Bijlage 6 - Quickscan natuurtoets natuurbegraafplaats Bredevoort
Tekst van het document
Quickscan natuurtoets Natuurbegraafplaats Bredevoort in Aalten In opdracht van Gemeente Aalten
Colofon Quickscan natuurtoets natuurbegraafplaats Bredevoort in Aalten
Opdrachtgever Contactpersoon
Gemeente Aalten Mevr. J. Walvoort
Opdrachtnemer
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel
Projectnummer Rapportnummer Auteur Controle Status Publicatiedatum Foto voorblad
2852 5435 Ing. S.W. van Kasteel S. van der Steeg MSc Definitief 6 februari 2025 Plangebied (foto: S.W. van Kasteel)
Copyright Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten. Het voorkomen van beschermde en Rode Lijstsoorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Staring Advies accepteert geen aansprakelijkheid ten aanzien van beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Staring Advies uitgevoerde onderzoek. Staring Advies is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Staring Advies; opdrachtgever vrijwaart Staring Advies voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Netwerk Groene Bureaus Staring Advies is lid van het Netwerk Groene Bureaus, de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus (www.netwerkgroenebureaus.nl).
Het netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk.
Inhoud Colofon ............................................................................................................................... 1 Samenvatting ...................................................................................................................... 1 1
2
3
4
Inleiding en doel........................................................................................................... 2 1.1
Inleiding ................................................................................................................ 2
1.2
Doel ...................................................................................................................... 2
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden ..................................................... 3 2.1
Gegevens plangebied ........................................................................................... 3
2.2
Beschrijving van het plan- en onderzoeksgebied .................................................. 3
2.4
Geplande flora- en fauna-activiteit ........................................................................ 3
Gebiedsbescherming in de Omgevingswet .................................................................. 5 3.1
Inleiding ................................................................................................................ 5
3.2
Natuurnetwerk Nederland ..................................................................................... 5
3.3
Natura 2000 .......................................................................................................... 7
3.4
Bijzondere natuurgebieden en landschappen ....................................................... 8
3.5
Beschermde houtopstanden ............................................................................... 10
3.6
Conclusie gebiedsbescherming .......................................................................... 10
Soortenbescherming in de Omgevingswet ................................................................. 11 4.1
Methode ............................................................................................................. 11
4.2
Resultaten .......................................................................................................... 12
4.3
Consequenties soortenbescherming ................................................................... 21
4.4
Conclusie soortenbescherming ........................................................................... 24
Bronnen ............................................................................................................................ 25 Bijlagen ............................................................................................................................. 26 Bijlage 1 Impressie plangebied ......................................................................................... 27 Bijlage 2 Natuurbescherming onder de Omgevingswet ..................................................... 28 Bijlage 3 Kernwaliteiten Gelderse Streken ........................................................................ 29
Samenvatting Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat voor de geplande flora- en fauna-activiteit, bestaande uit de aanleg van een natuurbegraafplaats naast de al bestaande algemene begraafplaats aan de Kloosterweg in Bredevoort, geen aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet noodzakelijk is. Het is noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen zodat er bij de aanleg en het beheer van de natuurbegraafplaats rekening kan worden gehouden met beschermde soorten die in of nabij het plangebied voor (kunnen) komen. Het gaat dan met name om soorten als das, (kleine) marterachtigen, eekhoorn, grote bosmuis, vleermuizen, kamsalamander en teunisbloempijlstaart. Daarnaast liften ook de meer algemene kleine grondgebonden zoogdieren als muizen, egel, haas en konijn, amfibieën als gewone pad en bruine kikker en insecten hierop mee. Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt tevens de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied verder rekening gehouden worden met broedvogels, overige grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied.
Werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. De activiteit is geen ‘Natura 2000-activiteit’. Er zijn geen extra maatregelen noodzakelijk. Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde. Het plangebied ligt niet in/nabij een bijzonder nationaal natuurgebied of bijzonder provinciaal natuurgebied of landschap. De activiteit heeft geen negatief effect op de instandhoudingsdoelen voor deze gebieden. Het nemen van maatregelen is niet noodzakelijk. Een kapmelding bij de provincie Gelderland en een herplantplicht voor beschermde houtopstanden is ook niet aan de orde. In het kader van de specifieke zorgplicht voor houtopstanden zijn geen maatregelen noodzakelijk. Staring Advies voerde het onderzoek en de ecologische beoordeling uit in opdracht van Mevr. J. Walvoort van de gemeente Aalten.
Pagina 1
1
Inleiding en doel
1.1
Inleiding
Bij een flora- en fauna-activiteit moet, in het kader van de Omgevingswet, aangetoond worden dat er geen sprake is van aantasting van beschermde plant- en diersoorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden. Om in te schatten wat het effect van de flora- en fauna-activiteit is op beschermde soorten, beschermde natuurgebieden en beschermde houtopstanden wordt een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Indien beschermde soorten verwacht worden is nader onderzoek vereist. Men is voornemens om een natuurbegraafplaats te realiseren bij de bestaande begraafplaats Bredevoort in Aalten. Mevr. J. Walvoort is betrokken bij de plannen en heeft aan Staring Advies gevraagd om deze quickscan natuurtoets uit te voeren.
1.2
Doel
Het doel van de quickscan is om snel te inventariseren of door de flora- en fauna-activiteit schade kan ontstaan aan populaties van beschermde soorten flora en/of fauna, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden. Hierbij wordt ook vastgesteld of nader onderzoek, nadere toetsing en/of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet aan de orde is. Daarnaast wordt met deze quickscan inzichtelijk gemaakt op welke wijze voldaan kan worden aan de specifieke zorgplicht die geldt bij soortenbescherming, gebiedsbescherming en bescherming van houtopstanden.
