Bijlage 21 Nader onderzoek ecologie.pdf
Tekst van het document
Nader ecologisch onderzoek
Ontwikkeling Kaemingk B.V. en ISG Lettink Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
Gemeente Aalten
Projectnummer: 3345.01 Datum: 25-10-2021
Nader ecologisch onderzoek Ontwikkeling Kaemingk B.V. en ISG Lettink Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
Opdrachtgever:
Gemeente Aalten
Projectnummer:
3345.01
Datum:
25-10-2021
Projectleider en rapporteur:
Jur Metselaar
Autorisatie:
Laura Tilleman
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING ........................................................................................................................................................3
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ..........................................................................................................5 2.1 Beschrijving projectgebied ................................................................................................................ 5 2.2 Geplande werkzaamheden ............................................................................................................... 6
3
AANLEIDING.....................................................................................................................................................7 3.1 Vleermuizen ...................................................................................................................................... 7 3.2 Das en boommarter .......................................................................................................................... 7 3.3 Steenmarter en kleine marterachtigen ............................................................................................. 8 3.4 Grote bosmuis ................................................................................................................................... 8 3.5 Huismus ............................................................................................................................................. 8 3.6 Hazelworm ........................................................................................................................................ 8 3.7 Rugstreeppad .................................................................................................................................... 8 3.8 Grote vos ...........................................................................................................................................
9 3.9 Grote weerschijnvlinder .................................................................................................................... 9 3.10 Grote leeuwenklauw ......................................................................................................................... 9
4
ONDERZOEKSMETHODE ................................................................................................................................10 4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................... 10 4.2 Das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen ............................................................. 11 4.3 Grote bosmuis ................................................................................................................................. 14 4.4 Huismus ........................................................................................................................................... 15 4.5 Hazelworm ...................................................................................................................................... 15 4.6 Grote vos ......................................................................................................................................... 16 4.7 Grote weerschijnvlinder .................................................................................................................. 17 4.8 Grote leeuwenklauw ....................................................................................................................... 17
5
RESULTATEN ..................................................................................................................................................18 5.1 Vleermuizen .................................................................................................................................... 18 5.2 Das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen ............................................................. 20 5.3 Grote bosmuis ................................................................................................................................. 21 5.4 Huismus ........................................................................................................................................... 21 5.5 Hazelworm ...................................................................................................................................... 22 5.6 Grote vos ......................................................................................................................................... 22 5.7 Grote weerschijnvlinder .................................................................................................................. 23 5.8 Grote leeuwenklauw ....................................................................................................................... 23
6
CONCLUSIE EN ADVIES ..................................................................................................................................24
7
LITERATUURLIJST ...........................................................................................................................................26 7.1 Referenties ...................................................................................................................................... 26 7.2 Gebruikte websites ......................................................................................................................... 26 7.3 Overige geraadpleegde bronnen..................................................................................................... 26
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
2
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Gemeente Aalten is door Buro Ontwerp & Omgeving een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd op percelen aan de Vierde Broekdijk en de Dinxperlosestraatweg te Aalten. De ontwikkeling op deze locatie voorziet in de bouw van een nieuwe logistieke hal van Kaemingk B.V. en een nieuwe opslaghal van ISG Lettink. Daarnaast worden op beide terreinen parkeervoorzieningen gerealiseerd. Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de op 7 augustus 2019 door Lievense Milieu B.V. uitgevoerde quickscan natuurtoets op het terrein van Kaemingk B.V., een op 26 januari 2021 door Buro Ontwerp & Omgeving uitgevoerde quickscan natuurtoets op het terrein van ISG Lettink, een memo van Staring Advies omtrent de rugstreeppad van 30 november 2020 en een memo van Buro Ontwerp & Omgeving van 24 september 2021. Uit de quickscan van Lievense Milieu B.V. kwam naar voren dat nader onderzoek nodig is naar de steenmarter, hermelijn, wezel, bunzing en rugstreeppad. Naderhand is besloten om geen onderzoek te doen naar de rugstreeppad omdat door Staring Advies op 30 november 2020 is geconcludeerd dat het voorkomen van de rugstreeppad kan worden uitgesloten op basis van het ontbreken van waarnemingen in de ruime omgeving.
