CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 wnb vergunning 10 maart 2014 veehouderij en co-vergisting

Oordeelvorming raad in zaal Bredevoort 24 juni 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel VVGB agrarisch bedrijf Hoeninkdijk en Kloosterdijk4.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESLUIT NATUURBESCHERMINGSWET 1998 VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND Artikel 19d en 19e

Datum besluit Onderwerp Activiteit Verlenen/weigeren

: 10 maart 2014 : Natuurbeschermingswet 1998 - 2013-007408 - gemeente Aalten : het wijzigen van een veehouderij aan Hoeninkdijk 8 en Kloosterdijk 13, 7121 LN Aalten : verlenen vergunning

Aanvrager Zaaknummer

: H.J. Meerdink & Zonen B.V. : 2013-007408

Voor intern gebruik: Documentnummer(s). inzagestukken: 01628943, 01629033, 01654925, 01678194, 01752381, 0098596, 00986004, 00986006, 01072109, 00719804 en 01824949

Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van H.J. Meerdink & Zonen B.V., Hoeninkdijk 8 te Aalten, hierna te noemen aanvrager, van 24 april 2013 om een vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998, hierna de Nbw 1998, voor een veehouderij aan Hoeninkdijk 8 en Kloosterdijk 13 te Aalten. Aanvraag en procesverloop De aanvraag voorziet onder andere in het houden van melk- en kalfkoeien, vrouwelijk jongvee < 2 jaar, paarden vanaf 3 jaar, pauwen, damherten en vleesvarkens. De inrichting is gelegen op ongeveer 2.360 meter van het Natura 2000-gebied Korenburgerveen, op ongeveer 4.900 meter van het Natura 2000-gebied Bekendelle, op ongeveer 9.500 meter van het Natura 2000-gebied Wooldse Veen en op ongeveer 10.400 meter van het Natura 2000-gebied Willinks Weust. Voor de beoordeling van de aanvraag zijn de volgende stukken gebruikt: Aanvraagformulier Nbw 1998 agrarische bedrijven van 25 april 2013. Plattegrondtekening van de aangevraagde situatie met tekeningnummer 01-A, van 30 september 2010, laatst gewijzigd op 5 januari 2011. Plattegrondtekening van de aangevraagde situatie met tekeningnummer 01-B, van 30 september 2010. Dwarsdoorsnedentekening van de aangevraagde situatie met tekeningnummer 08-A, van 30 september 2010. AAgro-Stacksberekening voor de vergunde situatie. Vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 10 augustus 2005.

Vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 15 juli 2011, inclusief bijbehorende plattegrondtekeningen. Aanvullende gegevens van 14 juni 2013 zijnde: Plattegrondtekening van de aangevraagde situatie stallen F1 en P met tekeningnummer 01/01 van 14 juni 2013. Aanvullende gegevens van 17 juli 2013 zijnde: Bijlagen 7 en 8 van het MER ‘Milieueffectrapportage Veehouderij Meerdink van 26 augustus 2004’. Bijlagen 3 en 4 van de aanvraag om vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 15 juli 2011. Aanvullende gegevens van 11 november 2013 zijnde: Nadere gegevens van de aangevraagde activiteiten ‘Aanvulling 3a aanvraag Nbw Hoeninkdijk 8’. Toelichting op het gebruik van de vergistingsinstallatie. AAgro-Stacksberekening voor de aangevraagde situatie met vee. KEMA STACKSberekening voor de aangevraagde situatie met WKK en stoomketel. Op deze vergunningaanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard. De ontwerpvergunning heeft in de periode van 17 januari tot 28 februari 2014 ter visie gelegen. In die periode is op 20 februari 2014 een zienswijze ontvangen van Stichting Natuur en Milieu Aalten. Besluit Gedeputeerde Staten van Gelderland; Gelet op de artikelen 16, 19d, 19e en 43 van de Nbw 1998;

