CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 9 Quickscan natuurtoets (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan 'Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024'6.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Somgeving Quickscan

Ontwikkeling Warmelinckweg IJzerlo

Gemeente

Aalten

(geanonimiseerd)

Projectnumm Datum:

(geanonimiseerd)

S Quickscan Ontwikkeling Warmelinckweg

IJzerlo

Opdrachtgever:

Gemeente

Aalten

Projectnummer:

3855.02

Datum:

28-11-2023

Versie:

Definitief

Projectleider en rapporteur:

(geanonimiseerd)

(geanonimise rd) Autorisatie:

(geanonimiseerd) n

(geanonimiseerd) Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824

MB

Arnhem

(geanonimiseerd) www.ontwerpenomgeving.nl

buro ontwerp &

omgeving

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

1

2

Pagina

INLEIDING

_

PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN

21

3

Beschrijving plangebied .

2.2

_

Algemene constateringen .

23

_

Geplande werkzaamheden

WERKWIJZE..

31

4

_

Algemeen…

3.2

_

Veldbezoek.

3.1

_

Betrouwbaarheid

WETGEVING.

41

_

Algemeen…

42

5

_

Gebiedsbescherming

43

_

Soortbescherming

44

_

Houtopstanden.

RESULTATEN...

51

Gebiedsbescherming

511

_

5.1.2

_ Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone

5.1.3

5.2

2000

Soortbescherming

5.2.1

_ Vleermuizen …

5.2.2

_ Grondgebonden zoogdieren .

Vogels

5.2.4

_ Reptielen en amfibieën

5.2.5

_

5.2.6

_ Overige beschermde diersoorten

5.2.7

_ Vaatplanten en mossen .

53

Vlinders

Samenvatting

CONCLUSIE.

61

_

62

7

Natura

_ Houtopstanden .

_

5.23

6

.

_

Conclusies gebieds- en soortbescherming

19

Nader onderzoek...

LITERATUURLIJST

71

Referenties ….

72

Gebruikte websites

7.3

_

…

Overige geraadpleegde bronnen

Warmelinckweg te Jzerio

2

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING

In opdracht van de gemeente Aalten is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan uitgevoerd in IJzerlo.

Het plangebied bevindt zich aan de Warmelinckweg, tussen de Kruisdijk en Thijsweg in, en bevindt zich binnen de kadastrale percelen ATNO2-5-1079 en ATNO2-S-885 De initiatiefnemer is voornemens 18 nieuwe woningen te realiseren.

Het doel van de guickscan is om een indicatie te krijgen van de aanwezigheid en (mogelijke) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en dier- en plantensoorten.

Uit deze quickscan

moet blijken of er

nadelige effecten zijn op gebieden met een speciale beschermingsstatus, namelijk: Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en de Groene Ontwikkelingszone. Vervolgens worden de mogelijke effecten onderzocht op onderde Wet natuurbescherming beschermde dier- en plantensoorten. Deze quickscan is gebaseerd op bureauonderzoek en een veldonderzoek.

In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het plangebied (hoofdstuk 2), de werkwijze (hoofdstuk 3), de relevante wetgeving (hoofdstuk 4), de resultaten (hoofdstuk 5) en de conclusie (hoofdstuk 6) beschreven.

Warmelinckweg te Jzerio

3

3855.02

Quickscan PLANGEBIED

21

Buro Ontwerp & Omgeving EN WERKZAAMHEDEN

Beschrijving plangebied Het plangebied bevindt zich ten noorden van de bebouwde kom van IJzerlo en grenst aan de zuidkant aan de Kruisdijk en de Warmelinckweg. Ten oosten van het plangebied ligt de Thijsweg. De locatie bestaat voor-

namelijk uit grasland en binnen de begrenzing van het plangebied is geen bebouwing aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich akkers, weilanden, woonhuizen

en boerderijen. Ook

grenst het plangebied aan een basisschool. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plange-

bied weergegeven.

Figuur 1. Luchtfoto van het plangebied aan de Warmelinckweg (rood kader). 22

Algemene constateringen Het plangebied bestaat uit grasland met een begrenzing van zomereiken aan de Kruisdijk en aan de Thijs-

weg (figuur 2. Merkbaar is dat de Kruisdijk en de Thijsweg hoger in het landschap liggen. Vanaf de Thijsweg is een duidelijke helling die afloopt in de richting van het plangebied. Langs de Kruisdijk vormt eenzelfde helling een greppel,

waar ten tijde van het veldbezoek water in stond. Door het gebied

loopt van zuidwes-

telijke naar noordoostelijke richting een elzensingel. Tussen deze elzen groeit tevens op een enkele plek wat braamstruweel. Tijdens de quickscan werd het grasland ten westen van de elzenrij begraast door schapen.

Warmelinckweg te lJzerlo

4

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 2. Het plangebied gezien vanafde Warmelinckweg (boven), het plangebied gezien vanafde Kruisdijk (linksonder), de zomereiken aan de Thijsweg (middenonder) en de elzensingel die het gebied doorkruist (rechtsonder). 23

Geplande werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens in het plangebied 17 woningen te realiseren en tevens twee

parkeer-

plaatsen aan te leggen.

