Bijlage 7 Quickscan water
Tekst van het document
Sömgeving Quickscan water Warmelinckweg IJzerlo
Gemeente
Aalten
Projectnummer:
3855.02
Datum:
17 november
Versie: definitief
2023
Somgeving buro ontwerp &
Quickscan water Warmelinckweg IJzerlo
Gemeente Aalten
Opdrachtgever:
Gemeente Aalten
Projectnummer:
3855.02
Datum:
17 november 2023
Versie:
Definitief
Projectleideren rapporteur,
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimise rd)
Kwaliteitscontrole:
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem
(geanonimiseerd) www‚ontwerpenomgeving.nl
Quickscan
water
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
1
2
Pagina
INLEIDING...
11
_ Aanleiding..
4
1.2
_ Doelvan de quickscan water …
4
13
_
.5
Opbouw van de quickscan
4
5
6
water
PLANGEBIED..
21
3
.4
.6
Ligging plangebied..
.6
2.2
_
Huidige situatie .
.6
23
_
Toekomstige situatie
.7
GEBIEDSKENMERKEN. 31
Algemeen
32
Maaiveldhoogte …
33
Geohydrologische bodemopbouw..
34
Uitgevoerd bodemonderzoek .
3.5
Infiltratiecapaciteit bodem.…
36
Grondwater…
37
Oppervlaktewater
38
Klimaatatlas.…
39
Vuil- en hemelwater.
3.10
Kabels en leidingen …
RELEVANT
BELEID..
41
Waterschap Rijn en IJssel
42
Gemeente
Aalten .
DOORLATENDHEIDSONDERZOEK.. 51
Onderzoekstrategie.
52
Uitgevoerde werkzaamheden.
53
Toetsingskader t.b
54
Bodemopbouw en grondwaterstanden
55
Resultaten doorlatendheidsmetingen onverzadigde zone …
56
Resultaten doorlatendheidsmetingen verzadigde zone .
WATERHUISHOUDKUNDIGE
nfiltratie
CONSEQUENTIES
61
Algemeen …
6.2
Uitgangspunten.
63
Weg- en vloerpeilen
64
Bergingsopgave.
6.5
Realisatie berging
‘Warmelinckweg llzerlo
EN UITGANGSPUNTEN
7
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
66
7
Vuilwater .
SAMENVATTING,
CONCLUSIES
EN AANBEVELINGEN..
71
_ Samenvatting
72
_ Conclusies en aanbevelingen
BIJLAGEN
n>wut
Regionale ligging en kadastrale kaart plangebied Situatietekening doorlatendheidsonderzoek Boorprofielen doorlatendheidsonderzoek Rekensheets
doorlatendheidsonderzoek
Uitgevoerde watertoets
‘Warmelinckweg llzerlo
3
3855.02
Quickscan water
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING
In opdracht van de gemeente Aalten is door Buro Ontwerp & Omgeving een quickscan water opgesteld voor een locatie ten noorden van de kern van IJzerio. 11
Aanleiding Aanleiding voor deze quickscan water i de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. De herontwikkeling voorziet in de realisatie van woningen, infrastructuur, parkeerplaatsen en groenstroken.
Het plangebied valt onder de werking van het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015’, voor het eerst vastgesteld op 19 april 2016 door de gemeenteraad van Aalten. Het plangebied is bestemd als ‘Agrarisch'. Om de realisatie van de woningen en benodigde infrastructuur mogelijkte maken, is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. De quickscan water dient als onderbouwing voor het aspect water bij het bestemmingsplan en geeft een invulling aan voor de toekomstige inrichting voor hemelwater, huishoudelijk afvalwater, grond- en oppervlaktewater. 12
Doel van de quickscan water In het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat de waterhuishouding ter plaatse niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen. Om de gevolgen in kaart te brengen, dient het instrument de Watertoets te worden uitgevoerd. Naar aanleiding van de Watertoets, geeft het waterschap, in samenwerking
met de gemeente, advies en uitgangspunten
met betrekking tot de waterhuishouding. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen
in het planvormingsproces van het rijk, provincies en gemeenten.
Hiermee
wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Voor dit plan is op 13 september 2023 de digitale watertoets doorlopen. Er geldt een normale procedure, dit houdt in dat nader overleg met waterschap Rijn en IJssel dient plaats te vinden. In bijlage 5 is de samenvatting van de digitale watertoets opgenomen. Op 15 november 2023 is overleg gevoerd
met de gemeente Aalten en het waterschap Rijn en
IJssel om de wateropgaves te bespreken en vast te stellen. De quickscan water is gebaseerd op de bij Buro Ontwerp & Omgeving bekende gegevens. Voor deze quickscan is, met uitzondering van het onderzoek naar de doorlatendheid van de bodem, geen geohydrologisch onderzoek verricht. ‘Warmelinckweg llzerlo
4
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Om die reden kan het zijn dat de aannames ten aanzien van de waterhuishouding in het gebied afwijken van de werkelijke situatie ter plaatse. Mocht naar aanleiding van de quickscan water blijken dat bepaalde waterhuishoudkundige maatregelen getroffen moeten worden, dan kan het nodig zijn om een geohydrologisch onderzoek uit te voeren. In een dergelijk onderzoek wordtde lokale waterhuishoudkundige situatie nauwkeuriger bepaald en worden de eventueel benodigde maatregelen uitgewerkt tot een advies. 13
Opbouw van de quickscan water In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de ligging van het plangebied, de huidige situatie binnen het plangebied en de situatie binnen het plangebied nadat de ontwikkeling is gerealiseerd. In hoofdstuk 3 volgen de gebiedskenmerken van het plangebied en de omgeving. De gebiedskenmerken hebben invloed op het functioneren van het watersysteem ter plaatse en geven inzicht in de (on)mogelijkheden van eventuele waterhuishoudkundige maatregelen. Het relevante beleid van het waterschap en de gemeente zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoering en resultaten van het uitgevoerde doorlatendheidsonderzoek. De hoofdstukken 2 tot en met 5 leiden tot de waterhuishoudkundige consequenties en uitgangspunten voor het initiatief n hoofdstuk
6. Het zevende
‘Warmelinckweg llzerlo
en laatste hoofdstuk
bevat een conclusie en advies.
5
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PLANGEBIED
21
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de noordzijde van de kern van IJzerlo, tussen de Kruisdijk/Warmelinckweg in het zuiden en de Thijsweg in oosten. Op de navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied weergegeven. In bijlage 1 zijn de regionale ligging en kadastrale kaart van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 1: Ligging van het plangebied op luchtfoto
Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente
Aalten, sectie S, nummers
885 en 1079
(beide deels). De oppervlakte van het plangebied bedraagt in totaal circa 8.870 m?. 22
Huidige situatie Thans betreft het plangebied grasland en is geheel onverhard. De grens tussen de beide kadastrale percelen word gevormd door een houtwal met greppel. Tabel1
Overzicht verhard/onverhard oppervlak huidige situatie plangebied
Huidige situatie
Oppervlakte (in m?
Gebouwen
-
Terreinverharding/infrastructuur
-
Gresland Houtwal met greppel
CircaCirea8.660 110
I Totaal oppervlak
‘Warmelinckweg IJzerlo
8.870 6
3855.02
Quickscan water
23
Buro Ontwerp & Omgeving
Toekomstige situatie De toekomstige inrichting voorziet in de realisatie van 15 woningen, verdeeld over diverse types. Voor een deel van deze woningen zal een rijbaan van gebakken klinkers aangelegd worden. Voor het parkeren in de openbare ruimte zullen centraal in het plangebied parkeerplaatsen worden gerealiseerd, aansluitend op de Warmelinckweg.
Daarnaast zullen westelijk van de basisschool
parkeerplaatsen aangelegd worden. Alle parkeerplaatsen en de inrit vanaf de Kruisdijk, zullen voorzien worden van waterdoorlatende verharding. Tussen de parkeerplaatsen en de woningen is een half verhard pad richting de Thijsweg voorzien. Het plangebied zal groen ingericht worden middels diverse bomen, hagen en kruidenrijk grasland. In afbeelding 2 is het voorgenomen ontwerp van het plangebied opgenomen. Ten westen van de
parkeerplaatsen voor de basisschool zullen nog twee kavels van circa 750 m? in eigen beheer ontwikkeld worden door de gemeente Aalten. Deze kavels maken ook onderdeel uit van onderhavige quickscan water. De inrichting van deze kavels is nog niet inzichtelijk, uitgegaan wordt dat deze kavels voor 60 % voorzien worden van verharding en daken.
Afbeelding 2: Stedenbouwkundig planhoogte
Uit onderstaande de tabel 2 blijkt dat de verharding met circa 4.225 m? toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. Als uitgangspunten geldt dat voor halfverhardingen en de parkeerplaatsen uitgegaan wordt dat deze als 70% als verharding meegerekend worden. Daarnaast is het uitgangspunt dat de uit te geven gronden, naast de daken van de woning, voor 50 % voorzien zullen worden van verharding (oprit, berging, inrichting tuin).
‘Warmelinckweg IJzerlo
7
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Tabel2
Overzicht verhard en onverhard oppervlak toekomstige situatie plangebied
Toekomstige
situatie
Oppervlakte
(in m?)
totaal plangebied
Uitgeefbare gronden minus daken *(A) (50% van 1.820 m?)
Circa 910
Inrit vanaf Warmelinckweg
Circa 320
Half verharde paden (70% van 650 m?)
Circa 455
Parkeerplaatsen + inrit basisschool (70% van 590 m?)
