Bijlage B: ingredienten - versie 19-12-2025
Tekst van het document
Bijlage: Ingrediënten voor Omgevingsvisie Aalten 2040
VOORWOORD In dit document zijn alle input en alle vertrekpunten voor de Omgevingsvisie Aalten 2040 op een rij gezet. Het gaat dan om: 1. de wettelijk verplichte reikwijdte van de omgevingsvisie, die bepalend is voor de beoogde integraliteit; 2. het karakter van gemeente Aalten en de kenmerken van de deelgebieden in Aalten (onder andere van belang omdat de Omgevingsvisie gebiedsgericht maatwerk stimuleert en het dus belangrijk is om te weten met welke gebiedskenmerken en welk “DNA” rekening moet worden gehouden in de omgevingsvisie); 3. de huidige kwaliteit van de leefomgeving in Aalten, waarvoor gemeente Aalten een “foto van de leefomgeving” heeft laten maken; 4. trends en ontwikkelingen waarmee in de omgevingsvisie Aalten 2040 rekening moet worden gehouden; 5. al het beleid van andere overheden dat meegenomen moet worden in de omgevingsvisie; 6. alle plannen en beleidsdocumenten van gemeente Aalten die verwerkt moeten worden in de omgevingsvisie; 7. en last-but-not-least: alle input van inwoners van gemeente Aalten die zij hebben meegegeven, hetzij in de gebiedsgerichte gesprekken die zijn gevoerd, hetzij via enquêtes die de gemeente heeft gehouden.
2/86
1. REIKWIJDTE OMGEVINGSVISIE 2040 De Omgevingsvisie Aalten 2040 strekt zich (conform de eisen van de Omgevingswet) uit tot de volgende onderwerpen:
Wonen Mobiliteit Economie (inclusief recreatie en toerisme) Klimaat en water Energievoorziening Natuur en biodiversiteit Voorzieningen Gezonde en veilige leefomgeving Landbouw Circulariteit en afval Bodem en ondergrond Cultureel erfgoed en identiteit landschap Milieu en emissies1 Veiligheid Digitale infrastructuur Ruimtelijke inrichting
1 Onder ‘Milieu en emissies’ vallen bijvoorbeeld luchtkwaliteit, geluid- en geurhinder, zodat al deze aspecten
conform de Omgevingswet zijn meegenomen in de omgevingsvisie.
3/86
2. GEBIEDSKENMERKEN 2.1 Aalten algemeen Gemeente Aalten is een grensgemeente in de Achterhoek met een rijke historie en een sterke gemeenschapszin. Het landschap wordt gekenmerkt door essen, beekdalen, coulisselandschap en een afwisseling van agrarische functies, natuur en bebouwing. Gemeente Aalten telt ongeveer 27.500 inwoners in 2025, verspreid over de hoofdkernen Aalten (ca. 13.000 inwoners), Dinxperlo (~5.500) en Bredevoort (~1.600) en de kleine(re) buurtschappen Barlo, Dale, Haart, De Heurne, Aaltense Heurne, IJzerlo en Lintelo. Deze opzet verklaart het sterke naoberschap: inwoners kennen elkaar en vormen een hechte gemeenschap in deze kleinschalige, landelijke omgeving. De gemeente maakt deel uit van het Nationaal Landschap Winterswijk; provincie Gelderland bewaakt hier de kernkwaliteiten (essenlandschap, houtwallen, stilte en duisternis) via stringent ruimtelijk beleid, ook al is de formele Rijksstatus van nationale landschappen sinds 2012 vervallen
2.2 Deelgebieden Gebiedskenmerken vormen een belangrijk vertrekpunt voor het maken van keuzes richting 2040. Het ene gebied is het andere niet, maar de Omgevingswet stimuleert gebiedsgericht maatwerk en dus zijn ook gebiedskenmerken een belangrijk vertrekpunt voor de Omgevingsvisie Aalten 2040. Gemeente Aalten maakt hierbij onderscheid tussen de volgende deelgebieden:
Kern Aalten Kern Dinxperlo Kern Bredevoort Buurtschap Barlo Buurtschap Dale Buurtschap Haart Buurtschap De (Dinxperse) Heurne Buurtschap Aaltense Heurne Buurtschap IJzerlo Buurtschap Lintelo Bedrijventerreinen Aalten en Dinxperlo
Zie tevens de navolgende afbeelding.
4/86
In het navolgende worden eerst wat algemene kenmerken per deelgebied beschreven. Daarna wordt dieper ingegaan op water en bodem en op het gedeelte van gemeente Aalten dat als Nationaal Landschap is aangemerkt. 1.2.1 Algemene kenmerken per deelgebied
Kern Aalten is de grootste kern van de gemeente Aalten. Het dorp is een oud esdorp met een historisch centrum en telt ruim 17.000 inwoners2. Aalten heeft een gevarieerd voorzieningenaanbod en fungeert voornamelijk als woon- en winkelcentrum van de gemeente.
Kern Dinxperlo is een dorp met ruim 7.000 inwoners, uniek gelegen pal op de grens met Duitsland. Samen met het aangrenzende Duitse dorp Suderwick vormt Dinxperlo een zogenaamd tweelingdorp waarbij de landsgrens dwars door de bebouwde kom loopt. Het dorp heeft een eigen centrum met winkels en voorzieningen en was tot 2005 een zelfstandige gemeente. De grensligging speelt nog altijd een rol in het dagelijks leven en toerisme, bijvoorbeeld via het Grenslandmuseum en grensoverschrijdende samenwerkingen.
Kern Bredevoort is een kleine historische vestingstad met oude stadsrechten en ruim 1500 inwoners. In het compacte centrum bevinden zich tientallen tweedehandsboekhandels en antiquariaten. Bredevoort heeft bovendien diverse monumenten (zoals delen van voormalige vestingwerken, de molen De Prins van Oranje en historische
2
Inwoneraantallen zijn geabstraheerd omdat het hier slechts gaat om een indicatie van orde-vangrootte van de grote(re) kernen.
5/86
panden) die herinneren aan zijn ruim 800-jarige geschiedenis als versterkte stad en “heerlijkheid”.
Buurtschap Barlo is een kleine agrarische buurtschap ten noorden van de kern Aalten, met slechts enkele honderden inwoners. De buurtschap ligt op de westelijke rand van het Oost-Nederlands plateau, op een oud rivierterrassenlandschap uit het Pleistoceen, waardoor de omgeving licht glooiend is met droge dalen van voormalige smeltwaterbeken. Barlo bestaat voornamelijk uit verspreid liggende boerderijen en kent een hechte plattelandsgemeenschap.
Buurtschap Dale (betekenis van de naam: “laagte”) is gelegen ten noorden van Aalten op een lager deel van het landschap. De buurtschap ligt onderaan de westelijke helling van het Oost-Nederlands plateau – een duidelijk zichtbare terrasrand – waar hoger gelegen essen overgaan in de lagere veen- en weidegronden van het Aaltense Goor. De meeste boerderijen en woningen in Dale zijn geconcentreerd rond het kruispunt van de Welinkweg, Aladnaweg en Romienendiek. Het is een kleinschalig agrarisch gebied met een open landschap, kenmerkend door groene weiden en akkers in de luwte van het plateau.
Buurtschap Haart (De Haart) is een buurtschap ten oosten van Bredevoort, op een iets verhoogd deel van het landschap. De naam Haart betekent “bos waar hout gekapt mocht worden”. De bebouwing van de Haart is voornamelijk gegroepeerd rond de kruising van de Buninkdijk, Lieversdijk en Haartseweg. Rondom deze kern liggen uitgestrekte essen (bolle akkercomplexen) en bosjes. De Haart heeft een actief gemeenschapsleven met een eigen verenigingsgebouw en jaarlijks terugkerende buurtactiviteiten.
Buurtschap De Heurne (ook wel Dinxperlose Heurne genoemd) is een dorp in het zuidoostelijke deel van de gemeente, vlak bij Dinxperlo en de Duitse grens. Het dorp was tot 2005 onderdeel van de voormalige gemeente Dinxperlo. De Heurne bestaat uit een agrarisch verspreid bebouwd gebied met een paar kleine kernvormende elementen, waaronder een Kulturhus. De lokale economie is grotendeels gebaseerd op landbouw en aanverwante bedrijvigheid.
