Kern IJzerlo, herziening 2022_Toelichting.pdf
Tekst van het document
De benodigde compensatie is als volgt: Benodigde compensatie (in m³) = 450 * 0,08 (bui van 80 mm per uur) = circa 36,0 m³ Te realiseren waterberging Bij de aanvraag van de vergunning voor het bouwen is pas bekend hoeveel verhard oppervlakte er gerealiseerd wordt. Mede daarom betreft de in deze paragraaf berekende waterberging een schatting, op basis waarvan geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan met betrekking tot water uitvoerbaar is. Om de wateropgave in te vullen is er de keuze uit een aantal bergingsvoorzieningen. Direct ten zuiden van de bedrijfslocatie van Holaras (145 / 147) wordt een poel aangelegd om de toename van het verhard oppervlak te kunnen compenseren. In het plan dat voorligt krijgt de poel een oppervlak van 610 m². Uitgaande van een minimale diepte van 0,3 m, dan voorziet deze poel in een bergingscapaciteit van 183 m³. De inhoud van deze poel compenseert daarmee ruimschoots de toename van het verhard oppervlak als gevolg van de uitbreiding van de bedrijfslocatie. Voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan is daardoor in voldoende mate aangetoond dat er mogelijkheden zijn om in de benodigde waterberging te voorzien. De concrete uitwerking van de waterberging wordt opgenomen bij de definitieve aanvraag van de omgevingsvergunning.
Overige waterhuishoudkundige aspecten Het plangebied ligt niet binnen één of meerdere waterrelevante beschermingszones, bijvoorbeeld ter bescherming van een waterkering. Tijdens de bouw zullen geen uitloogbare materialen worden gebruikt. Het gebouw waarbinnen de huidige bedrijfswoning is gevestigd blijft op dezelfde gekoppeld aan het riool. Verder heeft voorliggend initiatief geen noemenswaardige effecten op waterhuishoudkundige aspecten.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
32
Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.
4.3
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-01-2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Ter plaatse van de deellocatie 'Kruisdijk 16' vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats, zie verder 2.2. In het vervolg van deze paragraaf wordt daarom alleen ingegaan op de ontwikkelingen ter plaatse van de twee bedrijfslocaties aan de Dinxperlosestraatweg. Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is de website synbiosys.alterra.nl/natura2000 geraadpleegd. Bijgevoegd een screenshot van die website waarbij alle raadpleegbare gebieden zijn 'aangevinkt'.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
33
Uitsnede v an de Natura2000-gebieden kaart (bron: natura2000.nl)
Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebied 'Bekendelle' ligt op 11,7 km ten oosten van het plangebied. Het dichtstbijzijnde Duitse Natura 2000-gebied 'Hetter Millinger Bruch' ligt op ca 7,2 km ten zuidwesten van het plangebied. Negatieve effecten vanuit gebiedsbescherming, mede vanuit de aspecten geluid, licht, stof en stikstofdepositie, zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. Voor de volledigheid is wel een voortoets stikstofdepositie voor beide deellocaties opgesteld. De rapporten zijn als bijlagen 3 en 4 toegevoegd. Beide onderzoeken hebben als belangrijkste conclusie dat voorliggend initiatief zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen toename van de stikstofdepositie tot gevolg heeft van meer dan 0,00 mol/ha/j. Het aanvragen van een vergunning Wnb op basis van het aspect stikstof is daarmee niet noodzakelijk. Voorliggend initiatief heeft geen negatieve effecten vanuit gebiedsbescherming. Soortenbescherming Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in de kap van bomen of de sloop van gebouwen of bouwwerken. De bouwwerkzaamheden hebben ook geen demping van oppervlaktewater tot gevolg. Tijdens deze werkzaamheden zal ten alle tijde de algemene zorgplicht uit de Wnb in acht worden genomen. Daarmee zijn er geen belemmeringen in het kader van soortenbescherming.
