Bijlage 4 Natuurwaardenonderzoek (geanonimiseerd) (1)
Tekst van het document
Natuurwaardenonderzoek
Hogestraat 34-40 Aalten
Colofon
Natuurwaardenonderzoek Hogestraat 34-40 Aalten
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Uitgevoerd door:
Natuurbank Overijssel
Opdrachtgever:
De Woonplaats
l .
Projectnummer en versie: 4480, versie 1.0
(geanonimiseerd) Ligeing projectgebied:
Hogestraat 34-40 Aalten
Correspondentieadres:
(geanonimiseerd) m (geanonimiseerd)
‚
T:
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) apportdatum: 11-10-2022
TUURBANK
OVERIJSSEL
Inhoudsopgave Samenvatting . Hoofdstuk1
_
Inleiding..
1.1 Aanleiding 1.2 Voorgenomen activiteiten. Hoofdstuk2
_ Het onderzoeksgebied…
2.1 Situering .
2.2 Beschrijving van het plangebied.
Hoofdstuk3
_ Toetsingskaders.
3.1 Algemeen … 3.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 …
3.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming 3.4
_
Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk
Hoofdstuk4
Nederland.
_ Gebiedsbescherming.
4.1 Algemeen 4.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone 4.3
Natura
2000
4.4 Slotconclusie.
Hoofdstuk5
_ Het onderzoek
5.1 Verwachting en bureauonderzoek… 5.2 Methode..
5.3 Resultaten …
5.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep... Hoofdstuk6
_ Conclusies.
SAMENVATTING Er zijn plannen voor herontwikkeling van een plangebied aan de Hogestraat te Aalten. Het plangebied omvat de percelen Hogestraat 34,36,38 en 40. Om het plangebied te kunnen bebouwing, verharding en beplanting verwijderd te worden.
her-ontwikkelen, dient de aanwezige
In verband met de voorgenomen ontwikkeling hebben onderzoekers van Natuurbank Overijssel en het plangebied in de periode april-september 2022 onderzocht op het voorkomen van beschermde planten en dieren.
De
voorgenomen
activiteiten
worden
gezien
als ‘ruimtelijke
ontwikkeling’.
Voor
een
aantal
algemeen
voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in
het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te
mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet
er gekozen worden voor een werkmethode
en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min
mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten
het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Het is niet aannemelijk dat voorgenomen initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebied. Het aspect stikstof
kan pas onderzocht worden als de definitieve ontwikkeling van het plangebied bekend is. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied en mogelijk nestelen er vogels in de gebouwen en beplanting, bezetten amfibieën en er een (winter)verblijfplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied, maar benutten het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, s uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet
op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, beschadigen en/of vernielen van een vogelnest, dienen buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd te worden. Als gevolg van slopen van gebouwen en uitvoeren van grondverzet (tuin), wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)verblijfplaats en/of voortplantingsplaats beschadigd en vernield. In het kader van de voorgenomen activiteiten, mag geen beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie gedood worden. Beschermde dieren dienen verjaagd of
weggevangen te worden, of er dient ontheffing aangevraagd te worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied
voor alle in het plangebied voorkomende beschermde dieren af. Dit leidt echter niet tot overtreding van een verbodsbepaling.
HOOFDSTUK
1
INLEIDING
1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een plangebied aan de Hogestraat te Aalten. Het plangebied omvat de percelen Hogestraat 34,36,38 en 40. Om het plangebied te kunnen her-ontwikkelen, dient de aanwezige bebouwing, verharding en beplanting verwijderd te worden. In verband met de voorgenomen ontwikkeling hebben onderzoekers van Natuurbank Overijssel en het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde planten en dieren. Naast een globale inventarisatie
van alle beschermde
planten en dieren, is specifiek gekeken
naar de aanwezigheid
van nestplaatsen van
huismussen en gierzwaluwen en verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen gebouwen. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2022. In het kader van de zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaats vinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk. In voorliggend
rapport
worden
de
bevindingen
van
het onderzoek
gepresenteerd.
