Bijlage 3. Advies - Van Arm-lastig naar Arm-slag
Tekst van het document
Van Arm-lastig naar Arm-slag Vanuit ervaringskennis naar nieuw armoedebeleid
Aalten, september 2024
Colofon Dit advies kwam tot stand vanuit vertrouwelijke gesprekken met mensen die met financiële krapte te maken hebben (gehad) in de gemeente Aalten. Om privacy-redenen worden zij niet bij name genoemd. Alle rechten voorbehouden. Procesbegeleiding en tekst Martin Pragt en Sylvia Heijnen Beeld iStock, tenzij anders aangegeven. Opdrachtgever Gemeente Aalten Aalten, september 2024
2
Inhoud Inleiding
5
Werkwijze
6
Thema’s & behoeften
9
1. Communicatie & informatievoorziening 2. Wonen 3. Mobiliteit 4. Kinderen 5. Financiën & regelingen 6. Eenzaamheid & isolement 7. Perspectief
9 13 15 17 19 22 25
Conclusie
28
Inspiratiebronnen
30
Dankwoord
31
3
4
Inleiding De Gemeente Aalten staat voor de taak om vernieuwd beleid te maken rond het probleem van armoede. De gemeente vroeg zich af of het beleid, zoals dat is geformuleerd, voldoende aansloot bij de behoefte van de mensen die met financiële problemen te maken hebben. Om antwoord te vinden op die vraag zijn onafhankelijk procesbegeleider Sylvia Heijnen en Martin Pragt, ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting, gevraagd om te onderzoeken welke behoeften bij de bedoelde groep het sterkst leeft om tot een advies te komen voor nieuw armoedebeleid. Sylvia en Martin hebben graag gehoor gegeven aan die vraag. De gedachte achter het plan van aanpak: Armoede is een complex probleem dat niet alleen kan worden bekeken vanuit de financiële situatie van mensen, maar vooral ook rekening moet houden met oorzaak en gevolg van armoede. We hebben een onderscheid gemaakt in de volgende oorzaken: Mensen die arm zijn gebleven We spreken over de sociale erfenis van armoede die zich afspeelt in het ongeloof in gelijke kansen, ontbrekend zelfvertrouwen, teleurstelling, onverschilligheid en meer. De verschijningsvorm wordt ook wel ‘generatiearmoede’ genoemd. Mensen die arm zijn geworden Door life-events bestaat de mogelijkheid dat mensen in penibele financiële situaties terechtkomen.
Hierbij kun je denken aan echtscheiding, faillissement, ziekte, (seksuele) mishandeling en andere ontwrichtende life-events. Mensen die arm zijn gemaakt De Toeslagenaffaire is een voorbeeld van mensen die in armoede zijn vervallen door toedoen van derden, in dit geval de overheid. Knellende regelgeving kan ook leiden tot een leven in armoede. Mensen die arm zijn geweest Armoede levert leefpatronen op waarvan de gevolgen jarenlang belemmerend kunnen blijven werken. Het niet openen van post is hier een voorbeeld van, maar ook het vertrouwen in mensen, instanties en overheid is vaak langdurig beschadigd. Op basis van deze oorzaken is een poging gedaan om uit alle groepen een of meer vertegenwoordigers te vinden. Dat bleek in de praktijk moeilijker dan gedacht: mensen die arm zijn gebleven bleven “onder de radar” en waren lastig te bereiken. We hebben besloten om deelnemers te zoeken via bestaande (hulp)organisaties. De organisaties waren zeer bereid om mensen te vragen of wij ze mochten benaderen om gesprekken te voeren over hun situatie. Uiteindelijk zijn er zestien mensen bereid gevonden om deel te nemen.
5
Werkwijze Om in contact te komen met de groep waar wij ons op richtten, organiseerden we eerst twee open informatiebijeenkomsten in Aalten en Dinxperlo. Dat leverde een groep van zes deelnemers in Aalten en twee in Dinxperlo op. Het bleek, zoals gedacht, moeilijk om direct contact te krijgen met deelnemers, zeker als er in groepsverband gesproken zou worden. Uiteindelijk vonden we via informeel contact zestien mensen bereid om individuele gesprekken te voeren. Deze gesprekken voerden Sylvia en Martin bij de mensen thuis, met de vraag wat het meest belastend was in hun situatie en wat hun het meest zou kunnen helpen. In de thuisgesprekken hebben we zicht gekregen op de individuele knelpunten en de daaraan gekoppelde behoeften. Opvallend was de openhartigheid waarmee mensen spraken over hun situatie, ervaringen en gevoelens. Na de gesprekken nodigden we de mensen uit om deel te nemen aan groepsbijeenkomsten om de individuele punten die zijn besproken te toetsen op de collectiviteit, zodat de uitkomsten van de gesprekken voor alle deelnemers herkenbaar waren. Uiteindelijk hebben Martin en Sylvia de uitkomsten van de groepsgesprekken samengevat en vertaald in aanbevelingen voor beleid. Deze aanbevelingen zijn teruggekoppeld aan de groep en geaccordeerd.
Individuele gesprekken Opvallend was, dat de grootste knelpunten die ter tafel kwamen niet direct gingen over geld en financiële regelingen. Nagenoeg alle gesprekken gingen over de positie van de mensen en hun gezinnen: de eenzaamheid, het verdriet, de wanhoop. Naast geld werd er gesproken over zaken als gezondheid, toekomst, wonen, kinderen, onderwijs, hulpverlening, mobiliteit, stigma en sociaal isolement. De gesprekken waren open, soms zelfs onthullend, maar vooral vertrouwelijk. Daardoor kregen we goed inzicht in de knelpunten waar de betrokken mensen aan bloot werden gesteld. De gesprekken werden op individueel niveau gevoerd, waardoor we zowel structurele zaken als persoonlijke zaken konden bespreken. Na de gesprekken 6
werd het vertrouwen met nadruk genoemd als prettig. Drie deelnemers vonden het spreken in de volgende, plenaire ronde moeilijk, wat voor hen aanleiding was om betrokken te blijven, maar niet in de groep te willen spreken.
