CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Quickscan klimaatadaptatie (geanonimiseerd)

Gemeenteraad 22 april 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan 'Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024'4.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

S‚omgeving rp

e

G

EE ETI EA

Warmelinckweg te IJzerlo

Gemeente

Projectnummer:

Aalten

3855.02

S öfigSVing buro ontwerp &

Quickscan klimaatadaptatie Warmelinckweg te IJzerlo

Gemeente Aalten

Opdrachtgever:

Gemeente

Aalten

Projectnummer:

3855.02

Datum:

11 december 2023

Versie:

Definitief

(geanonimiseerd)

Projectleider en rapporteur:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Kwaliteitscontrole:

(geanonimiseerd) Opdrachtnemer:

Buro Ontwerp & Omgeving

Velperweg 157 6824

MB Arnhem

Postbus 2033 6802 CA Arnhem

(geanonimiseerd) www‚ontwerpenomgeving.nl

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

INHOUD

1

Pagina

INLEIDING..

11

_

Aanleiding...

12

_

Doel..

13 2

3

Leeswijzer

PLANGEBIED

21

Ligging plangebied

2.2

_ Huidige situatie .

23

_

ANALYSE

Toekomstige situatie PLANGEBIED

3.1

_

Natuurlijk systeem

3.2

_ Waterveiligheid (overstroming) …

3.3

_ Wateroverlast (hemelwater en grondwater).

34

_

Droogte.

35

_

Hitte.

KLIMAATDADAPTIEVE

5

…

SAMENVATTING,

ININRICHING

CONCLUSIES

BUITENRUIMTE

wu “sn oN

PLANGEBIED..

EN AANBEVELINGEN..

51

_ Samenvatting.

5.2

_ Conclusies en aanbevelingen

BIJLAGEN

1.

Regionale ligging

2.

Stedenbouwkundig plan

3.

Relevant beleid

Warmelinckweg te lJzerlo

2

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

1

Buro Ontwerp & Omgeving

INLEIDING

In opdracht van de gemeente Aalten is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan klimaatadaptatie uitgevoerd voor de locatie bekend als Wamelinckweg te IJzerlo (gemeente Aalten). 11

Aanleiding De aanleiding voor deze quickscan klimaatadaptatie is de voorgenomen nieuwbouw van woningen in het gebied. Om de realisatie van het inifiatief mogelijk te maken, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. De quickscan klimaatadaptatie dient als onderbouwing voor het aspect klimaatadaptatie bij het bestemmingsplan.

12

Doel

De Omgevingsverordening Gelderland schrijft voor dat in een bestemmingsplan, dat nieuwe actviteiten of ontwikkelingen mogelijk maakt, een toelichting wordt opgenomen met een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarbij moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: e

Waterveiligheid;

e

Wateroverlast;

°

Droogte;

e

Hitte.

Middels deze quickscan wordt de invloed van de klimaatverandering op het plangebied n kaart gebracht en wordt het ontwerp getoetst op bovenstaande aspecten. Tevens worden kansen op het gebied van klimaatadaptatie benoemd.

Op basis hiervan kan bijgedragen worden

aan een

klimaatrobuust en toekomstbestendig plan. 13

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) wordt ingegaan op de ligging van het plangebied, de huidige situatie binnen het plangebied en de situatie binnen het plangebied nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. Hoofdstuk 3 bevat de locatie analyse die de mogelijke gevolgen en knelpunten van de klimaatverandering beschrijft. In het vierde hoofdstuk wordt beschreven op welke manier de buitenruimte van het plangebied klimaatadaptief en biodivers wordt ingericht. Het vijfde en laatste hoofdstuk geeft een samenvatting en conclusie.

Warmelinckweg te lJzerlo

3

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

2

21

Buro Ontwerp & Omgeving

PLANGEBIED

Ligging plangebied Het plangebied ligt ten noorden van de kern IJzerlo. Het plangebied grenst aan de Warmelinckweg, Kruisdijk, de bebouwing aan de Kruisdijk 17, Thijsweg en diverse agrarische percelen. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied

Het plangebied maakt deel uit van de kadastrale percelen gemeente Aalten, sectie S, nummers

885 en 1079. De oppervlakte van het plangebied bedraagt in totaal circa 7.700 m. In bijlage 1 is de regionale ligging van het plangebied weergegeven. 22

Huidige situatie Het plangebied kent een agrarisch gebruik (grasland). Tussen de kadastrale percelen S 885 en 1079 is een elzensingel met een smalle greppel aanwezig. Een groot deel van deze elzen zijn geknot. De greppel watert langs CBS ’t Warmelinck aan de Kruisdijk 17 af richting de greppel langs de Kruisdijk. Langs de school is een groene rand van heesterbeplanting aanwezig. Langs de Kruisdijk en de Thijsweg staan veel grote bomen. Ten noorden van de Warmelinckweg zijn reeds 4 nieuwe bomen geplant.

