Korte aantekeningen beeldvormende bijeenkomst d.d. 5 oktober 2021 Zaal Lintelo.pdf
Tekst van het document
Beeldvormende fase
0B
OPENBAAR Korte aantekeningen van de beeldvormende vergadering van 5 oktober 2021. Aanvang: 19.30 uur – zaal Lintelo Aanwezig:
Voorzitter: Mevrouw Diepenbroek Namens de fracties: Agendapunt 1: mevrouw Oonk, de heren Walter, Uland, Logmans, Te Brake en Van der Graaff Agendapunt 2: De heren Van der Graaff, Te Brake, Uland, Logmans, Onstenk en Walter Griffier: de heer M.A.J.B. Fiering
Beeldvormende bijeenkomst. Doel: hoorzitting/inspraak. Onderwerp 1: Voorstel inzake het rapport “Subsidieverwerving – Een fluitje van een cent” van de Rekenkamercommissie AOGW Inspreker. De heer Bart Litjens namens de Rekenkamercommissie via Teams. Het idee om een beknopt onderzoek te doen naar subsidieverwerving is ontstaan in de werkgroep RC. Er komen verschillende opgaven richting de gemeenten en hoe gaan gemeenten om met subsidieverwerving t.a.v. bijvoorbeeld Sociaal Domein, Duurzaamheid e.d. Tijdens het onderzoek is eerst gekeken naar de gewenste werkwijze en vervolgens is naar de praktijk gekeken. Gebleken is dat in Aalten een goede basis ligt. Er is een coördinator aangesteld en tijd beschikbaar gesteld om de verschillende afdelingen te faciliteren. De mogelijkheden van subsidieverwerving worden door de coördinator aangedragen en kenbaar gemaakt in de organisatie. Dit om te voorkomen dat geen subsidies verloren gaan. Alle subsidies worden goed bijgehouden. Ook worden de afdelingen gewezen op mogelijkheid om in te zetten op deze subsidies. Wanneer besloten wordt om niet in te zetten op een bepaalde subsidie dan wordt dit ook goed onderbouwd. Aalten weet goed de weg naar provinciale en rijksregelingen. Bij de drie gemeenten is een grote blinde vlek t.a.v. Europese programma’s, Aangegeven werd dat dit te maken heeft met het feit dat Aalten hiervoor eigenlijk te klein is.
De RC heeft aangegeven dat samenwerking met andere gemeenten/bedrijven e.d. indeze wel een vereiste is. Dat vraagt gerichte keuzes en goede voorbereiding. De subsidies die momenteel verworden worden bedragen € 2000 tot € 500.000. De Europese programma gaan over subsidies tot 5 miljoen euro. Spreker wijst op de unieke positie in de Euregio. Weinig wordt ingezet op Interreg subsidies. Door de
gemeenten is aangegeven dat dit o.a. komt door de cultuurverschillen tussen beide landen. Dat zou geen argument mogen zijn om hier niet op in te zetten. Vragen aan de heer Litjens Vraag: Aalten maakt deel uit van de Euregio. Daar zou toch winst te behalen zijn voor Aalten. Is dat onderzocht? Daarnaast hebben de drie gemeenten een coördinator grensoverschrijdende samenwerking. Is onderzocht of deze coördinatoren betrokken kunnen worden bij Interreg gelden? Is bekeken op welke wijze een verbinding te maken is met de Regio Achterhoek Ambassadeurs, die op landelijk niveau bezig zijn om subsidies te verwerven. Kortom, is het mogelijk om netwerken aan elkaar te knopen?
Vraag: Pag. 4. Subsidie leidt af van de eigen agenda. De subsidieverstrekker schakelt jou in als uitvoerder van zijn doel. De subsidieregels zijn gericht op slechts één of beperkt doel. Zijn hier voorbeelden van in Aalten?
Vraag: Aanbeveling 3. Organiseer samenwerking tussen de drie gemeenten als platform voor uitwisseling en kennis en ervaringen. Waarom dit niet organiseren in regionaal verband binnen de Regio Achterhoek?