Circa 410
Parkeerplaatsen woningen (70% van 170)
Circa 120
Daken
Circa 1.110
Verharding kavels in eigen beheer inc. daken (60% van 1.500 m?}
Circa 900
Subtotaal verhard
| Circa 4.225
Uitgeefbare gronden minus daken *(A) (50% van 1.820 m?)
Circa 910
Half verharde paden (30% van 650 m?)
Circa 195
Parkeerplaatsen + inrit basisschool (30% van 590 m?)
Circa 180
Parkeerplaatsen woningen (30% van 170)
Grca 50
Groen kavels In
Circa 600
eigen beheer (40% van 1.500 m?)
Overig groen
Crca 2.710 Subtotaal onverhard
Totaal oppervlak plangebied “T
_
| Circa 4.645
Circa 8.870
omdat de Mrichting van de uitgeefbare gronden nietgeheel bekend , 1 a
uitgangspunt opgenomen dat, naast de daken van de woningen
50% van het partiuliere terrein wordt voorzien van verharding (daken schuurtjes en bestrating).
‘Warmelinckweg IJzerlo
8
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
GEBIEDSKENMERKEN
31
Algemeen In dit hoofdstuk worden de omgevingskenmerken van het plangebied besproken die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem ter plaatse. Dit betreft de beschrijving van de
maaiveldhoogten, bodemopbouw, geohydrologische situatie, grondwaterstanden, oppervlaktewateren de riolering. 32
Maaiveldhoogte
Voor het bepalen van de hoogtes van het maaiveld in en rond het plangebied is gebruik gemaakt van de Algemene Hoogtekaart Nederland (AHN4, www.ahn.nl). In afbeelding 3 is het plangebed op de AHN weergegeven.
Afbeelding 3: plangebied op de AHN
Het oostelijk deel van het plangebied is gelegen op een es, en ligt beduidend hoger dan het westelijk deel (rondom de basisschool). Uit de hoogtekaart blijkt dat het maaiveld van het plangebied varieert van circa 20,9 m +NAP rondom de basisschool tot circa 22,7 m +NAP langs de Thijsweg.
Het terrein van de bassischool heeft een maaiveldhoogte van circa 21,6 m +NAP. De maaiveldhoogte van de Thijsweg bedraagt circa 23,2 m +NAP, de hoogte van de Warmelinckweg varieert van circa 23,0 m +NAP in het oosten tot circa 21,5 m +NAP in het westen. De Kruis-
weg heeft, ter plaatse van de te realiseren parkeerplaats, een hoogte van circa 21,6 m +NAP.
‘Warmelinckweg IJzerlo
9
3855,02
Quickscan water
33
Buro Ontwerp & Omgeving
Geohydrologische
bodemopbouw
De bodemopbouw is van belang omdat de textuur en samenstelling van de bodem bepaalt hoe makkelijk water kan infiltreren en hoe goed de bodem water vasthoudt. Uit de bodemkaart blijkt dat het plangebied gelegen is op de overgang tussen een enkeerdgrond (oostelijk deel van de locatie, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand) en een beekeerdgrond, (westelijk deel
van de locatie, bestaande uit lemig fijn zand). Voor het bepalen van de opbouw van de bodem binnen het plangebied s het DINOloket geraadpleegd. In tabel3 is de hydrologische bodemopbouw weergegeven. Tabel3
Geohydrologische bodemopbouw (DINOloket)
memv
Formatie
0tot63
Zandige weinig
6,3tot 86
eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit
middenenfjnzand, met
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, met weinig zandige Klei, n
86 tot 95
Formatie van Kreftenheye
zand en grind en een spoor kei en veen
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei, met weinig fijn en midden zand en een spoor grof zand
95tot107
_ | Formatie van Boxtel
zandige kleien grof zand en een spoor klei, veen en grind
Formatie van Kreftenhey, laagpakket van Twello
_ | Zandige eenheid, hoofdzakelik bestaande uitgrofen middenzand, met weinig zandige Klei,fin zand en grind en een spoor klei
_ | Formatie an Drente
Op basis van boorprofiel B41D0050 van TNO in de omgeving van het plangebied blijkt de bodem tot ca. 25 m -mv te bestaan uit fijn tot grof zand en grind. In Afbeelding 4 is het boorprofiel en ligging van boring B41D0050 weergegeven. e
5
: Lithologie ZA
zond
fijne categorie
Zand Zand
midden categorie grove categor:
orind
Afbeelding 4: Boorprofiel B41D0050 (bron: TNO) ‘Warmelinckweg IJzerlo
10
3855.02
Quickscan water
34
Buro Ontwerp & Omgeving
Uitgevoerd bodemonderzoek Voor de (voorgenomen) ontwikkeling is in oktober 2023 een bodemonderzoek uitgevoerd (Buro Ontwerp & Omgeving, projectnummer 3855.02, d.d. 30 oktober 2023). Tijdens dit onderzoek zijn een aantal (diepe) boringen geplaatst. In afbeelding 5 zijn de locaties van de destijds geplaatste boringen weergegeven.
Afbeelding 5: Locaties boringen verkennend bodemonderzoek
Uit de boorprofielen van de relevante (diepe) boringen welke zijn geplaatst tijdens dit onderzoek, blijkt dat de bovengrond bestaat uit matig grof en zwak siltig zand, welk tot een diepte van circa 0,5 m-mv zwak tot matig humeus is. Plaatselijk is deze humeuze bovengrond aanwezig tot een diepte van circa 1,5 m-mv. De onderliggende bodemlaag, tot de maximale boordiepte van circa 4,0 m-mv, betreft matig grof en zwak tot matig siltig zand. In de bodemlaag direct onder de humeuze bovengrond is veelal een bijmenging met roest aanwezig, variërend van sporen roest tot matig roesthoudend. 3.5
Infiltratiecapaciteit bodem Op basis van de bodemopbouw kan een grove schatting gemaakt worden van de doorlatendheid van de bodem. Tabel 4 geeft de hydrologische bodemopbouw van diverse grondsoorten weer. Tevens is de classificatie van de doorlatendheid zoals weergegeven in het Cultuurtechnisch Vademecum
opgenomen.
‘Warmelinckweg llzerlo
m
3855.02
Quickscan water
Tabel4
Buro Ontwerp & Omgeving
K-waarden grondsoorten
Grondsoort
Doorlaatfactor
Doorlaatfactor
min
max
Classificatie
[m/dag]
[m/dag]
Zwak siltig kleí Matig tot sterk siltig kleí
<0,0001 0,0001
0,001
Sterk siltig klei
0,001
0,01
Zwak zandige tot sterk zandige | 0,01
01
Slecht doorlatend 0,1-0,5: matig doorlatend
Zeer slecht doorlatend
klei
Kleiig en uiterst fijn zand
01
10
Zeer fijn tot matig fijn zand
10
10
Goed doorlatend
Kalkzandsteen
05
50
0,5-1,0: vrij goed doorlatend
Kleiig veen
0,005
01
Slecht doorlatend
Veen
01
10
0,1-0,5: matig doorlatend 0,5 -1,0: vrij goed doorlatend
0,5 -1,0: vrij goed doorlatend
Matiggroftotzeergrofzand Uiterst grof zand en grind
|10 100
100 1000
Zeer goed doorlatend 1,0-5,0: goed doorlatend
Naast de mate van fijnheid van het aanwezige zand, is tevens de mate van organische stof in de bodem van belang voor de doorlaatfactor. Fijnere en meer humeuze zandfracties zijn slechter doorlatend dan grover zand en humusarme gronden. Ook de mate van siltigheid s van invloed op de doorlatendheid van de bodem. Meer siltige bodems zijn slechter doorlatend.
Bodemlagen met een minimale doorlatendheid van 1,0 m/dag worden geschikt geacht voor infiltratie van hemelwater.
Door Buro Ontwerp & Omgeving is gelijktijdig met het verkennend bodemonderzoek een doorlatendheidsonderzoek
uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek worden
nader uitgewerkt in
hoofdstuk 4.
‘Warmelinckweg IJzerlo
12
3855.02
Quickscan water
3.6
Buro Ontwerp & Omgeving
Grondwater
Grondwaterstromingsrichting Op basis van de isohypsen van TNO (www.grondwatertools.nl) blijkt dat het grondwater in westelijke richting stroomt.
Afbeelding 6: Isohypsenlijnen (bron: grondwatertools)
Grondwaterstanden
De grondwaterstand fluctueert gedurende het jaar. In de winter worden vaak de hoogste grondwaterstanden gemeten en de laagste standen worden in de zomer gemeten. De jaarlijkse variatie van de grondwaterstand op een locatie kan worden gekarakteriseerd door de gemiddeld hoogste
(GHG) en gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Met de GHG kan worden bepaald of er binnen een plangebied mogelijkheden zijn voor infiltratie/waterberging. Daarnaast heeft de GHG invloed op het gebruik van het plangebied. Er dient afhankelijk van het gebruik een minimale afstand te zitten tussen het maaiveldniveau en de GHG.
Deze ontwateringsdiepte
moet vol-
doende zijn om problemen met bijvoorbeeld draagkracht en natte kelders te voorkomen. In het kader van het bodemonderzoek zijn twee peilbuizen geplaatst (peilbuis 06 en 22). Hierbij is tijdens de plaatsing (16 oktober 2023) en tijdens de grondwatermonstername (23 oktober 2023) de stand van het grondwater opgenomen. In tabel 5 zijn de betreffende grondwaterstanden weergegeven. De peilbuizen zijn middels GPS ingemeten, hierdoor zijn de grondwaterstanden ten opzichte van NAP weergegeven.