Uit de quickscan van Buro Ontwerp & Omgeving op het terrein van ISG Lettink kwam naar voren dat nader ecologisch onderzoek moet worden gedaan naar vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, grote bosmuis en hazelworm. Bovendien moet worden onderzocht of de strook bosschages deel uitmaakt van de functionele leefomgeving van de huismus. Vervolgens is de begrenzing van het plangebied uitgebreid op 29 maart 2021. De veranderingen hebben tot gevolg dat ook de twee houtwallen in het noorden van het projectgebied (inclusief een oude zomereik) zullen worden gerooid en dat de woning, schuur en houtwal aan de Dinxperlosestraatweg 72 zullen worden gesloopt (zie memo 24 september 2021). Daarnaast zijn er tussentijds veranderingen opgetreden op het terrein van Kaemingk B.V. doordat het terrein al geruime tijd braak ligt en er op sommige plekken bosschages zijn opgeschoten. Hierdoor is ook onderzoek gedaan naar de grote vos, grote weerschijnvlinder en grote leeuwenklauw. Daarnaast werden in het dijkje op het terrein van Kaemingk B.V. holen aangetroffen, waardoor ook de aanwezigheid van de das en boommarter niet op voorhand kon worden uitgesloten.
Alles tezamen is daarom een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd naar: Gebouw- en boombewonende vleermuizen Vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen Das Boommarter Steenmarter Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) Grote bosmuis Huismus Hazelworm Grote vos Grote weerschijnvlinder Grote leeuwenklauw
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
3
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
De volgende vragen staan centraal in het onderzoek: Zijn vleermuizen, das, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, grote bosmuis, huismus, hazelworm, grote vos, grote weerschijnvlinder en grote leeuwenklauw in het projectgebied aanwezig? Wat is de functie van het projectgebied voor deze soorten? Moet er een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd? Moeten er mitigerende en/of compenserende maatregelen worden genomen? In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de resultaten uit de quickscan (hoofdstuk 3), de onderzoeksmethode (hoofdstuk 4), de resultaten van het nader onderzoek (hoofdstuk 5) en de conclusie en het advies (hoofdstuk 6) beschreven.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
4
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied is gelegen in het buitengebied van Aalten, ten zuidwesten van de bebouwde kom. Het betreft percelen aan de Vierde Broekdijk en de Dinxperlosestraatweg met een gezamenlijk oppervlakte van circa 4,78 hectare. Het gaat om de percelen van Kaemingk B.V., ISG Lettink en een deel van Dinxperlosestraatweg 72. Het gebied wordt begrensd door de Vierde Broekdijk (westzijde), diverse bedrijven (noordzijde), de tuin behorende bij Dinxperlosestraatweg 72 (oostzijde) en houtopstanden behorende tot het Gelders Natuurnetwerk (zuidzijde). Het westelijke deel van de locatie was voor 2013 nog gedeeltelijk bebouwd met een boerderij. In de onderstaande figuur is de begrenzing van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1. Ligging projectgebied aan de Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg (rood kader).
In het westelijke deel van het projectgebied ligt een geasfalteerde weg met daartussen een greppel en bosschages. In het noordelijke deel van het projectgebied bevindt zich een houtwal, een strook met bosschages, een elzensingel en een oude zomereik. Daarnaast loopt een dijkje dwars door het projectgebied, van zuidwest naar noordoost. Het perceel behorende bij Dinxperlosestraatweg 72 bestaat uit een woonhuis met een bijgebouw, een schuurtje, een gazon, enkele bosschages en een houtwal. De overige delen bestaan uit grasveld en braakliggende percelen met ruigtekruiden.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
5
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
2.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Geplande werkzaamheden De ontwikkeling op deze locatie voorziet in de bouw van een nieuwe logistieke hal van Kaemingk B.V. en een nieuwe opslaghal van ISG Lettink. Daarnaast worden op beide terreinen parkeervoorzieningen gerealiseerd. De initiatiefnemer is voornemens alle bosschages, de houtwallen, de elzensingel en de oude zomereik te verwijderen en de bebouwing aan de Dinxperlosestraatweg 72 te slopen. De aanwezige greppel binnen het plangebied wordt eveneens gedempt. De bedrijfsbebouwing in het oosten van het gebied blijft behouden.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
6
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
3
Buro Ontwerp & Omgeving
AANLEIDING Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de op 7 augustus 2019 door Lievense Milieu B.V. uitgevoerde quickscan natuurtoets op het terrein van Kaemingk B.V., een op 26 januari 2021 door Buro Ontwerp & Omgeving uitgevoerde quickscan natuurtoets op het terrein van ISG Lettink, een memo van Staring Advies omtrent de rugstreeppad van 30 november 2020 en een memo van Buro Ontwerp & Omgeving van 24 september 2021. Om de effecten van de ontwikkeling volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming is daarom nader onderzoek gedaan naar vleermuizen, das, boommarter, steenmarter, hermelijn, wezel, bunzing, grote bosmuis, huismus, hazelworm, grote vos, grote weerschijnvlinder en grote leeuwenklauw. Hieronder worden deze soorten nog eens kort besproken.