De rapportage
afgesloten met het vaststellen van de wettelijke consequenties en eventuele vervolgstappen.
1.2 Voorgenomen activiteiten Het voornemen bestaat het plangebied te her-ontwikkelen. Alle bestaande bebouwing, verharding en beplanting zal worden verwijderd.
wordt
HOOFDSTUK 2
HET ONDERZOEKSGEBIED
2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Hogestraat 34-40 in het dorp Aalten, gemeente Aalten. Het plangebied ligt vlakbij het dorpscentrum en wordt omgeven door woningen. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
ruimtelijkeplannen.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit 3 vrijstaande gebouwen (Hogestraat 24,36,38 en 40). Nummer 34 bestaat uit een voormalig winkelpand. Dit winkelpand bevat een gemetselde buitenmuur met luchtspouw, kozijnen, en aan de voorzijde een glazen etalage met houten gevelbekleding. Nummer 36 is een voormalig winkelpand met een
gemetselde buitenmuur met luchtspouw. De voorzijde bestaat uit glas, kozijnen en kunststof gevelbekleding. Nummer 38/40 is een woning met gemetselde buitenmuur met luchtspouw. Alle drie gebouwen beschikken over
een
met
dakpannen
gedekt
zadeldak
met
beschoten
kap.
Aan
de achterzijde
(noordzijde)
van
de
woningen Hogestraat 36-40 ligt een siertuin. Deze tuinen zijn sterk verruigd en bestaan uit bomen, verruigd gazon, struiken, heesters, scheerhagen en andere dichte begroeiing. In de achtertuin van Hogestraat 38/40 staat een garage. De gebouwen stonden leeg tijdens de onderzoeksperiode. Op onderstaande luchtfoto is de
begrenzing van het plangebied aangegeven.
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijn aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
HOOFDSTUK 3
TOETSINGSKADERS
3.1 Algemeen In dit Hoofdstuk worden de diverse toetsingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt.
3.2 Wet natuurbescherming; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel - zonder vergunning
— niet toegestaan.
Ook het vaststellen van
plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming.
3.3 Wet natuurbescherming; Soortenbescherming In de Wet
natuurbescherming
is de soortenbescherming
in Nederland
geregeld.
In de wet
opgenomen met beschermde soorten. In de Wet natuurbescherming worden drie beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn
(artikel3.1
zijn lijsten
verschillende
e
©
lid 1} Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld
©
in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; lid2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen;
*
Iid3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben;
©
Iid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijkte storen;
©
lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. trichtlijn
©
(artikel3
e
lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd
in bijlage IV, onderdeel a, bij de
Habitatrichtlijn, bijlage I! bij het Verdrag van Bern of bijlage ! bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; ©
©
Iid2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren;
lid3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen;
©
Iid4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen;
©
lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd
in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of
bijlage 1 bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere
Soorten
opzettelijk te plukken en te
(artikel 3.10 e.v.
lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:
e
onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers
e
van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijkte doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel opzettelijkte beschadigen of te vernielen, of
a
e
onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 310 uit de Wet natuurbescherming. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld
dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wn een ontheffing te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens
een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming.
Er is dan geen ontheffing
nodig. 3.4 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk
In de Wet
Nederland
ruimtelijke ordening (Wro) is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk
vastgesteld,
waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk
Nederland
niveau
(NNN)/Ecologische
Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Kaderstellende regels ten aanzien van 0.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete
beleidsregels ten aanzien van de NNN
in Gelderland
ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland
zijn opgenomen
in de vigerende
provinciale
HOOFDSTUK
4
GEBIEDSBESCHERMING
4.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen gebied en het Gelders Natuurnetwerk.
activiteiten op Natura 2000-
4.2 Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van
bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist n deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk.
De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nogte ontwikkelen
potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening wel benoemd, maar er heeft geen provincie dekkende inventarisatie
plaatsgevonden. Bij projecten kan op maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities. Ligging t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone Het plangebied in het centrum van Aalten en behoort niet tot het Ontwikkelingszone.