‘Warmelinckweg IJzerlo
13
3855,02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Tobel5
Opgenomen grondwaterstanden uitgevoerd bodemonderzoek
Nummer
peilbu
06
Noordelijk basisschool
Maaiveldhoogte
GWSplaatsing
(m +NAP)
(m +NAP)
__ GWS bemonst:
ing (m +NAP)
(west- | 20,9
199
20,1
Westelijk Thijsweg (oostzijde | 22,6
2041
207
zijde plangebied)
2
plangebied)
Om een inschattingte maken van de GHG is gekeken naar de beschikbare monitoringspeilbuizen
van Dinoloket (TNO) in de buurt van het plangebied. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen grondwatermeetpunten beschikbaar. Om een inschatting van de GHG te kunnen maken zijn historische meetgegevens van grondwatermeetpunten uit het meetnet van TNO in de omge-
ving geïnterpoleerd naar het plangebied. In afbeelding 7 zijn de gebruikte grondwatermeetpunten van de gemeente weergegeven.
&
Î
%
Î
“
$
:
°
E
K
!f
x
°
84100011
#
s
84100010
f‘* $" *.„
®
z
°
B41D0031
Pl Afbeelding 7: Locaties grondwatermeetpunten TNO
In onderstaande tabel 6 zijn de (statistisch) berekende grondwaterstanden weergegeven. Tabel6
Gegevens grondwatermeetpunten TNO
Aanduiding
Afstand tot plan-
Hoogte maal-
buis
gebied (m + wind-
veld (m +NAP)
Meetperiode
GHG
{m +NAP)
richting) 84100010
[1.200
84100011
[ 1100
84100031
[ 1500
‘Warmelinckweg IJzerlo
G-gemid-
GLG
deld (m
{m +NAP)
) | Oost
22,42
31-12-1988 t/m 31-12-1996 | 21,67
21,27
[West
|2015
31-12-1988 /m 31-12-1996 | 19,38
19,13
18,33
| Zuidoost | 22,78
31-12-2011 t/m 31-12-2019 | 21,95
2162
20,55
14
3855.02
20,36
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Op basis van de gegevens van de grondwatermeetpunten als ook de grondwaterstromingsrichting wordt voor het plangebied een GHG ingeschat van circa 20,3 m +NAP (circa 0,5 m-mv) in het
westelijk deel van het plangebied tot circa 20,8 m +NAP (circa 1,9 m-mv) in het oostelijk deel van het plangebied. De GLG wordt ingeschat tussen de circa 20,0 m +NAP (0,8 m -mv) voor het westelijke deel en circa 20,2 m +NAP (2,5 m -mv) voor het oostelijke deel. Opgemerkt wordt dat door het aanwezige hoogteverschil binnen het plangebied en de grote afstand van het plangebied tot de gehanteerde monitoringspeilbuizen de veronderstelde GHG en GLG niet eenduidig zijn vast te stellen en derhalve schattingen betreffen. Grondwateronttrekking Het plangebied
bevindt zich niet in een grondwaterwingebied
of boringsvrije zone. Wel is het
plangebied gelegen in het intrekgebied van het (westelijk gelegen) drinkwaterwingebied ‘Dinxperlo’. Eventuele andere (industriële) onttrekkingen grondwater in de omgeving zijn niet bekend. 37
Oppervlaktewater Voor het bepalen van de aanwezige watergangen op de planlocatie en in de directe omgeving is de leggerkaart van Waterschap Rijn en IJssel geraadpleegd. Ten noorden van de Lurvinksteeg (circa 150 meter noordelijk) is watergang AAS02.080 (Wellink sloot)
aanwezig.
Op
circa
220
meter
westelijk
van
de
basisschool
zijn
de
watergangen
AAS02.095.005 (ten noorden van de Kruisdijk) en watergang AAS02.095 (Hoftijzer Sloot, ten zuiden van de Kruisdijk) aanwezig. In afbeelding 8 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven.
Afbeelding 8: Legger Waterschap Rijn en IJssel
‘Warmelinckweg llzerlo
15
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Binnen het plangebied zijn enkele (droogvallende) greppels aanwezig.
Het betreft een greppel
ten noorden van de basisschool en een greppel langs de Warmelinckweg richting de Thijsweg 4. 3.8
Klimaatatlas
De gemeente Aalten heeft in samenwerking met Waterschap Riijn en IJssel een klimaatatlas op-
gesteld. De klimaatatlas maakt duidelijk op welke klimaateffecten we ons moeten instellen. Een extreme regenbui kan wateroverlast veroorzaken. Op de kaarten in afbeelding 9 en 10 is het risico van wateroverlast in beeld gebracht voor een klimaatbui met respectievelijk een kans van eens per 100 jaar (70 mm in 1 uur) en eens per 1000 jaar (160 mm in 2 uur). Op de kaarten is te zien dat het westelijk deel van het plangebied gevoelig is voor wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. Zowel de Thijsweg, de Kruisdijk en de Warmelinckstraat blijven goed begaanbaar in de beide scenario's.
Afbeelding 9: plangebied en omgeving bij een bui van 70 mm in één uur
‘Warmelinckweg IJzerlo
16
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Afbeelding 10: plangebied en omgeving bij een bui van 160 mm in twee uur
3.9
Vuil- en hemelwater
Onderde Kruisdijk, ter hoogte van de basisschool, is een persleiding (63 mm. HDPE) gelegen voor het transport van vuil water. Een deel van de Thijsweg is voorzien van een gemengd stelsel (PVC, 200 mm). De Warmelinckweg is voorzien van een gescheiden stelsel. Het transport van vuil water vindt plaats middels een PVC leiding (315 mm), richting het gemengde stelsel onder de Kruisdijk. De vuilwaterriolering is gelegen
op een hoogte van 19,85 (oostelijk deel Warmelinckweg)
tot
19,58 m +NAP aan de voorzijde van huisnummer 1, waar de vuilwaterriolering overgaat in het gemengde stelsel. Voor de verwerking van hemelwater is onder de Warmelinckweg een hemelwaterriolering aanwezig (PVC, 200 mm). Deze hemelwaterriolering verwerkt het hemelwater dat valt op de Warmelinckweg. Onder het oostelijke deel van de Warmelinckweg zijn infiltratiekratten aanwezig, de noodoverloop van het hemelwatersysteem
bevindt zich in de greppel ten westen van de War-
melinckweg. 3.10
Kabels en leidingen Op basis van de KLIC-melding van het Kadaster, zoals weergegeven
in onderstaande figuur, Ís
binnen het plangebied geen eis voorzorgsmaatregelen aanwezig. Enkel de data-aansluiting van Thijsweg 4 loopt door het plangebied.
‘Warmelinckweg IJzerlo
7
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Afbeelding 11: KLIC melding
‘Warmelinckweg llzerlo
B
3855.02
Quickscan water
RELEVANT
41
Buro Ontwerp & Omgeving
BELEID
Waterschap Rijn en IJssel Ruimte maken voor water, in plaats van ruimte onttrekken aan water, is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het is essentieel dat het aspect water vanaf de start van de ontwikkeling van een ruimtelijk plan goed aan de orde komt. Elke ruimtelijke ontwikkeling biedt de kans om de wateraspecten integraal mee te nemen, zodat de doelstellingen van het plan optimaal gerealiseerd kunnen worden, zonder dat dit nadelen heeft voor de omgeving, zoals verdroging of wateroverlast.
Het waterschap
heeft een document
opgesteld
(Uitgangspunten voor waterneutraal
bouwen,
juni 2021) waarin toegelicht wordt op welke manier ze om willen gaan met de kwantitatieve aspecten van het waterbeheer bij stedelijke ontwikkelingen, zodat deze ontwikkelingen waterneutraal kunnen plaatsvinden (waterneutraal bouwen). Daarbij is er in het bijzonder aandacht voor situaties met extreme hoeveelheden neerslag en situaties van droogte. Doelen zijn, wateroverlast voorkomen, verdroging voorkomen en schoon water schoonhouden door regenwater te scheiden van afvalwater en hemelwater dat afstroomt via daken en wegen via een bodempassage en niet rechtstreeks te aten afstromen naar het oppervlaktewater. Uitgangspunten zijn waterneutraal en klimaatrobuust bouwen. Om waterneutraliteit te bereiken zijn er bij ontwikkelingen, waarbij er sprake is van een toename van verhard oppervlak door gebouwen én bestratingen, maatregelen nodig om voldoende water te kunnen vasthouden of bergen binnen het plangebied. Bij een nieuwe ontwikkeling (van onverhard naar verhard) kan als vuistregel genoemd worden dat van de maatregelen om voldoende water vast te kunnen houden, ca. 90% van de compensatie nodig is om waterneutraal te blijven en ca. 10% om daarbij ook klimaatrobuust te zijn. In ruimtelijke plannen met een toename van verharding zijn infiltratie- of waterbergende voorzieningen nodig om het plan waterneutraal te maken. Aan de benodigde maatregelen voor waterneutraliteit en het rekening
houden
met
klimaatverandering
(klimaatrobuustheid)
worden
voorwaarden gesteld welke afhankelijk zijn van het gebied en het type ontwikkeling. Onderhavige ontwikkeling betreft een stedelijke ontwikkeling. In de huidige situatie is het plangebied geheel onverhard, het verhard oppervlak in de toekomstige situatie betreft naar verwach-
ting circa 4.225 m*. Onderstaande uitgangspunten van het waterschap zijn van toepassing.
