CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Kern IJzerlo, herziening 2022_Bijlagen bij de toelichting.pdf

Gemeenteraad 20 december 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Kern IJzerlo, herziening 202214.801 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen bij de toelichting

Bestemmingsplan Kern IJzerlo, herziening 2022 ontwerp

Bijlagen bij de toelichting

Kern IJzerlo, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00106-ON01

ontwerp

3

Kern IJzerlo, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00106-ON01

ontwerp

4

Inhoudsopgave

Bijlagen bij de toelichting

3

Bijlage 1

Ruimtelijke onderbouwing Warmelinckweg ong IJzerlo

7

Bijlage 2

Vormvrije m.e.r.-notitie

145

Bijlage 3

Voortoets stikstofdepositie nr 122

163

Bijlage 4

Voortoets stikstofdepositie nr 145 147

177

Kern IJzerlo, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00106-ON01

ontwerp

5

Kern IJzerlo, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00106-ON01

ontwerp

6

Bijlage 1

Ruimtelijke onderbouwing Warmelinckweg ong IJzerlo

Kern IJzerlo, herziening 2022

NL.IMRO.0197.BP00106-ON01

ontwerp

7

Ruimtelijke onderbouwing WARMELINCKWEG ONG TE IJZERLO

Opdracht Ruimtelijke onderbouwing voor Warmelinckweg ong. (naast 1) Aalten 12 november 2021, laatste versie 7 januari 2022 Opdrachtgever De heer G. Korten Lurvinksteeg 3b 7122 KA Aalten Opdrachtnemer Locis Adviseurs B.V. Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld info@locisadviseurs.nl 0315 820 100 Opsteller: Kim Tolkamp Projectleider: Joachim Tuenter

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze opgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband, elektronisch of op welke andere wijze dan ook, en evenmin in een geautomatiseerd gegevensbestand worden opgeslagen, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Locis Adviseurs. Aan de inhoud van dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend, Locis Adviseurs, verwerpt elke aansprakelijkheid voor aan ander gebruik van deze tekst dan voor de situatie waarvoor hij wordt uitgebracht. De informatie in deze tekst is onder voorbehoud en kan veranderd worden zonder voorafgaande kennisgeving.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

1

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding .................................................................................................................. 4 1.2 Plangebied .................................................................................................................. 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ......................................................................................... 5 2 Beschrijving van het plan ........................................................................................................... 6 2.1 Beschrijving van het plan............................................................................................. 6 2.2 Bestaande situatie ...................................................................................................... 6 2.3 Toekomstige situatie ................................................................................................... 6 3 Beleid ........................................................................................................................................ 7 3.1 Rijksbeleid ..................................................................................................................

7 3.2 Provinciaal beleid........................................................................................................ 8 3.3 Regionaal beleid ......................................................................................................... 8 3.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................. 10 4 Omgevingsaspecten ................................................................................................................. 13 4.1 Bodem ...................................................................................................................... 13 4.2 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................. 13 4.3 Flora en Fauna .......................................................................................................... 14 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000 ............................................................... 14 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk ............................................. 16 4.3.3 Soortenbescherming .................................................................................. 16 4.4 Geluid .......................................................................................................................

16 4.5 Luchtkwaliteit ........................................................................................................... 17 4.6 Bedrijven- en milieuzonering ..................................................................................... 18 4.7 Externe veiligheid ..................................................................................................... 19 4.8 Water ....................................................................................................................... 21 4.9 Verkeer en parkeren ................................................................................................. 22 4.10 Kabels en leidingen ................................................................................................. 23 4.11 Milieueffectrapportage ........................................................................................... 23 5 Uitvoerbaarheid van het project .............................................................................................. 25 5.1 Economische haalbaarheid ........................................................................................ 25 5.2 Maatschappelijk draagvlak ........................................................................................

25 Bijlagen ...................................................................................................................................... 26

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

2

1. 2. 3. 4.

Tekeningen project Stikstofparagraaf Bodemonderzoek Buurtconsultatie

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

3

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Er zijn plannen om een stuk weidegrond aan de Warmelinckweg ong (naast nummer 1) te Aalten te ontwikkelen. De wens is om op deze locatie een 2 onder 1 kap woning te realiseren.

1.2 Plangebied De projectlocatie (kadastraal bekend gemeente ATN02 sectie S nummer 850) is gelegen bij de kern van IJzerlo. Op ongeveer ca 4,2 km afstand van Aalten en op ca 4,7 km afstand van de kern van Dinxperlo

Figuur 1 ligging projectlocatie t.o.v. omgeving (bron:ruimtelijkeplannen.nl)

Het perceel betreft een stuk agrarische grond en heeft een oppervlakte van circa 830m2.

Figuur 2 projectlocatie (bron:ruimtelijkeplannen.nl)

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

4

1.3 Vigerend bestemmingsplan De projectlocatie ligt deels binnen het bestemmingsplan “Kern IJzerlo 2010” (onherroepelijk vastgesteld op 9 juni 2008) en heeft de enkelbestemming “Agrarisch”. Het perceel ligt ook deels binnen het bestemmingsplan “landelijk gebied 2015” (onherroepelijk 4 maart 2020) em heeft hierin de enkelbestemming “Agrarisch” en de dubbelbestemming “Waarde – Archeologie lage verwachting”.

