Bijlage-Eerste 100 dagen burgemeester.pdf
Tekst van het document
Bevindingen van een butendieker
Mijn eerste honderd dagen als burgemeester van de gemeente Aalten
2
Bevindingen van een butendieker
Ankomm’n
Ik had een droom - burgemeester van Aalten worden - en die droom is uitgekomen. Jarenlang was ik op afstand een ‘Aalten watcher’ en hoe dichterbij het moment kwam dat er een burgemeestersvacature ontstond, hoe fanatieker ik werd. “Is er ook niet wat anders dan Aalten?” vroegen vertrouwde vrienden en familie mij weleens, “Er is toch meer in het leven?”. Op 9 oktober belde de voorzitter van de vertrouwenscommissie, Martin Veldhuizen, mij met de mededeling “gefeliciteerd, de keus is op u gevallen”. Wow, bijzonder om zo’n lang gekoesterde wens werkelijkheid te zien worden. Na veel geregel en een mooi afscheid van Kapelle wordt het 22 december. Dan word je geïnstalleerd door Commissaris van de Koning Cornielje en ben je de burgemeester van die mooie gemeente in de Achterhoek. Leuk al die verhalen over familieroots en thuiskomen maar niks geen gedroom meer, ‘d’r mot gewerrekt worde’, zoals ze dat zo poëtisch in Rotterdam zouden zeggen. Aalten zal ongetwijfeld een aardige gemeente zijn maar is niet het paradijs, dus wat als het allemaal tegen valt?
Ondertussen zijn we een honderd dagen verder en hoewel ik in Aalten niet het verloren paradijs heb gevonden, kan ik niet anders zeggen dan dat de eerste honderd dagen buitengewoon goed zijn bevallen. En dat geldt ook voor mijn vrouw Cecile, we hebben het goed hier. De ontvangst was warm en gemoedelijk, Achterhoeks dus, en dat viel ook onze Zeeuwse en Randstedelijke gasten bij de installatie op.
De lokale samenleving Ik ben onder de indruk geraakt van de energie, de daadkracht en het organisatievermogen van de lokale samenleving. Er zijn veel actieve burgers die zowel op persoonlijke titel als ook in georganiseerd verband op het gebied van religie, sport, cultuur, evenementen, natuur, en buurt(schappen) veel voor elkaar doen en veel voor elkaar krijgen. Met verwondering en bewondering heb ik kennis gemaakt met de Koppelkerk, het patrijzenproject, de samenwerking tussen IKC De Bosmark en Schaers voorde Dinxperlo, de Zorgcoöperatie Barlo-Dale, de grensoverschrijdende samenwerking in Dinxperwick, het Kulturhus in Lintelo, de Joodse begraafplaats aan de Haartseweg, de Farm & Country Fair en zo kan ik nog wel even doorgaan. We moeten zuinig zijn op dit in vele decennia vergaarde sociaal kapitaal zodat het ook in de toekomst rendeert. Ook hier geldt dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie zijn voor de toekomst. We zullen als samenleving en als overheid moeten doordenken wat de veranderingen teweegbrengen en hoe we daarop kunnen reageren. En dat geldt ook voor de lokale ondernemingszin. Er zijn veel prachtige ondernemingen die zich prima weten te ontwikkelen, waarbij natuurlijk de recente ontwikkeling van Sealing Valley Campus Aalten het meest tot de verbeelding
spreekt. Geregeld vroeg ik bij ontmoetingen of men nog wat te wensen heeft maar meestal kreeg ik dan een wat peinzende en vragende blik te zien en na enige tijd kwam er dan iets uit van ‘ik zou eigenlijk niets weten te bedenken’. Ik ben dus tot nu toe eigenlijk (bijna) alleen maar tevreden inwoners tegen gekomen en dat zegt wat over het leven hier in de Achterhoek, over de mensen maar toch ook wel over de gemeentelijke dienstverlening.
Ankomm’n en mee-eten Ik kende Aalten en omgeving al vrij goed maar de inwoners totaal niet en daarom was ik zo vrijmoedig om mijzelf uit te nodigen bij de inwoners onder het motto Ankomm’n en mee-eten. Tot veler verbazing - ook een beetje van mij zelf - leverde dat meer dan 150 reacties op en mijn secretaresse Suzan een berg werk. Ondertussen al twaalf keer angekomm’n. Het zijn niet allemaal reacties van individuele bewoners maar ook van allerlei bewonersgroepen en verenigingen. Maar met daarbij ook nog de kennismakingsbezoeken aan raadsleden en bestuurlijke partners kom ik zo wel in alle hoeken en gaten van de samenleving. Kennen en gekend worden, dat is zeer belangrijk, want het is de basis voor de democratie. En ik heb in ieder geval ondertussen ook het genoegen gehad kennis te maken met het onvolprezen culinaire hoogtepunt van de Achterhoek, de karnemelkse saus. Die viel alleszins mee, smaakte goed zelfs dus die gaan we bezoekende Randstedelingen de komende jaren ook zelf voorschotelen, bij voorkeur gemaakt met echte ‘Buttermilch’.
