Eindrapportage Zon van Land naar Dak Aalten.pdf
Tekst van het document
Eindrapportage Zon van Land naar Dak Aalten
Datum:
Juli 2022
Projectplan:
Documentnummer
Uitgebracht aan:
Gemeente Aalten Dhr. H. Eskes Hofstraat 8, 7121 DM Aalten
Opgesteld door:
LTO Noord Programma’s en Projecten Postbus 240 8000 AE Zwolle
Contactpersoon:
Rients Hijma rhijma@ltonoord.nl 088 888 66 77
1
Inhoudsopgave 2.
Vraagstelling ......................................................................................................................................................4 2.1 Vraagstelling .........................................................................................................................................4 2.2 Positieve ontwikkelingen ....................................................................................................................4 2.3 Strategische keuzes..............................................................................................................................4 2.4 Doelgroep..............................................................................................................................................4
3.
Aanpak ..................................................................................................................................................................5 3.1 Prioritering en keuzes ..........................................................................................................................5 3.2 Opzet .....................................................................................................................................................5 3.3 Organisatie ............................................................................................................................................5 3.4 Planning .................................................................................................................................................6
4.
Resultaat ..............................................................................................................................................................7 4.1 Projectresultaten ..................................................................................................................................7
Elektrificatie bedrijfsvoering ......................................................................................................... 14 4.2 Maatschappelijk effect ...................................................................................................................... 15 4.3 Omgevingsfactoren ............................................................................................................................ 15 4.4 Conclusies ........................................................................................................................................... 16
Energiemarkt en beleid ................................................................................................................. 18 Conclusie ....................................................................................................................................................... 20 5.
Projectbeheer.................................................................................................................................................. 21 5.1 Projectorganisatie .............................................................................................................................. 21
2
1.
Achtergrond
De energietransitie uit het Klimaatakkoord leidt tot grote opgaven voor duurzame energiewinning op land. Om aan die opgaven te kunnen voldoen, is het ontwerp Uitnodigingskader zon en wind opgesteld. Het Uitnodigingskader geeft aan waar, hoe en tot welke grootte er binnen de gemeente Aalten zonneen windenergie opgewekt kan worden. De gemeenteraad heeft op 12 juli het Uitnodigingskader vastgesteld. Tijdens die vergadering zijn ook drie amendementen, ingebracht door raadsfracties, aangenomen. Amendement 5.3 (CDA, CU, Gemeente Belangen en D66) geeft aan dat er een inventarisatie zon op daken moet worden uitgevoerd. Voor zover het agrarische daken betreft, geeft dit project invulling aan en een aanpak voor de inventarisatie van zon op agrarische daken. Op 23 oktober 2020 heeft LTO Noord een zienswijze ingediend met onze standpunten. De agrarische sectoren liggen op schema om de energiedoelstellingen voor te halen, op basis van vrijwilligheid. Daarmee heeft de sector eerder laten zien zelf aan de slag te willen met het verduurzamen van het energieverbruik en de overstap te maken naar netto leverancier van duurzame energie. Bestaande instrumenten waaronder de SDE++subsidie en de salderingsregeling stimuleren deze ontwikkeling.
De inzet van de agrarische sector is de komende jaren gericht op: - Maximaal benutten van alle agrarische daken voor de opwek van duurzame energie door toepassing van conventionele zonnepanelen, maar ook ultralichte panelen voor zwakke dakconstructies, al dan niet in combinatie met asbestsanering. Het is belangrijk dat in de gebieden constructief wordt gewerkt aan uitbreiding van de bestaande netcapaciteit. - Voorkomen van omzetting van vruchtbare agrarische gronden naar zonne-akkers. Deze ontwikkeling stuit op maatschappelijke weerstand, zorgt voor verlies van agrarische gronden die van belang zijn om een duurzame en robuuste sector te behouden en resulteert erin dat de kwaliteit van het landschap verslechtert. In de gebieden daar waar stimuleren van natuur het hoofddoel is, zouden zonne-akkers kunnen worden ingepast met omliggende dorpen en steden, veelal natuurgronden en natuurgebieden. - Daar waar voldoende draagvlak bestaat middels burgerparticipatie windturbines in het landelijk gebied inpassen. Hierbij wordt een schappelijke vergoeding voor de grondeigenaar en omliggende grondeigenaren vastgelegd. De grondeigenaren rond de turbine kunnen daarmee het eigen verbruik verduurzamen en de resterende productie aan burgers aanbieden.
- Het plaatsen van een boerderijmolen op elk agrarisch bouwblok, in de gebieden waar opstellingen van turbines niet mogelijk zijn, waarbij het veelal noodzakelijk is om het bestemmingsplan te wijzigen en een fysieke investeringsregeling in samenwerking met provincie/overheid open te stellen. - Via informatiefolders/projecten agrarische ondernemers stimuleren meer en verdergaande energiebesparing door te voeren. Eventueel in combinatie met investeringsregelingen. - Ontwikkelen van pilots om de opwek van duurzame productie geleidelijk op het net terug te leveren. Dit in plaats van vele maatschappelijke kosten te moeten maken om de netinfrastructuur op pieken van zoninstallaties aan te leggen.
3
2.
Vraagstelling
2.1
Vraagstelling
De vraagstelling luidt: wat is de totale potentie van energie-opwek op agrarische daken waarbij in ogenschouw wordt genomen dat de businesscase niet voor elke ondernemer attractief is en het stroomnetwerk in een aantal gebieden (gedurende enige tijd) beperkt transportvermogen heeft?
2.2
Positieve ontwikkelingen
Komende jaren zal de belasting Opslag Duurzame Energie (ODE- belasting) per kWh aangekochte en verbruikte energie toenemen. Aan te kopen stroom stijgt in kostprijs. Hierdoor zal het voordeel voor agrarische ondernemers stijgen om energie zelf op te wekken. Bij elke geproduceerde kWh duurzame energie die vervolgens zelf wordt gebruikt hoeft de ODE belasting niet worden betaald. Dit levert een stimulans op voor bedrijven om het eigen verbruik af te dekken. Deze ontwikkeling is positief voor bedrijven met een dak geschikt voor een kleinverbruikersinstallatie of de mogelijkheden missen voor een grootverbruikersinstallatie. De laatste jaren dalen de prijzen voor zonnepanelen op daken. De verwachting is dat de bijdrage van de SDE++ subsidie de komende jaren verder daalt en na 2024 mogelijk niet meer nodig is. Dit levert een stimulans op om zo snel mogelijk daken vol te leggen en netproblemen integraal aan te pakken in een gebied. Een kans om deze aanpak daarmee tot een succes te maken. Op dit moment is de SDE++ bijdrage een extra stimulans vanwege het reduceren van de terugverdientijd van de installatie naar 7-9 jaar gemiddeld. Tevens is er een investeringsregeling (ISDE) voor zonnedaken voor kleinverbruikers aansluitingen van maximaal 3x80A en >50.000 kWh. Publicatie van deze regeling is een extra stimulans voor ondernemers om realisatie mogelijk te maken.