Figuur 3 uitsnede bestemmingsplankaarten met rood omkadert de projectlocatie (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Geconcludeerd moet worden dat het ontwikkelen van de projectlocatie t.b.v. woningbouw niet past binnen de kaders van het vigerende bestemmingsplan. Voorlopend op deze ruimtelijke onderbouwing is de gemeente Aalten op de hoogte gesteld van de voorgenomen plannen en is er getoetst aan het afwegingskader nieuwe initiatieven woningbouw in de gemeente Aalten. Hierop scoorde het plan sterk.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

5

2 BESCHRIJVING VAN HET PLAN 2.1 Beschrijving van het plan De projectlocatie is in eigendom van initiatiefnemer en het betreft op dit moment weidegrond. In de beoogde situatie zijn er op het perceel een tweetal woningen onder 1 kap gerealiseerd welke worden ontsloten via de Warmelinckweg.

2.2 Bestaande situatie Het perceel is de enkel in gebruik als agrarische grond en is niet eerder bebouwd geweest.

Figuur 4 foto van locatie

2.3 Toekomstige situatie Het is de wens van initiatiefnemers om op de locatie een tweetal starterswoningen met ontsluiting en parkeervoorzieningen te ontwikkelen. De volledige tekening van het plangebied is als bijlage 1 bijgevoegd.

Figuur 5 beoogde situatie projectlocatie

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

6

3 BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Rijksoverheid werkt aan een nieuwe Omgevingswet. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook 1 Rijksvisie op de leefomgeving: De Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI is tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval, de zeespiegelstijging, de overgang naar duurzame energie en de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen Ook de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen en de groei en het bereikbaar houden van steden en plekken voor distributiecentra zijn van belang. Denk ook aan het versterken van de natuur en biodiversiteit, het behoud van het landschap en de vitaliteit van de landbouw. Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland.

Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Concluderend: Het project voorziet in het realiseren van een tweetal woningen en treft geen rechtstreeks nationaal belang. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van een bestemmingsplan voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang.

De gebieden van nationaal belang zijn rijks vaarwegen, project mainportontwikkeling Rotterdam, kunstfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorzieningen, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kunstfundament en het IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte). Concluderend: Deze gebieden zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening op kaarten aangegeven. De projectlocatie ligt niet een gebied van nationaal belang.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

7

3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (oktober 2012) is “de ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking (ladder) is toegevoegd aan artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motivatievereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Op 1 juli 2017 is de gewijzigde ladder in werking getreden. Concluderend: Met betrekking tot woningbouw is sprake van een ladder-plichtige stedelijke ontwikkeling vanaf 12 woningen. Het betreft de nieuwbouw van 2 woningen. De Ladder voor duurzame verstedelijking hoeft daardoor niet dorlopen te worden. Het Bro heeft verder geen doorwerking op het initiatief.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland De omgevingsvisie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland voor een langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in een nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincies en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem.

In de Omgevingsverordening is met betrekking tot woningbouw geregeld dat er per regio een regionale woonagenda moet worden opgesteld. De 7 gemeenten in de Achterhoek hebben hieraan invulling gegeven door in juli 2019 gezamenlijk in te stemmen met de kwaliteitscriteria voor nieuwe woningbouwplannen. Concluderend: In dit project worden een tweetal nieuwe woningen gerealiseerd. Onderhavig project voldoet daarmee aan hetgeen in de Omgevingsvisie en verordening staat opgenomen.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: • energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen; • bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening en

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

8

•

de verandering in de landbouw en het landelijk gebied.

De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden'. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau. Dit door het benoemen van ruimtelijke speerpunten.

Als regionale speerpunten worden genoemd: bevolkingsdaling, transitie van het platteland en duurzaamheid/energietransitie. Feit is dat er in de achterhoek geen sprake meer is van bevolkingsdaling, maar juist van groei. Vooral hierom is er behoefte aan extra woningen. Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (zie hierna). 3.3.2 Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 De regionale woonagenda 2015-2025 is begin 2015 tot stand is gekomen in samenspraak tussen beleidsmedewerkers, bestuurders, burgers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Na vaststelling door de zeven gemeenteraden, alsmede door de besturen van de woningcorporaties en GS van de provincie, vormt dit document het kader voor de uitvoering en dient het tevens als uitgangspunt voor de vraag aan de samenleving om ideeën en plannen. Samen met organisaties, ondernemers en bewonersorganisaties willen gemeenten, woningcorporaties en provincie in partnerschap aan de slag met het realiseren van de ambities, doelen en kansen uit deze agenda. Ten aanzien van wonen wordt in de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vooral ingezet op minder nieuwe woningen. Dit in verband met de krimp. Feit is dat er in de achterhoek geen sprake meer is van krimp, maar juist van groei. Er is dus behoefte aan extra woningen.

