collegebesluit Nieuw Algemeen Beleidskader Gemeenschapshuizen 2021.pdf
Tekst van het document
Besluit van het college van B&W gemeente Aalten
Zaakkenmerk/Onderwerp Afdeling Zaakkenmerk/Documentkenmerk
Z/21/088517/Nieuw algemeen beleidskader gemeenschapshuizen 2021. Sociaal Domein/team Organisatie en Welzijn Z/21/088517/D-319985
Vertrouwelijkheid
Openbaar
Portefeuillehouder
J. Wikkerink
Uitvoeringsprog. Raad Besloten in de vergadering van
Leefomgeving, Samenwerking Kulturhusen B&W vergadering d.d. 11 mei 2021
Toelichting voorstel Samenvatting
Wethouder: Joop Wikkerink. Op grond van de conclusies en aanbevelingen van een onderzoeksrapport van de Rekenkamercommissie heeft de raad het college gevraagd om in de beleidsperiode 2018-2022 een (ver)nieuw(d) beleidskader aan de raad voor te leggen, gericht op de maatschappelijke positionering van de gemeenschapshuizen in onze gemeente binnen het sociaal domein en de gerichte gemeentelijke ondersteuning daarvan. Door nu de Kadernota ’Beleidskader gemeenschapshuizen 2021’ vast te stellen en daarvoor ingaande 2022 jaarlijks structureel € 60.000 aanvullend in de gemeentebegroting op te nemen, maakt de raad het het college mogelijk deze nieuwe beleidsvisie verder praktisch uit te werken en op termijn middels (ver)nieuw(de) subsidieregelgeving uit te voeren. Hierbij gelden in hoofdlijnen als uitgangsprincipes dat de (financiële) ondersteuning van de gemeenschapshuizen door of via de gemeente zich zal richten op het mogelijk maken van: a. versterking door onderlinge samenwerking,
afstemming en informatie-uitwisseling; b. gestructureerd kunnen plannen en uitvoeren van groot-
onderhoud; c. aandachtverschuiving van ‘beheren en beschikbaar
stellen van ruimten’ naar het ‘zelfstandig organiseren van vraaggerichte sociaal-maatschappelijke activiteiten voor (kwetsbare) groepen van inwoners’; d. het werven en inzetten van voldoende capabele vrijwilligers, alsmede het bereiken en activeren van (kwetsbare groepen) inwoners; e. verduurzaming van de accommodaties, indirect ook bijdragend aan een positief effect op het exploitatieresultaat. Belangrijk uitgangspunt voor de besturen van de gemeenschapshuizen is, dat zij hierin zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk kunnen blijven functioneren. Zij willen autonoom blijven in hun keuzes rond de vormgeving van hun exploitatie, programmering en onderlinge afstemming en samenwerking, kortom hun positionering in het sociaal domein. Hetzelfde geldt voor de bepaling van hun ondersteuningsbehoefte en de wijze waarop ze hierin voorzien.
Voorgestelde beslispunten
1. De raad voorstellen de kadernota ‘Beleidskader
gemeenschapshuizen 2021’ vast te stellen; 2. De raad voorstellen kennis te nemen van het (verslag
van het) hiervoor gevolgde participatie- en inspraaktraject; 3. De raad voorstellen voor de verdere uitwerking en uitvoering van dit nieuwe beleidskader structureel ingaande 2022 een aanvullend budget van € 60.000 beschikbaar te stellen en dit te verwerken in het voorstel voor de eerstvolgende begrotingswijziging.