2.3
Strategische keuzes
Alle bedrijven worden ingedeeld in een tweetal segmenten. Het eerste segment betreft het aantal bedrijven met een kleinverbruikersaansluiting die vanwege het totale dakoppervlak onvoldoende panelen kunnen aanbrengen om een grootverbruikersaansluiting goed te benutten. Dergelijke bedrijven kunnen jaarrond stappen van realisatie maken aangezien deze niet gebonden zijn aan een SDE++ openstelling. Dit betreft bedrijven met een dak op het zuiden en ongeveer 200-250 panelen. Afhankelijk van de situatie zijn er mogelijkheden voor wat meer panelen door vermogensregeling of over dimensionering. Het tweede segment bedrijven betreft bedrijven met een totaal dakoppervlak dat voldoende ruimte biedt om een grootverbruikersaansluiting te benutten in combinatie met het aanvragen van een SDE++ subsidie. Dit segment bedrijven kan een SDE++ installatie realiseren maar ook een salderingsinstallatie. Het realiseren van een SDE++ installatie is deels afhankelijk van de beschikbaarheid op het net. Het dak biedt ruimte voor minimaal 200-250 panelen. Hier ligt de focus op in het begin van de projectperiode om ervoor te zorgen dat er voldoende tijd is voor de subsidieaanvraag in de zomer.
2.4
Doelgroep
De agrarische bedrijven of daaraan gelieerde bedrijven met een schuur of staldak in het buitengebied van gemeente Aalten.
4
3.
Aanpak
3.1
Prioritering en keuzes
In dit project is primair gefocust op alle agrarische bedrijven in Aalten, dit betekent dat er niet is gekeken naar de grootte van de bedrijven of in welke tak van landbouw een bedrijf actief is. In welke mate heeft de projectdoelstelling al bijgedragen of zal die nog bijdragen aan het maatschappelijk effect en op basis van welke indicatoren is dat gemeten?
3.2
Opzet
Om in beeld te brengen wat de opwek potentie van zon op agrarische daken in de gemeente Aalten is moest eerst omvang van de agrarische sector in beeld worden gebracht. Door het achterhalen van alle adressen van agrarische ondernemers in de gemeente Aalten is dit in beeld gebracht. Deze gegevens zijn aangeleverd door de gemeente Aalten. Doordat de adressen van de ondernemers bekend waren kon er worden bepaald of een ondernemer geschikt is voor grootschalige opwek of kleinschalig. Hiermee wordt bedoeld of hij genoeg dakoppervlak heeft voor zonnepanelen in combinatie met een sde subsidie of dat het bedrijf geschikter is om voor eigen verbruik te gaan opwekken. Op deze manier wordt er ook onderscheid gemaakt voor de mogelijkheden in de gemeente Aalten. Van alle 282 agrarische bedrijven is een QuickScan gemaakt, hierin wordt voor de ondernemer kort weergegeven wat de hoeveel zonnepanelen erop hun dak kunnen, wat dit gaat kosten en wat het rendement van deze investering is. Dit geeft de ondernemers een kort overzicht van de mogelijkheden. Het is natuurlijk de bedoeling om deze QuickScan naar zoveel mogelijk ondernemers te versturen. Hiervoor zijn contact gegevens nodig. Van de 100 LTO Noord leden in de gemeente zijn contactgegevens bekend, met deze ondernemers kon dus makkelijk contact worden gelegd en via email de QuickScan worden gestuurd.
De overige ondernemers konden bereikt worden omdat hun contactgegevens op het internet te vinden waren. De groep ondernemers die echt veel potentie hebben is voor contactgegevens nog navraag gedaan bij de gemeente, deze heeft van een aantal ondernemers nog de contactgegevens aangeleverd. Er is geprobeerd om met zoveel mogelijk ondernemers in contact te komen om over het project te vertellen en om de QuickScan te sturen. Tegelijkertijd met maken van de Quickscans is er onderzoek gedaan naar de netcapaciteit. Hiervoor is navraag gedaan bij netbeheerder Liander. Door ook een stakeholder/netwerk analyse te doen wordt duidelijk welke partijen er aanwezig zijn in het gebied en op welke manier er met deze partijen samengewerkt kan worden om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk agrarische daken in 2030 zijn vol gelegd met zonnepanelen. Op basis van de informatie verzameld en de berekening van de potentie van zon op agrarische daken is de routekaart opgesteld. Hierin wordt weergegeven welke stappen er nodig zijn om alle agrarische daken voor 2030 te voorzien van zonnepanelen.
3.3
Organisatie
LTO Noord zal in dit project optreden als opdrachtnemer en daarbij de algemene projectleiding verzorgen. In het voortraject van de informatievoorziening zal één projectadviseur van LTO Noord vereniging worden betrokken die heeft gewerkt aan de totstandkoming van dit project. De rol van de projectadviseurs betreft het monitoren van de voortgang en uitvoering in samenwerking met de projectleider.
5
Daaropvolgend zal onder leiding van de projectleider van LTO Noord (Wouter Veefkind) met een klein vakkundig team aan de slag gaan (o.a. door inzet van Gert-Jan Van Essen, Brecht Caspers, Joelle de Pee en Klaas Hielke Dijkgraaf) om de communicatie in gang te zetten, Quick Scans op te stellen en ondernemers te spreken over de uitkomsten van de Quick Scan. Tevens wordt met dit team de uitwerking van Quick Scan tot bedrijfsmaatwerk scan gedaan. Van de gemeenten wordt gevraagd alle contactgegevens voor post van agrariërs in de eigen gemeente te inventariseren, als aanvulling op de bestaande gegevens vanuit de database van LTO Noord. De communicatie uitingen, vastgesteld tijdens project overleggen worden, met vermelding van LTO Noord, naar de ondernemers verstuurd.
3.4
Planning
Bovenstaande planning is vooraf opgesteld en goedgekeurd. Tijdens de uitvoering van het project is aan het begin gefocust op het inventarisatie van agrarische daken, de potentie van zon op dak en het communiceren van de QuickScan, deze activiteiten zijn ook in deze volgorde uitgevoerd. De uitvoering van de andere activiteiten is niet zo strikt uitgevoerd als vooraf bedacht, dit kwam doordat de realiteit de planning van het project inhaalde. Bijvoorbeeld de inventarisatie van het stroomnetwerk. Ook is begin dit nog veel contact geweest met ondernemers om de quickscan te communiceren of hen te informeren over dit project. Dit kwam omdat de gemeente Aalten nog met een lijst kwam met contactgegevens.
6
4.
Resultaat
4.1
Projectresultaten
Routekaart/plan voor gemeente Aalten om alle agrarische daken voor 2030 te voorzien van zonnepanelen, aan te sluiten op het net door het in beeld brengen van noodzakelijke aanpassingen waaronder financiering, netaansluiting en investeringsbesluit van de ondernemer. •
Inventarisatie van alle bestaande agrarische daken in gemeente Aalten
Alle bestaande agrarische daken in de gemeente Aalten zijn in beeld gebracht. Dit is gedaan op basis van ledengegevens van LTO Noord en de gemeente Aalten heeft een lijst gestuurd met alle agrarische bedrijven in de gemeente. Dit aangevuld met de daken van agrarische gelieerde bedrijven zijn er in de gemeente Aalten in totaal 282 agrarische daken geïnventariseerd. •
Inventarisatie van de potentie van alle agrarische daken om zonnepanelen op te monteren, gesplitst in mogelijkheden voor grootverbruik aansluiting en daar waar niet mogelijk een kleinverbruik aansluiting.
