CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

collegebesluit eerste begrotingswijziging 2023 ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel om de jaarstukken 2022 voor kennisgeving aan te nemen en kenbaar te maken dat de raad zich kan vinden in de 1e wijziging 2023 en de begroting 2024 van Laborijn5.274 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van het college van B&W gemeente Aalten

Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijk organisatieonderdeel Zaakkenmerk/Documentkenmerk

Z/23/132942/eerste begrotingswijziging 2023, ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn A5 Team Mens en Samenleving Z/23/132942/D-459733

Vertrouwelijkheid

Openbaar

Portefeuillehouder

J.C. Wikkerink

Uitvoeringsprog. Raad Besloten in de vergadering van

Leefomgeving, Participatiewet B&W vergadering d.d. 30 mei 2023

Toelichting voorstel Samenvatting

Portefeuillehouder: J.C. Wikkerink In de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn is vastgelegd dat Laborijn een begroting tot het eind van het betreffende begrotingsjaar kan wijzigen. Als een begrotingswijziging leidt tot een gewijzigde gemeentelijke bijdrage, kan de gemeenteraad zijn zienswijze ten aanzien van die begrotingswijziging kenbaar maken. Daarnaast is in de gemeenschappelijke regeling bepaald dat Laborijn jaarlijks een begroting voor het komende jaar met een meerjarenraming indient. Eerder dit jaar heeft Laborijn door middel van de kadernota 2024-2027 informatie verstrekt over de financiële en beleidsmatige uitgangspunten die voor de begroting 2024 van belang zijn. De begroting geeft inzicht in de wijze waarop Laborijn het komende jaar uitvoering geeft aan onder andere de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de Wet Inburgering 2021. De activiteiten dragen bij aan het stimuleren van de (financiële) zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van inwoners in de gemeente Aalten. De gemeenteraad krijgt inzicht in de bedrijfsvoering en beoogde resultaten van Laborijn en kan hierop invloed uitoefenen door zijn zienswijze mee te geven aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn. Dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling.

Op 12 mei 2023 heeft het Dagelijks Bestuur van Laborijn de eerste begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 aan de raden van de deelnemende gemeenten aangeboden. De raad wordt voorgesteld om als zienswijze kenbaar te maken zich te kunnen vinden in de eerste begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 20252027. Tevens zijn de concept jaarstukken 2022 en de eerste kwartaalrapportage 2023 ter kennisname aangeboden.

Voorgestelde beslispunten

De raad voorstellen om: 1. Kennis te nemen van de eerste begrotingswijziging 2023 van de gemeenschappelijke regeling Laborijn. Als zienswijze aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn kenbaar te maken zich te kunnen vinden in deze begrotingswijziging. 2. Als zienswijze aan het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke

regeling Laborijn kenbaar te maken zich te kunnen vinden in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. 3. Kennis te nemen van de concept jaarstukken 2022 en de eerste kwartaalrapportage 2023 van Laborijn.

Besluit

Inleiding

Akkoord.

In de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn is vastgelegd dat Laborijn een begroting tot het eind van het betreffende begrotingsjaar kan wijzigen. Als een begrotingswijziging leidt tot een gewijzigde gemeentelijke bijdrage, kan de gemeenteraad zijn zienswijze ten aanzien van die begrotingswijziging kenbaar maken. Daarnaast is in de gemeenschappelijke regeling bepaald dat Laborijn jaarlijks een begroting voor het komende jaar met een meerjarenraming indient. Eerder dit jaar heeft Laborijn door middel van de kadernota 2024-2027 informatie verstrekt over de financiële en beleidsmatige uitgangspunten die voor de begroting 2024 van belang zijn. De begroting geeft inzicht in de wijze waarop Laborijn het komende jaar uitvoering geeft aan onder andere de Participatiewet, de Wet sociale werkvoorziening en de Wet Inburgering 2021. De activiteiten dragen bij aan het stimuleren van de (financiële) zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van inwoners in de gemeente Aalten. De gemeenteraad krijgt inzicht in de bedrijfsvoering en beoogde resultaten van Laborijn en kan hierop invloed uitoefenen door zijn zienswijze mee te geven aan het Dagelijks Bestuur van Laborijn. Dit is vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling.

Op 12 mei 2023 heeft het Dagelijks Bestuur van Laborijn de eerste begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 aan de raden van de deelnemende gemeenten aangeboden (zie bijlagen). Tevens zijn de concept jaarstukken 2022 en de eerste kwartaalrapportage 2023 ter kennisname aangeboden.