Pagina 2
2
Gebiedsbeschrijving en geplande werkzaamheden
2.1
Gegevens plangebied
Locatie: Plaats: Gemeente: Provincie:
2.2
Kloosterdijk Bredevoort Aalten Gelderland
Beschrijving van het plan- en onderzoeksgebied
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied net ten noordwesten van Bredevoort (zie figuur 1). Het betreft een Algemene begraafplaats waarvan een deel (plangebied) nu een ruigte is met grassen en kruiden (zie bijlage 1). Het plangebied en de algemene begraafplaats liggen beschut door singels en kleine bosjes te midden van landbouwpercelen en boerenerven (zie figuur 2). Dit beeld zien we ook in de wijdere omgeving. Veel landbouwpercelen (grasland en akkers) omringd met singels en diverse kleine bospercelen. Ten zuidoosten van het plangebied ligt het dorp Bredevoort en ten oosten ligt de Slingeplas (recreatiegebied).
2.4
Geplande flora- en fauna-activiteit
Men is voornemens om een natuurbegraafplaats te realiseren bij de bestaande begraafplaats Bredevoort in Aalten (zie figuur 2).
Pagina 3
Figuur 1. Ligging plangebied (rood). Bron: Provincie Gelderland (2024).
Figuur 2. Ligging plangebied (rood) en het onderzoeksgebied (oranje stippellijn). Bron: Provincie Gelderland (2024).
Pagina 4
3
Gebiedsbescherming in de Omgevingswet
3.1
Inleiding
De gebiedsbescherming in de Omgevingswet bestaat uit de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000-gebieden, bijzondere natuurgebieden, landschappen en houtopstanden. In paragraaf 3.2 wordt de geplande activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In paragraaf 3.3 wordt de activiteit behandeld in relatie tot de bescherming van Natura 2000-gebieden. In paragraaf 3.4 wordt de activiteit behandeld in relatie tot overige beschermde gebieden en Groen Erfgoed, en in paragraaf 3.5 tot de bescherming van houtopstanden. In Gelderland zijn er verschillende beschermde gebieden. De gebieden van het NNN worden in de provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk genoemd. In het Gelders Natuurnetwerk komen twee natuurcategorieën voor: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). GNN en GO worden besproken in paragraaf 3.2. Ook rustgebied voor winterganzen, weidevogelgebieden en beschermde natte landnatuur zijn onderdeel van het GNN. De natte landnatuur kent een beschermingszone, welke buiten het GNN en de GO kan liggen. Bovenstaande gebieden worden eveneens besproken bij paragraaf 3.2. Daarnaast is geheel Gelderland verdeeld in elf karakteristieke streken, de zogeheten Gelderse Streken, welke elk een aantal kernkwaliteiten hebben. Het UNESCO Werelderfgoed is ook een beschermd gebied met kernkwaliteiten.
Beide gebiedstypes met kernkwaliteiten worden behandeld bij paragraaf 3.4.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
3.2.1 Algemeen In Nederland bestaat het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit alle bestaande natuur en een zoekgebied voor nog te realiseren nieuwe natuur. In het GNN geldt: in de basis hier geen nieuwe initiatieven. Er zijn enkele uitzonderingen mogelijk. Dat zijn ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor - overtuigend gemotiveerd – geen alternatieven bestaan. Voor dergelijke uitzonderingen gelden specifieke spelregels die garanderen dat het Gelders Natuurnetwerk
Pagina 5
in stand blijft (het nee, tenzij principe). Dat betekent dat hier geen ruimte is voor nieuwe projecten die de aanwezige en potentiële natuurwaarden significant aantasten. Groene Ontwikkelzones (GO) De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Er is in dit gebied ruimte voor de verdere ontwikkeling van bestaande en bij het gebied behorende bedrijvigheid of bewoning. Afhankelijk van het type en de schaal van de ontwikkeling vraagt de provincie om een (extra) bijdrage te leveren aan de GO.
3.2.2 Geplande activiteit Het plangebied waar de activiteit gepland staat valt niet binnen het GNN of het GO (zie figuur 4). Overige Gelderse beschermde natuurzones binnen het GNN, zoals rustgebied voor winterganzen, weidevogelgebieden en beschermde natte landnatuur, liggen niet binnen het plangebied en ook niet direct grenzend hieraan (zie figuur 3). Vanwege de ligging en de aard van de geplande activiteit zijn vervolgstappen met betrekking tot de GNN of het GO, zoals verdere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan niet noodzakelijk.
Figuur 3. Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en GO (lichtgroen). Bron: Provincie Gelderland (2024).
Pagina 6
3.3
Natura 2000
3.3.1 Algemeen De Europese Unie heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote biologische, esthetische en economische waarde is. Om deze natuur te behouden heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Dit is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden. De Omgevingswet beschermt onder andere Natura 2000gebieden. Voor activiteiten die significante, negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van een Natura 2000-gebied is een omgevingsvergunning nodig. Een dergelijke activiteit wordt een ‘Natura 2000-activiteit’ genoemd en is vergunningsplichtig.
3.3.2 Geplande activiteit Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied (zie figuur 4). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Korenburgerveen’ ligt op zo’n 3,8 km afstand van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden, waaronder ‘Bekendelle’ en ‘Willinks Weust’ en ‘Wooldse Veen’ liggen op meer dan 4 km. Door de afstand tussen het plangebied en de omliggende Natura 2000-gebieden worden geen significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen en ontwikkelingsopgaven van desbetreffende Natura 2000-gebieden verwacht. Er is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering, verdroging, geluidsverstoring en gezien de afstand tot de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden en aard van de activiteit worden er ook geen extra negatieve effecten door stikstofdepositie verwacht. Specifieke zorgplicht Het plangebied ligt op enige afstand van Natura 2000-gebieden (vanaf 3,8 km). Gezien de afstand tot Natura 2000-gebieden zijn er in het kader van de specifieke zorgplicht geen maatregelen noodzakelijk.
Pagina 7
Figuur 4. Ligging plangebied (in de rode cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. Bron: natura2000.eea.europa.eu (2024).
3.4
Bijzondere natuurgebieden en landschappen
3.4.1 Algemeen Het Rijk kan bijzondere nationale natuurgebieden aangewezen hebben. Dit zijn gebieden die zijn aangewezen als vooruitloper op de aanwijzing of begrenzing als Natura 2000-gebied of gebieden die bescherming behoeve voor de instandhouding of herstel van biotopen en leefgebieden van in Nederland van nature in het wild voorkomende soorten genoemd in bijlage I Vogelrichtlijn of Bijlage I, II, IV of V Habitatrichtlijn. Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt de specifieke zorgplicht. De provincies kunnen bijzondere provinciale natuurgebieden of bijzondere provinciale landschappen hebben aangewezen. Ter bescherming van deze gebieden zijn specifieke regels opgesteld. In Gelderland zijn dit de Gelderse streken en het UNESCO Werelderfgoed. Beide typen beschermd gebied kennen kernkwaliteiten.