3.1
Vleermuizen Het vrijstaande woonhuis heeft geschikte kantpannen, nokvorsten en loodslabben langs de schoorsteen die gebruikt kunnen worden als verblijfplaats voor vleermuizen. Het houten schuurtje naast de woning heeft mogelijk ook geschikte ruimtes. Daarnaast bevindt zich een dode boom met kleine spechtenholen in de houtwal naast Dinxperlosestraatweg 72 en een oude zomereik met afgebroken takken in het noorden van het projectgebied die kunnen dienen als verblijfplaats. Hierdoor kunnen negatieve effecten op verblijfplaatsen van boom- en gebouwbewonende vleermuizen niet op voorhand worden uitgesloten. De twee houtwallen en de strook met bosschages kunnen bovendien gebruikt worden als vliegroute of foerageergebied. Vleermuizen zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te storen, vangen of doden en vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Het verwijderen van de houtwallen (inclusief oude zomereik en dode boom met spechtenholen), de strook met bosschages en de aanwezige bebouwing zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, vliegroutes en foerageergebieden is daarom noodzakelijk.
3.2
Das en boommarter Er werden tijdens de quickscan van Lievense Milieu B.V. geen verblijfplaatsen van de das en boommarter aangetroffen, waardoor het gebied eventueel alleen als foerageergebied kan worden gebruikt. In de omgeving van het projectgebied is voldoende foerageergebied beschikbaar waardoor de functionaliteit van eventuele verblijfplaatsen buiten het gebied niet wordt aangetast. Tijdens een veldbezoek van Buro Ontwerp & Omgeving werden echter een aantal holen aangetroffen in het dijkje (terrein van Kaemingk B.V.) die mogelijk kunnen worden gebruikt door de das of boommarter. De das en boommarter zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden de soorten opzettelijk te vangen of doden en de vaste rustof verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. De ontwikkeling van het terrein zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de das of boommarter een verblijfplaats hebben in het projectgebied en of de houtwallen en het dijkje deel uitmaken van het leefgebied.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
7
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
3.3
Steenmarter en kleine marterachtigen Het projectgebied is geschikt bevonden als leefomgeving voor de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel. Er zijn namelijk schuilmogelijkheden in de twee houtwallen, de strook met bosschages en het dijkje op het terrein van Kaemingk B.V. Hierdoor is er mogelijk sprake van een rust- of verblijfplaats. Daarnaast kan het schuurtje op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72 dienen als potentiële rust- of verblijfplaats voor de steenmarter. De steenmarter en kleine marterachtigen zijn beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden de soorten opzettelijk te vangen of doden en vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. De ontwikkeling van het terrein zou daarom kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of de steenmarter en kleine marterachtigen gebruik maken van het projectgebied en welke functie het al dan niet betreft.
3.4
Grote bosmuis In het projectgebied bevinden zich twee houtwallen, een singel met een oude zomereik, een strook met bosschages en een dijkje met holen van andere zoogdieren die geschikt zijn als leefgebied of verblijfplaats van de grote bosmuis. De grote bosmuis is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te vangen of doden en hun vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of het projectgebied deel uitmaakt van het leefgebied van de grote bosmuis.
3.5
Huismus Tijdens het veldbezoek van 26 januari 2021 werden twaalf huismussen waargenomen in de strook met bosschages op het terrein van ISG Lettink. Mogelijk behoren deze bosschages tot de essentiële functionele leefomgeving. Door het verdwijnen van de functionele leefomgeving worden ook de nestplaatsen ongeschikt gemaakt. Daarnaast vormen ruimtes onder de dakpannen van Dinxperlosestraatweg 72 een potentiële nestlocatie. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nest- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Daarnaast is ook de functionele leefomgeving van de soort beschermd. Hierdoor moet worden onderzocht of de soort in het projectgebied broedt en of de strook met bosschages deel uitmaken van de essentiële functionele leefomgeving.
