Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer_Regels
Tekst van het document
Regels
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
3
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 14
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Woongebied Waarde - Archeologie dorpskern 1850
15 15 18
Hoofdstuk3
Algemene regels
21
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Parkeren Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
21 23 24 26 27 29
Hoofdstuk4 Artikel 11 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
33 33 34
Bijlagen Bijlage 1
Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
5
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
6
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer met identificatienummer NL.IMRO.0197.BP00113-VG01 van de gemeente Aalten; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-gebonden-beroep het door de gebruik((st)er van de woning uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk (niet zijnde detailhandel), maatschappelijk, juridisch, administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning met daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.6 aan-huis-gebonden-bedrijf het door de gebruik(st)er van de woning beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie behouden blijft.
1.7 ambachtelijk bedrijf een bedrijf, gericht op het uitoefenen van een ambacht, zijnde het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen en het installeren van goederen. 1.8 archeologisch deskundige de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van Burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.9 archeologisch onderzoek onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.10 archeologische waarden de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
7
1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.13 bed & breakfast het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt gericht op kortdurend verblijf. 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.15 Besluit externe veiligheid inrichtingen besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer; 1.16 bestaand a. bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of krachtens deze wetten gegeven voorschriften; b. bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan, voor zover betrekking hebbend op het desbetreffende gebruik, bestond.
1.17 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak. 1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
8
1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); c. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen hoofdgebouw is aangebouwd; d. onder gestapeld worden appartementen binnen één gebouw verstaan. 1.27 coffeeshop horecagelegenheid waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt.
1.28 cultuur en ontspanning een atelier, bioscoop, creativiteitscentrum, dansschool, museum, muziekschool, muziektheater of theater. 1.29 cultuurhistorischewaarde de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.30 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.31 daknok hoogste punt van een schuin dak. 1.32 dakvoet laagste punt van een schuin dak.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
9
1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.34 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.35 discotheek, bar-dancing, nachtclub een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het gelegenheid bieden voor dansen al dan niet in combinatie van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse. 1.36 escortbedrijf een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.37 evenementen een tijdelijke activiteit in de open lucht -al dan niet in tijdelijke tenten en/of paviljoens en/of daarmee vergelijkbare onderkomens-, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek ten behoeve van informerende, educatieve, vermaak, culturele, sport en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.39 geluidsgevoelige gebouwen en terreinen gebouwen welke gebruikt worden voor bewoning of daartoe bestemd zijn danwel andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 1.40 glastuinbouw niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie (nagenoeg) volledig plaatsvindt in kassen. 1.41 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 horecabedrijf een bedrijf, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van nachtverblijf. 1.43 horecacategorie horecabedrijven zijn in drie categorieën te onderscheiden: 1. horecacategorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen en waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken wordt verstrekt en waarvan de exploitatie onder omstandigheden een aantasting van het woon- en leefklimaat met zich mee kan brengen, zoals: broodjeszaken, cafetaria's, ijssalons, eethuisjes, lunchrooms, automatiek,
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
10
afhaalhoreca. 2. horecacategorie 2: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals: café, bars, restaurants, hotels, pensions, bodega's; 3. horecacategorie 3: vormen van horeca-activiteiten met zaalaccommodatie; 4. horecacategorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals: dancings, discotheken en nachtclubs. 1.44 hotel, pension een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf. 1.45 kantoor een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie. 1.46 kantoor- en praktijkruimte een ruimte waarvan de aard en indeling zijn afgestemd op de uitoefening van administratieve, medische, paramedische, sociaal-wetenschappelijke en andere hiermede vergelijkbare beroepen. 1.47 kelder een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,0 m boven peil is gelegen.
1.48 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, gezondheids-, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening. 1.49 niet-zelfstandig kantoor een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft. 1.50 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.51 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. 1.52 open erf het deel van een bouwperceel, waarvoor geen bouwvlak is aangegeven, alsmede gronden binnen een bouwvlak die onbebouwd blijven. 1.53 overkapping een voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal 2 wanden omsloten ruimte.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
11
1.54 peil het aansluitend afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.55 perceelsgrens de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut. 1.56 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.57 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden en waaronder in elk geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.58 sekswinkel een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht. 1.59 slopen geheel of gedeeltelijk afbreken. 1.60 smartshop een ruimte waarin detailhandel plaatsvindt in psychotrope stoffen.