Pagina 8
Gelderse streken: Gelderland is opgedeeld in elf karakteristieke streken. Deze kennen elk een aantal kernkwaliteiten. Als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a) per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn; en b) de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd. UNESCO Werelderfgoed: Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de UNESCO Werelderfgoederen, worden in het omgevingsplan regels gesteld in het belang van de instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten opgesteld voor het desbetreffende werelderfgoed. De regels houden in ieder geval in dat de kernkwaliteiten niet worden aangetast.
De toelichting op het omgevingsplan bevat: a) een beschrijving van de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten; en b) een beschrijving en motivering van de wijze waarop die kernkwaliteiten in stand worden gehouden of versterkt. Groen erfgoed: In Nederland zijn door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed verschillende groenstructuren aangeduid als groen erfgoed. Hieronder worden historische groen aanleggen zoals tuinen, parken, woonwijken, verdedigingswerken, begraafplaatsen, buitenplaatsen en landgoederen verstaan. Ook monumentale bomen en cultuurlandschappen met door de mens beïnvloed groen zoals (hakhout)bossen en houtwallen vallen ook onder de noemer Groen erfgoed.
3.4.2 Geplande activiteit Het plangebied waar de activiteit gaat plaatsvinden, ligt buiten UNESCO Werelderfgoed en er bevinden zich geen groene erfgoederen in het plangebied en de directe omgeving. Het plangebied bevindt zich in de Gelderse Streek ‘Achterhoek’. Er zijn dertien kernkwaliteiten opgesteld voor deze Gelderse Streek (zie bijlage 3). Door de aard en beperkte omvang van de geplande activiteiten is er geen sprake van aantasting van de opgestelde kernkwaliteiten door de geplande werkzaamheden. Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteiten.
Pagina 9
3.5
Beschermde houtopstanden
3.5.1 Algemeen De Omgevingswet beschermt houtopstanden vanaf 10 are of meer en bomenrijen bestaande uit meer dan 20 bomen, buiten de zogeheten ‘bebouwingscontour houtkap’. Als men voornemens is houtopstanden te kappen die onder de Omgevingswet vallen dan geldt een algemene meldplicht en een herplantplicht. Er zijn enkele uitzonderingen waarbij deze regels niet gelden.
3.5.2 Geplande activiteit Er is geen sprake van kap van bomen. Voor deze activiteit is geen sprake van een meldplicht en herplantingsplicht. Specifieke zorgplicht Voor houtopstanden geldt de specifieke zorgplicht. Deze geldt bij het vellen van houtopstanden, het aanplanten van bomen of nadat een houtopstand teniet is gedaan. Als deze handelingen nadelige gevolgen hebben voor de doelstellingen van de regels voor het vellen en herplanten van houtopstanden, te weten natuurbescherming, de instandhouding van het bosareaal en het beschermen van landschappelijk waarden, dan is de initiatiefnemer verplicht om de nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken of achterwege te laten. In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn maatregelen niet nodig.
3.6
Conclusie gebiedsbescherming
Natuurnetwerk Nederland Er is geen sprake van aantasting van beschermde waarden of ontwikkelingsdoelen van het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgstappen, zoals nadere toetsing, vergunningsaanvraag of het opstellen van een versterkingsplan is niet noodzakelijk. Natura 2000-gebieden De activiteit is geen ‘Natura 2000 activiteit’. Verdere vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Bijzondere natuurgebieden en landschappen Voor bijzondere natuurgebieden en landschappen zijn geen preventieve of herstelmaatregelen noodzakelijk bij de geplande activiteit. Beschermde houtopstanden Er is geen sprake is van aantasting van beschermde houtopstanden. Voor deze activiteit is geen sprake van een meldplicht en/of herplantingsplicht. In kader van de specifieke zorgplicht voor beschermde houtopstanden zijn ook geen maatregelen nodig.
Pagina 10
4
Soortenbescherming in de Omgevingswet
4.1
Methode
Het verzamelen van gegevens heeft op twee manieren plaatsgevonden: via een literatuuronderzoek en er is gericht veldonderzoek uitgevoerd.
4.1.1 Literatuuronderzoek Ter ondersteuning van het veldonderzoek werd de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Deze database geeft informatie over beschermde flora- en faunasoorten, soorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. In de NDFF zijn uitsluitend gevalideerde gegevens opgeslagen. De NDFF is de meest complete databank voor de actuele verspreiding van Nederlandse flora en fauna met meer dan 100 miljoen waarnemingen. De databank wordt dagelijks aangevuld met recente waarnemingen. De NDFF is echter niet vlakdekkend en volledig. In de NDFF is voor een zoekgebied met een straal van circa 1 km rond het plangebied gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten en soorten die staan op de Rode Lijsten, uit de afgelopen 10 jaar.
4.1.2 Veldonderzoek Een onderzoeker van Staring Advies onderzocht het plangebied en nabije omgeving om een inschatting te maken van de beschermde soorten, Rode Lijstsoorten (flora en fauna) en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats (zie tabel 1). Bij het veldonderzoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en fotocamera. Tabel 1. Veldonderzoek.
Onderzoeker
Datum
Tijd
Weersomstandigheden
S.W. van Kasteel
31-02-2025
10:00 uur
Onbewolkt , droog, 3°C, wind 2 Bft
Pagina 11
4.2
Resultaten
Deze paragraaf bespreekt de resultaten van het literatuuronderzoek en het veldonderzoek.
4.2.1 Literatuuronderzoek Voor het literatuuronderzoek is de NDFF geraadpleegd. Voor het zoekgebied maakt de NDFF melding van de volgende beschermde en Rode Lijstsoorten: Flora De NDFF maakt voor het zoekgebied geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten. De NDFF maakt wel melding van de volgende soorten hogere planten die op de Rode Lijst staan: •
Absintalsem, bolderik, bostulp, gele kornoelje, gevlekte orchis, kleine ratelaar, korenbloem, rapunzelklokje, steenanjer en welriekende nachtorchis.