Warmelinckweg te lJzerlo

5

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

WERKWIJZE

31

Algemeen

Voorafgaand aan het veldbezoek is onderzoek gedaan naar de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde

natuurgebieden,

de voorkomende

habitats en de verspreidingsgegevens van

beschermde

soorten in en rondom het gebied. De bronnen die hiervoor zijn geraadpleegd zijn te vinden in de literatuurlijst (zie hoofdstuk 7). 32

Veldbezoek

Het veldbezoek i uitgevoerd op 21 november 2023 en vond plaats van 12:00 tot 13:00. Tijdens het veldbezoek was het volledig bewolkt, stond er een zwakke wind (NNO2) en was het circa 8 graden Celsius. Eris gekeken naar het terrein en de geschiktheid hiervan voor beschermde plant- en diersoorten, Ook is geke-

ken naar de aanwezigheid van beschermde soorten (visueel, auditief en met behulp van een verrekijker), met inbegrip van sporen als braakballen, uitwerpselen, nesten en andere mogelijke verblijfplaatsen. Tabel 1. Deskundigheid betrokken medewerkers

Naam

D. Lukkezen

Deskundigheid

_ Studie: Afgestudeerd in Biologie op Wageningen University & Research (WUR) te Wageningen

Functie: Ecoloog bij Buro Ontwerp & Omgeving sinds 2022

k.deGroot

_ Studie: Afgestudeerd in Biologie op Wageningen University & Research (WUR) te Wageningen

Functie: Ecoloog bij Buro Ontwerp & Omgeving sinds 2023 31

Betrouwbaarheid

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige wet- en regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid

van het plangebied voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van deze soorten. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan natuurtoets geldig is voor een periode van maximaal

drie jaar, tenzij de ecologische omstandigheden

in deze periode wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet

natuurbescherming, of wanneer inzichten hieromtrent zijn gewijzigd.

Bij uitstel van de uitvoering van een

project met meer dan drie jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de natuurtoets opnieuw te onderzoeken.

Warmelinckweg te Jzerio

6

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

WETGEVING

41

Algemeen

De Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel de natuur te beschermen, te ontwikkelen en de biologische diversiteit te behouden en herstellen. Voor ruimtelijke ingrepen zijn naast de algemene zorgplicht (artikel 1.11) ook hoofdstuk 2 (Natura 2000-gebieden), hoofdstuk 3 (soortenbescherming) en hoofdstuk 4 (houtopstanden) van de Wnb van belang. Beschermde gebieden die geen deel uitmaken van het Natura 2000-netwerk zijn het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Deze gebieden vallen niet onder de Wnb, 42

maar worden op provinciaal niveau beschermd.

Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebieden zijn aangewezen op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn van de Europese Unie. Dit zijn gebieden waarin habitats en soorten beschermd worden die van Europees belang zijn. Per Natura 2000-gebied zijn specifieke instandhoudingsdoelen opgesteld.

Projecten en andere handelingen die nega-

tieve effecten hebben op de kwaliteit van de habitats en/of de instandhoudingsdoelen van het gebied mogen niet plaatsvinden zonder een vergunning. Dit geldt niet alleen voor projecten en handelingen binnen het Natura 2000-gebied. Ook projecten en handelingen aangrenzend tieve effecten

veroorzaken.

Natuurnetwerk

Nederland

of buiten het gebied kunnen

nega-

Natuurnetwerk Nederland (NNN) bestaat uit een netwerk van natuurgebieden en heeft als doel deze beter met elkaar en omringende agrarische gebieden te verbinden. In Gelderland zijn deze gebieden bekend als het Gelders Natuurnetwerk (GNN).

Het NNN

is niet meegenomen

in de Wnb; provincies wijzen zelf gebie-

den aan en dragen de verantwoordelijkheid voor het NNN en zijn behoud en ontwikkeling. In Gelderland zijn de GNN-gebieden aangewezen

in de provinciale Omgevingsvisie en beschermd volgens de bijbeho-

rende provinciale Omgevingsverordening (Provincie Gelderland, 2018; Provincie Gelderland, 2023). $ 2.6.1 Instructieregels bestemmingsplan bescherming Gelders natuurnetwerk Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op het Gelders natuurnetwerk wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene

ontwikkelingszone. 2. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die n overeenstemming met paragraaf 2.6.2 worden gecompenseerd: a. buiten het Gelders natuurnetwerk; of

b. in het Gelders natuurnetwerk op gronden die op de ambitiekaart bij het Natuurbeheerplan zijn aangeduid met code N00.01.

Artikel 2.40 (afweegruimte bij groot openbaar belang) In aanvulling op artikel 2.39, eerste lid, kan een bestemmingsplan

een nieuwe activiteit of ontwikkeling

toelaten als:

a. sprake is van een groot openbaar belang;

Warmelinckweg te Jzerio

7

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

b. er geen reële alternatieven zijn; en c. de nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang zoveel mogelijk wor-

den beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met paragraaf 2.6.2.