Argumenten

1.1 De eerste begrotingswijziging 2023 van Laborijn leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage voor de uitvoeringskosten ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2023. De stijging van de uitvoeringslasten is het gevolg van de aanpassing van de Caogemeenten met een aanpassing van de lonen van het ambtelijk personeel met gemiddeld 7% en de toename van de energieprijzen voor gas en elektra met ruim 300%. Dit levert per saldo een lastenstijging op van ongeveer 1,2 miljoen. Na aftrek van het positieve financiële resultaat van het programma Wsw ligt een begrotingswijziging voor waarin de totale bijdrage uitvoeringskosten voor de gemeenten toenemen met € 892.289. Voor Aalten betekent dit een toename van € 288.017. De stijging is berekend in overeenstemming met de gemeentelijke uitgangspunten (indexering). De stijging is het gevolg van loon- en prijsstijgingen en niet beïnvloedbare ontwikkelingen. 2.1. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn sluiten aan bij de eerder vastgestelde kaders. De stijging van de uitvoeringskosten die in 2023 is ingezet werkt door in deze meerjarenbegroting. De hoogte van de uitvoeringskosten is afhankelijk van het aantal te bedienen inwoners.

Als het aantal inwoners dat afhankelijk is van de Participatiewet in de komende periode toeneemt, gaan de uitvoeringskosten voor de Participatiewet ook toenemen (trap op trap af systematiek). Voor de Wsw gaan de uitvoeringskosten afnemen in verband met de daling van het aantal Wsw medewerkers. Hoe dit doorwerkt per individuele

deelnemende gemeente verschilt en is afhankelijk van het gemeentelijk aandeel in de Wsw en in de Participatiewet. Als het effect op gemeenteniveau onvoldoende aansluit bij de wens tot beheersing van de uitvoeringskosten, worden door Laborijn keuze scenario’s uitgewerkt. Dit is nu niet aan de orde. De uitvoeringskosten zijn wel voor de jaren 2024 tot en met 2026 toegenomen ten opzichte van de meerjarenraming uit de vastgestelde begroting 2023. De oorzaak hiervan ligt in externe factoren. De stijging is namelijk het gevolg van loon- en prijsstijgingen en niet beïnvloedbare ontwikkelingen. Daarnaast wordt de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 vanaf 1 januari 2024 onderdeel van de gemeenschappelijke regeling. De financiële effecten (waar onder de uitvoeringskosten) daarvan zijn verwerkt in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Vanaf 1 januari 2022 heeft Laborijn de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 door middel van een dienstverleningsovereenkomst uitgevoerd. Tot en met 2023 zijn de baten en lasten niet meegenomen in de begrotingen van Laborijn. Tot en met 2023 is de uitvoering van de Wet Inburgering met mandaat overgedragen aan Laborijn en wordt er separaat gefactureerd. Vanaf 2024 wordt van mandaat overgegaan naar delegatie en is de uitvoering van de Wet Inburgering opgenomen in de bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling Laborijn.

Compensatie voor de hogere uitvoeringslasten vindt plaats via het gemeentefonds (uitvoeringskosten). Daarnaast is er een specifieke uitkering (inburgeringsvoorzieningen) voor de verstrekkingen. Overige ontwikkelingen die in de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 20252027 zijn verwerkt: - De klantaantallen voor de diverse regelingen (Participatiewet, werkzame inwoners met loonkostensubsidie, nieuw beschut, Wsw, Wet inburgering enzovoort) zijn geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. De bijbehorende baten, lasten en benodigde formatie is hiermee in lijn gebracht. - De rijksbudgetten voor re-integratie en ontwikkeling zijn sinds 2023 niet meer op grond van circulaires één op één herleidbaar, maar zijn onderdeel van het bedrag dat gemeenten (ontschot) vanuit het gemeentefonds ontvangen. Er zijn keuzes gemaakt in de activiteiten gericht op ontwikkeling van inwoners. De oorspronkelijke inhoudelijke ambitie, zoals verwoord in de Kadernota 2024-2027 is op enkele onderdelen getemporiseerd. In de voorliggende begroting en meerjarenraming is een plan opgenomen dat past binnen de beschikbare financiële ruimte die de deelnemende gemeenten voor dit doel meerjarig hebben voorzien in de gemeentelijke begrotingen.

Binnen het plan zet Laborijn de resterende middelen uit de bestemmingsreserve reintegratiemiddelen in (zie nadere toelichting bij kanttekeningen 2.3) en deze reserve wordt dus snel afgebouwd. - De financiële verwerking van de kosten voor nieuwe huisvesting is verwerkt vanaf 2026. De aanname in deze begroting is dat het pand vanaf 1 januari 2026 in gebruik genomen wordt. - Blijvende inzet op de continuering/verduurzaming van de dienstverlening aan ondernemers (het Ondernemerssteunpunt Aalten - Doetinchem). - De DVO Wsw met gemeente Oude IJsselstreek is in de begroting opgenomen voor de duur van de huidige overeenkomst (deze loopt af ultimo 2025). Er is niet geanticipeerd op een eventuele verlenging. Hierdoor valt een forse dekking weg voor de uitvoeringskosten. In de jaren 2026 en 2027 worden de beschikbare reserves ingezet om de uitvoeringskosten voor de deelnemende gemeenten niet harder te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. Dit is overeenkomstig de eerder vastgestelde uitgangspunten. In 2027 staat nog een ongedekt tekort van € 174.025. 2.2. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn

