er heel veel uit. Vraag: Dus iemand die hier sport – en hij wordt 18 -zou het dus niet meer krijgen? Vraag: Als kinderen 18 worden vervalt de alleenstaande ouder toeslag. Dat scheelt heel veel aan inkomen terwijl de kinderen nog geen inkomen hebben. In de nota zien wij hier niets over als vangnet. Terwijl
Antwoord: In deze nota is dit niet benoemd. BOscholen spelen hier wel op in. De drempel is daar nog niet zo hoog. Dit is echter nu niet als doel in de nota opgenomen. Antwoord: Het stukje energiearmoede ligt formeel niet binnen dit armoedebeleid omdat energiearmoede breder is dan de doelgroep waar we het hier over hebben. Daarom is dit niet expliciet opgenomen in dit stuk. Wel is er verbinding met de “bespaarhulp aan huis” en “de witgoed-regeling. Maar als het echt gaat om verduurzaming, dat ligt bij de collega’s van duurzaamheid. Er wordt wel aan gewerkt in andere groepen. Antwoord: Er is wel maatwerk mogelijk maar die scheidslijn is er omdat mensen dan ook studiefinanciering ontvangen. Dat is dan de grondslag dat mensen niet meer die regelingen kunnen krijgen. Dat maakt het lastig. Hier is geen pasklaar antwoord op. Het heeft echt wel met maatwerk te maken. Antwoord: Ja, en als hij studiefinanciering ontvangt kan er geen aanspraak meer worden gemaakt op de Meedoenregeling. Ervaring: Kinderen worden 18 en kregen een studiebeurs. Er wordt ook geacht dat ze hier alles van betalen. Studiekosten, schoolboeken, zorgverzekering etc. Daar kunnen ze geen geld van afdragen voor kost
3
dit wel een heel belangrijke is.
Vraag: Er worden suggesties gegeven en we lezen dat er niet echt een goede relatie is met De Woonplaats. Worden die suggesties ook meegenomen, wordt daaraan gewerkt?
en inwoning. Dus dat geld ben ik kwijt en dat is een hele hap. Antwoord mevr. Sloetjes: Dit heeft ook landelijk veel aandacht. Dit noemen we ook wel de ‘armoedeval’. Hier is nu niet specifiek vanuit het armoedebeleid aandacht aan besteed. Antwoord: Ja, de suggesties worden ook daarin meegenomen. Dit advies wordt ook volgende week gepresenteerd richting het MT. Er staan suggesties in die niet binnen het Sociaal Domein kunnen worden opgelost, maar die gaan over het gesprek met De Woonplaats of een stukje duurzaamheid. Het wordt breed gedeeld. Suggesties worden ook in andere groepen meegenomen.
De voorzitter concludeert dat dit onderwerp voldoende is besproken en bedankt eenieder voor de aanwezigheid en inbreng. Het voorstel is geagendeerd voor de Oordeelsvormende vergadering van 18 november 2024. 4. Sluiting De voorzitter sluit de bijeenkomst om 21:00 uur
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare raadsvergadering van 26 november 2024.
M.A.J.B. Fiering Raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
4
Van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid Beeldvormende raad 11 november 2024
Programma
➢ Voorstelronde ➢ In gesprek met de leden van de werkgroep o.l.v. Martin Pragt ➢ Vragenronde ➢ Toelichting op de nota ‘van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid’
➢ Vragenronde
Financiële bestaanszekerheid
Financiële bestaanszekerheid omvat meer dan de gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen
Waar staan we nu?
Tweede fase
• Herijkt armoedebeleid: ‘van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid’
Eerste fase (afgerond december 2024)
(start januari 2025)
• Doorontwikkeling op basis van de visie financiële bestaanszekerheid • In samenwerking met de klankbordgroep • Deskundig effectonderzoek
• Beleid breder door ontwikkelen richting bestaanszekerheid
Doorontwikkeling vanaf 2026
Aanbevelingen van de werkgroep
Aanbevelingen van de werkgroep
Dit gaan we doen Dit gaan we doen voor kinderen en jongeren •
Kindpakket
De doelgroep splitsen in PO (4 – 11 jaar) en VO (12 - 18 jaar). •
Zwemlessen
Diploma A en B vergoeding rechtstreeks betalen aan de zwemschool. •
Voorlichtingen op scholen (16-18 jarigen) in samenwerking met Preventie Platform Jeugd
•
Verbinding met de Gelijke Kansen Alliantie
Dit gaan we doen om meedoen te bevorderen •
Meedoenregeling ophogen – ambtshalve toekenning indien mogelijk en geen declaratie nodig Met extra aandacht voor bewegen en bevorderen gezondheid •
In 2025 onderzoek naar meedoenregeling in relatie tot Jeugdfonds Sport en Cultuur
•
Verbinding met IZA/GALA : bevorderen van mentale en fysieke gezondheid – een gezond en vitaal Aalten
Dit gaan we nog meer doen • • •
• •
•
Richten op persoonlijk contact met de inwoner GRIP team verstevigen Terugdringen van niet gebruik door inzet Voorzieningenwijzer (DatGeldtVoorMij.nl) Gelijktijdig beoordelen van meerdere regelingen Indexering Individuele inkomenstoeslag en marginale overschrijding toestaan Vereenvoudigen formulieren en aanleveren bewijsstukken
•
• • •
Kennis over armoede en schulden verstevigen bij netwerkpartners en de samenwerking intensiveren Contact met werkgevers leggen als het gaat om armoede en schulden Vroegsignalering schuldhulpverlening intensiveren Schuldenbewinden in relatie tot het verstrekken van bijzondere bijstand analyseren
Doorontwikkeling Doorontwikkeling zoals benoemd in de nota ‘van armoedebeleid naar financiële bestaanszekerheid’ met als basis de visie financiële bestaanszekerheid. ➢ In samenwerking met de klankbordgroep ➢ Deskundig effectonderzoek (0-meting) Onderzoeken van: • Meedoenregeling in relatie tot Jeugdfonds Sport en Cultuur • Gemeentepolis Menzis • Kostensoorten bijzondere bijstand • Vervoer voor minima • Verbindingen binnen het sociaal domein
Heeft u nog vragen? Bedankt voor uw aandacht.