3.6
Hazelworm In het projectgebied bevinden zich twee houtwallen, een singel met een oude zomereik, een strook met bosschages en een dijkje die geschikt zijn als leefgebied of verblijfplaats van de hazelworm. De hazelworm is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te vangen of doden en hun vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of het projectgebied deel uitmaakt van het leefgebied van de hazelworm.
3.7
Rugstreeppad Het projectgebied en de omgeving werden als (mogelijk) geschikt leefgebied of voortplantingsplaats van de rugstreeppad aangemerkt. Om te bepalen of de rugstreeppad voorkomt in het projectgebied werd door Lievense B.V. een nader ecologisch onderzoek aangeraden. Op 30 november 2020 heeft Staring Advies echter geconcludeerd dat het voorkomen van de rugstreeppad kan worden uitgesloten door het ontbreken van waarnemingen in de ruime omgeving van het projectgebied.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
8
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
3.8
Grote vos In het projectgebied bevindt zich een vrijstaande zoete kers en diverse boswilgen die geschikt zijn als waardplanten voor de grote vos. Daarnaast vormt het houten schuurtje op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72 een potentiële overwinteringsplaats. De grote vos is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden de soort opzettelijk te vangen of doden en de voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of het projectgebied deel uitmaakt van het leefgebied van de grote vos.
3.9
Grote weerschijnvlinder In het projectgebied bevinden zich diverse boswilgen die geschikt zijn als waardplant voor de grote weerschijnvlinder. De grote weerschijnvlinder is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden de soort opzettelijk te vangen of doden en de voortplantingsplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Hieruit volgt dat onderzocht moet worden of het projectgebied deel uitmaakt van het leefgebied van de grote weerschijnvlinder.
3.10
Grote leeuwenklauw Het braakliggende terrein van Kaemingk B.V. vormt een potentieel geschikte groeiplaats voor de grote leeuwenklauw. De grote leeuwenklauw is beschermd volgens artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden de soort in het natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of vernielen. Hieruit volgt dat nader onderzocht moet worden of de grote leeuwenklauw voorkomt in het projectgebied.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
9
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
4
ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Vleermuizen Het nader onderzoek werd uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). De onderzoeksmethode naar de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis werden aangehouden, waarbij ook andere vleermuissoorten aangetoond konden worden m.b.v. vleermuisdetectors. Dit houdt in dat er in de periode 15 mei t/m 30 september de volgende onderzoeken werden uitgevoerd (BIJ12, 2017b): - Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni; - Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in de kraamperiode; - Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (1 aug - 15 sep) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij voor boombewonende soorten de periode 15 aug – 15 sep geldt; - Vliegroutes en foerageergebieden: Twee onderzoeksrondes (15 april - 30 sep) met een tussenperiode van minimaal vier weken, waarbij één bezoek in de kraamperiode moet worden uitgevoerd. De veldbezoeken werden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor het waarnemen van vleermuizen. De temperatuur was bij alle veldbezoeken tenminste 10°C, de windsnelheid lag onder de 5 Bft.