Besluit
aangehouden -relatie aanbrengen met horecavisie, scherper omschrijven wat "commercieel" wat niet -het Raadsvoorstel is krachtig omschreven, graag meer daar bij aansluiten. ook aansluiten bij de uitgangspunten in het transitieplan SD daar kunnen de dorpshuizen in faciliteren -nog geen concrete bedragen vastleggen mbt het onderhoud, wel met de lijn. 11 mei akkoord
Inleiding
Argumenten
In 2016/2017 heeft de Rekenkamercommissie AOGW een onderzoek gedaan naar het (maatschappelijk) functioneren van de gemeenschapshuizen in de gemeente Aalten en de gemeentelijke ondersteuning hiervan. Centraal hierbij stond de (potentiële) bijdrage van de gemeenschapshuizen aan de maatschappelijke opgaven binnen het sociaal domein. Begin 2018 is het onderzoeksrapport ‘Maatschappelijke energie onder dak – Gemeenschapshuizen in Aalten’ voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad heeft destijds aangegeven de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport te willen betrekken bij een nieuw te formuleren algemeen beleidskader voor de gemeenschapshuizen. Dit heeft de raad vervolgens ook opgenomen in het Raadsprogramma 2018-2022. Uw college heeft in uw Uitvoeringsprogramma 2018-2022 aangegeven deze beleidswens te (h)erkennen en hiermee in deze periode aan de slag te gaan. Overeenkomstig de wens van de raad is dit vervolgens in overleg en samenwerking met het werkveld opgepakt. Met de nu voorliggende Kadernota ‘Beleidskader gemeenschapshuizen 2021’, met daarbij het verslag van het gevolgde participatie- en inspraaktraject, treft u hiervan nu het (voorlopige) eindresultaat aan.
1. Volgens het onderzoeksrapport van de
Rekenkamercommissie zou een vernieuwd gemeentelijk beleidskader een duidelijke(re) visie weer moeten geven op de (potentiële) waarde van multifunctionele gemeenschapshuizen als belangrijke sociaalmaatschappelijke voorzieningen voor de bevordering van participatie, sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid in de (kleine) kernen. Daarbij zou dit beleid beter aan moeten sluiten op de specifieke problemen en behoeften van de gemeenschapshuizen, zoals deze in het onderzoek naar voren zijn gekomen. De gemeenteraad heeft het college gevraagd om een nieuw algemeen beleidskader voor te leggen, waarin aansluiting gezocht is op de uitkomsten van dit onderzoek.
Gezamenlijk met het werkveld zijn we het er over eens dat de basis (leidende principes) van het nu voorliggende voorstel voor een nieuw gemeentelijk beleidskader gemeenschapshuizen wordt gevormd door de hierna volgende algemene conclusies en aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de Rekenkamercommissie: a. Er zijn nu in algemene zin voldoende en voldoende
gespreide gemeenschapshuis-voorzieningen aanwezig, die ook qua ruimten in de behoefte kunnen voorzien. Er hoeft in feite dus niet verder geïnvesteerd te worden in ‘meer stenen’. (Slechts twee organisaties maken daarop een voorbehoud); b. De huidige besturen van de gemeenschapshuizen willen zo zelfstandig en onafhankelijk mogelijk blijven functioneren. Ze dragen een autonome eigen verantwoordelijkheid voor een sluitende exploitatie, de programmering van (sociaal maatschappelijke) activiteiten en onderlinge afstemming en samenwerking. Hierbij bepalen ze zelf hun specifieke ondersteuningsbehoefte, alsmede de keuze hoe ze in deze eventuele behoefte willen voorzien; c. De gemeenschapshuizen kunnen over het algemeen sluitend worden geëxploiteerd. Er resteert daarbij echter te weinig financiële ruimte voor het opbouwen van een noodzakelijke onderhoudsreserve. De exploitatie is daardoor onvoldoende toekomstbestendig; d. De gemeenschapshuizen kunnen zich als belangrijke maatschappelijke partners individueel en collectief versterken en beter in het maatschappelijk veld positioneren door gericht samen te werken, elkaar te informeren en gezamenlijke, of op elkaar afgestemde, initiatieven te ontplooien; e. De meeste gemeenschapshuizen willen zelfstandig meer sociaal-maatschappelijke activiteiten voor (kwetsbare) inwoners organiseren.
