Kern Dinxperlo, herziening 2023_Regels.pdf
Tekst van het document
Regels
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
3
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
4
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
7 7 14
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsvoorziening Bedrijventerrein Centrum - Kernwinkelgebied Groen Tuin Verkeer - Verblijfsgebied Wonen Wonen - Gestapeld Leiding - Riool Waarde - Archeologie dorpskern 1850 Waarde - Archeologie gematigd Waarde - Archeologie hoog Waarde - Archeologie laag Waarde - Boom Waarde - Karakteristiek gebouw
15 15 16 20 23 24 26 27 31 33 34 37 40 43 46 47
Hoofdstuk 3 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Parkeren Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
49 49 50 52 54 55 57
Hoofdstuk 4 Artikel 24 Artikel 25
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
59 59 60
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
5
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
6
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan 'Kern Dinxperlo, herziening 2023' van de gemeente Aalten. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML bestand NL.IMRO.0197.BP00115-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan-huis-gebonden-beroep het door de gebruik((st)er van de woning uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk (niet zijnde detailhandel), maatschappelijk, juridisch, administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning met daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.6 aan-huis-gebonden-bedrijf het door de gebruik(st)er van de woning beroepsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie behouden blijft.
1.7 ambachtelijk bedrijf een bedrijf, gericht op het uitoefenen van een ambacht, zijnde het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen van goederen en het installeren van goederen. 1.8 archeologisch deskundige de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van Burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.9 archeologisch onderzoek onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.10 archeologische waarden de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
7
1.11 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel, bouwvlak of aanduidingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.13 bed & breakfast het aanbieden van recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt gericht op kortdurend verblijf. 1.14 bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.15 Besluit externe veiligheid inrichtingen besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer; 1.16 bestaand a. bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of krachtens deze wetten gegeven voorschriften; b. bij gebruik: gebruik dat op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan, voor zover betrekking hebbend op het desbetreffende gebruik, bestond.
1.17 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. 1.18 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk, met een dak. 1.19 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.20 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.21 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en zolder.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
8
1.22 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.24 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.26 bouwwijze de wijze van bouwen van een hoofdgebouw, waarbij: a. onder aaneengebouwd wordt verstaan een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee woningen en/of andere functies, waarvan het hoofdgebouw aan het op het aangrenzende bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd; b. onder twee-aaneen wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van maximaal twee direct aaneengebouwde hoofdgebouwen (twee-onder-één-kap); c. onder vrijstaand wordt verstaan een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen hoofdgebouw is aangebouwd; d. onder gestapeld worden appartementen binnen één gebouw verstaan. 1.27 coffeeshop horecagelegenheid waar handel in en gebruik van softdrugs plaatsvindt.
1.28 cultuur en ontspanning een atelier, bioscoop, creativiteitscentrum, dansschool, museum, muziekschool, muziektheater of theater. 1.29 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.30 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.31 daknok hoogste punt van een schuin dak. 1.32 dakvoet laagste punt van een schuin dak.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
9
1.33 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.34 dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.35 discotheek, bar-dancing, nachtclub een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het gelegenheid bieden voor dansen al dan niet in combinatie van het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse. 1.36 escortbedrijf een natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.37 evenementen een tijdelijke activiteit in de open lucht -al dan niet in tijdelijke tenten en/of paviljoens en/of daarmee vergelijkbare onderkomens-, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek ten behoeve van informerende, educatieve, vermaak, culturele, sport en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.38 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.39 geluidsgevoelige gebouwen en terreinen gebouwen welke gebruikt worden voor bewoning of daartoe bestemd zijn danwel andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen als bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder. 1.40 glastuinbouw niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het telen van gewassen, waarbij de productie (nagenoeg) volledig plaatsvindt in kassen. 1.41 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.42 horecabedrijf een bedrijf, gericht op het verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bieden van nachtverblijf. 1.43 horecacategorie horecabedrijven zijn in drie categorieën te onderscheiden: 1. horecacategorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen en waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken wordt verstrekt en waarvan de exploitatie onder omstandigheden een aantasting van het woon- en leefklimaat met zich mee kan brengen, zoals: broodjeszaken, cafetaria's, ijssalons, eethuisjes, lunchrooms, automatiek,
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
10
afhaalhoreca. 2. horecacategorie 2: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans geen aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt, zoals: café, bars, restaurants, hotels, pensions, bodega's; 3. horecacategorie 3: vormen van horeca-activiteiten met zaalaccommodatie; 4. horecacategorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie een aantasting van het woon- en leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals: dancings, discotheken en nachtclubs. 1.44 hotel, pension een bedrijf dat in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf. 1.45 kantoor een verblijfsruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard zonder baliefunctie. 1.46 kantoor- en praktijkruimte een ruimte waarvan de aard en indeling zijn afgestemd op de uitoefening van administratieve, medische, paramedische, sociaal-wetenschappelijke en andere hiermede vergelijkbare beroepen. 1.47 kelder een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,0 m boven peil is gelegen.