2

HEBBEN BESLOTEN H.J. Meerdink & Zonen B.V. een vergunning conform de beschrijving in de aanvraag te verlenen onder de volgende voorschriften: 1 Deze vergunning dient op het bedrijf aanwezig te zijn. 2 Indien de inrichting binnen 3 jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden niet volledig is voltooid en in werking gebracht conform de aanvraag, vervalt de vergunning voor die onderdelen welke binnen die termijn niet zijn benut. Beoordeling van de aanvraag Algemeen De aanvraag betreft een rundvee- en varkenshouderij voor het houden van 500 melk- en kalfkoeien, 135 stuks vrouwelijk jongvee < 2 jaar, 1 paard vanaf 3 jaar, 15 pauwen, 10 damherten en 14.212 vleesvarkens, met mestvergisting en het gebruik van een warmtekrachtkoppeling en stoomketel. Ten opzichte van de vergunde situatie heeft de aanvraag betrekking op: Het uitbreiden van het aantal melk- kalfkoeien met 4 stuks. Het uitbreiden van het aantal vrouwelijk jongvee met 14 stuks. Het wijzigen van het stalsysteem voor melk- en kalfkoeien. De mogelijk schadelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen worden uitsluitend veroorzaakt door stikstofdepositie. Voor dit bedrijf is niet eerder een vergunning danwel een verklaring van geen bedenkingen (hierna vvgb) op grond van de Nbw 1998 verleend. Mogelijke effecten kunnen optreden op de Natura 2000-gebieden Korenburgerveen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust.

De instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000gebieden zijn vermeld in bijlage 1. Toetsing Depositie Binnen de Natura 2000-gebieden zijn verschillende habitattypen aanwezig. Deze hebben een kritische depositiewaarde. Als de ammoniakdepositie boven deze waarde uitkomt, kunnen er soorten verdwijnen die kenmerkend zijn voor deze habitattypen. Nu sprake is van een wijziging van de bestaande activiteit kan, ondanks de te treffen maatregelen, een depositietoename op de stikstofgevoelige habitattypen per saldo niet op voorhand worden uitgesloten. De uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 november 2013 (uitspraak 201211640/1/R2) heeft er toe geleid dat bestaande rechten als volgt worden vastgelegd: Wanneer voor een veehouderij na de referentiedatum (7 december 2004 voor Habitatrichtlijngebieden, 24 maart 2000 voor Vogelrichtlijngebieden) een situatie is vergund of gemeld waarin de ammoniakemissie lager is dan in de situatie op de referentiedatum, wordt uitgegaan van de situatie met de laagste ammoniakemissie. In alle andere gevallen wordt uitgegaan van de laatst vergunde of gemelde situatie op de referentiedatum. Aanvrager is in het bezit van een vergunning op grond van de Wet milieubeheer van 30 mei 1995 voor het houden van melk- en kalfkoeien, vrouwelijk jongvee < 2 jaar, paarden vanaf 3 jaar,

3

pauwen, damherten en vleesvarkens aan de Hoeninkdijk 8 en Kloosterdijk 13 te Aalten. Deze vergunning is door vergunningen en meldingen op grond van de Wet milieubeheer van 1 juli 1998, 18 mei 1999, 15 juni 1999, 25 februari 2000 en 10 december 2003 gewijzigd, zonder voor de ammoniakemisie relevante veranderingen met betrekking tot het houden van dieren. Op grond hiervan stellen wij vast dat ten tijde van de plaatsing van Korenburgerveen, Bekendelle, Wooldse Veen en Willinks Weust als Habitatrichtlijngebieden op de lijst van communautair belang (7 december 2004), nationale toestemming was verleend. Vervolgens is de vergunde situatie op 10 augustus 2005 en 15 juli 2011 gewijzigd door vergunningen op grond van de Wet milieubeheer. De vergunning van 2005 is afgegeven voor onder andere het houden van vee en het gebruik van een stoomketel. De vergunning van 2011 is afgegeven voor onder andere het houden van vee en het gebruik van een mestvergistingsintallatie, warmtekrachtkoppeling en stoomketel. De ammoniakdepositie die op grond van de vergunning van 15 juli 2011 is toegestaan, is geringer dan die op grond van de overige vergunningen mag worden veroorzaakt. Daarom is voor toetsing aan de referentiedata, toetsing aan de vergunning van 15 juli 2011 van toepassing. In tabel 1 is de vergunde veebezetting op 7 december 2004 en de aangevraagde veebezetting weergegeven.