Buurtschap Heurne (lokaal meestal aangeduid als de Aaltense Heurne) is een buurtschap ten zuidoosten van Aalten richting de Duitse grens. De Aaltense Heurne heeft geen echte dorpskern; de bebouwing bestaat uit verspreide boerderijen en woningen. Wel heeft de gemeenschap een eigen dorpshuis (“D’n Heurnsen Tref”) als ontmoetingsplek.
Buurtschap IJzerlo is een agrarische buurtschap gesitueerd in het buitengebied halverwege Aalten en Dinxperlo. Het gebied heeft een open agrarisch karakter met weilanden en boerderijen, en beschikt over een groot hippisch centrum (manege) en meerdere campings, wat de nadruk op recreatie en buitenleven in deze buurtschap onderstreept.
Buurtschap Lintelo is een landelijke buurtschap ongeveer 3 à 4 kilometer ten westen van Aalten. Qua oppervlakte is het de grootste buurtschap van de gemeente, met uitgestrekte agrarische enclaves rondom een kleine kern. Ondanks zijn geringe inwonertal heeft Lintelo voorzieningen zoals een basisschool en een multifunctioneel Kulturhus (dorpshuis).
Bedrijventerreinen Aalten en Dinxperlo: Gemeente Aalten kent twee bedrijventerreinen: één bij de kern Aalten en één bij kern Dinxperlo. Het bedrijventerrein bij Aalten, bekend als ’t Broek, ligt aan de zuidwestrand van het dorp. Op dit moment wordt onderzocht of dit bedrijventerrein de komende jaren kan worden uitgebreid, om te voldoen aan de behoefte aan lokale bedrijfsruimte. Dit terrein sluit aan op de bestaande
6/86
industriezone langs de Broekdijk. Het bedrijventerrein in Dinxperlo bevindt zich aan de oostkant van het dorp (nabij de grens) en omvat onder andere deelgebieden genaamd De Rietstap en ’t Hietveld. Op beide bedrijventerreinen zijn diverse lokale ondernemingen, productiebedrijven en logistieke bedrijven geconcentreerd, wat bijdraagt aan de werkgelegenheid in de gemeente. De industriekring Aalten-Dinxperlo (IKAD) behartigt de belangen van de ondernemers op deze terreinen. 1.2.2 De water- en bodemgesteldheid van gemeente Aalten Gemeente Aalten ligt op de hogere zandgronden van de Achterhoek, met een hoogte van ongeveer 16 tot 47 meter boven NAP (gemiddeld ~27 m). Het landschap kenmerkt zich door licht glooiende dekzandruggen en lagere beekdalen. Hierdoor stroomt regenwater van nature af richting de beekdalen en infiltreert het in de zanderige bodem. De bodem bestaat overwegend uit zand (podzolgronden) die arm zijn aan voedingsstoffen en van nature zuur, doordat regenwater al duizenden jaren mineralen uitspoelt. Plaatselijk komen ook leemlagen of veen in beekdalen voor, waar water langer kan blijven staan en vroeger veenvorming optrad in moerassige stukken. Gemeente Aalten wordt doorstroomd door kleine beekjes en één grotere beek: de BovenSlinge. Deze beek komt bij Winterswijk Nederland binnen en stroomt via Bredevoort en Aalten westwaarts.
In Aalten splitst de Keizersbeek zich van de Boven-Slinge af; uiteindelijk mondt de Boven-Slinge via de Aa-strang uit in de Oude IJssel. Waterschap Rijn en IJssel beheert deze watergangen en heeft delen ervan ingericht als ecologische verbindingszone (natte natuurcorridor) om natuurwaarden te versterken. Naast de beken zijn er verspreid sloten en greppels die traditioneel vooral dienden om overtollig regenwater snel af te voeren. Het grondwater in Aalten is regenwater-gedreven: er is geen aanvoer van rivierwater in dit hogere deel van Nederland. ‘s Winters stijgt de grondwaterstand door neerslag, in de zomer zakt deze weer. In de lage delen en nabij beken staat het grondwater soms hoog (wat natte graslanden en moerasbos mogelijk maakte), terwijl op de hoger gelegen zandgronden het freatisch niveau dieper is. In Aalten liggen bovendien enkele grondwaterbeschermingsgebieden voor drinkwater: ’t Loohuis, Corle (waarin het grondwaterbeschermingsgebied voor een deel in gemeente Aalten ligt) en Dinxperlo. Hier pompt drinkwaterbedrijf Vitens grondwater op voor de drinkwatervoorziening, en gelden strenge regels om vervuiling van het bodem- en grondwater te voorkomen. 1.2.3 Nationaal Landschap De oostelijke helft van de gemeente Aalten valt binnen Nationaal Landschap Winterswijk.
Dit betreft met name het buitengebied ten oosten/zuidoosten van Aalten en (rond) Aaltense Heurne/Barlo, inclusief landschappen als Walfort–Loohuisbos en omgeving. Dit gebied is aangewezen vanwege de kernkwaliteiten van het Winterswijkse coulisselandschap: kleinschalige openheid met essen/enkjes en kampen; groen raamwerk van houtwallen, singels, bosjes en beekdalen; microreliëf (hoog/laagtes door essen) en rijke cultuurhistorie (scholtenboerderijen, landgoederen); hoge natuur- en stilte/donkerte-waarden. Deze kwaliteiten maakten dat het Rijk het gebied in 2005 aanwees als Nationaal Landschap.
7/86
Voor plannen in dit deel van gemeente Aalten geldt in de kern een “ja, mits”-benadering: ontwikkelingen zijn mogelijk mits zij de kernkwaliteiten behouden en bij voorkeur versterken. Concreet betekent dat tot 2040 o.a.: landschapsinclusief ontwerpen: nieuwe functies (wonen/erfvernieuwing, agrarische aanpassingen, recreatie) zorgvuldig inpassen met behoud/aanplant van houtwallen, singels, hoogstam, erfbeplanting en zichtlijnen; zuinig zijn op kleinschaligheid en openheid: grootschalige bebouwing, verrommeling of aantasting van essen, beekdalen en microreliëf vermijden; waar nodig kleinschalig en gedifferentieerd bouwen/verdichten op bestaande erven; stilte en donkerte borgen: terughoudend met verlichting en verkeersintensiveringen; nachtelijk donker en rust horen tot de kwaliteit van het gebied; en voor het buitengebied in gemeente Aalten geldt zelfs: geen verlichting, tenzij; natuur en water versterken: kansen voor beekherstel, natte natuur en het Gelders Natuurnetwerk meenemen; klimaatadaptatie (water vasthouden, sponswerking) koppelen aan landschapsherstel.
8/86
3. FOTO VAN DE LEEFOMGEVING Gemeente Aalten heeft een “foto van de leefomgeving” laten maken, als nulmeting op een flink aantal aspecten van de leefomgeving. De foto geeft een feitelijk en objectief beeld van de stand van zaken in Aalten op een flink aantal aspecten. Dit beeld is gebaseerd op objectieve data en op de ervaringen van inwoners. In onderstaande afbeelding het zogenaamde “Rad van de leefomgeving van Aalten”, met daarin per aspect een score:
In het navolgende per thema de belangrijkste aandachts- en verbeterpunten.
9/86
3.1 Wonen In de gemeente Aalten is er een duidelijke mismatch tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Vooral voor ouderen en starters is de behoefte aan geschikte en betaalbare woningen groter dan het beschikbare aanbod. Dit leidt tot druk op de doorstroming en wachtlijsten voor bepaalde typen woningen. De gemeente heeft de afgelopen jaren wel nieuwe woningen toegevoegd, maar toch blijven specifieke groepen moeite houden om een passende woning te vinden. Voor starters en senioren is de woningnood nijpend: de wachttijd voor een sociale huurwoning bedraagt in Aalten gemiddeld 5–7 jaar, en er worden te weinig kleinere, levensloopbestendige woningen aangeboden om aan de vraag te voldoen. Om deze uitdaging het hoofd te bieden, zal gemeente Aalten moeten inzetten op het versneld creëren van voldoende woningen in diverse segmenten. Denk aan levensloopbestendige woningen voor senioren en betaalbare (huur)woningen voor starters en jonge gezinnen. Vanuit landelijk beleid en vanuit het regionale Akkoord van Groenlo moeten gemeenten in 2050 bovendien energieneutraal en aardgasvrij zijn. Op deze lijn zal de bestaande woningvoorraad (verder) verduurzaamd moeten worden en moeten worden aangepast aan toekomstige behoeften, ook om te zorgen dat mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen.