Warmelinckweg te lJzerlo

4

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 2: Foto's plangebied

23

Toekomstige situatie De herontwikkeling voorziet in de bouw van 15 woningen. Hierbij zullen naast woningen infrastructuur en groenstroken gerealiseerd worden. De bestaande elzensingel, de bomen langs de rand van het plangebied aan de Kruisdijk en Thijsweg en de bomen langs de Warmelinckweg blijven behouden, Binnen het plangebied een hakhoutwal aangelegd tussen de woningen langs de Thijsweg en het overig deel van het plangebied. Daarnaast is een bomensingel voorzien langs de noordkant van het plangebied. Verder is sprake van groene erfafscheidingen, heesterbeplanting tussen parkeren en wonen en bergingen achter het groen (heesters). In het midden van het plangebied is een accentboom voorzien. Paden en inritten worden

uitgevoerd

in halfverharding. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden

voorzien van waterdoorlatende grasbetonstenen. Aan de oostzijde van het plangebied zijn greppels gesitueerd en is een wadi voorzien. Hemelwater wordt verwerkt binnen het plangebied. In afbeelding 3 is het voorgenomen ontwerp van het plangebied opgenomen. van het plangebied is niet meegenomen

Het westelijk deel

in het ontwerp, hier worden nog twee kavels voor vrij-

staande woningen van elk 750 m? gerealiseerd.

Warmelinckweg te lJzerlo

5

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 3: Stedenbouwkundig plan d.d. juli 2023

Warmelinckweg te IJzerlo

6

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

3

ANALYSE

Buro Ontwerp & Omgeving

PLANGEBIED

In onderhavig hoofdstuk wordt ingegaan op de onderstaande aspecten uit de Omgevingsverordening Gelderland e _ Waterveiligheid (overstroming); e _ Wateroverlast (hemelwater en grondwater); e

Droogte;

e

Hitte.

Ten behoeve van de analyse van het plangebied wordt gebruik gemaakt van diverse kaarten van de website

www.klimaateffectatlas.nl.

Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de klimaatatlas

welke de gemeente Aalten in samenwerking met Waterschap Riijn en IJssel heeft opgesteld. De klimaatatlassen maakt duidelijk op welke klimaateffecten we ons moeten instellen. 31

Natuurlijk systeem Klimaateffecten zoals wateroverlast, verdroging en bodemdaling hangen voor een groot deel samen met hoe het landschap i ingericht en wat de wisselwerking is met het onderliggende natuurlijk systeem. Als eerste wordt daarom

ingegaan op het aanwezige natuurlijk systeem en de

bijbehorende klimaatdreigingen en adaptatiekansen. De Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland geeft een overzicht van de natuurlijke landschappen die door activiteiten van de mens hun huidige vorm hebben gekregen. Elk natuurlijk landschap heefft zijn eigen kenmerken. Toetsing

Uit afbeelding 3 blijkt dat het plangebied gelegen is in het landschapstype ‘dekzandgebied’. Het oostelijk deel van het plangebied betreft een dekzandvlakte en het westelijk deel betreft een es.

Warmelinckweg te lJzerlo

7

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 4: Basiskaart Natuurlijk Systeem Nederland, klimaateffectatlas 2023

Dekzandvlaktes zijn gevormd

in de laatste ijstijd(en) door de wind. Klimaatdreigingen voor dek-

zandvlaktes zijn langdurige neerslag, kortdurige neerslag, droogteschade aan landbouw en verdroging van grondwaterafhankelijke natuur. Adaptatiekansen zijn bodeminfiltratie, het verhogen van de drainagebasis, het aanpassen van de teelt en het verhogen van het organisch stofgehalte. Essen zijn zandgronden

die lange tijd door de mens bewerkt zijn en waar door bemesting met

afgestoken bovengrond en/of potstalmest de grond langzamerhand hoger is komen te liggen. Vaak ligt onder de rijke, opgebrachte bovenlaag nog de oude

podzolgrond.