voldoen aan de eisen gesteld in de gemeenschappelijke regeling. De ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 geven weer hoe Laborijn de doelstellingen in de betreffende periode wil realiseren en welke middelen daarmee gemoeid zijn. Daarmee voldoet de begroting aan de vereisten die in de gemeenschappelijke regeling zijn vastgelegd. Financiën Op grond van de 1e begrotingswijzing 2023, de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 bedraagt de totale bijdrage van Aalten aan Laborijn: Regeling / jaar BUIG Bbz: kapitaalverstrekkingen Bijzondere bijstand belast Inburgering Wsw Re-integratie Indirecte kosten/uitvoeringslasten Tozo (steunmaatregel Corona) Energietoeslag Totale gemeentelijke bijdrage

2023 4.916.065 5.000 143.000

2024 5.043.747 -

2025 5.213.481 -

2026 5.320.789 -

2027 5.424.752 -

5.000 144.000

5.000 144.000

5.000 144.000

5.000 144.000

6.058.561 366.959 2.169.975

530.000 5.895.902 379.280 2.413.499

540.000 5.661.433 395.402 2.519.101

530.000 5.343.408 412.001 2.398.719

530.000 5.145.361 421.065 2.468.851

32.000

30.000

30.000

30.000

30.000

1.000.000 14.681.560

0 14.431.428

0 14.498.417

0 14.173.917

0 14.159.029

Toelichting: BUIG De uitkering voor de BUIG die de gemeenten van het rijk ontvangen fluctueert. Dit is mede afhankelijk van: - De verdeelsystematiek voor deze rijksbijdrage; - Landelijke ontwikkeling aantal bijstandsgerechtigden. De inkomsten uit de BUIG zijn moeilijk in te schatten. Tweejaarlijks vindt een bijstelling van het voorlopig toegekend budget plaats. Bij de bijstelling zijn de realisaties van vorig jaar en de conjuncturele situatie verwerkt. Bij de vaststelling van het definitieve budget (eind september) wordt rekening gehouden met de actuele conjuncturele situatie. In de 1e begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn is de BUIG gebaseerd op het nader voorlopig budget 2023 en is een actuele prognose van de uitgaven gemaakt gebaseerd op de aantallen in het eerste kwartaal 2023, rekening houdend met de doelstelling van Laborijn dat de volumeontwikkeling BUIG 1% beter is dan het landelijk gemiddelde. De nadere BUIG-budgetten 2023 zijn bekend gemaakt en het totale budget is naar beneden bijgesteld. Voor Aalten betekent dit een daling van € 84.258. Het definitieve budget wordt eind september pas bekend waarin ook de compensatie voor de wettelijk gestegen minimumlonen wordt meegenomen.

Ter indicatie heeft het ministerie van SZW medio mei 2023 een berekening gemaakt van wat het toegekende budget voor bijstand en loonkostensubsidie per gemeente ongeveer zou zijn, als de WMLverhoging al in het nader voorlopige macrobudget 2023 zou zijn verwerkt. Voor Aalten bedraagt de prognose (grove inschatting) € 4.768.000. Laborijn gaat uit van een BUIGresultaat van nul. Wij lijken op een tekort op de BUIG uit te komen, maar omdat deze afhankelijk is van het definitieve budget die pas eind september bekend wordt, nemen we in onze begroting vooralsnog ook nul mee. Bij de Najaarsnota 2023 is pas een goede prognose te geven. Voor de helderheid nog de opmerking dat de uitgaven voor de impulsregeling parttime werk (voor 2023 rond de € 64.000) vanaf 2023 niet meer via de BUIG-budgetten wordt

verrekend, maar dat deze nu wordt meegenomen bij de re-integratieactiviteiten. Dit is in de ramingen van Laborijn ook al meegenomen (anders was het tekort op deze post nog groter hetgeen nu wordt 'gedekt' uit de reserve re-integratie). De impulsregeling is vooralsnog verlengd tot en met 31 december 2023. Bijzondere bijstand De prognose van de lasten van de bijzondere bijstand is geactualiseerd. Dit leidt tot een geringe bijstelling in de begroting. Re-integratie De rijksbudgetten voor re-integratie en ontwikkeling zijn (sinds 2023) niet meer op grond van circulaires één op één herleidbaar, maar zijn onderdeel van het bedrag dat gemeenten (ontschot) vanuit het gemeentefonds ontvangen. Uitgegaan is van het laatst bekende bedrag voor deze taken en dit bedrag is meerjarig geïndexeerd. In de meerjarenraming zijn de re-integratieactiviteiten nu op het niveau opgenomen waardoor de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage niet meer stijgt dan in de vorige ramingen, maar waarbij de reserve wel helemaal leeg wordt getrokken (zie onder kanttekeningen 2.3). Wsw De ontvangen rijksbijdrage is 1 op 1 door vertaald naar Laborijn. Indirecte kosten De stijging van de indirecte kosten is met name het gevolg van de aanpassing van de Cao-gemeenten met een aanpassing van de lonen van het ambtelijk personeel met gemiddeld 7% en de toename van de energieprijzen voor gas en elektra met ruim 300%.