1.61 volumineuze detailhandel detailhandel die vanwege de omvang van de te koop aangeboden goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling ervan, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, landbouwmachines en - werktuigen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede de verkoop van bouw- en doe-het-zelf producten, meubels, artikelen ten behoeve van de woninginrichting en daarmee samenhangende artikelen en een tuincentrum. 1.62 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel. 1.63 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.64 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie).
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
12
1.65 zaalaccommodatie het beschikbaar stellen van accommodatie ten behoeve van congres, studie, vergadering, feesten, partijen e.d. waarbij het verstrekken van dranken en/of etenswaren daaraan ondergeschikt is. 1.66 zijerf erf grenzend aan de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant van de woning en dat ligt buiten het bouwvlak.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
13
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Meetwijze Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
14
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Woongebied
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven, met inachtneming van het bepaalde in 3.5.2; c. bed & breakfast, met inachtneming van het bepaalde in 3.5.4; met bijbehorende voorzieningen zoals (al dan niet openbare) ontsluitingswegen, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen worden gebouwd: a. grondgebonden woningen, uitsluitend in de bouwwijze 'aaneengebouwd',; b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het aangegeven aantal woningen ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'; c. bijbehorende bouwwerken en overkappingen; d. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde bij woningen. 3.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub a genoemde woningen (i.c. hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient als volgt te bedragen: 1. voor rijenwoningen aan de niet-aaneengebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 2 m; c. de goot- en bouwhoogte van de woningen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,25 m en 9 m; d. een hoofdgebouw dient te zijn voorzien van een kap, waarvan de dakhelling tenminste 25° bedraagt; e. de (horizontale) diepte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 12 m; f. kelders mogen uitsluitend onder een hoofdgebouw en ten hoogste 5 m uit de gevels daarvan worden gebouwd; g. de (verticale) diepte van een kelder mag maximaal 3,5 m bedragen.
3.2.3 Bijbehorende bouwwerken en overkappingen Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen bij grondgebonden woningen gelden de volgende bepalingen: a. een bijbehorend bouwwerk en/of overkapping mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' worden gebouwd; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; c. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken en/of overkappingen mag niet meer dan 6 meter bedragen.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
15
3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel(s) van de woning c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel(s) van de woning dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 3.4
Afwijken van de bouwregels
3.4.1 Overschrijding bouwgrens en bouwen tot voorgevel Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 3.2.2 sub a voor het overschrijden van de bouwgrenzen door een hoofdgebouw tot maximaal 3 m; b. het bepaalde in lid 3.2.3 sub b en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd; c. het bepaalde in 3.2.2 sub c voor het toestaan van een grotere goot- en bouwhoogte; d. het bepaalde in 3.2.2 sub c en d voor het toestaan van het hoofdgebouw met een platdak met een maximale hoogte van 7m. mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
3.4.2 Overschrijden goot- en bouwhoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 sub c en een goothoogte van maximaal 4,25 m en een bouwhoogte van maximaal 10 m toelaten bij verbijzondering van een hoekwoning.
3.5
Specifieke gebruiksregels
3.5.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 3.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in producten die ter plaatse zijn vervaardigd, danwel direct verband houden met een aan huis gebonden beroep of
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
16
bedrijf; c. opslag, anders dan ten behoeve van woondoeleinden. 3.5.2 Nadere detaillering toegestaan gebruik Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 3.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de begane grondbouwlaag van de gebouwen op het betreffende bouwperceel tot een maximum van 50 m² mag bedragen. In verband met het aan huis verbonden beroep of bedrijf geldt dat de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig mag toenemen. 3.5.3 Nadere detaillering toegestaan gebruik: bewoning bijbehorende bouwwerken Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor (niet-zelfstandige) bewoning voor zover de woonfunctie slechts op de begane grond plaatsvindt.