Gelders
Natuurnet
of
Groene
Beschermingsregime
De bescherming van het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone kent geen externe werking. Toetsing aan provinciaal beleid
Omdat
het
plangebied
buiten
het Gelders
Natuurnetwerk
en
de Groene
ontwikkelingszone
ligt, hoeft
voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Gelders Natuurnetwerk. 4.3 Natura
2000
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna
is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de
Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-Jsoorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Beschermingsregime De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze
gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: e de leefgebieden van vogels;
°
de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming);
De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt.
Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door
provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden. Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelfóf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke
ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een ‘voortoets’. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Ligging van het plangebied t.0.v. Natura-2000 Het plangebied ligt op minimaal 7,7 kilometer afstand van Natura 2000-gebied.
Het meest nabij gelegen Natura
2000-gebied, is Bekendelle. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.
$ b
7,7 kilometer afstand tussen het plangebied en de gronden die tot Natura 2000 behoren
Ligging van Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode stip aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de okergele kleur aangeduid (bron: pdok.nl).
Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn n het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000gebied uitgesloten worden.
Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 s de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op
Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden.
Beoordeling stikstof (gebruiksfase) De definitieve plannen t.a.v. het plangebied zijn nog niet bekend. Zonder definitief plan kan niets gezegd worden over de toe- of afname van stikstofemissie en de mogelijke toe- of afname van stikstofdepositie in Natura2000-gebied. Gelet op de afstand tussen plangebied en Natura2000-gebied, is het niet aannemelijk dat
er sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura2000-gebied. 4.4 Slotconclusie
Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan op voorhand niet uitgesloten worden, omdat de definitieve plannen voor het plangebied nog niet bekend zijn. Het is niet aannemelijk dat
sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura2000-gebied, als gevolg van de nieuwe gebruiksfunctie.
10
HOOFDSTUK
5
HET ONDERZOEK
5.1 Verwachting en bureauonderzoek Uit de bureaustudie (bronnenonderzoek & NDFF) zijn geen veldbiologische gegevens naar voren gekomen die bruikbaar zijn voor deze studie. Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en enkele verruigde en verruigde tuinen in de woonkern Aalten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een potentieel geschikt functioneel leefgebied voor verschillende
beschermde diersoorten. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van sommige algemene en weinig kritische diersoorten uit onderstaande soortgroepen: e vogels; e
vleermuizen;
©
grondgebonden zoogdieren;
°
amfibieën;
Overige soorten Het onderzoeksgebied
is niet onderzocht
libellen, vissen, dag-
en nachtvlinders,
op het voorkomen
bladmossen,
van
beschermde
sporenplanten,
haften
en
faunasoorten
als reptielen,
kreeftachtigen
omdat
het
onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen,
die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige kleine grondgebonden zoogdieren, reptielen en voor planten. 5.2 Methode
In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied voor het eerst op 5 april 2022 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. In de daarop volgende maanden is het plangebied meermaals bezocht. Het onderzoeksgebied is op 5 april te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Het gebied is visueel en auditief onderzocht. Bij het bepalen van de mogelijke aantasting van beschermde
soorten is gebruik gemaakt van de volgende
bronnen:
e veldbezoek door ervaren ecoloog; e _ aanvullend bronnenonderzoek (0.a. internet); e
NDFF;
Vogels Het gebied is visueel en auditief onderzocht op het voorkomen van (broed)vogels. De onderzoeksperiode is
geschikt voor onderzoek naar (broed)vogels omdat vogels in deze tiijd van het jaar weinig territoriumindicerend gedrag (zingen/balts) vertonen en sommige soorten alweer weggetrokken zijn naar de overwinteringsoorden. In het plangebied is gekeken naar vogels, oude nesten en sporen die op de aanwezigheid van nesten in het plangebied duiden, zoals prooiresten (roofvogels), schijtsporen, braakballen, ruiveren (roofvogels), eierdoppen en zichtbaar nestmateriaal. Op basis van een beoordeling van de landschappelijke kenmerken kan een goede inschatting gemaakt worden van de functie van het onderzoeksgebied voor vogels en of de uitgevoerde
inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar vogels. Omdat de functie van de bebouwing voor huismussen en gierzwaluwen niet vast te stellen valt op basis van
één bezoek, is aanvullend onderzoek uitgevoerd in de periode mei-juli 2022.