Klimaatdreigingen

voor dekzandvlaktes zijn bodemerosie en droogteschade landbouw. Adaptatiekansen hierbij zijn het verhogen van het organisch stofgehalte. Uit bovenstaande

blij

t dat op basis van het natuurlijk systeem sprake is van dreigingen van wa-

teroverlast (langdurige neerslag, kortdurende neerslag en bodemerosie, zie paragraaf 4.3.1), verdroging (droogteschade aan landbouw en verdroging van grondwaterafhankelijke natuur, zie pa-

ragraaf 4.3.2). 32

Waterveiligheid (overstroming) Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel, en er stromen grote rivieren dwars door het land. Dat maakt Nederland kwetsbaar voor overstromingen. Door klimaatverandering en zeespiegelstijging krijgen we vaker te maken met hogere waterstanden en neemt de kans op overstromingen toe.

Warmelinckweg te lJzerlo

8

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

De overstromingsdieptekaart op de klimaateffectatlas laat voor de huidige situatie zien welke overstromingsdieptes mogelijk zijn. Deze kaarten gaan over overstromingen welke veroorzaakt worden door hoge waterstanden in rivieren en de Noordzee. Daarnaast kunnen er ook overstromingen ontstaan door extreme neerslag, deze worden

beschreven onder het kopje waterover-

last.

Toetsing Uit de overstromingdiepte kaarten van de klimaateffectatlas blijkt dat het plangebied niet gevoelig is voor overstroming. Er zijn derhalve geen maatregelen noodzakelijk. 33

Wateroverlast (hemelwater en grondwater) Binnen het plangebied kan, op basis van landschapstype, sprake zijn van wateroverlast door: e

Kortdurende intense neerslag (piekbuien);

e

Langdurige neerslag (grondwater).

Ter plaatse van essen kan ook sprake zijn van bodemerosie (water en wind). Gezien de toekomstige inrichting zal dit echter geen klimaatdreiging zijn. Kortdurende intense neerslag (piekbuien)

De winters worden natter en in de zomer neemt de kans op hevige regenbuien toe. Hevige neerslag over een korte periode kan lokaal zorgen voor wateroverlast. Dit type wateroverlast komt het meest voor bij wolkbreuken in de zomer. Wanneer neerslag onvoldoende

in de grond

kan

infiltreren, met name in bebouwd gebied met veel verharding, moet het water via het riool worden afgevoerd. Bij hevige buien kan de riolering overstromen en kunnen straten en pleinen onder water komen te staan of gebouwen instromen. De meeste schade treedt op wanneer het water (over de stoepen) gebouwen instroomt. Ook zijn er gezondheidsrisico's als er vervuild water op straat blijft staan: bij gemengde riolen kan regenwater zich mengen met niet-gezuiverd water. De kaarten op de klimaateffectatlas tonen de resultaten van computersimulaties en geven een indicatie van de maximale waterdiepte die op een bepaalde

plek kan optreden als gevolg van

hevige neerslag. Hierbij dient opgemerkt te worden dat de werkelijkheid anders kan zijn doordat bijvoorbeeld maatregelen zijn genomen of kelders aanwezig zijn. Op de kaarten in afbeelding 5 en 6 is het risico van wateroverlast voor het plangebied in de huidige situatie in beeld gebracht voor een klimaatbui met respectievelijk een kans van eens per 100 jaar (70 mm in 1 uur) en eens per 1.000 jaar (160 mm in 2 uur).

Warmelinckweg te lJzerlo

9

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Afbeelding 6: plangebied en omgeving bij een bui van 160 mm in twee uur, bron klimaatatlas Aalten

Toetsing

Op de kaarten is te zien dat het westelijk deel van het plangebied gevoelig is voor wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. Zowel de Thijsweg, de Kruisdijk en de Warmelinckstraat blijven goed begaanbaar in de beide scenario's.

Warmelinckweg te lJzerlo

10

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Langdur

e neerslag

Buro Ontwerp & Omgeving

(grondwater]

Ook als het langdurig regent kan wateroverlast optreden doordat het watersysteem vol raakt. Ook zal het grondwaterpeil stijgen als het langdurig regent. Hoge grondwaterstanden onder gebouwen

kunnen leiden tot vochtige kruipruimten en optrekkend vocht in de muren.