In tabel 2 is de depositie van de vergunde situatie op 7 december 2004 en de aangevraagde situatie weergegeven. Voor de berekening van de depositie wordt opgemerkt dat voor pauwen en damherten geen emissiefactoren zijn vastgesteld. Voor pauwen is uitgegaan van de emissiefactor voor ouderdieren van vleeseenden op een overig stalsysteem en voor damherten is uitgegaan van de factor voor geiten vanaf 1 jaar. Tabel 1 veebezetting

Vergunde veebezetting op 7 december 2004 Diersoort Rav-code / BWL Melk- en kalfkoeien A1.100.1 Vrouwelijk jongvee < 2 jaar A3 Paarden vanaf 3 jaar K1 Pauwen n.v.t. Damherten n.v.t. Vleesvarkens D3.2.14.2 / 2008.08V1 Vleesvarkens D3.2.14.2 / 2007.05V2 Vleesvarkens D3.2.15.2 + D3.2.7.2.2 / 2010.02V1 + 010.10V1

Aantal 496 121 1 15 10 328 6.748 7.136

Aangevraagde veebezetting Diersoort Melk- en kalfkoeien Melk- en kalfkoeien Vrouwelijk jongvee < 2 jaar Paarden vanaf 3 jaar Pauwen Damherten Vleesvarkens Vleesvarkens Vleesvarkens

Aantal 219 281 135 1 15 10 328 6.748 7.136

Rav-code /BWL A1.100.2 A1.15.2 / 2010.36V2 A3 K1 n.v.t. n.v.t. D3.2.14.2 / 2008.08V1 D3.2.14.2 / 2007.05.V2 D3.2.15.2 + D3.2.7.2.2 / 2010.02V1 + 010.10V1

4

Tabel 2 NH3-depositie van het bedrijf in mol/ha/jr

Habitattype

Depositie* Vergund op 7 december 2004

Aangevraagd

Verschil

Korenburgerveen H91E0C Vochtige alluviale bossen H91D0 Hoogveenbossen H7120 Herstellende hoogvenen H7210 Galigaanmoerassen H6410 Blauwgraslanden H4010A Vochtige heiden

14,8 14,9 14,1 13,9 7,9 8,3

14,8 14,9 14,1 13,9 7,9 8,3

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

Bekendelle** Rand

2,7

2,7

0,0

Wooldse Veen** Rand

1,0

1,0

0,0

Willinks Weust** Rand

1,3

1,3

0,0

Zwilbrocker Venn ** Rand

1,7

1,7

0,0

Burlo Vardingholter ** Rand

1,0

1,0

0,0

* Betreft de gezamenlijke depositie ten gevolge van de voor de depositie relevante activiteiten (houden van vee en gebruik van een warmtekrachtkoppeling en stoomketel). ** Vanwege de grote afstand tussen de veehouderij en het Natura 2000-gebied is alleen getoetst op de meest nabij de veehouderij gelegen rand van het gebied (‘worst case’-situatie).

Uit tabel 2 blijkt dat in de aangevraagde situatie ten opzichte van de vergunde situatie op 7 december 2004 sprake is van een gelijkblijvende stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen. Nu de aangevraagde depositie in vergelijking tot de vergunde depositie ten tijde van de plaatsing van het Natura 2000-gebieden niet toeneemt, achten wij significant negatieve effecten uitgesloten. Aangezien voor dit bedrijf niet eerder een vergunning of een vvgb op grond van de Nbw 1998 is verleend, is verlening van de vergunning mogelijk voor zover vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede regionale en lokale belangen zich hier niet tegen verzetten. Niet is gebleken dat deze belangen vergunningverlening in de weg staan. Zienswijzen De Stichting Natuur en Milieu Aalten stelt in hun zienswijze het volgende: Zienswijze 1, 2, 5, 10 en 11 De onderstaande zienswijzen 1, 2, 5, 10 en 11 hebben betrekking op de Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland. Zienswijze 1 De collectieve Passende Beoordeling gemaakt door Alterra (verder te noemen Beoordeling) in de periode van 24 maart 2000 tot 1 februari 2009 is gemaakt zonder de uitbreiding en