Groepsgesprekken De individuele gesprekken leidden tot de groepsgesprekken, waar we, in vijf bijeenkomsten, de gemeenschappelijkheid van de besproken onderwerpen inventariseerden. De groep was divers en bestond uit alleenstaande ouders, mensen met een chronische ziekte, mensen die met arbeidsongeschiktheid te maken hebben, twee jongeren, een werkende met armoedeproblematiek en mensen met financiële problemen vanuit faillissement. Om structuur te geven aan de sessies hebben we de SOS-benadering als uitgangspunt gekozen. Dat hield in de praktijk in dat we de gesprekken voerden naar aanleiding van deze inhoudelijke leidraad: Signaleren: wat is er gebeurd en wanneer is dat gebeurd? Ondersteunen: wat is er nodig en wie zijn er nodig om het probleem aan te pakken? Stimuleren: wat is er nodig om uiteindelijk zelf regie te voeren? We hebben de gesprekken gevoerd naar aanleiding van zeven kernthema’s die in de individuele gesprekken boven kwamen drijven. De onderwerpen werden vooral besproken vanuit de rol die de gemeente zou kunnen spelen bij de problematiek. De inhoud van de thema’s komt in het volgende hoofdstuk ter sprake.
Vervolg Deelnemers aan de groepsgesprekken hebben bij herhaling aangegeven dat ze zich veilig genoeg voelden om vrijuit te spreken. De aard van de gesprekken was aanleiding om collectief aan te geven dat er grote bereidheid is om zich verder in te zetten voor de opdracht om beleid rondom armoede en financiële problemen te ondersteunen. De gemeente kan dus blijvend beschikken over hun ervaringskennis op het gebied van armoede en sociale uitsluiting. Gemeente Aalten heeft als opdrachtgever beloofd het advies van de deelnemers zeer serieus te nemen bij de herijking van het armoedebeleid. Na het advies in ontvangst te nemen, zal de gemeente met de deelnemers in gesprek gaan hoe het advies wordt vertaald in nieuw beleid en onderbouwen waar wordt afgeweken van het advies. Het nieuwe armoedebeleid moet eind 2024 zijn opgeleverd.
7
“Welke hulpvraag ik heb? Ik zou het echt niet weten, mijn hoofd is een chaos en mijn lichaam staat stijf van de stress. Het zou fijn zijn als iemand met wat meer afstand zou zien wat ik nodig heb.”
8
Thema’s & behoeften In vijf sessies is met een gemêleerde groep van dertien deelnemers gesproken over de volgende zeven kernthema’s die uit de individuele gesprekken naar voren waren gekomen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Communicatie & informatievoorziening Wonen Mobiliteit Kinderen Financiën & regelingen Eenzaamheid & isolement Perspectief
Elk thema zal kort worden ingeleid naar aanleiding van wat ter tafel kwam vanuit de deelnemers. Vervolgens worden bij elk thema diverse suggesties gedaan hoe de gemeente haar beleid en dienstverlening zou kunnen verbeteren.
1.
Communicatie & informatievoorziening
De communicatie van de gemeente op het gebied van armoedebeleid kan op een aantal fronten worden verbeterd. Inwoners die de stap zetten om hulp te vragen, doen dat niet voor niets. Vaak staat het water hen financieel al aan de lippen. Door stress, schaamte of trots klopten zij niet eerder aan. Ook onwetendheid speelt hierin een grote rol. Voor lang niet iedereen is duidelijk welke regelingen er zijn en waar men recht op heeft. In deze paragraaf doet de werkgroep enerzijds suggesties hoe de communicatie tussen gemeente en inwoners kan worden verbeterd, en anderzijds hoe de informatievoorziening kan worden geoptimaliseerd.
1.1 Communicatie Hulp vragen als je in financieel zwaar weer zit, gaat gepaard met veel stress, schaamte en kwetsbaarheid. Omdat de gemeente aan de bevoorrechte zijde van kalmte, overzicht en bestaanszekerheid staat en een zorgplicht heeft ten aanzien van haar inwoners, is het belangrijk om inwoners in nood op een adequate en doortastende manier te helpen. Vanuit de persoonlijke ervaring met financiële stress brengt de werkgroep de voorwaarden in kaart voor goede communicatie die wederzijds vertrouwen opwekt. Deze suggesties zijn niet alleen van toepassing op de gemeente, maar ook op hulporganisaties.
Suggesties: 1. Neem de inwoner serieus. Luister écht naar wat de inwoner te zeggen heeft in plaats van meteen te redeneren vanuit het perspectief van de eigen organisatie. 2. Wees empathisch. Mensen zitten in een kwetsbare situatie, probeer signalen op te vangen en aan te voelen wat iemand nodig heeft of wat iets teweeg kan brengen. 9
3. Wees bereikbaar in menselijke vorm. Zorg voor een laagdrempelig loket en vermeld een telefoonnummer. Maak geen gebruik van chatbots of digitale antwoordformulieren. 4. Leg dingen uit. Neem de tijd om een inwoner eerst wegwijs te maken, voordat je doorverwijst. 5. Denk in mogelijkheden. Als iets niet direct mogelijk is of iemand valt tussen wal en schip: snap de urgentie van de situatie en blijf meedenken. 6. Manage verwachtingen. Wat kan wel en wat kan niet? Wees daar duidelijk over. Nee is ook een antwoord, maar neem iemand mee in het proces. Moet je het antwoord even schuldig blijven, spreek dan duidelijk af wanneer je terugbelt. 7. Maak wederzijdse afspraken. En houd je daaraan. 8. Wees proactief. Neem actief contact op over mogelijk interessante regelingen of bij zorgen over de inwoner. 9. Wees geïnformeerd. Zorg dat je overzicht en kennis van zaken hebt als je inwoners in nood te woord staat. 10. Centraliseer informatie. Voorkom dat inwoners steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen met behulp van een centraal informatiesysteem. 11. Verschuil je niet achter de AVG. Privacy is belangrijk, maar mag goede zorg niet in de weg staan.
