Bijlagen bij toelichting_Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
november ’19
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Projectnummer:
19-M9109
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
15 november 2019
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
datum
vrijdag 15 november 2019
projectnummer
19-M9109
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16A Almelo 7609 RG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden” (het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
november ’19
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 14
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 16 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 16
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 17
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 19
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 21
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 22
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 22
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 27
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 30
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 36
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 37
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:1.000) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
november ’19
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in oktober/november 2019 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Boterdijk 6 te Aalten (gemeente Aalten). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een bestemmingsplanprocedure en de geplande nieuwbouw van recreatiewoningen op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
november ’19
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
november ’19
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie 3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? Kwaliteit o.b.v. BKK O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
E
F
G
A 0
B 0
C
D
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
november ’19
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een bestemmingsplanprocedure en de geplande nieuwbouw van recreatiewoningen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente Aalten (via email d.d. 02-10-2019); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Gelderland; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
november ’19
Boterdijk 6 Aalten Aalten Zie bijlage 1 X = 243,615 Y= 440,079 Gemeente Aalten, sectie O nr. 125 (ged.) Niet nagegaan. ca. 17.300 m2 De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en onverhard en in gebruik als weiland. Op de locatie is de nieuwbouw van recreatiewoningen gepland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen woning (plangebied). De onderzoekslocatie is onbebouwd. De onderzoekslocatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans". De nieuwbouw van recreatiewoningen.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Huidig
Toekomstig
Op basis van de topografische kaarten lijkt de onderzoekslocatie in het verleden nooit bebouwd te zijn geweest. Op kaarten vanaf 1850 is t.p.v. de huidige bebouwing ten noorden van de locatie reeds bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren enigszins uitgebreid. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel en is momenteel in gebruik als weiland. De nieuwbouw van recreatiewoningen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf eind 1800 is in de directe omgeving (<25 m) basis van van de onderzoekslocatie diverse bebouwing topografische zichtbaar. De bebouwing is in de loop der tijd op kaarten, kleine schaal uitgebreid. Topotijdreis) Huidig en De onderzoekslocatie betreft een deel van een toekomstig weideperceel waarop een nieuw te bouwen woning is gepland. Noordwestzijde: Boterdijk en tegenovergelegen camping Noordoostzijde: Bos Zuidoost- en zuidwestzijde: aangrenzende agrarische percelen
november ’19
Geen.
Geen.
Geen. Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een deel van een weideperceel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Op de locatie is de nieuwbouw van een recreatiewoningen gepland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen recreatiewoningen (plangebied). Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden geen andere functie gehad dan het gebruik als agrarische grond. Ten noorden en noordwesten van de locatie bevindt zich een bestaande woning/boerderij met bijgebouwen erf en een recent afgebroken schuur. Dit erf met bebouwing behoort niet tot de onderzoekslocatie.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie Boterdijk 6 wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ● Maatschap H ter Horst en D ter Horst-Mateman Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Voor zover bekend is het plangebied in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
T.p.v. het erf van Boterdijk 6, ten noorden van de onderzoekslocatie, was sprake van asbesthoudende bebouwing. Op een deel van het erf is in 2016 een sanering asbest in grond uitgevoerd.
november ’19
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Verdachte activiteiten < 25 m Het erf van Boterdijk 6 (valt buiten de onderhavige onderzoekslocatie) is vanaf 1952 uitgegeven in pacht. Op de locatie bevindt zich een boerderij, erf en opstallen. De onderzoekslocatie was tot medio 2016 in gebruik als agrarisch bedrijf.