5

emissietoename van bedrijven aan Duitse zijde van de grens hier in mee te nemen. Dit is in strijd met Europese wet- en regelgeving aangaande de Vogel- en Habitatrichtlijn. Ook zijn de emissies door beweiding en het uitreiden van mest niet meegenomen in de beoordeling. Ook hierdoor is de Beoordeling onvolledig en onjuist (Uitspraak 201305072/1/R2). Zienswijze 2 Er worden door de Provincie Gelderland drempelwaarden voor de toename van de Kritische Depositiewaarden in acht genomen - de ad hoc 0,5% en 1 % norm - met geen of onvoldoende onderbouwing (Uitspraak 2013-07089/2/R2). Meerdere rapporten van Alterra hebben aangetoond dat er tot 15 km van de stikstofbron door stikstof depositie wel degelijk sprake kan zijn van significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Zienswijze 5 Er is sinds 2010 in Nederland sprake van een toename van de stikstof emissie en depositie ( Compendium voor de leefomgeving: “Ammoniak in de lucht 1993-2011”). Dit geldt met name ook voor de Achterhoek. Een geringe afname van de depositie kan negatieve effecten op Natura2000 gebieden, met name op veengebieden, niet helpen oplossen. Het toestaan van een extra depositie tot 0,5% van de Kritische Depositie Waarde zoals in de “Beleidsregel Stikstof en Natura 2000 Gelderland (verder te noemen Beleidsregel) staat, draagt niet bij aan de instandhoudingsdoelstellingen.

Bovendien kan het college uit de toepassing van de Beleidsregel nog niet afleiden dat de totale noodzakelijke reductie wordt bereikt. De Beleidsregel heeft immers geen betrekking op het behalen van het overige deel van de noodzakelijke reductie (Uitspraak: 201107526/1/T1/A4). Zienswijze 10 Het cumulatief effect van de afzonderlijke Nb-wetvergunningen op de depositie op de N2000gebieden wordt niet of onvoldoende meegenomen. Er worden namelijk vele vergunningen afgegeven door de provincie Gelderland met elk een mogelijke toename van de ammoniakdepositie van 0,5 tot 1 % van de Kritische Depositie. Bij de vergunningverlening aan individuele bedrijven wordt echter geen rekening gehouden met het cumulatief effect hiervan met betrekking op de depositie op (delen van) Natura-2000 gebieden. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen kunnen hierdoor bepaald niet worden uitgesloten en zijn zelfs waarschijnlijk. Zienswijze 11 Uitspraken van de RvS over de depositiebank en de saldi zijn niet meegenomen bij de vergunning. Het gaat om de Uitspraken 201303243/1/R2, 201303324/1/R2, 201303514/1/R2 en 201303816/1/R2 Reactie In de onderhavige procedure is vergunning aangevraagd en verleend op basis van vergunde rechten waarbij geen toename in depositie is. Er is geen sprake van vergunningverlening op basis van de Verordening Stikstof en Natura 2000 Gelderland.

Zienswijze 3 De Crisis- en Herstelwet staat geen toename van de stikstofemissie/-depositie toe. Na de referentiedatum 7 december 2004 mag er geen toename meer zijn op de Natura 2000 gebieden (Artikel 19kd van de Natuurbeschermingswet). Reactie In de onderhavige procedure is vergunning aangevraagd en verleend op basis van vergunde rechten waarbij geen toename in depositie is.