Broedvogels De NDFF maakt voor het zoekgebied melding van diverse beschermde vogelsoorten en soorten die op de Rode Lijst staan. Een deel van de waarnemingen betreft overvliegende vogels zonder binding met het gebied. Een deel van de vogelsoorten kunnen hier of in de omgeving wel een territorium bezetten, waardoor ze gebruik kunnen maken van het plangebied. De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten waarvan de vaste rusten verblijfplaatsen en nestlocaties jaarrond beschermd (categorie 1 zijn: •
Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, sperwer, steenuil en wespendief.
Daarnaast zijn er waarnemingen van categorie 2-soorten bekend. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft de volgende in de NDFF vermelde soorten: •
Blauwe reiger, boerenzwaluw, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, bosuil, gekraagde roodstaart, glanskop, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, huiszwaluw, ijsvogel, kleine bonte specht, oeverzwaluw, patrijs, spreeuw, torenvalk, tureluur, veldleeuwerik, wulp, zwarte kraai, zwarte mees, zwarte roodstaart en zwarte specht.
De NDFF maakt melding van de volgende vogelsoorten die op de Rode Lijst staan: •
Blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, boomvalk, brilduiker, gele kwikstaart, graspieper, grauwe vliegenvanger, grote lijster, huismus, huiszwaluw, keep, kneu, koekoek, kraanvogel, kramsvogel, nachtegaal, oeverloper, patrijs, ransuil, ringmus, slobeend, smient, spotvogel, steenuil, torenvalk, tureluur,
Pagina 12
veldleeuwerik, visdief, watersnip, wielewaal, wintertaling, wulp, zomertortel en zwarte mees. Zoogdieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde zoogdiersoorten: • •
Nationaal beschermde soorten: bosmuis, eekhoorn, grote bosmuis, haas, konijn en ree1. Internationaal beschermde soorten: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger.
Daarnaast maakt de NDFF melding van een aantal Rode Lijst zoogdiersoorten. Het betreft de volgende soorten: •
Haas, konijn en laatvlieger.
Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde amfibieënsoorten. •
Nationaal beschermde soorten: gewone pad, groene kikker spec. en kleine watersalamander1.
De NDFF maakt geen melding van beschermde reptielen en vissoorten voor de omgeving van het plangebied. De NDFF maakt ook geen melding van soorten amfibieën, reptielen en vissen die op de Rode Lijst staan. Ongewervelde dieren De NDFF maakt voor de omgeving van het plangebied melding van de volgende beschermde ongewervelde diersoorten. •
Nationaal beschermde soorten: grote vos en kleine ijsvogelvlinder.
De NDFF maakt tevens melding van de volgende Rode Lijstsoorten: •
Bruin blauwtje, geelsprietdikkopje, grote vos, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, marmerschietmot en wijngaardslak.
1 Deze soorten zijn, met uitzondering van de eekhoorn en grote bosmuis
in de provincie Gelderland vrijgesteld
van de verboden als bedoeld in de Bal 11.54..
Pagina 13
4.2.2 Veldonderzoek In deze paragraaf worden per soortgroep de resultaten van het veldonderzoek besproken. Flora Het plangebied bestaat uit een ruigte met kruiden en grassen met daar in en omheen struweel en enkele bomen. In de ruigte zijn kruiden te vinden als hondsdraf, groot kaasjeskruid, ridderzuring en teunisbloem. In het struweel staan soorten als hazelaar, braam, Gelderse roos en veel sleedoorn. De NDFF (zie paragraaf 4.2.1) maakt geen melding van het voorkomen van beschermde plantensoorten voor de omgeving van het plangebied. Natuurlijke groeiplaatsen van beschermde soorten zijn niet in de omgeving aanwezig en ook niet in het plangebied te verwachten. Rode Lijst Geen van de in de omgeving bekende Rode Lijstsoorten hogere planten wordt in het plangebied verwacht, door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en de directe omgeving de volgende vogelsoorten aangetroffen: staartmees, koolmees, pimpelmees, sijs, appelvink, houtduif, ekster, zwarte kraai en een opvliegende houtsnip. Jaarrond beschermde nesten (categorie 1 De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van een aantal soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (zie paragraaf 4.2.1). Tijdens het veldbezoek zijn in de omgeving van het plangebied geen van deze soorten waargenomen.
Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer en wespendief. Tijdens het veldbezoek zijn geen jaarrond beschermde boombewonende soorten in of nabij het plangebied waargenomen. Het plangebied bestaande uit een ruigte met grassen en kruiden, struweel en enkele bomen. Het plangebied biedt geen geschikte nestlocaties voor deze soorten er zijn ook geen nesten en/of sporen (braakballen, prooiresten) aangetroffen. In de wijdere omgeving van het plangebied zijn wel geschikte bomen en bosjes voor deze soorten aanwezig om hun nesten in te maken. Tijdens het veldbezoek is er ook gelet op de aanwezigheid van nesten en/of sporen van deze soorten in de (directe) omgeving van het plangebied. Er is een geschikt takkennest waargenomen in een hoge beuk op de bestaande begraafplaats. Hier vloog de zwarte kraai bij. Mogelijk bezet deze het nest.