Een hoge

grondwaterstand onder wegen kan leiden tot versnelde spoorvorming en vorstschade. Ook vegetatie, met name bomen, kan nadeel ondervinden van hoge grondwaterstanden door zuurstofgebrek in de wortelzone, waardoor de wortels afsterven. Het risico dat bomen

omwaaien

neemt

hierdoor toe. De gevoeligheid voor hoge grondwaterstanden verschilt per (boom)soort. Tot slot kunnen tuinen en parken drassig worden. Toetsing Uit de uitgevoerde Quickscan water (Buro Ontwerp & Omgeving, projectnummer 3855.02, d.d. 17-11-2023)

blijkt dat de Gemiddeld

Hoogste Grondwaterstand

(GHG)

binnen

het plangebied

wordt ingeschat op circa 20,4 m +NAP (circa 0,6 m-my) in het westelijk deel van het plangebied tot circa 20,8 m +NAP (circa 1,8 m-mv) in het oostelijk deel van het plangebied. Voor woningen wordt uitgegaan van een minimale ontwateringsdiepte (afstand tussen GHG en type maaiveld) van 0,7 meter, voor (secundaire) wegen van ook van 0,7 meteren voor het overige maaiveld (tuinen en groenstroken) van 0,5 meter. Het westelijk deel van het plangebied is hiermee gevoelig voor overlast van grondwater. 34

Droogte

De kans op langere periodes van droogte neemt toe. De hogere temperaturen zorgen ervoor dat er meer water verdampt. Als er meer water verdampt dan dat er valt, kan er droogte ontstaan. We spreken van droogte als er te weinig water van voldoende kwaliteit in de bodem en het watersysteem beschikbaaris. Bij langdurige droogte nemen de gevolgen toe. Denk bijvoorbeeld aan: e

versnelde bodemdaling, funderingsschade en andere schade aan constructies door dalende grondwaterstanden;

e

verdroging van natuurgebieden en verlies van landbouw productie door gebrek aan neerslag en dalende grondwaterstanden;

e _ natuurbranden door uitdroging van de vegetatie;

e

veenoxydatie, door omzetting van organisch materiaal in laagveen bij lage grondwaterstanden zal broeikasgas vrijkomen en bodemdaling plaatsvinden;

e

CO2-emissie doorontbinding van veen;

e

beperkingen voor de scheepvaart; stilstaand water en droogval van beken en waterpartijen, waterkwaliteitsproblemen (verzilting, blauwalgen

plaag) en waterkwantiteitspro-

blemen.

Daarnaast blijkt dat hitte n de stad sterk toeneemt bij droogte omdat bomen

en planten in de

stad bij droogte de helft minder verdampen dan in normale omstandigheden.

Warmelinckweg te lJzerlo

1

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Nabij het plangebied kan, op basis van landschapstype, sprake zijn van: °

Droogteschade aan landbouw;

e

Verdroging van grondwaterafhankelijke natuur

Droogteschade aan landbouw De landbouw in de omgeving van het plangebied s afhankelijk van neerslag en grondwater. Door een toenemend

neerslagtekort in het groeiseizoen als gevolg van klimaatverandering en

dalende grondwaterstanden hebben agrariërs steeds vaker te maken met droogteproblemen. De daling van grondwaterstanden komt door het toenemende neerslagtekort, stijging van het aantal grondwaterwinningen en versnelde afvoer van het neerslagoverschot tijdens piekneerslag in de zomer en tijdens de winter. Bij lage grondwaterstanden

kunnen

de gewaswortels

onvoldoende vocht opnemen

en zal de

plant geremd worden, in de groei en bij aanhoudend watergebrek gaan verwelken. Verdroging van grondwaterafhankelijke

Grondwaterafhankelijke vochthuishouding.

natuur

natuur is afhankelijk van

Door toenemend

het grondwater en lokale neerslag voor de

neerslagtekort zakt het grondwaterniveau en zal deze na-

tuur verdrogen en in kwaliteit achteruitgaan. De droogtekaarten van de klimaatatlas van de gemeente Aalten toont de resultaten van computersimulaties en maakt zo duidelijk op welke klimaateffecten we ons moeten instellen. Toetsing