1.2 Informatievoorziening Lang niet iedereen die in aanmerking komt voor financiële regelingen is hiervan op de hoogte. Folders en persberichten in Aalten Vooruit en De Band bereiken lang niet alle inwoners en niet iedereen voelt zich aangesproken bij termen als ‘armoede’ of ‘bestaans(on)zekerheid’. Eenmaal in gesprek met de inwoner wijzen gemeente en ondersteunende instanties niet consequent en proactief door naar regelingen die ook interessant zouden kunnen zijn in iemands situatie. Vaak komt men er bij toeval achter dat er een potje is voor zwemles of mantelzorg. Daarnaast spelen assertiviteit en doorzettingsvermogen een te grote rol in het krijgen van de steun waar je recht op hebt. Het is vaak vechten voor waar je recht op hebt, terwijl financiële zorgen en/of problemen al zorgen voor een ongezonde hoeveelheid stress. Inwoners die in financiële moeilijkheden zitten trekken vaak pas aan de bel als het al te laat is. Hierdoor is iedereen verder van huis. Er is sprake van een dubbele onwetendheid: enerzijds zijn inwoners niet op de hoogte van regelingen, anderzijds heeft de gemeente niet iedere inwoner in het vizier die voor een regeling in aanmerking komt (zoals inwoners die een uitkering krijgen via een instantie die niet gelieerd is aan de gemeente, zoals UWV).
10
Onwetendheid speelt inwoners ook parten bij belangrijke wijzigingen in hun persoonlijke situatie, zoals 18 jaar worden en ineens allerlei zaken zelf moeten gaan betalen en regelen, of het wegvallen van het kindgebonden budget en de kinderbijslag als kinderen de leeftijd van 18 jaar bereiken.
Suggesties: 1. Pak de regie als gemeente in de informatievoorziening. En houd de helicopterview. 2. Verwijs proactief naar alle regelingen die mogelijk interessant zijn. Niet alleen voor de inwoner zelf, maar ook voor de kinderen. 3. Werk samen met de Belastingdienst aan een centraal informatiesysteem. Naar het voorbeeld van het elektronisch patiëntendossier, kan een centraal informatiesysteem de financiële en medische situatie van de doelgroep inzichtelijk maken en via meldingen automatisch helderheid verschaffen welke regelingen van toepassing zijn in iemands persoonlijke situatie. Een dergelijk systeem zorgt voor overzicht en duidelijkheid, zowel voor inwoners als voor de gemeente. Het systeem stelt de gemeente in staat gericht de juiste doelgroep te informeren over bijvoorbeeld nieuwe regelingen of actief contact op te nemen, in het geval dat inwoners zelf geen hulp zoeken bij hun financiële problemen. 4. Informeer iedere inwoner van 17 jaar. Maak jongeren op de rand van volwassenheid attent op de belangrijke veranderingen en verantwoordelijkheden die eraan komen als zij 18 jaar worden. Werk samen met VO en MBO aan informatievoorziening in de klas, bijvoorbeeld bij het vak Economie. 5. Informeer inwoners proactief bij belangrijke wijzigingen. Bijvoorbeeld bij het wegvallen van het kindgebonden budget en de kinderbijslag als de kinderen 18 jaar worden.
Het huidige systeem lijkt met name gericht op zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. De werkgroep moedigt eigen verantwoordelijkheid toe, maar dit moet wel gepaard gaan met goede informatievoorziening.
11
12
2. Wonen De krapte op de woningmarkt en het gebrek aan sociale huurwoningen is niet alleen in Aalten een probleem, maar in heel Nederland. De werkgroep begrijpt dat de gemeente deze vraagstukken niet zomaar op kan lossen. Binnen de invloedssfeer van de gemeente ziet de werkgroep de volgende verbeterpunten op het gebied van wonen.
Suggesties: 1. Betrek inwoners, maar alleen als er nog wat te beslissen valt. De werkgroep juicht inwonersparticipatie toe, maar alleen als er daadwerkelijk ruimte is voor inbreng. Het betrekken van inwoners bij het project Aaltens Hofje is ervaren als een wassen neus, omdat de bouwplannen al in kannen en kruiken waren voordat inwoners werden gehoord. Dit heeft voor veel frustratie gezorgd en het vertrouwen in de gemeente als betrouwbare partner ondermijnd. 2. Faciliteer een driegesprek tussen huurder, verhuurder en gemeente. Huurders ervaren De Woonplaats niet altijd als een benaderbare en coöperatieve huurbaas. Te vaak blijven problemen onopgelost en worden maatregelen die de zelfredzaamheid van huurders bevorderen niet getroffen. Er is weinig persoonlijk contact tussen De Woonplaats en huurders en bij een huurachterstand is de ervaring dat de woningcorporatie liever direct de stap naar de rechter zet in plaats van in gesprek gaat met de huurder. Het zou volgens de werkgroep goed zijn als er een driegesprek zou kunnen worden aangevraagd, waarbij de gemeente als bemiddelaar aan tafel zit. Zie ook de volgende suggestie. 3. Stel een onafhankelijke cliëntondersteuner aan die boven de partijen staat en inwoner bijstaat bij vragen of moeilijkheden rondom wonen, financiën, zorg, etc.
Niemand in de werkgroep blijkt op de hoogte van het bestaan van de onafhankelijke cliëntondersteuner vanuit MEE. Het onderbrengen van deze ondersteuner bij MEE lijkt de werkgroep niet ideaal, omdat het in de eerste plaats een zorgorganisatie is en hiermee al een bepaalde invulling krijgt - in elk geval in de perceptie. De werkgroep benadrukt het belang van een cliëntondersteuner, maar zou liever zien dat deze niet is ondergebracht bij een specifieke (zorg)organisatie, maar als spin in het web boven alle partijen staat. Deze ondersteuner zou ook de bemiddelaar aan tafel kunnen zijn bij een driegesprek, zoals genoemd in de voorgaande suggestie. 4. Overweeg maatwerk in geval van koophuis. De meerderheid van de mensen met een smalle beurs woont in een sociale huurwoning. Een klein deel woont echter in een koophuis en is door onvoorziene omstandigheden in financiële krapte terechtgekomen, bijvoorbeeld door arbeidsongeschiktheid van een partner. Financiële steunmaatregelen van de gemeente kunnen in dit soort gevallen niet worden aangevraagd door woningeigendom. De praktijk leert dat je eerst je huis moet verkopen voordat je kunt aankloppen voor steun. De werkgroep adviseert in dit geval maatwerk toe te passen bij het toekennen van financiële regelingen.