Effect begroting Laborijn De effecten van de 1e begrotingswijziging 2023 worden meegenomen bij de Voorjaarsnota 2023. De effecten ontwerpbegroting 2024 en meerjarenraming 20252027 worden meegenomen bij de samenstelling van de gemeentebegroting 20242027. 3.1 De jaarstukken 2022 staan geagendeerd ter vaststelling in de vergadering van het AB van Laborijn van 7 juli 2023. Enkele noemenswaardige bijzonderheden uit het jaarverslag en de jaarrekening: - Laborijn heeft voor de gemeenten Doetinchem en Aalten dienstverlening (bemiddeling naar werk en verstrekken leefgeld) aan Oekraïense vluchtelingen gerealiseerd. - Tevens heeft Laborijn de energietoeslag voor beide gemeenten uitgevoerd. Voor Aalten ging het ook om de aanvragen voor inwoners zonder een uitkering van Laborijn. In afzonderlijke raadsmededelingen is de uitvoering van de energietoeslag inhoudelijk en financieel toegelicht. - Sinds 2022 voert Laborijn actief de regie op de nieuwe Wet inburgering 2021. Met diverse samenwerkingspartners (voor onze gemeente vervult Figulus een belangrijke rol) is een goed en ondersteunend uitvoeringsprogramma opgezet zodat inburgeraars zo snel mogelijk deel kunnen nemen aan de samenleving. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de inzet van eigen cultuurvertalers waarmee Laborijn in staat is om mogelijke cultuur- en taalbarrières op meerdere leefgebieden te overbruggen.

- Het aantal extern gedetacheerde Wsw medewerkers is op peil gehouden en zelfs iets gegroeid naar 82%. - In 2022 zien we in Aalten een stijging van het aantal huishoudens met 8% (281 huishoudens per 31-12-22). Dit kan onder andere worden verklaard door de toename van het aantal statushouders en verhuizingen naar onze gemeente.

- Door langdurige loonkostensubsidies worden werkgevers gecompenseerd voor medewerkers die een lagere productiviteit hebben en tot het doelgroepenregister behoren. Laborijn voert jaarlijks een loonwaardemeting uit en zij bieden life- en jobcoaching aan om onder andere. te sturen op het vergroten van de productiviteit en daarmee de afname van de subsidie. Per 31-12-22 zijn in Aalten 62 inwoners werkzaam met een langdurige loonkostensubsidie. - Met de impulsregeling parttime werk wordt voor inwoners met een Participatiewetuitkering parttime werken aantrekkelijker gemaakt. Men mag 50% van de inkomsten behouden met een maximum van € 200 per maand. De uitgaven (in 2022 nog ten laste van de BUIG) voor deze regeling voor Aalten bedragen € 64.431. - De individuele inkomenstoeslag versterkt de bestaanszekerheid van de inwoner. In 2022 zien we bij onze gemeente voor het eerst een afname van het gebruik van deze regeling. Wel hebben wij in oktober 2022 de inkomensgrens opgehoogd (naar 120%) en zijn de normbedragen verhoogd. De uitgaven voor deze regeling zijn € 84.557. - Voor de gemeente Aalten is het, ondanks de inspanningen van Laborijn, niet gelukt om met de uitgaven voor uitkeringsverstrekking en loonkostensubsidie binnen het door het Rijk toegekende (BUIG) budget te blijven.

- De aanzienlijke inflatie en stijging van de kosten voor energie heeft Laborijn in 2022 binnen de eigen begroting weten op te vangen. Een aanvullende bijdrage van de deelnemende gemeenten was nog niet noodzakelijk. - Het jaarresultaat 2022 is na de mutaties van de bestemmingsreserve € 288.492 positief en deze middelen zijn een vrijval van de huidige bestemmingsreserve vangnetvoorziening zelfstandigen voor zowel Doetinchem (€ 197.399) als Aalten (€ 91.093) en worden voor beide gemeenten als nieuwe bestemmingsreserve gevormd voor genoemde vangnetvoorziening. - De accountant is voornemens om een goedkeurende verklaring voor zowel getrouwheid als voor rechtmatigheid te verstrekken. 3.2 Enkele noemenswaardige bijzonderheden uit de eerste kwartaalrapportage 2023 van Laborijn. - Het aantal inwoners dat afhankelijk is van een Participatiewet-uitkering blijft (licht) stijgen. Per 31-3-2023 heeft Aalten 289 huishoudens in een uitkering zitten (275 Participatiewet, 9 IOAW en 5 IOAZ). Ten opzichte van 31-12-2022 is dit een stijging van 8 huishoudens. Laborijn ziet in hun intakeproces een toename van het aantal inwoners met complexe hulpvragen en een beperkt arbeidsmarktperspectief. - Laborijn en sociaal ontwikkelbedrijf Fijnder dagen vanaf 2023 werkgevers in de regio uit om "om te kijken" naar de arbeidsmarkt.