Dit is nader beschreven in het beleidsdocument Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek (zie hierna). 3.3.3 Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De Thematafel Wonen en Vastgoed van de regio Achterhoek heeft op 20 juni 2019 een regionaal kader afgestemd en omarmd over de toe te voegen woningbouw in de Achterhoek. Het beleidsdocument “Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek” beschrijft dit regionale kader en is vastgesteld op 26 september 2019 door de gemeenteraad. Naast het regionale kader beschrijft het beleidsdocument de te hanteren werkwijze en het monitoren van nieuwe woningbouwinitiatieven. Het vervangt een deel van hoofdstuk 5 van de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025 die in 2015 is vastgesteld.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

9

Aanleiding van de ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ is het Achterhoeks Woonwensen- en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO), dat laat zien dat er kwalitatieve tekorten en overschotten zijn tussen vraag en aanbod van woningen (mismatch) in de regio Achterhoek. De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien en dat betekent dat er extra woningen moeten komen boven op het aantal dat in afspraken is vastgelegd in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2015-2025. De ‘Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek’ geeft ruimte aan de bouw van extra woningen, maar met prioriteit voor woningen waar behoefte aan is en waarvan een duidelijk tekort in de markt te zien valt. De behoefte bestaat voornamelijk uit woningen voor starters en senioren. Drie kwaliteitscriteria worden benoemd waar woningbouwinitiatieven aan moeten voldoen: 1. Behoefte is aangetoond: Per cluster/kern wordt bepaald welke woningtypes en prijssegmenten nodig zijn. 2. Voorrang voor transformatie van leegstand vastgoed: Bouwen op locaties met leegstaand vastgoed gaat voor bouwen op andere locaties binnen de bebouwde kom. In het buitengebied kan het gaan om vrijkomende agrarische bebouwing. 3. Inbreiding gaat voor uitbreiding: Op uitleglocaties wordt in principe niet gebouwd. De Ladder voor Duurzame Verstedelijking wordt hier gevolgd.

Verder is in het beleidsdocument een 4e (niet kwalitatief) criterium opgenomen, namelijk de realisatietermijn van goedgekeurde plannen om zo actiever te sturen op veranderende marktomstandigheden. Daarnaast wordt het effect van dit beleid in beeld gebracht met een monitor die zowel de kwalitatieve als kwantitatieve effecten laat zien. Concluderend: In dit project worden een tweetal nieuwe woningen gerealiseerd. Onderhavig project voldoet daarmee aan hetgeen in het beleidsdocument “Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek” is beschreven.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 afwegingskader woningbouw Het afwegingskader woningbouw geeft aan onder welke voorwaarden er ruimte is voor extra woningen in de gemeente Aalten. Levensloopgeschikte, betaalbare woningen voor starters en ouderen in de kernen Aalten, Dinxperlo en Bredevoort hebben voorrang. Er is beperkt ruimte voor extra woningen in de kleine kernen, onder de voorwaarde dat er serieuze belangstelling is vanuit de dorpen. Een nieuw plan moet op minimaal 3 aspecten uit het afwegingskader ‘sterk’ scoren.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

10

Punt 1: score zwak De woning zal een verkoopprijs van boven de € 230.000,- hebben. Punt 2: score zwak Het betreft een stuk landbouwgrond welke bebouwd gaat worden. Punt 3: score sterk Het betreft een inbreiding binnen de kern van IJzerlo. Er is behoefte aan woningen binnen de kern van IJzerlo. Punt 4: score sterk Het betreft een woning welke zo wordt gebouw dat deze geschikt is als nultreden woning. De aan te bouwen garage kan bijvoorbeeld makkelijk omgebouwd worden tot een natte cel met aansluitend de slaapkamer. Punt 5: Score sterk Het betreft duurzame en energie neutrale woningbouw Concluderend: Het plan betreft de nieuwbouw van een levensloopbestendige en energie neutrale 2 onder 1 kap woning in de kern van IJzerlo. Het plan scoort op een drietal punten sterk.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

11

3.4.2 Welstandsnota In de vergadering van juli 2010 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. Aan de hand van de welstandsnota worden bouwplannen beoordeeld waarvoor een vergunning wordt aangevraagd.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

12

4 OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Bodem Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie geschikt is voor het beoogd gebruik. Daarom is er op 16 augustus 2021 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige rapport (Verkennend bodemonderzoek Warmelinckweg ong. te Aalten, nummer MM21151, datum 16 augustus 2021) is als bijlage 3 bijgevoegd. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. • In de grond(meng)monsters is geen van de onderzochte stoffen aangetroffen in een concentratie boven de achtergrondwaarde of de detectiegrens van de desbetreffende stof. • De aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. • Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen. • De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen.

De verhogingen in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. • Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen functiewijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Ook bij het aanvragen van een bouwvergunning in de nabije toekomst zullen, met het huidige beleid en de huidige normen, de aangetoonde verontreinigingen geen bezwaar vormen. Concluderend: het aspect bodem vormt geen belemmering ten aanzien van de beoogde ontwikkeling.