en er viel geen neerslag. Type onderzoek
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
• Zomer • Kraam
15-05-2021
21:20 – 23:50
10
ZO2
Bewolking 100 – 50% en eerste 25 minuten regen
• Zomer • Kraam
01-06-2021
02:50 – 05:20
13
O2
Bewolking 0% en droog
• Zomer • Kraam • Vliegroutes • Foerageergebieden
24-06-2021
21:55 – 23:55
18 – 16
NW2
Bewolking 100 80% en droog
• Paar
30-08-2021 31-08-2021 13-09-2021
22:20 – 00:30
16
N2
20:55 – 22:55
15
N1
20-09-2021
19:30 – 22:00
14 – 13
NO2
Bewolking 0% en droog Bewolking 0% en droog Bewolking 20 – 100% en droog
J. Metselaar L. Tilleman C. Dalhuisen M. Grishchenko J. Metselaar L. Tilleman W. Adriaens L. Toussaint J. Metselaar L. Tilleman M. Grishchenko W. Adriaens L. Toussaint R. Bredero J. Metselaar L. Tilleman J. Metselaar M. Grishchenko J. Metselaar L. Tilleman M. Grishchenko M. Corporaal
• Paar • Vliegroutes • Foerageergebieden • Paar
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
10
–
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
De onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van vleermuisdetectors (Batlogger M en Pettersson D200) waarmee ultrasone geluiden van vleermuizen geluiden van vleermuizen hoorbaar werden gemaakt voor het menselijk oor. 4.2
Das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen Het nader onderzoek naar de das werd uitgevoerd conform het kennisdocument van BIJ12 (2017 a). De aanwezigheid van de das kan jaarrond worden aangetoond door het plaatsen van cameravallen, door sporenonderzoek te doen en door gebruik te maken van de verspreidingsgegevens die bekend zijn bij Stichting Das & Boom. Drie van de aanwezige holen op het terrein zijn zo gepositioneerd dat ze onderzocht kunnen worden met een cameraval. De overige vrijstaande cameravallen konden eventueel nog vaststellen of het gebied behoort tot het leefgebied van de das. Het cameravalonderzoek naar de das overlapt hiermee ook met het onderzoek naar de boommarter. Daarnaast is op drie verschillende momenten sporenonderzoek gedaan, namelijk op 30 maart, 21 april en 1 oktober 2021. Ten slotte is er contact geweest met Stichting Das & Boom om na te vragen of hier een bekend dassenterritorium aanwezig is en is aan de bewoner van Dinxperlosestraatweg 72 gevraagd of de soort ooit door hem op het terrein is gezien. Het nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel werd uitgevoerd conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017) en de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman, Troost & Klink, 2021).
Om de aanwezigheid van de soorten aan te kunnen tonen zijn vijftien sporenbuizen geplaatst, zes vrijstaande cameravallen en drie marterboxen met cameravallen (figuur 2, 3 en 4). Dit gebeurde in de periode dat ze het meest actief zijn, namelijk maart t/m augustus. De onderzoeksmaterialen werden voor een periode van drie (Veldman, Troost & Klink) à zes weken (Bouwens) geplaatst op de meest kansrijke locaties binnen het projectgebied. Kleine marterachtigen kunnen voor de camera gelokt worden met een sterk geurende lokstof. Er werd daarom gekozen voor een combinatie van gekookt ei en sardines om de potentieel aanwezige soorten te lokken. Voor de steenmarter zijn geen onderzoeksprotocollen beschikbaar. Steenmarters konden echter worden vastgesteld doordat verspreid in het gebied cameravalonderzoek werd gedaan naar de das, boommarter en kleine marterachtigen. Daarnaast werd speciaal voor deze soort een cameraval geplaatst in het schuurtje naast Dinxperlosestraatweg 72. Het onderzoek vond daarmee hoofdzakelijk plaats in de periode mei t/m juli voor de duur van tenminste drie weken geplaatst. Dit is ook de periode waarin de steenmarter jongen heeft. Zo kon worden vastgesteld of er voortplantings- of rustplaatsen aanwezig zijn.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
11
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. Locaties van de cameravallen voor het nader onderzoek naar das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen (rode stippen met nummers).
Cameraval
Begindatum
Einddatum
Doelsoorten
Positionering
1
16-03-2021
06-05-2021
Bunzing, hermelijn en wezel
In marterbox
2
16-03-2021
06-05-2021
Bunzing, hermelijn en wezel
In marterbox
3
16-03-2021
21-04-2021
4
16-03-2021
21-04-2021
Vrijstaande cameraval gericht op een hol Vrijstaande cameraval
5
18-03-2021
25-05-2021
6
21-04-2021
18-06-2021
7
21-04-2021
18-06-2021
8
06-05-2021
18-06-2021
Das, steenmarter, hermelijn en wezel Das, steenmarter, hermelijn en wezel Das, steenmarter, hermelijn en wezel Das, steenmarter, hermelijn en wezel Das, steenmarter, hermelijn en wezel Steenmarter
9
25-05-2021
16-07-2021
10
25-05-2021
16-07-2021
bunzing, bunzing, bunzing, bunzing, bunzing,
Das, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Bunzing, hermelijn en wezel
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
12
Vrijstaande cameraval gericht op een hol Vrijstaande cameraval Vrijstaand cameraval gericht op een hol Vrijstaande cameraval op de zolder van het schuurtje Vrijstaande cameraval In marterbox
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Sporenbuizen
Begindatum
Einddatum
Doelsoorten
1 t/m 7 8 t/m 10 11 t/m 15
16-03-2021 18-03-2021 06-05-2021
06-05-2021 06-05-2021 18-06-2021
Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel
Figuur 3. Locaties van de sporenbuizen voor het onderzoek naar de hermelijn en wezel (rode stippen met nummers).