u
Huismus
Om nestplaatsen in het onderzoeksgebied vast te stellen zijn twee inventarisatieronden uitgevoerd. Deze rondes zijn uitgevoerd op 5 april 2022 en 2 mei 2022. Alle bezoeken zijn uitgevoerd onder geschikte weersomstandigheden. Er is tijdens de bezoeken gekeken en geluisterd naar tiilpende mannetjes,
voedselvluchten van huismussen en geluisterd naar bedelende jongen vanonder de dakpannen. De bezoeken duurden
55-65
minuten.
Gierzwaluw
Om de functie van de bebouwing in het plangebied voor gierzwaluwen vast te kunnen stellen, zijn de gevels van de woning gedurende twee uur in de avond geobserveerd door 3 onderzoekers. Er is gekeken naar n en uitvliegende gierzwaluwen, gierende gierzwaluwen welke laag rond het plangebied vlogen en is geluisterd naar roepende adulte en jonge vogels vanuit de nestplaats. Daarbij is gebruik gemaakt van een verrekijker. Ook is het geluid van gierzwaluwen afgespeeld om een vocale reactie uit te lukken van jonge of adulte vogels vanuit de nestplaats. De bezoeken zijn 2 uur voor zonsondergang gestart en iets na zonsondergang beëindigt. Alle bezoeken zijn uitgevoerd onder geschikte weersomstandigheden (droog of droog na een bui en geen, of
zwakke wind).
ldatum
[Weersomstandigheden
In-onderzoekers
13-6-2022
_
[Half bewolkt, 15°C, droog, zwakke wind
02-7-2022
_
|HMalf bewolkt,
13-7-2022
_
|Geheel bewolkt,
18°C, droog,
_ |3
zwakke wind
22°C, droog, zwakke wind
_3 |3
Bezoekschema gierzwaluwonderzoek.
Grondgebonden zoogdieren Het onderzoeksgebied is visueel onderzocht op het voorkomen van beschermde grondgebonden zoogdieren De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek en onderzoek naar voortplantingslocaties.
Verschillende grondgebonden
zoogdieren
kunnen zogende jongen hebben
in deze tiijd van het jaar. Veel
grondgebonden zoogdieren voortplantingsperiode.
benutten
de
vaste
voortplantingsplaats
als
rustplaats
buiten
de
Er s in het plangebied gezocht naar grondgebonden zoogdieren, verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van grondgebonden zoogdieren in het plangebied duiden zoals holen, nesten, graaf, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Vleermuizen
Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die
vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd
en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xg28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheidte krijgen over de functie van het gebouw in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle
gebouwbewonende soorten. Het gebouw
lijkt geschikt als zomer-, kraam-,
paarverblijfplaats.
Het onderzoek is uitgevoerd door te posten op diverse plekken met een batdetector nabij de te slopen bebouwing. De onderzoekers hebben hebben het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren. 12
Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn zes verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband
met onderzoek naar zomeren paarverblijfplaatsen. Het onderzoek is uitgevoerd door drie, zelfstandig operende onderzoekers die onderling met elkaar in contact
staan middels een portofoon. Deze inzet is voldoende om alle in- of uitvliegende vleermuizen vast te kunnen stellen
in
dit
onderzoeksgebied.
De
bezoeken
aan
het
plangebied
ziijn
uitgevoerd
door
ervaren
vleermuisonderzoekers.