3
4
Bevindingen van een butendieker
5
Bevindingen van een butendieker
Ik ben in Aalten en de Achterhoek zoals dat in Zeeland heet een ‘butendieker’, iemand van ‘buten de paole’, een buitenstaander, een nieuwkomer. Ik heb part nog deel gehad aan het politiek-bestuurlijke en sociale leven in Aalten, maar heb Aalten slechts van een afstand met belangstelling gevolgd. Ik heb me vanzelfsprekend zo goed als maar mogelijk was voorbereid op mijn sollicitatiegesprekken met de commissaris en de vertrouwenscommissie. Hoewel ik dus niet blanco ben begonnen in Aalten heb ik toch nog genoeg de positie van een buitenstaander die met afwisselend verwondering en bewondering kennisneemt van zaken die men hier de gewoonste zaak van de wereld vindt. Maar die ook het risico loopt dingen juist over het hoofd te zien of niet te doorgronden als buitenstaander. Voor zowel de Aaltenaren als voor mij geldt: je ziet het pas als je het doorhebt. De opgevangen signalen en de verworven kennis geef ik weer in dit rapport, gekleurd door mijn interpretatie en voorzien van mijn aanbevelingen.
Oud zeer Misschien wel het meest opvallend voor mij was de constatering dat er veel oud zeer bestaat, veel meer dan ik van tevoren me bewust was. De gemeente Aalten heeft de afgelopen twintig jaar nogal onrustige tijden mee gemaakt, er zijn affaires en crises geweest en mensen zijn daardoor beschadigd. En daardoor is er ook veel onderling vertrouwen verdwenen. Heel veel keren heb ik gemerkt dat er nog steeds pijn is rond de herindeling van 2005. Ik mag mijn inwoners niet toespreken met de naam van de gemeente, want de aanhef ‘Beste Aaltenaren’ maakt veel inwoners van Dinxperlo nog steeds boos. Al voor mijn installatie kreeg ik dit meerdere keren vanuit bestuurlijk Aalten te horen. In Dinxperlo is de herindeling nog steeds niet volledig geaccepteerd en de houding en het gedrag vanuit Dinxperlo richting Aalten in de aanloop naar de herindeling is in (bestuurlijk) Aalten nog altijd niet vergeten. Hoewel velen het zich nog levendig voor de geest kunnen halen wordt er niet open en openlijk over gesproken maar slechts aan de bar dan wel de keukentafel.
En het speelt in het achterhoofd mee in tal van discussies in de Het beeld dat ik vooraf kreeg uit mediaberichten en gesprekken met mensen uit de omgeving van politiekbestuurlijk Aalten was dat Aalten een gemeente is die als moeilijk en lastig bekend stond, die wat naar binnen en dus niet erg op regionale samenwerking is gericht, een matige handhavingscultuur heeft en waar belangenverstrengeling vanouds een thema is. De opmerking van de Commissaris van de Koning tijdens de raadsvergadering waarin de profielschets werd vastgesteld was ook helder: Aalten heeft een burgemeester nodig met politiek-bestuurlijke ervaring, bestuurlijke ervaring buiten de politiek was wat hem betreft onvoldoende en dat werd niet tegen gesproken door de raad. De vraag nu is dan natuurlijk, klopt dat beeld dat ik mee kreeg of moet ik dat bijstellen? En als en voor zo ver dat beeld klopt, wat betekent dat dan voor politiek-bestuurlijk Aalten. En in het verlengde daarvan voor mij als burgemeester, als voorzitter van raad en college, toezichthouder ten aanzien van integriteit, burgerparticipatie en eenheid van bestuur. Ik heb ondertussen met talloze personen gesproken, zowel ambtelijk, bestuurlijk en politiek en ook daarbuiten en daaruit komen wel een aantal lijnen naar voren. Lijnen die ik al snel op het netvlies had en daardoor kon terugkoppelen in verdere gesprekken.
Ik werd eigenlijk nauwelijks echt tegengesproken al zijn er natuurlijk nuanceringen aan te brengen en heb ik de waarheid niet in pacht.
raad. Tenslotte zie je het ook terug in de uitslag van de recente raadsverkiezingen. De opkomst lag in Dinxperlo lager dan in de rest van de gemeente en dat zegt iets over betrokkenheid bij en vertrouwen in het gemeentebestuur. Die herindeling heeft dus wonden geslagen die nog steeds niet geheeld zijn en er zit zelfs nog vuil in de wond waardoor de wond blijft zweren. Bij de jongere generatie en bij instromers van buiten speelt dit wel minder maar moeten we dan nog vijftig jaar wachten tot de laatste Dinxperlo’er oude stijl begraven is? Daar lijkt mij niemand mee gebaat want het kost ons te veel negatieve energie en we laten kansen liggen. Samen zijn we echt sterker. In zekere zin geldt dit mechanisme ook voor de onderlinge verhoudingen binnen het gemeentehuis. De bestuurlijke crises van de afgelopen jaren, de houding van met name de grootste partij in de raad in het verleden en de negatieve toon die men geregeld onderling aanslaat heeft de verhoudingen onder druk gezet. Ik voelde vanuit de ambtelijke organisatie ook een zekere zorg voor mij, om niet te zeggen bezorgdheid, bij mijn aantreden. Er zat blijkbaar angst dat ook ik ‘fouten’ zou maken die bestuurders in het verleden blijkbaar ook maakten, zoals het doen van bestuurlijk en financieel ongedekte toezeggingen en dat soort zaken. Lastig om mee om te gaan maar wel verhelderend voor mij.