Alle 282 agrarische daken in de gemeente Aalten zijn geanalyseerd. Zo is bekeken, op basis van openbaar beschikbare informatie hoeveel ondernemers al zonnepanelen hebben en hoeveel nog niet. Uit de inventarisatie is gebleken dat 63 ondernemers al panelen hebben waarvan 36 het dak al helemaal vol ligt, bij de andere 27 ondernemers is er op het dak nog ruimte voor meer panelen. Dit betekent dat 219 agrarische ondernemers in de gemeente Aalten nog geen zonnepanelen op hun daken hebben liggen. Uit onderzoek blijkt dat van deze 219 ondernemers er 153 potentieel geschikt zijn voor grootverbruik. Deze ondernemers zijn geschikt voor grootverbruik omdat er meer dan 300 zonnepanelen op hun dak kunnen. In een aantal gevallen zijn de netkosten van het verzwaren van een aansluiting voor een ondernemers zo hoog dat het financieel interessanter is om kleinverbruiker te blijven en gebruik te maken van de salderingsregeling. Dit geldt in totaal voor 27 ondernemers. Deze 27 ondernemers hebben een grootverbruik quickscan gekregen maar ook een kleinverbruik voorbeeld berekening. De resterende 66 ondernemers hebben niet genoeg dakoppervlakte voor een grootverbruik aansluiting. Dit betekent dat het voor deze ondernemers niet rendabel is om grootschalig duurzame energie op te wekken.
Wat dan wel mogelijk is, is het opwekken van het eigen verbruik of eventueel iets meer als daar genoeg dakoppervlakte voor is.
7
Agrarische ondernemers Aalten 282
300 250 200
153
150 100
66
50 0
27
Totaal gemaakte agrarische quickscans ondernemers
GV scan niet geschikt maar voor GV geschikter voor KV
63 27
heeft al panelen
36
heeft al totaal heeft panelen, niet al panelen geschikt voor GV
Nadat in beeld was wat de mogelijkheden voor de grootverbruik aansluiting waren en de mogelijkheden voor kleinverbruik kon worden geïnventariseerd hoeveel TWh er door middel van zon op agrarische daken in de gemeente Aalten kan worden opgewekt. De 63 ondernemers die op dit moment al zonnepanelen hebben wekken in totaal ongeveer 0.012 TWh per jaar op. Een flink aantal ondernemers hebben telefonisch of per mail doorgegeven dat zij al zonnepanelen en al zoveel kWh opwekken. De rest van de ondernemers is actief benaderd om gegevens op te vragen of is door het dakoppervlak bedekt met zonnepanelen te berekenen het aantal kWh opwek berekend.
•
Opgestelde QuickScan per agrarisch locatie, gecommuniceerd met de agrarische ondernemers in de gemeente Aalten
Voor de agrarische ondernemers die genoeg dakoppervlakte hebben voor grootschalige opwek door middel van zonnepanelen is een quickscan gemaakt. In deze quickscan is op 1 A4 weergegeven wat de mogelijkheden voor grootschalig zon op dak zijn. Zo wordt aangegeven hoeveel kWh er kan worden opgewekt, de investeringskosten, de terugverdientijd en het rendement op de investering. Op deze manier hebben de agrarische ondernemers een kort maar toch zeer duidelijk beeld over de kansen voor grootschalig zon op dak. Voor de ondernemers die niet genoeg dakoppervlakte hebben voor grootschalig zon op dak is een voorbeeldberekening gemaakt. In deze voorbeeld berekening worden 2 scenario’s voor de opwek van het eigen stroom verbruik weergegeven. Hierbij wordt ook informatie verstrekt over kosten en rendementen. Van de 282 agrarische ondernemers in Aalten zijn 102 ondernemers LTO Noord lid, hierdoor zijn van deze ondernemers de contactgegevens bekend. Het was daarom vrij eenvoudig om deze ondernemers te informeren over het project en de quickscan/voorbeeld berekening op te sturen. Om toch alle ondernemers in dit project te informeren is er een brief met informatie over dit project gestuurd naar alle agrarische ondernemers in Aalten.
Hierin is beschreven waar het project over gaat, wat LTO Noord voor hen kan betekenen en als ze interesse hebben in een quickscan ze zich dan bij LTO Noord moeten melden. Een flink aantal ondernemers hebben hier gehoor aangegeven. Op deze manier kon ook die ondernemers geïnformeerd worden over het project en een quickscan worden opgestuurd.
8
Ook veel contactgegevens konden gevonden worden door de adressen op te zoeken. Verder is met medewerking van de gemeente Aalten nog veel contactgegevens van de ondernemers gevonden. Zo is geprobeerd om met zoveel mogelijk agrariërs in de gemeente in contact te komen en hun ook een QuickScan toe te sturen. •
Inventarisatie naar mogelijke congestieproblemen, indien diverse daken gaan realiseren (waar is het risico op congestie groot en hoe kan dit vooraf worden afgevangen).
In de Achterhoek wordt het elektriciteitsnet beheerd door Liander. Als er aanpassingen moeten worden gedaan in het net, bijvoorbeeld uitbreiding dan is dit de taak van Liander. Liander is op dit moment ook hard bezig om het elektriciteitsnet in de regio Aalten uit te breiden en te versterken. Vooraf was het plan om samen met netbeheerder Liander te gaan kijken in welke gebieden van gemeente Aalten er nog ruimte op het net is en hoe dan ook zo goed mogelijk kan worden omgegaan met mogelijke kans op congestie. Maar al snel bleek dat dit niet mogelijk was. Duidelijk werd dat de hele gemeente Aalten congestiegebied was en er dus geen extra stroom aan het net geleverd kan worden.
Bron: https://www.liander.nl/transportcapaciteit/gelderland
Te zien is dat de gemeente Aalten oranje gekleurd is, dit betekent dat er geen transportcapaciteit beschikbaar is en dat er een congestiemanagement onderzoek wordt gedaan. Het is dus in de gemeente Aalten niet mogelijk voor nieuwe klanten om stroom te gaan leveren aan het net. Het buitengebied van Aalten zit met betrekking tot beschikbare netcapaciteit de komende jaren nog flink op slot. Er is congestie op het laag- en middenspanningsnet maar ook bij het hoogspanningsnet van Tennet. Het buitengebied van de gemeente Aalten wordt vanuit 2 verdeelstations voorzien van stroom, verdeelstation Aalders en Dale. Op beide verdeelstations is congestie. Op het verdeelstation Aalders kan door capaciteitsproblemen niet langer worden voldaan aan aanvragen voor verbruik en teruglevering. Het elektriciteits net in deze regio wordt door Liander uitgebreid, de verwachting is dat dit eind 2022 is afgerond. Het grootste deel van het buitengebied in Aalten wordt vanuit het verdeelstation Dale van
9
stroom voorzien, ook op dit station zijn capaciteitsproblemen en kan niet aan de aanvragen voor verbruik en teruglevering worden voldaan. Ook de kabelcapaciteit van dit net wordt uitgebreid, dit wordt gefaseerd gedaan en de verwachting bij Liander is dat dit tussen eind 2023 en eind 2024 is afgerond. In het investeringsplan 2022 van Liander is opgenomen dat het middenspanningsnet flink wordt uitgebreid. Om in de toekomst aan alle aanvragen voor het terug leveren te kunnen voldoen wordt in de meer landelijke gebieden, zoals de Achterhoek, de capaciteit op het van oudsher dunne middenspanningsnet de komende jaren flink uitgebreid. Op het hoogspanningsnet van Tennet is door de zeer snelle groei van zon- en windproductie ook structurele congestie ontstaan. Dit betekent dat de maximale capaciteit van het hoogspanningsnet in Gelderland is bereikt, er kan dus geen extra stroom meer worden ingevoed op het hoogspanningsnet. In de praktijk betekent dit dat de duurzaam geproduceerde stroom in het landelijke gebied niet kan worden ingevoed op het hoogspanningsnet, doordat er ook al congestie is op het middenspanningsnet van Liander zit het hele elektriciteitsnet vast. De structurele oplossing is het vergroten van de capaciteit. Tennet is momenteel ook bezig met een onderzoek naar de congestie in hun hoogspanningsnet, de eerste uitkomsten van dit onderzoek zijn op 1 juni 2022 gepubliceerd.