In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven.
bezoekdatum
tijdstip
13-6-2022
22:00
nonder | Doel
-0:00
3
Zomerverblijfplaatsen &
2962022
3:00-5:00
3
3:00 -5:00
3
22:00 -0:00
2
| Bewolkt, T3°C, droog, windstl
kraamkolonies
Zomerverblijfplaatsen &
14-7-2022
| Bewolkt, T7°C, droog, wind 1-2 Bft
kraamkolonies
Zomerverblijfplaatsen &
2-7-2022
Weersomstandigheden
zoekers
Half bewolkt, 12°C,
Zomerverblijfplaatsen &
droog, windstil
kraamkolonies
Half bewolkt, 209C, droog, windstil
kraamkolonies
19-8-2022
21:00 -23:00
1
Zomer-,
en | bewolkt, 21°C, droog, windstil
10-9-2022
21:00 —23:00
1
Zomer-,
en | Half bewolkt, 18°C, droog, zwakke wind
paarverblijfplaatsen paarverblijfplaatsen
Bezoekschema vleermuisonderzoek in het onderzoeksgebied. Amfibieën
De onderzoeksperiode is geschikt voor verspreidingsonderzoek naar amfibieën. Sommige amfibieën bezetten de voortplantingswateren in deze tiijd van het jaar, terwijl sommige andere amfibieënsoorten de
voortplantingswateren alweer ingeruild hebben voor landbiotoop. Op basis van een beoordeling van landschappelijke kenmerken kan een goede
inschatting gemaakt worden
van de functie van het onderzoeksgebied voor amfibieën en of de uitgevoerde inventarisatie voldoet aan de gestelde eisen voor onderzoek naar deze soorten. Daarbij is tevens rekening gehouden met de ligging van het plangebied ten opzichte van het (normale) verspreidingsgebied van verschillende amfibieënsoorten.
5.3 Resultaten
In deze paragraaf worden de resultaten van het veldbezoek gepresenteerd. Alleen soorten die in het onderzoeksgebied vastgesteld zijn, zeer waarschijnlijk in het onderzoeksgebied voorkomen of soorten waarvan
het onderzoeksgebied
een (essentieel) onderdeel
van
het functionele
leefgebied vormt, worden
in deze
paragraaf besproken.
Vogels Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels in het plangebied. Vogels kunnen een nestlocatie bezetten in de bomen, struiken en nestkastjes in het plangebied. Er zijn geen nestplaatsen van huismussen of gierzwaluwen vastgesteld. Soorten die mogelijk ieder voorjaar in het plangebied nestelen zijn houtduif, merel, zanglijster, roodborst, heggenmus, winterkoning, koolmees, pimpelmees, tftjaf, zwartkop en groenling.
Door het verwijderen van bebouwing en beplanting tijdens de voortplantingsperiode, wordt mogelijk een vogel gedood en een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Afhankelijk van de inrichting, neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels af. 13
Te beoordelen
activiteit in het kader van de Wnb:
- _ Slopen bebouwing tijdens de voortplantingsperiode; - _ Verwijderen beplanting tijdens de voortplantingsperiode;
Grondgebonden zoogdieren
Er zijn in het plangebied geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen, maar het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende algemene- en weinig kritische grondgebonden zoogdiersoorten als huisspitsmuis, bosmuis, egel en steenmarter. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied als foerageergebied en mogelijk bezetten bosmuizen er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Er zijn in het onderzoeksgebied geen aanwijzingen gevonden dat steenmarters een vaste rust- of voortplantingsplaats bezetten. Geschikte plekken voor egels, om een vaste rust- of
voortplantingsplaats te bezetten (zoals bulten bladeren of andere beschutte plekken) ontbreken. Gezien de ligging van het plangebied in een woonkern, wordt deze niet als een potentieel geschikt leefgebied van de
wezel en hermelijn beschouwd. Door
het
uitvoeren
van
de
voorgenomen
activiteiten
mogelijk
een
beschermd
grondgebonden
zoogdier
gedood en wordt mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats beschadigd en vernield. Afhankelijk van de inrichting, neemt zoogdieren af. Te beoordelen
de
betekenis van het plangebied
als foerageergebied
voor beschermde
grondgebonden
activiteit in het kader van de Wnb:
- _ Slopen bebouwing; - _ Verwijderen dichte beplanting; - _ Uitvoeren grondverzet;
Vleermuizen
e Er zijn
Verblijfplaatsen geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een verblijfplaatse in het plangebied bezetten. Tijdens
alle bezoeken zijn 1-2 foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen,
welke in de tuinen van de