Vraag: Is het niet zo dat Winterwijk nog een behoorlijk inhaalslag moet maken?
Antwoord: T.a.v. Interreg ziet de RC dat drie coördinatoren grensoverschrijdende samenwerking actief zijn en veel kennis hebben. Dit kan wel beter benut worden. Niet denken: “hebben we een project en kan een Duits project hieraan worden gekoppeld”? Beter is om met de Duitse partners in gesprek te gegaan over gemeenschappelijke opgaves. Aan beide kanten van de grens wil je een sterke economie; wil je bijvoorbeeld dat de energietransitie lukt. Kun je vanuit deze opgave bepaalde doelen inbrengen en vanuit deze doelen bekijken of je gezamenlijk een aanvraag voor subsidie kunt indienen. Daar is meer winst te behalen. Positief is dat de medewerkers grensoverschrijdende samenwerking, er al zijn. T.a.v. de Regio Achterhoek merkt hij op, dat de RC hierover ook een aanbeveling heeft gedaan. De Regio heeft zwaar ingezet op lobbykracht. Advies is: koppel ook aan deze lobbykracht. Als de drie gemeenten dat gezamenlijk doen, is er ook winst te behalen. Door middel van samenwerking kan beter op subsidieverwerving worden ingezet. Antwoord: neen. Wat er wel eens gebeurt is dat een subsidieregeling wordt opengezet. Vervolgens gaat de gemeente hierop inschrijven en ontvangt de gemeente de subsidie. Dan blijkt de subsidieverstrekker allerlei eisen stelt aan de subsidieverlening waardoor de gemeente niet kan werken zoals het gewend is.
Daardoor kan het zijn dat de gemeente klem komt te zitten en niet uit de voeten kan met de gestelde eisen. De subsidie gaat dan knellen. De boodschap is om niet potjes na te jagen. Ga niet lukraak zomaar inzetten op subsidies. Ga vanuit je eigen agenda subsidie verwerven. Antwoord: Er wordt door de RC ook aanbevolen om aan te sluiten bij de lobbykracht van de Regio Achterhoek. Inzetten op beide mogelijkheden is het beste. Tussen de drie gemeenten wordt nu nauwelijks samengewerkt op het gebied van subsidieverwerving. Er zijn tussen de drie gemeenten heel veel kansen om gezamenlijk in te zetten op subsidieverwerving. Ook als voorbode richting de Regio Achterhoek m.b.t. Europese subsidies. De RC heeft de drie subsidiecoördinatoren bij elkaar gebracht. Zij hebben onderling al veel kennis uitgewisseld. In het kader van professionalisering is dit een goede ontwikkeling. Antwoord; Klopt, Winterswijk is daar mee bezig. Het is goed dat de subsidiecoördinatoren gezamenlijk in overleg gaan. Voor de grote Europese projecten dient aangesloten te worden bij de regionale lobbykracht. In dat geval moeten
2
Vraag: Dit kost capaciteit. Heeft u dat onderzocht?
Vraag; De Regio’s hebben een flinke vinger in de pap bij de provincie. Ziet u een rol voor de Regio Achterhoek richting provincie en Rijk.
Vraag: Op blz. 5 wordt gesproken over innovatie. In de rest van het rapport wordt hierover niets meer vermeld. Wat bedoelt u hiermee?
Vraag: Heeft u een voorbeeld van een sociale innovatie? Vraag: Pag. 9 Aalten is goed bezig op gebied van Ruimte maar op het gebied van het Sociaal Domein liggen nog kansen. Welke kansen laten we liggen? Kunt u voorbeelden hiervan geven?
Vraag: Aanbevolen wordt dat de drie portefeuillehouders met de subsidiecoördinatoren periodiek overleg gaan voeren. Per thema’s kunnen deskundigen aansluiten. Is het dan ook de bedoeling dat er ook externe deskundigen aansluiten?