Groene ontwikkelingszone Om

de samenhang van de natuur in het Gelders Natuurnetwerk te beschermen wil de provincie verbin-

dingszones aanleggen in de Groene Ontwikkelingszone. Het bestaat uit terreinen met een andere bestem-

ming dan natuur die vervlochten zijn met het GNN. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk mits tegelijk de kernkwaliteiten worden versterkt. Dit dient te worden getoetst aan artikel 2.52 van de Gelderse Omgevingsverordening. $2.6.5 Instructieregels bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone)

1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: 3. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in

bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuur-

netwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en

b. de samenhang niet verloren gaat.

2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. 43

Soortbescherming

De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes voor soorten: - _ Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Wnb $ 3.1) - _ Beschermingsregime soorten

uit bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I! van het verdrag van

Bern en bijlage | van het verdrag van Bonn (Wnb $ 3.2) - _ Beschermingsregime andere soorten (Wnb $ 3.3) In bovengenoemde paragrafen uit het Wnb zijn verbodsbepalingen vastgesteld en is vastgesteld voor welke handelingen een vrijstelling verleend kan worden. De verbodsbepalingen houden beschermde

in dat vogels en andere

soorten niet gedood of opzettelijk gestoord mogen worden en nesten, voortplantings-en rust-

plaatsen niet beschadigd mogen worden. Verder mogen beschermde planten niet geplukt of vernield worden. Als de werkzaamheden van het plan leiden tot het overtreden van deze verbodsbepalingen moet worden nagegaan of een provinciale vrijstelling geldt of dat een ontheffing moet worden verkregen. 44

Houtopstanden Als houtopstanden buiten de bebouwde kom worden geveld kan er een meld- en herbeplantingsplicht gel-

den. Dergelijke houtopstanden eenheid van bomen,

worden

boomvormers,

in de Wet natuurbescherming omschreven als een zelfstandige

struiken, hakhout of griend die een oppervlakte van 10 are of meer

beslaan. Ook wordt een rijbeplanting van meer dan twintig bomen als houtopstand gerekend. Er zijn een

aantal uitzonderingen op de meld- en herbeplantingsplicht (Wnb $4.1). Voor de kap van houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de gemeentelijke regelgeving.

Warmelinckweg te Jzerio

8

3855.02

Quickscan 5

_ RESULTATEN

5.1

_ Gebiedsbescherming

5.1.1

Natura

Buro Ontwerp & Omgeving

2000

In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden

aangewezen.

Dit zijn gebieden

met een Europese bescher-

mingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft “Klevsche Landwehr, Anhaltsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach”. Dit gebied bevindt zich circa 7,9 km ten zuidwesten van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden op minder

dan 25 km afstand, en de afstand van het plangebied tot deze gebieden zijn weergegeven in tabel 2. De ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden is weergegeven op de kaart in figuur

:

E

N

,

Ai

e

Figuur 3. Ligging plangebied (zwarte pijl) ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden (groen gearceerde vlakken).

Warmelinckweg te lJzerlo

9

385502

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Tabel 2. Afstanden van het plangebied tot Natura 2000-gebieden binnen een straal van 25 km. Gebiedsnaam

Land

Afstand (km)

Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. und Regnieter Bach

DE

79

Bekendelle

NL

1,5

Korenburgerveen

NL

1,7

Vogelschutzgebiet 'Unterer Niederrhein'

DE

1,8

NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung

DE

18

Wooldse

NL

13,4

Burlo-Vardingholter Venn und Entenschlatt

DE

134

NSG Bienener Altrhein, Millinger und Hurler Meer und NSG Empeler M.

DE

13,5

NSG Sonsfeldsche Bruch, Hagener Meer und Düne, mit Erweiterung

DE

15,2

NSG Altrhein Reeser Eyland, mit Erweiterung

DE

16,3

NSG

DE

17,0

DE

17,4

DE

17,9

Willinks Weust

NL

17,9

Dornicksche Ward

DE

18,3

Diersfordter Wald/ Schnepfenberg

DE

18,9

Grosses

DE

19,0

Vogelschutzgebiet 'Moore und Heiden des westlichen Münsterlandes'

DE

19,4

Zwillbrocker

DE

19,4

NSG Lohwardt/Reckerfeld, Hübsche Grändort, nur Teilfl., mit Erw.

DE

19,6

Wisseler Dünen

DE

20,6

Schwarzes Wasser

DE

211

NSG Gut Grindt und NSG Rheinaue zw. Km 830,7 - 833,2 , nur Teilfl.