woningen foerageerden. Deze vleermuizen kwamen telkens aangevlogen van buiten het onderzoeksgebied en vertoonden geen verbondenheid met de bebouwing in het plangebied. Potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen, zoals holen en gaten in de stam en een holle ruimte achter schors, ontbreken volledig. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats verstoord, beschadigd of vernield. Mogelijk neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen of als gevolg van de afname van het areaal beplanting. Te beoordelen
activiteit in het kader van de Wnb:
- _ Afname areaal beplanting; Amfibieën
Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen,
maar gelet op de inrichting en het gevoerde
beheer, wordt het plangebied als functioneel leefgebied voor sommige algemene en weinig kritische amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad beschouwd. Voorgenoemde soorten benutten het
plangebied
als
foerageergebied
en
mogelijk
bezetten
ze
er
een
(winter)verblijfplaats.
Geschikt
voortplantingsbiotoop ontbreekt in het plangebied Door het uitvoeren van grondverzet wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt mogelijk een (winter)rustplaats beschadigd en vernield. Mogelijk neemt de betekenis van het plangebied als
14
foerageergebied voor amfibieën af als gevolg van de afname van het areaal geschikte habitat (tuin of groene buitenruimte) Te beoordelen
activiteit in het kader van de Wnb:
- _ Uitvoeren grondverzet; - _ Afname geschikt leefgebied; Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.
en de inrichting maken
het
5.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels
Als
gevolg
van
het
slopen
van
bebouwing
en
het
verwijderen
van
beplanting
tiijdens
de
voortplantingsperiode wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd en vernield. Van de in het plangebied nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de
nestplaats. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. De betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels wordt niet aangetast.
Werkzaamheden
die kunnen
leiden tot het verstoren/vernielen van vogelnesten dienen daarom buiten de
voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. activiteiten uit te voeren is augustus-februari.
De meest geschikte periode om
de voorgenomen
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - _ Bebouwing slopen buiten de voortplantingsperiode (of broedvogelscan uitvoeren);
- _ Beplanting verwijderen buiten de voortplantingsperiode; Vleermuizen
e
Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield.
Uitvoering van de voorgenomen
activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader
onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
aangevraagd
te
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: -
Geen;
° _ Essentieel foerageergebied De betekenis van het plangebied als foerageergebied is beperkt. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af, maar het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te
worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
15
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: -
Geen;
e
Essentiële Vliegroute
Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes! van vleermuizen.
Uitvoering van de voorgenomen
activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.
Er hoeft geen nader
onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
aangevraagd
te
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: -
Geen;
Grondgebonden zoogdieren Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier
gedood en wordteenvaste rust- en/of voortplantingsplaats beschadigd en/of vernield. Beschermde grondgebonden mogen niet opzettelijk gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de vaste rusten/of voortplantingsplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling. Om
te voorkomen
dat een
beschermd
grondgebonden
zoogdier
gedood
wordt,
dienen
ze verjaagd
of
weggevangen te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen
activiteiten uit te mogen voeren in
het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb:
- _ Geen beschermde grondgebonden zoogdieren doden; Amfibieën
Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd amfibie gedood en wordt een (winter)rustplaats beschadigd en/of vernield. Beschermde amfibieën mogen niet opzettelij
gedood worden. Voor het beschadigen/vernielen van de (winter)verblijfplaats geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling. Om te voorkomen dat een beschermd grondgebonden zoogdier gedood wordt, dienen ze verjaagd of weggevangen te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing
van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.