Daaruit blijkt dat er in de Flevopolder en Gelderland is inmiddels voor 4.800 megawatt aan duurzame opwek ontwikkeld of in voorbereiding. Dit is vergelijkbaar met de capaciteit van 6 grote energiecentrales. Deze ontwikkeling leidt tot knelpunten op het net, met name op momenten met veel wind en zon en weinig verbruik van elektriciteit in de betrokken regio's. TenneT gaat deze knelpunten door middel van versterkingen structureel oplossen, onder meer door het plaatsen van extra transformatoren en het aanpassen van het regionale hoogspanningsnet. De verwachte uitbreiding vindt fasegewijs plaats en gaat naar verwachting tussen de 3 en 7 jaar duren en kost naar verwachting 450 miljoen euro op weg naar 2030. Het verzwaren en uitbreiden van het hoogspanningsnet wordt gefaseerd uitgevoerd en gaat naar verwachting tot 2026-2029 duren. De congestie in de gemeente Aalten heeft gevolg dat bij alle QuickScans die verstuurd zijn ook een kanttekening is geplaatst dat dit een indicatie van wat mogelijk is maar op dit moment door de congestie niet gerealiseerd kan worden. Bron: https://www.liander.nl/sites/default/files/Overzicht%20knelpunten%20-%20Gelderland%20%20Achterhoek.pdf https://www.tennet.eu/nl/elektriciteitsmarkt/nederlandse-markt/onderzoeken-naarcongestiemanagement/congestie-onderzoek-flevopolder-en-gelderland/ •
Netwerk/stakeholders-impactanalyse ten behoeve van het vormen van een brede coalitie zon op dak
Om zon op dak in Aalten verder te stimuleren zal er een brede coalitie gevormd moeten worden waarin er samen met partijen kan worden opgetrokken om ervoor te zorgen dat de agrarische daken in Aalten vol komen te liggen met zonnepanelen. Zo is er een analyse gedaan van verschillende stakeholders om te onderzoeken hoeveel invloed deze partijen hebben en in welke mate zij belang hebben bij zon of dak, of juist helemaal niet. De resultaten van het onderzoek zijn in onderstaande figuur weergegeven. Eerst zal er een beschrijving van de stakeholders worden gegeven: -
-
10
LTO Noord. LTO Noord pleit voor het behoud van agrarische functie van land en is daarom tegen het plaatsen van zonnepanelen op vruchtbare landbouwgrond. LTO Noord heeft door lobby bewerkstelligd dat er eerst een stop komt op nieuwe vergunningen voor zon op land. AGEM https://www.agem.nl/energie-besparen/persoonlijke-pagina-energieloket. Energie coöperatie in de gemeente Aalten. Veel mogelijkheden voor agrariërs om toch hun zon op dak project te realiseren. Ook een belangrijke partij voor de gemeente om mee samen te
-
-
-
-
-
-
11
werken. Hebben veel mankracht om zon op dak projecten te promoten en ook uit te voeren, mede door het goede netwerk in de gemeente Aalten. Natuurorganisaties die tegen zonnevelden zijn. Zij pleiten voor het behoud van land, niet per se als agrarische functie maar meer als natuur. Daardoor heeft het wel samen met landbouworganisaties een gemeenschappelijk belang om zon op land te vermijden. Deze partijen niet gevonden in Aalten die geschikt zijn om eventueel een coalitie mee te vormen. Mede omdat organisaties die wel in Aalten actief zijn zich meer richten op landschapselementen zoals bomen en hagen of Politieke partijen. Politieke partijen zoals bijvoorbeeld het CDA in Aalten zijn tegen zonnevelden. Het CDA kan dus een partner zijn voor LTO Noord om ervoor te zorgen dat er geen zonnevelden meer bij komen in de gemeente Aalten Liander. Goede samenwerking met Liander is noodzakelijk om gezamenlijk te kunnen bepalen waar op welk moment netcapaciteit is en hoe die dan op de beste manier gebruikt kan worden. Als veel ondernemers met zon op dak aan de slag gaan heeft dit impact op het elektriciteitsnet. Door samen te werken met Liander kan er voor ondernemers sneller duidelijk komen over wat wel en niet mogelijk is met betrekking tot leveren aan het net. Energiefonds Gelderland https://oostnl.nl/nl/innovatie-en-energiefonds-gelderland.
Financiering voor de investering in zonnepanelen is vaak lastig voor agrarische ondernemer. Ze zijn vaak terughoudend om weer naar de bank te stappen en hebben vaak ook geen mogelijkheid om met eigen middelen te investeren. Het energiefonds Gelderland is voor ondernemers een gemakkelijke manier om aan financiering te komen en vaak ook nog tegen een gunstig rente percentage. Door het Energiefonds Gelderland actief erbij te betrekken kan de stap naar realisatie wellicht worden versneld en gaan ondernemers eerder investeren. Echter het Energiefonds heeft geen belang bij meer zon op dak en kan ook geen invloed uitoefenen op het gemeentelijke beleid. De innovatie coöperatie https://deinnovatiecooperatie.nl/. De innovatie coöperatie is een netwerk van vernieuwers in en rondom de agrarische sector. De kracht van deze organisatie is dat zij een groot netwerk hebben en partijen bij elkaar kan brengen. LTO Noord heeft met deze organisatie samengewerkt om een bijeenkomst te organiseren met als thema de boer als energieleverancier van de toekomst. Zo’n soort bijeenkomst zou ook zeer geschikt zijn om een keer in Aalten te organiseren. Door de sterke verbindende kracht van de innovatie coöperatie is deze partij zeer geschikt in de brede coalitie voor zon op dak en de benutting van de duurzaam opgewekte energie in de agrarische sector.
Stichting Biomassa: Stichting Biomassa is een samenwerking van 7 partijen in de Achterhoek om vooral innovaties op het gebied van biomassa te stimuleren. De laatste tijd focussen ze zich ook op de energietransitie. Partners van deze stichting zijn bijvoorbeeld For Farmers en LTO Noord. Door de kennis en het netwerk wat deze partij in huis heeft is het een geschikte kandidaat voor de brede coalitie tot het vormen van zon op dak en de benutting van duurzame energie in de agrarische sector.