Figuur 4. Voorbeeld van een geplaatste sporenbuis op het dijkje (links) en van een cameraval die gericht is op een van de holen (rechts).
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
13
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
4.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Grote bosmuis Voor de grote bosmuis is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Het nader onderzoek naar deze soort is daarom uitgevoerd aan de hand van het Kennisdocument van de noordse woelmuis (BIJ12, 2017 d). Het onderzoek naar de grote bosmuis vond daarom plaats met Longworth-inloopvallen (figuur 5 en 6). De vallen werden paarsgewijs geplaatst over de lengte van de geschikte gebieden met een onderlinge afstand van 10 meter. Gedurende twee dagen werden de vallen zowel ’s ochtends als ‘s avonds eenmaal gecontroleerd. Er is één extra ochtendronde ingepland aangezien de vallen bij de eerste ronde niet goed op scherp stonden. Voorafgaand aan het onderzoek werden de vallen (gevuld met hooi) drie nachten ongebruikt neergezet om de dieren te laten wennen. Eén nacht voorafgaand het onderzoek werd er voer in de vallen gedaan en dit werd gedurende het onderzoek aangevuld waar nodig. De optimale periode voor het uitvoeren van het onderzoek is van augustus t/m oktober, waardoor het onderzoek werd uitgevoerd van 5 t/m 7 oktober 2021.
Figuur 5. Locaties van de inloopvallen voor het onderzoek naar de grote bosmuis (oranje stippen).
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
05-10-2021
07:40 – 10:10
10 – 11
ZO3
Bewolking 10%
05-10-2021
17:00 – 18:30
16
Z3
06-10-2021
07:30 – 10:40
10 – 11
ZW4
06-10-2021
18:00 – 19:30
12 – 14
W2
Bewolking 100% en regenachtig Bewolking 100% en regenachtig Bewolking 50%
J. Metselaar L. Tilleman M. Ariëns J. Metselaar L. Tilleman J. Metselaar L. Tilleman J. Metselaar
07-10-2021
07:30 – 09:45
7 – 10
NO1
Bewolking 100% en mistig
J. Metselaar M. Grishchenko
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
14
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 6. Voorbeeld van de opstelling van de inloopvallen in de bosschages van ISG Lettink.
4.4
4.5
Huismus Het nader onderzoek naar de huismus werd uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei conform het Kennisdocument van BIJ12. In deze periode werden twee veldbezoeken worden afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Gedurende één uur is gekeken of er huismussen aanwezig zijn en of de bosschages deel uitmaken van de essentiële functionele leefomgeving (BIJ12, 2017c). Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
21-04-2021
09:00 – 11:50
10,5 – 17
N2
Bewolking 0 – 60%
J. Metselaar
06-05-2021
09:30 – 12:00
7 – 12
W3
Bewolking 50 – 60% en zonnig
L. Tilleman
Hazelworm Voor het onderzoek naar de hazelworm werd gebruik gemaakt van het soortinventarisatieprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017). Voor deze soort geldt dat er één maand voorafgaand aan de inventarisaties (gewenningsperiode) een aantal opwarmplaten moeten worden neergelegd, bijvoorbeeld tapijttegels. Voor het onderzoek naar de hazelworm werden daarom vijftien tapijttegels geplaatst (figuur 7). Deze werden bij elk veldbezoek gecontroleerd op aanwezigheid van de soort. In totaal ging het om vier veldbezoeken in de periode juni t/m september waarbij minimaal één maand tussen het eerste en laatste veldbezoek zat (Netwerk Groene Bureaus, 2017). Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
18-06-2021
09:30 – 11:30
25
NO1
Bewolking 100%
02-07-2021
13:00 – 14:30
20
W2
Bewolking 80%
16-07-2021
10:15 – 11:35
17
NW2
Bewolking 100%
J. Metselaar L. Tilleman J. Metselaar L. Tilleman L. Tilleman
24-08-2021
10:40 – 11:30
18 – 19
NO2
Bewolking 0%
J. Metselaar
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
15
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 7. Locaties van de tapijttegels voor het onderzoek naar de hazelworm (gele stippen).