DE

216

Kalflack

DE

216

DE

22,6

Witte Venn, Krosewicker Grenzwald

DE

23,4

NSG Rheinaue Bislich-Vahnum, nur TeilflÄche

DE

23,6

NSG

DE

237

DE

24,1

NL

24,7

Veen

Grietherorter Altrhein

Rhein-Fischschutzzonen NSG

NSG

Reeser

zwischen

Emmerich

und

Bad

Honnef

Schanz

Veen

Venn

Emmericher

Weseler

und

Ellewicker

Feld

Ward

Aue

NSG Droste Woy und NSG

Westerheide

Stelkampsveld

Warmelinckweg te lJzerlo

10

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, op-

tische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. De afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is namelijk meer dan 1 km. Door het gebruik van werktuigen en een toename van voertuigbewegingen kunnen er wel gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat 30 Na-

tura 2000-gebied op minder dan 25 km afstand van het plangebied liggen vindt er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van deze gebieden. Om de eventuele effecten van stikstofdepositie inzichtelijk te maken wordt aangeraden

om een AERIUS-berekening

uit te laten voeren

voor zowel de realisatiefase als gebruiksfase. Negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten als uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/ir plaatsvindt. 5.12

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 1,3 km afstand van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO) (figuur 4). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN

en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

+

Figuur 4. Ligging plangebied (rood) t.0.v. het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen} en de Groene Ontwikkelingszone llichtgroen).

5.13

Houtopstanden

De bomen in het plangebied vallen onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming, aangezien het plangebied buiten de bebouwde bomen is er daarom

kom ligt. Bij de kap van deze

sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de

Wet natuurbescherming.

Warmelinckweg te lJzerlo

1

3855.02

Quickscan

52

Soortbescherming

5.21

Vleermuizen

Buro Ontwerp & Omgeving

Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen de gewone dwergvleermuis, laatvlieger en de rosse vleermuis in de ruime omgeving van het plangebied voorkomen. Alle vleermuissoorten zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden

in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en

gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw- als ‘boombewonend zijn. Gebouwbewonende vleermuizen maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen.

Aangezien er geen gebouwen aanwezig zijn in het plangebied

kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen worden uitgesloten. Boombewonende

vleermuizen

verblijven

in boomholtes,

holle

oksels,

spechtenholen,

holle

takken

in

(oude) bomen en achter loshangend schors. In en vlak rond het plangebied bevinden zich diverse bomen, maar geen van de aanwezige bomen toonden potentieel geschikte holen of spleten. Negatieve effecten op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten. Vliegroutes Vleermuizen volgen vaak lijnvormige elementen om heen en weer te bewegen tussen de verblijfplaatsen

en foerageergebieden. Het behoud van lijnvormige landschapselementen is daarom van groot belang voor de instandhouding van vleermuispopulaties.

Het eventueel verwijderen van enkele bomen

in het plange-

bied zal niet resulteren in het verlies van een potentieel aanwezige vliegroute. Bovendien zijn er voldoende

alternatieve lijnvormige elementen aanwezig in de directe omgeving van het plangebied.

Negatieve effec-

ten op de vliegroutes van vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten

Essentiële foerageergebieden De in Nederland voorkomende vleermuizen leven allemaal van insecten. Ze foerageren daarom op allerlei plekken waar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Enkele voorbeelden van dit soort gebieden zijn wind

beschutte plaatsen langs ijnvormige elementen (bijv. sloten, beken, bosranden en houtwallen),

maar ook

in bosgebieden, open plekken in bossen of langs oevers met rietkragen (figuur 5). Bij het verdwijnen van essentiële foerageergebieden gaan de verblijfplaatsen ook verloren. Het eventueel verwijderen van groen-

voorzieningen zal echter niet resulteren in het verlies van een essentieel foerageergebied. In de directe omgeving zijn veel alternatieven aanwezig. Negatieve effecten op essentiële foerageergebieden van vleermuizen kunnen daarom worden uitgesloten.

Warmelinckweg te Jzerio

12

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Figuur 5. Gebieden rond het plangebied die voldoen als foerageergebied voor vleermuizen (geel gearceerd). Hieronder

vallen 0.9. bospercelen en laanbomen. 5.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Algemene soorten Verschillende algemene grondgebonden zoogdieren kunnen voorkomen n en rondom het plangebied. Het is niet uitte sluiten dat deze zoogdieren (nog) n het plangebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden.

Voor de meeste grondgebonden zoogdieren geldt in Gelderland een vrijstelling van de Wet natuurbescherming. Wel geldt voor deze soorten de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten

moeten

worden

(artikel 1.11 Wnb).

Indien dit niet mogelijk is moeten

maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde soorten

Op basis van verspreidingsgegevens kunnen de bever, steenmarter, bunzing, wezel, das en eekhoorn in de ruime omgeving van het plangebied voorkomen. Gezien e in het plangebied geen grote aquatische elementen aanwezig zijn, kunnen negatieve effecten op de bever op voorhand worden uitgesloten.

Steenmarters kunnen binnen het leefgebied meerdere schuilplaatsen hebben, zoals takkenhopen, boomholtes, dichte struwelen, kruipruimtes of zolders. Ook ruimtes onder dakbedekkingen en spouwmuren wor-

den gebruikt door steenmarters. Openingen van 5 à 6 cm zijn al van voldoende grootte om een schuilplaats te bereiken (Zoogdiervereniging, 2023°). Aangezien er geen bebouwing aanwezig is in het plangebied kunnen schuilplaatsen in gebouwen op voorhand worden uitgesloten. Ook zijn geen dichte struwelen of boom-

holtes aangetroffen welke als schuilplaats voor deze soort zouden kunnen dienen. Bovendien zal de elzensingel (bijna) volledig behouden blijven. Er zullen hoogstens enkele bomen om een pad te realiseren. Hierdoor zal de soort ook geen

eventueel verwijderd worden

negatieve effecten ondervinden

wanneer

de

singel eventueel een verbindende functie zou hebben voor essentieel leefgebied in de omgeving van het plangebied. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de steenmarter

Warmelinckweg te lJzerlo

13

worden uitgesloten.