In bovenstaande figuur zijn de mogelijke partijen om een coalitie te vormen in een stakeholder matrix gezet waarin is gekeken hoeveel invloed en belang partijen hebben bij de productie van duurzame energie op agrarische bedrijfsdaken. Partijen zoals LTO Noord, stichting Biomassa, AGEM, Liander en de gemeente Aalten hebben belang bij zon op dak. Veel van deze partijen hebben ook invloed hierop aangevuld met de politiek. Op basis hiervan kan er een coalitie gesmeed worden van LTO Noord, Stichting Biomassa, AGEM en de Innovatie Coöperatie. Al deze partijen hebben een goed netwerk in de gemeente Aalten, kunnen door kennis en mankracht ook de doelstelling van de gemeente Aalten realiseren. Deze partijen zijn ook gebaad bij de verdere ontwikkeling van de opwek en benutting van duurzame energie en werken in andere projecten en delen van het land al met elkaar samen om ervoor te zorgen dat de agrarische sector een duurzame sector is die bijdraagt aan de energie transitie in Nederland zonder dat daar vruchtbare landbouwgrond voor opgeofferd wordt. Deze coalitie kan eventueel worden aangevuld met Liander om samen met Liander te bekijken wat de actuele situatie op het net is en of boeren ook juist het net kunnen ontlasten door op bepaalde momenten meer stroom af te nemen. Onze ervaring met Liander is dat samenwerken in projectvorm vaak lastig is. •
Vergelijking tussen ingeschatte potentie van agrarische daken in RES 1.0 en de geïnventariseerde potentie van zon op dak op basis van de routekaart (hoeveel zon op land kan worden vermeden
In de RES 1.0 Achterhoek wordt voorgesteld om 1,35 TWh productie van duurzame energie in te brengen als bijdrage aan het Klimaatakkoord. De voorwaarde aan deze bijdrage is dat 0,35 TWh wordt geproduceerd door grootschalige opstelling van zonnepanelen op bedrijfsdaken en agrarische bebouwing. Hiermee wordt dus maximaal 1 TWh op land geproduceerd door windturbines en zonneparken. De realisatie van deze voorgestelde productiehoeveelheid moet in ieder geval deels met zon op dak worden gerealiseerd. De RES 1.0 stelt dat er op dit moment voor 0.010 TWh aan grootschalige zon op dak projecten in de pijplijn zit. Voorgesteld wordt in de RES 1.0 om 0,248 TWh extra aan duurzame energie
12
via grootschalige opstellingen van zonnepanelen op dak te realiseren. Hiermee komt het totale niveau op 0,35 TWh. De gemeente Aalten heeft ongeveer 10% van de totale oppervlakte van de RES Achterhoek. Op basis hiervan is het aannemelijk dat de gemeente Aalten 10% van 0,35 TWh = 0.035 TWh door middel van zon op dak moet produceren om haar deel van het RES-bod te realiseren. Zoals in onderstaand figuur staat vermeld kan er in Aalten maximaal 0.036 TWh zon op agrarische daken worden opgewekt. Als we dit vergelijken met het aantal hectares zon op land dan betekent dit dat er met dit scenario 4 hectare zon op land vermeden kan worden. Want 1 hectare zonnepanelen op land staat gelijk aan 0.009 TWh duurzame energie productie. Scenario Dak volledig vol KV aansluiting benutten 5x meer op KV aansluiting (flexibel vermogen) I.c.m. opslag in accu’s
Opwek potentie 0.036 TWh 0.013 TWh 0.030 TWh
Vermeden hectare(s) 4 hectare 1.4 hectare 3.4 hectare
0.025 TWh
2.8 hectare
Om te kunnen berekenen hoeveel TWh er in de gemeente Aalten nog op agrarische daken kan worden opgewekt zijn er verschillende scenario’s uitgewerkt.
Levering in tWh 0,040 0,035 0,030
0,006
0,025 0,020 0,015
0,024
0,010 0,005 0,000
0,007
0,036
0,012
0,013
0,035
0,018
0 huidige situatie 1 dak volleggen GV 2 kv aansluiting 3a&b Flex 4 Grootverbruiker doel in de RES voor volledig benutten vermogen max 5x worden in gemeente Aalten meer dan combinatie met maximaal op kv een accu aansluiting Op het net leveren
In accu opslaan
Scenario 0: huidige situatie Tijdens de inventarisatie is gebleken dat op dit moment 63 agrarische bedrijven duurzame energie opwekken door middel van zonnepanelen, grootschalig en kleinschalig. In totaal wekken deze bedrijven ongeveer 0.012 TWh duurzame energie op.
Scenario 1: dak volledig benutten voor zonnepanelen i.c.m. grootverbruik aansluiting Met scenario 1 wordt bedoeld dat alle ondernemers hun volledige potentie zon op dak gaan benutten. Bij 282 boeren is een maximale potentie mogelijk van 0.036 TWh. Dit is een ongeveer gelijk aan de opgave die gemeente Aalten moet realiseren in de RES.
13
Scenario 1 is echter door het volle stroomnet op dit moment niet mogelijk. De krapte op het stroomnet in regio Aalten zorgt ervoor dat ondernemers op dit moment geen grootverbruikers aansluiting kunnen aanvragen en/of transportcapaciteit hebben. Dit betekent in de praktijk dat zon op dak projecten i.c.m. SDE++ subsidie op dit moment geen doorgang kunnen vinden. In dit scenario wordt geschikt wat de maximale potentie van zon op dak is als deze net congestie pas vanaf 2024 deels wordt opgelost. Ondernemers hebben nadat de SDE beschikking is toegekend 24 maanden de tijd om de zonnepanelen installatie te realiseren. Doordat de congestie pas vanaf 2024 gedeeltelijk wordt opgelost zorgt dit voor een extra hobbel voor ondernemers. De congestie zorgt ervoor dat ondernemers nog enkele jaren moeten wachten tot zij hun zonnepanelen kunnen installeren en aansluiten. En dit is de congestie bij Liander, zoals eerder aangegeven is er ook bij Tennet congestie waardoor dit scenario’s in de praktijk de komende 5 jaar niet uit te voeren valt.
Scenario 2: opwekken voor eigen verbruik en/of volledig benutten kleinverbruik aansluiting Wat wel mogelijk is in veel gevallen is zonnepanelen leggen die voor eigen verbruik opwekken. Tijdens gesprekken is gebleken dat veel ondernemers voor deze optie willen gaan omdat ze het niet zien zitten om een grote investering aan te gaan die gepaard gaat met een grootschalige investering in zonnepanelen. Ook de kv aansluitingen hebben last van de krapte op het stroomnet, maar dit heeft meer met de spanning op het net te maken dan de capaciteit. Een te hoge spanning op het net, vooral op de momenten dat er veel wordt opgewekt kan ertoe leiden dat de omvormers rond het middaguur zichzelf uitschakelen. Zo is in dit scenario gekeken hoeveel kwh de agrarische ondernemers in Aalten kunnen opwekken als zij kleinverbruiker blijven (max 3x80A aansluiting). Hiervoor is gekeken hoeveel TWh ondernemers maximaal kunnen opwekken en dat gecombineerd met de grootte van hun dak. Op basis hiervan hebben wij berekend dat er in dit scenario maximaal 0.03 TWh kan worden opgewekt. Eerst alleen met een kv aansluiting stroom opwekken kan er wel voor zorgen dat de eerste stappen worden gezet. Als er dan in de toekomst meer capaciteit op het net gerealiseerd worden kunnen ondernemers die nog ruimte hebben voor meer zonnepanelen op hun dak desgewenst uitbreiden.
Scenario 3: inzetten van flexibel vermogen Duurzame opwek is minder goed voorspelbaar en stuurbaar als reguliere opwek. De markt zal zich verder ontwikkelen tot een meer aanbod gedreven markt. Dat wil zeggen dat er kansen zijn om met flexibel vermogen in te spelen op overschotten duurzame energie. Dit kan niet met alle processen en vergt ook een andere manier van denken. Vooral koude en warmte en daaropvolgend energieopslag en conversie naar waterstof zijn dan denkbaar. Als er SDE++ is zorgt het voor een rendementsverbetering van ongeveer 2 cent aan de inkoopzijde en 2 cent aan de verkoopzijde. Als er geen SDE is en er maximaal 55kW teruglevering mogelijk is kan de installatie worden over gedimensioneerd tot 5x het maximale terugleververmogen. Vervolgens kan er warmte of koude gemaakt worden bijvoorbeeld voor later gebruik. In de toekomst ook waterstof. In de PPS Landbouw en Energie is er veel aandacht voor de structurele problemen met het elektriciteitsnet in Nederland en hoe die te omzeilen. Zo is er ook aandacht aan hoe kun je wel duurzame energie opwekken, ook in congestie gebieden. https://www.ppsenergielandbouw.nl/ Dit scenario is bij 2 ondernemers in Aalten getest, de resultaten van dit onderzoek worden gebruikt om meer inhoudelijke sturing te kunnen geven aan het inzetten van flexibel vermogen.