13
5. Verlies bij urgentie eigen inwoners niet uit het oog. De werkgroep vindt het wrang dat voor vluchtelingen leegstaande gebouwen met spoed kunnen worden verbouwd tot wooneenheden, terwijl dit voor vele anderen in de gemeente die dringend op zoek zijn naar een woning niet gebeurt. 6. Klussendienst behoeft aandacht. Veel mensen met een krappe beurs zijn alleen en niet in staat om grotere (onderhoud)klussen in huis aan te pakken. Hiervoor is in principe een klussendienst in het leven geroepen, maar door gebrek aan vrijwilligers kan deze lang niet altijd hulp bieden. 7. Stimuleer social deals met bedrijven en leveranciers. Onderhoud aan de woning is vaak een flinke kostenpost, niet alleen door materiaalkosten, maar vooral door uurlonen. De werkgroep zou het mooi vinden als de gemeente, bijvoorbeeld in samenwerking met de Aaltense Uitdaging, zou kunnen kijken of er Aaltense bedrijven zijn die restpartijen voor sociale tarieven zouden kunnen aanbieden aan minima of bijvoorbeeld maandelijks een klus in huis zouden willen sponsoren voor iemand met een smalle beurs. 8. Geef nieuwe inwoners een warm welkom. De samenleving wordt steeds individualistischer. Als nieuwkomer kan het knap lastig zijn om je weg te vinden op een nieuwe plek, zowel sociaal als op het gebied van regelgeving.
Daarom adviseert de werkgroep om nieuwkomers in de gemeente een warm welkom te geven: dit kan via een welkomstgesprek door de gemeente, maar ook door buren te faciliteren buurt te maken door bijvoorbeeld een klein budget voor koffie en taart beschikbaar te stellen. 9. Stimuleer verduurzamingsmaatregelen door voorfinanciering. Woningeigenaren die in aanmerking kwamen voor de energietoeslag konden bij de gemeente aankloppen voor subsidie voor het verduurzamen van hun woning. Dit bedrag moesten zij zelf voorschieten. Dit is onhaalbaar voor minima. De werkgroep adviseert in deze gevallen voorfinanciering mogelijk te maken met verantwoording achteraf.
14
3. Mobiliteit De Achterhoek is niet het meest toegankelijke stukje Nederland. Niet overal rijden bussen of treinen en het reizen met het OV is kostbaar. Veel inwoners hebben daarom een auto. Dit is geen overbodige luxe zonder bank of ziekenhuis in de directe omgeving. Mensen zonder auto en zonder middelen voor het OV zijn voor vervoer buiten het dorp afhankelijk van familie of vrienden. In Aalten zelf wordt door de werkgroep een krapte ervaren op het gebied van parkeerplaatsen voor mensen die slecht ter been zijn. Om de mobiliteit van mensen met een laag inkomen te bevorderen, doet de werkgroep een aantal aanbevelingen.
Suggesties: 1. Laat een auto niet meetellen in het vermogen. Vanwege de beperkte bereikbaarheid in de Achterhoek zou je kunnen stellen dat het hebben van een auto een basisbehoefte is. Als mensen met een laag inkomen over een auto beschikken, danken zij deze auto vaak aan familie of vrienden. De werkgroep meent dat het hebben van een auto (ongeacht de waarde ervan) geen belemmering moet vormen voor de toewijzing van financiële regelingen. 2. Stel gratis OV-kaartjes beschikbaar voor minima. Niet iedereen heeft een auto. De werkgroep beschouwt de gratis OV-kaartjes die Vervoersregio Amsterdam beschikbaar stelt aan minima als een mooi en navolgenswaardig voorbeeld. 3. Stimuleer naoberschap. Veel minima met een auto zouden van harte andere inwoners zonder auto graag een lift willen geven, maar worden hierin beperkt doordat zij hier geen onkostenvergoeding voor mogen vragen. 4. Creëer voldoende parkeerplaatsen voor mensen die slecht ter been zijn. De werkgroep signaleert in Aalten te weinig parkeerplaatsen dichtbij huis voor mensen die slecht ter been zijn. Groenvoorziening lijkt bij de gemeente hoger in het vaandel te staan dan toegankelijkheid. 5. Overweeg een pendeldienst naar het ziekenhuis. De busverbinding van en naar Bocholt zou hier ook een mooie rol in kunnen spelen. 6. Overweeg de invoer van een Achterhoek-kaart.
De werkgroep zou een kortingskaart voor het OV Achterhoek-breed aanbevelen.
15
16
4. Kinderen Geldzorgen binnen het gezin trekken vanaf de conceptie al een grote wissel op kinderen. De voortdurende stress, spanning en zorgen bij de ouders blijven niet onopgemerkt door het kind - zelfs al in de baarmoeder. Een zorgeloze kindertijd zit er eigenlijk voor geen enkel kind in een gezin met geldnood in. Veelal maken kinderen zich klein om de ouder niet tot last te zijn, nemen al vroeg de ouderrol op zich en/of hebben problemen met het reguleren van hun emoties. Er kunnen hechtingsproblemen en gedragsproblemen ontstaan en helaas ontkomt vrijwel geen enkel kind aan psychisch lijden.
Suggesties: 1. Signaleer, signaleer, signaleer. Een gezin met geldzorgen staat vrijwel continu in de overlevingsmodus. De ervaring leert dat maatschappelijke organisaties problematische situaties niet vroeg genoeg signaleren. Als een inwoner eenmaal aan de bel trekt bij een instantie - bijvoorbeeld vanwege gedragsproblemen van het kind - is de spanning vaak al zo hoog opgelopen dat het lastig is om de rust terug te brengen in het gezin. Het is daarom van essentieel belang dat maatschappelijke organisaties en overheid - huisarts, consultatiebureau, school, gemeente etc. - situaties in een vroeg stadium herkennen en daarnaar handelen. “Toen ik hoorde dat ik zwanger was en liet blijken dat ik me daar totaal geen raad mee wist, zouden bij de huisarts eigenlijk direct alarmbellen moeten afgaan.” 2. Werk als maatschappelijke partners goed samen. Signaleer je als huisarts of docent een zorgelijke situatie? Het is van groot belang dat maatschappelijke organisaties elkaar weten te vinden en hierin en een netwerk vormen, zodat er een veilig sociaal vangnet ontstaat voor inwoners en kinderen met geldzorgen. De ervaring leert dat nu vooral sprake is van verkokering. 3. Pak de regierol als gemeente en zorg voor stressreductie. Als je als inwoner hulp zoekt in een zorgelijke situatie, is de ervaring dat de gemeente de inwoner het vooral zelf laat uitzoeken.