‘Warmelinckweg llzerlo
5
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Optie A2. Onverhard > verhard (toekomstige) bebouwde kom Een stedelijke ontwikkeling in de (toekomstige) bebouwde kom, zoals de bouw van een woonwijk of bedrijventerrein, moet waterneutraal
zijn. Om
wateroverlast te voorkomen,
wordt
als uit-
gangspunt gehanteerd, dat een bui, die ca. eens per 100 jaar voorkomt (bui T100), in het plange-
bied wordt geborgen en vertraagd wordt afgevoerd naar het grond- en/of oppervlaktewater. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatontwikkeling door de bui met 10% te vergroten (klimaatrobuust, bui T100+10%). De bergingseis welke hierbij van toepassing is betreft 80 mm voor de toename aan verharding. De benodigde waterbergingscompensatie wordt als volgt berekend: Aantal m3 berging = 80 mm x oppervlak (m2) toename verharding. 42
Gemeente
Aalten
De gemeente Aalten is bezig het GRP aan te passen aan de komst van de Omgevingswet. Hierbij is het uitgangspunt, overeenkomstig het beleid van het waterschap Rijn en IJssel, dat de bergings-
eis 80 mm per m? verharding bedraagt. Deze bergingseis is van toepassing voor zowel particuliere terreinen als terreinen in eigendom van de gemeente. Hierbij geldt dat het hemelwater van particuliere percelen ook op deze percelen geborgen dient te worden.
‘Warmelinckweg llzerlo
0
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
DOORLATENDHEIDSONDERZOEK
51
Onderzoekstrategie Om te bepalen of de bodem ter plaatse geschikt is voor de infiltratie, is de doorlatendheid van de bodem ter plaatse van het plangebied bepaald. Het onderzoek is er op gericht om de doorlatendheid van de zowel de verzadigde als de onverzadigde zone te bepalen.
52
Uitgevoerde werkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 16 en 17 oktober 2023, in combinatie met het verkennend bodemonderzoek. Voor het onderzoek zijn 2 boringen tot 4,0 m -mv geplaatst (boring 02 en 17) om een duidelijk beeld van de bodemopbouw ter plaatse te verkrijgen. Na de verrichte boringen zijn vier boringen tot circa 1,0 m-mv geplaatst waarin de doorlatendheidsmetingen in de on-
verzadigde zone zijn uitgevoerd (INF-1 t/m INF4).Tevens zijn twee doorlatendheidsmetingen in de verzadigde zone uitgevoerd ter plaatse van de peilbuizen 06 en 22. Zowel de meetpunten als de gebruikte peilbuizen zijn middels GPS-RTX ingemeten. De doorlatendheidsmetingen
in de onverzadigde
zone
zijn uitgevoerd
conform
de
‘Contant
Head'’- methode. Hierbij is gebruik gemaakt van het meetinstrument ‘Aardvark Permeameter’. Allereerst wordt een boorgat gemaakt tot de gewenste infiltratiediepte. In het boorgat wordt een drukmeter geplaatst. Vervolgens wordt constant water toegevoegd tot de grond rondom de drukmeter verzadigd is. De hoeveelheid toegevoegd water komt overeen met de hoeveelheid water dat infiltreert in de bodem.
De onderzochte trajecten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone zijn bepaald op basis van de bodemopbouw en de actuele grondwaterstand zoals deze zijn waargenomen tijdens het veldonderzoek op 16 oktober 2023. De bodemlagen en trajecten zijn zo gekozen dat een representatief beeld wordt verkregen. De doorlatendheidsmetingen zijn in duplo uitgevoerd. Voor het bepalen van de doorlaatbaarheid van de verzadigde zone is de rising head test gebruikt. Hierbij wordt de grondwaterstand eenmalig verlaagd waarna de stijging van het grondwater door de tijd wordt gemeten. De metingen zijn uitgevoerd in het freatische grondwater, waarbij de t dens het bodemonderzoek geplaatste peilbuizen zijn gebruikt. Tabel 7 geeft een overzicht van de meetlocaties en de onderzochte bodemlagen. Tabel 7
Overzicht meetlocaties k-waardemetingen onverzadigde zone
Meting
Datum
Hoogtemeting
(m +NAP)
Onderzocht traject
Textuur
(m-mv)
INEL
17oktober2023
20,9
066-0,73
Zand, matig grof, matig siltig. Zwak roesthoudend
INF2 INF3
17oktober2023 |210 17oktober2023 | 208
0,71-0,78 0,59-0,66
Zand, matig grof, matig sitig. Matig roesthoudend Zand, matig grof, matig sitig. Matig roesthoudend
‘Warmelinckweg IJzerlo
|
__
21
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Meting INF4
Hoogtemeting _ Onderzocht traject (m +NAP) (m-mv) 17oktober2023
|
22,1
0,97-1,00
Textuur Zand, matig grof, zwak silig. Sporen roest
Metingen verzadigde zone
53
86
17oktober2023
|209
15-25
Zand, matig grof, zwak silig
822
17oktober2023
|226
30-40
Zand, matig grof, zwak sitig
Toetsingskader t.b.v. infiltratie De resultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone zijn geclassificeerd op basis van de onderstaande tabel (bron: Cultuurtechnisch Vademecum). Tabel8
Classificatie doorlatendheid
<0,01
Zeer slecht doorlatend
001-0,1
Slecht doorlatend
01-05
Matig doorlatend
0,5-10
Vrij goed doorlatend
10-10
Goed dooriatend
>10
Zeer goed doorlatend
De haalbaarheid van hemelwaterinfiltratie is afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem en aan-/afwezigheid van storende lagen (klei/leem/sterk siltig zand). Volgens de leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ is het niet wenselijk om
hemelwater te infiltreren via een voorziening aan het maaiveld
wanneer sprake is van k-waarden kleiner dan 0,2 m/dag. Op basis van praktijkervaring wordt uit-
gegaan van een minimale doorlatendheid van 0,5 m/dag waarbij op de gemeten waarde een veiligheidsfactor van 0,5 wordt gehanteerd.
54
Bodemopbouw en grondwaterstanden
Uit de geplaatste boringen (02 en 22) blijkt dat de bodem tot de maximale boordiepte bestaat uit matig grofen zwak tot matig siltig zand. De bovengrond in het westelijk deel (boring 02 en peilbuis 06) is tot een diepte van circa 0,5 m-mv zwak tot matig humeus. In het oostelijke deel (boring 17 en peilbuis 22) is deze humeuze bovengrond aanwezig tot circa 0,8 en respectievelijk 1,5 m-mv. In de humusarme ondergrond is roest aangetroffen, variërend van zwak roesthoudend tot sporen roest.
In het westelijke deel, ter plaatse van boring 02 en peilbuis 06, is een grondwaterstand aangetroffen op circa 1,0 m- mv. In het oostelijk deel (boring 17 en peilbuis 22) bedraagt de waargenomen grondwaterstand circa 2,5 m-mv. ‘Warmelinckweg IJzerlo
22
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Opgemerkt dient te worden dat deze gemeten grondwaterstand een momentopname
is en met
enige voorzichtigheid gehanteerd dient te worden. De boorprofielen zijn opgenomen als bijlage 3.
5.5
Resultaten doorlatendheidsmetingen onverzadigde zone Tabel 9 geeft een overzicht van de onderzoeksresultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone. De rekensheets van de uitgevoerde onderzoeken zijn opgenomen
n bijlage
4
Tabel9
Onderzoeksresultaten doorlatendheid onverzadigde zone
INFla
0,66-0,73
Zand, matig grof, matig sitig. Zwak roesthoudend
Slecht doorlatend
0,71-078
Zand, matig grof, matig siltig. Matig roesthoudend
Matig dooriatend
0,59-0,66
Zand, matig grof, matig siltig. Matig roesthoudend
Matig doorlatend
0,97-1,00
Zand, matig grof, zwak silig. Sporen roest
INFLb
INF2a INF2b
INF3a IN3b INF4a
Goed
INF4b
nb.
doorlatend
Goed doorlatend
Doorlatendheid te laag om een goede meting uit te voeren
De gemeten k-waarde in matig grove, matig siltige zandlaag met sporen roest ( onverzadigde zone in het westelijke (lager gelegen) deel (metingen INF1, INF2 en INF3) ligt tussen de circa 0,1 en 0,2
m/dag. De doorlatendheid van de bodem i als ‘matig doorlatend’ te definiëren. Op basis deze vastgestelde doorlatendheid en de veiligheidsfactor van 0,5 is de bodem niet geschikt voor infiltratie van hemelwater. Mogelijk wordt de lage doorlatendheid veroorzaakt door het aanwezige roest in de bodem. Door de hoge grondwaterstanden in dit deel van het plangebied zal de afzetting van roest door fluctuerende grondwaterstanden minder diep plaats vinden. In de bodemlaag bestaande uit matig grof, zwak siltig zand met sporen roest is een k-waarde van
circa 5,5 m/dag vastgesteld. De doorlatendheid van de bodem is als ‘goed doorlatend' te definieren. Op basis deze vastgestelde doorlatendheid en de veiligheidsfactor van 0,5 is de bodem als ‘geschikt voor infiltratie van hemelwater’ te beschouwen.
Op basis van de bodemopbouw
(matig humeus) wordt verwacht de bovengrond niet geschikt
geacht voor een succesvolle infiltratie van hemelwater. De onderliggende bodemlaag van circa 0,5 tot 0,8 m-mv, welke bestaat uit matig grof en zwak siltig en zwak tot matig roesthoudend zand, wordt eveneens niet geschikt geacht voor infiltratie van hemelwater. De onderliggende bodemlaag (matig grof, zwak siltig zand met plaatselijk sporen roest) is geschikt voor infiltratie.