Vraag: Pag. 10. Slagvaardig samenwerking. De samenwerking is in het verleden verzand. Wat is er nu anders dan in het verleden?
vanuit het Platform, teams worden samengesteld vanuit verschillende afdelingen en invalshoeken. De subsidiecoördinatoren kunnen dat niet alleen maar zij kunnen wel een ondersteunende rol bij deze grote projecten vervullen. Er zal ook een samenwerking met het bedrijfsleven of instellingen moeten worden gezocht. Antwoord: In dit kader is dat niet onderzocht. Hij geeft wel aan dat voor de grotere programma’s een keuze moet worden gemaakt waar de capaciteit wordt ingezet. Voor de grote programma’s heeft de gemeente ook externe expertise. Met name voor de indiening van de subsidieaanvraag. Antwoord: Ja. De relatie tussen de gemeente Aalten en de provincie is goed. Dat is ook een belangrijke voorwaarde om subsidies binnen te halen. Als dat vanuit de Regio kan worden ondersteund, dan is dat een pluspunt. Antwoord; Dat moet gekoppeld worden aan de eisen van de grote Europese subsidieregelingen. Dat is een standaard eis om in aanmerking te komen voor een Europese subsidie. Deze subsidies stimuleren innovaties. Technische innovaties zoals bijvoorbeeld bij duurzaamheid en sociale innovaties zoals hoe betrek je burgers bij de energietransitie; welke methodieken worden gebruikt. Belangrijk is ook dat duidelijk is op welke wijze de kennis kan worden gedeeld met andere regio’s. Dat vraagt goede voorbereiding. Antwoord: Dit wordt schriftelijk beantwoord.
Antwoord: Het gaat hier met name om het subsidiebewust maken van de medewerkers van de afdeling. Dat er ingezet wordt op subsidieverwerving en succesvolle aanvragen kunnen worden ingediend. Door de organisatie is aangegeven dat hier nog een ontwikkelpunt zit maar dat hieraan wel wordt gewerkt en ook wordt ondersteund. Antwoord; Ja, maak de teams zo groot als het nodig is. Wanneer de drie gemeenten een gezamenlijk doel willen bereiken, dan is het goed dat er een team wordt samengesteld vanuit de drie gemeenten maar ook vanuit partijen uit de samenleving. Dat kunnen partijen zijn vanuit het onderwijs, het bedrijfsleven, instellingen of inwoners. Ook de Regio kan van belang zijn. Welllicht kunnen lobbyisten van de Regio aansluiten om het plan al voor het voetlicht te brengen. Antwoord: 10 jaar geleden is geprobeerd om op dit gebied samen te werken. Toen waren er geen echte subsidiecoördinatoren benoemd. De huidige coördinatoren hebben zelf ook aangegeven kennis te willen delen en met elkaar onderwerpen te willen uitwisselen. Daarnaast moet er samengewerkt worden om in te kunnen zetten op de grote Europese subsidieregelingen.
3
Vraag: Waarom niet regionaal samenwerken in plaats dat de drie gemeenten op dit terrein gaat samenwerken?
Vraag: Duurzame samenwerking. Subsidieverlener zit als partner aan tafel en doet mee. Heeft u bij de interviews gemerkt dat dit ook het werkelijk zo is of moet dit ontwikkeld worden?
Vraag: De bedragen op pag. 11 en pag. 13 zijn waarschijnlijk omgedraaid. Klopt dat?