Door "anders" te kijken naar talenten en kwaliteiten zetten werkgevers zich in om een werkplek te creëren. Daarbij ondersteunen zij de werkgevers met advies en een budget dat naar eigen inzicht kan worden ingezet om een plaatsing te verduurzamen. - De impulsregeling parttime werken is tot en met 31-12-2023 verlengd (mede ook in afwachting van landelijke wetgeving om het parttime werken lonender te maken). - De regeling energietoeslag is verlengd tot 1 juli 2023 en Laborijn heeft op verzoek van de gemeenten de ruimte benut om inwoners, die in 2022 al een volledige toeslag hebben ontvangen, alvast een bedrag van € 500 toe te kennen (in februari 2023 uitgekeerd). Het is nu wachten op de aanstaande Wet energietoeslag 2023. - Laborijn blijft de vluchtelingen uit Oekraïne begeleiden richting betaald werk. Zij neemt actief deel aan het Regionaal Mobiliteitsteam 'Achterhoek Werkt Door'. Het

vraagt voor Laborijn ook na plaatsing de nodige inspanning om deze groep mensen aan het werk te houden via begeleiding, coaching en eventuele herplaatsing. Per 31-3-2023 worden voor Aalten 30 uitkeringen (leefgeld Oekraïne) verstrekt. - De uitvoering (en werkwijze) van de Wet inburgering 2021 wordt verder doorontwikkeld. De inzet van (eigen) cultuurvertalers, en daarmee aanvullend in te zetten op cultuursensitiviteit, is een passende en efficiënte aanpassing van de werkwijze. Hierdoor kan er een bijdrage worden geleverd bij het sneller zetten van participatie- en re-integratiestappen van deze doelgroep. Per 31-3-2023 zijn in Aalten 16 inburgeraars volop bezig met hun inburgeringstraject en 25 zitten in het traject van een brede intake en leerbaarheidstoets.

Kanttekeningen

1.1. en 2.1. Het beoogde resultaat op het budget voor bijstandsuitkeringen (BUIG) is ambitieus. Tweejaarlijks vindt een bijstelling van het voorlopig toegekend budget plaats. De bijstelling van het nader voorlopig macrobudget is altijd een tussenstand, waarin de realisaties van vorig jaar en recente inschattingen van de conjuncturele situatie (CEP, CPB) zijn verwerkt. Op basis van de CPB-raming van de werkloosheid wordt vanaf 2023 een oplopend bijstandsbestand verwacht. In Aalten is ook sprake van een (beperkte) toename van het aantal inwoners dat gebruik moet maken van een Participatiewet-uitkering (raming 276 huishoudens eind 2023). Dit heeft onder andere te maken met een hogere (en versnelde) taakstelling huisvesting statushouders en de komst van gezinnen elders uit het land. Ook de invoering van een aantal wetswijzigingen heeft een oploop in de raming van de bijstandsuitgaven tot gevolg. Door een inperking van andere regelingen doen komende jaren naar verwachting meer personen een beroep op de bijstand. Dit zijn onder andere de gevolgen van de invoering van de Participatiewet (per 2015) en de invoering van het onderdeel WWduurverkorting in de Wet werk en zekerheid, die inmiddels is vervangen door de Wet arbeidsmarkt in balans. Daarnaast zorgt de aanpassing van de kostendelersnorm voor hogere bijstandsuitgaven vanaf 2023.

Laborijn blijft inzetten op de doelstelling dat de volumeontwikkeling BUIG 1% beter is dan het landelijk gemiddelde. 2.2 Financiële effecten in de meerjarenraming. - In 2026 is een daling van de uitvoeringslasten te zien. Ultimo 2025 loopt de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Oude IJsselstreek af maar de daling van de totale uitvoeringslasten is hiermee nog niet geheel te verklaren (wat zou de gemeentelijke bijdrage in 2026 zijn geweest als de gemeente Oude IJsselstreek er nog wel in zou zitten?). - De aanslag en daarmee een snelle intering op de reserves in 2026 en een deel ongedekt tekort in 2027 (van € 174.025) is nog wel een zorgpunt. In 2027 is er al onvoldoende dekking en voor 2028 zijn de reserves nagenoeg leeg. De vraag is dan wat er met onze bijdrage in de uitvoeringslasten gebeurt en of we ons in 2026 niet 'rijk' rekenen door de lagere uitvoeringslasten. - Tal van factoren in relatie tot de financiële meerjarenraming zijn nog onzeker. Hoe ontwikkelen de macrobudgetten (en conjuncturele ontwikkelingen) zich mede in relatie tot tal van wijzigingen