De kaart met lage grondwaterstanden laat zien hoe diep het grondwater in een gemiddelde zomer kan wegzakken in de huidige situatie en in een hete (extreme) zomer, zoals die in 2050 meer voor zullen komen. Hieruit blijkt dat het grondwater zich in de huidige situatie dieper dan 2,5 mmv bevindt aan de oostkant van het gebied, ter plaatse van het middelste deel bevindt het grondwater zich op circa 1,8 tot 2,5 m-mv en op het westelijk deel tussen de 0,8 en 1,2 m-mv. Bij hetere en drogere zomers, zoals in 2050 te verwachten zijn, blijven deze grondwaterstanden nagenoeg gelijk. De droogtegevoeligheidskaart toont de droogtegevoeligheid van verschillende bodemtypen

bij

een lage grondwaterstand, in de huidige situatie en in 2050. Hieruit blijkt, zoals ook verwacht op basis van de landschapstypen dat een deel van het plangebied zeer droogte gevoelig is (zuidoost) en een deel beperkt droogtegevoelig (noordoost) is. Verwacht wordt dat ook het noordoostelijk deel van plangebied in 2050 droogtegevoelig is. De kaart

met stilstaandwater en droogval

laat watergangen

met afvoer, stilstaand water

en

droogval zien in de huidige situatie en in 2050. Binnen het plangebied zijn geen watervoerende watergangen aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn zowel in de huidige situatie als in 2050 watervoerende watergangen aanwezig waarvan de verwachting is dat deze droogvallen.

Warmelinckweg te lJzerlo

12

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

35

Buro Ontwerp & Omgeving

Hitte

De zomers worden warmeren de kans op hittegolven neemt toe. Hittegolven komen steeds vaker

voor en duren ook steeds langer. Hittestress is een term die aangeeft dat een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. De aanwezigheid van veel verhard oppervlak verhoogt de gevoelstemperatuur en daarmee de hittestress, terwijl de aanwezigheid van schaduw en groen deze verlaagt. De kaart stedelijk hitte-eiland effect uit de klimaatatlas van de gemeente Aalten, zie afbeelding 7, geeft aan in welke gebieden het op warme dagen extra heeft aanvoelt bijvoorbeeld door de aanwezigheid van veel bebouwing of verharding. -

STEDELIJK

HITTE-EILAND

Toename temperatuurC

n

s

EFFECT

_e mP

,

x

D.

Afbeelding 7: plangebied en omgevingstedelijk hitte-eiland effect, bron klimaatatlas Aalten

Toetsing

Uit de kaart blijkt dat de toename van de gevoelstemperatuur binnen het plangebied, in de huidige situatie, overwegen onder de 1 graad is gelegen. In de nieuwe situatie wordt echter bebouwing toegevoegd waardoor de gevoelstemperatuur sterk toe kan nemen.

Warmelinckweg te lJzerlo

13

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

4

Buro Ontwerp & Omgeving

KLIMAATDADAPTIEVE

ININRICHING

BUITENRUIMTE

PLANGEBIED

Voor onderhavig plangebied dient als gevolg van de toekomstige inrichting en de klimaatverandering rekening gehouden te worden met de nadelige gevolgen van: e

wateroverlast als gevolg van korte hevige piekbuien;

e

droogtegevoeligheid;

e

plaatselijk hoge grondwaterstanden als gevolg van langdurige buien;

e _ hittestress als gevolg van de toename van verharding. Toename van verhard oppervlak, zoals bij onderhavige ontwikkeling aan de orde is, zorgt ervoor dat regenwater minder gemakkelijk in de bodem kan infiltreren en versneld wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater of rioolstelsel. Zeker in combinatie met toenemende kans op extreme neerslag door klimaatverandering (hevige piekbuien) kan dit voor overlast zorgen. Om de hoeveelheid verhard oppervlak te beperken is er voor gekozen de paden binnen het plangebied aan te leggen in halfverharding, de parkeerplaatsen uit te voeren n grasbetonstenen en de inrit naar de westelijke parkeerplaats alleen te voorzien van een karrespoor van grasbetonstenen. Hierdoor kan een deel van het hemelwater ter plaatse van deze verhardingen direct n de bodem

infiltreren.