Er zit alles bij elkaar dus veel irritatie, frustratie, achterdocht en venijn tussen mensen en partijen. Conflicten worden niet echt uitgepraat en bijgelegd. Ik merk dat velen hier last van hebben maar men weet er ook niet echt door heen te breken en dus sluimert het onder de oppervlakte door. En zo nu en dan laait de veenbrand weer op en wordt er iets gezegd of gedacht als “zie je wel, doen ze het al weer”. Beide zaken spelen vooral ook nog zo sterk doordat in het Aaltense bestuurlijke wereldje velen al erg lang actief - en dus zeer betrokken - zijn, vaak al van voor de herindeling in 2005. Er is nauwelijks een oudgediende die geen schrammen en butsen heeft opgelopen in die afgelopen tien, twintig jaar. In die zin biedt de recente vernieuwing van de raad - ruim een derde komt niet terug - kansen op een nieuwe start want er verdwijnt daardoor ruim een honderdtal jaren aan ervaring en oud zeer. Al moeten we niet vergeten dat ook de nieuwe raad nog ruim honderd jaar ervaring en oud zeer meeneemt.
6
Dualisme Ik heb het gevoel dat de Aaltense bestuurscultuur nog vrij monistisch is en dat het dualisme ten dele slechts in formele zin is doorgevoerd. De dualisering van 2002 behelsde een meer dan alleen formele scheiding van raad en college waarbij beiden een eigenstandige positie en rol kregen. De raad als hoofd van het gemeentebestuur zou meer invulling moeten geven aan zijn eigen rollen, kaderstelling, controle van de uitvoering van die kaders door het college en volksvertegenwoordiging. Het college kreeg zelfstandige taken, met name het voorbereiden en uitvoeren van de beleidskaders. De raad zou van een zekere afstand vooral achteraf moeten controleren. De raad stuurt het college echter maar beperkt aan, hoogstens doen de coalitiepartijen dat. De raad reageert vooral op waar het college mee komt en geeft nauwelijks opdrachten aan het college om met beleid te komen. De raad bemoeit zich zeer intensief met de uitvoering van het beleid en ook nog eens op een zeer gedetailleerd niveau. Recente voorbeelden uit eigen waarneming zijn formele raadsvragen over het materiaal waarvan de vloerbedekking in stembureaus is gemaakt of contact gegevens van de wijkagenten. Terwijl de uitvoering het domein van het college is waar de raad kaders voor kan/ moet stellen en die men achteraf controleert.
Maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de raad daarbij geregeld op de stoel van het college (en de ambtelijke organisatie) gaat zitten. Ik signaleer dat de raad van Aalten nauwelijks als raad functioneert maar vooral als verzameling van losse fracties. Een echte visie op wat voor een raad men wil zijn en wat er op grond daarvan van de griffie en de voorzitter
Bevindingen van een butendieker
wordt verwacht ontbreekt, voor zo ver ik het kan overzien. De raad investeert misschien wel mede daardoor ook weinig tijd en middelen in haar eigen functioneren. Gezamenlijke scholing en training, werkbezoeken en een raadsdag zijn haast onbekende fenomenen in onze gemeente. Informatievergaring en beeldvorming gebeurt steeds door de fracties apart terwijl dat ook in een keer collectief door de raad gedaan kan worden, bijvoorbeeld door samen belanghebbenden te horen. Zo voorkom je ook dat je als fracties tegen elkaar uitgespeeld wordt. In bijna alle commissies en werkgroepen zijn alle fracties vertegenwoordigd, al die raadsactiviteiten worden daardoor gepolitiseerd. De agendacommissie is meer dan een commissie die slechts de agenda voorbereidt, ze lijkt in de ogen van velen wel een schaduwraad te vormen waar allerlei zaken geregeld worden. Waarbij de oppositie met vier leden de meerderheid heeft en dat leidt ook weer tot irritaties. De werkgroep financiën stuurt de accountant aan maar waarom moet dan door zeven mensen gedaan worden? Een apolitieke werkverdeling maakt het werk een stuk lichter, veel raadsleden klagen niet geheel ten onrechte over werkdruk maar er is veel winst te behalen door het raadswerk efficiënter te organiseren. Zeker ook nu de raad twee één-persoonsfracties krijgt.
Een presidium dat als een dagelijks bestuur van de raad functioneert en organisatorische zaken bespreekt ontbreekt, maar in de agendacommissie worden dit soort zaken weer wel besproken. De werkgeverscommissie treedt slechts beperkt op als opdrachtgever en klankbord voor de griffie. Slechts een keer per jaar is er een gesprek en dat lijkt mij weinig.