‘Warmelinckweg IJzerlo
23
3855.02
Quickscan water
56
Buro Ontwerp & Omgeving
Resultaten doorlatendheidsmetingen verzadigde zone Tabel 10 geeft een overzicht van de resultaten van het onderzoek naar de doorlatendheid in de verzadigde zone. In bijlage 4 zijn de resultaten en berekeningen van de in-situ k-waardemetingen in de verzadigde zone opgenomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het eerste deel van de metingen niet meegenomen is in verband met lekkage langs de wanden van het boorgat. Verder is de proef niet meer betrouwbaar als er meer water s toegestroomd dan 25% van de maximaal verlaagde waterkolom. Dit is, gezien de snelle toestroming, echter al bij de eerste meting het geval. Er is derhalve uitgegaan van metingen rond het midden van de meetperiode. Tabel10
__
Onderzoeksresultaten doorlatendheid verzadigde zone
Meting
Loaa
Maaiveldhoogte
(mANAP) PB6-1
|
7562
| school aag deel
98221
_ | Westelijk Thijsweg,
P8222
Westelik
basis- | 209
| 226
_
_
Onderzocht
Textuur
traject (m-mv) 15725
30-40
| hoogdeel
Zand, matig grof en
Goed doorlatend
zwak sîtig
Goed doorlatend
Zand, matig grof en
Matig doorlatend
2wak stig
Matig doorlatend
In het westelijk deel (peilbuis 06) is een doorlatendheid van circa 1,8 m/dag voor de verzadigde zone vastgesteld. De doorlatendheid van de verzadigde zone is als ‘goed’ te beoordelen. Op basis van de veiligheidsfactor van 0,5 wordt de (verzadigde) bodem geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater.
In het oostelijk deel is een doorlatendheid van circa 0,5 m/dag vastgesteld (peilbuis 22. De doorlatendheid van de verzadigde zone in dit deel van het plangebied is als ‘matig’ te beoordelen. Op basis van de veiligheidsfactor van 0,5 wordt de (verzadigde) bodem niet geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater.
‘Warmelinckweg IJzerlo
24
3855.02
Quickscan
6
water
Buro Ontwerp & Omgeving
_ WATERHUISHOUDKUNDIGE
6.1
CONSEQUENTIES
EN UITGANGSPUNTEN
Algemeen In dit hoofdstuk worden de conseguenties van de voorgenomen ontwikkeling voor de waterhuishouding
behandeld.
Daarnaast wordt
ingegaan
op de waterhuishoudkundige
uitgangspunten
voor de ontwikkeling. 6.2
Uitgangspunten In onderstaande tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied weergegeven. Tabell1
__
Uitgangspunten
Crea0,15 Crea18 Cre55 Cra05 Circa 20,3 (0,5)*
eenhei mm/dag +NAP m/dag m/dag m/dag m/dag m +NAP (m-mv)
E Onderhavige analyse Onderhavige analyse Doorlatendheidsonderzoek Doorlatendheidsonderzoek Doorlatendheidsonderzoek Doorlatendheidsonderzoek Onderhavige analyse
GHG (oostelijk deel plangebied)
Cirea 20,8 (1,9}°
m +NAP (m-mv)
Onderhavige analyse
Verhard oppervlakte ontwikkeling
4225
m
8007
mmm -mv
Onderhavige analyse
Hoofdwegen
10
m-mv
GRP
Secundaire wegen
07
m -mv
GRP
| 0,5
m-mv
'GRP
Nieuwe bebouwing met kruipruimte
_ | 0,7
m =mv
GRP
Tuinen, openbaar groen, sportvelden
|
05
m -mv
GRP
03
‘m-bodem wadi
Algemeen
Maaiveldhoogte Infitratiecapaciteit humeuze bovengrond Infitratiecapaciteitonv. zone (west age deel] Infitratiecapacieit verz. zone (west; age deel] Infiratiecapaciteit onv. zone (oost; hoge deel} Infitratiecapaciteit verz. zone (oost; hoge deel] GHG (westelijk deel plangebied] Bergingseis
Ontwatering
Bestaand stedelijk gebied, wegen*”
| Nieuwe bebouwing zonder kruipruimte
Bodem wadi *
kgangspunt
‘Waterschap / Gemeente GRP
bepaald op basis van literatuur. Er zijn geen veldmetingen uitgevoerd,
# de gemeente gaat uit van een vloerpei (drempelpeil) van minimaal ,20 m boven as weg. Het toepassen van materialen die uitlogen (daken met een zinken of koperen dakbedekking) is niet toegestaan
63
Weg- en vloerpeilen In het stedelijk gebied is het waterbeheer voor gerichtop het voorkomen van wateroverlast, omdat hoge grondwaterstanden natte kruipruimten en vochtproblemen
in huis kunnen opleveren.
De ontwateringsdiepte is afhankelijk van het type stedelijk gebied. In tabel 12 staan de richtlijnen die gemeente Aalten hanteert voor de ontwateringsdiepte. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente de eis dat het vloerpeil (drempelpeil) minimaal 0,20 m boven de as van de weg wordt aangelegd. Hiermee wordt voorkomen dat water de woning binnenstroomt als er bij heftige buien water-op-straat staat.
‘Warmelinckweg IJzerlo
25
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Uitgaande van een GHG van 20,4 m +NAP in het westelijke deel dient het toekomstige maaiveld ter plaatse van zowel de woningen als de infrastructuur op (minimaal) circa 21,1 m +NAPte liggen. Het huidige maaiveld is hier gemiddeld gelegen op circa 20,8 m +NAP. De ontwatering i ten aanzien van het huidige maaiveldniveau onvoldoende. Om voldoende ontwatering te hebben zal op het westelijk deel van het plangebied ophoging plaats moeten vinden. Bij bouwen zonder kruipruimte kan een geringere ontwateringsdiepte worden aangehouden. Geadviseerd wordt een drempelhoogte van circa 0,2 meter boven het straatpeil aan te houden. Eventuele ondergrondse infrastructuren zoals kelders e.d. dienen waterdicht te worden uitgevoerd. Er moet worden voorkomen dat deze van bovenaf kunnen vollopen. In onderstaande figuur is de verhouding tussen de ontwatering, drooglegging en de benodigde weg- en vloerpeilen schematisch weergegeven.
drooglegging
/\ ornaaringediepn
ì t B watergang = |
atwateringsmiddel
sraotpen
gB
evioerpeil
truipnamte
? crainage = ontwateringsmiddel
opbolling
Afbeelding 12: schematische weergave t.a.v. weg- en vloerpeilen
Drooglegging Nabij het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig waardoor de droogleggingseis niet van toepassing is. 64
Bergingsopgave
Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 4.225 m? verhard oppervlak gerealiseerd worden. Vanuit Waterschap Rijn en IJssel geld een compensatie van 80 mm per m? verhard oppervlak. De gemeente Aalten sluit aan bij deze bergingseis.
Voor het planvoornemen geldt een waterbergingsopgave van minimaal circa 340 m? (4.225 m? x 80 mm) voor de toename van het verhard oppervlak. Hierbij is er onderscheid te maken tussen het verhard oppervlak ter plaatse van
de uitgeefbare gronden en het verhard oppervlak in de
openbare ruimte. In tabel 12 is een globaal overzicht opgenomen van de toename aan
verhar-
dingen met de bijbehorende hoeveelheden te bergen hemelwater. Hiervoor zijn de uitgangspunten uit paragraaf 2.3 gehanteerd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de verschillende woningen uit het programma.
‘Warmelinckweg llzerlo
76
3855.02
Quickscan water
Tabel12
Buro Ontwerp & Omgeving
__ Globaal overzicht verhardingen en te bergen hoeveelheden
Vrijstaandeen tweekapper (3 stuks)
6.5
| Circa 705
80
Circa 56
Rijwoning (5 stuks)
Circa 550
30
Circa 44
Tiny house (4 stuks)
Circa 385
80
Circa32
seniorenwoning (4 stuks)
Circa 380
80
Cirea32
Kavels in eigen beheer(2 stuks)
Circa 900
80
Cirea 72
Openbare ruimte
Cirea 1.305
30
Circa 104
Realisatie berging
Binnen het plangebied dient minimaal circa 340 m? hemelwater geborgen te worden. De benodigde waterberging van 80 mm
op de particuliere percelen zal op deze percelen gerealiseerd
moeten worden door de toekomstige eigenaren. Het surplus aan hemelwater kan middels een noodoverloop op de openbare ruimte geloosd worden, en zal hier verwerkt worden. Opgemerkt word dat er, met name bij de tiny houses en de seniorenwoningen weinig ruimte is om berging te realiseren. Op deze delen van het plangebied is tevens sprake van een hoge GHG, wat een beperking oplevert met betrekking tot de aanlegdiepte van de bergingsvoorzieningen. Voor de realisatie van de berging in de openbare ruimte zullen diverse voorzieningen aangelegd worden.
Wadi
In het westelijk deel van het plangebied, ten noorden van de basisschool, zal een wadi aangelegd
worden. Deze wadi heeft een (statische) bergingscapaciteit van circa 75 m’, uitgaande van een vulling van 30 m.