binnen de keten van werk en inkomen (o.a. wijzigingen Participatiewet in balans en invoering wetsvoorstel Breed Offensief), wat gaat de gemeente Oude IJsselstreek doen (nu niet geanticipeerd op een verlenging) en kan Laborijn zijn dienstverlening uitbreiden zoals aangegeven in haar strategische koers? Laborijn geeft aan te blijven inzetten op het beheersen van de uitvoeringskosten voor de jaren 2024 tot en met 2027. 2.3 Re-integratie / aanvullende toelichting beschikbare middelen voor ontwikkeling inwoners. In de aanbiedingsbrief geeft het Dagelijks Bestuur van Laborijn een aanvullende toelichting op de inhoudelijke ambitie (vanuit de Kadernota 2024-2027) met betrekking tot de (door-) ontwikkeling van inwoners (sociale activering, participatie en re-integratie) in relatie tot de beschikbare middelen. In dit verband wordt ook verwezen naar het programma mensontwikkeling (pagina's 16 t/m 20) van de begroting 2024 en verder. Laborijn geeft het volgende aan: ‘De rijksbudgetten voor re-integratie en ontwikkeling van inwoners binnen de Participatiewet zijn (sinds 2023) niet meer op grond van circulaires één op één herleidbaar, maar zijn onderdeel van het bedrag dat gemeenten (ontschot) vanuit het gemeentefonds ontvangen. De gemeenten Aalten en Doetinchem hebben het laatst bekende bedrag voor deze taken meerjarig geïndexeerd opgenomen in de eigen gemeentelijke begroting.

Daarbij is nog geen koppeling gemaakt met de meerjarige inhoudelijke opgave. In onze recent verschenen Kadernota hebben we een stevige inhoudelijke ambitie geformuleerd met ruimte voor innovatie. Laborijn biedt actief activiteiten en programma’s aan inwoners die gebruik maken van de Participatiewet. Ook juist daar waar er (vooralsnog) beperkt perspectief is op een positie op de arbeidsmarkt. We doen dit om inwoners in staat te stellen om mee te doen op de best passende plek. Om dit ook in de komende jaren goed vorm te geven heeft Laborijn een plan gemaakt tot en met 2027 (opgenomen in het programma mensontwikkeling) op grond van de inhoudelijke uitdagingen. Dit heeft aanvankelijk geleid tot een opzet waarin de gevraagde investering hoger lag dan het bedrag dat gemeenten, op grond van het laatste bekende geïndexeerde bedrag binnen de gemeentelijke begroting, beschikbaar hebben. Om de voorliggende begroting passend te maken met het beschikbare budget zijn (op grond van gezamenlijke werksessies) afgewogen keuzes gemaakt om bepaalde onderdelen in het oorspronkelijke plan te laten vervallen of in beperkte vorm te gaan uitvoeren. Voorbeelden daarvan zijn: - Het omlaag brengen van het aantal inwoners dat kan deelnemen aan specifieke leerlijnen; - Het begrenzen van het aantal maatwerktrajecten voor inwoners die onder de oude inburgeringswet vallen.

Het gaat daarbij om een extra intensief traject voor inwoners die in het oude stelsel het inburgeringstraject niet succesvol hebben doorlopen; - Het niet voortzetten van de huidige impulsregeling parttime werk na afloop van de pilot periode. Laborijn kan goed uit de voeten met het plan dat nu in de begroting is opgenomen, en de wens is zeker aanwezig om meer te kunnen investeren in de ontwikkeling van onze inwoners. Zoals beschreven worden de huidige middelen voor deze taak inmiddels via een gebundelde uitkering vanuit het gemeentefonds beschikbaar gesteld (en zijn dus minder specifiek inzichtelijk). Via een door Divosa, Cedris en Berenschot ontwikkelde methodiek zijn deze middelen, die ontschot toegekend worden, nog wel te herleiden. Geredeneerd vanuit deze methodiek blijkt dat gemeenten voor

deze inhoudelijke opgave meer middelen krijgen toebedeeld dan in het verleden. Om u op dit punt aanvullend inzicht te verschaffen verwijzen wij u graag naar de bijlagen 1 (Aalten) en 2 (Doetinchem) bij onze aanbiedingsbrief.’ De gemeente Aalten staat uiteraard achter de ambitie en inhoudelijke opgave van Laborijn om inwoners door te ontwikkelen en mee te laten doen op de best passende (en zo regulier mogelijke) plek met inzet op 2 aandachtsgebieden te weten activering en re-integratie. Met deze dienstverlening ondersteunt Laborijn inwoners in de voorbereiding en realisatie van de stap naar sociale activering, participatie en richting betaald (parttime) werk. Daarbij is de dienstverlening zo georganiseerd dat er een doorlopende ontwikkellijn mogelijk is met ruimte voor maatwerk. Vanuit de strategische koers wil Laborijn zich de komende jaren ook verder door ontwikkelen als professioneel sociaal ontwikkelbedrijf (zie onder). Vanuit de Participatiewet zien we een toename van uitkeringsgerechtigden met een activeringsprofiel (steeds meer inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en vaak met complexere en meervoudige problematiek) en een afname van uitkeringsgerechtigden met een re-integratieprofiel (binnen 1 jaar aan het werk).