Vergadercultuur Wie aandachtig het door de raad vastgestelde Reglement van Orde (RvO) leest en dat naast de praktijk legt zal af en toe de wenkbrauwen verbaasd fronsen. De praktijk is geregeld anders dan wat er op papier staat. Een jaar of acht geleden is het huidige model gekozen. Het model zoals het in het RvO geregeld is gaat uit van de drieslag beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Het RTG (rondetafelgesprek) is bedoeld als beeldvorming, het verzamelen van informatie waarbij ook bewoners hun mening kunnen geven. In de praktijk betreft het geregeld uitvoeringskwesties waarover bewoners hun mening geven terwijl die vaak collegebevoegdheden betreffen. Bewoners spreken niet alleen in, maar stellen zelf ook vragen aan de raad. Die kan de raad zelf vaak niet beantwoorden, men is onvoldoende daartoe toegerust want die vragen betreffen meestal de uitvoering en daarvoor moet men bij het college zijn. En dus wordt de bal door gespeeld naar het college: “Kunt u de raad hierover via een Raadsmededeling informeren”. En die komt dan weer op de volgende RTG aan de orde en dan worden er nog weer nieuwe detailvragen gesteld. Van de in het RvO vastgelegde in de tijd gescheiden oordeelsvorming en besluitvorming is geen sprake meer en dat heeft tot gevolg dat de fracties direct na de RTG een standpunt moeten bepalen en dat wordt in de raadszaal aan de andere fracties meegedeeld.
Echt een oordeelsvormende discussie met elkaar voeren op basis van argumenten en die dan eens rustig op zich laten inwerken gebeurt maar heel beperkt. Het is geen meningsvorming maar meningsmededeling. En bij wat
7
grotere onderwerpen kan je je afvragen of een RTGbehandeling waarbij men (in eerste instantie) maar twee vragen mag stellen niet te beperkt is als beeldvorming. Wat mij ook opvalt is dat er weliswaar tablets zijn voor raadsleden en dat we met Raad Digitaal werken, maar dat alle vergaderstukken ook nog op papier worden verstrekt. En ook dat er nog een uitgebreid papieren verslag van de raadsvergadering wordt opgesteld door de griffie terwijl alles op beeld en geluid terug te zien en te horen is. Feitelijk een veel beter verslag want intonatie en gezichtsuitdrukking krijg je mee, een sarcastische grijns of een vrolijke knipoog maakt veel uit. De wet verplicht slechts een besluitenlijst vast te stellen. Het verslag afschaffen scheelt dus veel tijd en geld. Tijdens mijn eerste raadsvergadering kreeg ik vijf minuten voor aanvang van wel drie raadsleden het verzoek of ze nog een vraag mochten stellen. Ik heb dat afgewezen onder verwijzing naar het Reglement van Orde uit 2010 waar als uiterste termijn 09.00 uur staat. Dat vond men maar formeel. Maar daarbij gaat men voorbij aan de waarden die achter dit soort vergadernormen zitten. Namelijk dat we de kwaliteit van de vergadering moeten borgen, de raad is immers geen bestuur van de kaartclub of de redactie van een schoolkrant. We praten over miljoenen gemeenschapsgeld, over rechten en plichten van burgers, enzovoort.
Iedereen moet zich dan op een vergadering kunnen voorbereiden zodat de wethouder die antwoord moet geven ook in kan staan voor zijn antwoorden. Dat lukt niet als je vijf minuten van tevoren nog allerlei vragen voorgeschoteld krijgt.
8
Regionale samenwerking We leven meer en meer in een netwerksamenleving. Geen organisatie kan meer op een eiland functioneren, geen organisatie de eigen belangen zelfstandig behartigen. Samenwerking is nuttig en vaak nodig, eigenlijk dus onontkoombaar. Dat geldt ook voor een niet al te grote gemeente als Aalten, net aan de kleinste van de Achterhoek. Ze doet mee aan talloze gemeenschappelijke regelingen en lossere samen werkingsverbanden. Op tal van onderwerpen wordt eigenlijk best aardig samengewerkt en er worden ook zeker positieve resultaten behaald, bijvoorbeeld op het gebied van het sociaal domein maar ook rond mobiliteit, woningbouw en economie, maar dat wordt weinig erkend en uitgesproken. Maar dat samenwerken gaat geregeld niet van harte, laat staan enthousiast. Het laatste coalitieakkoord (2014-2018) spreekt boekdelen. Als de directe voordelen voor Aalten niet gelijk zichtbaar en vooral financieel te becijferen zijn wordt dat duidelijk naar voren gebracht. Waarbij de omgeving wel moet beseffen dat Aalten de kleinste gemeente is en dus soms ook slechts beperkte middelen heeft om in te brengen. Ik bespeur een vrij negatieve houding, heb eigenlijk nog nauwelijks iets positiefs over samenwerking gehoord, er wordt vooral jao, jao gezegd tegen samenwerking en geregeld gewoon nee. Samenwerking of wat daarvoor door gaat kan zo eigenlijk niet gedijen.
