CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

brief aan raad 28-1-2021 en zienswijzennota Bp. Landelijk gebied herstelbesluit 2020 BMC-geanonimiseerd.pdf

Gemeenteraad 23 februari 2021, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied, herziening 2020 BMC.3.686 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC

Inhoud PROCEDURE .......................................................................................................................................................................3 ZIENSWIJZEN .....................................................................................................................................................................4

1. Stichting Natuur en Milieu Aalten, de heren XX en XX, mede namens verschillende omwonenden en grondeigenaren. .................................................................................................... 4 VOOROVERLEGREACTIES ..............................................................................................................................................9

1. 2.

Waterschap Rijn en IJssel ........................................................................................................ 9 Provincie Gelderland ................................................................................................................. 9

AMBTSHALVE AANPASSING...........................................................................................................................................9

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 2 van 9

Procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ heeft met ingang van woensdag 21 oktober 2020 gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegen (tot en met dinsdag 1 december 2020) in het gemeentekantoor, locatie Hofstraat 8 in Aalten. Iedereen heeft in deze periode het plan ook kunnen raadplegen via de website www.aalten.nl, resp. www.ruimtelijkeplannen.nl. Op de website is ook vermeld op welke wijze de planbestanden konden worden verkregen. Zienswijzen Tijdens deze termijn van tervisielegging is gelegenheid geboden om mondeling of schriftelijk zienswijzen over het plan in te dienen bij de gemeenteraad. Op grond van de Algemene termijnenwet wordt een wettelijke termijn, die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, tot en met de eerstvolgende dag verlengd. Dit betekent dat zienswijzen tot en met dinsdag 1 december 2020 kunnen worden ingediend. Er is één zienswijzen naar voren gebracht. In deze zienswijzennota wordt daarop nader ingegaan. Formele beoordeling De formele ontvankelijkheid van een zienswijze wordt bepaald door artikel 3.8 Wro en artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 6:9 Awb luidt: 1. Een bezwaar- of beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen; 2.

Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. De zienswijzen zijn wel binnen de termijn ingediend en zijn daarom ontvankelijk. Inhoudelijke beoordeling In deze Zienswijzennota zijn de ingekomen zienswijzen beknopt samengevat. Voor een volledig beeld wordt verwezen naar de ingebrachte zienswijzen. De zienswijzen zijn door het college van Burgemeester en wethouders beoordeeld. Vooroverlegreacties Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoel in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan de volgende instanties: • •

Provincie Gelderland Waterschap Rijn en IJssel

De ingekomen reacties van deze instanties zijn in deze Commentaarnota beknopt samengevat. Voor een volledig beeld wordt verwezen naar de ingebrachte reacties. De reacties zijn door het college van Burgemeester en wethouders beoordeeld. Ambtshalve wijzigingen Naast de uit de zienswijzenbeoordeling voortvloeiende wijzigingen wordt een aantal ambtshalve wijzigingen voorgesteld. Het betreft hier gedeeltelijk correcties van het bestemmingsplan ter rechtzetting of actualisering van enkele niet (meer) juiste of niet duidelijke onderdelen van het bestemmingsplan.

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 3 van 9

Zienswijzen

1. Stichting Natuur en Milieu Aalten, de heren XX en XX, mede namens verschillende omwonenden en grondeigenaren. Ingekomen op 20 november 2020. Inhoud van de zienswijze: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

7.

8. 9. 10. 11.

12. 13. 14. 15. 16. 17. 18.