Eén van de uitgangspunten die Laborijn zelf hanteert is dat alle inwoners met een Participatiewet-uitkering een actief traject en aanbod hebben om ontwikkeling mogelijk te maken, zeker ook bezien in het licht van de huidige arbeidsmarkt en de bredere participatie- en inclusiegedachte. Bij deze doelgroep zien we echter ook steeds meer een samenloop met onze eigen sociale wetgeving (Inburgering, Wmo, schuldhulpverlening, inkomensondersteuning, opvoeden en opgroeien, zorg en veiligheid etc.) hetgeen nog meer een integrale en intensievere aanpak vergt. We hebben het bij dit sociaal vraagstuk dus ook over een gezamenlijke inhoudelijke opgave (bestaanszekerheid in brede zin) voor de komende jaren. Laborijn heeft het over de wens om meer te kunnen investeren in onze inwoners, maar feitelijk is het een must om, binnen de mogelijkheden, meer te investeren in deze groep inwoners. Er zijn genoeg rapporten geschreven over dat maatschappelijk participeren gelukkiger en gezonder maakt en soms kostenverlagend werkt op andere deelterreinen. En ja, soms slaan de baten bij andere partijen neer (bijv. zorguitgaven), maar dat betekent niet dat we dan maar niet of veel minder moeten investeren in deze (meer kwetsbare) groep bijstandsgerechtigde inwoners. Het potentieel van mensen is vaak ook groter dan wordt gedacht. We hebben dit samen met Laborijn ook ervaren bij o.a.

de pilot simpel switchen in de participatieketen, bij de pilot impulsregeling parttime werk maar nu ook onder de nieuwe Wet inburgering. Het echt door ontwikkelen dus investeren in mensen kost tijd en geld en we hebben het al lang niet alleen meer over de klassieke reintegratiefunctie naar (alleen maar volledig) betaald werk en dus uitstroom uit de bijstand. Laborijn zit nu volop in de fase van doorontwikkeling naar een sociaal ontwikkelbedrijf (zie onder strategische koers). Uiteraard blijft altijd het uitgangspunt het realiseren van duurzaam regulier betaald werk, maar de realiteit leert ons echter dat lang niet iedereen meer de stap naar betaald (parttime) werk kan zetten. Dan is meedoen op de best passende plek (in welke vorm dan ook) ook een belangrijk streven. Het nu voorliggend voorstel past binnen de beschikbare middelen voor dit doel binnen onze meerjarenbegroting. Echter, nu wordt noodgedwongen gekozen om werkzaamheden c.q. ontwikkelingen niet of minder intensief te doen. Een voorbeeld daarvan is het begrenzen van het aantal maatwerktrajecten voor inwoners die onder de oude inburgeringswet

(oudkomers) vallen. Het gaat daarbij om een extra intensief traject voor inwoners die in het oude stelsel het inburgeringstraject niet succesvol hebben doorlopen en feitelijk dus ook niet goed geïntegreerd zijn. Deze (en voor onze gemeente aanzienlijke) groep is onvoldoende zelfredzaam, doet langdurig een beroep op diverse (gemeentelijke) ondersteunende voorzieningen en heeft echt een andere vorm van ondersteuning nodig. Deze signalen krijgen wij ook al langere tijd van Figulus vluchtelingenwerk, Sensire Algemeen Maatschappelijk Werk/Sociaal Raadsliedenwerk, Humanitas en MEE. Wij zijn van mening dat deze doelgroep oudkomers die onder de oude inburgeringswetgeving vallen geprioriteerd dient te worden. We gaan onderzoeken om, in afwachting van de uitkomsten van de gesprekken over de Kadernota 2025 en verder, deze inhoudelijke opgave alvast (in ieder geval vanaf 2024) wel mogelijk te maken. Daarbij kijken wij niet alleen vanuit het oogpunt van de Participatiewet, maar ook vanuit de uitgangspunten van de Wmo en daarbij behorende financieringsmogelijkheden. In onze gemeentelijke uitvoeringsnota Sociaal Domein 2023 – 2027 is dit onder het thema “blijven meedoen in Aalten” ook verwoord (o.a. het bevorderen van maatschappelijke integratie). Laborijn geeft een helder en begrijpelijk signaal af.