Bij een vulling tot aan het maaiveld (50 cm) bedraagt de statische berging circa 105 m?. Uitgaande van de gemeten doorlatendheid ter plaatse van de wadi (circa 0,1 m/dag; meetpunt INF-2) zal de dynamische berging gering zijn. Om te voorkomen dat de wadi niet binnen 24 uur leeg zal zijn, wordt aanbevolen om grondverbetering toe te passen of een drain onder de wadibodem aan te brengen. Vanuit de wadi kan water overlopen naar de greppels, en vandaar afstromen richting de watergangen ten westen van het plangebied. Greppels In de huidige situatie zijn er binnen het plangebied enkele greppels aanwezig. Dit betreft de grep-
pel centraal n het plangebied (noordelijk richting de Thijsweg 4) en een greppel ten noorden en westen van de basisschool. Deze bestaande greppels zullen worden verbreed / verdiept om tijdelijk water te bergen en overtollig water af te voeren. Hierbij wordt opgemerkt dat, gezien de hoge GHG in dit deel van het plangebied, de greppels niet veel verdiept kunnen worden.
‘Warmelinckweg IJzerlo
7
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
Naast de bestaande greppels zal er ten noorden en ten westen van de seniorenwoningen (westelijke gelegen van de inrit en parkeerplaatsen) een nieuwe greppel gerealiseerd worden. Ook ten noorden van het oostelijk deel van het plangebied zal een greppel gegraven worden, hiermee kan overtollig hemelwater tijdelijk geborgen worden. Daarnaast kan hemelwater (in extreme situaties) afstromen in westelijke richting. De greppel zal op de grens van het plangebied gegraven worden, bij voorkeur ingepast in de groene zone op deze grens. De uiteindelijke dimensionering van de greppels zal bij de civieltechnische uitwerking bepaald worden.
Waterbergend cunet i.c.m. waterdoorlatende verharding De te realiseren parkeerplaatsen binnen het plangebied zullen voorzien worden van een waterdoorlatende verharding (b.v. grasbeton). Voor het bergen van hemelwater zal een laag van circa 50 cm drainerend zand aangebracht worden. Uitgaande van een waterbergend vermogen van 30 % van het toegepaste zand bedraagt de bergingscapaciteit voor de parkeerplaatsen ten westen
van basisschool circa 95 m?, en voor de centraal gelegen parkeerplaatsen circa 25 m’. 6.6
Vuilwater
In overleg met de gemeente zal bekeken moeten worden of en hoe de te realiseren woningen op het bestaande rioolsysteem onder de Warmelinckweg aangesloten kunnen worden. De toename
van de DWA (droogweerafvoer) wordt bepaald door de piekafvoer en het (gemiddeld) aantal bewoners.
e
Piekafvoer afvalwater: 10 liter per uur en 125 liter per dag per inwoner (alleen overdag wordt berekend);
e
Gemiddelde bezetting per woning (gemiddeld, op basis programma): 2,2 inwoners.
De verwachtte toename in het DWA bij een piekbelasting betreft circa:
Aantal woningen x 2,2 inwoner/woning x 0,012 m3/uur/inw. In de nieuwe situatie zullen binnen het plangebied 15 woningen gerealiseerd worden. De dage-
lijkse hoeveelheid DWA bedraagt naar inschatting circa 4,1 m?. De piekbelasting in DWA bedraagt circa 0,33 m? per uur.
‘Warmelinckweg llzerlo
8
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
7
SAMENVATTING,
71
Samenvatting
CONCLUSIES
EN AANBEVELINGEN
De gemeente Aalten is, in samenwerking met de Vereniging ‘Ons Aller Belang’, voornemens om een terrein ten noorden van de kern van IJzerlo te herontwikkelen. Voor de benodigde wijziging van het bestemmingsplan
is een analyse van de waterhuishouding uitgevoerd. Uit de analyse
blijkt dat: e
De bodemopbouw van het plangebied uit matig grof en zwak tot matig siltig zand bestaat;
e
Binnen het plangebied sprake is van een verschil in maaiveldhoogte, van circa 20,8 m +NAP ten westen van de bassischool tot circa 22,7 m +NAP langs de Thijsweg;
e
De gemiddeld
hoogste grondwaterstand (GHG)
binnen het plangebied
ingeschat wordt op
circa 0,5 m-mv (circa 20,3 m +NAP) ter plaatse van het westelijk deel en circa 1,9 m-mv (circa 20,8 m +NAP) in het oostelijke deel; e
Op basis van vastgestelde doorlatendheid word de infiltratie van hemelwater in de diepere bodemlagen als ‘kansrijk’ bestempeld. In het westelijke deel van het plangebied is deze bodemlaag gelegen in de verzadigde zone;
e
Op basis van het beleid van het Waterschap Rijn en IJssel en de gemeente Aalten circa 340 m? hemelwater geborgen dient te worden waarvan circa 104 m? in de openbare ruimte en 236
m op de uitgeefbare percelen; °
Deze berging zal, ter plaatse van de particuliere percelen, op eigen terrein gerealiseerd worden;
e
In de openbare ruimte zal berging gerealiseerd worden middels het aanleggen van een wadi, diverse greppels en het toepassen van drainerend zand onder de parkeerplaatsen en de inrit;
e
Middels de realisatie van de woningen rekening gehouden dient te worden met een DWA van
circa 4,1 m? per dag, met een piekbelasting van circa 0,33 m? / uur. 7.2
Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van de beperkte ruimte en de relatief hoge GHG binnen een deel van het plangebied, zal het realiseren van voldoende berging op het eigen terrein op bepaalde delen van het plangebied een lastige opgave worden. De uiteindelijke wijze van berging dient afgestemd te worden
met de gemeente Aalten. Bij het
ontwerp dient in eerste instantie uitgegaan te worden van bovengrondse bergingsvoorzieningen.
‘Warmelinckweg llzerlo
3
3855.02
Quickscan water
Buro Ontwerp & Omgeving
In overleg met de gemeente moet tevens bepaald worden hoe en waar het vuilwater geloosd kan worden. Het hemelwatersysteem dient in een |atere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Aanbevolen wordt om de vloerpeilen circa 20 cm hoger te realiseren als het omliggende terrein. Hiermee kan bij extreme neerslag hemelwater geborgen worden op de omliggende bestrating en wordt waterschade
aan het gebouw voorkomen. Bij extreme neerslag kan ‘water-op-straat’ voor-
komen, zoals ook vastgelegd in het gemeentelijk beleid.
‘Warmelinckweg llzerlo
30
3855.02
Q) omgeving buro ontwerp & acviseurs vooleefomgeving
Regionale Ligging
n
Bron: https://www.pdok.nl/viewer/
O Hier bevindt zich het plangebied
Kadastrale
kaart
Uw
12345
Deze kaats nordgericht
Perasuanner
Schaal1: 1000
>
:"“"“'"":'… ij oo aa g
Kadastrale gemeente Secie
e
M
‚Administraieve kadastrale grens
Perceel
kadaster 5
Aalten
885
Bebouwing ‚an di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ortleend.
Voor een eensluidend uitreksel, geleverd op z seplember 2023 De bewaarder van het Kadasteren de openbare regsters
_ De Dienst vor hetkadaster en de openbare regiters behoudt zch de telectuele eigendomsrechten voor, Waaronder het auteursrecht en hetdatabankenrecht.
referentie: 3885.02
Kadastrale
kaart
Uw
©
Kruisdij
9__
Deze kaart s noordgericht
12345 25
Sschaal 1:
2040
_
6080
100m
2000
_ Percechummer Husnummer
Vastgestekde kadastrale grens Voorlopige kadastale grens
‚Administraieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente
Sectie Perceel
_ Aalten
s 1079
Bebouwing ‚an di uitrekselkunnen geen betrouwbare maten worden ortleend.
Voor een eensluidend uitreksel, geleverd op 1 september 2023 De bewaarder van het Kadasteren de openbare regsters
'De Dienst voor het kadaster en de openbareregiters behoudtzch de telectuele eigendomsrechten voor, Waaronder het auteursrecht en hetdatabankenrecht.
referentie: 3885.02
Sömgeving Bijlage 2 Situatietekening infiltratieonderzoek
® buro oní twerp
© omgeving
&
Sömgeving Bijlage 3 Boorprofielen infiltratieonderzoek
Boring:
02
Daam:
16102023
Boring
06 16102023 gas
om
Zand
a
humeus:
961
IEG,
neuraalrsn,
Zand maig 0l 2
dk
nat9
Zand
Ecaranboor
zvak T
a
humeus:
96'
zaak,
neuraalrsn,
nat9
Egeranboor
zeak
humeus: mat roesraudend,icht Cemebnin, Edetranboor
Zand matg 9o!
matig atg,
ostran.
Edemanboor
Zand a
0'
oest
k
nauraarn,
s
Zand matg 901
t
spoen
Edemarboor
mati
g,
E
,
spoen
oostran
Edelmanber
Zand m
9!
k
oeat,
nedrasbrn,
Zand
a
Edsmarbcr
b
15
15
cntrin.
901
a
20
Zugetoor
l
Zand a gof z chtrun zueboor
s
|s
25
25
a0
0
Project: Warmelinckweg IJzerlo Projectnummer:3855.02 ‘elekend volgens
NEN 5105
Boring:
17
O
16102028
o
_ c
Boring:
22
E
16102028
o
om
Zang maig g e
zoak dg,
nedraabre.
a
Zand
Eceranboor
a
humeus:
h
96'
zaak,
neuraalrsn,
nat9
Egeranboor
h
o
o
k k
Zand atg
b
g
malg
roesPoadend,
m
I
g,
k
oo
10 _ Edelmenboor
"
Zane a
g
Toee
om
Ie
zoak g,
Zand maig 0l
n
zvak T
zeak
z
spoen
Eseraneoor
|e
Edlmanboor
b
i
s
Zand mal
901
oo
roosrin.