1.48 maatschappelijke voorzieningen educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, gezondheids-, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening. 1.49 niet-zelfstandig kantoor een onderdeel van een bedrijf, dat andere bedrijfsactiviteiten als inkomstenbron heeft en waarvoor het kantoor uitsluitend een ondersteunende functie heeft. 1.50 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.51 ondersteunende horeca een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren. 1.52 open erf het deel van een bouwperceel, waarvoor geen bouwvlak is aangegeven, alsmede gronden binnen een bouwvlak die onbebouwd blijven. 1.53 overkapping een voor mensen toegankelijke, overdekte en met maximaal 2 wanden omsloten ruimte.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
11
1.54 peil het aansluitend afgewerkte terrein, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende, ophogingen of verdiepingen aan de voet van het bouwwerk, anders dan noodzakelijk voor de bouw daarvan, buiten beschouwing blijven. 1.55 perceelsgrens de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut. 1.56 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.57 seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden en waaronder in elk geval wordt verstaan een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.58 sekswinkel een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht. 1.59 slopen geheel of gedeeltelijk afbreken. 1.60 smartshop een ruimte waarin detailhandel plaatsvindt in psychotrope stoffen.
1.61 volumineuze detailhandel detailhandel die vanwege de omvang van de te koop aangeboden goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling ervan, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, landbouwmachines en - werktuigen, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede de verkoop van bouw- en doe-het-zelf producten, meubels, artikelen ten behoeve van de woninginrichting en daarmee samenhangende artikelen en een tuincentrum. 1.62 voorgevel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw, indien een gebouw met meerdere gevels naar de weg is toegekeerd wordt de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een hoofdgebouw aangemerkt als voorgevel. 1.63 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.64 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie).
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
12
1.65 zaalaccommodatie het beschikbaar stellen van accommodatie ten behoeve van congres, studie, vergadering, feesten, partijen e.d. waarbij het verstrekken van dranken en/of etenswaren daaraan ondergeschikt is. 1.66 zijerf erf grenzend aan de naar de openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant van de woning en dat ligt buiten het bouwvlak.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
13
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Meetwijze Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.1.2 de dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.1.3 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.1.4 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.1.5 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.1.6 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
14
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf - Nutsvoorziening
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor op het openbaar net aangesloten nutsvoorzieningen, zoals transformatoren, gasvoorzieningen, antennemasten en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen, met bijbehorende erven, terreinen en beplanting. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 3.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. nutsgebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 3.2.2 Nutsgebouwen Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub a genoemde gebouwen, gelden de volgende bepalingen: a. een nutsgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' de aangegeven bouwhoogte als maximum geldt. 3.2.3 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 3.2.1 sub b genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 2,5 m. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
15
Artikel 4
Bedrijventerrein
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven, met inachtneming van het volgende: ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' zijn uitsluitend bedrijven uit categorie 1, 2, 3.1 en 3.2 van als opgenomen in Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. kantoren; c. detailhandel; met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, erven, terreinen, beplanting, parkeer- en nutsvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding en met inachtneming van het bepaalde in 4.4. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 4.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 4.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 4.2.1 sub a genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. voor zover een aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' is opgenomen, mag het bebouwingspercentage van het bouwperceel niet meer bedragen dan ter plaatse van die aanduiding is aangegeven; d. de afstand van gebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 5 m bedragen; e. overschrijding van de op grond van sub b maximaal toegestane bouwhoogte is toegestaan voor bedrijfsinstallaties, voorzover de overschrijding van de maximale bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 m; 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 4.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de bepalingen dat a.
bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; 4.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 4.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag buiten het bouwvlak niet meer bedragen dan 2 m; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer bedragen Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
16
dan 4 m; c. de hoogte van vlaggenmasten en reclame-uitingen en/of -zuilen mag niet meer dan 10 m bedragen; d. de hoogte van lichtmasten mag niet meer dan 15 m bedragen; e. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen. 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Omgevingsvergunning afstand tot de zijdelingse perceelsgrens Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 4.2.2 teneinde bouwen tot in de zijdelingse perceelsgrens toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van belangen van derden; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving; c. de bereikbaarheid in het geval van calamiteiten dient te zijn gewaarborgd; d. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse; e. de verkeers- en parkeerdruk voor de omgeving mag niet onevenredig toenemen. 4.3.2 Omgevingsvergunning bebouwingspercentage Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 4.2.2 teneinde het maximaal toegestane bebouwingspercentage te verhogen tot maximaal 90, mits voldaan wordt aan het volgende: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van belangen van derden; b. de bereikbaarheid in het geval van calamiteiten dient te zijn gewaarborgd; c. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse; d. de verkeers- en parkeerdruk voor de omgeving mag niet onevenredig toenemen.
4.3.3 Omgevingsvergunning bouwhoogte bedrijfsinstallaties Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 4.2.2 teneinde de bouwhoogte van een gebouw met maximaal 5 m te kunnen verhogen voor bedrijfsinstallaties, mits voldaan wordt aan het volgende: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van belangen van derden; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. 4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Nadere detaillering verboden gebruik: detailhandel Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 wordt in ieder geval begrepen een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van: a. detailhandel, als ondergeschikte nevenactiviteit van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel en lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen; 4.4.2 Nadere detaillering gebruik: kantoren Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1 wordt in ieder geval begrepen een gebruik van gronden en bouwwerken voor kantoren, met uitzondering van:
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
17
a. niet-zelfstandige kantoren. 4.4.3 Nadere detaillering verboden gebruik: inrit en uitrit Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer uitgesloten - inrit en uitrit' is het verboden om de gronden voor een in-/uitrit te gebruiken. 4.4.4 Nadere detaillering ten aanzien van hemelwaterinfiltratie Het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van het in artikel 4.1 toegelaten gebruik is -met het oog op de waterhuishouding en het voorkomen van wateroverlast- slechts toegestaan indien op dit terrein zodanige maatregelen zijn genomen dat aan de normen en uitgangspunten van het waterschap Rijn en IJssel wordt voldaan. Het hemelwater dient geïnfiltreerd te worden op eigen terrein, conform een door de gemeente goed te keuren infiltratieplan, op basis van de volgende uitgangspunten: a. per vierkante meter verhard oppervlak dient minimaal 80 mm hemelwater geïnfiltreerd te worden op eigen terrein; b.