Inwoners worden van het kastje naar de muur gestuurd, moeten eerst zelf maar uitzoeken of ze wel of niet verzekerd zijn voor psychomotorische therapie (PMT) voor het kind, en mogen 10 keer op gesprek komen op school. Inwoners in deze situatie zijn vooral gebaat bij een gemeente die adequaat reageert op nijpende situaties en hierbij de regierol pakt, omdat inwoners het zelf niet meer overzien. Stressreductie in deze situaties is van groot belang. 4. Zorg voor continuïteit in zorgaanbieders. Helaas ontkomt haast geen enkel kind uit een gezin met geldnood aan psychisch lijden. Een goede band en vertrouwensrelatie met een zorgverlener is daarom erg belangrijk. Deze relatie komt met zorg tot stand, is kwetsbaar, en als de band eenmaal verbroken is, is lang niet iedereen in staat zich opnieuw bij een ander zo open te stellen. Wees als gemeente zeer voorzichtig met het verbreken van de contracten met zorgaanbieders door een nieuwe aanbesteding. Continuïteit is heel erg belangrijk.
17
5. Creëer trauma-sensitieve scholen. Veel kinderen die opgroeien in een gezin met geldzorgen kampen met psychisch lijden en/of gedragsproblemen. Het doorverwijzen naar speciaal onderwijs is lang niet altijd de oplossing. Kinderen kunnen zich opgegeven voelen en gedegradeerd tot het afvoerputje van de maatschappij. Beter zou zijn als docenten op school onbegrepen gedrag en precaire geestelijke gezondheid beter zouden signaleren en daar op een adequate manier op zouden reageren, zodat kinderen worden geholpen hun emoties te reguleren en zich gesteund voelen. Het zou helpen als docenten het gesprek hierover openen, zodat kinderen weten dat bij problemen de deur openstaat bij de docent. Kinderen hebben nu geregeld het idee dat docenten van de situatie afweten, maar uit ongemak of onmacht het gesprek niet aangaan. Als docenten door te grote werkdruk deze rol niet kunnen vervullen, zorg dan voor een vertrouwd gezicht op school, waar kinderen daadwerkelijk mee in aanraking komen. Een onbekende vertrouwenspersoon waar kinderen geen band mee hebben opgebouwd biedt hierin geen oplossing. Een getrainde ervaringsdeskundige, die niet direct aan de school verbonden is, zou volgens de werkgroep veel beter werken. 6. Bereid kinderen beter voor op volwassenheid. Zoals ook genoemd in de paragraaf Communicatie: er verandert veel voor kinderen als zij 18 jaar worden.
Zorg voor een goede voorbereiding op de volwassenheid en (financiële) verantwoordelijkheden die daarbij horen, bijvoorbeeld bij het vak Economie. 7. Breek een lans voor een eerlijker verdeling van kindregelingen bij co-ouderschap. Bij co-ouderschap gaat het geld van kinderbijslag, kindgebonden budget, alimentatie en de meedoenregeling 100% naar de ouder waar de kinderen staan ingeschreven. Dit zorgt voor een scheve verhouding tussen de co-ouders. De andere co-ouder vaak de vader - kan nergens aankloppen voor ondersteuning en moet alles zelf ophoesten. De ervaring leert dat kinderen hierdoor veel vaker bij de ouder zijn die alle gelden ontvangt, dat de andere ouder noodgedwongen fulltime werkt en daardoor de kinderen nauwelijks kan zien en dat er tussen de co-ouders wrevel ontstaat. Deze scheve verdeling belemmert goed co-ouderschap. Een betere verdeling van de gelden onder de co-ouders zou een oplossing kunnen bieden.
18
5. Financiën & regelingen Mensen op of rond het sociaal minimum komen net rond. Onverwachte grote kostenposten als onderhoud aan de auto, een kapotte wasmachine, ziektekosten, bezoek aan de tandarts en een nieuwe bril zorgen voor grote financiële onzekerheid. Niemand heeft een reserve kunnen opbouwen en het systeem stelt mensen ook niet in staat dit te doen. Eenmaal krap bij kas, dan bespaart de werkgroep het eerst op de energiekosten, bezoek aan families of vrienden, kleding, tandarts en boodschappen. Vakantiegeld wordt over het algemeen direct geïnvesteerd in onderhoudskosten van bijvoorbeeld de auto of gebruikt om het eigen risico te betalen. Op een enkel bezoek van naaste familie in het buitenland na, kan en gaat niemand van de werkgroep op vakantie. Tot slot worden financiële regelingen en uitkeringen in het algemeen niet als stimulerend ervaren: ze moedigen in hun huidige vorm niet aan om te experimenteren hoeveel werk je aan zou kunnen.
Suggesties: 1. Zorg voor proactieve informatievoorziening op het gebied van regelingen. Zie ook de paragraaf Communicatie. 2. Wees minder streng op envelopjes van familie of vrienden. Omdat niemand een buffer heeft kunnen opbouwen, is zo nu en dan een klein beetje financiële hulp van familie of vrienden erg welkom. 3. Zorg voor een betere collectieve zorgverzekering. De huidige collectieve zorgverzekering van Menzis wordt als ondermaats beschouwd door de werkgroep. De ervaring met voorganger CZ was vele malen positiever, o.a. door de ruimere brillenvergoeding. Een groot deel van de werkgroep heeft hoge zorgkosten en zit door hulpverlening vast aan het hoogste pakket. Daar komt het eigen risico nog een keer bovenop, dat bij bijna iedereen volledig in rekening wordt gebracht. Doordat de Bijzondere Bijstand alleen wordt verstrekt als je aangesloten bent bij de collectieve zorgverzekering van de gemeente, kunnen minima voor hun gevoel niet anders dan bij het dure Menzis verzekerd zijn. Een tip uit de werkgroep: kijk naar het voorbeeld van de Gemeente Enschede waar het eigen risico is meeverzekerd in het pakket. 4. Stel voorfinanciering beschikbaar bij Bijzondere Bijstand. Voor grote medische uitgaven kan men bij financiële krapte aankloppen bij de Bijzondere Bijstand.