3.5.4 Bed & Breakfast Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 3.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten binnen het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een bed & breakfast, met dien verstande dat ten dienste van deze functie maximaal twee (slaap)kamers voor toeristisch-recreatief nachtverblijf mogen worden gebruikt. 3.5.5 Autostalling Bij elke vrijstaande of halfvrijstaande woning moet een vanaf de openbare weg bereikbaar gedeelte van het bouwperceel aanwezig zijn voor het al dan niet overdekt stallen van tenminste één auto's per woning.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
17
Artikel 4
Waarde - Archeologie dorpskern 1850
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie dorpskern 1850' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken voor zover deze zijn toegestaan voor de in lid 4.1 bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven bestemmingen, met dien verstande dat ten aanzien van het oprichten van bebouwing tevens de volgende regels gelden: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het te vergunnen bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 4.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.2.1 sub a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 4.2.3 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 4.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
18
b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 100 m² wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot. 4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Monumentenwet 1988 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m over meer dan 100 m²; b.
grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m², waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het slopen van funderingen: e. het verlagen van het waterpeil; f. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. het planten of rooien van bomen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 4.4.2 Uitzonderingen Het onder 4.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c.
voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is verleend; d. ingeval op grond van de Monumentenwet 1988 een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. 4.4.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de onder 4.4.1 genoemde omgevingsvergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de omgevingsvergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
19
rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de erkend archeoloog zonodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. 4.4.4 Voorwaarden a. Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; 4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan. b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 4.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 4.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen door de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie dorpskern 1850' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
20
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels Parkeren
5.1 Algemene parkeerregels Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 5.2 Beleidsregels Burgemeester en wethouders passen deze parkeerregels toe met inachtneming van de beleidsregels met betrekking tot het parkeren, de beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten. De beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten is opgenomen in Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten. 5.3 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. Hierbij gelden ter plaatse van de volgende gebiedsaanduidingen de parkeernormen behorende bij de gebieden zoals opgenomen in de beleidsregel: 1. 'overige zone - centrum' de parkeernormen voor het gebied 'centrum'; 2. 'overige zone - schil centrum' de parkeernormen voor het gebied 'schil centrum'; 3.
'overige zone - rest bebouwde kom' de parkeernormen voor het gebied 'rest bebouwde kom'; 4. 'overige zone - buitengebied' de parkeernormen voor het gebied 'buitengebied'. 5.4 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. Hierbij gelden ter plaatse van de volgende gebiedsaanduidingen de parkeernormen behorende bij de gebieden zoals opgenomen in de beleidsregel: 1. 'overige zone - centrum' de parkeernormen voor het gebied 'centrum'; 2. 'overige zone - schil centrum' de parkeernormen voor het gebied 'schil centrum'; 3. 'overige zone - rest bebouwde kom' de parkeernormen voor het gebied 'rest bebouwde kom'; 4. 'overige zone - buitengebied' de parkeernormen voor het gebied 'buitengebied'. 5.5 Specifieke gebruiksregels Ruimte voor parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels wordt geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven.
Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
21
5.6 Afwijken van parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 en 5.5. Burgermeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a. het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte wordt voorzien; c. er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld. 5.7 Voorwaarden van afwijking Afwijken van de regels, als bedoel in lid 5.6 , is slechts mogelijk indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de parkeersituatie in de openbare ruimte; b. de woon- en leefsituatie. 5.8 Nadere eis Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
22
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
23
Artikel 7
Algemene bouwregels
7.1 Ondergrondse gebouwen Voor het bouwen van ondergrondse gebouwen gelden de volgende regels: a. ondergrondse gebouwen (kelders) zijn uitsluitend toegestaan onder bovengrondse gebouwen, dan wel maximaal 3 m daarbuiten; b. ondergrondse gebouwen zijn uitsluitend toegestaan in één bouwlaag ondergronds tot maximaal 4 m onder de verdiepingsvloer van de eerste bouwlaag. 7.2
Ondergeschikte bouwdelen
7.2.1 Overschrijding bouw- en bestemmingsgrenzen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, regenpijpen, stoeptreden, luifels, installaties, balkons en overstekende daken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 7.2.2 Overschrijding bouwhoogte Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen is overschrijding van de bouwhoogte toegestaan door ondergeschikte bouwdelen, als gevelversieringen, ventilatiekanalen, installaties, regenpijpen, liftkokers e.d., mits de overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte niet meer dan 1 m bedraagt. 7.3 Afwijkingenregeling In afwijking van het bepaalde in de bouwregels van dit bestemmingsplan geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het volgende: a. indien de bestaande maatvoering, afstanden en/of oppervlaktes van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de voorgeschreven minima of maxima overschrijden, geldt de bestaande maatvoering, afstand of oppervlakte als maximum respectievelijk minimum; b.