Het ontwikkelen van integraal woonbeleid – waarin nieuwbouw, betaalbaarheid, duurzaamheid en zorg/ondersteuning samenkomen – is essentieel om de leefbaarheid in dorpen en buurtschappen op peil te houden en leegloop te voorkomen. Hierbij hoort ook het benutten van provinciale regelingen en lokale initiatieven om woningen energiezuiniger en toekomstbestendig te maken. Tot slot vraagt het waarborgen van leefbare en vitale kernen aandacht: voorzieningen en ontmoetingsplekken in woonwijken dragen bij aan woonkwaliteit, en ook daar moet rekening mee worden gehouden in het woonbeleid.
3.2 Verkeer en mobiliteit Gemeente Aalten is goed verbonden via provinciale wegen (de N318 en N313) en heeft in het centrum van dorp Aalten een treinstation met een verbinding richting Arnhem en Winterswijk. De bereikbaarheid per auto is op orde: er zijn geen structurele congestieproblemen en de doorstroming op hoofdwegen is goed. Maar voor duurzame en actieve mobiliteit benoemt de foto van de leefomgeving nog aandachts- en verbeterpunten. Zo zou het fiets- en wandelnetwerk nog niet volledig dekkend zijn en zouden op sommige trajecten nog schakels ontbreken, waardoor doorfietsen of doorwandelen wordt bemoeilijkt. Dit zou veilige en comfortabele routes voor langzaam verkeer belemmeren en vragen om investeringen in ontbrekende verbindingen, betere bewegwijzering en onderhoud van paden. Gemeente Aalten stelt hiertegenover dat de gemeente de laatste jaren sterk heeft ingezet op het verbeteren van fietsvoorzieningen, het veiliger maken van oversteeklocaties en het afwaarderen van wegen. Diverse ‘grijze’ wegen zijn omgevormd van GOW50 naar een veilig ingerichte GOW30. Dit vergroot de verkeersveiligheid, verhoogt het comfort voor de fietser en stimuleert het gebruik van de fiets. Ook tussen de diverse kernen bestaan al diverse goede fietsvoorzieningen, waarbij een aantal wel nog voor (verdere) verbetering vatbaar is.
Verder vindt de gemeente dat het voor de beoordeling van het fiets- en wandelnetwerk belangrijk is om een duidelijk onderscheid te maken tussen het toeristisch-recreatieve gebruik en het utilitaire gebruik. Deze twee vormen van gebruik vragen namelijk om een geheel andere beoordeling. Door uitsluitend naar de knooppuntroutes te kijken (zoals in de foto van de leefomgeving is gedaan), lijkt het alsof utilitaire fietsers hiervan gebruik moeten maken en blijven andere relevante routes buiten beeld. Dit heeft een negatieve invloed op de beoordeling. De conclusie ‘oranje’ (in de foto van de leefomgeving) kan vanuit recreatief perspectief dan ook niet worden onderschreven.
10/86
Openbaar vervoer is in de foto van de leefomgeving genoemd als een ander aandachtspunt. Hoewel de afstand tot het treinstation in gemeente Aalten zelf relatief klein is, ligt de afstand tot andere OV-haltes (zoals busverbindingen in het buitengebied) boven gemiddeld. Dat is uiteraard inherent aan het zijn van een plattelandsgemeente met een flink oppervlak, maar dit neemt niet weg dat bijvoorbeeld de ontsluiting met busvervoer naar kleinere kernen en buurtschappen beter zou kunnen. Regionaal en provinciaal wordt al gewerkt aan het verbeteren van de OV-toegankelijkheid, maar ook gemeente Aalten zal (blijvend) moeten inzetten op behoud en versterking van buslijnen en haltes. Ook innovatieve oplossingen zoals deelvervoer verdienen nog aandacht: momenteel zijn er in Aalten nog relatief weinig elektrische auto’s en is er alleen in Bredevoort een deelauto beschikbaar. Het gebruik daarvan loopt echter sterk terug. In dorp Aalten is er een deelauto geweest, maar het gebruik daarvan was zo gering dat de proef is gestopt. Een mobiliteitshub kan echter ook bestaan zonder deelauto(‘s).
Wandelen en fietsen zijn ook duurzame vervoersmethoden en daar wordt door gemeente Aalten vol op ingezet middels het STOMP-principe (een hiërarchie voor duurzame gebiedsontwikkeling en mobiliteit, waarbij de volgorde van prioriteit is: Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar Vervoer (OV), Mobility as a Service (MaaS) en als laatste de Privéauto). In de toekomst wordt ingezet op verdere uitbreiding van het GAON systeem, zodat in de regio Achterhoek een integraal platform komt voor alle vervoersvormen, zoals trein, bus, deelmobiliteit of ritdelen. Hiernaast voorziet gemeente Aalten wel een groei in elektrisch vervoer en legt de gemeente een basisnetwerk van publieke laadpunten aan. Ook de verkeersveiligheid wordt in de foto van de leefomgeving genoemd als een punt van aandacht. Positief is dat het aantal geregistreerde verkeersongevallen en -slachtoffers in gemeente Aalten relatief laag is, maar opvallend is dat het aantal verkeersdoden verhoudingsgewijs hoog ligt. Het merendeel daarvan heeft volgens gemeente Aalten niet te maken met de inrichting van wegen en kruispunten. De infrastructurele inrichting is op sommige plekken weliswaar niet optimaal voor verkeersveiligheid, maar met name op de GOW50 wegen vinden geen dodelijke ongelukken plaats. Wel heeft gemeente Aalten te maken met diverse kwetsbare verkeersdeelnemers (kinderen, ouderen en fietsers).
Extra aandacht voor deze kwetsbare verkeersdeelnemers en verkeerseducatie en voorzieningen, zoals scholen en verzorgingstehuizen, is daarom belangrijk. Het gaat hierbij niet alleen om het verbeteren van veiligheid, maar ook het stimuleren van gezonde, actieve vervoersmiddelen onder deze kwetsbare doelgroepen. Gevaarlijke situaties ontstaan zowel door gedrag, bijvoorbeeld snelheidsovertredingen, als door confrontaties tussen langzaam verkeer en auto’s of tussen landbouwvoertuigen en vrachtverkeer. Heroverweging in regelgeving en inrichting zijn in de toekomst nodig om deze problematiek op te lossen. Dan tot slot de algemene voorzieningen voor minder mobiele inwoners: Gemeente Aalten kent enkele vrijwillige vervoersdiensten waar inwoners gebruik van kunnen maken. Zo is er een vervoersinitiatief vanuit Figulus (Automaatje) en zijn er de vervoersdiensten vanuit Marga Klompé en Vrienden van Dr. Jenny (elektrokarren/-auto) die zich richten op korte ritten binnen en rondom de kernen. Daarnaast is er ZOOV Op Maat. Voor sommige inwoners is reizen met openbaar vervoer namelijk niet meer goed te doen. Lukt het inwoners niet om zelf vervoer te regelen (bijvoorbeeld via familie of het sociale netwerk) dan kunnen inwoners via een Wmo-indicatie tegen gereduceerd tarief gebruik maken van ZOOV Op Maat. ZOOV Op Maat vervoert tot 40 kilometer in de Achterhoek én daarbuiten, zelfs naar Duitsland.
3.3 Natuur, landschap en biodiversiteit Gemeente Aalten kent veel groene gebieden en een waardevol coulisselandschap, maar staat ook voor uitdagingen in het behoud van natuur en biodiversiteit. Er bevinden zich weliswaar geen Natura 2000-gebieden binnen de gemeentegrenzen, maar net buiten
11/86
gemeente Aalten liggen in Winterswijk vier beschermde natuurgebieden (Willinks Weust, Bekendelle, Wooldse Veen en Korenburgerveen). Ook door uitstoot en depositie van stikstof vanuit agrarische of andere activiteiten in gemeente Aalten kunnen deze waardevolle gebieden extra onder druk komen te staan. Geen van deze Natura 2000-gebieden heeft momenteel een gunstige staat van instandhouding; overal wordt de kritische stikstofgrens overschreden. Hoewel het stikstofbeleid grotendeels op Europees en landelijk niveau wordt bepaald, kan gemeente Aalten bij lokale besluitvorming rekening houden met de impact op omliggende natuurgebieden en zo bijdragen aan verbetering van hun toestand. Naast stikstofproblematiek zijn er ook zorgen omtrent de biodiversiteit en het Natuurnetwerk Nederland, ook binnen gemeente Aalten. Het huidige ecologische netwerk is nog niet optimaal robuust en de biodiversiteit staat onder druk; veel soorten flora en fauna hebben het moeilijk. De versnippering van habitats (door bijvoorbeeld landbouw, infrastructuur) en de achteruitgang van soortenrijkdom vragen om gericht beleid. Positief is dat het Natuurnetwerk Nederland op termijn versterkt kan worden – er zijn autonome verbeteringen voorzien richting 2040, mogelijk door natuurontwikkelingsprojecten – waardoor dit aspect van een matige score naar een gunstige score zou kunnen gaan.