De ontwerpen van het herstelbesluit en de omgevingsvergunning behoren niet gelijktijdig ter inzage te liggen. Er zijn twee gelijkluidende zienswijzen ingediend bij zowel het college als de gemeenteraad. Er is veelvuldig over dit project gesproken en er zijn gerechtelijke uitspraken gedaan. Om die reden was de verwachting dat het recht had gezegevierd. Er wordt verwezen naar het bezwaarschrift tegen het coördinatiebesluit. Het herstelbesluit leunt zwaar op door Locis Adviseurs aangeleverde producties. Dit bedrijf vertegenwoordigt de BMC en daarom zijn de ontwerpen niet zorgvuldig en objectief geproduceerd. Er ligt een gerechtelijke opdracht om een nieuw besluit voor het perceel aan de Ganzenpoelendijk te nemen. Dit is opgevat om een nieuwe bestemming toe te kennen. Bovendien zijn er gronden bij betrokken, waarvoor de gerechtelijke opdracht niet geldt. De effecten van het natuurwaardenonderzoek zijn slechts getoetst aan de fase van sloop, bouw en aanplant. De negatieve effecten doen zich ook voor na vestiging/exploitatie van het clubhuis door de BMC. De indieners van de zienswijzen concluderen dat de kernkwaliteiten niet worden versterkt en wél worden aangetast. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 10 januari 2018 bevestigd dat het bestemmingsplan is vastgesteld in strijd met de Gelderse Omgevingsverordening.

Het gaat niet zozeer om de aanleg van de houtsingel en kruidenrijke akker; het bezwaar richt zich met name tegen het clubgebouw van de BMC. Dat laatste wordt niet passend gezien en tast de kernkwaliteiten aan. In het plan ontbreekt de motivatie dat clubhuis iets toevoegt aan de kernkwaliteiten, dat er sprake is van een groot openbaar belang en dat er geen reële alternatieven zijn. De zgn. beladdering van het project ontbreekt. De bouw van een clubhuis past niet in het landschap. Er wordt een uitleg gevraagd over het ‘ja, mits principe’ en waarom dit in dit geval van toepassing is. De inbedding van de gebiedskwaliteiten is niet gemotiveerd. Gevraagd wordt dit alsnog te doen. Met verwijzing naar de zienswijzennota van 22 maart 2016 wordt gevraagd waarom het college alsnog medewerking verleent aan dit project c.q. herstelbesluit. Naar de mening van de indieners van de zienswijze wil de gemeenteraad namelijk ook een agrarische bestemming. Wordt er op deze wijze geen precedent geschapen voor al dit soort gebouwtjes in het landelijk gebied, zo vragen de indieners van de zienswijze zich af. Is het gesignaleerde feit, dat in het gebied nogal wat bestaande bebouwing aanwezig is, uitsluitend een constatering of een argument dat een clubgebouw juist niet passend is.

Het argument dat met een beperkt gebruik geen onaanvaardbare hinder hoeft te worden verwacht lijkt uit de lucht gegrepen en is niet gemotiveerd. Er is geen sprake van een renovatie maar van nieuwbouw. Wordt er bewust verwarring gezaaid, zo vragen de indieners van de zienswijze zich af. Er worden vraagtekens geplaatst bij de akoestische rapportage. Dit onderzoek moet maar gauw worden vergeten. Een MER-rapportage en een passende beoordeling ontbreekt. Het onderzoek naar alternatieve locaties/de beladdering is ontoereikend.

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 4 van 9

19. De constatering dat de buurtconsultatie geen eenduidig beeld geeft is niet correct. Allen die een zienswijze hebben ingediend hebben bezwaar tegen het geprojecteerde clubgebouw. Dat zijn de bewoners en grondeigenaren, die het dichtstbij deze locatie wonen en/of gronden daar in eigendom hebben. 20. Twee bijlagen ontbreken bij het ontwerpbesluit. 21. Het is niet duidelijk hoeveel personen er in het clubhuis aanwezig mogen zijn. 22. Er wordt gevraagd om een toelichting over de maatvoering van het clubgebouw in relatie tot de eerdere aanvraag om omgevingsvergunning. 23. Waarom is er geen overleg met de buurt geweest over de huisregels? 24. Het voornemen om een planschadeverzoek in te dienen wordt uitgesproken.

Beoordeling zienswijze door college van B&W 1.