De zorgkosten moeten echter door de inwoner worden voorgeschoten en worden pas achteraf op declaratiebasis uitgekeerd. Omdat niemand over een buffer beschikt, raadt de werkgroep aan om in het geval van Bijzondere Bijstand voorfinanciering beschikbaar te stellen, die achteraf moet worden verantwoord. Dit voorkomt zorgmijding en verdere financiële problemen. 5. Voorbij harde grenzen: kijk naar het totale financiële plaatje. Daar waar mensen die kunnen aankloppen voor financiële regelingen het hoofd financieel net boven water kunnen houden, is dat lang niet altijd het geval bij mensen die net niet voor regelingen in aanmerking komen. Zij voelen zich in de steek gelaten door de gemeente en niet erkend in hun financiële nood. De situatie zou kunnen worden verbeterd als mensen die arbeidsongeschikt worden bij een nuluren-contract altijd voor een sociaal minimum in aanmerking komen - ook bij samenwonenden. Of als bij het toekennen minder naar het bruto-inkomen of 19
20
vermogen wordt gekeken, maar naar het besteedbare inkomen na aftrek van vaste lasten. 6. Bied als gemeente proactief hulp bij schulden. Als er eenmaal schulden zijn, is het heel lastig om het hoofd mentaal en financieel boven water te houden. Wat zou helpen is een actieve ondersteuning in het contact met schuldeisers. 7. Lobby voor tandartszorg in het basispakket. Zorgmijding onder minima is reëel en kom relatief vaak voor. Het bezoek aan de tandarts is één van de eerste dingen die wordt geschrapt bij financiële krapte. 8. Verleng kindregelingen tot en met de studietijd. Kinderen die gaan studeren blijven veelal thuis wonen. Maar de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de Meedoenregeling vervallen bij 18 jaar. De studiefinanciering is voor kinderen uit minima-gezinnen ontoereikend om de kosten te dekken: kinderen betalen naast de studiekosten vaak een bijdrage aan de ouder(s) om de weggevallen kinderbijslag en kindgebonden budget deels te compenseren. Om financieel het hoofd boven water te houden gaan zij naast hun studie werken (een studielening wordt zoveel mogelijk vermeden), terwijl zij voor een stage ook geregeld 5 dagen per week kosteloos werken. Ouders maken zich zorgen dat er te veel gevraagd wordt van deze jongvolwassenen. 9. Bied gratis ontbijt, fruit en menstruatieproducten aan op school.
Helaas zien we steeds vaker dat kinderen met een lege maag in de schoolbanken zitten. Een schoolontbijt en een gratis fruitmand op school zou de situatie al flink verbeteren. Ook menstruatiearmoede komt helaas vaak voor. Het zou helpen om gratis maandverband en tampons aan te bieden op de toiletten op school. 10. Creëer een sociaal spaarpotje op school. Schoolreisjes, kinderfeestjes, een verplichte laptop: school is in al haar facetten een flinke kostenpost. Om de kansengelijkheid te bevorderen en te zorgen dat iedereen mee kan doen, zou een sociaal potje voor kinderen uit gezinnen die het niet breed hebben uitkomst bieden. 11. Meer eigen regie in regelingen. De werkgroep is enthousiast over de Meedoenregeling. Het geld mag naar eigen inzicht worden besteed in het kader van meedoen en dat doet iedereen op een andere manier. Binnen de werkgroep kennen de meesten (inmiddels) de regeling en maken er dankbaar gebruik van. De werkgroep moedigt aan om ook bij andere regelingen meer ruimte te bieden voor eigen regie. 12. Maak financiële regelingen stimulerender door een verzekerd vangnet. Zie ook de paragraaf Perspectief.
21
6. Eenzaamheid & isolement Armoede is niet alleen een gebrek aan geld. Dat is de zichtbare kant van het verhaal. Wat je niet ziet zijn o.a. eenzaamheid, isolement en een laag zelfbeeld. Veel leden uit de werkgroep dragen een geschiedenis van trauma met zich mee. Een overleden broertje, zusje of kind waar nooit over gepraat is, emotionele verwaarlozing, (seksueel) misbruik, hechtingsproblemen, te laat gestelde mentale diagnoses, etc. Dit tekent je als mens en vaak heb je manieren aangeleerd om jezelf te beschermen, zoals overmatig pleasen, alles alleen denken te moeten doen, een grote bek geven om mensen op afstand te houden, gevoelens wegdrukken, het gevoel hebben dat je je steeds moet bewijzen, en je terugtrekken in jezelf. Dit zijn hardnekkige patronen die in je systeem verankerd zijn geraakt en die je niet zomaar bij kunt stellen. Bij nieuw armoedebeleid moeten we niet alleen oog hebben voor het gebrek aan geld, maar ook voor de onzichtbare kant van het verhaal.
Suggesties: 1. Geloof in mij. Veel leden uit de werkgroep kampen met een zeer laag zelfbeeld. Complimenten worden gewantrouwd en kritiek of afwijzing bevestigen hun lage zelfbeeld en komen heel hard binnen. Houd hier rekening mee: neem inwoners serieus als ze om hulp vragen en denk met ze mee. Niet alles kan, maar toon begrip en geduld. Hulp vragen was al een heel grote stap en vaak is vanuit de kindertijd het vertrouwen in de ander al ernstig beschadigd geraakt. Niets is zo helend dan te ervaren dat iemand oprecht in je gelooft. Belangrijk hierbij is dat dit niet eenmalig is of afhankelijk van de persoon die je toevallig treft, maar dat dit een stabiele basishouding is. “Eenzaamheid voelt voor mij veiliger dan een confrontatie met het oordeel van de buitenwereld. Mijn conrector op school was de eerste die mij uit mijn isolement wist te halen. Jij moet mee op deze excursie, want ik wil jou niet kwijt. Jij bent belangrijk voor mij. Kon de gemeente maar zoals mijn conrector zijn.” 2. Stel ervaringsdeskundige buddy’s aan. Als het niet zo lekker gaat, hebben velen de neiging om in zichzelf te keren en niet om hulp te vragen. Een ervaringsdeskundige buddy zou hierbij kunnen helpen. Iemand die je zelf kunt bellen, maar die ook actief bij je incheckt als je zelf niet de eerste stap zet. Door de gedeelde ervaring is het gesprek gelijkwaardiger.