Toch blijven behoud en vergroten van biodiversiteit een aandachtspunt, ook voor gemeente Aalten. Maatregelen zoals het aanleggen van ecologische verbindingszones, stimuleren van natuurinclusieve landbouw en beheer van bermen en houtwallen kunnen helpen de biodiversiteit te verbeteren. Ook het landschap zelf verdient nog de nodige aandacht. Gemeente Aalten heeft een karakteristiek agrarisch landschap met oude hoeven, houtwallen en kleine kernen, maar de basiskwaliteit van het landschap is nog niet overal op peil. Uit een analyse blijkt dat op sommige plekken de landschapskwaliteit zelfs matig tot slecht is. Met name in delen van het buitengebied is de structuur van landschapsonderdelen (zoals heggen, singels, reliëf in percelen) achteruitgegaan, wat leidt tot een lagere landschappelijke waarde. Hiernaast is er de toenemende druk van recreatief gebruik van het buitengebied. Dit wordt door TBO's op dit moment als één van de hoofdproblemen gezien. Er is ruimte nodig voor recreatief gebruik (fietsen, wandelen, MTB, sport etc), maar door toenemende bescherming van kwetsbare natuur wordt de ruimte minder. Bij een stijgend inwoneraantal zal deze uitdaging alleen maar groter worden. Tegelijkertijd staat de agrarische sector voor veranderingen: schaalvergroting en intensiever grondgebruik kunnen botsen met behoud van landschap en natuur.
Verbeterpunten zijn agrarisch natuurbeheer en instandhouden van een aantrekkelijk landschap. De bodemkwaliteit voor landbouw is op zich voldoende – de vruchtbaarheid of geschiktheid van landbouwgrond is over het algemeen goed – maar het gaat om de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit in het agrarische landschap. Hier liggen kansen om via landschapsplannen, boerenlandprojecten en erfbeplanting de karakteristieke Achterhoekse landschappen te versterken. Een integrale benadering waarin landbouwproductie hand in hand gaat met natuurbehoud en recreatieve waarde, is belangrijk om Aalten’s groene imago te behouden en tegelijk de agrarische economie toekomstbestendig te maken.
3.4 Milieu en emissies Ook op milieugebied heeft gemeente Aalten nog de nodige aandachtspunten. Luchtkwaliteit is één daarvan: zo liggen de concentraties fijnstof (PM₂.₅) en stikstofdioxide in de lucht weliswaar binnen de EU-normen, maar nog boven de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. De bronnen van deze luchtverontreiniging zijn waarschijnlijk verkeer (met name langs de provinciale wegen) en industrie of landbouw in de regio. Aandacht voor emissiereductie blijft dan ook nodig, bijvoorbeeld door schoner vervoer te (blijven) stimuleren en emissies uit veehouderijen of houtstook (verder) terug te dringen.
12/86
Geurhinder is een ander milieuaspect dat nog de nodige aandacht vraagt. Een deel van de Aaltense bevolking ervaart namelijk overlast door geur, met name in de nabijheid van veehouderijen of door houtkachels en andere bronnen. Uit een GGD-gezondheidsmonitor (2022) bleek dat circa 27% van de respondenten geurhinder ondervindt, waarvan 6% zelfs ernstige hinder. De meeste geurklachten komen opvallend genoeg van particuliere bronnen (open haarden en barbecues) en in mindere mate van bedrijven. Dit laat zien dat geurproblematiek zowel een landelijk als een lokaal fenomeen is. Gemeente Aalten heeft al een “Verordening geurhinder en veehouderij” om geurbelasting door agrarische bedrijven te beperken. Vraag is echter of de bestaande maatregelen voldoende zijn om de ervaren overlast te verminderen. Een mogelijke verbeterstap is het aanscherpen van het geurbeleid – ook voor niet-agrarische bronnen – en bewoners bewuster maken van bijvoorbeeld stookgedrag. Ook geluidsoverlast is nog een verbeterpunt. Langs verschillende drukkere wegen en nabij de spoorlijn is sprake van geluidshinder die boven de wettelijke grenswaarden en de strengere WHO-richtlijnen uitkomt. Wegverkeer (waaronder vrachtverkeer) en railverkeer bezorgen omwonenden op die plekken te veel geluid, wat de leefbaarheid aantast. Gemeente Aalten heeft hier aandacht voor en heeft al nieuw geluidbeleid gemaakt.
Verder zijn de bodem- en waterkwaliteit aandachtspunten. In gemeente Aalten komen op een aantal locaties bodemverontreinigingen voor, vaak als gevolg van historische activiteiten. Hoewel ernstige gevallen meestal afgegraven of afgedekt zijn, blijven verontreinigingen in de bodem een potentiële belemmering bij ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen ze het grondwater aantasten. Gemeente Aalten heeft hiervoor samen met regionale partners regels opgesteld (bijvoorbeeld via het Bodembeleid), maar proactief saneren of beheersen blijft belangrijk om risico’s (verder) te minimaliseren. Ten aanzien van grondwater is de kwaliteit in gemeente Aalten beoordeeld als matig tot slecht, waarbij onmiddellijk moet worden aangetekend dat gemeente Aalten hier maar beperkte invloed op heeft omdat grondwater deel uitmaakt van een veel groter systeem. Het grondwaterpeil binnen gemeente Aalten ligt in bebouwde gebieden vaak meer dan 1,5 meter onder maaiveld, en bovendien treedt er in grote delen van de gemeente verzilting van het grondwater op. Verzilting (zout worden van grondwater) kan de landbouw schaden en de drinkwatervoorziening bemoeilijken. Klimaatverandering – met nattere winters en drogere zomers – verergert dit probleem, want intense verdamping en minder aanvulling kunnen de zoutconcentraties doen stijgen.
Samen met partners als het Waterschap en de Provincie is gemeente Aalten weliswaar actief in de “Aanpak Droogte”, heeft gemeente Aalten een sleutelproject bij de drinkwaterwinning in Dinxperlo en wordt ook in het kader van klimaatadaptatie en leefbare verstedelijking al het nodige gedaan, maar de kwaliteit van het grondwater blijft vooralsnog een aandachtspunt. Verder laat ook de kwaliteit van oppervlaktewater nog het nodige te wensen over, waarbij ook hier de invloed van gemeente Aalten beperkt is. Chemisch voldoet het water in sloten en beken nog aan de Kaderrichtlijn Water (KRW) normen, maar ecologisch is de toestand matig tot onvoldoende. Dit betekent dat de biodiversiteit in het water (waterplanten, vissen, ongewervelden) niet op niveau is, bijvoorbeeld door voedingsstoffen en bestrijdingsmiddelen uit afspoeling. De kans is groot dat zonder extra maatregelen de KRW-doelen voor 2027 niet gehaald worden. Daarnaast kennen sommige watergangen in droge periodes droogval of stilstaand water in het buitengebied, wat ook ecologisch schadelijk is. Klimaatverandering zal dit verergeren: langere droogtes betekenen vaker droogvallende beken. De provincie Gelderland en het Waterschap bereiden maatregelen voor om de waterkwaliteit te verbeteren. In gemeente Aalten zelf draagt het afkoppelen van regenwater bij aan verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater.
Hier liggen echter nog kansen voor
13/86
verdere verbetering: door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers aan te leggen, regenwater (nog) meer lokaal te bergen (dit doet gemeente Aalten al voor nieuwbouw en reconstructies) en vervuiling tegen te gaan, kan de gemeente nog verder bijdragen aan gezonder oppervlaktewater. Bovendien zou integraal waterbeheer – waarin riolering, afkoppelen van regenpijpen en landschappelijke wateropslag worden gecombineerd – zowel de waterkwaliteit als de wateroverlastproblematiek verder ten goede komen.