overtollig hemelwater mag bovengronds worden geloosd op de openbare weg; 4.4.5 Nadere detaillering verboden gebruik: geluidzoneringsplichtige inrichtingen Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1, worden in ieder geval begrepen: geluidzoneringsplichtige inrichtingen, zijnde inrichtingen waarbij in een bestemmingsplan, op basis van de Wet geluidhinder en krachtens deze wet vastgestelde voorschriften, rondom het terrein van vestiging een geluidzone moet worden vastgesteld, ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2', een en ander met uitzondering van bestaande geluidzoneringsplichtige inrichtingen. 4.4.6 Nadere detaillering verboden gebruik: opslag in open lucht Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 4.1, wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van de gronden, gelegen vóór de voorgevel van het bedrijfsgebouw en/of buiten het bouwvlak, voor opslag van materialen en goederen in de open lucht met een grotere hoogte dan 2 m; b. een gebruik van de gronden als opslagplaats van goederen en materialen met een grotere hoogte dan 5 m. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Omgevingsvergunning toestaan vergelijkbare bedrijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 4.1 voor het toestaan van bedrijven die niet zijn opgenomen in de als bijlage toegevoegde Staat van bedrijfsactiviteiten en deze bedrijven naar aard en milieubelasting en ruimtelijke impact (verkeersaantrekkende werking, ruimtebeslag, aantal arbeidsplaatsen e.d.) vergelijkbaar zijn met de toegestane bedrijven, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan; b. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken plaats. 4.5.2 Omgevingsvergunning zelfstandige kantoor Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het gestelde in 4.4.2 teneinde binnen deze bestemming één zelfstandig kantoor toe te staan, mits voldaan wordt aan het volgende:
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
18
a. op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. de vloeroppervlakte van de kantoorfunctie mag niet meer bedragen dan 1200 m². 4.5.3 Omgevingsvergunning volumineuze detailhandel Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.1 teneinde detailhandel in volumineuze goederen met een minimale vloeroppervlakte van 1500 m², alsmede ondergeschikte verkoop van nevenproducten tot maximaal 10 % van het verkoopvloeroppervlak, toe te staan, mits wordt voldaan aan het volgende: a. uit onderzoek dient te blijken dat het vanwege ruimtebeslag of verkeersoverlast onmogelijk of ongewenst is de desbetreffende vestiging ruimtelijk in te passen in bestaande winkelgebieden; b. de verkeers- en parkeerdruk voor de omgeving mag niet onevenredig toenemen, in verband met het voorgaande geldt dat op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; c. een onevenredige toename van de aantasting van het woon- en leefklimaat is niet toegestaan; d. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken plaats.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
19
Artikel 5
Centrum - Kernwinkelgebied
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum - Kernwinkelgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ambachtelijke bedrijven, met inachtneming van het volgende; 1. uitsluitend ambachtelijke bedrijven uit categorie 1 of 2 van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan, alsmede de bedrijven die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpplan aanwezig zijn; b. cultuur en ontspanning; c. dienstverlening; d. hotel- en pensionaccommodaties, alsmede bed & breakfast; e. horeca, met inachtneming van het volgende; 1. binnen deze bestemming zijn uitsluitend horecabedrijven uit horecacategorie 1 en 2 toegestaan; f. kantoor; g. maatschappelijke voorzieningen; h. woningen, met dien verstande dat: 1. woningen uitsluitend zijn toegestaan op de verdieping(en) boven de begane grondbouwlaag, met dien verstande dat bestaande woningen op de begane grond zijn toegestaan; 2. wonen uitsluitend is toegestaan binnen het bouwvlak; 3. het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; i.
het gebruik van een gedeelte van de woning en bij de woning behorende bouwwerken ten behoeve van een kantoor- en praktijkruimte is toegestaan, met dien verstande dat het gebruikte oppervlak niet meer dan 50 m² mag bedragen; j. parkeervoorzieningen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals tuinen, erven, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, paden e.d. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 5.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; 2. het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub a genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b. het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven;
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
20
c. het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' mag, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)', 100 bedragen. d. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. de gevelbreedte van het hoofdgebouw mag aan de wegzijde niet meer bedragen dan 20 m; f. de inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³. 5.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - achtererf'; b. het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding achtererf' mag, tenzij anders aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)', per bouwperceel niet meer bedragen dan 70; c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan de hoogte van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 6 m bedragen; e. in afwijking van het voorgaande geldt dat de bouwhoogte van een overkapping niet meer dan 5 m mag bedragen.