Dit gaat verdroging en versnelde afvoer van hemelwater tegen. Hemelwater dat wel afstroomt van de verhardingen

(incl. daken en particuliere verhardingen)

wordt opgevangen in infiltratievoorzieningen. Op de particuliere percelen wordt hemelwater op eigen terrein geborgen en geïnfiltreerd. In de openbare ruimte wordt een wadi aangelegd, daarnaast zal ter plaatse van de parkeerplaatsen (grasbeton) zal een waterbergend cunet worden gerealiseerd. Via deze infiltratievoorzieningen wordt het hemelwater

tijdelijk geborgen en geleide-

lijk geïnfiltreerd in de bodem waardoor het grondwaterpeil beter op niveau blijft en de kans op verdroging afneemt. In het gebied worden tevens greppels aangelegd en verbreed, hier kan hemelwater in worden geborgen, geïnfiltreerd en bij extreme neerslag kan overtollig hemelwater via de greppels vertraagd worden afgevoerd. Uit de quickscan water blijkt dat de bodem n de huidige situatie niet overal geschikt is voor infiltratie De betreffende bodemlagen

kunnen, indien noodzakelijk, middels grondverbetering ge-

schikt worden gemaakt voor infiltratie. Als gevolg van

langdurige buien

grondwaterstanden

optreden.

kan het watersysteem

vol raken en kunnen

plaatselijk hoge

De infiltratievoorzieningen worden voorzien van een noodover-

loop zodat het hemelwater afgevoerd kan worden indien de voorziening vol is. Daarnaast dient het vloerpeil van de woningen circa 20-30 cm boven

het straatpeil aangelegd. Hiermee wordt

voorkomen dat hemelwater bij langdurige of hevige neerslag bebouwing binnen kan stromen. Daarnaast wordt het terrein aan de westkant opgehoogd om te voldoen aan de vereiste ontwateringsdieptes om schade door hoge grondwaterstanden te voorkomen.

Warmelinckweg te lJzerlo

14

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

Omdat in de nieuwe situatie veel bebouwing wordt toegevoegd kan de gevoelstemperatuur binnen en direct nabij het plangebied sterk toenemen. Om te voorkomen dat de gevoelstemperatuur te veel toeneemt is de verharding binnen het plangebied geminimaliseerd. Het plangebied wordt voorzien van groene parkeerplaatsen (grasbeton) en een groene toegangsweg (karrespoor met grasbeton) naar de westelijke parkeerplaats. Hierdoor wordt de oppervlaktetemperatuur laag gehouden door verdamping en transpiratie. Tevens worden de paden uitgevoerd in halfverhardingen.

Ook is het bij hittegolven en hete zomerdagen belangrijk dat je verkoeling kunt vinden. Op een warme, windstille dag kan een lommerrijke buurt 10 tot 15°C koeler aanvoelen dan een stedelijke omgeving die meer aan de zon is blootgesteld. Binnen het plangebied worden de bestaande knotelzen behouden. Daarnaast word het plangebied voorzien van veel groen in de vorm van nieuwe bomen, heesters en bloemrijk grasland. verkoelend

effect.

Daarnaast

liggen

er

klimaatadaptieve

Door verdamping, transpiratie en schaduw geeft dit een

kansen

op

gebouwniveau

zoals

het

realiseren

van

blauw/groene daken, groene kopgevels en in het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing, alsmede het toepassen van zonwering. Ook voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit liggen er kansen zoals het aanbrengen van biodivers gebiedseigen groen dat kenmerkend is voor de omgeving en aansluit bij de abiotische omstandigheden. De aan te leggen wadi en de greppels bieden hierbij een goede kans voor het vergroten van de biodiversiteit. Dit kan nog worden versterkt door het beplanten van de wadi en greppels. Hiermee wordt tevens de infiltratiecapaciteit vergroot door de doorworteling van de bodem, ook vindt meer verdamping plaats wat een positief effect heeft op het tegengaan van hittestress. De huidig aanwezige (geknotte) elzen, de bomen

langs de Warmelinckweg en het groen op de

grens van de basisschool zal worden geïntegreerd in het plangebied. De bestaande groen-en waterstructuur wordt middels het ontwerp gehandhaafd en versterkt.

Warmelinckweg te lJzerlo

15

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

5

51

Buro Ontwerp & Omgeving

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied aan de Wamelinckweg te IJzerlo (gemeente Aalten) te ontwikkelen. Voor de benodigde wijziging van het bestemmingsplan is een quickscan klimaatadaptatie uitgevoerd. Op basis van de Omgevingsverordening Gelderland zijn de volgende aspecten getoetst: e

Waterveiligheid;

e

Wateroverlast;

e

Droogte;

e

Hitte.