4.2 Archeologie en cultuurhistorie Voor de projectlocatie geldt deels een lage archeologische verwachting. Voor het gebied met een lage archeologische verwachting geldt: voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000m2 geldt dat er een rapport opgesteld dient te worden. In dit geval betreft het geen ontwikkeling van die grote. Daarom is er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

13

Figuur 6 uitsnede bestemmingsplankaart (projectlocatie rood omlijnd) met lage archeologische verwachting (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Mocht tijdens werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dienen deze conform de erfgoedwet 2016 artikel 5.140 bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Uiteraard wordt bij aantreffen van archeologische waarden ook de gemeente geïnformeerd. Concluderend: De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3 Flora en Fauna Met de beoogde ontwikkeling mogen beschermde soorten flora en fauna niet worden gefrustreerd. Tevens moet beoordeeld worden in hoeverre beschermde gebieden (negatief) worden beïnvloed. Het wettelijk kader hieromtrent is de Wet natuurbescherming. 4.3.1 Gebiedsbescherming Natura2000 Natura2000 gebieden bevinden zich niet op korte afstand van de projectlocatie. Het dichtstbijgelegen Natura2000 gebied betreft het “Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach” en ligt op een afstand van 8 kilometer van de projectlocatie. Het dichtstbijgelegen Nederlandse Natura2000 gebied is het Korenburgerveen en Bekendelle en bevinden zich beiden op een afstand van circa 11.7 kilometer. Gezien de grote afstand, tussenliggende verstorende elementen (zoals wegen en woningen), de reeds bestaande achtergrondverstoring van de omliggende kernen en de beperkte omvang van het voorgenomen project, is het uitgesloten dat de beoogde ontwikkeling een negatief effect zal hebben op de natuurwaarden van Natura-2000 gebieden.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

14

Figuur 7 locatie t.o.v. het Korenburgerveen en Bekendelle (bron: natura 2000)

Dit blijkt ook uit de Handreiking Woningbouw en Aerius, gemaakt door Rijksoverheid en gepubliceerd in januari 2020. Bij een afstand van meer dan 8 kilometer resulteert zelfs de realisatie en de aanwezigheid van 50 woningen nog niet in een depositiebijdrage ter hoogte van het natura2000gebied.

Figuur 8 Tabel uit handreiking en Aerius

Stikstofparagraaf Omdat de handreiking geen juridische status heeft, is het specifieke project ook doorgerekend met het verspreidingsmodel Aerius. Bepaald is wat de invloed is op natura2000gebieden in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase. Uit de berekeningen met Aerius-calculator (zie hiervoor bijlage 2) blijkt dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura-2000, ten gevolge van de stikstofuitstoot binnen dit planproject, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

15

Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase van het gewenste plan, geen nadelig effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura-2000 gebieden. De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten ter realisatie en gebruik van het plan vormt daarmee geen belemmering. 4.3.2 Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk De projectlocatie is niet gelegen binnen of nabij de begrenzingen van het Gelders Natuurnetwerk waardoor negatieve effecten hierop zijn uit te sluiten.

Figuur 9 Ligging t.o.v. Gelders Natuurnetwerk (bron: provincie Gelderland)

4.3.3 Soortenbescherming De projectlocatie betreft agrarische grond welke wordt bemest en een x aantal keer per jaar gemaaid. Hierdoor is het niet aannemelijk dat zich hier beschermde diersoorten hebben gevestigd. In dat kader is er geen quickscan flora en fauna uitgevoerd. Concluderend: Flora en Fauna vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.4 Geluid Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven waarbinnen akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd. Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de optredende geluidsbelasting op bestaande en nieuw te bouwen geluidsgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. Uitzondering hierop zijn wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30km per uur geldt. Voor de Warmelinckweg geldt een maximum snelheid van 30 kilometer per uur. Hierdoor vervalt de verplichting tot het uitvoeren van een geluidsonderzoek. Concluderend: Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

16

4.5 Luchtkwaliteit Op 15 november 2017 is de Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) in werking getreden. Ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht gelden uitsluitend bepalingen uit deze Titel. In bijlage 5 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofdioxiden, fijnstof (PM10), lood, benzeen en koolmonoxide. Bestuursorganen moeten er bij het uitoefenen of toepassen van hun bevoegdheden, waaronder het vaststellen van een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, voor zorgen dat deze grenswaarden niet (verder) worden overschreden. Tegelijkertijd met het in werking treden van de luchtkwaliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is ook het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: NIBM) in werking getreden. In dit besluit is geregeld dat (nu er een plan is bekendgemaakt, zoals wordt bedoeld in artikel 5.12 van de Wet milieubeheer, namelijk het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van 10 juli 2009) uitbreidingen zijn toegestaan wanneer aannemelijk is gemaakt dat de concentratie in de buitenlucht van fijnstof ten gevolge van de uitbreiding niet de 3% grens overschrijdt. De 3% grens is 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10).

3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie is 1,2 µg fijnstof (PM10 per m³). Door de realisatie van een 2 onder 1 kap woning nemen de verkeersbewegingen licht toe. Per woning wordt uitgegaan van 8 (auto)verkeersbewegingen per werkdagetmaal (norm crow.nl). Door middel van de NIBM-tool is berekend of het extra verkeer invloed heeft op de luchtkwaliteit. De NIBM-tool is een rekentool waarmee de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit kan worden vastgesteld. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier bepaald worden of een plan niet-in-betekende-mate bijdraagt (NIBM). In de figuur hieronder is de berekening van de NIBM-tool weergegeven. Geconcludeerd is dat de toename van het verkeer niet-in-betekende-mate bijdraagt.