Volgens informatie van de gemeente Aalten zijn er op het erf geen boven- of ondergrondse dieselolietanks aanwezig. Op het erf waren opstallen met verweerde asbestdaken aanwezig. In de directe omgeving bevindt zich een recreatiepark en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie. voorgaande bodemonderzoeken in tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Niet bekend
Omgeving <25 m
Erf van Boterdijk 6: In 2014 is door Soilution een verkennend bodemonderzoek en een nader onderzoek asbest in bodem uitgevoerd (kenmerk 1510136, d.d. 4 november 2015). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat ter plaatse van deellocatie D (stalling materieel) een verhoogd gehalte minerale olie is aangetroffen ten opzichte van de interventiewaarde (locatie A). Tevens is in het onderzoek vastgesteld dat in de bodem ter plaatse van gebouw 4 de interventiewaarde
november ’19
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
voor asbest wordt overschreden (100 mg/kg d.s.) (locatie B). Het verkennend bodemonderzoek heeft echter het karakter van een nader bodemonderzoek. In het onderzoek is geen omvangsbepaling uitgevoerd en is geen gevalsdefinitie vastgesteld. Aanvullend bodemonderzoek en plan van aanpak bodemsanering Boterdijk 6 Aalten, 27 juni 2016, rapportnummer 16015044, Econsultancy. Aanleiding voor het uitvoeren van het aanvullend bodemonderzoek en het opstellen van het plan van aanpak wordt gevormd door verontreiniging met minerale olie en asbest in de grond, die tijdens een voorgaand bodemonderzoek (solution) zijn aangetoond. Conclusies: Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen twee separate gevallen van bodemverontreiniging met minerale olie en asbest worden onderscheiden. Geval A: minerale olie verontreiniging in de bovengrond; Geval B: verontreiniging met asbest in de bovengrond. Hierna zijn de verontreinigingssituaties nader beschreven en is een inschatting gemaakt van omvang van de (sterke) verontreinigingen. Bij het vaststellen van de verontreinigingssituatie is gebruikt gemaakt van het voorgaand bodemonderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten. Geval A: minerale olie verontreiniging in de bovengrond; Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de analyseresultaten wordt de minerale olieverontreiniging in de grond als afgeperkt beschouwd.
De verontreiniging bevindt zich op het westelijk terreindeel ter plaatse van de voormalige kapschuur. Ter plaatse is de locatie grotendeels onverhard. De verontreiniging bevindt zich in de bovengrond (matige olie-waterreactie in het traject 0-0,5 m -mv). De totale omvang van de verontreiniging met minerale olie in de grond bedraagt circa 20 m³ (20 m² x ± 1,0 m) (in-situ). Hiervan is circa 10 m³ (20 m² x ± 0,5 m) (in-situ) sterk verontreinigd met minerale olie. Naast de sterke verontreinigingen zijn tevens plaatselijk matige verontreinigingen met minerale olie geconstateerd. Het geval is niet volledig tot de achtergrondwaarde in beeld gebracht. Geval B: verontreiniging met asbest in de bovengrond. Op basis van de analyseresultaten van het voorgaand onderzoek is nagegaan of er sprake is van een geval van bodemverontreiniging met asbest. De verontreiniging bevindt zich ter plaatse van de oostelijk gesitueerde voormalige veestal. De verontreiniging is hoofdzakelijk aangetoond in de bovengrond ter plaatse van sleuf 02. Daarnaast zijn sleuf 01 en 09 lichte bijmengingen met asbest aangetoond. De omvang van de sterke verontreiniging met asbest bedraagt circa 10 m³ (10 m² x ± 1,0 m) (in-situ). Het geval is niet volledig tot de achtergrondwaarde in beeld gebracht.
november ’19
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Op basis van de door Econsultancy uitgevoerde concentratieberekeningen blijkt eveneens sprake van een geval van ernstig bodemverontreiniging met asbest. In de berekening van Soillution is echter geen rekening gehouden met de concentratie > 20 mm. Dit beschouwende bedraagt de totaalconcentratie bedraagt derhalve 637,9 mg/kg d.s. Het is niet geheel duidelijk op welke inspectiesleuf de berekening is uitgevoerd. Soilution geeft aan dat de berekening is uitgevoerd op sleuf 01, daar waar Econsultancy sterk het vermoeden heeft dat dit juist sleuf 02 betreft. Voor alle voorgaand genoemde gevallen geldt dat de sterke verontreinigingen niet perceelsgrensoverschrijdend zijn en zijn gesitueerd binnen de perceelsgrenzen van het kadastrale perceel sectie O, nummer 125 (eigendom mevrouw H. Tenkink; verpachter). Uitgaande van het volume van de geconstateerde grondverontreiniging met minerale olie (geval A) kan gesteld worden het géén geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. Dit vanwege het feit dat er minder dan 25 m³ sterk verontreinigde grond aanwezig is. Op basis van de gegevens uit het bodemonderzoek van Soilution blijkt dat geval B een ernstig geval van bodemverontreiniging met asbest betreft. Ter plaatse zijn concentraties boven 100 mg/kg d.s. geconstateerd. De berekende gehalten zijn door Econsultancy geverifieerd.