Een buddy is als het ware een kritische vriend die je ook keihard de waarheid kan vertellen: “Je houdt mij niet voor de gek. Ik ken dit gedrag maar al te goed, want ik heb dit zelf ook vele jaren zo gedaan.” 3. Vul niet in wat goed is voor mij. Als je aan de grond zit en de situatie totaal niet meer overziet, is het fijn als de gemeente en zorgverleners proactief de regie nemen. Maar als het wat beter gaat, vertrouw inwoners dan zoveel mogelijk op hun eigen oordeel en behoeften. Vaak weten zij heel goed wat goed voor hen is. De ervaring leert dat er helaas niet altijd goed wordt geluisterd en veel wordt ingevuld voor een ander. De werkgroep raadt aan: NIVEA - Niet Invullen Voor Een Ander. Dit geldt ook bij hulpvragen voor de kinderen; de ouder kent het kind het beste, dus neem het oordeel van de ouder serieus.
22
23
4. Maak een Mannencafé mogelijk. Waar kan een eenzame man terecht met vragen waarmee hij worstelt? Volgens de werkgroep wordt onderschat hoeveel eenzaamheid, depressie en isolement er is onder mannen. Minder dan vrouwen zijn zij gewend om over hun gevoel te praten en hierdoor keren zij in zichzelf. Waar voor vrouwen al de nodige zaken mogelijk worden gemaakt, zoals een Vrouwencafé, is daar ook behoefte aan voor verschillende mannen. Tip: faciliteer de behoeften van de doelgroep en ga niet invullen wat een goede plek, vorm of setting zou zijn. 5. Peil de behoefte voor andere lotgenotengroepen. De werkgroep heeft tegenstijdige gevoelens als het aankomt op andere lotgenotengroepen. Enerzijds zou lotgenotencontact heel fijn kunnen zijn om je begrepen te voelen, te zien dat jij niet de enige bent met een bepaald probleem en (eindelijk) woorden te vinden voor onbegrepen gevoelens of gedragingen. Anderzijds schuilt in een lotgenotengroep het reële gevaar dat men elkaar de put in praat. Een mogelijke oplossing hiervoor is om met een gespreksleider te werken aan de hand van thema’s, die ervoor waakt dat de groep afglijdt in negativisme. Ook hierbij geldt: leg zoveel mogelijk de regie bij inwoners als het aankomt op hoe en waar men elkaar wil treffen. 6. Bied proactief hulp bij faillissement. Een faillissement trekt een grote wissel op het gezin.
Het zou fijn zijn als de gemeente in deze situatie zo snel mogelijk rust creëert in het gezin: hierbij gaat niet alleen om de zichtbare kant van het verhaal (materiële steun), maar zeker ook om de onzichtbare kant (psychologische steun). 7. Bied gratis uitjes aan. Eén van de zaken waar je als eerste op bespaart bij financiële krapte zijn (sociale) uitjes. De werkgroepleden prijzen het Meedoenpact voor de gratis kaartjes voor uitjes die geregeld worden verstrekt. Dit helpt voor de broodnodige ontspanning in een stressvol bestaan.
24
7. Perspectief Eén van de grote problemen die de werkgroep signaleert is het gebrek aan vooruitzicht. We hebben dit perspectief genoemd, gericht op welzijn, wonen, gezondheid, opleiding, gezinsvorming en werk. Meedoen met de maatschappij bestaat uit meer dan alleen de materiële ondersteuning die geleverd wordt en als onontbeerlijk wordt ervaren. Er is veel behoefte om de mogelijkheden en de ambities van de mensen centraal te stellen in de ondersteuning die geboden wordt. Ieder mens heeft behoefte aan ontwikkeling. Dat kan ontwikkeling in professionele zin zijn, maar ook in persoonlijke zin of in gezondheid. Ontwikkeling vraagt aandacht gericht op het zoeken naar mogelijkheden, het onderhouden van het ontwikkelingstraject en het stabiliseren van de ontwikkeling.
Suggesties: 1. Agendeer het probleem van te weinig arbo-artsen. Verschillende leden van de werkgroep lopen aan tegen het gebrek van arbo-artsen. De één staat na een lang ziekbed te popelen om te werken, maar wordt hierin gehinderd doordat er geen artsen zijn om te herkeuren. De ander heeft al sinds 2016 geen arbo-arts meer gezien, omdat de casus ‘te complex’ is en bewust is ‘losgelaten’. Dit geeft een gevoel van opgegeven zijn, wat fnuikend is voor iemands eigenwaarde en het koesteren van toekomstperspectief. 2. Herzie de kostendelersnorm. Het is als je in de bijstand zit en een partner hebt financieel aantrekkelijker om apart te blijven wonen. Een leven samen opbouwen wordt op deze manier niet gestimuleerd. Dit kan niet de bedoeling zijn - zeker niet met de grote woningnood. De werkgroep raadt aan de kostendelersnorm te heroverwegen. 3. Onderzoek en stimuleer de mogelijkheden van meer flexibel werk. Alle leden van de werkgroep zouden graag actief mee willen doen in de samenleving. De energiebalans en belastbaarheid van de meeste leden uit de werkgroep is alleen grilliger dan die van de gemiddelde medemens. De enige dag pieken, de andere dag lichamelijk en geestelijk niets waard zijn. Voor veel mensen in de werkgroep is dit de dagelijkse realiteit. Zo is de arbeidsmarkt en het huidige stelsel van regelingen en uitkeringen niet ingericht.
Een werkplek waarin je de ruimte zou krijgen om je werk te doen op de momenten waarop het wél gaat en naar huis te kunnen wanneer het niet gaat, zou voor de werkgroep een kans zijn. Dit betekent geen vrijheid, blijheid. Verantwoordelijkheid geven én nemen is zeer belangrijk voor herstel. Geloof dus in iemand, maar bied flexibiliteit om werk op duurzame wijze mogelijk te maken. 4. Creëer een stabiel financieel vangnet. Voor veel mensen is het te riskant om te experimenteren met werk, omdat de kans reëel is dat zij hun arbeidsbeperking en financiële vangnet verliezen als ze eenmaal (even) hebben laten zien dat zij betaald werk aan kunnen. Als men de zekerheid zou hebben te kunnen terugvallen op hun uitkering bij uitval, zou de stap naar betaald werk kleiner zijn volgens de werkgroep; voor zowel de werknemer als de werkgever. Natuurlijk is het onmogelijk voor de gemeente een stabiel financieel vangnet te creëren bij alle regelingen en uitkeringen. Maar de bijstand zou een mooi begin zijn. Een tip van de werkgroep: kijk naar de oude Wajong-regeling. Deze uitkering is wél flexibel en biedt wél een veilig financieel vangnet.