Dan is het ook handig dat er een Platform is ingesteld. Antwoord: Het kan handig zijn dat de drie gemeenten gezamenlijk richting de Regio op trekken wanneer de drie gemeenten ergens een kans zien. Dan kan dat bij de Regio worden ingebracht. Het kan zelfs zijn dat de drie gemeenten het voortouw nemen en andere gemeenten uitnodigen om aan te sluiten. Wanneer de Regio zelf de kans ziet en benut dan is dat uiteraard ook goed. Antwoord: De provincie heeft de instelling om mee te denken en is bereid om in het voortraject te helpen. Bij de uitvoering zit de subsidieverstrekker niet aan tafel. Pas bij de afrekening komt de subsidieverstrekker weer in beeld. Zij zouden ook een rol kunnen pakken bij de uitvoering. De subsidieverstrekker zou verder kunnen kijken dan alleen een zak met geld geven. Dat is een boodschap aan alle subsidieverstrekkers. Het zou meer een horizontale samenwerking moeten zijn. De contacten met de provincie kunnen ook gebruikt worden voor het aanwenden van Europese subsidie. Via de provincie zijn er verschillende netwerken richting Brussel. Daar kan ook gebruikt van worden gemaakt. Daarvoor hoeft de gemeente niet naar Brussel. Voor de aanvraag grote Europese subsidies is het wel gewenst externe expertise in te schakelen. Antwoord: Dit wordt schriftelijk beantwoord.
Reactie van de heer Litjens. Hij dankt de gemeenteraad dat hij in de gelegenheid is gesteld om een toelichting te geven en dat hij de vragen mocht beantwoorden. De griffier geeft nog aan dat het conceptraadsbesluit niet correct is verwoord. Het college heeft nog geen kennis kunnen nemen van het rapport en de intentie van dit procesvoorstel is dat het college eerst richting de gemeenteraad reageert op het rapport en de gedane aanbevelingen en dat daarna de gemeenteraad een definitief besluit neemt over de gedane aanbevelingen. Uit praktische overweging wordt voorgesteld om het concept-besluit overeenkomstig aan te passen. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: • schriftelijke beantwoording voorbeeld van een sociale innovatie. • schriftelijke beantwoording of bedragen op pag. 11 en pag. 13 zijn omgedraaid. • Aanpassen concept-raadsbesluit. De voorzitter concludeert dat dit voorstel naar de oordeelsvormende vergadering van 12 oktober 2021 kan.
4
Onderwerp 2: Voorstel tot vaststelling van de Beleidsnota Ondermijning in de gemeente Aalten; Van beeld naar aanpak. Insprekers: de heer L. Osthoorn, opgaveregisseur Ondermijning Achterhoek, de heer J. Gecer namens de politie Cluster Aalten en P. Ikink (gemeente Aalten) De heer Osthoorn zegt dat de burgemeesters in de Achterhoek hebben afgesproken om samen te werken op het gebied van ondermijning. Hij is coördinator voor de Achterhoek van het project ondermijning. Hij heeft een regionaal plan van aanpak ondermijning opgesteld. De gemeente Aalten heeft een lokaal plan van aanpak gemaakt. Alle gemeenten in de Achterhoek hebben een ondermijningsbeeld van het RIEC ontvangen. Daarin staat per gemeente t.a.v. ondermijning in, wat mogelijk aan de hand is. De gemeenten in de Achterhoek lijken op elkaar. De ondermijningsbeelden lijken ook op elkaar. Dezelfde fenomenen worden geconstateerd. De opgave voor elke gemeente is nagenoeg hetzelfde. Dat bestaat uit: - zorgen voor meer bewust zijn van het thema ondermijning; - er is nog onvoldoende in beeld wat er echt aan de hand is; wel weten we waar de gemeenten naar moeten kijken nl.
leegstaande panden in het buitengebied en bedrijven waar het heel goed mee gaat in coronatijd; - de Achterhoekse gemeenten moeten het beleid en de uitvoering meer op orde hebben; Aalten is erg goed bezig; drugbeleid is actueel; Bibob beleid wordt actueel gemaakt en de APV is aangepast. De onderhavige nota geeft een goed beeld wat er al gedaan is op het gebied van ondermijning en wat er nog moet gebeuren. Het is goed om dit aan de burgers en gemeenteraad te laten zien. De heer Gecer zegt dat hij operationeel expert binnen het basisteam Achterhoek Oost is. Hij is portefeuillehouder ondermijning voor Achterhoek Oost. Hij is voor dit onderwerp aanspreekpunt voor de clusters Aalten, Winterswijk, Berkelland en OostGelre. Ook is hij het aanspreekpunt voor het RIEC. Hij adviseert de clusters over ondermijning. Daarnaast is hij leidinggevende van de cluster Aalten. In dat kader heeft hij contact met Peter Ikink. Uit ervaring weet hij dat ondermijning op diverse terreinen ook in Aalten speelt. Vandaar dat het goed is dat Aalten een lokaal beleidsnota heeft opgesteld. Vragen aan de insprekers Vraag: In het rapport wordt verwezen naar een landelijk rapport. Valsheid in geschrifte is ook in Aalten fors toegenomen t.o.v. de afgelopen? Waar praten we dan over?