Figuur 10 NIBM -tool (bron:infomil.nl)

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

17

Concluderend: Ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6 Bedrijven- en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten van bestaande en toekomstige bedrijvigheid om zodoende kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Op grond van de Wet milieubeheer zijn bedrijven en instellingen verplicht te voldoen aan de eisen uit het Activiteitenbesluit, dan wel een omgevingsvergunning te hebben voor de exploitatie van het bedrijf, waarbij rekening gehouden dient te worden met de omliggende woonbebouwing. Door middel van de milieuwet- en regelgeving wordt (milieu)hinder in woongebieden zoveel mogelijk voorkomen. Andersom mag een gewenste ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige aantasting van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden opleveren.

Figuur 11 projectlocatie (rode markering) t.o.v. omliggende functies (bron:ruimtelijkeplannen.nl)

In de directe nabijheid van de projectlocatie liggen vooral locaties met de enkelbestemming “wonen”. In de directe nabijheid van de projectlocatie zijn geen locaties gelegen met de enkelbestemming “bedrijf”. Het dichtstbijzijnde bedrijf betreft een grond-weg- en waterbouwbedrijf welke op een afstand van 260 meter is gelegen terwijl hiervoor een richtafstand van 30 meter voor geldt.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

18

Figuur 12 lijst met richtafstanden (bron:infomil)

Concluderend: Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Hoe moet worden omgegaan met risico's voor mensen in de omgeving van risicobronnen is in verschillende wet- en regelgeving opgenomen. Hierna wordt kort ingegaan op deze regelgeving. Besluit en Regeling externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) regelen hoe de veiligheidsafstanden en het plaatsgebonden risico en het groepsrisico rond inrichtingen wordt vastgesteld. Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening staan net als bij het Bevi in een regeling (Revb). Besluit en Regeling externe veiligheid Transportroutes Vanaf 1 juni 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Besluit risico's zware ongevallen Het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo) is de vertaling in Nederlandse wetgeving van de Europese Seveso III-richtlijn.

Het Brzo integreert wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsveiligheid, externe veiligheid en rampbestrijding in één juridisch kader. Doelstelling is het voorkomen en beheersen van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het Brzo stelt hiertoe eisen aan de meest risicovolle bedrijven in Nederland. Een Brzo- bedrijf is ook automatisch een Bevi-bedrijf.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

19

Vuurwerkbesluit Het Vuurwerkbesluit is van rechtswege van toepassing op inrichtingen voor het opslaan of bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik. Vanuit het Vuurwerkbesluit gelden externe veiligheidsafstanden. Circulaire ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn regels opgenomen voor onder andere de opslag van zwart buskruit, en ontplofbare stoffen die worden gebruikt bij slopen, seismische onderzoek. Rond iedere opslagplaats voor ontplofbare stoffen geldt een veiligheidsafstand. Besluit ruimte Het beleid voor de externe veiligheid rond munitiecomplexen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Besluit ruimte). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie veiligheidszones rondom die complexen, waarbinnen voor activiteiten of objecten bepaalde beperkingen gelden. Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit schrijft voor bepaalde typen opslagen en installaties externe veiligheidsafstanden voor. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om gasdrukmeet- en – regelinstallaties, propaantanks (met een inhoud van maximaal 13 m3) en vuurwerk (tot 10.000 kilogram consumentenvuurwerk). Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport (onder andere van gevaarlijke stoffen).

Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Risicobronnen kunnen onderscheiden worden in risicovolle inrichtingen (onder andere lpg-tankstations) en vervoer van gevaarlijke stoffen en leidingen (onder andere aardgas, vloeibare brandstof en elektriciteit). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobron en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Uit de Risicokaart is gebleken dat op korte afstand van de projectlocatie geen risicobron aanwezig is.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

20

Figuur 16: kaartuitsnede risicokaart.nl (projectlocatie bij blauw rondje)

Concluderend: Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8 Water Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De projectlocatie ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. In het waterbeheerplan 2016-2021 van Waterschap Rijn en IJssel laat het waterschap zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten zij in de samenwerking met haar partners willen leggen. Vanuit die omgevingsverkenning is vervolgens het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor primaire taakgebieden van het waterschap: • Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water • Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water • Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water • Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater • Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt.

De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als er op een categorie 2 vraag een ‘ja’ is geantwoord, is een uitbreide watertoets noodzakelijk. Als er alleen met ‘nee’ is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema’s voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met ‘ja’ is beantwoord).

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

21

Thema

Toetsvraag

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? (Primaire waterkering, regionale waterkering of kader) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m³/uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap? 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m²? 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m²? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laaggelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd? 1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage? 1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel? 1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2.