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

De bunzing en wezel zijn kleine marterachtigen die in kleinschalige cultuurlandschappen voorkomen (Bou-

wens, 2017). Alle kleine marters zoeken graag dekking in houtwallen, houtstapels of heggen. Ze nestelen vaak in holen van andere diersoorten. Zo wordt de bunzing vaak aangetroffen in de holen van konijnen, mollen, vossen en dassen, maar bijvoorbeeld ook in andere beschutte ruimtes zoals onder boomwortels of

takkenrillen. In de winter worden vaak warmere plekken opgezocht, zoals stro- en hooibalen. (Veldman & Troost, 2019). Zowel de rust- en verblijfplaatsen als de functionele leefomgeving van de kleine marters zijn beschermd. Tijdens het veldbezoek zijn geen potentiële verblijfplaatsen voor de bunzing of wezel aange-

troffen. Bovendien zal de elzensingel (bijna) volledig behouden eventueel verwijderd worden om een pad te realiseren.

blijven. Er zullen hoogstens enkele bomen

Hierdoor zullen deze soorten ook geen negatieve

effecten ondervinden wanneer de singel eventueel een verbindende functie zou hebben voor essentieel leefgebied in de omgeving van het plangebied. Negatieve effecten op de bunzing en wezel kunnen dus worden uitgesloten.

De das is een nachtactieve soort en komt voor in kleinschalige landbouwlandschappen. Burchten worden aangetroffen in houtwallen, langs bosranden, singels en heggen.

De burchtingangen

maken

deel uit van

een uitgebreid holenstelsel van lange gangen en kamers die onderling verbonden zijn. Een typische burcht

heeft drie à tien ingangen (Zoogdiervereniging, 2023°). Tijdens het veldonderzoek zijn dergelijke burchten niet waargenomen binnen de begrenzing van het plangebied. Ook is er gelet op de aanwezigheid van sporen van de soort maar deze werden

niet aangetroffen. Hierdoor kunnen mogelijke negatieve effecten op

de das worden uitgesloten. Eekhoorns bouwen

bolvormige nesten in bomen.

Deze hebben

een doorsnede van 30 tot 50 cm en zijn

vooral ‘s winters goed waarneembaar. Soms gebruiken ze ook boomholtes, oude kraaien- of eksternesten of grote nestkasten als nestplaats. Nesten van eekhoorns kunnen op die van de ekster lijken, maar zijn te onderscheiden

aan de aanwezigheid van blaadjes (Zoogdiervereniging, 2023°). Dergelijke nesten zijn niet

aangetroffen in bomen binnen het plangebied. Buiten het plangebied is wel een nest waargenomen in een van de zomereiken aan de Thijsweg. In een van de zomereiken aan de Kruisdijk is tevens een eekhoornnest aangetroffen.

Echter zullen deze nesten

behouden

blijven waardoor

negatieve effecten op de eekhoorn

kunnen worden uitgesloten.

Warmelinckweg te Jzerio

14

3855.02

Quickscan

5.23

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogels Algemene soorten

Verschillende algemene vogelsoorten waarvan het nest niet jaarrond beschermd is kunnen voorkomen in en rondom het plangebied. Tijdens de quickscan werden de merel, roodborst, huismus, kauw, houtduif, en veldleeuwerik waargenomen

in het plangebied.

Conform de Vogerichtlijn (artikel 3.1 Wnb) is het verboden

opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van in het wild levende vogelsoorten te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze vogels weg te nemen. Tevens zijn alle vogelsoorten tijdens het broedseizoen beschermd. Voor de meeste vogels kan worden

aangenomen

dat het broedseizoen van 15 maart tot en

met 15 juli (indicatief broedseizoen) loopt, maar bij enkele soorten begint het seizoen eerder of loopt het langer door. Dichter bij het indicatieve broedseizoen is de kans op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten groter. Op het moment dat sprake is van een nest dat in gebruik is, zijn werkzaamheden die kunnen

leiden tot beschadiging of verstoring hiervan verboden. Hierop is geen uitzondering en er is ook geen ontheffing mogelijk. Er wordt daarom geadviseerd om werkzaamheden waarbij nesten verstoord kunnen worden, (ruim) buiten het indicatieve broedseizoen uit te voeren. Strikt beschermde

soorten

Van sommige vogelsoorten zijn de vaste rust- en verblijfplaatsen jaarrond beschermd. Buiten de bebouwde

kom (en grenzend aan de bebouwde kom) van IJzerio kunnen dit de buizerd, boomvalk, kerkuil, steenuil, ransuil, sperwer,

roek, gierzwaluw en huismus zijn. Van

gierzwaluw en huismus op voorhand

worden

deze soorten

kunnen

negatieve effecten op de

uitgesloten. Beide soorten broeden namelijk in gebouwen,

waardoor het plangebied niet geschikt is als nestlocatie. De buizerd s een roofvogel die voorkomt in gevarieerde landschappen waar weilanden worden afgewisseld

met houtwallen, bosranden en andere houtopstanden. De soort komt ook voor nabij en in stedelijke omgevingen, zoals bijvoorbeeld in grote parken, indien er voldoende rust wordt verkregen (BIJ12, 2017°). Het plangebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van IJzerlo. Het gebied grenst aan graslanden

met houtopstanden en vormt dus een potentieel geschikt leefgebied voor de soort. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen exemplaren van deze soort waargenomen.