5.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 5.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen, mits deze op minimaal 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Overschrijding bouwgrens Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 5.2.2 voor het overschrijden van de bouwgrenzen door een hoofdgebouw tot maximaal 3 m, waarbij de goot- en bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de in het bouwvlak opgenomen 'maximale goot- en bouwhoogte'; mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
21
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 5.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding achtererf' voor een zelfstandige centrumfunctie; b. een asielzoekerscentrum, crematorium, opvang van dieren, justitiële inrichting of militaire zaken.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
22
Artikel 6
Groen
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen en bermen; b. voet- en fietspaden; c. in- en uitritten; d. sport- en speelvoorzieningen; e. voorzieningen voor de waterhuishouding; met bijbehorende voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 6.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van toestellen voor sport en spel en beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen mag niet meer dan 4 m bedragen; b. de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 10 m bedragen c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.4
Wijzigingsbevoegdheid
6.4.1 Wijzigingsbevoegdheid 'Tuin' en/of 'Wonen' Het bevoegd gezag kan de gronden binnen deze bestemming wijzigen in de bestemming 'Tuin' en/of 'Wonen' in verband met de verkoop van gemeentegroen aan particulieren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
23
Artikel 7
Tuin
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven,met de daarbij horende in- en uitritten en paden, behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. aan de voorgevel van een woning gebouwde bijbehorende bouwwerken waarbij de naar de weg gekeerde bouwgrens overschreden wordt; b. bijbehorende bouwwerken, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; c. overkappingen; d. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bebouwing': e. is bebouwing niet toegestaan; 7.2.2 Aan de voorgevel gebouwde bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub a genoemde aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; b. de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning; c. de bebouwing mag niet hoger zijn dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,3 m; d. indien de bestaande diepte, breedte of hoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk meer bedraagt dan toegestaan op grond van sub a t/m c, dan geldt de bestaande diepte, breedte of hoogte als maximum. 7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; b.
de oppervlakte mag niet meer dan 36 m² bedragen; 7.2.4 Overkappingen Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub c genoemde overkappingen gelden de volgende bepalingen: a. overkappingen mogen tot maximaal 1,5 m voor (het verlengde van) de voorgevel worden gebouwd, met dien verstande dat overkappingen aan de voorgevel van het hoofdgebouw niet zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van de overkapping mag niet meer bedragen dan 3 m. 7.2.5 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 7.2.1 sub d genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 m bedragen;
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
24
b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 7.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. het behoud van bomen.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
25
Artikel 8
Verkeer - Verblijfsgebied
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met een ondergeschikte verkeersfunctie; b. voet- en fietspaden; c. bermen; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. voorzieningen voor de waterhuishouding; h. buis- en kabelverbindingen voor riolering, nutsbedrijven en overeenkomstige doeleinden; i. beeldende kunstwerken; met bijbehorende voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde worden gebouwd. 8.2.2 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 8.2.1 genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van beeldhouwwerken en daarmee gelijk te stellen kunstzinnige elementen mag niet meer dan 4 m bedragen; b. de hoogte van bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 10 m bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 8.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; f. het behoud van bomen. 8.4
Wijzigingsbevoegdheid
8.4.1 Wijzigingsbevoegdheid 'Tuin' en/of 'Wonen' Het bevoegd gezag kan de gronden binnen deze bestemming wijzigen in de bestemming 'Tuin' en/of 'Wonen' in verband met de verkoop van gemeentegroen aan particulieren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de belangen van derden mogen niet onevenredig worden geschaad.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
26
Artikel 9
Wonen
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; 2. het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. bed & breakfast; c. aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven, met inachtneming van het bepaalde in 9.5; met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen met inachtneming van de opgenomen aanduidingen: 1. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': halfvrijstaande woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand': vrijstaande woningen; 3. ter plaatse van de aanduiding 'aaneengebouwd': rijenwoningen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 9.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 9.2.1 sub a genoemde woningen (i.c. hoofdgebouwen) gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens dient als volgt te bedragen: 1. voor halfvrijstaande woningen aan één zijde minimaal 3 m; 2. voor vrijstaande woningen minimaal 3 m; 3. voor rijenwoningen aan de niet-aaneengebouwde zijde van de eindwoningen minimaal 2 m; c. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven; d. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan aangegeven. 9.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 9.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a.