Antwoord: Dat is niet bekend.
5
Vraag: Is bekend of dit uit het criminele milieu komt of dat mensen abusievelijk foute formulieren hebben ingediend c.q. foute aanvragen hebben ingediend omdat ze onvoldoende begeleid zijn of analfabeet zijn? In Aalten gaat het van 35 naar 95 gevallen. Het is een zorgpunt.
Vraag: Is bij het opstellen van het rapport een scan gemaakt naar welke specifieke onderwerpen gekeken moet worden?
Vraag: Is er een scan gemaakt van onverwachte geldstromen?
Vraag: Bibob-beleid. Worden er zo meteen altijd gegevens opgevraagd of wordt er gekeken wie de aanvraag indient? Hoe wordt bureaucratie voorkomen voor personen/bedrijven die alles netjes volgens de regels doen? Ook om rechtszaken te voorkomen.
Vraag: In de nota wordt aangegeven dat de Driehoek regionaal moet samenwerken om ondermijning integraal aan te pakken. Hoe geldt dat met de samenwerking met Duitsland? Hoe is daarin voorzien?
Antwoord: De politiek krijgt elke maand gegevens van de VNG. Soms moeten cijfers worden gerelativeerd. Bekeken wordt of het een incidentele gebeurtenis is of dat er een gericht plan van aanpak voor moet worden opgesteld. Valsheid in geschrifte valt onder horizontale fraude net als internetoplichting. Dat stijgt ook fors. Valsheid in geschrifte kan door iedereen worden gedaan. Er is geen speciale groep waarnaar verwezen kan worden. De autobranche en leasemaatschappijen verdienen in dit kader de nodige aandacht. Antwoord: Er worden op dit moment twee analyses gemaakt. In het buitengebied wordt gekeken naar de meest kwetsbare panden. Eenzelfde onderzoek wordt gedaan op de bedrijventerreinen. Dat wordt door het RIEC voor alle gemeenten opgesteld. De resultaten van deze onderzoeken komen in de loop van volgend jaar. Voor de dorpen worden nog geen gebiedsgerichte analyse gemaakt. Antwoord: Nog niet. Daar zijn we wel mee bezig in samenwerking met DataLab Go. DataLab GO kan gebruik maken van CBS-gegevens. DataLab is bezig met een dashboard waarop gezien kan worden of de omzet van een bepaalde branche afwijkt van het CBS gemiddelde. Er zijn nu al enkele verschillen zichtbaar maar dat hoeft niet te betekenen dat er criminele activiteiten plaatsvinden. Daar kan dan wel een gericht onderzoek naar worden gedaan.
Gemeenten kunnen ook zien welke internationale bedrijven in de gemeente investeert. Dat geeft een signaal af wat er aan de hand is en daar kan dan een onderzoek naar worden gedaan. Antwoord: Er wordt niet gekeken naar personen. Het gaat erom dat er objectieve criteria worden vastgesteld op grond waarvan besloten kan worden om wel of geen Bibob procedure toe te passen. Deze criteria moeten nog worden vastgesteld. Momenteel wordt alleen een Bibob procedure toegepast bij aanvragen om een exploitatievergunning voor een horecabedrijf. Soms ook bij aanvragen voor een omgevingsvergunning. De wet Bibob geeft de mogelijkheid om dit voor veel meer zaken toe te passen maar daar moet wel eerst beleid worden gemaakt. Overigens wordt vooraf niemand van iets beschuldigd maar er wordt een objectief onderzoek verricht. Antwoord: Het plan is om vanuit Winterswijk een gezamenlijk overleg met Duitse buurgemeenten op te zetten. Dit naar voorbeeld van het overleg tussen Enschede en Gronau. De overige 5 grensgemeenten zullen hierbij aansluiten. Het moet een internationaal casus-overleg worden. Gebleken is dat de grens gebruikt en misbruikt wordt. In dit kader wordt ook gebruik gemaakt van de reeds bestaande bestuurlijke contacten.