Pagina 14
Gierzwaluw en huismus Tijdens het veldbezoek zijn deze beide soorten niet waargenomen in en rondom het plangebied. Gierzwaluwen zijn op het moment van het veldbezoek ook niet in Nederland aanwezig. De soort zit in november in hun overwinteringsgebieden in Afrika. Gierzwaluwen broeden doorgaans in dorpen en steden. Huismussen daarentegen worden ook in het buitengebied aangetroffen bij boerderijen en boerenerven. Het plangebied is een ruig terrein met kruiden en struweel biedt voor de gierzwaluw en huismus geen geschikte nestlocaties, wel is er voor huismussen geschikt foerageergebied aanwezig. In de omgeving van het plangebied zijn wel geschikte nestlocaties voor huismussen aanwezig op boerenerven en voor huismus en gierzwaluw in de woonwijken van Bredevoort. Negatieve effecten door de geplande activiteit zijn voor deze soorten uitgesloten. Incidenteel kunnen huismussen het plangebied als foerageergebied of als schuil- en rustplek (in struweel) gebruiken. De omgeving voorziet ruim in voldoende geschikt leefgebied voor de huismus. Daarnaast blijven aanwezige bosschages onaangetast en veranderd er weinig tot niets in het plangebied. Grote gele kwikstaart De NDFF meldt voor de omgeving van het plangebied het voorkomen van de grote gele kwikstaart. In Nederland broedende grote gele kwikstaarten hebben hun leefgebied hoofdzakelijk bij snelstromende en meanderende beken.
Nestlocaties zijn onder andere holle oevers met boomwortels en bouwwerken, zoals sluizen, stuwen en watermolens. In het onderzoeksgebied ontbreekt het aan geschikte broedlocaties voor de grote gele kwikstaart. Het plangebied is geen (essentieel) leefgebied voor deze soort. Sporadisch kan een foeragerende, overvliegende of rustende grote gele kwikstaart in het onderzoeksgebied aangetroffen worden. Kerkuil en steenuil Uit de directe omgeving van het plangebied zijn vanuit de NDFF waarnemingen van deze uilensoorten bekend. Er bevinden zich voor beide soorten geen geschikte nestlocaties in het plangebied, zoals nestkasten, oude knotbomen of toegankelijke schuren of andere gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) kerk- of steenuilen (braakballen, uitwerpselen, veren, prooiresten etc.) waargenomen in het plangebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere erven in het buitengebied van Bredevoort, met potentiele geschikte nestlocaties voor de kerkuil en steenuil. Het plangebied en dan vooral de ruigte met gras en kruiden is mogelijk wel geschikt als foerageergebied van deze soorten en dan vooral voor de kerkuil. De steenuil zal eerder jagen in het naastgelegen kortere grasland. Incidenteel zouden deze soorten jagend en/of rusten in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Ooievaar Van de ooievaar zijn vanuit de NDFF meerdere waarnemingen bekend. Tijdens het
Pagina 15
veldbezoek is de soort niet waargenomen. Nestlocaties zoals kunstnesten en geschikte bomen voor deze soort zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Incidenteel kan een foeragerend, rustend of overvliegend exemplaar van de ooievaar in het plangebied worden waargenomen, maar het plangebied is niet van essentieel belang voor de functionaliteit van het leefgebied van deze soort. Vaste rust- en verblijfplaatsen en nestlocaties van overige jaarrond beschermde vogelsoorten worden niet verwacht door het ontbreken van geschikte broedgelegenheden. Categorie 2 De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied diverse categorie 2-soorten. In het plangebied is geen geschikte nestgelegenheid voor categorie 2-soorten aanwezig. In de omgeving van het plangebied is wel geschikt leefgebied voor een enkele categorie 2-soort aanwezig, zoals een grote bonte specht. Tijdens het veldbezoek zijn geen categorie 2soorten aangetroffen. Voor dergelijke soorten geldt dat door de aard en omvang van de werkzaamheden negatieve effecten uitgesloten zijn. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor de omgeving van het plangebied een aantal Rode Lijst soorten. Tijdens het veldbezoek zijn geen Rode Lijst soorten waargenomen. Het plangebied zelf biedt ook geen geschikte (nest)ruimten voor deze soorten. Grondgebonden zoogdieren Er zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen.
De NDFF maakt melding van de beschermde bosmuis, eekhoorn, grote bosmuis, haas, konijn en ree (zie paragraaf 4.2.1). Het plangebied is in meer of mindere mate geschikt als leefgebied of onderdeel daarvan voor deze soorten. Ook de directe en wijdere omgeving bieden geschikt leefgebied voor de genoemde soorten. Naast de hierboven genoemde soorten kunnen in en in de omgeving van het plangebied ook beschermde soorten voorkomen als boommarter, das, steenmarter en kleine marterachtigen. Vanwege de verborgen levenswijze (deels nachtactief) worden deze soorten vaak over het hoofd gezien. Het plangebied en de omgeving bieden wel geschikt leefgebied voor de soorten. Overige beschermde grondgebonden zoogdiersoorten worden niet verwacht, door het ontbreken van geschikt leefgebied. Boommarter Overdag gebruiken boommarters verschillende type slaapplaatsen: boomholtes, roofvogelnesten, heksenbezems, (brede) takken en holen onder de grond van vos, das of konijn. De boomholtes die gebruikt worden zijn over het algemeen uitgehakt door zwarte of groene specht of door inrotting ontstaan. Soms zitten boommarters ook in huizen of schuren in of in de directe omgeving van bos. Tijdens het veldbezoek zijn geen boommarters en/of
Pagina 16
sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van het onderzoeksgebied als vaste rust- of verblijfplaats. Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat het plangebied niet in gebruik is als verblijfplaats door de boommarter. Verblijfplaatsen van de boommarter bevinden zich dan ook vermoedelijk in grotere bospercelen (met oude en holle bomen) in de wijdere omgeving van het plangebied. Incidenteel gebruik van het plangebied door een rondzwervend exemplaar is niet uit te sluiten voor het plangebied Das Het plangebied is marginaal geschikt als leefgebied voor de das. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen als wissels, krabsporen, uitwerpselen, haren of graafsporen waargenomen in het plangebied. Ook zijn er geen dassenburchten in het plangebied en direct daarnaast aangetroffen. Uit de ruime omgeving van het plangebied zijn wel waarnemingen van de das bekend (bron: NDFF). Incidenteel gebruik door een rondzwervend exemplaar is, mede vanwege geschikt foerageergebied, hierdoor niet uit te sluiten. Eekhoorn Van de eekhoorn zijn de vaste verblijfplaatsen (boomnesten) en het functioneel leefgebied beschermd. Er zijn geen sporen en boomnesten van eekhoorns aangetroffen. Een vaste verblijfplaats van de eekhoorn wordt niet verwacht in de het plangebied. Incidenteel kan een enkel rondzwervend exemplaar het plangebied doorkruisen.