4.6
Grote vos Voor de grote vos is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Er zijn drie inventarisaties gedaan om vast te kunnen stellen of de soort in het gebied aanwezig. De eerste twee inventarisaties waren gericht op het waarnemen van de imago. De optimale periode voor het waarnemen van de imago is van eind februari tot en met april (eerste generatie) of van eind juni tot aan augustus (tweede generatie). De inventarisaties werden uitgevoerd op zonnige dagen met een zwakke tot matige wind. De derde inventarisatie was gericht op het waarnemen van overwinterende exemplaren in het houten schuurtje en een kleine houtopslag op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72. Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
30-03-2021
11:00 – 13:40
20
O2
Bewolking 0%
J. Metselaar
21-04-2021
11:50 – 14:30
15 – 17
N2
Bewolking 0 – 60%
J. Metselaar
01-10-2021
13:15 – 13:45
17
Z4
Bewolking 50%
J. Metselaar L. Tilleman
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
16
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
4.7
4.8
Buro Ontwerp & Omgeving
Grote weerschijnvlinder Voor de grote weerschijnvlinder is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Er zijn twee inventarisaties gedaan om vast te kunnen stellen of de soort in het gebied aanwezig. Deze waren gericht op het waarnemen van de imago. De optimale periode voor het waarnemen van de imago is van half juni tot aan augustus. De inventarisaties werden uitgevoerd op zonnige dagen met een zwakke tot matige wind. Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
02-07-2021
13:00 – 14:30
20
W2
16-07-2021
10:15 – 11:35
17
NW2
Bewolking 80% en geregeld zon Bewolking 90% en af en toe zon
J. Metselaar L. Tilleman L. Tilleman
Grote leeuwenklauw Voor de grote leeuwenklauw is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Het onderzoek vond echter plaats in de bloeiperiode van de grote leeuwenklauw. Dit betekent dat de inventarisaties plaatsvonden tussen midden mei en eind augustus. Om de aan- of afwezigheid aan te kunnen tonen werden twee veldbezoeken afgelegd. Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
25-05-2021
15:00 – 17:00
11
ZW3
Bewolking 50 – 100%
J. Metselaar
02-07-2021
13:00 – 14:30
20
W2
Bewolking 80%
J. Metselaar L. Tilleman
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
17
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Vleermuizen Eerste veldonderzoek (kraam-/zomerverblijven) Het eerste veldonderzoek vond plaats in de avond van 15 mei. Het eerste half uur was het regenachtig, waardoor besloten is een half uur langer onderzoek te doen. De eerste activiteit werd waargenomen tussen 22:06. Een gewone dwergvleermuis stak hier over van de houtwal bij de oude zomereik richting het GNN-bos. Op het erf van de Dinxperlosestraatweg 72 werd vanaf 22:15 veelvuldig een laatvlieger waargenomen. Deze foerageerde vooral langs de houtwal en was regelmatig rondom het woonhuis waar te nemen. Op deze avond werden vanaf alle observatiepunten gewone dwergvleermuizen, laatvliegers en rosse vleermuizen vastgesteld. Daarnaast passeerde een gewone grootoorvleermuis aan de zuidzijde van het woonhuis (22:48) en een soort uit het geslacht Myotis langs de houtwal op de Dinxperlosestraatweg 72 (23:15). Deze toonden echter geen binding met het projectgebied. Tijdens dit veldonderzoek werden geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de onderzochte bomen en gebouwen. Tweede veldonderzoek (zomerverblijven) Het tweede veldonderzoek vond plaats in de vroege ochtend van 1 juni 2021. Op deze ochtend werden voornamelijk gewone dwergvleermuizen waargenomen en van deze soort werd één zomerverblijf vastgesteld.
Na twee keer aantikken vloog een exemplaar in om 04:56 onder de nok van het bijgebouw van de Dinxperlosestraatweg 72 (figuur 8). Daarnaast werd aan de zuidzijde van het woonhuis twee keer een laatvlieger vastgesteld (04:00 en 04:07). Deze toonden verder geen binding met de onderzochte bebouwing. Bij de dode boom met spechtenholen op het terrein werden meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen tussen 03:38 en 04:31. Verder is hier twee keer een rosse vleermuis gezien (04:05 en 04:08). Deze vleermuizen toonden echter geen binding met de onderzochte boom. Bij de eikenboom zijn van 03:42 tot 04:52 bijna constant foeragerende en passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Verder is hier drie keer een passerende rosse vleermuis waargenomen rond 04:05, één keer een gewone grootoorvleermuis (03:34) en één keer een ruige dwergvleermuis (03:51). Ook deze vleermuizen toonden geen binding met de onderzochte boom.