6
Vraag: In Oost-Achterhoek wordt dit opgepakt. Hoe zijn de contacten met de aangrenzende gemeenten/regio’s op dit terrein?
Vraag: Hoe krijgt u criminele activiteiten in beeld wanneer deze zich niet in de verhoogde risicogebieden vestigen? Die dus onder de radar van de politie willen blijven.
Vraag: Ziet u al progressie in het lokale meldpunt? Wordt het meldpunt al gebruikt?
Vraag: De onderwerpen onder paragraaf 2.3 worden in de nota niet verder ingevuld. Hoe zit dat? Vraag: Maakt u in het buitengebied gebruik van het zgn. noaberschap? Die weten veel van elkaar. Wat doet u daarmee? Worden de medewerkers van het
Antwoord: Achterhoek is een van de weinige regio’s waar samengewerkt wordt op dit terrein. Het is erg lastig om de beste schaalgrootte te vinden waarop ondermijning kan worden aangepakt. Er zijn gemeentegrenzen; de politie heeft in de Achterhoek twee basisteams, het OM en de belastingdienst hanteren andere grenzen. Het RIEC heeft het werkterrein georganiseerd op basis van de politie-eenheid. Een schaal kleiner is de veiligheidsregio. Afhankelijk van het thema wordt de schaalgrootte bepaald. Voor bijvoorbeeld het gezamenlijk opstellen van een lokaal beleid op het gebied van mensenhandel wordt het werkgebied van de VNOG gebruikt. Voor sommige onderwerpen is de Achterhoek te klein. Drugscriminaliteit kan bijvoorbeeld wel lokaal. Binnen de Achterhoek moet samengewerkt worden, maar er moet ook met andere partijen worden samengewerkt. Dat is niet eenvoudig. Er is ook een lokaal ondermijningsoverleg. Daarin zitten vertegenwoordigers van de gemeente, OdA, politie en RIEC. Hierin worden casussen besproken. In bepaalde gevallen kunnen deze casussen ook in buurgemeenten plaatsvinden. Dan wordt het gebied groter en word gezamenlijk met deze buurgemeenten opgetrokken. De politie heeft in Dinxperlo met de Duitse politie een gezamenlijk kantoor. De leidinggevende van de Nederlandse Politie heeft veel contacten met de leidinggevende van de Duitse Politie.
Er wordt nauw met elkaar samengewerkt. De lijnen met Duitse collega’s zijn kort. Antwoord: De risicogebieden, de kwetsbare panden of kwetsbare branches kent de politie op basis van ervaringen uit het verleden. Vandaar dat de focus op deze terreinen ligt. De grote valkuil is dat de criminelen in het centrum van een dorp gaan zitten. Daarom wordt de bevolking opgeroepen om verdachte situatie te melden. Het is een bewustwordingsproces. Eigenlijk moet de pijlen op alle terreinen worden gericht maar dat is ondoenlijk. Op dit moment ligt de focus op het buitengebied en op de bedrijventerreinen. Daarnaast heeft Aalten ook een gebiedsgerichte aanpak gedaan ten aanzien van een tweetal vakantieparken. Antwoord: Aalten heeft zich per 1 april 2021 aangemeld bij MMA. Er komen mondjesmaat meldingen via MMA binnen. In de regio is onderzoek gedaan en daaruit blijkt dat het aantal meldingen fors is toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Antwoord: Dat zijn feiten/gegevens en dat kan niet verder worden uitgewerkt. Deze punten zijn de valkuilen voor Aalten. Antwoord: Vroeger was de gemeente actief in het buitengebied en daardoor zichtbaarder. Veel taken zijn overgedragen aan de OdA waardoor
7
waterschap bij de opsporing van criminele activiteiten betrokken?