Grote bosmuis Er zijn waarnemingen van de grote bosmuis bekend uit de omgeving van het plangebied (bron: NDFF). Dit betreft waarnemingen van prooien als waarnemingen uit nest/broedonderzoek voor steenuilen. De grote bosmuis komt voor in allerlei soorten biotopen, mits er enige dekking is zoals lage begroeiing of verspreid liggende stenen. Verblijfplaatsen van de grote bosmuis worden voornamelijk in bossen, boomgaarden, akkerranden, beboste tuinen en hagen aangetroffen. Incidentele waarnemingen zijn ook, en dan voornamelijk in de winter, in kleine agrarische opstallen en tuinhuisjes vastgesteld (bron: Zoogdiervereniging). De soort heeft een voorkeur voor oude open eiken- en beukenbossen, met een uitgebreide struiklaag en weinig ondergroei. Het bosperceel binnen het plangebied, en de randen daarvan, zijn deels geschikt als leefgebied voor de grote bosmuis en het voorkomen van deze soort kan hier niet worden uitgesloten. Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) Van de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel zijn enkele verspreide waarnemingen bekend vanaf > 1 kilometer afstand (bron: NDFF). De bunzing komt voor in allerlei verschillende landschapstypen, maar zijn voorkeur gaat uit naar een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt.
Dit kunnen oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, houtwallen, bosranden en akkerranden zijn, maar ook meer waterrijke gebieden zoals rietvelden of moerasgebieden. Daarnaast komt hij ook
Pagina 17
voor in vrij open terreinen, zoals weidegebieden met sloten (bron: Zoogdiervereniging). De overige kleine marterachtigen hermelijn en wezel komen in vergelijkbare landschapstypen voor, maar zijn over het algemeen minder gebonden aan waterrijke gebieden. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor kleine marterachtigen, doordat er sprake is van een halfopen landschap met allerlei verschillende ruige structuren die dekking bieden. Geschikte verblijfplaatsen voor deze soorten zijn aanwezig in de vorm van takken, ruige kruidenrijke plekken en dicht struweel met geschikte randzones. Foerageergebieden en nestplaatsen van kleine marterachtigen zijn derhalve niet uit te sluiten in het plangebied. Steenmarter Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van steenmarters (uitwerpselen, prenten, krabsporen etc.) gevonden of steenmarters waargenomen. De steenmarter is echter hoofdzakelijk ’s nachts actief. Het plangebied is, door het ontbreken van gebouwen en hiermee geschikte locaties, zoals toegankelijke zolders, kruipruimten, spouwmuren of ruimten onder de dakbedekkingen van gebouwen, ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor de steenmarter. De steenmarter heeft binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen, die hij echter niet allemaal even frequent gebruikt.
In het struweel in het plangebied zijn locaties aanwezig die als tijdelijke dag rustplaats voor de steenmarter (of andere marterachtigen als bunzing en wezel) kan dienen. Een vaste rust- en verblijfplaats (voortplantingsplek) wordt hier echter niet verwacht. Het plangebied is wel geschikt als onderdeel van het leefgebied voor de steenmarter. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de aanwezigheid van de Rode Lijst soorten haas en konijn. Haas en konijn Het plangebied bestaande uit ruigte met gras en kruiden en struweel, biedt geschikt leefgebied voor deze soorten. Overige grondgebonden zoogdiersoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Vleermuizen De NDFF maakt melding van de volgende soorten vleermuizen voor de omgeving van het plangebied: gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger (zie paragraaf 4.2.1). Daarnaast zouden ook andere soorten als bosvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis in het plangebied en de omgeving daarvan voor kunnen komen. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen Het plangebied bestaande uit ruigte met gras en kruiden en daarin en omheen struweel, biedt geen geschikte verblijfsplaatsen voor deze soorten.
Pagina 18
Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen In het plangebied zijn geen geschikte bomen aanwezig met holtes (spechtenholen), kieren, spleten of loshangend boomschors. In enkele bomen in de omliggende bosschages kunnen dergelijke verblijfplaatsen wel aanwezig zijn. Door de aard van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten echter uitgesloten. Vliegroutes en foerageergebied(en) Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor vleermuizen (bosvleermuis, gewone grootoorvleermuis, gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis). Mogelijk wordt de struweelhaag gebruikt als vliegroute door vleermuizen.Deze wordt niet aangetast door de werkzaamheden. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving de Rode Lijst soort, laatvlieger en daarnaast ook de bosvleermuis. Deze zijn hiervoor al behandeld. Overige vleermuissoorten die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving. Amfibieën, reptielen en vissen De NDFF maakt melding van verschillende (algemeen voorkomende) beschermde amfibieën voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Naast deze algemene soorten komt in de wijdere omgeving (> 1 km) ook de beschermde kamsalamander voor.
Het plangebied bestaande uit een ruig terrein met struweel is door de afwezigheid van open water maar marginaal geschikt als leefgebied voor deze soorten. Het voortplantingshabitat (water) ontbreekt, wel is er landhabitat om in te foerageren en eventueel te overwinteren. Door de aard en beperkte omvang van de werkzaamheden zijn negatieve effecten voor deze soorten echter uitgesloten. De NDFF maakt geen melding van beschermde reptielen en/of vissen voor de omgeving van het plangebied. Het plangebied biedt ook geen geschikt leefgebied voor deze soorten, waardoor het voorkomen hiervan is uitgesloten. Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving geen amfibieën-, reptielenen vissoorten die staan opgenomen op de Rode Lijst. Wel zou op basis van de landelijke/regionale verspreiding en de aanwezige habitat de Rode Lijstsoortkamsalamander voor kunnen komen in/rondom het plangebied. Ongewervelde dieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelde dieren aangetroffen. Wel zijn er in het plangebied zeer veel teunisbloemen waargenomen. Dit is een waardplant van de strikt
Pagina 19
beschermde teunisbloempijlstaart. Omdat deze soort wel op > 1 km van het plangebied is waargenomen en zeer mobiel is kan het niet worden uitgesloten dat deze soort ook in het plangebied kan voorkomen. De NDFF vermeldt het voorkomen van de beschermde grote vos en kleine ijsvogelvlinder voor de omgeving van het plangebied (zie paragraaf 4.2.1). Het plangebied biedt voor deze soorten geen geschikt habitat. Dit zijn vochtige, structuurrijke bossen waar de waardplanten wilde kamperfoelie (kleine ijsvogelvlinder), of zoete kers, breedbladige wilgen, ratelpopulier en peer (grote vos) aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is mogelijk wel geschikt leefgebied voor de soorten aanwezig. Wel zou incidenteel een rond zwervend exemplaar in het gebied kunnen foerageren op nectarplanten. Teunisbloempijlstaart De rupsen van de teunisbloempijlstaart komen voor op harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum), basterdwederik (Epilobium spec.), teunisbloem (Oenothera spec.) en grote kattenstaart (Lythrum salicaria). In het plangebied staan veel teunisbloemen. De rupsen verlaten de plant in juni om te overwinteren en te verpoppen in de strooisellaag. Deze stroosiellaag is aanwezig onder het in de omgeving aanwezige struweel, maar niet op het plangebied zelf. Het voorkomen van de teunisbloempijlstaart is niet uitgesloten.