indien de bestaande situering van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, afwijkt van de in de regels voorgeschreven situering, is ook de bestaande situering toegestaan. 7.4
Dakkapellen
7.4.1 Naar de weg gekeerde gevel Voor het bouwen van dakkapellen aan de naar de openbare weg gekeerde zijde van het hoofdgebouw gelden de volgende bepalingen: a. de breedte van de dakkapellen mag niet meer bedragen dan 50% van de breedte van de gevel van de woning; b. de hoogte van de dakkapel mag, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer bedragen dan 1,75 m; c. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet; d. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok; e. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
24
7.4.2 Van de weg afgekeerde gevel Voor het bouwen van dakkapellen aan de van de openbare weg afgekeerde zijde van het hoofdgebouw gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van de dakkapel mag, gemeten vanaf de voet van de dakkapel, niet meer bedragen dan 1,75 m; b. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
25
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
8.1 Nadere bepaling verboden gebruik Tot een gebruik strijdig met de regels van dit bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. gebruik als seksinrichting, escortbedrijf, sekswinkel, smartshop en coffeeshop; b. gebruik als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan als stort- en/of opslagplaats voor normaal gebruik. 8.2 Evenementen Voor evenementen gelden de volgende bepalingen: a. evenementen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'evenemententerrein'; b. evenementen zijn uitsluitend in de vorm van medegebruik toegestaan.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
26
Artikel 9
Algemene afwijkingsregels
9.1 Grenzen en aanduidingen Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, door middel van een omgevingsvergunning afwijken van de regels in het bestemmingsplan ten behoeve van: a. het afwijken van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende redenen zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen in het plan is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; b. het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen in het plan is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; c. de bestemmingsbepalingen ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m.
9.2 Algemeen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan ten behoeve van het afwijken van de voorgeschreven goothoogte, bouwhoogte en oppervlakte van gebouwen, afstand tot perceelsgrenzen en overige maatvoering, eventueel met overschrijding van de bebouwingsgrens, mits deze afwijkingen niet meer bedragen dan 10 % van de in het plan voorgeschreven maatvoering, het beoogde stedenbouwkundig beeld niet wordt geschaad en er geen dringende redenen zijn die zich hiertegen verzetten. 9.3 Nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan ten behoeve van de bouw van bouwwerken voor nutsvoorzieningen zoals pompgemalen, verdeel-, regel- of transformatorruimten, telefooncentrales, telefooncellen en schuilgelegenheden, waarvan de inhoud niet meer dan 50 m3 en de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedraagt. 9.4 Nokverhoging Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels teneinde de maximaal toegestane goot- en/of bouwhoogte van het hoofdgebouw te verhogen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de nokverhoging uitsluitend aan de zijde van het achterdakvlak is toegestaan mits dit achterdakvlak niet grenst aan de openbare ruimte; b.
de nokverhoging mag de bestaande daknok van de woning met maximaal 1 m overschrijden; c. de dakhelling van de nokverhoging moet gelijk zijn aan de dakhelling van het hoofdgebouw. 9.5 Verhoging goothoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels teneinde de maximaal toegestane goothoogte van het hoofdgebouw over maximaal 1/3e deel van het dakvlak te verhogen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
27
a. het stedenbouwkundig beeld mag niet onevenredig worden geschaad.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
28
Artikel 10
Algemene wijzigingsregels
10.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening wijzigen ten behoeve van het aanpassen van bouwvlakken, met dien verstande dat: a. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; b. de uitbreiding van het bouwvlak mag niet meer dan 5 m bedragen. 10.2 Nutsvoorzieningen Burgemeester en wethouders kunnen het plan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening wijzigen waarbij gronden worden bestemd voor de bouw van bouwwerken voor verdeel-, regel- en transformatorruimten, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; b. de inhoud niet meer dan 150 m³ mag bedragen. 10.3 Antennemast Burgemeester en wethouders kunnen het plan, met inachtneming van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 sub a van de Wet ruimtelijke ordening wijzigen waarbij gronden worden bestemd voor de bouw van een antenne- en/of communicatiemast, met de bij de mast bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van de antenne- en/of communicatiemast niet meer dan 45 m mag bedragen; b. de inhoud van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 50 m³ bedragen; c.