Bevinden zich, of komen er functies, in of bij het plangebied die milieu hygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen? (Zwemmen, spelen, tuinen aan water) 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEH of SED-water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? 1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied? 1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Riolering en Afvalwaterketen

Wateroverlast (oppervlaktewater)

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwateroverlast

Grondwaterkwaliteit Inrichting en beheer

Volksgezondheid

Natte natuur

Verdroging Recreatie

Cultuurhistorie

Relevant

Intensiteit

Nee

2

Nee

2

Nee Nee

2 1

Nee Nee

1 2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee Nee Nee

1 1 1

Nee Nee

1 1

Nee

1

Nee Nee

1 2

Nee

1

Nee Nee Nee Nee Nee

1 2 2 1 1

Nee

1

Nee

2

Nee

1

Hemelwater zal ter plekke infiltreren in de bodem. Het huishoudelijk afvalwater wordt uiteraard wel geloosd op het gemeentelijk riool. Concluderend: Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9 Verkeer en parkeren Qua verkeerbewegingen zal er met de komst van 2 extra woningen een toename optreden van het aantal verkeerbewegingen. Het CROW hanteert een norm van 8 (auto)verkeersbewegingen per werkdagetmaal. De Warmelinckweg heeft voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen te verwerken.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

22

Gestreefd dient te worden naar parkeren op eigen terrein. Volgens de CROW geldt voor een tussen/hoek woning minimaal 2,6 plaatsen. Deze zullen op eigen terrein worden gecreëerd. Concluderend: Verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 Kabels en leidingen Binnen het projectgebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Met een zogenaamde klic-melding krijgt initiatiefnemer alle kabel- en leidinginformatie, zodat graafschade en gevaarlijke situaties worden voorkomen. Concluderend: Eventuele kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de “moederprocedure”, in dit geval de omgevingsvergunning. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen middels een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. De vormvrije m.e.r. beoordeling dient te worden toegepast wanneer een activiteit is opgenomen in onderdeel C of onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.

M.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht kan ontstaan doordat: • de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage; • voor de Wet natuurbescherming een passende beoordeling nodig is; • de activiteiten zijn opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een tweetal woningen. Een stedelijke ontwikkeling met een oppervlakte vanaf 100 hectare of vanaf 2000 woningen wordt genoemd in lijst D van de bijlage bij het besluit milieueffectrapportage. Deze drempels worden met dit initiatief uiteraard niet overschreden. Ondanks dat de drempels niet worden overschreden, geldt er wel een vormvrije m.e.r.beoordeling. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn alle relevante (milieu)aspecten beschreven. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan geldende regels en beleid. Concluderend:

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

23

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een bijzondere omstandigheid die bepalend is voor het besluiten tot een MER-procedure.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

24

5 UITVOERBAARHEID VAN HET PROJECT 5.1 Economische haalbaarheid Het project wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit project waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

5.2 Maatschappelijk draagvlak Van belang is dat er draagvlak is voor de beoogde ontwikkeling. Door initiatiefnemer is met omliggende buren en grondeigenaren gesproken. Het plan is nader toegelicht en er is geluisterd naar suggesties. Deze zijn daar waar mogelijk meegenomen in de planvorming. Een verslag van de bijeenkomst is als Bijlage 4 bijgevoegd.

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

25

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.

Tekeningen project Stikstofparagraaf Bodemonderzoek Buurtconsultatie

Ruimtelijke onderbouwing: Warmelinckweg ong. (naast 1) te Aalten

26

N W

O

Z

Gemeente : Kadastrale gemeente : Sectie : Sectienummer : Schaal :

Aalten Aalten S 850 1:500

Borchgraven 2.5 7051 CW Varsseveld

ADVISEURS Projectomschrijving: realiseren woningbouw

Tel:

0315 - 82 01 00

Internet: www.locisadviseurs.nl Datum: Wijzigingsdatum 1:

Fase:

Onderwerp:

concept

Situatieschets

Locatie:

Wijzigingsdatum 2: Wijzigingsdatum 3: Wijzigingsdatum 4:

Warmelinckweg ong. 7122 JV AALTEN

Schaal:

Opdrachtgever:

Formaat:

De heer H.J.G. Korten Lurvinksteeg 3b 7122 KA AALTEN

Adviseur / tekenaar:

A3 Tekeningnummer:

21-1152-Situatie Deze tekening mag alleen vermenigvuldigd en/of aan derden verstrekt worden met toestemming van Locis Adviseurs.

STIKSTOFPARAGRAAF Van

Dhr. Ing. R.B.G. Boekelder – Locis Adviseurs

Aan

Dhr. H.J.G. Korten

Betreft

Stikstofparagraaf project Warmelinckweg ong. te Aalten

Datum

4 november 2021

Inleiding Aan de Warmelinckweg ong. te Aalten wordt de realisatie van één 2 onder-een-kap woning mogelijk gemaakt. De huidige locatie is nu grasland/ weide. Onderdeel van de daarvoor benodigde omgevingstoetsingen, is de beoordeling van de aan dit planproject gerelateerde stikstofemissie.

Doel Het doel van de stikstofparagraaf is het in beeld brengen en beoordelen van de effecten van de stikstofuitstoot ten gevolge van de activiteiten welke nodig zijn ter realisatie van het project aan de Warmelinckweg ong. te Aalten.