De ontwerpen van het herstelbesluit en de omgevingsvergunning zijn gelijktijdig ter inzage gelegd in verband met de toepassing van de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening. Op basis van die regeling kan de besluitvorming, die nodig is voor de realisatie van ontwikkelingen en projecten, in één voorbereidingstraject worden gebundeld. Uitvoeringsbesluiten kunnen hiermee worden gecoördineerd met het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft besloten de coördinatieregeling voor dit project toe te passen en om die reden zijn de stukken gelijktijdig ter inzage gelegd. 2. Over dit project is inderdaad veelvuldig gesproken en de meningen hierover lopen duidelijk uiteen. Hoewel er verschillende gerechtelijke uitspraken zijn gedaan is het besluitvormingsproces nog niet beëindigd. Dit herstelbesluit volgt uit de procedure rondom de vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015. De eerdere gerechtelijke uitspraken staan niet ter discussie. 3. Het bezwaar tegen het coördinatiebesluit wordt separaat behandeld. In deze nota gaan wij daar niet op in. 4. Het project dat in het dit herstelbesluit is opgenomen is een particulier initiatief. De aanvrager is verantwoordelijk voor de aanlevering van de verschillende stukken (omgevingsonderzoeken), die nodig zijn om het verzoek goed te kunnen beoordelen.

De toetsing vindt vervolgens plaats door het gemeentebestuur. Dit is een gebruikelijke gang van zaken bij de verschillende ruimtelijke initiatieven. Wij zien niet in dat door deze handelwijze de ontwerpen van de besluiten niet zorgvuldig en objectief zijn geproduceerd. 5. Voor het perceel aan de Ganzenpoelendijk te Bredevoort dient opnieuw een besluit te worden genomen. Er dreigt zelfs een dwangsom met een maximum van € 15.000,-- als dit besluit niet tijdig (dat wil zeggen vóór 15 maart 2021) is vastgesteld. Wij verwijzen u naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 12 augustus 2020, nr. 202003279/1/R1. Dit herstelbesluit ziet toe op het toekennen van een nieuwe bestemmingsregeling voor deze locatie door de gemeenteraad. Er zijn inderdaad gronden bij betrokken, waarvoor de gerechtelijke opdracht niet geldt. Maar door (een geringe) uitbreiding van het plangebied kunnen de kwalitatieve verplichtingen, die aan dit project zijn verbonden, in het plan worden vastgelegd en zichtbaar worden gemaakt. Hiermee worden de gebiedskwaliteiten van het nationaal landschap versterkt. 6. Uit de conclusies van de quick scan natuurwaarden d.d. 11 december 2018 blijkt dat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot wettelijke gevolgen voor de soortenbescherming en/of gebiedsbescherming. Er hoeft geen nader onderzoek en/of ontheffing te worden aangevraagd.

Duidelijk is dat de Wet natuurbescherming geen belemmering vormt voor de uitvoering van de in het plan opgenomen activiteiten. Wij verwijzen met name naar hoofdstuk 5 van de quick scan. Hieruit volgt dat het project ook is getoetst ten aanzien van realisatiefase. 7. Bij uitspraak van 10 januari 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitgesproken dat het bestemmingsplan, voor wat betreft deze locatie, is vastgesteld in strijd met de Gelderse Omgevingsverordening. Het perceel is in de provinciale omgevingsverordening aangewezen als Nationaal Landschap. De provinciale verordening is in de

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 5 van 9

afgelopen periode op onderdelen gewijzigd en opnieuw vastgesteld bij besluit van 19 december 2018. Artikel 2.56 van de verordening is van toepassing. Dit artikel luidt als volgt: “1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2.In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage 6”. In de uitspraak van 10 januari 2018 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwogen dat de gemeenteraad onvoldoende heeft onderkend dat de locatie is gelegen binnen de grenzen van het Nationaal landschap. Er is onvoldoende gemotiveerd dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast dan wel juist worden versterkt. Evenmin is gemotiveerd dat het plandeel voldoet aan het tweede deel van het artikel van de provinciale omgevingsverordening.