Rode Lijst De NDFF noemt het voorkomen van de Rode Lijstsoorten Bruin blauwtje, geelsprietdikkopje, grote vos, kleine ijsvogelvlinder, kleine parelmoervlinder, marmerschietmot en wijngaardslak voor de omgeving van het plangebied. Mogelijk kunnen enkele van deze soorten worden aangetroffen in het plangebied om te foerageren op nectar houdende planten. Overige soorten ongewervelden die zijn opgenomen op de Rode Lijst worden niet verwacht door het ontbreken van geschikt leefgebied in het plangebied en directe omgeving.
Pagina 20
4.3
Consequenties soortenbescherming
Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel soorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen (zie bijlage 2). In deze paragraaf worden de nadelige effecten van de flora-en faunactiviteit op beschermde soorten, flora- en faunasoorten die staan opgenomen op de Rode Lijsten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats besproken. Er is sprake van een vergunningsplichtig geval als schadelijke handelingen2 plaatsvinden met betrekking tot beschermde soorten. Om dit vast te kunnen stellen is mogelijk aanvullend onderzoek noodzakelijk. Hierover wordt in dit hoofdstuk geadviseerd. Tevens wordt in dit hoofdstuk in het kader van de specifieke zorgplicht aangegeven of er door de activiteit nadelige gevolgen zijn voor flora en fauna soorten, die opgenomen staan op de Rode Lijsten en de voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats. Als nadelige gevolgen worden verwacht dan wordt aangegeven hoe deze voorkomen kunnen worden, beperkt kunnen worden of ongedaan gemaakt kunnen worden.
Tijdens en na het verrichten van de activiteit moet nagegaan worden of de getroffen passende preventieve maatregelen de beoogde effecten hebben. Flora Wettelijk: Beschermde soorten Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht door het ontbreken van geschikte groeiplaatsen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen van beschermde plantensoorten en het aanvragen van een omgevingsvergunning is dan ook niet noodzakelijk. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk. In het plangebied en de directe omgeving worden geen Rode Lijstsoorten verwacht door het ontbreken van geschikte natuurlijke groeiplaatsen. Broedvogels Alle vogelsoorten zijn beschermd krachtens de Omgevingswet (Vogelrichtlijn). Het opzettelijk verstoren, verontrusten, doden en anderszins nadelig beïnvloeden van deze soortgroep is
2 De inhoud van de schadelijke handelingen komen overeen met de verbodsbepalingen van de soortenbeschermingsregimes
uit de Wet natuurbescherming, aangezien deze rechtstreeks voortkomen uit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn en internationale Verdragen.
Pagina 21
niet toegestaan. Activiteiten moeten bij voorkeur buiten het broedseizoen worden uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart worden, waarbij voorkomen wordt dat broedvogels zich vestigen in het plangebied. Werkzaamheden mogen plaatsvinden, zo lang er maar geen broedvogels verstoord worden. Wettelijk: Beschermde soorten Soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1) Het plangebied biedt geen geschikte nestlocaties voor soorten met jaarrond beschermde nesten. Wel zou het plangebied onderdeel kunnen zijn van het foerageergebied van deze soorten en zouden soorten hier kunnen rusten of schuilen in het struweel. Vanwege de aard van de activiteit (realisatie natuurbegraafplaats) en het feit dat het naastgelegen terrein al een algemene begraafplaats is, worden er geen negatieve effecten verwacht voor deze soortgroep. Categorie 2 soorten Het plangebied biedt geen geschikte nestlocaties voor soorten met jaarrond beschermde nesten. Wel zou het plangebied onderdeel kunnen zijn van het foerageergebied van deze soorten en zouden soorten hier kunnen rusten of schuilen in het struweel. Vanwege de aard van de activiteit (realisatie natuurbegraafplaats) en het feit dat het naastgelegen terrein al een algemene begraafplaats is, worden er geen negatieve effecten verwacht voor deze soortgroep.
Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst De NDFF vermeldt voor het plangebied en de directe omgeving een aantal Rode Lijst soorten. In het plangebied zelf is geen geschikte nestgelegenheid voor deze soorten aanwezig. Om negatieve effecten op eventueel in de omgeving broedende Rode Lijst soorten te voorkomen worden de werkzaamheden bij voorkeur buiten het broedseizoen uitgevoerd of ruim voor aanvang van het broedseizoen gestart. Specifieke maatregelen voor Rode Lijst-soorten zijn niet noodzakelijk. Grondgebonden zoogdieren Wettelijk: Beschermde soorten In het plangebied is geschikt leefgebied of onderdelen van het leefgebied voor beschermde grondgebonden zoogdieren als das, eekhoorn, (kleine) marterachtigen en grote bosmuis aanwezig. Vanwege de aard van de activiteit (realisatie natuurbegraafplaats) en het feit dat het naastgelegen terrein al een algemene begraafplaats is, worden er geen negatieve effecten verwacht voor deze soortgroep. Mogelijk kan er bij de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats wel rekening worden gehouden met deze soorten in de vorm van het creëren van schuilplekken als takken-, of steenhopen voor kleine marterachtigen en bij eventuele verlichting deze in de nacht uit te laten. Deze punten kunnen worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol om zo negatieve effecten te voorkomen.