Vraag: In Dinxperlo werkt de politie nauw samen met de Duitse politie. Gebeurt dit ook elders? Is er een brede grensoverschrijdende politiesamenwerking los van de situatie in Dinxperlo.
Vraag: Het buitengebied heeft een sterke sociale organisatiestructuur. Maak daar gebruik van. Laat de wijkagent op bezoek gaan bij de buurtverenigingen.
Vraag: Heeft Aalten meer toezichthouders nodig?
Vraag: Is er aandacht voor de gebeurtenissen rond bijvoorbeeld het treinstation in Aalten? Vraag: Mogen er rond dergelijke gebieden camera’s worden geplaatst?
de gemeente minder zichtbaar is geworden in het buitengebied. Nu gaat de gemeente weer “de boer” op. Er is een infoavond in Lintelo georganiseerd om bewoners en bedrijven in het buitengebied te attenderen op criminele activiteiten in het buitengebied. Door corona konden twee andere geplande infoavonden niet doorgaan. In het kader van de week van de ondermijning worden stoppende bedrijven benaderd en wordt verteld over de gevaren ven ondermijning. Ook het waterschap wordt betrokken bij de opsporing van criminele activiteiten. De politie wil graag gebruikmaken van de rioolwatermeting. De kosten hiervan bedragen ongeveer € 20.000. Dat moet wel vanuit de gemeenten worden betaald. De politie mag geen controles meer uitvoeren bij panden in het buitengebied. Daarvoor moeten toezichthouders worden aangesteld om deze taak uit te voeren. Uiteraard worden in het buitengebied nieuwe technieken gebruikt, zoals drones, slimme meters e.d. om criminele activiteiten op te sporen. Daar zijn kosten aan verbonden en er moet capaciteit beschikbaar worden gesteld. Antwoord: Enschede werkt nauw samen met de Duitse politie uit Gronau. Er is een beperkte grensoverschrijdende samenwerking. De wetgeving in Duitsland wijkt t.o.v. de Nederlandse behoorlijk af. Van Enschede tot Zevenaar werkt wel een team bestaande uit Nederlandse en Duitse agenten.
Zij staan in verbinding met de verschillende politieteams. Ook de marechaussee is nauw betrokken bij dit team. In Nederland hebben wij de Nationale Politie. Dat is in Duitsland niet het geval. De diverse deelstaten in Duitsland hebben allemaal een eigen politie-eenheid. Die vinden elkaar wel maar dat duurt langer. Antwoord: Het is de bedoeling om groepen en buurten in het buitengebied actiever te benaderen. Ook andere groepen, zoals makelaars, notarissen e.d. worden ook actiever benaderd. Dankbaar wordt gebruik gemaakt van het KVO-buitengebied. Antwoord: Dat is nu niet te beantwoorden. Dat zal eerst nader onderzocht moeten worden. De onderzoeken van het RIEC moeten worden afgewacht. In corona tijd zijn alle handhavers ingezet bij controles van horecabedrijven en konden dus niet ingezet worden voor controles in het buitengebied. Antwoord: Aalten heeft 4 wijkagenten. De wijkagent voor Aalten-Binnen heeft aandacht voor deze problematiek. Antwoord: Als de gemeente hiertoe besluit en hiervoor ook financiële middelen beschikbaar stelt dan wordt dat door de politie niet tegengehouden. Als de gemeente extra toezichthouders aanstelt dan kent de politie
8
genoeg plekken waar zij aan de slag kunnen gaan. De voorzitter concludeert dat er geen toezeggingen zijn gedaan en dat dit voorstel naar de oordeelsvormende vergadering van 12 oktober 2021 kan.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare raadsvergadering van 26 oktober 2021.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
9