Figuur 1: uitsnede plangebied met rode markering nieuwe projectlocatie (bron: kadastralekaart.com) Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

1

Figuur 2: 2D- impressie bouwplan op projectlocatie

Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

2

Wettelijk kader In het kader van de toets aan de Wet natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming.

Figuur 3: ligging planlocatie t.o.v. Natura-2000 gebied “Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach” (bron aerius.nl)

Op ruim 8,0 kilometer afstand van de planlocatie bevindt zich het Duitse Natura-2000 gebied “Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach” (zie figuur 3). De dichtstbijzijnde Nederlandse Natura-2000gebieden “Bekendelle” zijn gelegen op een afstand van circa 11,6 kilometer en “Korenburgerveen” circa 11,8 kilometer van de planlocatie.

Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

3

Stikstofrelevante activiteiten beoogde situatie Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten. Het is niet langer nodig om een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. In het geval van bouw, sloop en eenmalige aanleg is duidelijk dat het altijd gaat om een tijdelijke activiteit. Echter voor onderhavig plan is ervoor gekozen om, in het kader van de worst-case-benadering, deze fasen volledigheids- en zekerheidshalve wel inzichtelijk te maken. Aanlegfase Bij grond- en bouwwerkzaamheden wordt door de inzet van materieel en vervoersmiddelen, aangedreven door verbrandingsmotoren, stikstof in de vorm van NOx uitgestoten. Hierbij wordt uitgegaan van een “worst-case” benadering. De duur van het totale project worden globaal geschat op 40 weken. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het in te zetten materieel (mobiele kraan en hijskraan) tijdens de aanlegfase van de woningen op de locatie aan de Warmelinckweg ong. te Aalten. Tevens zijn de benodigde bronnen van het bouwverkeer opgenomen. Hierbij wordt conform de invoerinstructies van Aerius, onderscheid gemaakt tussen zwaar vrachtverkeer (zoals aanvoer bouwmateriaal) en licht verkeer (personenauto’s/ busjes).

De ingevoerde Emissiefactor betreffen de gestandaardiseerde factoren voor deze voertuigen, zoals opgenomen in het rekenmodel Aerius. Tabel 1: ingezet materieel en vervoer tijdens de aanlegfase van de woningen (emissiewaarden en categorieën, zie aerius.nl) Bron Grondwerk en bouwwerkzaamheden - 40 weken Mobiele werktuigen/ wegverkeer Stage klasse 1 Mobiele kraan, graafwerkzaamheden mobiel werktuig IV (75-130 kw)* 2 Vrachtwagen, aan/afvoer grond wegverkeer, zwaar zwaar IV (75-130 kw)* 3 Mobiele kraan, overig grondwerk (verharding, riolering, infiltratie mobiel werktuig 4 Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. wegverkeer, zwaar zwaar 5 Hijskraan, tijdens bouwwerkzaamheden mobiel werktuig IV (130-300 kw)** 6 Mobiele kraan, graafwerkzaamheden na bouw mobiel werktuig IV (75-130 kw)* 7 Personen vervoer, bouwbusjes (2 per dag) wegverkeer licht

Dagen of aant/dag of jr 10 dagen 25 / jaar 5 dagen 50 / jaar 14 dagen 2 dagen 400 / jaar

Brandstofverbruik op projectlocatie l/ dag ltr/ jr 100 1000 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer nvt 100 500 stand. verdisconteerd, zwaar wegverkeer nvt 50 700 100 200 stand. verdisconteerd, licht wegverkeer nvt

Extra toelichting mobiele voertuigen: * Voor de mobiele kraan wordt in de benadering uitgegaan van de inzet van een diesel-gedreven mobiele kraan met een nominaal vermogen van 100 kW stage IV. Het dieselverbruik van een dergelijke mobiele kraan is 100 liter per dag met een cilinderinhoud van 5 liter. De mobiele kraan 30% van zijn tijd stationair te draaien. ** Voor de hijskraan wordt in de benadering uitgegaan van de inzet van een diesel-gedreven hijskraan met een nominaal vermogen van 200 kW stage IV. Het dieselverbruik van een dergelijke hijskraan bedraagt 50 liter per dag met een cilinderinhoud van 10 liter. De hijskraan staat 30% van zijn tijd stationair te draaien. Gebruiksfase Ook bij het in gebruik hebben van de woningen kan NOx ontstaan (bijv. door gasgestookte cv’s). De nieuwe woningen worden gasloos gebouwd, er is dus geen uitstoot van een NOx door een gasgestookte cv. De vervoersbewegingen van de woningen worden meegenomen in de Aerius berekening.