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect ecologie.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
34
4.4
Verkeer
Ter plaatse van de deellocatie 'Kruisdijk 16' vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats, zie verder 2.2. In het vervolg van deze paragraaf wordt daarom alleen ingegaan op de ontwikkelingen ter plaatse van de twee bedrijfslocaties aan de Dinxperlosestraatweg. Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De ontsluiting van de bedrijfslocaties op de Dinxperlosestraatweg en de Kruisdijk verandert niet als gevolg van de ontwikkelingen. De gemeente Aalten heeft een 'Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Aalten 2010-2020' gepubliceerd. In het GVVP is aangegeven dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gebruik wordt gemaakt van de kengetallen voor parkeren afkomstig van het CROW (publicatie 317). Onderdeel van het GVVP betreft de 'Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten'. De gemeente Aalten gaat uit van de minimale kencijfers, waarbij de stedelijkheidsgraad voor de gehele gemeente is vastgesteld op 'weinig stedelijk'. Het plangebied ligt daarnaast in 'rest bebouwde kom'. In het vervolg van deze paragraaf wordt ingegaan op de gevolgen van dit initiatief vanuit de aspecten 'verkeeraantrekkende werking' en 'parkeren'. Verkeersaantrekk ende werking De bedrijfsactiviteiten van beide bedrijven zijn aan te merken als 'arbeidsextensief / bezoekersextensief' (loods, opslag, transportbedrijf).
Het CROW hanteert daarvoor een minimale norm van 3,9 verkeersbewegingen per 100 m² BVO per etmaal. Voor de bedrijfslocaties met nr 122 neemt het aantal m² BVO toe met 870 m², wat neerkomt op een toename van afgerond 34 verkeersbewegingen per etmaal. Het aantal m² BVO voor de locatie met nr 145/147 neemt toe met 1045 m², wat neerkomt op een toename van afgerond 41 verkeersbewegingen per etmaal. De Dinxperlosestraatweg en de aangrenzende wegen kunnen de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen goed aan. Parkeren Per 100 m² BVO is een parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen opgenomen. Voor het noordelijke bedrijfsperceel (122) komt dit neer op een toename van afgerond 7 parkeerplaatsen (0,8*870 m²). Voor het zuidelijke bedrijfsperceel (nr 145 en 147) gaat het om een toename van afgerond 9 parkeerplaatsen. Binnen de bedrijfspercelen, op de buitenterreinen rondom de bedrijfsgebouwen, is meer dan voldoende ruimte aanwezig om aan deze toename van het aantal benodigde parkeerplaatsen te voldoen. Het noordelijke bedrijfsperceel (nr 122) wordt daarbij aan de noordkant uitgebreid om een nieuwe parkeerplaats aan te leggen voor werknemers en bezoekers. In de regels van voorliggend plan is het Parapluplan gemeente Aalten van toepassing verklaard voor het plangebied, waarmee de daarin geldende parkeerregeling ook van toepassing is op dit plan.
In deze regeling is geborgd dat voldaan wordt aan de geldende parkeernormen. Met betrekking tot parkeren zijn er geen bezwaren voor dit initiatief. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
35
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Ter plaatse van de deellocatie 'Kruisdijk 16' vinden geen ruimtelijke ingrepen plaats, zie verder 2.2. In het vervolg van deze paragraaf wordt daarom alleen ingegaan op de ontwikkelingen ter plaatse van de twee bedrijfslocaties aan de Dinxperlosestraatweg. Cultuurhistorie Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen rijks- of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet in een cultuurhistorisch waardevol landschap en liggen er binnen en in de omgeving van het plangebied geen andere waardevolle cultuurhistorische objecten. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief daarmee op voorhand geen negatief effect heeft vanuit cultuurhistorie.
Archeologie In het vigerende bestemmingsplan zijn binnen verschillende delen van het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' (BP Kern IJzerlo) en 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' (BP Landelijk gebied 2015) opgenomen. Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen ter plaatse van gebieden waar in de bodem mogelijk waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. In de bijbehorende regels is voor beide dubbelbestemmingen een onderzoeksplicht opgenomen indien werkzaamheden binnen deze gebieden voorzien in verstoring van de bodem voor een oppervlak groter dan 500 m². In Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
36
het kader van de toekomstige werkzaamheden voor de aanleg van de nieuwe bedrijfsgebouwen binnen het bedrijfsterrein van Germains Seed Technology (nr 122) zal gedurende een latere fase van de ontwikkeling, tijdens de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen, een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Daarmee kan worden bepaald of de werkzaamheden mogelijk een negatief effect hebben op archeologische restanten in de bodem. Voor een eenduidige regelsystematiek is in voorliggend plan de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' opgenomen voor alle gronden binnen het plangebied waar in de bestaande situatie een archeologische dubbelbestemming geldt op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Ter plaatse van het bedrijfsperceel van Holaras, aan de Dinxperlosestraatweg 145 en 147, is geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Voor die locatie kan op voorhand worden gesteld dat de werkzaamheden geen negatief effect hebben vanuit archeologie. Voorliggend initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemers een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.
Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemers. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
37
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
38
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Bedrijf' Deze bestemming is opgenomen over de bedrijfsgronden. De bestemmingsgrenzen volgen voor een groot deel de bestaande bedrijfsbestemmingsgrenzen. De bedrijfsbestemming ter plaatse van het bedrijfsperceel van Germains Seed Technology, aan de Dinxperlosestraatweg 122, is aan de noordkant uitgebreid om het nieuwe parkeerterrein mogelijk te maken. De bedrijfsbestemming van het bedrijfsperceel van Holaras is aan de westkant beperkt uitgebreid om de nieuwe opslaghal te kunnen realiseren. Om parkeren mogelijk te maken is deze bestemming ook opgenomen op het terrein voor het nieuwe kantoor (binnen de voormalige bedrijfswoning). Bestaande bouwvlakken zijn uitgebreid op
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
39
de plaatsen waar de nieuwe bedrijfsgebouwen zijn voorzien. De vigerende maatvoeringsaanduidingen zijn ook op de nieuwe bouwvlakken opgenomen. De bestaande bedrijfswoning op het bedrijfsperceel van Holaras is in de toekomstige situatie niet meer als zodanig in gebruik. Daarom wordt de functieaanduiding 'bedrijfswoning' niet overgenomen. 'Groen' Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de gronden rondom de bedrijfspercelen in het kader van de landschappelijke inpassing. 'Wonen' Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de deellocaties Kruisdijk 16 en Warmelinckweg ongenummerd. Voor de locatie Kruisdijk 16 is het bestaande bouwvlak overgenomen, evenals de bijbehorende maatvoeringsaanduiding (maximum bouwhoogte: 9 m maximum goothoogte: 6 m) en bouwaanduiding (vrijstaand). Voor de nieuwe tweekapper aan de Warmelinckweg ongenummerd is de woonbestemming opgenomen over het gehele perceel. Ter plaatse van de hoofdgebouwen is een bouwvlak opgemomen, inclusief de maatvoeringsaanduiding (maximum bouwhoogte: 9 m maximum goothoogte: 6 m) en bouwaanduiding (twee-aaneen). Voor de locatie Warmelinckweg ong.
is via een voorwaardelijke verplichting (specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting Warmelinckweg ong.) geborgd dat de nieuwe bomenrij ten noorden van deze woonlocatie binnen 2 jaar na inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan aangelegd dient te worden en vervolgens in stand moet worden gehouden. Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van alle gronden binnen het plangebied (BP Kern IJzerlo en BP Landelijk gebied 2015) waar in de vigerende bestemmingsplannen een archeologische dubbelbestemming geldt. De vigerende archeologische dubbelbestemmingen ter plaatse van de kern IJzerlo en het landelijk gebied voorzien beiden in de bescherming van gronden met een hoge archeologische verwachting. Ook is in beide regelingen een onderzoeksgrens van 500 m² opgenomen wanneer bij de oprichting van nieuwe bouwwerken een archeologisch onderzoek verplicht is. In voorliggend plan is daarom gekozen voor één archeologische regeling voor alle gronden met een hoge archeologische verwachting. Voor de regelsystematiek is daarvoor aangesloten op de vigerende regeling van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' uit het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015'. Overig In de regels van voorliggend plan is het 'Parapluplan gemeente Aalten' uit 2018 van toepassing verklaard voor het plangebied.
Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
40
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de relevante instanties omdat sprake is van bovenlokaal belang. Samen met het waterschap Rijn en Ijssel zijn de aan de orde zijnde waterhuishoudkundige aspecten behandeld. De provincie Gelderland heeft reeds een eerdere versie van het ontwerpbestemmingsplan positief beoordeeld.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de resultaten van de inspraak ex artikel 3.1.6 Bro opgenomen.
6.4
Verslag zienswijzen
In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.
Kern IJzerlo, herziening 2022
NL.IMRO.0197.BP00106-ON01
ontwerp
41