6

Zienswijze 4 Het college heeft geen rekening gehouden met de ammoniakemissie en –depositie als gevolg van het uitrijden van mest (Uitspraak 2013-05072/1/R1). Reactie Er vergunning aangevraagd voor een project, zijnde het houden van dieren op onder andere een ander staltype. Het uitrijden van mest maakt geen onderdeel uit van het aangevraagde project. In de Natura 2000 beheerplannenproject wordt hier wel aandacht aan besteed. Zienswijze 6 De kans dat de stikstofemissies en -deposities zullen afnemen is met het huidige beleid niet te verwachten. Bovendien is de verwachting dat de veestapel in Nederland met 20 tot 40% kan toenemen als het huidig voorgestelde beleid van afschaffen van dierrechten en melkquota doorgang vindt (Arcadis rapport van 30 september 2013; “Onderzoek uitbreidingsruimte veehouderij”). Verder is in de ontwerp-Omgevingsvisie van de provincie Gelderland zelfs aanmerkelijk meer ruimte voor uitbreiding van de veehouderij opgenomen. Zowel de genoemde onderzoeken als de Omgevingsvisie maken dus duidelijk dat de instandhoudingdoelstellingen ernstig in gevaar komen. Reactie De prognoses van het ministerie van Economische Zaken geven wel degelijk afnames in depositie aan. Hierbij verwijzen wij naar de onderbouwing van de PAS. Zienswijze 7 Er is geen rekening gehouden met de 70% afwijkingsmarge van de uitkomsten van het AAgroStacksmodel.

Reactie Op dit moment is het AAgro-Stacksmodel het best beschikbare model om mee te rekenen. Zodra er in de toekomst een beter model beschikbaar is dan zullen wij daar gebruik van maken. Zienswijze 8 Voor de emissie van dit project dienen de depositieberkeningen te worden uitgevoerd voor alle gevoelige Natura 2000-gebieden in het beïnvloedingsgebied van het bedrijf met ammoniakemissie, zowel in Duitsland als in Nederland. Volgens Alterra kunnen er immers significante effecten zijn tot op zeker 15 km afstand. Reactie Wij hebben nieuwe AAgro-Stacksberekeningen gemaakt waarin Duitse gebieden zijn meegenomen. Hieruit blijkt dat ook op de Duitse gebieden sprake is van een afname in depositie is. Ons besluit is hierop aangepast. Zienswijze 9 Een eventuele instemming van de Duitse autoriteit is gebaseerd op beleid en regelgeving die nog in ontwikkeling is en dus niet op vigerend beleid en regelgeving. Het vigerend Duits beleid geeft nog meer ruimte voor ammoniakdepositie en is niet conform de Europese regelgeving. Ook houdt dit Duitse beleid geen rekening met cumulatieve effecten. Daarom is het Duitse beleid niet rechtsgelding en in strijd met de Europese Habitatrichtlijn, zodat rechtstreeks getoetst moet worden aan deze Europese richtlijn. De conclusie kan dus niet zijn dat de norm niet wordt overschreden en ook niet dat negatieve effecten voor de Duitse gebieden zijn uitgesloten.

Reactie Er is geen jurisprudentie bekend waaruit blijkt dat het Duitse beleid in strijd is met de Europese habitatrichtlijn. De bevoegdheid voor het Duitse beleid ligt geheel in Duitsland.

7

Conclusie Uit de bij de aanvraag behorende stukken blijkt dat dit bedrijf vóór de plaatsing van de Natura 2000-gebieden als Habitatrichtlijngebied op de lijst van communautair belang dan wel de aanwijzing in het kader van de Vogelrichtlijn beschikte over een nationale toestemming. De aangevraagde depositie overschrijdt de depositie van deze nationale toestemming niet. Gelet hierop is voor de aangevraagde activiteit geen passende beoordeling vereist. Nu tevens de belangen zoals vermeld in artikel 19e, sub c van de Nbw 1998 niet aan de orde zijn, kan de vergunning worden verleend. Hoogachtend, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,

mr. H. Boerdam teammanager Vergunningverlening Beroep Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen. Voor het behandelen van het beroepschrift en voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de Raad van State, telefoonnummer (070) 426 44 26. De periode van terinzagelegging staat vermeld op de kennisgeving welke wordt toegezonden met dit besluit en is in te zien via internet: www.gelderland.nl>actueel>bekendmakingen.