Het heeft geleid tot een onoverzichtelijke lappendeken van samenwerkingsrelaties met voortdurend wisselende combinaties. Overigens geldt dit beeld waarschijnlijk ook voor de andere Achterhoekse gemeenten, men lijkt soms meer te zoeken naar de verschillen dan naar de overeenkomsten. En er wordt daarbij veel over maar weinig met elkaar gesproken, is mijn beeld. Ook hier bestaat veel oud zeer en de daarbij behorende achterdocht. Waarom mag de grootste gemeente niet de leiding nemen, mits die zich dienstbaar aan het geheel opstelt en zich niet als het alfamannetje op de rots gedraagt? Samenwerking veronderstelt vertrouwen in elkaar en oog hebben voor elkaars welvaart en welzijn. Zonder dat vertrouwen is samenwerking gedoemd te mislukken en daar zijn genoeg voorbeelden van te geven in de recente Achterhoekse geschiedenis. En ook dat levert weer heel wat irritatie, frustratie en oud zeer op. Ik denk dat hier nog veel te winnen is. Een belangrijk aspect daarbij is dat met name de raad vooraf helder moet aangeven in beleidskaders wat
Bevindingen van een butendieker
ze inhoudelijk wil bereiken met en in die regionale samenwerking en gemeenschappelijke regelingen. Kadernota’s en beleidsbegrotingen van deze gemeen schappelijke regelingen zouden meer inhoudelijke aandacht moeten krijgen en niet slechts financiële aandacht. Geld is ‘maar’ een middel. En als raadsleden echt een vuist willen maken zullen ze samen op moeten trekken met collega’s van andere raden. Investeer dus tijd in die contacten. Als je pas contact zoekt als er een meningsverschil is wordt het lastig om andere raden nog te overtuigen. Een meer proactieve en minder reactieve werkwijze dus, zoals past in het duale stelsel.
9
Internationale samenwerking Het belang van de samenwerking met ‘unsere Nachbarn’ wordt de laatste jaren bestuurlijk zeker erkend en is voor met name Dinxperlo ‘selbstverständlich’ maar moet binnen het gemeentelijk beleid en de ambtelijke organisatie nog wel verder handen en voeten krijgen. Hoe breed en diep leeft dit bestuurlijk en ambtelijk echt? En wat is onze visie, wat zijn onze doelen dan? Ook hier bestaat het gevaar van ‘jao jao’ zeggen, maar weinig concreets te doen, weinig energie en middelen beschikbaar te stellen. Onze bedrijven zitten te springen om goed geschoold (technisch) personeel en het is ook goed voor de Achterhoek als jongeren hier blijven studeren, werken en dus wonen. Elke dag verlaten tienduizenden Achterhoekers de Achterhoek op weg naar hun werkplek ten westen van Doetinchem, maar naar Duitsland zijn het hooguit enkele honderden. Beseffen we werkelijk voldoende dat Oberhausen net zo ver ligt van Aalten als Arnhem en dat Keulen dichterbij ligt als Amsterdam? Wel 10.000.000 Duitse consumenten, toeristen, werknemers en werkgevers zitten op hooguit anderhalf uur van ons vandaan! Ik merk ook dat er met name mentaal nog steeds een grote afstand bestaat tot de enorme hoeveelheid aan culturele en recreatieve voorzieningen ten zuiden van Aalten.
Dus de vraag die oprijst luidt: wat kunnen we doen om die mentale grens te slechten? Er is nog wel wat te winnen, bijvoorbeeld in de contacten met de Westfälische Hochschule in Bocholt, de dichtstbijzijnde instelling voor hoger onderwijs voor onze jongeren maar er zitten nauwelijks Nederlandse studenten op. En zouden we niet moeten onderzoeken of ook in Aalten tweetalig onderwijs mogelijk is maar dan met Duits en Nederlands? Er zijn al meer dan honderd scholen die tweetalig zijn met Nederlands en Engels - eentje in de Achterhoek - maar slechts enkele met Duits en Nederlands. Als we werkelijk menen dat onze toekomst gedeeltelijk in de samenwerking met Duitsland ligt moet dit toch een serieuze optie zijn? En zou het niet een prachtig signaal zijn als bijvoorbeeld alle leerlingen op Schaersvoorde Dinxperlo een of twee uur Duitse taal extra zouden krijgen? Met zes klassen is dat toch een overzichtelijke kostenpost? Overigens vermoed ik dat dit alles ook voor onze Duitse buren geldt.
10
Verstrengeling samenleving en politiek De gemeente Aalten - en dat gold zo hoor ik ook al voor de voorgangers Aalten en Dinxperlo - heeft een reputatie van flinke verstrengeling van belangen tussen de samen leving en het politieke bestuur. Raadsleden voelen zich zeer nadrukkelijk volksvertegenwoordiger en proberen daar ook op eigen wijze vorm en inhoud aan te geven. Voor veel raadsleden geldt dat er directe raakvlakken zijn tussen hun dagelijkse beroepsmatige werkzaamheden en de beleidsterreinen waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Werving van raadsleden gebeurt zeer geregeld vanuit het verenigingsleven en veel raadsleden oefenen naast hun raadswerk nog tal van onbetaalde nevenfuncties en -activiteiten uit. Raadsleden zijn vaak bekende personen met soms ook een eigen achterban. De grote inzet van veel raadsleden voor het raadswerk en daarnaast soms ook nog voor de samenleving is bewonderenswaardig. Veel organisaties en de daarin actieve bewoners en ondernemers weten mede daardoor gemakkelijk de weg naar de politiek te vinden. Dat is een grote kracht van de Aaltense politiek, dat moeten we koesteren. Maar er is ook een keerzijde aan deze bestuurscultuur en -tradities. Raadsleden worden door bewoners die de weg kennen benaderd en om steun gevraagd voor tal van initiatieven en in die cultuur is het lastig om nee te zeggen. Je achterban heeft je tenslotte ook gesteund.
Volksvertegenwoordiger zijn is echter wat anders dan belangenbehartiger van allerlei individuen en organisaties.