3.5 Klimaatadaptatie: hitte, droogte en wateroverlast De effecten van klimaatverandering zijn ook in gemeente Aalten merkbaar en vormen belangrijke aandachtspunten voor de leefomgeving. Hittestress is een groeiend probleem: in grote delen van bebouwde kommen is nu al sprake van een hitte-eilandeffect van +2°C of meer. Dit betekent dat op warme dagen de bebouwde omgeving flink warmer blijft dan het omliggende platteland, wat vooral ’s nachts voor weinig afkoeling zorgt. Zulke hitte heeft nadelige effecten op de gezondheid, vooral bij kwetsbare groepen zoals ouderen, kinderen of mensen met hart- en longproblemen. Door de klimaatverandering zullen extreem warme periodes vaker en intensiever voorkomen, waardoor hittestress zonder ingrijpen toeneemt. Gemeente Aalten onderneemt al actie door in te zetten op het toevoegen van groen (bomen, parken) en blauw (water, vijvers) in de dorpen. Ook is gemeente Aalten begonnen met het realiseren van koelteplekken. Meer schaduw, verkoeling en waterberging moeten de opwarming in bebouwde kommen tegengaan. Dit beleid sluit aan bij klimaatadaptatie: het is zaak om bij nieuwe bouwprojecten en renovaties hittebestendige ontwerpen te maken (bijvoorbeeld lichte bestrating, groene daken en gevels) en om bestaande versteende plekken waar mogelijk te vergroenen. Droogte is een andere klimaat-gerelateerde uitdaging.
Met name in het oosten en zuiden van gemeente Aalten bevinden zich droogtegevoelige natuurgebieden waar de grondwaterstanden van nature al laag zijn. In droge zomers vallen beken daar soms droog, en lijden bossen, natuurgebieden en ook de landbouw onder watertekort. Omdat klimaatverandering naar verwachting tot verdere daling van grondwaterstanden in de zomer leidt, zullen deze kwetsbare natuurgebieden het steeds moeilijker krijgen. Dit heeft gevolgen voor flora en fauna (bijvoorbeeld verdroging van gebieden of sterfte van vochtminnende planten en dieren). Gemeente Aalten heeft al diverse maatregelen getroffen en in gang gezet om de gevolgen van droogte te beperken – zoals bewust waterbeheer, langer vasthouden van regenwater, agrariërs stimuleren zuinig(er) te beregenen en het creëren van sponswerking in de bodem. Desondanks blijft droogte een punt van zorg dat regionale samenwerking vergt, omdat waterhuishouding vaak een bredere stroomgebiedsaanpak vraagt. Met het regionale programma “Aanpak Droogte” brengt gemeente Aalten kwetsbare zones in kaart om mede op basis daarvan gerichte acties (zoals het verhogen van grondwaterpeilen in natuurgebieden of alternatieve gewassen in de landbouw) uit te kunnen stippelen. Daarnaast kent gemeente Aalten net als andere gemeenten een (door klimaatverandering) verhoogd risico op wateroverlast door hevige regenbuien.
In de kernen van Dinxperlo en Aalten zelf zorgen zulke hoosbuien ervoor dat enkele wegen urenlang onbegaanbaar (kunnen) zijn door plassen en lokale overstromingen. Dit komt mede doordat de bebouwde omgeving behoorlijk verhard is – er is relatief veel bestrating en bebouwing, waardoor regenwater niet goed de bodem in kan zakken. Gevolg is dat het rioolstelsel overbelast raakt, dat water naar het straatoppervlak komt en dat wegen niet of moeilijk begaanbaar zijn voor eventueel calamiteitenverkeer.
14/86
Gemeente Aalten voert inmiddels een actief riool- en regenwaterbeleid: de gemeente is bezig om verharde oppervlakken te ontkoppelen (regenpijpen los van het riool, infiltratie in de bodem), de riolering anders in te richten, bij ruimtelijke ordening ruimte te houden voor water (wadi’s, vijvers, waterpleinen) en inwoners te (blijven) stimuleren hun tuinen (verder) te ontstenen. Deze maatregelen zullen de komende jaren (moeten) worden doorgezet en uitgebreid, ook in het kader van de Samenwerking Water Achterhoek en de regionale Aanpak Droogte. Desondanks zal volledig voorkomen van wateroverlast lastig zijn en blijven bij extreem weer. Een gedeeltelijke acceptatie is dan ook onontkoombaar.
3.6 Gezondheid en welzijn Een sterke kant van de Aaltense gemeenschap zijn de sociale samenhang en het verenigingsleven. Er is sprake van hechte buurtverbanden, ofwel naoberschap, wat zich uit in een hoog percentage mensen dat actief is in sportverenigingen of vrijwilligerswerk doet. Deze betrokkenheid draagt bij aan het welzijn: mensen hebben sociale netwerken, voelen zich verbonden en kunnen terugvallen op elkaar. Daarnaast scoren inwoners van gemeente Aalten op het gebied van lichamelijke activiteit en sociaaleconomische positie gemiddeld ongeveer gelijk aan het Gelderse en landelijke gemiddelde. Dit betekent dat bijvoorbeeld het aandeel mensen dat voldoende beweegt of de gemiddelde inkomens en opleidingsniveaus vergelijkbaar zijn met elders – niet uitgesproken zwak, maar ook niet uitmuntend. Het leefklimaat biedt al behoorlijk veel mogelijkheden om te sporten en te bewegen (er zijn sportvelden, fietspaden, wandelroutes), maar dit zou nog verder kunnen worden verbeterd door wijken waar nodig en mogelijk (nog) beweegvriendelijker in te richten (met (meer) speelplekken, parken, veilige wandelroutes e.d.) en door meer gezondheidsvoorlichting te geven. Toch zijn er ook zorgen als het gaat om de toegang tot gezondheidszorg en welzijnsdiensten. Ontmoeten/ontmoetingsplekken en activiteiten die sociale cohesie bevorderen horen hier ook bij.
Gemeente Aalten heeft een vergrijzende bevolking – het aandeel ouderen (65plus) is groter dan gemiddeld in Nederland – wat betekent dat de vraag naar zorg en ondersteuning stijgt. Tegelijk zijn veel basisvoorzieningen op het gebied van gezondheid (zoals huisartsen, fysiotherapie, maar ook welzijnsactiviteiten) geconcentreerd in de grotere kernen Aalten en Dinxperlo. Deze voorzieningen staan onder druk. Vacatures worden op dit moment al niet allemaal meer ingevuld en de verwachting is dat deze trend zich voorzet. Voor inwoners uit de kleinere kernen en het buitengebied is de afstand tot de hier bedoelde voorzieningen relatief groot. Dit kan drempels opwerpen om tijdig zorg te zoeken of deel te nemen aan sociale activiteiten, zeker voor mensen die minder mobiel zijn. Het gebrek aan dichtbijgelegen zorgvoorzieningen is een knelpunt dat in de toekomst groter kan worden, aangezien door bevolkingskrimp en -vergrijzing mogelijk voorzieningen wegvallen of centraliseren. Hier zal de gemeente creatief op in moeten spelen, bijvoorbeeld door mobiele voorzieningen (zoals een bus met loketfuncties), digitale zorg (e-health) of buurtinitiatieven te ondersteunen, zodat ook in de dorpen ondersteuning beschikbaar blijft en de gezondheid en zelfredzaamheid van inwoners op peil blijven.
Het borgen van een solide sociale basis – waaronder voldoende huisartsen, thuiszorgcapaciteit en ontmoetingsplekken voor bijvoorbeeld eenzame ouderen – is een belangrijk verbeterpunt om de gezondheid van inwoners te waarborgen. Gemeente Aalten is hier al mee bezig, maar het kan altijd nog beter.