Aangezien er geen exacte informatie bekend is omtrent het ontstaan van de verontreinigingen kan geen (sluitende) uitspraak worden gedaan omtrent de ouderdom van de verontreiniging. Echter, verwacht wordt dat de verontreiniging zijn ontstaan na 1987 en 1993, zodat het nieuwe gevallen van bodemverontreinigingen zijn. Op 4 juli 2016 heeft de gemeente Aalten ingestemd met het plan van aanpak voor de sanering van een spot met minerale olie ter plaatse van de kapschuur en het verwijderen van de asbestverontreiniging bij de voormalige veestal. Bodemsanering: 20 en 21 april 2017. Op de saneringslocatie bevinden zich 2 verontreinigingskernen, een verontreinigingskern met minerale olie (Geval A) en een asbest verontreiniging rondom een voormalige veestal (Geval B). Voor de uitvoering is gekozen om Geval B op te splitsen in twee separate ontgravingsvakken. De ontgravingsvakken worden als volgt aangeduid: Vak A: Minerale olie ter plaatse van de kapschuur, voormalige standplaats tractor. Vak B: Asbestverontreiniging aan de noordzijde van de voormalige veestal; Vak C: Asbestverontreiniging aan de zuidzijde van de voormalige veestal. Conclusies: Vak A: Minerale olie ontgraving. Uit de analyseresultaten blijkt dat in geen van de geanalyseerde controlemonsters minerale olie boven de terugsaneerwaarde is aangetroffen.
Tevens is in het controlemonster van het grondwater geen minerale olie aangetroffen. De saneringsdoelstelling voor Vak A is behaald.
november ’19
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Vak B: Asbest ontgraving In zowel de putbodem- als putwandmonsters is geen asbest aangetroffen boven de terugsaneerwaarde. De saneringsdoelstelling voor Vak B is behaald. Vak C: Asbest ontgraving In het putbodemmonster is geen asbest aangetroffen boven de terugsaneerwaarde. De saneringsdoelstelling voor Vak C is behaald In totaal is er 34,96 ton met minerale olie en asbest verontreinigde grond afgevoerd naar Attero. Evaluatierapport : 22 juni 2017 door Econsultancy, rapp. Nr. 16015045 Op 28 juni 2017 heeft de gemeente Aalten ingestemd met het evaluatieverslag van de sanering. Er is ingestemd met de wijze waarop de sanering is uitgevoerd en de analyseresulaten geven aan dat de doelstellingen van de sanering zijn bereikt. De gesaneerde deellocaties zijn geschikt voor het toekomstig gebruik als Wonen. Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
november ’19
Niet bekend.
De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 20 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-14
beschrijving
formatie
grove zanden, plaatselijk grindhoudend
Boxtel
14-20 grove zanden Urk De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Aalten, sectie V nr. 987 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
november ’19
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie, perceel Gemeente Aalten, sectie V nr. 987 (ged.), geruime tijd onderdeel is van een weideperceel. De onderzoekslocatie is onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend heeft de locatie in het verleden geen andere functie gehad dan het gebruik als agrarische grond. Op de locatie is de nieuwbouw van een recreatiewoningen gepland. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel t.p.v. de nieuw te bouwen recreatiewoningen (plangebied). Ten noorden en noordwesten van de locatie bevindt zich een bestaande woning/boerderij met bijgebouwen erf en een recent afgebroken schuur. Op dit deel van het terrein zijn in de periode 2014-2017 enkele bodemonderzoeken en een bodemsanering uitgevoerd. De eigenaar van de locatie heeft met de gemeente Aalten besproken dat deze onderzoeken voor het noordelijk deel van de locatie toereikend zijn. Het noordelijk deel, erf, is daardoor in dit onderzoek niet betrokken. T.a.v.
de onderzoekslocatie is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.), (voormalige) bedijfsmatige activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1). In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 17.300 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen
november ’19
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
november ’19
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2019. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 01 november 2019 uitgevoerd De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse en dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op het noordelijk deel van het terrein (voormalige erf dat buiten de onderhavige onderzoekslocatie valt) bevindt zich een depot met gebroken puin. Voor het overige zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. Opgemerkt wordt dat de locatie is begroeid met vegetatie dat de inspectie heeft belemmerd.
Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
21
0,5
10 t/m 30
6
2
4 t/m 9
3
max. 3,8
1 t/m 3
Onderzoekslocatie (17.300 m2) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
november ’19
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen zijn de peilbuizen, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-1,1 1,1-3,8
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig
bruin/grijs geel/grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH m-mv m-mv liter
troebelheid (NTU)
1 2 3
12,5 7,8 3,6
2,6-3,6 2,7-3,7 2,8-3,8
november ’19
2,06 2,12 2,14
5 5 5
EGV geleidingsvermogen µS/cm 6,4 440 5,9 390 6,2 540
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
november ’19
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen zijn per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode
boringnummer(s)
diepte (mmv)
zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
1 (MM1)
1+9+26 t/m 30
0,0-0,5
-
2 (MM2)
0,0-0,5
-
0,0-0,5
-
4 (MM4)
5+7+8+20+23 t/m 25 2+6+16 t/m 19+21+22 3+4+10 t/m 15
0,0-0,5
-
5 (MM5)
1+8+9
1,0-2,0
-
6 (MM6)
2+5+7
0,6-2,0
-
7 (MM7)
3+4+6
0,60-2,0
-
NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000 NENgrond(*)+AS3000
grond
3 (MM3)
november ’19
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Vervolg tabel 12: analyseschema
grondwater 1 (peilbuis)
1
2,6-3,6
-
NEN-grondwater(**)
2 (peilbuis)
2
2,7-3,7
-
NEN-grondwater(**)
3 (peilbuis)
3
2,8-3,8
-
NEN-grondwater(**)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
november ’19
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
november ’19
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0,0-2,0 m-mv) In tabel 13 t/m 15 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 13: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 17556446#19-M9109-Boterdijk 6 Aalten Certificaten 954762 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3.0.0 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
november ’19
T
Toetsdatum: 14 november 2019 13:28
I
Monster 6119632 Monster 6119633 Monster 6119634 MM1, 01: 0-50, 09: 0-50, 26: 0-50, 30: 0-50, 29: 0-50, 28:MM2, 0-50, 07: 27: 0-50, 0-50 08: 0-50, 05: 0-50, 23: 0-50, 24: 0-50, 25:MM3, 0-50, 02: 20: 0-50, 0-50 19: 0-50, 21: 0-50, 22: 0-50, 16: 0-50, 18: 0-50, 06: 0-50, 17: 0-50 Max. Bodemindex 0,096 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Toetsoordeel Overschrijding Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 4,1 1
10 25
90,2
90,2
0 0
4,8 1
10 25
@
0
87,9
87,9
0 0
4,7 1
10 25
0 0
@
0
62
62
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 5,9 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.22 < 7.4 11 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 32
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 9,9 < 0.05 12 < 1.5 <4 21
< 54 < 0.21 < 7.4 19 < 0.05 18 < 1.0 <8 47
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
20 0,33 <3 21 0,08 23 < 1.5 <4 23
78 0,51 < 7.4 40 0,11 34 < 1.0 <8 51
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
< 35
< 60
-
0
< 35
< 51
-
0
51
110
-
0
0,12 0,71 0,36 1,2 0,58 0,66 0,33 0,52 0,36 0,35
0,12 0,71 0,36 1,2 0,58 0,66 0,33 0,52 0,36 0,35
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,06 < 0.05 0,06 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,06 < 0.035 0,06 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,05 < 0.05 0,07 0,05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,05 < 0.035 0,07 0,05 < 0.035 < 0.035 < 0.035
5,2
5,2
0,4
0,4
0
0,42
0,42
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017 < 0.0017
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015 < 0.0015
0,005
< 0.012
0
0,005
< 0.010
0
0,005
< 0.010
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
3.5 AW(WO) 0,096
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
november ’19
T
I
Monster 6119635 Monster 6119636 Monster 6119637 MM4, 03: 0-50, 04: 0-50, 10: 0-50, 11: 0-50, 12: 0-50, 13:MM5, 0-50, 01: 14: 110-150, 0-50, 15: 01: 0-50150-200, 08: 150-200, 08: 100-150, MM6,09:02:120-150, 150-200,09:02:150-200 100-150, 05: 60-100, 05: 100-150, 05: 150-200, 07: 150-200, 07: 120-15 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,004 Max. Bodemindex 0,004 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 5,7 1