In het herstelbesluit wordt dit manco in de besluitvorming opnieuw tegen het licht gehouden en is een nadere onderbouwing gegeven ten aanzien van de kernkwaliteiten in relatie tot de bouw van het clubhuis. Dit wordt in de toelichting uiteengezet. Gelet op de omgevingsfactoren (ligging nabij de kern Bredevoort, de provinciale weg, een bedrijfsbestemming, de gebruiksbeperkingen) in relatie tot de van toepassing zijnde voorwaarden voor het Nationaal landschap en de nog te realiseren kwalitatieve verplichtingen voor de inpassing zijn wij van oordeel dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast. De thans voorgestelde inrichting sluit ook aan op het ter plaatse nog zichtbare kampenlandschap: kleinschalige percelen, afgewisseld met houtsingels en boomgroepen. Daarmee wordt voldaan aan de eisen van de provinciale omgevingsverordening. Het advies van de provincie Gelderland bevestigt deze conclusie. 8. Uit het plan hoeft niet per definitie te blijken dat het clubhuis iets toevoegt aan de kernkwaliteiten. Het trekken van die conclusie gaat ons te ver op basis van de ons ter beschikking staande gegevens. Het plan dient in samenhang te worden bezien: het clubgebouw in combinatie met de landschappelijke inpassing. Belangrijke voorwaarde uit de provinciale omgevingsverordening is dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast.

Dit gaat dus minder ver dan het toevoegen aan de gebiedskwaliteiten. Als die kwaliteiten niet worden aangetast, wordt voldaan aan het eerste lid van het artikel. In dat geval behoeven de aspecten van een groot openbaar belang/het ontbreken van reële alternatieven geen nadere invulling. In de advisering heeft de provincie ons daar niet om gevraagd. Er is voor ons verder voldoende aangetoond dat er binnen en in de directe omgeving van de kern Bredevoort geen goede alternatieve locaties voorhanden zijn. Deze kern is ook een overwegend woongebied en waarbinnen de realisatie van dit clubgebouw niet echt wenselijk is. 9. Het ‘ja, mits-principe’ blijkt in dit geval uit de wijze van redactie van het artikel in de provinciale omgevingsverordening en uit de toelichting op dat artikel: er zijn namelijk binnen de grenzen van het Nationaal Landschap alleen bestemmingen mogelijk, die de kernkwaliteiten niet aantasten. Verschillende bestemmingen zijn dus mogelijk, indien wordt voldaan aan de in de omgevingsverordening vastgelegde kernkwaliteiten. In de verordening is geen uitzondering gemaakt op het principe van de kernkwaliteiten.

In de toelichting bij artikel 2:56 van de provinciale omgevingsverordening blijkt het volgende (en wij citeren letterlijk): “Uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Nationale landschappen de kernkwaliteiten van dat specifieke deel van het Nationaal landschap (zoals omschreven in bijlage 6 bij de Omgevingsverordening) niet aantasten, d.w.z. daar geen afbreuk aan doen. Door een goed ontwerp en een goede landschappelijke inpassing is het zelfs mogelijk om soms een bijdrage aan die kernkwaliteiten te leveren. In dat geval spreken we van het versterken van de kernkwaliteiten”.

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 6 van 9

10. 11.

12.

13.

14.

15.

16.

17.

Nadrukkelijk worden op grond van de omgevingsverordening nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het hoeft dus niet enkel en alleen te gaan om bestaande functies. Wij zijn van mening dat in de toelichting van het herstelbesluit de gebiedskwaliteiten voor de onderhavige locatie voldoende zijn benoemd en uitgewerkt. Er wordt gevraagd om een nadere motivatie; daarbij wordt echter niet aangegeven op welk punt wij tekort zijn geschoten. De gemeenteraad beslist over de toekenning van de bestemmingen. Bij dat besluit moet dan ook worden uitgewerkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit algemeen aanvaarde uitgangspunt is een fundamentele hoeksteen van een toe te kennen bestemming. Gelet op de eerdere beraadslagingen en besluitvorming door gemeenteraad kunnen wij niet anders concluderen dan dat er bij de raad in beginsel de bestuurlijke bereidheid leeft in dit geval op deze locatie een andere bestemming te leggen dan een agrarische. Wij denken niet dat er een precedent wordt gecreëerd. Elke locatie (met omgevingsfactoren) is op zich uniek en vraagt om een eigen afweging/beoordeling. Een beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt overigens hoogst zelden gehonoreerd door een bestuursrechter. Wij hebben vastgesteld dat in de omgeving van de Ganzenpoelendijk nogal wat bestaande gebouwtjes (veelal voor hobbymatig gebruik) voorkomen.