15/86
Verder verdienen de mentale gezondheid en veiligheid (blijvende) aandacht. Hoewel harde cijfers hierover in de foto van de leefomgeving minder aan bod kwamen, is bekend dat sociale verbinding (of het gemis daaraan) grote invloed heeft op welzijn. Het eerder genoemde sterke vrijwilligersnetwerk helpt om mensen betrokken te houden, maar groepen die buiten de boot vallen (bijvoorbeeld jongeren zonder werk, of juist hoogbejaarden zonder netwerk) vragen om gerichte aandacht van welzijnswerk en preventie. Initiatieven zoals maatjesprojecten, sport- en cultuuractiviteiten voor kwetsbare groepen en laagdrempelige ontmoetingscentra kunnen bijdragen aan het welzijn. Hiernaast zet gemeente Aalten sterk in op bewustwording (mooie toekomst activiteiten/praat vandaag over morgen, gesprekken klankbordgroepen en buurtschapsorganisaties e.d.). Samenvattend heeft gemeente Aalten op het vlak van gezondheid baat bij een dubbele aanpak: het behouden en versterken van wat goed gaat (de sterke gemeenschap en een redelijk gezond leefpatroon), én het aanpakken van de bereikbaarheids- en zorgknelpunten die vooral door demografische ontwikkelingen nijpender worden.
3.7. Veiligheid Op het gebied van veiligheid laat gemeente Aalten twee gezichten zien: de sociale veiligheid is in orde, maar de omgevings- en verkeersveiligheid kunnen nog beter. Sociale veiligheid betreft hoe veilig mensen zich voelen in hun woonomgeving en de mate van criminaliteit/overlast. Hierin doet gemeente Aalten het goed. Het aantal geregistreerde misdrijven is laag en inwoners geven aan zich veiliger te voelen dan enkele jaren geleden – onveiligheidsgevoelens en vermijdingsgedrag zijn afgenomen sinds 2014. De dorpen kennen een hechte gemeenschap (waar mensen op elkaar letten) en ernstige vormen van overlast of criminaliteit komen relatief weinig voor. Dit positieve beeld op sociale veiligheid is een sterke basis om op door te gaan. Aandachtspunt blijft om ook de subjectieve veiligheid op peil te houden; bijvoorbeeld door voldoende wijkagenten en buurtpreventie, zodat inwoners zich gezien en gesteund weten. Bij het kijken naar omgevingsveiligheid (externe veiligheid) is het beeld minder gunstig. Hiermee worden bedoeld de risico’s voor bewoners door potentieel gevaarlijke activiteiten of objecten, zoals vervoer van gevaarlijke stoffen, industriële bedrijven of opslag van gas/chemische stoffen. In gemeente Aalten zijn er enkele situaties waarbij kwetsbare gebouwen (zoals woningen) in een zogenaamd brand- of explosieaandachtsgebied liggen.
Dit duidt op locaties waar bij een calamiteit – bijvoorbeeld een grote brand of ontploffing – de effecten tot bij die gebouwen kunnen reiken. Hoewel grootschalige industrie ontbreekt, kunnen ook een lpg-tankstation, landbouwvoorraden of transporten risico’s vormen. Er bestaat een spanningsveld tussen veilig wonen en ruimte voor ontwikkeling: men wil economische activiteit faciliteren, maar zonder de veiligheid te compromitteren. Gemeente Aalten zal een balans moeten vinden en waar nodig extra veiligheidsmaatregelen moeten treffen (zoals strikte afstandsnormen en goede rampenplannen) om het risico voor omwonenden minimaal te houden. Het op peil houden van brandweerzorg en rampenbestrijdingsplannen is hierbij ook van belang. De verkeersveiligheid is eerder bij mobiliteit al genoemd en blijft een punt van aandacht, ondanks de lage ongevalscijfers. De gemeente participeert in regionale verkeersveiligheidscampagnes en zet in op bewustwording en infrastructuurverbeteringen. Ook handhaving van snelheid en alcoholcontroles blijven nodig, zeker op provinciale wegen en in de buurt van uitgaansgelegenheden. Het streven is om het aantal ongevallen met gewonden en doden de komende jaren te blijven verlagen, in lijn met de nationale doelstelling om in 2030 het aantal verkeersslachtoffers te halveren ten opzichte van 2020.
16/86
Tot slot is ook digitale veiligheid iets wat in modern veiligheidsbeleid niet mag ontbreken (hoewel de foto van de leefomgeving dit niet expliciet behandelt). Cybercriminaliteit en digitale oplichting raken ook inwoners van gemeente Aalten. Preventie via voorlichting en samenwerking met politie op dit vlak is aan te raden om bewoners weerbaarder te maken. Over het algemeen geldt dat gemeente Aalten een veilige gemeente is om in te wonen, maar alertheid en gerichte maatregelen op de genoemde punten zullen ervoor zorgen dat dit zo blijft in de toekomst.
3.8 Sociale samenhang De sociale cohesie in Aalten is, zoals genoemd, een sterk punt van de leefomgeving. De term naoberschap – karakteristiek voor de Achterhoek – geeft al aan dat buren en dorpsgenoten naar elkaar omkijken. Er is een rijk verenigingsleven: veel inwoners zijn actief in sportclubs, muziek- en cultuurverenigingen of dorpsraden. Uit gegevens blijkt dat in vergelijking met andere gemeenten opvallend veel mensen bij een sportvereniging zijn of vrijwilligerswerk doen. Deze traditie van samen dingen doen zorgt voor levendige kernen en een vangnet voor mensen die hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld, evenementen en buurtfeesten worden goed bezocht en mede georganiseerd door enthousiaste vrijwilligers. Dit alles versterkt het gemeenschapsgevoel en draagt bij aan leefbaarheid en welzijn. Toch staat de sociale samenhang ook voor uitdagingen in de toekomst. De (dubbele) vergrijzing en het vertrek van jongeren (door studie of werk elders) kunnen ertoe leiden dat het vrijwilligerspotentieel afneemt. Verenigingen kampen nu al soms met teruglopende ledenaantallen of moeite om besturen te vullen. Daarnaast verandert de samenleving: mensen hebben het drukker, werken niet altijd meer in de eigen woonplaats, en “een leven lang dezelfde vereniging trouw blijven” is minder vanzelfsprekend.
Om de sociale cohesie sterk te houden, zal gemeente Aalten moeten blijven investeren in ontmoetingsplekken en activiteiten die binding creëren. Denk aan het ondersteunen van dorpshuizen, bibliotheken, sportaccommodaties en multifunctionele centra waar jong en oud elkaar kunnen treffen. Ook nieuwe bewoners (bijvoorbeeld mensen die van buiten naar gemeente Aalten verhuizen) moeten worden verwelkomd en betrokken bij lokale netwerken, zodat integratie soepel verloopt. Een aandachtspunt is verder de maatschappelijke deelname van kwetsbare groepen. Niet iedereen profiteert automatisch van het sterke sociale weefsel. Sommige inwoners, zoals mensen met een beperking, nieuwkomers of mensen in armoede, kunnen geïsoleerd raken. Het concept Iedereen doet mee is hier van toepassing – in beleid moet aandacht zijn om ook deze mensen actief bij de gemeenschap te betrekken. Initiatieven als maatjesprojecten, buurtbuddy’s of laagdrempelige inloopochtenden bij welzijnsorganisaties zijn voorbeelden die sociale uitsluiting tegengaan. De gemeente kan dergelijke initiatieven faciliteren en ondersteunen als onderdeel van haar zorg- en welzijnsbeleid. Al met al blijft sociale samenhang een kracht van gemeente Aalten die koestering en onderhoud vraagt.
Door op tijd in te spelen op maatschappelijke veranderingen – van demografie tot digitalisering – kan de gemeente bevorderen dat inwoners ook in de toekomst naar elkaar omzien. Dit is niet alleen van waarde op zichzelf, maar ook een belangrijke succesfactor voor andere thema’s (veiligheid, gezondheid, participatie op de arbeidsmarkt). Een verbonden gemeenschap is immers veerkrachtiger en beter in staat gezamenlijke problemen aan te pakken.
17/86
3.9 Voorzieningen De beschikbaarheid en nabijheid van voorzieningen (zoals winkels, scholen, medische zorg, recreatieve voorzieningen en cultuur en sport) is cruciaal voor de leefbaarheid. In de kernen Aalten en Dinxperlo is een redelijk aanbod van voorzieningen geconcentreerd – er zijn supermarkten, detailhandel, een bibliotheek, basisscholen, een zwembad, etc. Echter, de kleinere kernen en buitengebieden moeten het met minder doen, waardoor inwoners voor sommige basisbehoeften moeten reizen. Gemiddeld is de afstand tot diverse maatschappelijke basisvoorzieningen (zoals winkels, culturele voorzieningen en gezondheidsdiensten) in gemeente Aalten groter dan het provinciale gemiddelde, maar dat is inherent aan het zijn van een ‘plattelandsgemeente’. Deze afstanden zijn niet alleen nu (voor sommigen) een minpunt, maar dreigen in de toekomst toe te nemen. Door bevolkingskrimp en dubbele vergrijzing kan het voorzieningenniveau in kleine(re) kernen verder afkalven: winkels krijgen minder klandizie en sluiten mogelijk, scholen fuseren of verdwijnen als er te weinig kinderen zijn, en ook bankkantoren of bibliotheken zijn al op veel plekken verdwenen. Daarnaast veranderen consumentengedragingen (meer online bestellen, schaalvergroting in retail) waardoor lokale winkels onder druk (komen te) staan. Dit alles maakt dat leegstand in de kernen een reëel probleem is.