Pagina 22
Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk voor deze soortgroep. Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst In het plangebied is geschikt leefgebied voor zoogdieren die staan vermeld op de Rode Lijst. Het gaat om de soortgroep kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel), haas en konijn. De kleine marterachtigen zijn hiervoor al besproken. Voor haas en konijn geldt dat vanwege de aard van de activiteit (realisatie natuurbegraafplaats) en het feit dat het naastgelegen terrein al een algemene begraafplaats is, er geen negatieve effecten verwacht worden. Vleermuizen Wettelijk: Beschermde soorten Binnen het plangebied bevinden zich geen verblijfplaatsen van vleermuizen. De locatie is wel geschikt als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen en mogelijk wordt de struweelhaag gebruikt als vliegroute. Gezien de aard van de activiteit worden er geen negatieve effecten verwacht op de mogelijk voorkomende vleermuizen. Aanvullend onderzoek naar deze soortgroep is dan ook niet noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen om geen extra verlichting op de nieuwe begraafplaats te plaatsen en als het niet anders kan, vleermuisvriendelijke verlichting te gebruiken.
Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Rode Lijst vleermuizen zijn ook altijd al wettelijk beschermd en komen hierboven al aan bod. Amfibieën, reptielen en vissen Wettelijk: Beschermde soorten In het gebied is geschikt land-/overwinteringshabitat voor verschillende algemeen voorkomende amfibiesoorten aanwezig. Mogelijk zou ook de beschermde kamsalamander hier gebruik van kunnen maken. Gezien het ontbreken van open water voor de voortplanting in de nabijheid van het plangebied, is het gebied maar marginaal geschikt. Door de aard van de activiteit worden er geen negatieve effecten op deze soorten verwacht en is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Omdat het gebied natuurlijk wordt ingericht kunnen er wellicht wel meer geschikte schuilplekken zoals steenhopen worden gecreëerd. Dit kan worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Door het ontbreken van geschikt leefgebied worden beschermde reptielen en vissen niet in het plangebied verwacht. Het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk.
Pagina 23
Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Deze zijn hiervoor al besproken. Ongewervelde dieren Wettelijk: Beschermde soorten Gezien de grote hoeveelheid teunisbloemen in het plangebied en waarnemingen in de regio, is het niet uit te sluiten dat de beschermde teunisbloempijlstaart in het plangebied voorkomt. Deze soort legt de eitjes op deze planten en de rups eet hier van. Vervolgens verpopt de rups zich en overwintert op deze wijze in de strooisellaag. De geplande activiteit heeft naar verwachting geen negatief effect op de aanwezigheid van teunisbloemen op de lange termijn en dus deze soort, maar dat wil niet zeggen dat er bij de werkzaamheden geen teunisbloempijlstaarten aanwezig kunnen zijn. Mochten er werkzaamheden gepland zijn in het seizoen dat de teunisbloempijlstaart zijn eitjes en rupsen op de aanwezige planten heeft, dan is er voorafgaand aan de werkzaamheden een check noodzakelijk door een ecoloog. Bij aanwezigheid van rupsen van de teunisbloempijlstaart moeten de werkzaamheden uitgesteld worden totdat de rupsen de planten verlaten hebben. Dit moet worden opgenomen in een ecologisch werkprotocol. Aanvullend onderzoek naar deze soort of het aanvragen van een omgevingsvergunning is dan niet noodzakelijk. Door het ontbreken van geschikt leefgebied worden overige beschermde ongewervelde diersoorten niet verwacht of uitgesloten.
Specifieke zorgplicht: Soorten Rode Lijst Gezien het ontbreken van geschikt leefgebied zijn ongewervelde diersoorten van de Rode Lijst niet te verwachten in het plangebied. Het treffen van maatregelen in het kader van de specifieke zorgplicht is niet noodzakelijk.
4.4
Conclusie soortenbescherming
Uit de quickscan natuurtoets blijkt dat de voorgenomen activiteit geen negatieve effecten heeft op mogelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Wel is het noodzakelijk om een ecologisch werkprotocol op te stellen zodat er bij de aanleg en het beheer van de natuurbegraafplaats rekening kan worden gehouden met beschermde soorten die in of nabij het plangebied voor (kunnen) komen. Het gaat dan met name om soorten als das, (kleine) marterachtigen, eekhoorn, grote bosmuis, vleermuizen, kamsalamander en teunisbloempijlstaart. Daarnaast liften ook de meer algemene kleine grondgebonden zoogdieren als muizen, egel, haas en konijn, amfibieën als gewone pad en bruine kikker en insecten op deze maatregelen mee. Voor elke flora- en fauna-activiteit geldt de specifieke zorgplicht. In het kader hiervan moet voor het plangebied verder rekening gehouden worden met broedvogels, overige grondgebonden zoogdieren en amfibieën.
Pagina 24
Bronnen Websites - https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal - https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/ - https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/informatieproducten-natuur/informatiekaartnatuur - https://www.natura2000.nl/gebieden - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/habitatrichtlijn - https://minez.nederlandsesoorten.nl/content/vogelrichtlijn - https://minlnv.nederlandsesoorten.nl/content/rode-lijsten - https://www.sovon.nl - https://www.vogelbescherming.nl - https://www.vlinderstichting.nl - https://www.ravon.nl - https://www.zoogdiervereniging.nl - https://www.waarneming.nl - https://www.nederlandsesoorten.nl/
Pagina 25
Bijlagen 1 2 3
Impressie plangebied Natuurbescherming onder de Omgevingswet Kernwaliteiten Gelderse Streken (Achterhoek)
Pagina 26
Bijlage 1 Impressie plangebied
Pagina 27
Bijlage 2 Natuurbescherming onder de Omgevingswet
Pagina 28
Bijlage 3 Kernwaliteiten Gelderse Streken
Pagina 29
Pagina 30
Pagina 31
Staring Advies Jonker Emilweg 11 6997 CB Hoog-Keppel T 0314 641 910 info@staringadvies.nl
Pagina 32