Bevindingen van een butendieker
Er zijn dus verschillende vragen hierbij te stellen: • Uitvoering is sinds de invoering van het dualistische bestuursstelsel in 2002 de taak van het college en zouden raadsleden dus niet in eerste instantie veel meer naar het college moeten verwijzen in plaats zichzelf als directe belangenbehartiger op te stellen? Hoeveel ruimte krijgt het college om bij de uitvoering keuzes te maken, maar wel binnen de door de raad gestelde kaders? • Moet de rol van volksvertegenwoordiger niet veel meer benut worden bij het vaststellen van de beleidskaders in plaats van bij het regelen van subsidies, investeringen en tal van andere uitvoeringsmaatregelen? • Dienen raadsleden het algemeen belang, of vertegenwoordigen ze een deelbelang, een kern, een vereniging of bedrijfstak? • Wordt er voldoende afgewogen hoe de vele initiatieven vanuit de samenleving zich verhouden tot de door de raad vastgestelde beleidsuitgangspunten? Hoe groot is dan het gevaar van willekeur en voorkeursbehandeling? • Krijgen bewoners(groepen) die minder goed de weg weten of minder op bepaalde partijen zijn aangesloten dezelfde kansen? Neem daarbij in ogenschouw dat er in de raad nauwelijks vrouwen en jongeren zitting hebben en geen enkele Aaltenaar vanuit een etnische minderheid.
Rechtsstaat Van tevoren maar ook na mijn installatie heb ik van tal van mensen opmerkingen opgevangen over de gebrekkige cultuur rond het vaststellen en handhaven van regels. Bij (een deel van) de buitenwereld leeft toch het idee dat er in Aalten veel kan, dat regels niet altijd strikt worden nageleefd en dat niet altijd naleving consequent wordt afgedwongen. Dat beeld zal ontstaan zijn vanuit ervaringen uit het verleden en ik vind het lastig om daar nu al een definitief oordeel ten aanzien van de huidige situatie over te kunnen vellen. Maar een voorbeeld van hoe het mijns inziens niet moet werd mij door de Raad van State onlangs aangereikt. De gemeenteraad heeft in het bestemmingsplan Buitengebied Aalten enkele jaren geleden tegen alle zeer heldere juridische adviezen in toch een positief besluit genomen over de vestiging van een clubhuis in het gebied van het Nationaal Landschap. De raad vond het blijkbaar moeilijk om maatschappelijke druk te weerstaan, de democratie won het van de
11
een breekpunt. Het gezag van de overheid staat of valt met het nageleefde uitgangspunt dat de overheid zichzelf aan het recht houdt. Als de overheid regels uitvaardigt die de vrijheid van burgers op de een of andere manier beperkt dan moet zij ook bereid zijn om die regels te handhaven en daar voldoende capaciteit en budget voor beschikbaar stellen. Als ze daar niet toe bereid is dan moet ze die regels afschaffen en als de regels van een hogere overheid afkomstig zijn dan zal ze zich erbij moeten neerleggen en hoogstens bij die hogere overheid voor aanpassing pleiten. Dit alles heeft raakvlakken met onderwerpen als ondermijning en integriteit. Als we niet de strijd tegen de ondermijning voeren verliest de overheid haar gezag. Waarom zou een gewone burger immers zich aan de regels houden, zijn belasting betalen en zijn premies afdragen als duizenden mensen ongestoord voor
Dit alles raakt dus ook de bestuurlijke integriteit, want de wetgever verbiedt zonder meer bepaalde vormen van belangenverstrengeling en verplicht bestuursorganen ook om de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen en dus afstand te houden. Betrouwbaarheid en voorspelbaarheid behoren bovendien tot de kernwaarden van onze rechtsstaat, er staat echt wel iets op het spel hierbij. Een op zich niet schokkend, maar naar mijn mening wel treffend voorbeeld van onvoldoende bewustzijn van vermenging van belangen, is dat veel raadsleden geen gebruik maken van het officiële mailaccount j.dehaas@aalten.nl maar hun persoonlijk account of zelfs het account met de naam van hun onderneming of werkgever. Is het voor een bewoner dan helder dat hij met een raadslid te maken heeft? En andersom, is een raadslid zich dan nog wel voldoende bewust dat hij als raadslid, lid van het hoogste bestuursorgaan van de gemeente, optreedt? Het lijkt me verstandig hier transparant over te zijn. Nog los van het feit dat soms gevoelige informatie terecht komt op servers van particulieren en bedrijven.
rechtsstaat. Voor direct omwonenden leidde dat ertoe dat zij tot de Raad van State dienen te procederen met alle inspanningen en kosten van dien om hun gelijk te krijgen en dat zorgt voor grote irritaties en frustraties. Ik begrijp de bij mij geuite klachten. Ook de kwestie-Luiten en de kwestie-Malle Babbel (zie het rapport van de Nationale Ombudsman) dragen niet bij aan een positief beeld bij de buitenwereld. Voor mij is de rechtsstatelijkheid van ons overheids optreden van het allergrootste belang, voor mij is dat echt
honderden miljoenen frauderen, witwassen, enzovoort? Voor de Achterhoek is het nog een vrij nieuw fenomeen, we lopen niet voorop, zijn misschien nog wel een beetje naïef en werken ook nog onvoldoende samen. Het heeft mij bijvoorbeeld verbaasd dat de beleidsregels voor het sluiten van panden waar drugs gevonden worden nog niet eensluidend zijn in de Achterhoek en dat we in Aalten slechts bij horecavergunningen een BIBOB-toetsing uitvoeren. Ik denk dat in de gemeente op het gebied van handhaving en de strijd tegen de ondermijning er een tandje bijgezet moet worden.