Zo wordt ook duidelijk wat de impact is op de bedrijfsvoering en de financiële investeringen en opbrengsten dit met zich mee brengt.
Elektrificatie bedrijfsvoering Door meer stroom te gebruiken in de bedrijfsvoering en bijvoorbeeld minder gas en/of diesel kan veel geld worden bespaard. Door elektrificatie in combinatie met zonnepanelen wordt de duurzaam opgewekte
14
stroom direct op het erf gebruikt. Dit verhoogt de rendabiliteit van de zonnepanelen, door de aflopende salderingsregeling, omdat de stroom direct op het erf wordt gebruikt. Ook wordt op deze manier het net op te piek momenten ontlast, de agrarische ondernemer kan bijvoorbeeld op de piekuren opwek zijn elektrische shovel opladen. Scenario 4: gebruik maken van accu’s De laatste jaren is de ontwikkeling van accu’s steeds sneller gegaan. De kwaliteit prijs verhouding van de accu’s wordt steeds beter. Dit betekent dat het voor agrarische ondernemers in sommige gevallen interessant kan zijn om een accu aan te schaffen. De accu kan dan gebruikt worden om overtollige stroom op piek momenten op te vangen, deze stroom kan dan later op de dag gebruikt worden of aan het net geleverd worden. Dit zorgt ervoor dat op piekmomenten de belasting op het stroomnet wordt verminderd en kan de zonnepanelen installatie op een kleinere aansluiting aangesloten worden. Ook in Aalten waar het stroomnet erg vol zit kan het gebruik maken van accu’s een manier zijn om toch te kunnen investeren in zonnepanelen. In scenario 4 is berekend hoeveel duurzame energie de agrariërs in Aalten kunnen opwekken als zij stroom gaan opslaan in een accu. Zo is de aanname gemaakt dat ondernemers i.p.v.
een 3x250A aansluiting nodig hebben een 3x160A aansluiting krijgen, het aantal kwh duurzame energie boven de maximum van een 3x160A wordt dan opgeslagen in een accu en ‘s avonds en ’s nachts aan het net geleverd. Als er op deze manier met accu’s gewerkt wordt kan er maximaal 0.025 TWh duurzame energie worden opgewekt, van deze 0.025 TWh wordt dan 0.007 TWh opgeslagen in accu’s. Echter kunnen deze grootschalige aansluitingen op dit moment niet gerealiseerd worden in de gemeente Aalten. Op dit moment is dit scenario alleen mogelijk voor ondernemers die al een grootschalige aansluiting hebben. Wat in dit scenario niet is meegenomen hoeveel stroom ondernemers op hun eigen erf kunnen gebruiken op de momenten dat ze ook duurzame energie opwekken. Deze stroom hoeft natuurlijk niet te worden opgeslagen in een accu maar kan gelijk worden benut op het boerenerf.
4.2
Maatschappelijk effect
Nederland is aan het verduurzamen, zo ook de agrarische sector. Iedereen is bezig met de overstap van traditionele energiebronnen naar hernieuwbare energiebronnen. Ook willen we steeds minder afhankelijk zijn van gas uit Rusland en willen we stoppen met het gebruik van steenkool. Dit betekent dat energie op een andere manier geproduceerd moet worden. Een zeer goede manier omdat te doen is door middel van zonnepanelen. De agrarische sector kan hier een belangrijke rol in spelen door de beschikbare daken voor het plaatsen van zonnepanelen. Op deze manier wordt er ook efficiënt omgegaan met de beperkte ruimte in Nederland. Ook is er van allerlei kanten van de samenleving weerstand tegen het plaatsen van zonnepanelen op land waardoor zon op dak ook maatschappelijk gezien de juiste manier is om energie op te wekken.
4.3
Omgevingsfactoren
Door hoge stroomprijzen zien veel ondernemers de noodzaak in dat zelf stroom opwekken loont. Hierdoor is er in toenemende mate belangstelling voor het zelf opwekken van energie. De hoge stroomprijzen zorgen ervoor dat energie een zeer actueel en belangrijk onderwerp is waar dus veel aandacht voor is. Dit betekent dat er wellicht met meer aandacht naar dit project is gekeken en de eindresultaten met grotere belangstelling wordt verwacht.
15
4.4
Conclusies
Al een flink aantal ondernemers in het buitengebied van Aalten hebben zonnepanelen op hun daken. Echter er is nog veel ruimte voor meer zonnepanelen op de agrarische bedrijfs daken. Zo kan er volgens de berekening van LTO Noord aan de RES doelstelling voor gemeente Aalten worden voldaan. Een groot obstakel om meer zon op dak te realiseren is de netcapaciteit in de regio, pas in 2025 opgelost. Op dit moment kunnen nieuwe aanvragen om stroom terug te leveren in combinatie met een grootverbruik aansluiting voor grootschalig opwek door middel van zonnepanelen niet worden gerealiseerd. Pas vanaf 2024 is er weer netcapaciteit en kan de stroom weer aan het net geleverd worden. Om doelstelling te realiseren heeft LTO Noord verschillende scneario’s ontwikkeld, hierbij is rekening gehouden met de congestie. De congestie zorgt ervoor dat op dit moment geen extra stoom aan het net geleverd kan worden. Dit betekent dat er gekeken moet worden naar slimme oplossingen zoals bijvoorbeeld het meer gebruiken van de duurzaam opgewekte stroom op het eigen erf, inzetten van flexibel vermogen en wellicht het gebruik van accu’s.
4.5
Vervolg: Routekaart •
Advies voor gemeente Aalten welke vervolgstappen, chronologisch geselecteerd, noodzakelijk zijn om zon op dak te realiseren en de rol van diverse partijen die in dat netwerk een stimulerende functie kunnen hebben.
Het stroomnet is in veel gebieden vol, er is geen ruimte meer voor nieuwe zonnedaken of windmolens. 45% van de boeren wekt al stroom op met zonnepanelen en dubbel zoveel boeren hebben plannen te investeren in zonnepanelen, volgens Agridirect. Vanwege een gebrek aan capaciteit kan het net de geproduceerde stroom niet afnemen nieuwe initiatieven moeten hierdoor soms wachten. Dankzij slimme oplossingen kunnen we nieuwe windmolens of zonnedaken toch in gebruik nemen zonder dat het net vol raakt of verzwaard moet worden. In Aalten is er ook congestie. Op dit moment wordt een congestie onderzoek uitgevoerd: In de Flevopolder en in Gelderland is inmiddels voor 4800 megawatt aan duurzame opwek ontwikkeld of in voorbereiding. Deze ontwikkeling leidt tot knelpunten op het net, met name op momenten met veel wind en zon en weinig verbruik van elektriciteit in de betrokken regio’s. Tennet gaat deze knelpunten door middel van versterkingen structureel oplossen onder meer door het plaatsen van extra transformatoren en het aanpassen van het regionale hoogspanningsnet. De verwachte uitbreiding ligt fasegewijs plaats en gaat naar verwachting tussen de 3 en de 7 jaar duren. Bij Liander is de congestie wel eerder opgelost, zoals elders staat beschreven in de eindrapportage.