In dat licht bezien is de vervanging van een bestaand opstal met een beperkte bouwhoogte en goed landschappelijk ingepast op zich geen dissonant in dit gebied. Het gebruik van het clubgebouw is in de tijd gezien, maar ook wat het aantal personen betreft, behoorlijk ingeperkt. Onder die omstandigheden behoeft bij een regulier gebruik, zoals uitgewerkt in het plan, redelijkerwijs geen onaanvaardbare hinder te worden verwacht. Mocht er toch sprake zijn van aantoonbare overlast en/of hinder, dan zullen wij daartegen optreden. Er is inderdaad sprake van vervangende nieuwbouw. Een bestaande opstal wordt gesloopt en er wordt een nieuw gebouw geplaatst. Zo veel mogelijk wordt gebruikgemaakt van bestaande materialen. Het is niet de bedoeling verwarring te zaaien. Uit de stukken blijkt duidelijk de aard en omvang van de bebouwing. Als compensatie wordt elders ook een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw in het Nationaal landschap gesloopt en wel op de locatie Kriegerdijk 4 te Aalten. Het is in deze gemeente een vrij gangbaar beleid dat een toevoeging aan bebouwing wordt gecompenseerd door sloop elders. Ook op deze wijze wordt er per saldo in onze optiek kwaliteitswinst behaald binnen het Nationaal landschap. Wij hebben het akoestische rekenmodel, dat voor de geluidsberekening is opgesteld, beoordeeld.

Wij zijn van mening de rapportage een realistische weergave geeft van hoe het er in de praktijk aan toe gaat bij de activiteiten van de BMC. Wij oordelen dan ook dat het rapport voldoende inzicht geeft in de akoestisch relevante situatie. In de zienswijze wordt niet specifiek benoemd waar die vraagtekens bij geplaatst worden. Ook wordt niet duidelijk gemaakt waarom dit onderzoek ‘maar gauw vergeten moet worden’. Dat maakt het onmogelijk om dieper in te gaan op de vermeende tekortkomingen in het rapport. Hoewel er vraagtekens worden geplaatst bij de akoestische rapportage, wordt niet aangegeven op welke punten de rapportage tekort schiet. Voor ons voldoet de rapportage. Het in de praktijk hoorbare geluid van een individuele motor komt overigens niet terug in het akoestisch rapport; een akoestisch onderzoek is voornamelijk een wettelijke erkend rekenprogramma (met correctiefactoren). Het clubgebouw is gering van omvang en voor een dergelijk project is een MER-rapportage niet noodzakelijk. Het gaat in dit geval om een plan voor een relatief klein gebied op lokaal niveau. Nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden zijn niet te verwachten. Dat blijkt uit de bij het plan gevoegde aerius-berekening. Een passende beoordeling behoeft alleen te worden uitgevoerd als een bestemmingsplan significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.

Dergelijke gevolgen zijn, gelet op de afstand tot het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (4 km) in algemene zin uitgesloten en voor zover het stikstofdepositie betreft zijn dergelijke gevolgen uitgesloten als het plan geen toename van stikstofdepositie mogelijk maakt. De stikstofdepositie is voor de sloop-, aanleg- en gebruiksfase berekend met het wettelijk voorgeschreven rekenprogramma Aerius Calculator. Daaruit blijkt dat het bestemmingsplan niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie. Omdat er geen

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 7 van 9

18.

19.

20. 21.

22.

23.