Bijlagen: Bijlage 1: Instandhoudingsdoelstellingen Bijlage 2: Berekening vergunde situatie 7 december 2004 Bijlage 3: Berekening aangevraagde situatie

8

BIJLAGE 1:

Instandhoudingsdoelstellingen van de voor deze aanvraag relevante Natura 2000-gebieden

Bekendelle (Habitatrichtlijn) Aanwijzing en aanmelding Het gebied Bekendelle is op 20 mei 2003 aangemeld als speciale beschermingszone krachtens de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Op 7 december 2004 heeft de Europese Commissie de communautaire lijst vastgesteld op basis waarvan Nederland het gebied moet aanwijzen. Het gebied is op 7 mei 2013 aangewezen. In onderstaande tabel staan de voor NH3 gevoelige instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Bekendelle. Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (bron: aanwijzingsbesluit Bekendelle) (= behouddoelstelling; > ontwikkeldoelstelling)

Habitattypen H9120 Beuken-eikenbossen met hulst H9160 Eiken-haagbeukenbos H91E0C Beekbegeleidende alluviale 1 bossen 1 Prioritair habitattype

Doelstelling oppervlakte = > =

Doelstelling kwaliteit > > >

Korenburgerveen (Habitatrichtlijn) Aanwijzing en aanmelding: Het gebied Korenburgerveen is op 20 mei 2003 aangemeld als speciale beschermingszone krachtens de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Op 7 december 2004 heeft de Europese Commissie de communautaire lijst vastgesteld op basis waarvan Nederland het gebied moet aanwijzen. Het gebied is op 7 mei 2013 aangewezen. In onderstaande tabel staan de voor NH3 gevoelige instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Korenburgerveen. Tabel 1 Instandhoudingsdoelen (bron: aanwijzingsbesluit Korenburgerveen) (=behouddoelstelling; > ontwikkeldoelstelling; =(<) behouddoelstelling maar achteruitgang toegestaan ten gunste van specifieke ontwikkeldoelstelling)

Doelstelling oppervlakte = > =(<) = = =

Habitattypen H4010A Vochtige heiden op zandgronden H6410 Blauwgraslanden H7120 Herstellende hoogvenen 1 H7210 Galigaanmoerassen 1 H 91D0 Hoogveenbossen 1 H91E0C Beekbegeleidende alluviale bossen 1 Prioritair habitattype

9

Doelstelling kwaliteit = > > = > >

Willinks Weust (Habitatrichtlijn) Aanwijzing en aanmelding Op 20 mei 2003 is het gebied in zijn geheel aangemeld als speciale beschermingszone krachtens de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Op 7 december 2004 heeft de Europese Commissie de communautaire lijst vastgesteld op basis waarvan Nederland het gebied moet aanwijzen. Het gebied is op 7 mei 2013 aangewezen. De aanwijzing als staatsnatuurmonument is hiermee van rechtswege komen te vervallen. In onderstaande tabel staan de voor NH3 gevoelige instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Willinks Weust. Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (bron: aanwijzingsbesluit Willinks Weust) (= behouddoelstelling; > ontwikkeldoelstelling)

Doelstelling oppervlakte

Habitattypen H5130 Jeneverbesstruwelen 1 H6230 Heischrale graslanden H6410 Blauwgraslanden H9120 Beukenbos met Hulst H9160A Eiken-haagbeukenbos 1 Prioritair habitattype

= > > = =

Doelstelling kwaliteit > > = = >

Wooldse Veen (Habitatrichtlijn) Aanwijzing en aanmelding: Het gebied Wooldse Veen is op 20 mei 2003 aangemeld als speciale beschermingszone krachtens de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Op 7 december 2004 heeft de Europese Commissie de communautaire lijst vastgesteld op basis waarvan Nederland het gebied moet aanwijzen. Het gebied is op 7 mei 2013 aangewezen. In onderstaande tabel staan de voor NH3 gevoelige instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Wooldse Veen. Tabel 1 Instandhoudingsdoelstellingen (bron: aanwijzingsbesluit Wooldse Veen) (= behouddoelstelling; > ontwikkeldoelstelling; =(<) behouddoelstelling maar achteruitgang toegestaan ten gunste van specifieke ontwikkeldoelstelling)