De nadruk verschuift dus van ‘beheren en beschikbaar stellen van ruimten’ naar ‘bijdragen aan activiteiten’. De besturen ervaren hierbij nog organisatorische en financiële belemmeringen. Gerichte ondersteuning van of vanuit de gemeente kan deze ontwikkeling verder stimuleren; f. Gemeentelijke financiële medewerking bij de bekostiging van uitbreidingsplannen van gemeenschapshuizen wordt alleen dan nog incidenteel overwogen als deze uitbreiding strikt noodzakelijk is voor het organiseren van relevante sociaalmaatschappelijke activiteiten en daarmee concreet bijdraagt aan de beleidsdoelen voor de vormgeving van het sociaal domein en hiervoor aantoonbaar andere bronnen van inkomsten of kostenbesparingen ontbreken; g. Zonder vrijwilligers en deelnemers aan activiteiten heeft het gemeenschapshuis geen bestaansrecht. Bij de werving en begeleiding van vrijwilligers is echter deskundige ondersteuning nodig. De gemeente heeft een verantwoordelijkheid in het vormgeven van deze ondersteuning; h. Ingezien wordt dat de gemeenschapshuizen in de grotere kernen (met name de Kulturhusen) niet kunnen bestaan zonder een zekere mate van ‘commerciële slagkracht’. Van belang is echter dat deze altijd in lijn c.q. verhouding blijft met de maatschappelijke doelen en functie, wil men aan de vast te stellen definitie van
een ‘gemeenschapshuis’ kunnen (blijven) voldoen; a. De wijze waarop de gemeente de
gemeenschapshuizen wil ondersteunen dient structureler van aard (minder ad-hoc), transparant en eenduidig en eenvoudig uitvoerbaar te zijn. Daarnaast moet de ondersteuningsvorm (naar keuze en op maat) wel aansluiten op de grote diversiteit in verschijningsvormen en ambitieniveaus van de gemeenschapshuizen; In hoofdlijnen wordt nu in het vast te stellen nieuw geformuleerde algemene beleidskader voorgesteld dat de gemeente, met name met inzet van het subsidie-instrument, zo praktisch mogelijk uitvoering geeft aan deze basisprincipes door: a. onderling overleg, afstemming en samenwerking
tussen de gezamenlijke gemeenschapshuizen mogelijk te blijven maken door het (op eigen initiatief van de gemeenschapshuizen en belangenorganisaties gerealiseerde) Platform Aalten met een structureel organisatiesubsidie te steunen; b. professionele begeleiding en ondersteuning van dit
Platform Aalten als gemeente mogelijk te maken, door hiervoor de Stichting Figulus Welzijn binnen haar budgetsubsidie de benodigde financiële ruimte te blijven geven; c. dit Platform Aalten ook als gemeente gestructureerd in
te zetten als instrument voor belangrijke periodieke informatie-uitwisseling over relevante (beleids)ontwikkelingen; d. een aantal deskundige maatschappelijke organisaties
financieel te (blijven) stimuleren een, zo concreet mogelijk op de behoefte van de gemeenschapshuizen afgestemd, pakket aan ondersteunende activiteiten te ontwikkelen en aan te bieden. Dit zowel op het terrein van vrijwilligersbeleid, ontwikkeling van sociaal maatschappelijke activiteiten als vraagstukken rond maatschappelijke positionering en beheer en exploitatie. Hierbij gaat het met name om de Stichting Figulus Welzijn, maar tevens om de Vereniging Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland en de Aaltense Uitdaging; e. de gemeenschapshuizen financieel te ondersteunen bij
en daarmee te stimuleren tot: 1. het opstellen van een dorps(ontwikkelings)plan, dan wel een dorpshuis- of dorpsaccommodatieplan. Hiermee kan het gemeenschapshuis bepalen welke sociaal-maatschappelijke rol en functie (profiel/identiteit) zij in wil/kan nemen in het sociaal domein. 2. het opstellen en uitvoeren van een Meerjaren Onderhouds Plan (MOP). Hiermee kan het gemeenschapshuis inzicht en grip krijgen op het noodzakelijke (groot)onderhoud en daarmee haar exploitatie toekomstbestendig maken; 3. het zelfstandig vormgeven en uitvoeren van een structureel aanbod aan sociaal-
maatschappelijke activiteiten, alsmede het mogelijk maken van voortdurende vernieuwing daarin; Hiermee kunnen de gemeenschapshuizen als voorzieningen bijdragen aan de bevordering van participatie, sociaal contact, gemeenschapszin en leefbaarheid in de (kleine) kernen. 4. verduurzamende maatregelen te treffen voor de accommodatie. Hiermee wordt door de gemeenschapshuizen bijgedragen aan realisatie van de doelen van het gemeentelijke energietransitie- en klimaatbeleid, maar kunnen zij (op termijn) eveneens hun exploitatie positief beïnvloeden. f.