Uit de toetsing blijkt dat voor onderhavig plangebied, als gevolg van de toekomstige inrichting en de klimaatverandering, rekening gehouden dient te worden met de nadelige gevolgen van: e

wateroverlast als gevolg van korte hevige piekbuien;

e

droogtegevoeligheid;

°

plaatselijk hoge grondwaterstanden als gevolg van langdurige buien;

e

hittestress als gevolg van de toename van verharding.

Voor het plangebied

is in het ontwerp met deze aspecten rekening gehouden

door veel groen

(grasland, heesters en bomen) aan te brengen, de hoeveelheid verhard oppervlakte beperken, de benodigde verharding zoveel als mogelijk uit te voeren in halfverharding en grasbeton, het hemelwater te infiltreren in de bodem, de locatie deels op te hogen en het vloerpeil 20-30 cm boven het straatpeil aan te leggen. De bestaande groen- en waterstructuur wordt middels het ontwerp gehandhaafd en versterkt. 52

Conclusies en aanbevelingen Uit bovenstaande blijkt dat het plangebied klimaatrobuust en toekomst bestendig wordt ingericht. Het aspect klimaatadaptatie vormt onzes inziens geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp liggen er kansen op het gebied van klimaatadaptatie op gebouwniveau, biodiversiteit en natuurinclusiviteit zoals 0.3.:

e _ het realiseren van blauw/groene daken; e

groene kopgevels;

e

kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing;

e _ toepassen van zonwering;

Warmelinckweg te lJzerlo

16

3855.02

Quickscan klimaatadaptatie

Buro Ontwerp & Omgeving

e _ aanbrengen van biodivers en gebiedseigen groen dat kenmerkend is voor de omgeving en aansluit bij de abiotische omstandigheden; e _ beplanten van wadi en greppels.

Warmelinckweg te lJzerlo

17

3855.02

© om buro ontwerp & evmg r leefomgeving

Bijlagen

Somgeving buro ontwerp &

Bijlage 1 Regionale ligging

Q) omgeving buro ontwerp & acviseurs vooleefomgeving

Regionale Ligging

n

Bron: https://www.pdok.nl/viewer/

O Hier bevindt zich het plangebied

Sömgeving Bijlage 2 Stedenbouwkundig plan

S v oo

e:D s 3&£5=:gÈ&

n

5s

aÂ/áê#),ífj}L3/I*Ï|E:ö2z£=<&eäH5P$AS}È!EvBësc'83xË 5g2

s

oÈ

5 =2

v2 -S oo

£5ë 5s28E: LoE5SE E 282 EN S2 â

iBjd0; A :Sen Èa” =aA:

erp &

omgeving 5

-

Somgeving buro ontwerp &

Bijlage 3 Relevant

beleid

RELEVANT

BELEID

Rijksbeleid Deltaprogramma 2023 Het

Deltaprogramma

klimaatbestendig

moet

Nederland

en waterrobuust

beschermen

inrichten

en zorgen

tegen

hoogwater,

voor voldoende

moet

zoetwater.

Nederland Rijksoverheid,

provincies, gemeente en waterschappen werken hierin samen. Met het nationaal Deltaprogramma zet Nederland in op drie samenhangende opgaven om Nederland klimaatbestendig te maken: °

waterveiligheid: goede bescherming tegen overstromingen;

e _ zoetwater: voldoende zoetwater op de juiste plaats en weerbaar °

ruimtelijke

adaptatie:

robuuste

inrichting

voor

tegen droogte;

gevolgbeperking

bij

overstromingen,

wateroverlast, droogte en hitte. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Dat levert risico’s op voor de economie, gezondheid en veiligheid. Het is van groot belang dat Nederland zich aanpast aan deze veranderingen. Dat kan onder meer

door

het klimaatbestendig en waterrobuust

inrichten van onze bebouwde en landelijke gebieden. In het Deltaprogramma wordt hieraan gewerkt onder de noemer ‘ruimtelijke adaptatie’. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie Het

Deltaplan

Ruimtelijke

adaptatie

is een

plan van

Nederlandse

overheden

om

wateroverlast,

hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen te beperken.

Het doel van het plan is dat

Nederland

Gemeenten,

in 2050

klimaatbestendig

en

waterrobuust

is ingericht.

waterschappen,

provincies en het Rijk werken samen aan de ambities in dit plan. Bodem

en water sturend

Eind november

2022

verscheen

de kamerbrief ‘Water en bodem

sturend'’. Bodem

en water sturend

is

het nieuwe motto voor alles wat met de ruimtelijke inrichting te maken heeft. Het kabinet baseert het beleid hiervoor op zeven uitgangspunten: 1.