12
Bevindingen van een butendieker
13
Aanbevelingen
In de profielschets voor de nieuwe burgemeester werd aangegeven dat men zocht naar iemand met lef en met hart voor de gemeenschap, signaalgevoelig, open en toegankelijk, een stevige persoonlijkheid die initiatieven zou nemen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing, die staat voor de bestuurlijke integriteit van de gemeente en een verbinder is naar binnen en buiten de gemeente. Ik hoop aan die hoge verwachtingen te kunnen voldoen, al moet ik helaas bekennen geen schaap met vijf poten te zijn, ik heb mijn beperkingen.
In lijn daarmee ben ik zo vrij om niet alleen mijn bevindingen met u te delen maar ook met een aantal concrete aanbevelingen te komen. Het lijkt me goed als de nieuwe raad daar ook een keer in het openbaar over spreekt met elkaar en met mij zodat over en weer de verwachtingen helder zijn, ook naar onze burgers toe. I. Werk de komende bestuursperiode aan onderlinge relaties en vertrouwen, en begin daarbij gelijk al tijdens de formatie. De fracties hebben met de recent gemaakte afspraken over het formatieproces voorzichtig een eerste bemoedigend signaal afgegeven maar er zal nog meer moeten gebeuren. Praat met elkaar over al het oud zeer en probeer het uit te praten en er dan een streep onder te zetten. Bedenk daarbij welke bijdrage eenieder daar zelf aan kan leveren. II. De gemeente Aalten ontstond vanuit een gearrangeerd huwelijk waar beide partners - vriendelijk gezegd - niet op zaten te wachten. Op weg naar de huwelijksvoltrekking werd het meer en meer een vechthuwelijk waar zelfs enig huiselijk geweld niet geschuwd werd. En ook na de huwelijksvoltrekking deden de beide echtgenoten elkaar geregeld pijn, accepteerde en respecteerde men elkaar nauwelijks. Nu 13,5 jaar later is het geregeld nog steeds vrij kil in de verhoudingen.
Wat Den Haag heeft samengevoegd kunnen wij niet scheiden en dus dringt zich de vraag op wat wij kunnen we doen om dit huwelijk wat gezelliger en warmer te krijgen? Dinxperlo en Aalten zijn denk ik toe aan relatietherapie maar dan moeten ze daar wel toe bereid zijn. Moeten we in het jaar 2020 niet eens aandacht geven aan vijftien jaar herindeling, aandacht aan wat het heeft gekost en wat het heeft opgeleverd? Wat let de gemeenteraad om per 1-1-2020 alsnog de naam te veranderen in bijvoorbeeld gemeente Aalten-Dinxperlo? Dat zou een mooi gebaar van verbinding en verzoening tussen
Dinxperlo en Aalten zijn, maar er zijn er ongetwijfeld meer te bedenken. Bedenk welke creatieve bijdrage eenieder daar zelf aan kan leveren. III. Praat met elkaar over de verhoudingen tussen de gemeente en de verschillende dorpen en buurtschappen en stel een visiedocument vast op het gewenste voorzieningenniveau per kern en wat de dorpen en buurtschappen daarbij van de gemeente mogen verwachten en wat niet. En dan ons eraan houden natuurlijk. IV. Investeer de komende bestuursperiode in de raad als zelfstandig bestuursorgaan en stel een visie op de raad op en in het verlengde daarvan in de gewenste ondersteuning door onder andere de griffie. Stel daartoe een werkgroep in met enkele raadsleden die de huidige werkwijze van de raad onderzoekt en met verbeteringsvoorstellen komt. Denk daarbij aan de versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad richting college en regionale samenwerkingsverbanden. V. Ga de komende periode het gesprek met elkaar aan over de volksvertegenwoordigende rol van de raad en de risico’s van belangenverstrengeling. En in het verlengde daarvan ook over de veranderende opvattingen over burgerparticipatie in verhouding tot de rol van de volksvertegenwoordiging. VI. In de profielschets voor de nieuwe burgemeester stond dat ik verbindingen moet leggen met de partners in de regio, moet werken aan de samenwerking daarmee.