de punten 1 t/m 4 onder e. door het college verder uit te laten werken in een nieuwe subsidiebeleidsregel gemeenschapshuizen, met name door middel van: * herformulering (verruiming) van het bestaande gemeentelijke (subsidie)beleidskader voor het opstellen van een dorpsplan (e1 en e2); * herformulering van de bestaande investeringssubsidieregeling (onderdeel gemeenschapshuizen, nu vooral gericht op de medefinanciering van het groot-onderhoud in plaats van realisatie van nieuwbouw en uitbreiding en slechts nog incidenteel op uitbreiding, mits dit strikt noodzakelijk is voor realisatie van structurele sociaalmaatschappelijke activiteiten) (e2); * samenvoeging en herformulering van de huidige incidentele projectsubsidieregeling en het Naoberfonds (e3); * het desgewenst aangaan van een convenant met het oog op de medefinanciering van een structureel aanbod aan sociaal maatschappelijke activiteiten in het gemeenschapshuis(e3); * voortzetting van de mogelijkheid tot het afsluiten van een voordelig lening (via de SVn) op basis van de ‘Verordening Stimuleringslening duurzame maatregelen non-profit organisaties gemeente Aalten 2018’ (e4);
Het staat elk gemeenschapshuis vervolgens vrij om op basis van de door hen gemaakte profielkeuze al dan niet gebruik te maken van deze ondersteunings- en subsidiemogelijkheden. Hiermee wordt de zelfstandige autonomie gerespecteerd en maatwerk mogelijk gemaakt. Uiteraard zal een aanvraag voor één of meerdere vormen van financiële ondersteuning aan de te zijner tijd door het college daaraan te verbinden specifieke criteria moeten voldoen. 2. In het Raadsprogramma 2018-2022 heeft de
gemeenteraad aangegeven uitdrukkelijk belang te hechten aan vroegtijdige burgerparticipatie bij (het vormgeven van) nieuwe beleidsontwikkelingen. Om die reden is dit voorstel voor een nieuw beleidskader in direct overleg, samenwerking en afstemming met de besturen van de diverse gemeenschapshuizen in onze gemeente tot stand gekomen. Met het oog op de vormgeving van burgerparticipatie heeft de raad in november 2020 de kadernota Burgerparticipatie vastgesteld. Op dat moment was het participatie- en
inspraaktraject voor het nieuwe beleidskader voor de gemeenschapshuizen overigens al vrijwel volledig doorlopen. Door als college het verslag van het hiervoor gevolgde participatie- en inspraaktraject vast te stellen en middels het raadsvoorstel ter kennisgeving voor te leggen aan de raad, legt uw college hierover, toch geheel conform de inhoud en strekking van de Nota Burgerparticipatie, achteraf verantwoording af aan de raad. 3. Bij de verdere uitwerking van dit door de raad vast te stellen nieuwe algemene beleidskader gemeenschapshuizen kan slechts voor een deel gebruik gemaakt worden van structureel in de (meerjaren)gemeentebegroting beschikbare budgettaire ruimte. Om de (door het college) nieuw te formuleren ‘subsidiebeleidsregel gemeenschapshuizen’ vervolgens ook volledig uit te kunnen voeren zijn dan ook structureel aanvullende financiële middelen nodig. De raad dient dan ook voorgesteld te worden bij de vaststelling van de gemeentebegroting 2022 en de meerjarenbegroting 2023-2025 hiervoor een aanvullend budget beschikbaar te willen stellen. Dit wordt voorshands geraamd op € 60.000 ingaande 2022. Realisering uitvoering beleidskader uit structureel beschikbare financiële ruimte: Er is in de meerjarenbegroting geoormerkte structurele financiële ruimte beschikbaar voor de, in het nieuwe beleidskader genoemde, subsidiëring/financiering van: a.