1e
a
z
een
Zand a
Ederanboor
oost
s
t
s
neursareme,
Ederrareoor
k
Zand m
g0t
k
,
eEen
Edlmarboor |s
s
x
NN Zang maig
.
eenedrn,
zwak S
s
3
TO
Zugenoor
Zand a
g
oostran.
Edetmanboor
zwae SR
T
|e
x
x
p
|e
m
a
Boring:
Inft
Dat o
17402028
a m
Zang
a
e
g
zoak 9.
aa
geeun,
a
Boring:
Inf2
Oat o
17402028
Zand a m “
m
Toesein.
g zvak
a
96'
zaak z.
neuraal
gesbrun,
z
a
r
aa Ie
a
859
E
aa
Zand mata
got
rostouden
…
Eoelmarbeer
matg
Edelmanboor
Edelnanboor
Zand matg 9o
Zand
humeus.
Eaetranboor
raig t
s19.
aig
1oesrn
Edelrarboor
Project: Warmelinckweg IJzerlo Projectnummer:3855.02 ‘elekend volgens
NEN 5105
Boring:
Inf3
Daam:#
17102023
_
o Zand
a
961
dk
Edelmanboor humeus:
neuraat
Zand aa
90
rossPoadend
2
Inf4
Datm:#
17102023
o
natg
Zand
SE
a
96'
zaak z.
neuraat
geetrn,
Edelranboor
geetn,
aEg I
9.
Boring:
humeus.
matg
g
remebrin,
boor
a
2
Zandmalg got ratg s19, aig Toestroudend,
1 \ Edelmanooor
Ie Tosti
Zand a
t
rooat
cremebrin,
Ie
zaak s
sporen
Eceranboor
Project: Warmelinckweg IJzerlo Projectnummer:3855.02 eekndvogens
NENSTOF
Legenda (conform NEN 5104)
grind
geur Grind, sitig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig sitig
Grind, matig zandig
Klel, ster
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst slig
e20
geen
geur
zwakke gour matige geur sterke geur uiterste geur
e
Grind, uterst zandig
Klei, matig zandig
ane
Klei,sterk zandig
z i.d-waarde
Klel, zwak zandig
zand Zand,kletg
Zand, zwak sitig
Zand, matig sitig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk sitig
Leem, sterk zandig
s
geen ole-water reactie zwakke
olie-wat
reactie
‘matige oie-water reactie sterke uiterste
olie-water reactie olie-water
reactie
E ” >10 >100 >1000 >10000
monsters
[ vemsenon overige toevoegingen
i
3
Veen, mineralarm
Veon, zwak klïig
Veen, sterk Klelig
Veen, zwak zandig
Veen, sterk zandig
peilbuis
easing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand atdichting bentonieumikolieukleiatdichting
grind atdichting titer
JU
zwak
humeus
matig humeus
sterk humeus
zwak grindig
4
bijzonder bestanddeel
4
Gemiddeld hoogste grondwaterstand
#
grondwaterstand
#
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
matig grindig water
sterk grindig
Sömgeving Bijlage 4 Rekensheets
infiltratieonderzoek
Aardvark Permeamete
||
\_/\ Location: Site:
IJzerlo
3855
infla
Time interval between readings:
_
I minute Ksat Method:
- Steady Flow
Rate Condition
—
— —
Glover Solution
_1
Steady Flow Rate:
Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than
Temp.
+/- 29 % for 3 consecutive readings
2,867 ml/m
Adj. FR:
2,872 ml/min
Percolation Rate:
27,349 min/em
Ksat:
0,08 Meters / day
Notes:
Site
GPS
Position
Degrees
tongitude:
Latitude; Hole
20°C
Diameter
Water Temperature Hole Depth Water Height in Hole
L Soil Texture-Structure Category:
J
Water Table Depth
Minutes
0 JL G
_ Seconds
CE
Eaxt
North
Water Consumption Rate
Total Water Consumed
Time
Reservoir
Level
Water
_
Elapsed Tim:
Interval
Interval Water
Consumed
Total Water
Water
Consumed
Consumption Rate
09:53:23
9076,4 ml
09:54:23
8415,2 ml
1 minute
661,2 ml
661,2 ml
661,200 ml/min
09:55:23
8356,2 ml
1 minute
59,0 ml
720,2 ml
59,000 ml/min
09:56:22
8332,8 ml
59 seconds
23,4 ml
743,6 ml
23,797 ml/min
09:57:23
8317,6 ml
1 minute
15,2ml
758,8 ml
14,951 ml/min
09:58:23
8309,8 ml
1 minute
7.8 ml
766,6 ml
7,800 ml/min
09:59:23
8306,6 ml
1 minute
3,2 ml
769,8 ml
3,200 ml/min
10:00:23
8302,8 ml
1 minute
3,8 ml
773,6 ml
3,800 ml/min
10:01:23
8300,0 ml
1 minute
2,8 ml
776,4 ml
2,800 ml/min
10:02:23
8298,0 ml
1 minute
2,0 ml
778,4 ml
2,000 ml/min
10:03:23
8296,6 ml
1 minute
14 ml
779,8 ml
1,400 ml/min
10:04:23
8294,8 m
1 minute
18 ml
781,6 ml
1,800 ml/min
10:05:23
8293,0 ml
1 minute
1,8 ml
783,4 ml
1,800 ml/min
10:06:23
8292,2 ml
1 minute
‚8ml
784,2 ml
,800 ml/min
10:07:23
8290,8 ml
1 minute
14 ml
785,6 ml
1,400 ml/min
10:08:23
8289,6 ml
1 minute
12 ml
786,8 ml
1,200 ml/min
10:09:23
8288,4 ml
1 minute
12 ml
788,0 ml
1,200 ml/min
10:10:23
8286,6 m
1 minute
18 ml
789,8 ml
1,800 ml/min
10:11:24
8286,0 ml
1 minute
‚6 ml
790,4 ml
590 ml/n
10:12:24
8285,0 ml
1 minute
10 ml
791,4 m
1,000 ml/min
10:13:24
8284,0 ml
1 minute
10 ml
792,4 ml
1,000 ml/min
10:14:24
8283,0 ml
1 minute
10 ml
793,4 ml
1,000 ml/min
10:15:24
8282,4 ml
1 minute
‚6ml
794,0 ml
600 ml/min
10:16:24
8281,2 ml
1 minute
12 ml
795,2 ml
1,200 ml/min
10:17:24
8280,0 ml
1 minute
12 ml
796,4 ml
1,200 ml/min
10:18:24
8278,8 m
1 minute
12 ml
797,6 ml
1,200 ml/min
10:19:24
8278,0 ml
1 minute
‚8ml
798,4 ml
,800 ml/min
10:20:24
8277.6 ml
1 minute
„4ml
798,8 ml
400 ml/min
10:21:24
8276,4 ml
1 minute
12 ml
800,0 ml
1,200 ml/min
Ignore Reading
Aardvark Permeamete
||
\_/\ Location: Site:
IJzerlo
3855
inf2a
Time interval between readings:
_
I minute Ksat Method:
- Steady Flow
Rate Condition
—
— —
Glover Solution
_1
Steady Flow Rate:
Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than
Temp.
+/- 17 % for 3 consecutive readings
5,304 ml/mi
Adj. FR:
5,313 ml/min
Percolation Rate:
14,782 min/em
Ksat:
0,15 Meters / day
Notes:
Site
GPS
Position
Degrees
tongitude:
Latitude; Hole
20°C
Diameter
Water Temperature Hole Depth Water Height in Hole
L Soil Texture-Structure Category:
J
Water Table Depth
Minutes
0 JL G
_ Seconds
CE
Eaxt
North
Water Consumption Rate
emliputer 100:
0
1040
1045
1050
Total Water Consumed
10:3%
1040
1045
10:50
Time
Reservoir
Level
Water
_
Elapsed Tim:
Interval
Interval Water
Consumed
Total Water
Water
Consumed
Consumption Rate
10:31:27
7751,8 ml
10:32:27
7313,2ml
1 minute
438,6 ml
438,6 ml
438,600 ml/min
10:33:27
7267,2 ml
1 minute
46,0 ml
484,6 ml
46,000 ml/min
10:34:27
7239,8 ml
1 minute
274 ml
512,0 ml
27,400 ml/min
10:35:27
7224,2 ml
1 minute
15,6 ml
527,6 ml
15,600 ml/min
10:36:27
7214,8 ml
1 minute
9,4 ml
537,0 ml
9,400 ml/min
10:37:27
7201,8 ml
1 minute
130 ml
550,0 ml
13,000 ml/min
10:38:27
7195,4 ml
1 minute
64 ml
556,4 ml
6,400 ml/min
10:39:27
7189,6 ml
1 minute
5,8 ml
562,2 ml
5,800 ml/min
10:40:27
7183,0 ml
1 minute
6,6 ml
568,8 ml
6,600 ml/min
10:41:27
7175,2 ml
1 minute
7.8 ml
576,6 ml
7,800 ml/min
10:42:27
71702 ml
1 minute
5,0 ml
581,6 ml
5,000 ml/min
10:43:28
7164,6 ml
1 minute
5,6 ml
587,2 ml
5,508 ml/min
10:44:28
7159,8 ml
1 minute
48 ml
592,0 ml
4,800 ml/min
10:45:28
7154,2 ml
1 minute
5,6 ml
597,6 ml
5,600 ml/min
10:46:28
7145,2 ml
1 minute
9,0 ml
606,6 ml
9,000 ml/min
10:47:28
7140,4 ml
1 minute
4,8 ml
6114 ml
4,800 ml/min
10:48:28
7136,0 ml
1 minute
44 ml
615,8 ml
4,400 ml/min
10:49:28
7130,8 ml
1 minute
5,2 ml
621,0 ml
5,200 ml/min
10:50:29
7124,8 ml
1 minute
6,0 ml
627,0 ml
5,902 ml/min
10:51:29
7119,4 ml
1 minute
5,4 ml
632,4 ml
5,400 ml/min
10:52:29
7113,0ml
1 minute
64 ml
638,8 ml
6,400 ml/min
Ignore Reading
Aardvark Permeamete
||
\_/\ Location: Site:
IJzerlo
3855
inf3a
Time interval between readings:
_
I minute Ksat Method:
- Steady Flow
Rate Condition
—
— —
Glover Solution
_1
Steady Flow Rate:
Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than
Temp.