Maar dat kan alleen als er een helder en breed gedragen visie is. Anders wordt het voor mij en de wethouders schaatsen op dun ijs, laverend tussen wakken, met het risico geregeld een nat pak te halen. Praat dus met elkaar over onze houding tegenover regionale samenwerking –
ook over de grens - en leg die visie dan ook vast in een document. Dat geeft rust en ruimte en sturing richting het college. En investeer dan ook echt in die samenwerking. VII. Praat met elkaar over het belang van de rechtsstaat, het gezag van de overheid en haar regels, een duidelijke en consequente handhaving en ga voortvarend aan de slag met de strijd tegen de ondermijning van onze samenleving. En nog als losse opmerkingen wat ideeën a. In onze mooie nieuwe raadszaal hangt een door de Rijksvoorlichtingsdienst beschikbaar gestelde standaardfoto van ons koningspaar. Zouden we niet een prijsvraag kunnen uitschrijven onder in Aalten geboren of getogen kunstenaars waarbij het winnende kunstwerk door de gemeente wordt aangekocht tegen een vooraf vastgesteld bedrag? b. In de verkiezingsprogramma’s van meerdere partijen wordt de instelling van het kinderburgemeesterschap genoemd. Uit eigen ervaring weet ik dat dit een goede methode is om jonge bewoners, maar via hen ook hun ouders en onderwijzers, in contact te brengen met de gemeentelijke overheid. Ik werk daar dus graag aan mee. En ik zou gelijk ook willen pleiten voor een verbreding en verdieping hiervan middels een jaarlijkse kindergemeenteraad zoals door ProDemos is ontwikkeld. c. Ik mis een complete evenementenkalender waar culturele en sportieve evenementen, debatten,
lezingen, feesten en festivals op een overzichtelijke manier worden gepresenteerd. Het helpt de organisatoren bij het bereiken van hun potentiele publiek en helpt bewoners en bezoekers bij het vinden van leuke en interessante dingen die er te doen zijn. Niet vergeten dat er soms ook (net) over de grens bijzondere evenementen plaats vinden. d. Zou de raad niet wekelijks een column moeten krijgen in Aalten Actueel? Om de beurt in te vullen door de verschillende raadsleden zodat iedereen los van de recesperiodes twee keer per jaar aan de beurt komt. Het helpt de zichtbaarheid van de raad te vergroten en de communicatie met de burgers, ook buiten verkiezingstijd. e. Wie via de N318 langs Aalten en Bredevoort rijdt, krijgt een wat rommelig beeld te zien. Misschien goed om eens na te denken of we deze entree van onze gemeente niet wat kunnen opfleuren en zo een positief beeld van de gemeente kunnen mee geven aan de voorbijgangers?
14
Bevindingen van een butendieker
15
Samen aan de slag
Ik heb het ontzettend naar mijn zin in deze prachtige gemeente, de droom die ik had is absoluut geen nachtmerrie gebleken, de werkelijkheid is integendeel geregeld nog mooier dan die droom. Het Achterhoekse landschap is prachtig en ik verheug me na de lange koude winter op warmere tijden waarin ik er met mijn vrouw op uit kan gaan en de omgeving kan verkennen, ook over de grens in Duitsland. Dagelijks ontmoet ik bijzondere mensen met een groot hart voor hun medemensen, voor de gemeenschap en het landschap. De gemeente Aalten bruist van het leven, ik ben onder de indruk van alle activiteiten die er zijn, van het ondernemerschap.
Maar laat het goede niet de vijand van het betere zijn. Er is echt nog wel wat te verbeteren, en laten we daarbij eerst naar onszelf kijken. Het door mij hier geschetste beeld is subjectief, dat besef ik, maar wel gebaseerd op ondertussen tientallen gesprekken. Misschien niet helemaal Achterhoeks maar meer Rotterdams heb ik ervoor gekozen om de dingen die ik hoorde, las en tegenkwam onverbloemd op te schrijven. Voor mij geldt dat ik nu nog een butendieker ben, iemand met een frisse blik, maar dat ik na deze honderd dagen, na deze wittebroodsweken, vanzelf begin te wennen aan de dingen zoals ze zijn. Juist met deze nieuwe start van mij als burgemeester, met ook een nieuwe raad en een nieuwbenoemd college kunnen we stappen vooruitzetten. Niet om rekeningen te vereffenen met het verleden, met de mensen die verantwoordelijkheid hebben genomen voor het bestuur. Ze hebben dat ongetwijfeld naar eer en geweten gedaan. Ik besef dat dit document op sommige mensen misschien wel hard overkomt en dat ik er hier en
daar in hun beleving ook naast kan zitten. Maar er is ook wel wat aan de hand. Want zoals ik al opmerkte wordt mijn analyse ook door velen gedeeld. Zo nu en dan kreeg ik als reactie: he, he, eindelijk zegt iemand het eens. Wegkijken en ontkennen, ‘jao jao’ zeggen en ‘nee’ doen helpt ons niet vooruit, daar ben ik van overtuigd. Alle betrokkenen zouden zich moeten afvragen: wat kan ik beter doen, wat kan ik bijdragen aan een nog beter functionerend bestuur, wat kan ik bijdragen aan een beter imago van bestuurlijk Aalten, wat kan ik doen om al dat oud zeer op te ruimen en te werken aan verbinding en verzoening? Laten we met elkaar het gesprek aangaan, open, met respect voor elkaars opvattingen en ervaringen. Een uitdagende taak voor ons allen, burgers, bestuurders en volksvertegenwoordigers. Ik ga mij daar ook na die eerste honderd dagen voluit op richten maar kan het niet alleen, ik heb u daarbij nodig, doet u mee? Omdat onze gemeente, onze gemeenschap van stad, dorpen en buurtschappen maar vooral onze burgers het waard zijn.
© april 2018 Foto voorzijde: Dies Goorman Overige foto’s: Anton Stapelkamp
Gemeente Aalten Postbus 119 7120 AC Aalten
T (0543) 49 33 33 E gemeente@aalten.nl I www.aalten.nl
@AntonStapelkamp
@gemeente_aalten
Gemeente Aalten