de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen. 10.4 Wijzigingsbevoegdheid 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Bedrijf', 'Detailhandel', 'Dienstverlening', 'Horeca' of 'Maatschappelijk' wijzigen in de bestemming 'Tuin' en 'Wonen', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de niet meer functionele bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt; b. binnen het bestemmingsvlak mag één extra woning worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 7 en 10 m; d. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de bouw van de woning; e. binnen het plangebied dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 10.5 Wro-zone - wijzigingsgebied 1 (Veldmate 10 / Hagenbosch 29) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 1' wijzigen teneinde ter plaatse een zelfstandig kantoor toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de oppervlakte van het kantoor mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte van het bijbehorend bouwwerk; b. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de ontwikkeling; c.
op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
29
geschaad. 10.6 Wro-zone - wijzigingsgebied 3 (Europastraat) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 3' wijzigen ten behoeve van de bouw van maximaal 3 grondgebonden woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de goot- en bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 7 en 10 m; b. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de bouw van de woningen; c. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 10.7 Wro-zone - wijzigingsgebied 4 (Wilhelminastraat 11) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 4' wijzigen ten behoeve van het toetstaan van maximaal 2 inpandige woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de bouw van de woningen; b. er dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad.
10.8 Wro-zone - wijzigingsgebied 5 (naast Keupenstraat 27) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 5' wijzigen ten behoeve van de bouw van 1 vrijstaande woning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de goot- en bouwhoogte van de woning mag niet meer bedragen dan respectievelijk 7 en 10 m; b. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de bouw van de woningen; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 10.9 Wro-zone - wijzigingsgebied 6 (Beggelderdijk 24) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 6' wijzigen ten behoeve van de bouw van maximaal 2 grondgebonden woningen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bestaande bebouwing op het perceel wordt gesloopt; b. de goot- en bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4,5 en 10 m; c. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de bouw van de woningen; d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad.
10.10 Wro-zone - wijzigingsgebied 7 (Achterhoek Arena) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 7' wijzigen teneinde: de aanduiding 'horeca tot en met horecacategorie 4' en/of 'evenemententerrein' te verwijderen; bedrijven tot en met bedrijfscategorie 3.2 toe te staan;
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
30
het bouwvlak te vergroten, met dien verstande dat het bouwvlak op minimaal 10 m uit de grens met de bestemming 'Verkeer' aan de Anholtseweg en Aa-Strangrondweg wordt gelegd; een bebouwingspercentage van maximaal 80 toe te staan; een bouwhoogte van maximaal 11 m toe te staan; mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. uit milieuoogpunt bestaan geen bezwaren tegen de ontwikkeling; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad. 10.11 Wro-zone - wijzigingsgebied 8 (Terborgseweg 3) Burgemeester en wethouders kunnen de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone wijzigingsgebied 8' wijzigen in de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer – Verblijfsgebied', 'Tuin' en/of 'Wonen', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de wijziging mag er niet toe leiden dat er op deze gronden extra woning(en) ontstaan, maar is uitsluitend bedoeld voor een optimalisering van de woonkavels en de inrichting van het naastgelegen gebied; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad; c. de wijziging niet leidt tot een onevenredige aantasting van de waardevolle boom.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
31
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
32
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1.1 met maximaal 10 %. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
33
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer'.
Kern Dinxperlo, herziening vml. De Wegwijzer
NL.IMRO.0197.BP00113-VG01
vastgesteld
34