+/- 12 % for 4 consecutive readings
7,469 ml/m
Adj. FR:
7482 ml/min
Percolation Rate:
10,497 min/em
Ksat:
0,22 Meters / day
Notes:
Site
GPS
Position
Degrees
tongitude:
Latitude; Hole
20°C
Diameter
Water Temperature Hole Depth Water Height in Hole
L Soil Texture-Structure Category:
J
Water Table Depth
Minutes
0 JL G
_ Seconds
CE
Eaxt
North
Water Consumption Rate 200
101
H ì
100
3
50
o
e 146
148
e TSD
e SZ
S E IS
TS
E ISB
1200
1202
Total Water Consumed 250
20 250 z z
5
3 1501
/'/F
|a 1
L \ /
//
a
*1
t
100-
50
° 1146
1148
ISD
TS2
S
TS
SE
1200
1202
Reservoir
Level
Water
_
Elapsed Tim:
Interval
Interval Water
Consumed
Total Water
Water
Consumed
Consumption Rate
6209,8 m 11:45:32
6055,0 ml
1 minute
154,8 ml
154,8 ml
154,800 ml/min
11:46:32
60320 ml
1 minute
23,0 ml
177.8 ml
23,000 ml/min
11:47:32
6014,8 m
1 minute
17.2 ml
195,0 ml
17,200 ml/min
11:48:32
6005,2 ml
1 minute
9,6 ml
204,6 ml
9,600 ml/min
11:49:32
5998,8 ml
1 minute
64 ml
211,0 ml
6,400 ml/min
11:50:32
5992,8 ml
1 minute
6,0 ml
217,0 m
6,000 ml/min
11:51:32
5987,8 ml
1 minute
5,0 ml
222,0 ml
5,000 ml/min
5982,6 ml
1 minute
5,2 ml
227,2 ml
5,200 ml/min
11:53:32
5974,8 ml
1 minute
7.8 ml
235,0 ml
7,800 ml/min
11:54:32
5965,8 m
1 minute
9,0 ml
244,0 ml
9,000 ml/min
11:55:33
59570 ml
1 minute
8,8 ml
252,8 ml
8,656 ml/min
11:56:32
5950,0 ml
59 seconds
7.0 ml
259,8 ml
7,119 ml/min
11:57:33
$942,6 ml
1 minute
7.4 ml
267,2 ml
7,279 ml/min
11:58:33
5935,2 ml
1 minute
7.4 ml
274,6 ml
7,400 ml/min
7.2 ml
281,8 ml
7,200 ml/min
5928,0 ml
1 minute
12:00:33
5920,0 ml
1 minute
8,0 ml
289,8 ml
8,000 ml/min
12:01:33
5908,6 ml
1 minute
114 ml
301,2 ml
11,400 ml/min
Ignore Reading
Aardvark Permeamete
||
\_/\ Location: Site:
IJzerlo
3855
infa
Time interval between readings:
_
I minute Ksat Method:
- Steady Flow
Rate Condition
—
— —
Glover Solution
_1
Steady Flow Rate:
Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than
Temp.
+/- 13 % for 5 consecutive readings
206,480 ml/min
Adj. FR:
206,845 ml/min
Percolation Rate:
0,380 min/em
Ksat:
Notes:
Site
GPS
6,03 Meters / day
Position
Degrees
tongitude:
Latitude; Hole
20°C
Diameter
Water Temperature Hole Depth Water Height in Hole
L Soil Texture-Structure Category:
J
Water Table Depth
Minutes
0 JL G
_ Seconds
CE
Eaxt
North
Water Consumption Rate 1000
perrminute 20
\./“_‚&. 0
1214
1216
1218
1220
122
1224
1226
1228
1226
1228
Total Water Consumed
|1
wadtoer 1000 0:
/ 1214
| 1216
1218
1220
1222
1224
Time
m
Reservoir Water _ Elapsed Tim:
Level
Interval
Interval Water
Consumed
Water
Total Water
Coion
Consumed
—LRÄ
12:13:45
$719,0 ml
12:14:45
4910,0 ml
1 minute
809,0 ml
809,0 ml
809,000 ml/min
12:15:45
4648,0 ml
1 minute
262,0 ml
1071,0 ml
262,000 ml/min
12:16:45
44114 ml
1 minute
236,6 ml
1307.6 ml
236,600 ml/min
12:17:45
4198,6 ml
1 minute
212,8 ml
1520,4 ml
212,800 ml/min
12:18:45
3997,4 ml
1 minute
201,2 ml
1721,6 ml
201,200 ml/min
12:19:45
3764,2 ml
1 minute
233,2 ml
1954,8 ml
233,200 ml/min
12:20:44
3588,6 m
59 seconds
1756 ml
2130,4 ml
178,576 ml/min
12:21:45
3374,6 ml
1 minute
214,0 ml
2344,4 ml
210,492 ml/min
12:22:45
3166,8 m
1 minute
207,8 ml
2552,2 ml
207,800 ml/min
12:23:45
2963,0 m
1 minute
203,8 ml
27560 ml
203,800 ml/min
12:24:45
2762,8 m
1 minute
200,2 ml
2956,2 ml
200,200 ml/min
12:25:45
2565,2 ml
1 minute
197.6 ml
3153,8 ml
197,600 ml/min
12:26:45
2342,2 ml
1 minute
223,0 ml
3376,8 ml
223,000 ml/min
12:27:45
2145,6 ml
1 minute
196,6 ml
3573,4 ml
196,600 mI/min
EI
Reading
Aardvark Permeamete
||
\_/\ Location: Site:
IJzerlo
3855
inf4b
Time interval between readings:
_
I minute Ksat Method:
- Steady Flow
Rate Condition
—
— —
Glover Solution
_1
Steady Flow Rate:
Steady Flow Rate achieved when Water Consumption Rate changes less than
Temp.
+/- T % for 5 consecutive readings
181.600 ml/min
Adj. FR:
181921 ml/min
Percolation Rate:
0,432 min/em
Ksat:
5,3 Meters / day
Notes:
Site
GPS
Position
Degrees
tongitude:
Latitude; Hole
20°C
Diameter
Water Temperature Hole Depth Water Height in Hole
L Soil Texture-Structure Category:
J
Water Table Depth
Minutes
0 JL G
_ Seconds
CE
Eaxt
North
Water Consumption Rate
Total Water Consumed
2000.
/
A
ime
m
Reservoir Water _ Elapsed Tim:
Level
Interval
Water
Interval Water
Total Water
Coion
Consumed
Consumed
—LRÄ
12:30:48
6852,8 m
12:31:48
6225,2 ml
1 minute
627,6 ml
627,6 ml
627,600 ml/min
12:32:48
60552 ml
1 minute
170,0 ml
797,6 ml
170,000 ml/min
12:33:48
5853,8 ml
1 minute
201,4 ml
999,0 ml
201,400 ml/min
12:34:48
5694,0 ml
1 minute
159,8 m
1158,8 ml
159,800 ml/min
12:35:49
55114 ml
1 minute
182,6 ml
1341,4ml
179,607 ml/min
12:36:49
53240 ml
1 minute
1874 ml
1528,8 m
187400 ml/min
12:37:49
5$147,6 ml
1 minute
176,4 ml
1705,2 ml
176,400 ml/min
12:38:49
4964,4 ml
1 minute
1832 ml
1888,4 ml
183,200 ml/min
12:39:49
47778 ml
1 minute
186,6 m
2075,0 ml
186600 ml/min
12:40:49
4603,4 ml
1 minute
174,4 ml
2249,4 ml
174,400 ml/min
12:41:50
4426,2 ml
1 minute
177,2 ml
2426,6 ml
174,295 ml/min
EI
Reading
Rlsingheadtest
Forenantper t orrg o} ronewaeransvoorwetng Sreitooen a e doogsd (} aa ongetan oo e ondootatende g S}
enmaree eem E en ees
ndooratendelagasnwere
t
Dm am
n
c SE
n
e
K ET
om e om eortt
AZ
aa
e
_ I
am
1
e
Z
n
m
e
e
e
g
v
dw
o
S
n
de
oo
n
b
a
r
o
a n
e oo W oo o r
de h
h
e t
e gm
n
de w
g
e
a E
p
e
odrotede
g
e
opede
t
v
m
6 o
I
29007
1asen
e
D =
SS 3
e aam
e n
2 =
= 28
1
T TR
sm SA
s 2
d r
e 15
:
e
Bm
I
al
n ii
e
n
Verloop siging waterkolom (m} n de t}
e
n
De-j
t
g w