een bijbehorend bouwwerk mag zowel binnen als buiten een bouwvlak worden gebouwd; b. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw, voor zover deze buiten een bouwvlak worden gebouwd, mag niet meer dan 100 m² bedragen; d. de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en buiten het bouwvlak
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
27
moeten voor tenminste 50% onbebouwd blijven; e. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3 m bedragen danwel de hoogte van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw plus 0,30 m wanneer het om aangebouwde bijbehorende bouwwerken gaat; f. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken binnen het bouwvlak mag maximaal 6 m bedragen; g. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag maximaal 5 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt voor zover het bijbehorend bouwwerk op een zijerf wordt gebouwd; h. in afwijking van het bepaalde in sub b geldt dat: 1. overkappingen tot maximaal 1,5 m vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de overkapping voorzover gelegen vóór de voorgevel van de woning niet meer mag bedragen dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; 2. vóór de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan zijn aangebouwde bijbehorende bouwwerken toegestaan mits: de diepte mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van de woning; de bebouwing mag niet hoger zijn dan de bovenkant van de vloer van de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw vermeerderd met 0,30 m; i.
in afwijking van het bepaalde in sub c mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten een bouwvlak: 1. maximaal 125 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 500 m² is 2. maximaal 150 m² bedragen mits het bouwperceel minimaal 1.000 m² is. j. in afwijking van het bepaalde in sub e, f en g mag de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken niet meer bedragen dan de maximale goot- en bouwhoogte van het hoofdgebouw. 9.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 9.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de voorgevel van de woning dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen, mits deze op minimaal 1 m achter de voorgevel van de woning c.q. het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 9.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
28
9.4
Afwijken van de bouwregels
9.4.1 Overschrijding bouwgrens en bouwen tot voorgevel Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 9.2.2 sub a voor het overschrijden van de bouwgrenzen door een hoofdgebouw tot maximaal 3 m; b. het bepaalde in lid 9.2.3 sub b en toestaan dat een bijbehorend bouwwerk tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd; c. het bepaalde in lid 9.2.2 sub b en toestaan dat een vrijstaande woning aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens wordt gebouwd; mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 9.5
Specifieke gebruiksregels
9.5.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 9.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, met uitzondering van: 1. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in producten die ter plaatse zijn vervaardigd, danwel direct verband houden met een aan huis gebonden beroep of bedrijf; 2. detailhandel voorzover toegestaan op grond van deze bestemming; c. opslag, anders dan ten behoeve van woondoeleinden. 9.5.2 Nadere detaillering toegestaan gebruik Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 9.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de begane grondbouwlaag van de gebouwen op het betreffende bouwperceel tot een maximum van 50 m² mag bedragen. In verband met het aan huis verbonden beroep of bedrijf geldt dat de parkeerdruk in de omgeving niet onevenredig mag toenemen.
9.5.3 Nadere detaillering toegestaan gebruik: bewoning bijbehorende bouwwerken Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend het gebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor (niet-zelfstandige) bewoning voor zover: a. de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op niet meer dan 15 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde daarvan; b. de bijbehorende bouwwerken zijn gelegen op meer dan 15 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw c.q. het verlengde en de woonfunctie slechts op de begane grond plaatsvindt.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
29
9.5.4 Bed & Breakfast Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 9.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten binnen het hoofdgebouw en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken voor een bed & breakfast, met dien verstande dat ten dienste van deze functie maximaal twee (slaap)kamers voor toeristisch-recreatief nachtverblijf mogen worden gebruikt.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
30
Artikel 10
Wonen - Gestapeld
10.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Gestapeld' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gestapelde woningen (appartementen), waarbij het aantal woningen niet meer mag bedragen dan: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; 2. het bestaande aantal woningen wanneer er geen aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven; b. aan-huis-gebonden-beroepen en/of -bedrijven; met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitingswegen, erven, terreinen, beplanting, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Toegestane bebouwing Op de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd: a. hoofdgebouwen; b. bijbehorende bouwwerken; c. bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde. 10.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van de in lid 10.1 sub a genoemde hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte en/ of bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. het bestaande aantal woningen mag niet worden vermeerderd, met dien verstande dat in afwijking van het voorgaande ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' geldt dat het aantal woningen niet meer mag bedragen dan aangegeven. 10.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van de in lid 10.2.1 sub b genoemde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen en buiten het bouwvlak, met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken niet vóór (het verlengde van) de naar de weg gekeerde gevels van het hoofdgebouw mogen worden gebouwd; b. de totale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het erf van het hoofdgebouw, voor zover gelegen buiten het bouwvlak, mag niet meer dan 50 m² bedragen, met dien verstande dat: 1.