Het voorstel is om de verdere inhoudelijke en financiële discussie zo spoedig mogelijk op te pakken bij de totstandkoming van de eerstvolgende Kadernota 2025- 2028 en mede bezien in relatie tot de uitwerking van de toekomstige strategische koers van Laborijn. Op dit moment ligt het voorstel tot het voornemen voor de 4e wijziging van de gemeenschappelijke regeling Laborijn voor. Hierbij is ervoor gekozen om de gemeenteraden een zienswijze te vragen over de Kadernota die de basis vormt voor de begroting van Laborijn. De Kadernota beschrijft uitvoerig de (beleidsmatige) ontwikkelingen en de financiële gevolgen daarvan en raakt als zodanig de kaderstellende rol (en bij de begroting het budgetrecht) van de raad. De discussie moet eerst verder vanuit de inhoud worden gevoerd en niet specifiek vanuit de al dan niet beschikbare (gemeentefonds-) middelen voor ontwikkeling/re-integratie. Laborijn geeft nu ook aan goed uit de voeten te kunnen met het plan dat nu in de begroting is opgenomen, maar dat de wens zeker aanwezig is om meer te investeren in de ontwikkeling van inwoners. Hier ligt onze gezamenlijke opdracht en verantwoordelijkheid. Strategische koers Laborijn Laborijn ontwikkelt zich door als sociaal ontwikkelbedrijf. Langs de pijlers inkomenszekerheid en mensontwikkeling biedt zij inwoners de juiste ondersteuning naar de best passende plek.

De opdracht aan Laborijn is oorspronkelijk sterk ingegeven vanuit een wettelijk kader (het uitvoeren van de Wet sociale werkvoorziening, Participatiewet en Wet inburgering). Deze verschuift steeds nadrukkelijk naar de ondersteuningsbehoefte van inwoners. Laborijn wil haar kennis, ervaring en infrastructuur dan ook graag inzetten voor alle inwoners die dergelijke ondersteuning nodig hebben. Haar opdracht tot het uitvoeren van de sociale werkvoorziening neemt in de komende jaren af. Sinds 2015 kent deze regeling geen instroom meer. Inwoners met een ondersteuningsbehoefte maken inmiddels gebruik van andere regelingen in het sociaal domein. De ontwikkelingen in het sociaal domein gaan hard. Recent heeft Laborijn, in nauw bestuurlijk en ambtelijk overleg, opnieuw gekeken naar haar strategische koers voor de komende jaren. Daarin zijn verschillende scenario’s ontwikkeld die nog verder worden uitgewerkt. In deze

gesprekken heeft de gemeente Aalten aangegeven blij te zijn met de dienstverlening van Laborijn en deze in de toekomst ook graag voor haar inwoners wil benutten. Ook Aalten ziet graag dat Laborijn in de toekomst inzet op (meer regeling onafhankelijk) verbreding van haar dienstverlening. Daarbij willen we enerzijds gebruik maken van de kennis/ efficiency voordelen die uitvoering voor meerdere gemeenten brengt en anderzijds de dienstverlening fysiek zo dichtbij als mogelijk vormgeven. In dat kader biedt Laborijn onze inwoners inmiddels de mogelijkheid om gesprekken over inkomen en/of ontwikkeling plaats te laten vinden op ons gemeentekantoor. Dit is prettig voor de inwoner, en zorgt er ook voor dat de professionals van Laborijn nog laagdrempeliger kunnen samenwerken met onze gemeentelijk collega’s binnen het sociaal domein.

Overleg gevoerd met

Vervolgstappen en planning

Afdeling /Team: Persoon: Overlegpunten: Bedrijfsvoering/team Informatiebeheer: Edith Oonk

De behandeling (uitbrengen zienswijze) van de 1e begrotingswijziging 2023, de ontwerpbegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 van Laborijn vindt plaats in de raadsvergadering van 4 juli 2023. Het dagelijks bestuur van Laborijn wordt hierover geïnformeerd. Op 15 september 2023 wordt dit besproken in het Algemeen Bestuur (AB) van Laborijn.

Participatie

Na afstemming met Laborijn willen we de Sociale Raad gaan informeren over de ontwikkelingen binnen Laborijn.

Communicatie

Op 12 juni 2023 is Laborijn aanwezig tijdens de beeldvormende raad. De zienswijze van de gemeenteraad wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan Laborijn. Bijlagen 1. 1e begrotingswijziging 2023 GR Laborijn met aanbiedingsbrief 2. Ontwerpbegroting 2024, meerjarenraming 2025-2027 GR Laborijn met aanbiedingsbrief 3. Raadsvoorstel en raadsbesluit 4. Brief aan Laborijn 5. Jaarstukken 2022 6. Eerste kwartaalrapportage 2023 7. Kadernota 2024 - 2027 Laborijn (volledigheidshalve toegevoegd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=560e6dbb-8c86-421f-a8af-a77f472b634c