In en vlak rondom het plangebied werden te-

vens geen horsten van de buizerd aangetroffen. Hierdoor kunnen

negatieve effecten op de jaarrond be-

schermde nesten van de buizerd worden uitgesloten. De boomvalk jaagt in open en halfopen landschap zoals parklandschappen, heiden of boerenland. Ze broe-

den in verschillende typen bos, maar geven de voorkeur aan halfopen bos of bosranden (Vogelbescherming Nederland, 2023°). De soort broedt in oude kraaien- of eksternesten.

In een twee bomen vlak buiten het

plangebied werden dergelijke nesten aangetroffen. Echter bevinden deze bomen zich direct naast de Kruis-

dijk, terwijl de boomwalk een rustige broedlocatie op enige afstand (100-200 m) van paden en wegen nodig heeft (Krijgsveld et al, 2022). Hierdoor worden er geen negatieve effecten verwacht op de jaarrond beschermde

nesten

van de boomvalk.

Warmelinckweg te Jzerio

15

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

De kerkuil eeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen

en bosjes worden aangetroffen. De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren,

torens,

kerken

of kastelen

zijn geplaatst

en heel incidenteel

in boomholten

(BIJ12, 2017). In het plangebied is geen bebouwing aanwezig en tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte boomholten waargenomen. Bovendien zijn er geen sporen (zoals braakballen of krijtsporen) van de soort aangetroffen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de jaarrond beschermde nestlocaties van de kerkuil worden uitgesloten. De steenuil i een soort die voorkomt in kleinschalige cultuurlandschappen. Steenuilen broeden meestal in boomholten, nestkasten of nauwe ruimtes n gebouwen, bijvoorbeeld tussen de dakbedekking en het be-

schot. De steenuil is een zeer honkvaste soort die jaarrond gebruik maakt van het nest (BIJ12, 2017°). Aangezien er in het plangebied geen bebouwing aanwezig is, kunnen nestplaatsen in gebouwen op voorhand worden

uitgesloten. Tijdens het veldbezoek zijn tevens geen

boomholten

waargenomen

welke een ge-

schikte nestplaats zouden vormen voor deze soort. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de jaarrond beschermde nesten van de steenuil worden uitgesloten.

De ransuilIeeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien en eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naaldbomen, maar ook in boomopslag,

houtwallen en vrij-

staande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2023%). Alhoewel in twee bomen vlak buiten het plangebied boomnesten werden aangetroffen, worden deze niet geschikt geacht voor de ransuil.

Deze bomen bevin-

den zich namelijk direct naast de Kruisdijk, bij de basisschool, terwijl deze soort rustige broed- en rustloca-

ties nodig heeft (Krijgsveld et al., 2022). Bovendien werden geen braakballen en krijtsporen bij de bomen aangetroffen. Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nestplaatsen van de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten. De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte naaldbossen en halfopen landschappen, maar kan ook in laanbomen, geïsoleerde bosjes en parken broeden (Vogelbescherming Nederland,

2023°).

Tijdens het veld-

bezoek zijn geen exemplaren van deze soort waargenomen. Vlak buiten het plangebied werden wel n twee ‘bomen boomnesten aangetroffen.

Echter worden deze niet geschikt geacht voor de sperwer, aangezien de

bomen zich namelijk direct naast de Kruisdijk, bij de basisschool bevinden terwijl deze soort rustige broed-

en rustlocaties nodig heeft (Krijgsveld et al., 2022). Hierdoor kunnen

negatieve effecten op de jaarrond

beschermde nestplaatsen van de sperwer worden uitgesloten

De roek is een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras- en bouwlanden met verspreid

staande houtopstanden (BIJ12, 2017). Tegenwoordig worden meer dan de helft van de nesten binnen de bebouwde kom aangetroffen. De nesten worden dicht bij elkaar gebouwd

in hoogopgaande bomen en zijn

daardoor goed herkenbaar (Vogelbescherming Nederland, 20236). Tijdens het veldbezoek zijn twee nesten aangetroffen die potentieel geschikt zouden zijn voor deze soort. Echter zijn n de directe omgeving geen andere nesten aangetroffen, waardoorde twee waargenomen nesten geen onderdeel zouden kunnen zijn

van een nestkolonie. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de roek worden

Warmelinckweg te Jzerio

16

uitgesloten.