Ondanks dat congestie het realiseren van zon op dak lastig maakt, zijn er ook In de gemeente Aalten een aantal mogelijkheden. Hierbij is het noodzakelijk dat de ondernemer bewust gemaakt wordt van deze mogelijkheden. De SDE++ subsidie heeft jarenlang het terug leveren van energie gestimuleerd. Hiervoor is een relatief grote aansluiting, veelal op het MS-net nodig. Naast kosten voor de producent kost dit de netwerkbeheerder veel investeringen in het landelijk gebied. • •
Een 3x160A aansluiting aanvragen kost een boer in Aalten gemiddeld €25000 (aansluiting + kabel) Een 3x250A aansluiting aanvragen kost een boer in Aalten gemiddeld €35000 (aansluiting + kabel)
Nu dient echter het gebruik van stroom achter de meter als oplossing. Dit vraagt echter wel een andere manier van denken van de ondernemer. Een ondernemer is gewend dat zijn zonne-installatie zoveel mogelijk moet produceren en dat hij de stroom levert aan het net. Door congestie is dit in Aalten de
16
komende jaren niet mogelijk, daarom moet een ondernemer zich gaan afvragen hoe hij zijn bedrijf zodanig kan inrichten dat er zo weinig mogelijk stroom hoeft te leveren aan het net. Daarom ook ons advies om deze bewustwording meer te gaan creëren bij agrarische ondernemers. Dit kan bijvoorbeeld gedaan worden door het organiseren van een infoavond waar ondernemers praktijkverhalen van andere ondernemers kunnen aanhoren om zo in te zien hoe dat er dan in de praktijk uitziet Voor het “omdenken” kan de ondernemer zich de volgende vragen stellen: •
•
•
Verschuiven. Welke bestaande elektrische processen/ activiteiten in het bedrijf zijn te verschuiven in de tijd naar momenten in de dag van piekproductie (11-15 uur) om op die momenten meer eigen elektriciteit te gebruiken? o Kunnen mijn elektrische boilers om spoelwater te produceren ook overdag aan? Benutten. Welke bestaande activiteiten in het bedrijf zijn te elektrificeren om zo een groter deel van de geproduceerde elektriciteit te kunnen benutten? o Kan ik bijvoorbeeld een elektrische shovel nemen die op de piek momenten geladen wordt? Toevoegen. Welke processen die veel energie vragen zijn nuttig toe te voegen aan de bedrijfsvoering? o Kan ik zelf regulier of nieuwe processen toevoegen zoals mest scheiden of drogen, producten bewaren, verzuivelen of waterstof produceren?
De mogelijkheden hiertoe, worden in de onderstaande paragrafen verder besproken. Hierbij zijn 5 slimme oplossingen beschreven die voor elke ondernemer van toepassing kunnen zijn. Wat zijn deze 5 slimme oplossingen? • • • • •
Spreiding productie van zonne-energie door oost west opstelling Piekafvlakking van de productie Het inzetten van flexibele consumptie Financiële optimalisatie van SDE-installaties Opgewekte elektriciteit omzetten in andere vorm van energie
1.
Spreiding productie van zonne-energie door oost west opstelling
Zonnepanelen worden normaal gesproken op het zuiden geïnstalleerd. Door echter te kiezen voor een oost west opstelling wekken de panelen op andere momenten van de dag energie op, door deze opstelling te kiezen vlakt de piek in de productie af en spreidt de productie de zonnestroom meer over de dag. 2.
Piekafvlakking van de productie
De hoeveelheid zonnepanelen op een dak mag normaal gesproken de maximale capaciteit van een aansluiting niet overschrijden. Hierdoor kan vaak niet het hele dak vol gelegd worden met zonnepanelen. Er blijft dus ruimte ‘over’. Worden er wél meer zonnepanelen gelegd dan zal af en toe meer stroom geproduceerd worden dan de elektriciteitsaansluiting aan capaciteit heeft. In dat geval kan ‘piekafvlakking’ worden toegepast: bij een te grote productie gaan omvormers ‘knijpen’ of worden zelfs helemaal uitgeschakeld. Met piekafvlakking kunnen er twee tot driemaal meer zonnepanelen op een dak worden gelegd en kan veel vaker de maximale capaciteit geleverd worden. 3.
Het inzetten van flexibele consumptie
Bij flexibele consumptie wordt het gebruik van elektriciteit afgestemd op de productie. Dit vraagt om zeer nauwkeurige voorspellingen van de productie: een onverwachte wolk kan al van invloed zijn. Boerderijinstallaties zoals mestmixers, mest verwerken en -drogers kunnen in- of uitgeschakeld worden, afhankelijk van de hoeveelheid opgewekte energie. Maar er zijn vele mogelijkheden. Een boiler in staat om te detecteren of er zonnestroom is.
17
4.
Financiële optimalisatie
•
Optimaliseren van de SDE subsidie, rekening houdend met het verplicht afschakelen op het moment dat er aan het net te veel groene stroom wordt geleverd. Zoveel mogelijk de geproduceerde elektriciteit zelf gebruiken. Dat bespaart netwerkkosten en energiebelasting. Op en afschakelen bij grote prijsschommelingen. Op momenten dat elektriciteit duur is, stroom verkopen. Op momenten dat elektriciteit goedkoop is, stroom inkopen.
• •
5.
Opgewekte elektriciteit omzetten in andere vorm van energie
Het is ook mogelijk om opgewekte elektriciteit om te zetten in een andere vorm van energie en die vervolgens op te slaan is. Denk hierbij aan het produceren (en opslaan) van warmte of koude; voor gebruik later of voor levering aan bedrijven of woningen in de buurt. Of het produceren van waterstof voor de (agro)logistiek. Hierbij is het van belang dat het maken van warmte en koude eenvoudiger en goedkoper is dan batterij-opslag en waterstof. Voorbeeld: Voorbeeld van een pv installatie bij een veehouderij op een 3x80 A aansluiting. Van de 200 kW kan max 55 kW worden terug geleverd. Rond de 250 dagen in een jaar wordt het maximale vermogen terug geleverd. Er wordt in totaal 186.000 kWh geproduceerd. 29.000 kWh wordt zelf gebruikt en 113.000 kWh wordt terug geleverd. Het overige, namelijk 44.000 kWh, wordt afgeschakeld of is beschikbaar voor (nieuwe) bedrijfsprocessen. Bron: PPS Landbouw en Energie, Rob van Leeuwen. Opties om meer stroom te consumeren voor een melkveehouder •
• • • •
Toepassen van mest scheiden (verminderen mestafzetkosten) o Toename energiegebruik 2.000 kWh Mest composteren (verwerking t.b.v. tuincentra) o Toename energiegebruik 13000 kWh Mest koelen (verminderen verwarmingskosten huis) o Toename energiegebruik 9000 kWh Koelen van de stal (verminderen hittestress) o Toename energiegebruik 1400 kWh Elektrisch beregenen (verminderen dieselkosten) o Toename energieverbruik 8000 kWh
kunstmestaankoop
en
verminderen
Meer voorbeelden staan in het rapport “Zonder netverzwaring maximaal hernieuwbare energie produceren” van Andries Visser, Bram Bos, Luuk Gollenbeek, Gerard Migchels, Johan Stortelder, Wouter Veefkind & Marcel van der Voort.