24.

significante effecten in een Natura 2000-gebied zullen optreden is een passende beoordeling én een plan-MER niet noodzakelijk. De BMC heeft een onderzoek naar alternatieve locaties uitgevoerd. Voor ons is duidelijk dat de onderzochte locaties niet voor invulling door de BMC in aanmerking kunnen komen. Een ander reëel te onderzoeken alternatief zien wij in de omgeving van Bredevoort niet. Evenmin wordt dat aangegeven door de indieners van de zienswijze. Hoewel wij in zijn algemeenheid uitspreken dat een dergelijke voorziening beter past in het stedelijk gebied, zien wij daartoe in dit geval bij de kern Bredevoort geen mogelijkheden. Wij hebben er nota van genomen dat allen die nu een zienswijze hebben ingediend, bezwaar hebben tegen het geprojecteerde clubgebouw. Onze uitleg over het resultaat van de buurtconsultatie doet daar niet wat aan af. In zijn algemeenheid streven wij naar zoveel mogelijk draagvlak in de omgeving voor een ruimtelijk project. Deze doelstelling blijkt niet echter niet altijd haalbaar. Het is overigens vaste rechtspraak dat draagvlak op zich niet is vereist om medewerking aan een project te verlenen. De bedoelde bijlagen kunnen aan de indieners van de zienswijze worden toegezonden. Deze maken in ieder geval geen onderdeel uit van dit herstelbesluit.

Uit de huisregels blijkt vrij duidelijk hoeveel personen per activiteit in het clubhuis aanwezig zullen zijn. Over het algemeen is het een klein gezelschap, behalve tijdens de maandelijkse clubavond en de toertochten (6x per jaar). Slechts incidenteel zijn er maximaal 65 personen in het clubgebouw aanwezig. Op het punt van de maatvoering van het clubgebouw wordt ingegaan bij de behandeling van de zienswijze omtrent de omgevingsvergunning. In het ontwerp van het bestemmingsplan ligt het planologisch kader vast. Het plan voorziet nu in een clubgebouw in één bouwlaag, waarvan de oppervlakte van het hoofdgebouw maximaal 84 m² mag bedragen en een aangebouwd bijbehorend bouwwerk in de vorm van een veranda van 60 m². De bouwhoogte van het hoofdgebouw is bepaald op 3,5 m en het bijbehorend bouwwerk op 3,0 m. In het op 19 april 2016 vastgestelde bestemmingsplan was een eenzelfde maatvoering toegestaan qua oppervlakte. In dat plan mocht echter de bouw- en goothoogte van het hoofdgebouw resp. 7,75 en 3,25 m. bedragen. De bouwhoogte van het bijbehorend bouwwerk is in dat plan bepaald op 3,25 m. Overleg over de huisregels is nog mogelijk; ook in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan kan daarover worden ingesproken en kan worden beoordeeld of een aanpassing nodig is. Het is ons nu niet duidelijk op welk punt de huisregels niet voldoen.

Van het voornemen om een verzoek om planschadevergoeding in te dienen is kennis genomen. Deze mogelijkheid is in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Besluit: De zienswijze heeft geen aanpassing van het herstelbesluit/bestemmingsplan tot gevolg.

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 8 van 9

Vooroverlegreacties

1. Waterschap Rijn en IJssel Ingekomen op 2 november 2020 Inhoud van de overlegreactie: Gewezen wordt op een onjuistheid in de toelichting van het bestemmingsplan ten aanzien van de toename van verhard oppervlak. Beoordeling overlegreactie door college van B&W Bij de vaststelling wordt deze onjuistheid hersteld. Dit onderdeel heeft echter geen betrekking op het juridisch bindende plan. Besluit: De reactie heeft een aanpassing van de toelichting van het bestemmingsplan tot gevolg.

2. Provincie Gelderland Ingekomen op 22 september 2020 De reactie van de provincie is als bijlage 14 in de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. De reactie heeft geen aanpassing van het plan tot gevolg.

Ambtshalve aanpassing

In artikel 3.1 van de bestemmingsomschrijving in het ontwerpplan behorende bij de bestemming ‘Sport’ is opgenomen dat de gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van een houtsingel ter plaatse van de aanduiding ‘houtsingel’. Deze aanduiding is echter in dit plan niet opgenomen binnen de bestemming ‘Sport’, maar binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Dit betekent dat het gestelde onder artikel 3.1 onder b (ten aanzien van de aanduiding ‘houtsingel’) feitelijk geen betekenis heeft en dus kan vervallen.

Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herstelbesluit 2020 BMC’ 12-1-2021 Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=0581af9e-fea8-45cc-ace9-caa5c1b21689