Kern Dinxperlo, herziening 2023_Toelichting.pdf
Tekst van het document
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
61
Marijkestraat 23 Roggekamp 28 Roggekamp 30 Roggekamp 40 Spoorstraat 20 Spoorstraat 22 Spoorstraat 24 Terborgseweg 20-30 (28) Vriezenkamp 25 Vriezenkamp 27 Vriezenkamp 28 Vriezenkamp 29 Vriezenkamp 39 Vriezenkamp 57 Vriezenkamp 58 Vriezenkamp 59 Vriezenkamp 67 Wendelenkamp 11 Wendelenkamp 8
Kern Dinxperlo, herziening 2023
wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen en Tuin wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van Goen en Verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van Groen naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen wijzigen van verkeer - verblijfsgebied naar wonen
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
62
Hoofdstuk 25 25.1
Plansystematiek
Het digitale bestemmingsplan
Volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting langs elektronische weg vastgelegd. Het bestemmingsplan wordt in die vorm ook vastgesteld, tegelijk met een volledige analoge verbeelding van het bestemmingsplan op papier. Indien de digitale en de analoge verbeelding tot interpretatieverschillen leiden, is de digitale verbeelding beslissend. Het Bro laat echter de feitelijke digitale werkwijze voor een groot gedeelte over aan een ministeriële regeling, de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, met de daarbij behorende standaarden. Het gaat daarbij om de inrichting, de vormgeving, de verbeelding, de beschikbaarstelling, de authenticiteit, de integriteit, de volledigheid, de vaststelling en de bekendmaking van de digitale ruimtelijke informatie. De meest relevante standaard van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012 wordt hieronder kort toegelicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. De toelichting maakt immers geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel dient het bestemmingsplan van een toelichting vergezeld te gaan.
Het bestemmingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografisch bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem en die te raadplegen zijn via een interface, zoals een website. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels.
25.2
Planopzet
Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de regels en bijbehorend GML-bestand waarin de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat. Het .GML-bestand en de regels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. Uitgangspunt is om aan gronden in het plangebied een passende bestemming toe te kennen. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. Bij de keuze voor een bepaalde bestemming is de (gewenste) hoofdfunctie bepalend. Afhankelijk van de ruimtelijke relevantie en/of de mate waarin de betreffende functie invloed heeft op de omgeving of daaraan eisen stelt, bijvoorbeeld ruimtelijke uitstralingseffecten in de zin van verkeersaantrekkende werking, benodigde parkeervoorzieningen, ruimtebeslag, situeringskenmerken en milieuhinder, wordt gekozen voor een (gespecificeerde) bestemming met eigen planregels (bouw- en gebruiksregels). Binnen de hoofdgroepen van bestemmingen kan worden gekozen voor een verbijzondering van de bestemming met een zelfstandig pakket van planregels, waarin tevens ondergeschikte functies in de bestemmingsomschrijving kunnen worden opgenomen.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
63
Binnen veel hoofdgroepen van bestemmingen komen ondergeschikte functies voor, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en nutsvoorzieningen. Deze functies kunnen worden opgenomen binnen de bestemmingsomschrijving. Voor bijzondere ondergeschikte functies, die niet onder de algemene bestemmingsomschrijving vallen en niet conflicteren met de bestemming, wordt gekozen voor een afzonderlijke functieaanduiding. In het navolgende worden de regels per hoofdstuk toegelicht. 25.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. 25.2.1.1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van de in de regels gebruikte begrippen, waarmee een eenduidige interpretatie van deze begrippen is vastgelegd. 25.2.1.2 Wijze van meten In artikel 2 wordt aangegeven op welke wijze gemeten moet worden bij het beoordelen of de maatvoering in overeenstemming is met de regels. Ook hier is aansluiting gezocht bij de standaard (meet)regels uit de SVBP 2012. Onderstaand is een voorbeeld opgenomen m.b.t. de interpretatie van de goot- en bouwhoogte van een gebouw.
Voor de bepaling van de goothoogte van een gebouw wordt, indien er sprake is van een lage en hoge druiplijn, uitgegaan van de onderste druiplijn voor het bepalen van de ‘goothoogte’ en bij een platdak is deze 'goothoogte' tevens de 'bouwhoogte' (zie voorbeeld C). De bovenste druiplijn wordt aangemerkt als de ‘bouwhoogte’ (zie voorbeelden D en G). Met deze interpretatie wordt aangesloten bij jurisprudentie hieromtrent van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State. 25.2.2 Bestemmingsregels In het plan zijn de volgende bestemmingen opgenomen: 25.2.2.1 Recreatie - Verblijfsrecreatie De bestemming 'Gemengd" en Verkeer-Verblijfsgebied vervallen en wijzigen in de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
64
25.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze gelden voor het gehele plangebied. 25.2.3.1 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel is opgenomen om ervoor te zorgen dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing wordt gelaten. 25.2.3.2
Algemene bouwregels
De algemene bouwregels zijn van toepassing op het als 'karakteristiek' aangewezen gebouw. Het is de bedoeling de verschijningsvorm van dit gebouw zoveel mogelijk veilig te stellen. Ook wordt in dt artikel het ondergronds bouwen geregeld. 25.2.3.3 Algemene gebruiksregels Dit artikel regelt enkele aspecten met betrekking tot het gebruik van gronden. 25.2.3.4 Algemene aanduidingsregels Dit artikel regelt enkele aspecten met betrekking tot de gebruikte aanduidingen. 25.2.3.5 Algemene afwijkingsregels Door middel van de algemene afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bestemmingsplanregels voor onder andere geringe overschrijding van bepaalde bouwregels, alsmede voor kunstobjecten, bouwwerken van openbaar nut, telecommunicatievoorzieningen enzovoort. Deze bevoegdheid vergroot de flexibiliteit van het plan. 25.2.3.6 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is opgenomen aan welke voorwaarden moet worden voldaan ingeval gebruik gemaakt wordt van de wijzigingsmogelijkheden. 25.2.3.7 Algemene procedureregels In dit artikel is de procedure beschreven die gevolgd moet worden bij een uitwerking of wijziging van het plan, dan wel het stellen van nadere eisen. 25.2.4 Overgangs- en slotregels Hoofdstuk 4 bevat regels omtrent overgangsrecht en de slotregel. Deze gelden voor het hele plangebied.