25
26
5. Bied voldoende begeleiding en kennis aan werkgevers. Laat ‘herintreders’ niet zomaar los bij willekeurig welke werkgever. Geregeld mist adequate kennis en begeleiding vanuit de werkgever, waardoor sommigen nog verder van huis raken. Omdat je aan de buitenkant vaak niets ziet aan iemand, komt het vaak voor dat de doelgroep ver over de eigen grenzen gaat om de normale werkwijze bij te benen. Flexibiliteit en kennis van complexe situaties is voor het laten slagen van reïntegratie erg belangrijk. Als het bedrijf beschikt over een HR-afdeling, dan is het van belang dat zij voldoende inzicht hebben in hoe herstel werkt: dat in de eerste fase herstel en werken op therapeutische basis vooropstaat en men door kan groeien naar meer werkbelasting. De PiëzoMethodiek kan hier dienen als goed en inspirerend voorbeeld. 6. Maak de wereld kleiner en persoonlijker. De werkgroep denkt dat de gemeente Aalten een ideale schaalgrootte heeft voor een nauwe en persoonlijke samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, instanties en de doelgroep. Zo zou een sociaal netwerk kunnen ontstaan, waarbij de gemeente de spin in het web is, de lijntjes kort zijn, mensen elkaar kennen en wat gunnen, kennis en kunde voor handen zijn, en mensen in een kwetsbare positie zich minder overgeleverd voelen aan anonieme instanties.
27
Conclusie Op basis van de gesprekken met de deelnemers kunnen verschillende overkoepelende adviezen worden geformuleerd. Kortweg komen deze neer op: écht luisteren, empathie tonen, proactief handelen en handelen in de geest in plaats van de letter van wet- en regelgeving. Naast deze overkoepelende aanbevelingen doet de werkgroep ook specifiek aanbevelingen in het proces van Signaleren naar Ondersteunen naar Stimuleren (SOSbenadering).
Signaleren • •
•
• •
Vroeg-signalering is essentieel. Bij het signaleren is het van belang dat alle betrokken partijen en personen - van vroedvrouw tot psychiater en van buurvrouw tot bankdirecteur - in een samenhang werken en dat daarbij de gemeente de regierol neemt. Dit bevordert de snelheid van acteren op problemen en de stressreductie bij betrokkenen. Bij de signalering is het cruciaal om het probleem te definiëren vanuit de gehele context (neem bijvoorbeeld bij faillissement de complexiteit van de situatie in ogenschouw: niet alleen de financiële situatie, maar ook de weerslag op het gezin, etc.). Creëer meer kennis en bewustwording in de brede maatschappij voor het gelaagde probleem van trauma en armoede. Maak gebruik van kennis en ervaringen van ervaringsdeskundigen.
Ondersteunen • • • •
Van keten-ondersteuning naar netwerk-ondersteuning. Uitgangspunt van ondersteuning is altijd de behoefte van de cliënt en niet de professionele benadering van de hulpverlener. Ondersteuning kan en mag nooit afhankelijk zijn van de individuele kwaliteiten van hulpverleners. Voer als gemeente regie op de invulling en uitvoering van de onafhankelijke cliëntondersteuner en maak bij de uitvoering gebruik van getrainde ervaringsdeskundigen.
Stimuleren •
Maak beleid waarin de ontwikkeling van afhankelijkheid naar onafhankelijkheid centraal staat en ondersteund wordt. Help niet alleen bij de onmiddellijke (financiële) problemen, maar stimuleer in brede zin, zodat mensen toegerust zijn om eigen regie te voeren. Hierbij is maatwerk en maatjeswerk essentieel.
28
29
Inspiratiebronnen Er zijn in het land verschillende initiatieven om de situatie van mensen die in armoede leven te verbeteren. Er wordt met verschillende methodieken getracht om vat te krijgen op armoede en vooral de kinderen die in armoede opgroeien een kans op een betere toekomst te geven: •
Landelijk zet de Alliantie Kinderarmoede zich in samenwerking met een keur aan maatschappelijke en commerciële partners in om de situatie van kinderen perspectiefrijker te maken.
•
Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid houdt zich ook in grote mate bezig met de belofte om alle kinderen een gezonde start te geven. Prof. Tessa Roseboom schreef daarvoor het boek ‘De eerste duizend dagen’. Ze beschrijft de desastreuze gevolgen van stress, vanaf de conceptie tot 1.000 dagen na de conceptie.
•
In Zoetermeer werken mensen al enige jaren met de PiëzoMethodiek, waar talenten worden ontwikkeld in verschillende niveaugroepen met een verbluffend succes. De aanpak is verwant met de vroegere volksuniversiteit.
•
Tim ’S Jongers schreef het boek ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’, waarin hij beschrijft hoe complex de situatie is van mensen die met armoede worden geconfronteerd.
•
Op de site van het Nederlands Jeugdinstituut en van Divosa zijn handreikingen beschikbaar over het vormen van een netwerk om kinderarmoede tegen te gaan. Er is een handreiking voor het sociaal domein, voor het onderwijs en voor de jeugdgezondheidszorg.
•
Kansrijk Groningen is een initiatief gestart om mensen met financiële zorgen een buddy-benadering aan te bieden. Informatie daarover vind je op de website van Kansrijk Groningen.
•
Op 23 april 2024 besloot de gemeente Arnhem, bij wijze van een proef, om de mensen in de armste wijk van Nederland, hun schulden kwijt te schelden.
Deze lijst is beslist niet volledig, maar geeft aan op hoeveel plaatsen en manieren armoede wordt bestreden.
30
Dankwoord De deelnemers bedanken de Gemeente Aalten voor het vertrouwen dat in hen is gesteld door hen om advies te vragen bij de herziening van het armoedebeleid. De werkgroep heeft op haar beurt alle vertrouwen in de gemeente dat zij dit advies zo serieus mogelijk zal nemen bij het herijken van het armoedebeleid. De werkgroep staat open voor vragen. Contact opnemen? Dat kan via Martin Pragt (mh.pragt@kpnmail.nl) of Sylvia Heijnen (info@sylviaheijnen.nl).
31
32