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Naast strikt beschermde soorten, staan er ook soorten in de Wet natuurbescherming beschreven waarvan het nest alleen jaarrond beschermd is als er zwaarwegende ecologische redenen zijn. Dit zijn voornamelijk

holenbroeders, maar ook soorten die op of tegen gebouwen aan nestelen. Tijdens de quickscan zijn de zwarte kraai, ekster en pimpelmees waargenomen, zijn voldoende

uitwijkmogelijkheden

die hieronder vallen.

in de omgeving

van

Voor soorten uit deze categorie

het plangebied,

waardoor

er geen

ecologisch

zwaarwegende redenen zijn om potentiële nesten van deze soorten jaarrond te beschermen. 5.24

Reptielen en amfibieën Algemene soorten Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën te verwachten

in

de omgeving van het plangebied. Voor de algemene soorten geldt een vrijstelling van de Wet natuurbe-

scherming. Verder geldt wel de algemene zorgplicht, waarbij alle handelingen die nadelige gevolgen veroorzaken achterwege gelaten moeten worden (artikel 1.11 Wnb).

Indien dit niet mogelijk is moeten maat-

regelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Strikt beschermde

soorten

Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat er geen strikt beschermde reptiel- of amfi-

biesoorten in de ruime omgeving van het plangebied voorkomen. 5.2.5

Vlinders

Uit de openbare beschikbare verspreidingsgegevens blijkt dat de grote vos in de ruime omgeving van het plangebied voorkomt. Deze soort is nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb). De grote vos is een zeldzame, zwerflustige vlinder die zich sinds 2019 weer verspreid door Nederland heeft voortgeplant.

De rupsen van deze soort leven vaak op struiken en bomen

die zich bevinden langs brede

bospaden, bosranden, n boomgaarden of op kapvlaktes. Ze leven in groepen van tientallen tot enkele hon-

derden rupsen bij elkaar en kunnen zich hoog in struiken en bomen bevinden. De belangrijkste waardplanten voor de grote vos zijn breedbladige wilgensoorten, iepen en zoete kers. Ook functioneren de ratelpopulieren peer als waardplant voor deze soort. De grote vos overwintert als vlinder in oude, houten schuren,

in holle bomen en tussen houtstapels (De Vlinderstichting, 2019). Het plangebied voorziet niet in geschikte waardplanten voor de soort en het ontbreekt aan gunstig habitat (vochtig bosklimaat).

Negatieve effecten

op de grote vos kunnen daarom worden uitgesloten. 5.26

Overige beschermde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied kan de beekrombout voorkomen. De beekrombout komt voor in

verschillende typen stromend water, met name in de buurt van stromingsluwe plekken in de meander van beken en rivieren. Ook langs gekanaliseerde beken komt de soort voor, zoals langs de oevers van de Aastrang (De Vlinderstichting, 2023). Omdat het in het plangebied ontbreekt aan geschikt habitat zijn nega-

tieve effecten op de beekrombout uitgesloten.

Warmelinckweg te Jzerio

17

3855.02

Quickscan

5.27

Buro Ontwerp & Omgeving

Vaatplanten en mossen

Op basis van openbare verspreidingsgegevens blijkt dat geen strikt beschermde plantensoorten in de ruime omgeving van het plangebied te verwachten

zijn. Tijdens de quickscan werden alleen algemene

planten-

soorten waargenomen in en rondom het plangebied, namelijk bijvoet, duizendblad, gewone braam, grote

brandnetel,

kleine ooievaarsbek,

klimop,

paardenbloem,

paarse dovenetel,

schijfkamille, zomereik en

zwarte els. Voor deze soorten geldt geen ontheffingsplicht. 53

Samenvatting

De navolgende tabel geeft een overzicht van strikt beschermde soorten die (mogelijk) aanwezig zijn, de effecten waarze last van kunnen hebben en eventuele vervolgstappen die genomen moeten worden. Tabel3: Soortenoverzicht.

Soortgroep

_

Soort(en)

Aanwezig-

_ Mogelijk

ef ect

Opmerkingen

heid

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

ge-

bouwbewonende

soor-

Nee

Nee

-

Nee

Nee

-

Foerageergebieden

Nee

Nee

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

Nee

Nee

-

Mogelijk _ Nee*

-

ten

Verblijfplaatsen bewonende

Grondgebon-

Strikt

den

soorten

zoogdier-

_

boom-

soorten

beschermde

soorten

Algemene soorten

Vogels

Strikt _ beschermde Nee

Nee

-

Verstoren

Werken buiten het vo-

nestplaatsen

gelbroedseizoen

Nee

-

Neet

-

soorten

Reptielen

en

amfibieën

Algemene soorten

Mogelijk

Strikt

Nee

soorten

Vlinders

_

beschermde

Algemene soorten

Mogelijk

Strikt

_

_

_

beschermde

Nee

Nee

-

_

beschermde

Nee

Nee

P

_

beschermde

Nee

Nee

-

soorten

Overige

dier-

Strikt

soorten

soorten

Vaatplanten enmossen

Strikt _

soorten

*Er dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

Warmelinckweg te lJzerlo

18

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

CONCLUSIE

61

Conclusies gebieds- en soortbescherming Eris onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten op beschermde natuurgebieden en de effecten van het plan op vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten (Wnb).