10 25
86,9
86,9
0 0
1,7 1
10 25
@
0
86,8
86,8
0 0
1,9 1
10 25
@
0
90
90
@
0
0 0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 11 0,05 17 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.21 < 7.4 20 0,07 25 < 1.0 <8 < 30
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 6 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 18 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
2595
5000
< 35
< 43
-
0
< 35
< 120
-
0
< 35
< 120
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,11 0,06 0,1 0,07 0,07 0,06 0,06
< 0.035 < 0.035 < 0.035 0,11 0,06 0,1 0,07 0,07 0,06 0,06
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,64
0,64
0
0,35
< 0.35
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.0086 -
0
0,005
< 0.024
0,004
0,005
< 0.024
20,75
0,51
40
1
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
Legenda @ xI x AW(WO) -
T
I
Monster 6119638 MM7, 03: 120-150, 03: 150-200, 03: 60-100, 04: 150-200, 04: 100-150, 06: 12 Max. Bodemindex 1,208 Toetsoordeel Overschrijding Interventiewaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 0,8 1
10 25
0 0
91,8
91,8
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
< 20 < 0.2 <3 <5 < 0.05 < 10 < 1.5 <4 < 20
< 54 < 0.24 < 7.4 < 7.2 < 0.05 < 11 < 1.0 <8 < 33
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
190
2595
5000
1200
6000
1.2 I
1,208
< 0.05 0,1 < 0.05 0,2 0,07 0,1 < 0.05 0,06 < 0.05 < 0.05
< 0.035 0,1 < 0.035 0,2 0,07 0,1 < 0.035 0,06 < 0.035 < 0.035
0,7
0,7
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035 < 0.0035
0,005
< 0.024
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0,004
Geen toetsoordeel mogelijk > Interventiewaarde x maal Achtergrondwaarde (Wonen) <= Achtergrondwaarde
november ’19
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 16 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. Tabel 16: samenvatting toetsresultaten per mengmonster
>T >I -
Indicatieve toetsing Bbk* Wonen*
-
>AW PAK’s (som 10) -
-
-
Achtergrondwaarde*
0,0-0,5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
0,0-0,5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1+8+9
1,0-2,0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
6 (MM6)
2+5+7
0,6-2,0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
7 (MM7)
3+4+6
0,6-2,0
-
-
-
minerale olie
Niet Toepasbaar*
Legenda >AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
Mengmonster Boringen 1 (MM1) 1+9+26 t/m 30 2 (MM2) 5+7+9+20+ 23 t/m 25 3 (MM3) 2+6+16 t/m 19+21+22 4 (MM4) 3+4+10 t/m 15
Diepte 0,0-0,5
Zintuigelijk -
0,0-0,5
5 (MM5)
>T >I
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5) overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0,0-0,5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat een verhoogd gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) (som 10) t.o.v. de achtergrondwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) (som 10) in het bovengrondmengmonster MM1 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet te relateren aan de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen in het monstermateriaal. In gebieden welke reeds langere tijd door de mens in gebruik zijn (o.a. langdurige bewoning of menselijk gebruik) worden vaker verhoogde gehalten aan o.a. PAK’s in de grond gemeten. In algemene zin wordt opgemerkt dat antropogene beïnvloeding van een locatie in de meeste gevallen een negatief effect heeft op de kwaliteit van de bodem. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofbevattende materialen. Het zijn teerachtige stoffen die ontstaan bij de onvolledige verbranding van koolstofhoudende materialen als hout, fossiele brandstoffen, tabak of levensmiddelen. De aanwezigheid van PAK’s in de bodem zijn vaak het gevolg van de aanwezigheid van teerhoudende of koolstofhoudende stoffen, zoals bv. koolas, verbrandingsresten of teerresten.