Momenteel ligt het percentage leegstaande winkels/panden in Aalten hoger dan gemiddeld in Gelderland. Zo blijkt uit onderzoek dat begin 2025 16% van de winkelpanden in Aalten leegstond. Overigens is het maar net naar welke bronnen en cijfers in dit kader wordt gekeken. Zo laat het Koopstromenonderzoek (KSO 2023) zien dat leegstand in het centrum van Aalten tussen 2019 en 2023 is gedaald en voor de kern Aalten zelfs nog aanzienlijker. Dit geeft aan dat veel leegstand van detailhandel buiten het centrumgebied opnieuw is ingevuld danwel is getransformeerd. Dit geldt ook voor Dinxperlo. Gemeente Aalten heeft bij dit alles wel degelijk 'specifiek beleid' voor de kernwinkelgebieden: naar aanleiding van het centrumplan voor de kern Aalten en de centrumvisie voor Dinxperlo is/wordt toegewerkt naar compactere kernwinkelgebieden met daarin een mix van functies. In Dinxperlo zet gemeente Aalten onder andere in op behoud van de Aldi in het kernwinkelgebied en op verplaatsing van de Jumbo naar een centrumrandlocatie. In de kern Aalten heeft de gemeente de gebiedsprocessen Dijkstraat, Hogestraat en Kattenberg uitgevoerd om het kernwinkelgebied compacter te maken en leegstand te verminderen. Ook gaat de gemeente begin 2026 aan de slag om te onderzoeken hoe enkele leegstaande panden in het centra opnieuw ingevuld en/of getransformeerd kunnen worden.
Hiernaast heeft gemeente Aalten in bredere zin op dit moment nog geen specifiek beleid dat zich richt op het in stand houden of verbeteren van andere voorzieningen zoals gemeenschaps- en buurthuizen. Dit is op te vatten als een aandachtspunt: juist nu is sturing nodig om de bestaande voorzieningen te behouden en waar mogelijk nieuwe functies aan te trekken. Multifunctioneel gebruik kan een sleutel zijn – bijvoorbeeld een gemeenschapshuis dat dienstdoet als ontmoetingscentrum, bibliotheekpost en loket voor gemeentelijke zaken, zodat één locatie meerdere behoeftes bedient. Ook samenwerking met buurgemeenten in de regio Achterhoek kan helpen: niet elke gemeente hoeft alles zelf te hebben, mits bereikbaarheid regionaal geregeld is. Voor gemeente Aalten betekent dit dat goede afstemming over bijvoorbeeld de spreiding van middelbare scholen, huisartsenposten en sportfaciliteiten belangrijk is, zodat inwoners binnen redelijke afstand ergens terecht kunnen. Een ander punt van aandacht is om na te denken over innovatieve service-oplossingen voor het buitengebied. Dit kunnen zijn: een rijdende supermarkt of bibliobus, pakketten- en boodschappendiensten aan huis voor minder mobiele mensen, of digitale loketten waar men via
18/86
internet toch diensten kan afnemen. En ook het stimuleren van lokaal ondernemerschap (bijvoorbeeld een streekproductenwinkel of zorgcoöperatie) kan voorzieningen nieuw leven inblazen. Kortom, het voorzieningenniveau staat onder druk en vraagt om een strategische visie. Zonder ingreep dreigt op termijn een vicieuze cirkel van verdwijnende voorzieningen en afnemende leefbaarheid. Door tijdig te anticiperen en creatief om te gaan met nieuwe vormen van dienstverlening, kan gemeente Aalten ervoor zorgen dat ook kleinere kernen aantrekkelijk en leefbaar blijven voor alle generaties.
3.10 Duurzaamheid Duurzaamheid is een breed thema waarin zowel klimaatmitigatie (verminderen van uitstoot), energietransitie, circulaire economie als duurzame ontwikkeling van de leefomgeving samenkomen. In gemeente Aalten zijn op het gebied van duurzaamheid zowel positieve ontwikkelingen te melden als duidelijke aandachts- en verbeterpunten. Om met het positieve te beginnen: de gemeente boekt vooruitgang in de energie-transitie. Er wordt in verhouding al behoorlijk veel energie duurzaam opgewekt binnen de gemeente. Zie bijvoorbeeld windpark Hagenwind met 8 grote windmolens en zie de opkomst van zonneparken op daken en grond. Deze inspanningen werpen vruchten af; de uitstoot van broeikasgassen daalt en gemeente Aalten draagt zo bij aan de klimaatdoelen. De huidige trend in broeikasgasreductie is gunstig (de CO₂-uitstoot neemt af door o.a. minder gebruik van aardgas en meer duurzame bronnen). Dit aspect scoort in de foto van de leefomgeving dan ook “groen”, met een verwachting dat die daling verder doorzet. Aan de andere kant zijn er wel degelijk nog aandachts- en verbeterpunten. Zo kan en moet nog (meer) werk worden gemaakt van het verder terugdringen van de afvalberg . Het scheiden van afval gaat al prima – het scheidingspercentage is hoog – maar de totale afvalberg kan en moet nog kleiner.
Met de uitvoeringsagenda “Aalten Criculair” en via samenwerking in onder andere de Cirkelregio is de gemeente al bezig om bedrijven te stimuleren om circulair(der) te werken en bewoners om bewuster te consumeren (bijvoorbeeld kringloop, reparatiecafés, minder verpakkingen). Verder is het met duurzame woningen in gemeente Aalten nog niet gesteld zoals gewenst, althans in ieder geval niet op papier. Relatief weinig woningen in de gemeente hebben namelijk een groen energielabel (label B of hoger). Sterker nog, een aanzienlijk deel van de huizen heeft helemaal geen recent energielabel. Dat kan een vertekend beeld zijn, want een nieuw energielabel wordt vaak pas aangevraagd als een huis verkocht gaat worden. Inwoners kunnen hun huis dus al prima verduurzaamd hebben, maar toch nog onder een slecht energielabel bekend staan of zelfs nog geen energielabel hebben aangevraagd. Toch is er waarschijnlijk nog veel (extra) winst te behalen met isolatie, zuinige installaties, zonwering en bijvoorbeeld het plaatsen van warmtepompen of zonnepanelen op bestaande woningen. De gemeente zet dan ook met beleid in op het (verder) verduurzamen van woningen (zoals met subsidies, leningen en voorlichting via het energieloket), maar de opgave is groot. Een ander facet van duurzaamheid is de mobiliteit, waarover reeds gesproken is: duurzame en slimme mobiliteit blijft een aandachtspunt.
Het geringe aantal elektrische auto’s en het ontbreken van deelauto’s (op één na in Bredevoort) betekenen dat de mobiliteitssector nog “fossiel-intensief” is. Wel is de verwachting dat door autonome trends (goedkopere elektrische voertuigen, wetgeving) het aandeel elektrische auto’s zal groeien, waardoor de situatie verbetert van “slecht” naar “matig” in 2040. Gemeente Aalten wil dit versnellen door het plaatsen van voldoende laadpalen en zit hierin met 141 gerealiseerde laadpalen al boven
19/86
de prognose(s). Hiernaast zet gemeente Aalten via het project “GAON” in op slimme mobiliteitsoplossingen (denk aan combinaties van OV met deelfietsen, of vervoer op afroep) die de duurzaamheid kunnen verhogen en tegelijk voorzien in bereikbaarheid. Tot slot is klimaatbestendigheid een onderdeel van duurzaamheid: dit overlapt met wat bij milieu besproken is (hitte, water, droogte). Duurzaamheid betekent immers ook dat de leefomgeving in de toekomst leefbaar blijft ondanks klimaatverandering. Gemeente Aalten heeft al de nodige stappen gezet in vergroening en watermanagement, maar er blijft aandacht nodig om de doelen uit bijvoorbeeld het Gelders Klimaatplan te halen. Alles overziend scoort gemeente Aalten in de foto van de leefomgeving op sommige duurzaamheidsonderdelen goed, op andere nog matig of onvoldoende. Om de gemeente echt toekomstbestendig te maken, zijn aanvullende integrale maatregelen nodig: van energieneutrale nieuwbouw en het aardgasvrij maken van wijken, tot stimulansen voor circulaire landbouw en lokale voedselproductie. Ook regionaal (de Achterhoek) zijn er programma’s waaraan gemeente Aalten deelneemt, zoals de Regionale Energiestrategie en circulaire initiatieven. Door deze lijnen door te trekken, kan de economische vitaliteit hand in hand gaan met duurzaamheid.