Wettelijke consequenties in het kader van de Wnb: - _ Geen beschermde amfibieën doden;
Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.
1 Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis.
Niet iederljnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële viegroute 1
HOOFDSTUK 6 De
voorgenomen
CONCLUSIES activiteiten
worden
gezien
als ‘ruimtelijke
ontwikkeling’.
Voor
een
aantal
algemeen
voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in
het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden
conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet
er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten
het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Het is niet aannemelijk dat voorgenomen initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebied. Het aspect stikstof kan pas onderzocht worden als de definitieve ontwikkeling van het plangebied bekend is. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied en
mogelijk nestelen er vogels in de gebouwen en beplanting, bezetten amfibieën en er een (winter)verblijfplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied, maar benutten het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, s uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen
van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren, beschadigen en/of vernielen van een vogelnest, dienen buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd te worden. Als gevolg van slopen van gebouwen
grondgebonden
zoogdier
en
en uitvoeren van grondverzet
amfibie
gedood
en
wordt
(tuin), wordt
mogelijk
een
mogelijk een
beschermd
(winter)verblijfplaats
en/of
voortplantingsplaats beschadigd en vernield. In het kader van de voorgenomen activiteiten, mag geen beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie gedood worden. Beschermde dieren dienen verjaagd of
weggevangen te worden, of er dient ontheffing aangevraagd te worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor alle in het plangebied voorkomende beschermde dieren af. Dit leidt echter niet tot overtreding van een verbodsbepaling.
17
Bijlagen
Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlaget
_
Natuurkalender okt
houtopstanden |afzetten
/ hakhoutbeheer
[dunnen verwijderen
opslag
/ exoot,
nazor
afzetten knotten oeien /
opkronen
hoogstam
wintersnoei
hoo
zomersnoel
bomen
met
winterslaapplaats
vleermuisbomen
vogels
zomerverbli
vleermuisbomen
laats
das hazelmuis struweel boomkikker
en hakhoutbeheer
struweel
G
ve
maaien
vochtig/nat
maaien
droog
grastand
schraalgrasland
[Wateren
l
opschonen
boomkikker
wateren
Tbuikvuurpad
Kleinsc!
Tbuikvuurpad Gebouwen
m.b.t.
grootscl vleermuizen
zomerverbl winterverblijf
Optimale periode voor werkzaamheden Acceptabele periode voor werkzaamheden. De werkzaamheden verrichten onder voorwaarden zoals beschreven in protocol Geen werkzaamheden in deze periode.
Wanneer er wel gewerkt moet worden is een ontheffing verplicht
Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes
De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van
deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:
- _ Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende
oplossing voor de handeling mogelijk is. - _ Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of
openbare veiligheid. - _ Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatricht/ijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier-en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke
waarde van in het wild Ievende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt n dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door
toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet
natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk.
provinciale verordening.
Overigens
is ook een
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 19
Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook
onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.
Welke soorten zijn beschermd?
De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten
eerste
worden
alle van
nature
in Nederland
in het wild
levende
vogels
beschermd
volgens
het
beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden Verdrag van Bonn.
soorten beschermd op grond van de Habitatrichtljn,
het Verdrag van Bern en het
3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.
Vogelrichtlijn
Beschermingsregime soorten 631 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 63.2 Wn
soorten 633 Wn
Beschermingsregime andere
At3a d1 Hetis verboden in het wild evende
At35lid1 Het s verboden soorten in hun
Artza0lid1a Het s verboden soorten opzettelijkte
vogels opzettelijk e doden ofte vangen.
_ natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijkte doden of te vangen
doden of te vangen
Art3lid2 Hetis verboden opzetteljk nesten,
An3slida Artza0lid1b Hetis verboden de voortplantingsplaat- _ Het s verboden de vaste voortplanting-
mustplaatseneneierenvanvogelste
_ sen of rustplaatsen van dieren te
splaatsen of rustplaatsen van dieren
vernielen ofte beschadigen, ofnesten
__ beschadigen ofte vernielen.
opzettelijke beschadigen of te
van vogels weg te nemen
vernielen
Art31 d3 Anz3slid3 Niet van toepassing Hetis verboden eierente rapenendeze _ Het is verboden eieren van dieren in de onder zich te hebben natuur opzetteljk te vernielen of te rapen
Art3a dg en ds Anzslid2 Hetisverboden vogelsopzettelijkte __ Hetis verboden dieren opzetteljkte storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
verstoren
Niet van toepassing
Anzslids
Niet van toepassing
Artz10lid1e
Hetis verboden plantensoorten inhun _ Hetis verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied natuurljke verspreidingsgebied opzettelijkte plukken en te verzamelen, _ opzettelijke plukken ente verzamelen, af e snijden, te ontwortelen ofte af e snijden, te ontwortelen of te
vernielen
vernielen
Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming
20
Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijkte beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige
provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten:
- _ de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen -
het daarop volgende
gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in
waterkeringen, het kader van
natuurbeheer.
21
Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie p
bazi van door
e
|
o
dd
75 apri 2022
oaundEUMestarti 3N,1)
Wetenschagpelijke Naam
Zoogdieren Mierots
ogrezi
Mestelo patoriz
Mieroms minsts Sorex
rinuts
Erinaceus europoes
Scunss
wagaris
Sorex
orones
Lep
europes
Mentelo
ermines
Crocidure
reade
Arieola
schermar
tm
abteranee
Clethricnomys
storeolz
Martes foine Sorex
coronats
sierots
oneiis
Volpes wipes stele
nials
Sue zerofe
Amfibieénn
e
reptielen
e
Rana temporarie
lenevstersamanden
Lisotriten vuigaris
Lerenbarende hagede
_ Zootoes vivipera Pelophytar idtundz
[Gewone eazelmorrspad
Bufo Anguistufofrogilis
groenekäker/
Pelophyiax Mepton excuente
|e
werteijke
beorgen
51022748334
y
[s102e 78083310
dk
|s1024
js102.67 R3 |s102s [s102i/Rr3.3te |geee
RO en gebrak van gebieden
voorkomen oo Bjden
beendi bebeer of onderheud
do of bozbeur
k beztendg beheer of onderhoud wierz i bectendig beheer of onderheud andch
Kwaiteiten bepaaid gebied bestendig gebrak
ateen voor vijgestele
znfiseën)
|fauna & habeatz, en onderzoek &
$
beconerming
vilde fers.
ondervij
verbodsbepaingen. a
3.10,
e ondera
a
a
3.10.
ié 1. ondera
vangen
are
3.10, 66 1. onderb
becchasgen
voengbntinge o epaaren
Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie
22
Lezende: v
soort s vrijgested
* +
voor deze soorten daarmaast algemene vrijsteing in/op gebouwen en bijbehorende erven Wn 3.10 Je B de rijsteting i verleend onder speciieke voorwaarden. Doden i iet ijd vor edere zoort toegestaan. Ga naarde betreffende verordeningof rergelng voor meer iformatie. de wijsteling gek n d periode maart- aprl n jultot en met november de wijstelng gel
n de periode 15 augustus to
en met
ebruari
de rijstetng gelt n de periode jul, augustus en september de wijsteng gel de wijstenng
n
e periode 15 augustus to
en met 15 oktober
voor deze soorten wordt ingetrokken met
Opmerking bj Friesland:
de nwerkigtreding van de Omgerngsverordening
Er gekden alerei aanvulende voorchrfen
aan de vristeling
2022
mbt doden, vangen, vrijten en
beschadigen of ernielen van verbijfpaatsen. I de stukken wordt ook vristeling gegeven voor de mol. maar deze i niet beschermd onder de W. Deze omisie wordt echtgezet bij de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022 |
Legenda ‘Overzicht algemene vrijstellingen soorten per provincie’.
23
Bijlage 3. Fotobijlage
26
A
g;
D
4 Z 53 NNN
N
NNP
:
27
Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:
Internet:
https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/
https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/
28