het overleg – en samenwerkingsverband van de
gemeenschapshuizen, het Platform Aalten (€ 2.000); b. de sociaal-maatschappelijke organisaties, die de gemeenschapshuizen deskundig kunnen begeleiden en/of adviseren bij hun organisatievragen (de Stichting Figulus Welzijn (een (nog) niet nader toe te rekenen deel van het totale algemene subsidiebudget van ca. € 710.000), de Vereniging Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland (€ 1.200) en de Aaltense Uitdaging (€ 10.000); c. de organisatie van vernieuwende sociaalmaatschappelijke activiteiten door de besturen van de gemeenschapshuizen via de (straks samen te voegen) incidentele projectsubsidieregeling (jaarlijks ca. € 13.500, met een maximum van € 1.000 per aanvraag) en het Naoberfonds (stand voorziening per heden ca. € 100.000, met een maximum van € 5.000 per aanvraag); Wij stellen voor deze beide regelingen samen te voegen en te herformuleren. Door daarbij voorshands uit te gaan van een nieuw maximum per aanvraag van € 3.000 en een jaarlijks subsidieplafond van € 35.000 is hiervoor met de huidige beschikbare middelen in de meerjarenbegroting in ieder geval de komende vijf jaar voldoende dekking aanwezig. Hierna zou deze regeling opnieuw geëvalueerd kunnen worden. d. de gemeentelijke kosten voortvloeiend uit de afspraken
met de SVn over de verstrekking van leningen aan non-profitorganisaties (waaronder de gemeenschapshuizen) voor de bekostiging van verduurzamingsmaatregelen aan hun accommodatie; Voor de gemeentelijke subsidiëring van het per gemeenschapshuis op basis van een convenant af te spreken structurele aanbod aan sociaal maatschappelijke activiteiten voor (kwetsbare) groepen inwoners, kan, gelet op de
doelstelling, in onze ogen een structureel beroep gedaan worden op de in de gemeentebegroting (ingaande 2021) structureel opgenomen financiële ruimte voor ‘de versterking van inloopvoorzieningen’(ad. € 50.000). Hiertoe is overgegaan op basis van uw besluitvorming d.d. 7 juli 2020 omtrent de ombuigingen op grond van het Transformatieplan Sociaal Domein. Hierbij denken wij vooreerst aan een, hieruit voor de gemeenschapshuizen vrij te maken, jaarlijks budget van maximaal € 20.000 (gerelateerd op de jaarlijks door de gemeenschapshuizen te betalen OZB). Realisering uitvoering beleidskader met aanvullend beschikbaar te stellen budgettaire financiële ruimte: Tot op heden is door de raad voor de uitvoering van de incidentele investeringssubsidieregeling en het beleidskader ter stimulering van het opstellen van dorps(ontwikkelings)plannen géén structurele financiële ruimte in de gemeentebegroting opgenomen. Reden hiervoor is dat onduidelijk c.q. onvoorspelbaar is wanneer (en in welke mate) op deze gemeentelijke subsidieregelingen een beroep gedaan wordt. Om hiervoor niet onnodig begrotingsruimte te reserveren, wordt er door de raad tot op heden de voorkeur aan gegeven dergelijke aanvragen zelf ad hoc te beoordelen en de daarop toe te kennen subsidiebedragen vervolgens vrij te maken door daarvoor (over het algemeen) een beroep te doen op de algemene reserve. Nadelen hiervan zijn: a.
dat voor honorering van een verzoek dat feitelijk
voldoet aan de subsidiecriteria niet volstaan kan worden met een collegebesluit, maar het gehele tijdrovende traject van raadsbehandeling moet worden doorlopen; b. dat de uitvoering van deze subsidieregelingen tevens afhankelijk is van de financiële situatie van dat specifieke moment. In het nu voorliggende nieuwe beleidskader gemeenschapshuizen wordt voorgesteld de hierboven genoemde subsidieregelingen in aangepaste wijze voort te zetten. Om de uitvoering daarvan voortaan nu wel bij het college neer te kunnen leggen, dient hiervoor door de raad dus wel structurele financiële ruimte in de gemeentebegroting opgenomen te worden. Alhoewel de exacte nieuwe criteria en voorwaarden van deze subsidierelingen, na vaststelling van dit beleidskader, door het college nog nader dienen te worden uitgewerkt, stellen wij voor hiervoor voorshands de volgende budgetten structureel op te laten nemen in de gemeentebegroting (ingaande 2022): 1. € 15.000 voor de uitvoering van de
subsidiebeleidsregel ter ondersteuning van het opstellen van een dorpsplan, dorpshuisplan en/of meer-jaren-onderhoudsplan. Hierbij is dan rekening gehouden met een: a. meerjarige looptijd van dergelijke plannen (periode van 5 tot 10 jaar); b. spreiding van mogelijke aanvragen over de komende jaren heen; 2. € 45.000 voor de uitvoering van de