Gebruik woningen In de “worst-case” scenario wordt uitgegaan van 2 vrijstaande woningen. Om het gebruik van de vrijstaande woning te bepalen wordt gebruik gemaakt van de bron: CROW-publicatie 317 ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. De vrijstaande woning valt onder het rest bebouwde kom – weinig stedelijk, in figuur 4 is met rood omcirkeld welke verkeersgeneratie die bij de woning hoort. Gemiddeld komen er (7,8+8,6 /2=) 8,2 auto’s per dag. Dit komt dus in het “worst-case” scenario neer op (8,2 * 365 dgn. =) 2.993 vervoersbewegingen per woning per jaar. Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

4

Figuur 4: verkeersgeneratie vrijstaande woning (bron: CROW)

In onderstaande tabel is de uitstoot van de gebruiksfase van de nieuwe woningen weergegeven die ingevoerd zijn in de Aerius berekening. Tabel 2: ingezet materieel gebruiksfase Gebruiksfase woningen 8 Verkeersgeneratie woning 1 (vrijstaand) 9 Verkeersgeneratie woning 2 (vrijstaand)

wegverkeer wegverkeer

licht licht

2993 / jaar 2993 / jaar

stand. verdisconteerd, licht wegverkeer stand. verdisconteerd, licht wegverkeer

Depositieberekening Aerius-calculator Al deze bovenstaande stikstofbronnen, welke zich tijdens aanlegfase en gebruiksfase van het project voordoen zijn in Aerius-calculator (via calculator.aerius.nl) ingevoerd.

Figuur 5: Screenshot Aerius-calculator, rekenresultaat (berekening via aerius.nl).

Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

5

nvt nvt

Conclusie Stikstofparagraaf Uit de berekeningen met Aerius-calculator blijkt dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura-2000, ten gevolge van de stikstofuitstoot binnen dit planproject, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn Volgens de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is geregeld dat kortdurende, tijdelijke activiteiten zoals de sloop-, aanleg en bouwwerkzaamheden niet hoeven te worden meegenomen in de berekening. Echter is ervoor gekozen om, in het kader van de worst-case-benadering, deze fasen volledigheidshalve wel inzichtelijk te maken. Aangezien dat het voornamelijk om vervoersbewegingen gaat en de Nederlandse natura-2000 gebieden op een afstand liggen verder van 5 km zijn er rekenpunten toegevoegd aan de berekening. De rekenpunten die zijn ingevoerd liggen op een afstand van ongeveer 2 km tot en met 6 km van het projectgebied. Deze ingevoerde rekenpunten geven geen negatief effect rondom de stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden dus er kan geconcludeerd worden dat er geen nadelige effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura-2000 gebieden. Daarmee staat op voorhand vast dat de activiteiten, nodig voor de aanlegfase en gebruiksfase van het gewenste plan, geen nadelig effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende beschermde Natura2000 gebieden.

De stikstofdepositie ten gevolge van de activiteiten ter realisatie en gebruik van het plan vormt daarmee geen belemmering.

Bijlage 1: depositieberekening Aerius aanlegfase en gebruiksfase d.d. 04-11-2021 Bijlage 2: depositieberekening Aerius aanlegfase en gebruiksfase met rekenpunten d.d. 04-11-2021 Bijlage 3: depositieberekening Aerius aanlegfase d.d. 04-11-2021 Bijlage 4: depositieberekening Aerius gebruiksfase d.d. 04-11-2021

Stikstofparagraaf planproject Warmelinckweg ong. te Aalten

6

BIJLAGE 1

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 1/9

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Locis Adviseurs B.V.

Warmelinckweg, 7122JV Aalten

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Aanlegfase + gebruiksfase

RzbZxYKoXNhR

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

04 november 2021, 15:52

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

21,88 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Aanlegfase + gebruiksfase

Situatie 1

RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 2/9

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Mobiele kraan, graafwerkzaamheden Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

4,15 kg/j

Vrachtwagen, aan/afvoer grond Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Mobiele kraan, overig grondwerk (verharding, riolering, infiltratie) Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

2,07 kg/j

Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, materiaal, etc. Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Hijskraan, tijdens bouwwerkzaamheden Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

5,23 kg/j

Mobiele kraan, graafwerkzaamheden na bouw Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 3/9

Resultaten

Bron Sector

Resultaten

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Personen vervoer, bouwbusjes (2 per dag) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Verkeersgeneratie woning 1 (vrijstaand) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,88 kg/j

Verkeersgeneratie woning 2 (vrijstaand) Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

3,88 kg/j

RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 4/9

Resultaten

Emissie (per bron)

Mobiele kraan, graafwerkzaamheden 234358, 434249 4,15 kg/j < 1 kg/j

Naam

Situatie 1

Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

Mobiele kraan, graafwerkzaamhed en

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

1.000

24

5,0 NOx NH3

4,15 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Vrachtwagen, aan/afvoer grond 234346, 434145 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

25,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 5/9

Resultaten

Mobiele kraan, overig grondwerk (verharding, riolering, infiltratie) 234358, 434249 2,07 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

Mobiele kraan, overig grondwerk (verharding, riolering, infiltratie)

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

500

12

5,0 NOx NH3

2,07 kg/j < 1 kg/j

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Vrachtwagens, aan/af- voer bouwmaterieel, - materiaal, etc. 234346, 434145 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

50,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RzbZxYKoXNhR (04 november 2021) pagina 6/9

Resultaten

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

700

34

10,0 NOx NH3

5,23 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 130 <= Hijskraan, tijdens kW < 300, bouwjaar bouwwerkzaamhed 2014 (Diesel) en

Naam

Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Voertuig

Omschrijving

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=c4379054-d25b-41e8-8a4f-1330d4a12ec6