Habitattypen H7120 Herstellende hoogvenen 1 H 91D0 Hoogveenbossen 1 Prioritair habitattype

Doelstelling oppervlakte =(<) =

10

Doelstelling kwaliteit > =

BIJLAGE 2:

Berekening vergunde situatie 7 december 2004

Naam van de berekening: Meerdink Hoeninkdijk vergund 04 Gemaakt op: 4-03-2014 9:52:11 Zwaartepunt X: 239,900 Y: 441,800 Cluster naam: Meerdink, Hoeninkdijk 8 Aalten Berekende ruwheid: 0,23 m

Emissie Punten: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

Hoogte 1,5 1,5 7,8 3,0 4,3 7,5 1,5 1,5 6,5 1,5

Gem.geb. hoogte 1,5 1,5 3,8 4,2 4,6 3,9 1,5 1,5 4,5 1,5

Diam. Uittr. snelheid 0,5 0,40 0,5 0,40 3,1 3,50 1,0 3,50 2,5 3,50 2,3 3,50 0,5 0,40 0,5 0,40 3,3 3,50 0,5 0,40

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Stal F1 Stal T Stal H/I Stal C Stal K/L Stal J Stal P Stal F Stal X Stal W

239 924 239 814 239 871 239 854 239 805 239 848 239 906 239 872 239 745 240 003

441 848 441 757 441 819 441 661 441 824 441 824 441 789 441 634 441 777 441 832

X coordinaat 241 599 241 578 241 655 241 798 242 865 242 683 244 468 247 697 250 346 244 264 247 789

Y coordinaat 443 727 443 752 444 240 444 210 444 766 444 938 439 898 436 265 442 763 451 047 435 855

Depositie 14,79 14,91 14,07 13,90 7,91 8,28 2,67 1,00 1,26 1,72 0,97

Gevoelige locaties: Volgnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Naam H91E0C (K) H91D0 (K) H7120 (K) H7210 (K) H6410 (K) H4010A (K) Bekendelle Wooldse Veen Willinks Weust Zwilbrocker Venn Burlo Vardingholter

Details van Emissie Punt: Stal F1 (2025) Volgnr. 1

Code A1.100.1

Type melk- en kalfkoeien

Aantal 220

Emissie 9.5

Totaal 2090

Details van Emissie Punt: Stal T (2026) Volgnr. 1

Code A3

Type vrouwelijk jongvee

Aantal 81

Emissie 3.9

11

Totaal 315.9

Emissie 2 090 316 568 59 344 303 2 622 161 1 606 24

Details van Emissie Punt: Stal H/I (2027) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 3156

Emissie 0.18

Totaal 568.08

Details van Emissie Punt: Stal C (2028) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 328

Emissie 0.18

Totaal 59.04

Details van Emissie Punt: Stal K/L (2029) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 1910

Emissie 0.18

Totaal 343.8

Details van Emissie Punt: Stal J (2030) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 1682

Emissie 0.18

Totaal 302.76

Details van Emissie Punt: Stal P (2031) Volgnr. 1

Code A1.100.1

Type melk- en kalfkoeien

Aantal 276

Emissie 9.5

Totaal 2622

Details van Emissie Punt: Stal F (2032) Volgnr. 1 2

Code A3 K1

Type vrouwelijk jongvee paarden

Aantal 40 1

Emissie 3.9 5

Totaal 156 5

Details van Emissie Punt: Stal X (2033) Volgnr. 1

Code D3.2.15.4.2 en D3.2.7.2.2

Type vleesvarkens

Aantal 7136

Emissie 0.225

Details van Emissie Punt: Stal W (2034) Volgnr. 1 2

Code G1.100 C1

Type ouder vleeseend (pauw) geiten (damherten)

Aantal 15 10

12

Emissie 0.32 1.9

Totaal 4.8 19

Totaal 1605.6

13

BIJLAGE 3:

Berekening aangevraagde situatie

Naam van de berekening: Hoeninkdijk aangevraagd Gemaakt op: 4-03-2014 11:56:34 Zwaartepunt X: 239,900 Y: 441,800 Cluster naam: Meerdink, Hoeninkdijk 8 Aalten Berekende ruwheid: 0,23 m

Emissie Punten: Volgnr.