3.11 Economische vitaliteit De economische vitaliteit van gemeente Aalten hangt samen met werkgelegenheid, lokale bedrijvigheid, voorzieningen voor ondernemers en ook de toeristisch-recreatieve sector. Op sommige van deze vlakken doet gemeente Aalten het goed, maar er zijn zeker nog aandachtspunten voor de komende jaren om economisch vitaal te blijven. Zo is de werkgelegenheid in gemeente Aalten relatief beperkt. De gemeente kent historisch een woonfunctie waarbij veel inwoners buiten de gemeentegrenzen werken. Binnen gemeente Aalten zelf is het aantal arbeidsplaatsen gering vergeleken met de beroepsbevolking; er zijn relatief weinig banen in de gemeente. Dit betekent dat gemeente Aalten voor werkgelegenheid deels afhankelijk is van de regio. Het zou wenselijk zijn om in gemeente Aalten meer werkgelegenheid te creëren, ook om jongeren aan de gemeente te binden. Gemeente Aalten is aangesloten bij de arbeidsmarktregio Achterhoek en werkt mee aan programma’s om mensen aan werk te helpen en om ondernemers aan te trekken. Hierbij is een speerpunt om het aantal hoogwaardige arbeidsplaatsen te verhogen, bijvoorbeeld door bedrijven in innovatieve sectoren of ambachtelijke maakindustrie ruimte te bieden. Tegelijk moet er aandacht blijven voor scholing en omscholing, zodat de lokale beroepsbevolking aansluit bij de vraag (denk aan techniek, zorg, duurzaamheidssector).
Een nauw gerelateerd punt van aandacht is de beschikbaarheid van werklocaties en bedrijventerreinen. Op dit moment kampt gemeente Aalten met een tekort aan bedrijfsruimte: de bestaande bedrijventerreinen zitten behoorlijk vol, en de leegstand is laag (onder het 5% frictieniveau dat gezond wordt geacht). Dit lage aanbod belemmert nieuwe of uitbreidende bedrijven om zich te vestigen, waardoor economische groei geremd wordt. De verwachting is bovendien dat de vraag naar bedrijventerrein in de toekomst verder zal toenemen. Met de aanwijzing van ’t Broek als uitbreidingslocatie wordt uitbreiding van bedrijventerrein ’t Broek in zuidwestelijke richting momenteel onderzocht. Met deze beoogde uitbreiding komt gemeente Aalten tegemoet aan de berekende behoefte tot 2030 en een deel van de behoefte tot 2040. Voor de overige behoefte vanaf 2040 en eventuele nieuwe uitbreiding bij de kern Dinxperlo moeten nog keuzes worden gemaakt. Daarnaast kan herstructureren van verouderde bedrijfslocaties en het mogelijk maken van kleinschalige bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bebouwing (bijvoorbeeld een boerenschuur ombouwen tot werkplaats) aanvullende ruimte bieden.
20/86
Voor kantoorruimtes is de dynamiek iets anders: regionaal wordt juist verwacht dat de vraag naar kantoorlocaties zal afnemen (door bijvoorbeeld meer thuiswerken en krimpende organisaties), wat kan leiden tot hogere leegstand in de hele Achterhoek. Gemeente Aalten zelf heeft geen groot kantorencentrum, hooguit enige leegstand in bijvoorbeeld bovenverdiepingen in het centrum. Hier is het zaak om tijdig te anticiperen door transformatie van incourante kantoorruimte naar bijvoorbeeld woningen of andere functies. Naast industrie en kantoren is ook de vrijetijdseconomie uiteraard van belang voor gemeente Aalten. De gemeente heeft een aantrekkelijk buitengebied met fietsroutes, natuur en cultuurhistorie, de vestingstad Bredevoort en musea over de oorlogsgeschiedenis. Toerisme en recreatie zorgen voor werkgelegenheid in horeca, verblijfsaccommodaties en detailhandel. Streven is om dit duurzaam verder te ontwikkelen: kleinschalig en passend bij het karakter van de streek. Zo liggen er nog kansen in het beter verbinden van recreatieve routes (fietsknooppunten, wandelpaden) en het promoten van gemeente Aalten als bestemming voor dagjesmensen en meerdaagse verblijven. Investeren in toeristische voorzieningen kan de economische vitaliteit vergroten zonder de leefomgeving te (hoeven) schaden. Tot slot is de brede economische vitaliteit van gemeente Aalten gebaat bij regionale samenwerking.
Gemeente Aalten maakt deel uit van de Achterhoek, waar gemeenten gezamenlijk optrekken om de economie te versterken (bijvoorbeeld via de Achterhoek Board en ontwikkelingsmaatschappijen). Thema’s als innovatie, scholing, digitalisering en bereikbaarheid worden op dat niveau opgepakt. Voor gemeente Aalten is het belangrijk aan te (blijven) haken bij deze initiatieven, zodat lokale bedrijven meeprofiteren van kennis en subsidies en zodat gemeente Aalten zijn stem laat horen (bijvoorbeeld voor infrastructuurinvesteringen zoals de N18-verlenging of betere OV-verbindingen, die indirect economische kansen bieden).
21/86
4. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN In deze paragraaf trends en ontwikkelingen waarmee Aalten rekening heeft te houden richting 2040, gebaseerd op de onderwerpen die centraal staan in deze Omgevingsvisie.
4.1 Demografische vooruitzichten richting 2041
Dubbele vergrijzing: Ook in gemeente Aalten is sprake van dubbele vergrijzing. Gemeente Aalten telt de komende jaren verhoudingsgewijs steeds meer ouderen en die ouderen worden gemiddeld genomen ook nog eens ouder. Dit leidt tot een toenemende vraag naar levensloopbestendige woningen, passende zorgvoorzieningen en aangepaste mobiliteit. Het behoud van basisvoorzieningen zoals onderwijs, zorg en ontmoetingsplekken wordt uitdagender.
Positieve migratie: Uit recente bevolkingsontwikkelingen blijkt dat de Achterhoek (van oorsprong een krimpregio) sinds 2017 juist te maken heeft met positieve migratie – er vestigen zich meer mensen dan er vertrekken. Gemeente Aalten bevindt zich daarmee in “de enige krimpregio die niet krimpt”. Factoren zoals de coronapandemie en toenemend thuiswerken hebben de trek naar rustige, ruime regio’s als de Achterhoek versterkt. Hierdoor zitten oudere bevolkingsprognoses te laag. Officiële prognoses (zoals Primos 2019 en CBS Pearl 2019) gingen nog uit van een groei van slechts 200 tot 300 huishoudens in gemeente Aalten over 10 jaar, maar die waren gebaseerd op een verwacht aanhoudend vertrekoverschot. In werkelijkheid keerde het migratiesaldo naar positief, wat bij ongewijzigde trend zou leiden tot honderden extra huishoudens. Bij doortrekking van de huidige trend (met blijvend positief binnen- én buitenlandse migratiesaldo) wordt nu gerekend op circa 820 extra huishoudens in 10 jaar. Dat komt neer op een behoefte van ongeveer 82 extra woningen per jaar, aanzienlijk hoger dan de oude prognoses. Deze berekening is gebaseerd op de CBS-regioprognose aangevuld met de waargenomen migratie-omslag (van ongeveer 520 woningen extra bovenop de basisgroei van 300 huishoudens).
Volgens de nieuwe bevolkingsprognose 2022 van PBL/CBS wordt in de Achterhoek tot 2035 geen verdere krimp van betekenis verwacht. De lichte groei door migratie dempt de eerder voorspelde bevolkingsdaling – een belangrijk uitgangspunt voor de woningbouwplanning.