november ’19
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
Bovengrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. Bovengrondmengmonster MM4 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. ondergrond (0,6-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM5 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM6 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrondmengmonster MM7 bevat een verhoogd gehalte minerale olie t.o.v. de interventiewaarde. Het verhoogd gemeten gehalte minerale olie in het ondergrondmengmonster MM7 is op basis van het bekende bodemgebruik alsmede zintuiglijke waarnemingen niet te relateren.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
november ’19
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Boterdijk 6 te Aalten
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 17 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. Tabel 17: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 17809229#19-M9109-Boterdijk 6 Aalten Certificaten 961761 Toetsing T.13 - Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb Toetsversie BoToVa 2.0.0 Toetsdatum: 14 november 2019 13:35 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid S Metalen ICP-MS (opgelost) barium (Ba) µg/l 50 cadmium (Cd) µg/l 0,4 kobalt (Co) µg/l 20 koper (Cu) µg/l 15 Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l 0,05 lood (Pb) µg/l 15 molybdeen (Mo) µg/l 5 nikkel (Ni) µg/l 15 zink (Zn) µg/l 65 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) µg/l 50 Vluchtige aromaten benzeen µg/l 0,2 ethylbenzeen µg/l 4 naftaleen µg/l 0,01 o-xyleen µg/l styreen µg/l 6 tolueen µg/l 7 xyleen (som m+p) µg/l Sommaties aromaten som xylenen µg/l 0,2 Vluchtige chlooralifaten 1,1,1-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1,2-trichloorethaan µg/l 0,01 1,1-dichloorethaan µg/l 7 1,1-dichlooretheen µg/l 0,01 1,1-dichloorpropaan µg/l 1,2-dichloorethaan µg/l 7 1,2-dichloorpropaan µg/l 1,3-dichloorpropaan µg/l cis-1,2-dichlooretheen µg/l dichloormethaan µg/l 0,01 monochlooretheen (vinylchloride) µg/l 0,01 tetrachlooretheen µg/l 0,01 tetrachloormethaan µg/l 0,01 trans-1,2-dichlooretheen µg/l trichlooretheen µg/l 24 trichloormethaan µg/l 6 Sommaties som C+T dichlooretheen µg/l 0,01 som dichloorpropanen µg/l 0,8 Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers tribroommethaan (bromoform) µg/l Legenda @ xI xS
T
I
Monster 6138317 Pb 1, 01-Pb 1: 260-360 Max. Bodemindex Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res.
Monster 6138318 Pb 2, 02-Pb 2: 270-370 1,917 Max. Bodemindex Overschrijding Interventiewaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
Monster 6138319 Pb 3, 03-Pb 3: 280-380 2,083 Max. Bodemindex Overschrijding Interventiewaarde Toetsoordeel T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res.
0,196 Overschrijding Streefwaarde T.Oordeel B.Index
337,5 3,2 60 45 0,175 45 152,5 45 432,5
625 6 100 75 0,3 75 300 75 800
170 0,78 4,3 130 0,12 42 54 20 22
3.4 S 2.0 S 1.7 I 2.4 S 2.8 S 11 S 1.3 S -
0,209 0,068 0 1,917 0,28 0,45 0,166 0,083 0
91 0,63 21 32 < 0.05 7,6 <2 140 70
1.8 S 1.6 S 1.1 S 2.1 S 1.9 I 1.1 S
0,071 0,041 0,013 0,283 0 0 0 2,083 0,007
130 1,5 2,1 8,3 < 0.05 <2 <2 5,3 120
2.6 S 3.8 S 1.8 S
0,139 0,196 0 0 0 0 0 0 0,075
325
600
< 50
-
0
< 50
-
0
< 50
-
0
15,1 77 35,005
30 150 70
4.0 S
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
0 0 0 0 0 0 0
< 0.2 < 0.2 < 0.02 < 0.1 < 0.2 < 0.2 < 0.2
-
300 1000
0 0 0 0 0 0 0