Energiemarkt en beleid De energiemarkt veranderd van een vraag gestuurde naar een aanbod gedreven energiemarkt. Met andere woorden duurzame bronnen zorgen voor momenten dat er veel aanbod in energie is: bijvoorbeeld overdag als de zon schijnt of als het waait. Enerzijds is het daardoor van belang nauwkeurig te kunnen voorspellen wanneer dit aanbod groot is. Anderzijds het van belang om daarop te kunnen anticiperen in bedrijfsprocessen. Slimme sturing kan ook beter voorspellen op basis van gedrag wanneer welke energie nodig is. Op de energiemarkten - het mechanisme om continue vraag en aanbod in evenwicht te houden – wordt dit zichtbaar in fluctuerende energieprijzen. Op momenten met veel aanbod is de stroom goedkoop, soms zelfs met een negatieve prijs. Op momenten met weinig aanbod en veel vraag stijgen de prijzen. De verwachting is dat met de toename van duurzame opwek de volatiliteit in stroomprijzen ook verder zal toenemen. Als kleingebruiker merk je daar relatief weinig van tenzij je op de dagmarkt (EPEX)
18
inkoopt. Op dit moment is ongeveer 1800 uur de prijs nul of negatief op de dagmarkt. Glastuinders zijn daarentegen wel veel meer gewend aan de veranderende energieprijzen omdat ze vaak op de dagmarkt of onbalansmarkt zitten. Op korte momenten kan het voorkomen dat de vraag naar energie groter is het aanbod, hierdoor gaar de frequentie van het net omlaag. Salderingsregeling De komende jaren zal ook gestuurd worden op slim netgebruik. Het is daarmee aan te raden voor kleinverbruikers om de gelijktijdigheid te verhogen. Dit betekent dus dat de geproduceerde energie direct benut wordt in het bedrijf. Door de salderingsregeling was het matchen van het tijdstip van geproduceerde energie en afname niet interessant: deze twee werden per jaar weggestreept. De reden hiervoor is dat er door het versoberen van de salderingsregeling een verschil in kosten ontstaat. Ondanks dat het invoeren van de afbouw is uitgesteld tot 2025 is de volledige afbouw per 2031 gehandhaafd. Tariefstructuur kleinverbruikers Door een toename van verbruikers en van duurzame opwek zal ook veel meer capaciteit van de laagspanningsnetten nodig zijn. In Vlaanderen is men daarmee al vergevorderd: wie hoge pieken veroorzaakt zal meer betalen dan wie zijn verbruik spreidt. Wijziging Netcode m.b.t.
congestiemanagement Om de capaciteit van huidige elektriciteitsnetten beter te benutten, dienen netbeheerders volgens de ACM vaker congestiemanagement toe te gaan passen. Met congestiemanagement krijgen producenten en afnemers van elektriciteit als dat nodig is een vergoeding wanneer zij helpen het net minder te belasten. Bijvoorbeeld door het tijdelijk verminderen van de invoeding op het net. Hiervoor is de Netcode elektriciteit gewijzigd. Voor ondernemers met kleinere aansluitingen wordt het mogelijk zich te groeperen via een zogenoemde congestie service provider. Ook kunnen netbeheerders naast dagbiedingen straks ook langetermijncontracten afsluiten. Dit biedt volgens Liander meer zekerheid dat er voldoende flexibiliteit tegen redelijke prijzen beschikbaar is en blijft, ook als er weinig aanbod aan flexibiliteit is in een bepaald congestiegebied. Prioriteringsrichtlijn voor uitbreidingsinvesteringen Na de zomer komt minister Jetten met een prioriteringsrichtlijn voor uitbreidingsinvesteringen van het Nederlandse stroomnet uitgevoerd door de netbeheerders. Deze prioriteringsrichtlijn wordt onderdeel van het Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK). Netwerkbeheerder hanteren Het nondiscriminatiebeginsel door het toepassen van het molenaarspincipe: ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’.
Het verankert het (uiteindelijke) recht van elke individuele aanvrager op een aansluiting en transportcapaciteit. Dit recht kan in beginsel niet worden ingeperkt. Toch kan het toepassen ervan wel veranderen: hierbij valt volgens Minister Jetten te denken aan “methodes zoals veilen, een call voor uitgifte van transportcapaciteit, het bereiken van mijlpalen als voorwaarden stellen of een meer gelaagde wachtrij, bijvoorbeeld door te kijken naar aansluitwaarde of bijdrage aan ontlasting van het systeem”.
19
Conclusie Vanwege een gebrek aan capaciteit kan het net de geproduceerde stroom in veel gebieden niet afnemen nieuwe initiatieven moeten hierdoor soms wachten. Dankzij slimme oplossingen kunnen we nieuwe windmolens of zonnedaken toch in gebruik nemen zonder dat het net vol raakt of verzwaard moet worden. Met de veranderende regelgeving ontstaat er op de korte termijn al ruimte op net zodat de energietransitie versneld kan worden en investeringen in het netwerk meer tijd krijgen om gerealiseerd te worden. Tegelijkertijd is de uitdaging om lokale productie en verbruik beter af te stemmen en het net slim te gebruiken; het is dan nodig bewustzijn te creëren dat het moment van energiegebruik flexibeler wordt. Zo is een bedrijf beter in staat in te spelen op aanbod gedreven markt. Aan bod zijn 5 oplossingen gekomen die een (individuele) ondernemer kan nemen, waarbij hij bepaalt hoe ver wil gaan. We hebben dan ook makkelijk benaderbaar en toepasbare oplossingen willen uitlichten. Uiteraard kunnen koplopers, collectief, kiezen voor veel meer opties zoals een directe lijn met een industriële afnemer of via een privaat net invoeden op een onderstation. We adviseren om de middengroep te ontzorgen met relatief makkelijk implementeerbare oplossingen en kennis en informatie middels avonden te ontsluiten.
Omdat ondernemers in onderzoeken (zoals recentelijk door Agridirect) aangeven te willen investeren in zonnepanelen, en energieprijzen dit ook aantrekkelijk maken, is er momentum om een dergelijk aanbod te doen. In samenwerking met andere partijen kan er een project gestart worden om de middengroep van agrarische ondernemers die met duurzame energie aan de slag wil te ondersteunen en te ontzorgen. Uit de stakeholder analyse die in het project is uitgevoerd blijkt dat er een flink aantal partijen uit de gemeente Aalten en omstreken geschikt zijn als project partner en als coalitiepartner om zon op dak in de gemeente Aalten te stimuleren. Geschikte partijen om mee samen te werken in een vervolg project in de gemeente Aalten zijn Stichting Biomassa, de Innovatie Coöperatie, AGEM en Liander. Dit zijn allemaal partijen die zeer veel ervaring hebben op het gebied van duurzame energie. Stichting Biomassa vooral op agrarisch gebied, AGEM als energie coöperatie in Aalten vooral bij andere soort bedrijven en particulieren maar hun kennis en netwerk is zeer geschikt voor het vervolg. Het enorme netwerk en de kennis is ook aanwezig bij de Innovatie Coöperatie. Netwerkbeheerder Liander is goed om aan boord te hebben om voor de ondernemers en voor het project makkelijk en direct contact te hebben met de netbeheerder. Uiteraard zal LTO Noord ook bij dit vervolg project betrokken zijn.
Door eerdere zon op dak projecten in andere delen van het land heeft LTO Noord veel ervaring met dit onderwerp. Door zij aan zij met de boeren in de gemeente Aalten dit onderwerp aan te pakken kunnen we ervoor zorgen dat veel meer agrariërs gaan investeren in zonnepanelen en aan de slag gaan met een goede benutting van de duurzame energie op het boerenerf.
20
5.
Projectbeheer
5.1
Projectorganisatie
Uitvoering van het project door LTO Noord projectleider Rients Hijma, met inhoudelijke ondersteuning van twee collega’s Wouter Veefkind en Gert-Jan van Essen, allen werkzaam bij LTO Noord. LTO Noord heeft met deze 3 projectleiders de activiteiten van dit project uitgevoerd. Afstemming over de voortgang van het project liep via Gerben Obbink van de lokale LTO Noord afdeling in Aalten. Het contact met de gemeente over de voortgang van het project en de contact en adresgegevens van agrarische ondernemers in de gemeente Aalten liep via dhr. H. Eskes, beleidsadviseur van gemeente Aalten.
21