25.2.4.1 Overgangsrecht Dit artikel regelt ten aanzien van gebouwen en van gebruik dat bestaande gebouwen of bestaand gebruik dat afwijkt van het plan, onder voorwaarden mag worden voortgezet. 25.2.4.2 Slotregel In dit artikel staat de naam van het bestemmingsplan.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
65
25.3
Handhaving van het plan
Het ontwikkelen van beleid en de vertaling hiervan in een bestemmingsplan heeft weinig zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan de regels van het plan niet gehandhaafd (kunnen) worden. Daarom is het belangrijk al tijdens het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de opgestelde regels. Hierbij is een aantal punten in het bijzonder van belang: 1. Voldoende kenbaarheid van en draagvlak voor het bestemmingsplan Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden, indien het beleid en de regeling in grote kring ondersteund wordt door de gebruikers van het bestemmingsplan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is om die reden wenselijk. Uiteraard zal niet iedereen zich kunnen vinden in elk onderdeel van het plan. 2. Realistische en inzichtelijke regeling Een juridische regeling dient inzichtelijk en realistisch te zijn. Dat wil zeggen, dat het plan niet onnodig beperkend of inflexibel dient te zijn. De regels dienen niet meer, maar ook niet minder te regelen dan noodzakelijk is. 3. Actief handhavingsbeleid Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle op de feitelijke situatie in het plangebied.
Indien de regels worden overtreden moeten adequate maatregelen worden getroffen. Indien dit wordt nagelaten ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid.
25.4
Retrospectieve toets
25.4.1 Algemeen Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Deze situatie kan gaandeweg de planperiode wijzigen, bijvoorbeeld door veranderd stedenbouwkundig inzicht, functiewijziging en/of veranderingen in gebruik. Ook ruimtelijke ontwikkelingen en vernieuwing van onder andere ruimtelijk, economisch, verkeerskundig en milieubeleid dragen bij aan de veroudering van geldende bestemmingsplannen. Om recht te doen aan een goede ruimtelijke ordening binnen het plangebied wordt daarom aangegeven in welke situaties de bestemming wordt gekozen gelijk aan de oude bestemming (na strijdige situatie te hebben gewraakt) en in welke situaties een nieuwe bestemming wordt gegeven (positief bestemmen), waarmee de strijdige situatie wordt gelegaliseerd. Daarnaast wordt, indien van toepassing, aangegeven wanneer een strijdige situatie onder het overgangsrecht wordt gebracht. 25.4.2 Retrospectieve toets ten behoeve van dit plan Er worden in dit geval geen met het geldende bestemmingsplan strijdige situaties gelegaliseerd en evenmin worden er zaken onder het overgangsrecht gebracht.
Voor al de gevallen geldt dat voor de betreffende locaties een toegesneden bestemming wordt toegekend met het oog op de reeds bestaande dan wel gewenste toekomstig situatie, die uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar wordt geacht.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
66
Hoofdstuk 26
26.1
Uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat hier om particuliere initiatieven, waarbij verschillende partijen zijn betrokken. Veelal zijn met de initiatiefnemers realisatieovereenkomsten gesloten voor de tegemoetkoming in de schade, zoals bedoeld in de artikelen 6.1 tot 6.3 van de Wet ruimtelijke ordening. De kosten voor de planprocedure en de uitvoering van het bestemmingsplan komen voor rekening van de initiatiefnemers. Voor het gemeentebestuur staat vast dat dit plan ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
26.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
26.2.1 Vooraankondiging / inspraak Op 20 december 2022 heeft de formele vooraankondiging van deze planherziening plaats gevonden via de rubriek Aalten-Actueel in het Aaltens Nieuws en De Band. 26.2.2 Vooroverleg We hebben op 16 december 2022 een reactie ontvangen van de provincie dat er geen aanleiding is het plan in het kader van het vooroverleg voor te leggen aan de Provincie Gelderland. Het plangebied raakt geen provinciale belangen volgens de omgevingsverordening. Daarmee vormen de Omgevingsvisie en -verordening geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan. We hebben op 4 januari 2023 een reactie ontvangen van het waterschap Rijn en IJssel in het kader van het vooroverleg van dit plan. Het waterschap vraagt aandacht voor: het infiltreren of vertraagd afvoeren van hemelwater bij nieuwbouw locaties en specifieke aandacht voor de Anholtseweg in verband met wateroverlast bij intensievere lange extreme buien blijkend uit de stresstest; persleiding met de daarbij behorende zgn. belangenstrook. Deze opmerkingen zijn als volgt verwerkt in het bestemmingsplan: Bij nieuwbouw locaties houden wij de normering van het waterschap aan. Dit is waar relevant per locatie in de toelichting benoemd; Dit van toepassing ter plaatse van de Anholtesweg 49. Hier is een dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen;
26.3
Procedure
26.3.1 Ontwerpfase Het ontwerp van het bestemmingsplan wordt met ingang van pm. gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan een ieder gedurende de terinzagetermijn op het bestemmingsplan reageren en een zienswijze inbrengen.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
67
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
68