Niet afwentelen: niet op toekomstige generaties, andere gebieden of functies en ook afwentelen van privaat naar publiek.

2.

Meer

niet

rekening houden met extremen: extreme weersituaties die nog niet eerder zijn voorgekomen zijn door het veranderende klimaat veel vanzelfsprekender geworden. Daar moeten we ons nog beter op voorbereiden.

3.

In samenhang omgaan met wateroverlast, droogte en bodem: Nederland moet van een vergiet weer een spons worden. Niet meer zo snel mogelijk al het water afvoeren, maar hetvasthouden en bergen. Dit biedt ook kansen voor de kwaliteit van water en bodem.

4.

Meerlaagsveiligheid: naast dijken en keringen aanleggen, wil het Rijk ook meer aandacht voor de ruimtelijke inrichting om gevolgen van een overstroming te beperken en voor crisisbeheersing en herstel van schade.

5.

Bodem minder afdekken, minder vergraven, niet verontreinigen: zo worden bodems beter bestand tegen verdroging, slaan ze CO2 beter op en helpen ze ook om stikstof vast te leggen.

6.

Integrale aanpak in de leefomgeving: de water- en bodemopgaven hangen samen met alle andere opgaven in de leefomgeving. Daarom is het heel belangrijk om deze opgaven integraal aan te pakken, waarbij het water- en bodemsysteem sturend is.

7.

Comply or explain: Als er van een structurerende keuze wordt afgeweken, moet dat expliciet uitlegbaar en toetsbaar zijn. En doelen moeten hierbij nog steeds wel gehaald worden.

Landelijke maatlat Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Binnenlandse Zaken en Koninklijke relaties hebben een landelijke maatlat opgesteld voor groen en klimaatadaptief bouwen. De landelijke maatlat is de basis voor het klimaatadaptief bouwen, waaraan voldaan ontwikkelen.

De

landelijke

klimaatadaptief

bouwen

prestatie-eisen

en

en

richtlijnen

maatlat

definieert

inrichten

verstaan

voor

de

thema’s

moet worden

eenduidig en

bestaat

voor

om toekomstbestendig te

nieuwbouw

uit kwalitatieve

overstromingen,

wat

doelen,

wateroverlast,

we

onder

kwantitatieve droogte,

hitte,

biodiversiteit en bodemdaling. Onderstaand zijn de thema's met de doelen weergegeven. Biodiversiteit en natuurinclusiviteit

Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt op alle schaalniveaus. Droogte Droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale of kwetsbare

functies.

Bodemdaling Bodemdaling van gebouwd gebied en de gevolgen ervan blijven nu en in de toekomst beheersbaar en betaalbaar.

Hitte

Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Gevolgbeperking overstroming De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen in buitendijks gebied, vanuit het regionale watersysteem en door dijkdoorbraken. Wateroverlast

Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan gebouwen, boven-en ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar.

Provinciaal beleid, Gelderland

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Omgevingsverordening De

provincie

beschikt over verschillende

instrumenten

waarmee

zij haar ambities

realiseert.

De

Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening

als juridisch instrument om

de doorwerking van

het

provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk i om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoeringte geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'klimaatadaptatie' relevant. Klimaatadaptatie Ter plaatse van het plangebied zijn de (instructie)regels omtrent 'klimaatadaptatie' van belang (Artikel 2.65b).

De

verordening

ontwikkelingen maatregelen

mogelijk

schrijft

voor

maakt,

een

of voorzieningen

die

dat

in

toelichting worden

een

bestemmingsplan

wordt

getroffen

opgenomen om

de

dat met

risico's

van

nieuwe

activiteiten

of

beschrijving van

de

klimaatverandering

te

een

voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarbij moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: e

Waterveiligheid;

e

Wateroverlast;

°

Droogte;

°

Hitte.

De beschrijving wordt daarbij opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het betreffende waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Gemeentelijk beleid, Aalten De gemeente Aalten houdt zich qua klimaatadaptatie aan de landelijke maatlat 'Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ zoals eerder beschreven.

buro ontwerp &

STET

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7ed9d8f3-297e-4367-9357-1a03d67582eb