investeringssubsidieregeling ter aanvullende financiële ondersteuning van de uitvoering van planmatig vastgesteld groot-onderhoud door de gemeenschapshuizen. Er bestaat nog geen enkel inzicht in de (groot-)onderhoudskosten van de diverse
gemeenschapshuizen. Daarom is hierbij voorshands uitgegaan van een derde deel van het bedrag dat in de afgelopen 12 jaar aan incidentele gemeentelijke financiële steun is toegekend voor oprichting, uitbreiding of renovatie van gemeenschapshuizen (met een jaargemiddelde van € 139.000);
Kanttekeningen
De uitvoerbaarheid op termijn van dit nieuw voorgestelde beleidskader is dus voor een deel afhankelijk van de ruimte die u begrotingstechnisch denkt te kunnen vinden om de raad voor te stellen structureel aanvullende financiële ruimte in de gemeentebegroting 2022 beschikbaar te stellen. Ruimte die, gezien de actuele financiële situatie van de gemeente, eigenlijk nauwelijks aanwezig is. Onlangs zijn door uw college de voorlopige kaders voor de begroting 2022 vastgesteld. Daarin heeft uw college aangegeven dat u zich begrotingstechnisch, met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, met name richt op het pakket aan lopende projecten en terughoudend zal zijn met nieuw beleid voor 2022. Vraag is nu of deze opdracht van de raad om een nieuw beleidskader voor de gemeenschapshuizen tot dit pakket aan lopende projecten behoort? Wij denken dat dit wel het geval is, gezien het raadsbesluit hierover begin 2018 en de inhoud van het Raadsprogramma en het Uitvoeringsprogramma 2018-2022. Daardoor zou uw college in onze ogen de raad een voorstel kunnen doen om de hieruit voortvloeiende financiële gevolgen alsnog te verwerken en op te vangen in de gemeentebegroting 2022 en de jaren daarna.
De uit dit voorstel/besluit voortvloeiende budgettaire lasten van structureel € 60.000 worden dan betrokken bij het begrotingsproces 2022 en maken de opgave, die er begin juni ligt, om tot een sluitende begroting te komen lastiger. Indien de raad, op basis van uw voorstel tot begrotingswijziging, vervolgens toch geen mogelijkheid of reden ziet om de gevraagde aanvullende budgettaire ruimte (geheel of gedeeltelijk) beschikbaar te stellen, zal dit deel van de speerpunten van de kadernota niet uitgewerkt c.q. uitgevoerd kunnen worden. Als dit het geval is, zal de raad om deze reden eigenlijk ook voorgesteld moeten worden te besluiten de huidige bestaande investeringssubsidieregeling voorlopig buiten werking te stellen/niet uit te voeren. Voor de uitvoering van deze bestaande subsidieregeling is, zoals aangegeven, nooit een structureel budget in de gemeentebegroting opgenomen. Dit zal dan overigens niet alleen consequenties hebben voor de gemeenschapshuizen, maar ook voor de buitensportverenigingen (kleed- en doucheruimte en sanitair), speeltuinverenigingen (slecht-weer-accommodaties) en jeugdverenigingen met eigen gebouwen (scouting, jongerencentra). Hetgeen hierboven gesteld wordt geldt in feite ook voor het bestaande beleidskader voor stimulering van het tot stand komen van dorpsplannen.
Overleg gevoerd met
Afdeling Bedrijfsvoering, Team Informatiebeheer, Wilbert van Dijk: financiële consequenties. Afdeling Sociaal Domein, Team Zorg, Daniëlle Wensink, relatie met en inzetten van financiële ruimte voor versterking van inloopvoorzieningen; Meerdere collega’s (o.m. Hans den Hengst, Melvin Oldenboom
en Arno Derksen) over diverse aspecten, die onderdeel uitmaken van het nieuw voorgestelde beleidskader.
Vervolgstappen en planning
Na raadsbehandeling (22 juni) kan het college in de loop van het tweede half jaar het nieuwe beleidskader verder uitwerken in een nieuwe subsidiebeleidsregel voor gemeenschapshuizen.
Participatie
Net zoals dit voorstel voor een nieuwe beleidskader gezamenlijk met het Platform Aalten tot stand is gekomen (zie bijgevoegde participatie- en inspraakverslag), zal de verdere uitwerking door het college in een nieuwe subsidiebeleidsregel gemeenschapshuizen in samenspraak met de besturen van de verschillende gemeenschapshuizen worden opgepakt.
Communicatie
Communicatie hierover zal plaatsvinden via het secretariaat van het Platform Aalten.