BronID

X-coord.

Y-coord.

Hoogte 1,5 1,5 7,8 3,0 4,3 7,5 1,5 1,5 6,5 1,5

Gem.geb. hoogte 1,5 1,5 3,8 4,2 4,6 3,9 1,5 1,5 4,5 1,5

Diam. Uittr. snelheid 0,5 0,40 0,5 0,40 3,1 3,50 1,0 3,50 2,5 3,50 2,3 3,50 0,5 0,40 0,5 0,40 3,3 3,50 0,5 0,40

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Stal F1 Stal T Stal H/I Stal C Stal K/L Stal J Stal P Stal F Stal X Stal W

239 924 239 814 239 871 239 854 239 805 239 848 239 906 239 872 239 745 240 003

441 848 441 757 441 819 441 661 441 824 441 824 441 789 441 634 441 777 441 832

X coordinaat 241 599 241 578 241 655 241 798 242 865 242 683 244 468 247 697 250 346 244 264 247 789

Y coordinaat 443 727 443 752 444 240 444 210 444 766 444 938 439 898 436 265 442 763 451 047 435 855

Depositie 14,81 14,93 14,10 13,92 7,92 8,29 2,67 1,01 1,26 1,72 0,97

Gevoelige locaties: Volgnummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Naam H91E0C (K) H91D0 (K) H7120 (K) H7210 (K) H6410 (K) H4010A (K) Bekendelle Wooldse Veen Willinks Weust Zwilbrocker Venn Burlo Vardingholter

Details van Emissie Punt: Stal F1 (2025) Volgnr. 1 2

Code A1.100.1 A3

Type melk- en kalfkoeien vrouwelijk jongvee

Aantal 219 11

Emissie 11 3.9

Totaal 2409 42.9

Details van Emissie Punt: Stal T (2026) Volgnr. 1

Code A3

Type vrouwelijk jongvee

Aantal 81

Emissie 3.9

14

Totaal 315.9

Emissie 2 452 316 568 59 344 303 2 260 161 1 606 24

Details van Emissie Punt: Stal H/I (2027) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 3156

Emissie 0.18

Totaal 568.08

Details van Emissie Punt: Stal C (2028) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 328

Emissie 0.18

Totaal 59.04

Details van Emissie Punt: Stal K/L (2029) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 1910

Emissie 0.18

Totaal 343.8

Details van Emissie Punt: Stal J (2030) Volgnr. 1

Code D3.2.14.2

Type vleesvarkens

Aantal 1682

Emissie 0.18

Totaal 302.76

Details van Emissie Punt: Stal P (2031) Volgnr. 1 2

Code A1.15.2 A3

Type melk- en kalfkoeien vrouwelijk jongvee

Aantal 281 3

Emissie 8 3.9

Totaal 2248 11.7

Details van Emissie Punt: Stal F (2032) Volgnr. 1 2

Code A3 K1

Type vrouwelijk jongvee paarden

Aantal 40 1

Emissie 3.9 5

Totaal 156 5

Details van Emissie Punt: Stal X (2033) Volgnr. 1

Code D3.2.15.4.2 en D3.2.7.2.2

Type vleesvarkens

Aantal 7136

Emissie 0.225

Details van Emissie Punt: Stal W (2034) Volgnr. 1 2

Code G1.100 C1

Type ouder vleeseend (pauw) geiten (damherten)

Aantal 15 10

15

Emissie 0.32 1.9

Totaal 4.8 19

Totaal 1605.6

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=3c1b3131-5876-499e-a5c2-ee33c9fa0d75