Gebiedsbescherming Natura

2000

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, Optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. De afstand tot het dichtstbij-

zijnde Natura 2000-gebied is namelijk meer dan 1 km Door het gebruik van werktuigen en een toename van voertuigbewegingen kunnen er wel gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat de Natura 2000-gebieden weergegeven in tabel 2 op minder dan 25 km afstand van het plangebied liggen, vindt

er mogelijk stikstofdepositie plaats op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van dit Natura 2000gebied.

Om de eventuele effecten van stikstofdepositie inzichtelijk te maken wordt aangeraden om een

AERIUS-berekening uit te laten voeren voor zowel de realisatiefase als gebruiksfase.

Negatieve effecten op

stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden kunnen worden uitgesloten als uit de AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jr plaatsvindt. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het gebied ligt op ca. 1,3 km afstand van zowel het Gelders Natuurnetwerk (GNN) als de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoeen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Houtopstanden

De bomen in het plangebied vallen onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming, aangezien het plangebied buiten de bebouwde kom ligt. Bij de kap van deze bomen is er daarom

sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de

Wet natuurbescherming. Soortbescherming

Er zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van strikt beschermde soorten geconstateerd. Het kan wel zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten op de locatie voorkomen. Bij het uitvoeren van werkzaamheden

moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen

(artikel 1.11 Wnb). Handelingen

die nadelige effecten hebben moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden

plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van al-

gemene broedvogelsoorten.

Warmelinckweg te Jzerio

19

3855.02

Quickscan

62

Nader

Buro Ontwerp & Omgeving

onderzoek

Op basis van de uitgevoerde quickscan zijn negatieve effecten op strikt beschermde plant- en diersoorten uitgesloten. E is geen nader onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen zonder ontheffing van de Wet natuurbescherming worden uitgevoerd.

Warmelinckweg te Jzerio

20

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

LITERATUURLIJST

7.1

Referenties

BIJ12 (2017°). Kennisdocument Buizerd, Buteo buteo, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BI12.

BIJ12 (2017°). Kennisdocument Kerkuil, Tyto albo, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017°). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12.

BIJ12 (2017°). Kennisdocument Roek, Corvus frugilegus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12 Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. 's-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant

De Vlinderstichting (2019). Voor het eerst in 30 jaar weer voortplanting van de grote vos in Nederland. Geraadpleegd

op 28 november

2023

via https://www.vlinderstichting.nl/actueel/nieuws/nieuwsbe-

richt/voor-het-eerst-in-30-jaar-weer-voortplanting-van-de-grote-vos-in-nederland. De Vlinderstichting (2023). Beekrombout, Gomphus vulgatissimus. Geraadpleegd op 22 november 2023 via

https://www.vlinderstichting.nl/Iibellen/overzicht-libellen/details-libel/beekrombout Krijgsveld KL, B Klaassen & J van der Winden (2022). Verstoring van vogels door recreatie.

Literatuurstudie

van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport & deel 2 soortbespre-

kingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist Provincie Gelderland (2018).

Omgevingsvisie

Gaaf Gelderland.

Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland.

Provincie Gelderland (2023). Omgevingsverordening (januari 2023). Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland.

Stadswerk (2020). Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig

beheer of onderhoud.

Geraadpleegd

op 22 november

2023

via https://www.stads-

werk.nl/documenten/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=1847788 Veldman,

J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming

in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en

wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. Vogelbescherming Nederland (2023*). Boomvalk. Geraadpleegd op 22 november 2023 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/boomvalk

Vogelbescherming Nederland (2023°). Ransuil. Geraadpleegd op 16 november 2023 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/ransuil

Warmelinckweg te Jzerio

2

3855.02

Quickscan

Buro Ontwerp & Omgeving

Vogelbescherming Nederland (2023°). Sperwer. Geraadpleegd op 16 november 2023 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/sperwer

Vogelbescherming Nederland (2023). Roek. Geraadpleegd op 16 november 2023 via https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/roek Zoogdiervereniging (2023°). Steenmarter. Geraadpleegd op 14 november 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter

Zoogdiervereniging (2023*). Das. Geraadpleegd op 14 november 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/das Zoogdiervereniging (20239). Eekhoorn. Geraadpleegd op 14 november 2023 via https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/eekhoorn

72

Gebruikte websites www.floron.nl

www.pdok.nl www.ravon.nl

www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl

www.zoogdiervereniging.nl www.gelderland.nl 73

Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016).

Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Pu-

Jedrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Bialowieza, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Biatowieza.

svensson, L Mullarney, K. & Zetterström, D. (2009).

Birds of Europe (2e ed.).

Londen, Verenigd Koninkrijk:

HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guid Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrij

Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek flora en fauna van Nederland (1e ed.).

Warmelinckweg te Jzerio

'he Most Complete Guide to the Butterflies of

: HarperCollins Publishers. Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor

Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.

22

3855.02

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7ef6d9ee-a354-4ab0-a0e9-c3086266e785