het bebouwingspercentage van de gronden buiten het bouwvlak niet meer mag bedragen dan 50; c. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer dan 3 m bedragen; d. de bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag niet meer bedragen dan 6 m.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
31
10.2.4 Bouwwerk en, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van de in lid 10.2.1 sub c genoemde bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevels dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 m bedragen; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevels dan wel het verlengde daarvan mag niet meer dan 2 m bedragen, mits deze op minimaal 1 m achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden gebouwd; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen. 10.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; b. een goede woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de brandveiligheid; en f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Nadere detaillering verboden gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 10.1 wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; b. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van detailhandel zoals toegestaan op grond van deze regels. 10.4.2 Nadere detaillering toegestaan gebruik Tot een gebruik in overeenstemming met deze bestemming, zoals bedoeld in 10.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik van ruimten voor een aan-huis-gebonden-beroep en/of een aan-huis-gebonden-bedrijf, waarbij het gezamenlijke vloeroppervlak ten behoeve van het aan-huis-gebonden-beroep of aan-huis-gebonden-bedrijf niet meer dan 50% van de totale vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m² mag bedragen.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
32
Artikel 11
Leiding - Riool
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. het beheer van de rioolpersleiding; met bijbehorende bouwwerken, voorzieningen en (on)bebouwde gronden. 11.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.2.1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag op de in artikel 11.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; c. het indrijven van voorwerpen; d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen. e. het permanent opslaan van goederen. 11.2.2 Een omgevingsvergunning mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de ondergrondse leidingen en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
11.2.3 Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend dan nadat bevoegd gezag daarover een advies heeft ingewonnen van de beheerder van de ondergrondse leiding. 11.2.4 Een omgevingsvergunning is niet vereist voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, die behoren tot het normale onderhoud en beheer; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat moment geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
33
Artikel 12
Waarde - Archeologie dorpskern 1850
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie dorpskern 1850' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem met dien verstande dat de gronden tevens zijn bestemd voor de eveneens aangegeven overige bestemmingen. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op de in lid 12.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken voor zover deze zijn toegestaan voor de in lid 12.1 bedoelde, eveneens voor deze gronden aangegeven bestemmingen, met dien verstande dat ten aanzien van het oprichten van bebouwing tevens de volgende regels gelden: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 100 m² dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het te vergunnen bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 12.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.2.1 sub a, winnen zij advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 12.2.3 Uitzonderingen bouwregels Het bepaalde onder 12.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; of
Kern Dinxperlo, herziening 2023
NL.IMRO.0197.BP00115-ON01
concept
34
b. het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 100 m² wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders; of c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot. 12.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen te stellen ten aanzien van de situering en de afmetingen van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermenswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn er op gericht de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) te behouden. 12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Werken en werkzaamheden Onverminderd het in de Monumentenwet 1988 bepaalde is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m over meer dan 100 m²; b.
grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 100 m², waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingenvergunning is vereist; d. het slopen van funderingen: e. het verlagen van het waterpeil; f. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; g. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; h. het planten of rooien van bomen; i. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 12.4.2 Uitzonderingen Het onder 12.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; c.