Figuur 8. Locatie van het zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis onder de nok van het bijgebouw.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
18
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Derde veldonderzoek (kraam-/zomerverblijven, vliegroutes en foerageergebieden) Het derde vleermuisonderzoek vond plaats in de avond van 24 juni 2021 tussen 21:55 en 23:55. Er werden geen verblijfplaatsen vastgesteld. De eerste activiteit werd waargenomen om 22:13 aan de zuidzijde van Dinxperlosestraatweg 72 en betrof een gewone dwergvleermuis. Vervolgens werden om 22:25 op dezelfde locatie en langs de oude zomereik een gewone dwergvleermuis gezien. Naderhand is de gewone dwergvleermuis overal vastgesteld en foeragerende exemplaren werden vooral op het erf van nr. 72 gezien. Ook werd tussen 22:35 en 22:36 vanaf elk observatiepunt de rosse vleermuis waargenomen. Deze leek dwars door het gebied heen te vliegen. Dit herhaalde zich nog een keer tussen 22:53 en 22:54. Mogelijk ging het hier om twee exemplaren. Ook later op de avond werd de rosse vleermuis nog diverse malen waargenomen. Een andere soort die regelmatig werd aangetroffen is de laatvlieger. Deze werd voor het eerst gezien om 22:40 aan de zuidzijde van Dinxperlosestraatweg 72. Het merendeel van de waarnemingen op deze avond beperkt zich tot het erf van nr. 72. Een aantal keer stak een exemplaar het veld over in de richting van de oude zomereik en houtwal. Opvallend was dat ook de ruige dwergvleermuis vanaf 23:16 op diverse plekken werd vastgesteld.
Dit dier kwam vanuit oostelijke richting en werd bij de oude zomereik meerdere keren passerend gezien. Naar verwachting gaat het om één exemplaar. Langs de telposten bij de houtwal en strook met bosschages werden op deze avond geen gecoördineerde vliegbewegingen gedaan en hoewel er op diverse plekken kortstondig werd gefoerageerd ging het vaak om slechts één of twee exemplaren. Er was daarmee geen sprake van een essentiële vliegroute of essentieel foerageergebied. Vierde veldonderzoek (paarverblijven) Het vierde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de nacht van 30 op 31 augustus 2021. Bij aankomst was er direct baltsactiviteit van een gewone dwergactiviteit bij de bebouwing aan de Dinxperlosestraatweg 72. Gedurende de avond bleef hier regelmatig baltsactiviteit aanwezig rondom het woonhuis. Hierdoor kan worden uitgegaan van één paarverblijf in het woonhuis van nr. 72, deze wordt verwacht op dezelfde locatie als het eerder waargenomen zomerverblijf. Verder werd rond het woonhuis drie keer een rosse vleermuis, twee keer een laatvlieger, drie keer een gewone grootoorvleermuis, één watervleermuis en één ruige dwergvleermuis passerend waargenomen. Bij de oude zomereik werd geen baltsactiviteit vastgesteld, wel waren er de hele avond passerende gewone dwergvleermuizen aanwezig.
Verder werd hier één rosse vleermuis, twee keer een gewone grootoorvleermuis en één laatvlieger passerend waargenomen. Vijfde veldonderzoek (paarverblijven) Het vijfde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond van 13 september 2021. Op het erf van Dinxperlosestraatweg 72 werd pas om 21:51 voor het eerst balts vastgesteld. De baltsactiviteit hield vanaf dat moment aan tot het einde van het onderzoek en vloog dezelfde rondjes als tijdens het vorige paaronderzoek. Dit bevestigd nogmaals de aanwezigheid van één paarverblijf in het woonhuis van nr. 72. Daarnaast werd bij de oude zomereik slechts twee maal balts gehoord. Gezien het incidentele karakter hiervan kan het paarverblijf van dit exemplaar buiten het projectgebied worden verwacht. Los van de gewone dwergvleermuizen werd nog vier keer een passerende laatvlieger, één keer een passerende ruige dwergvleermuis en drie keer een overvliegende rosse vleermuis waargenomen.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
19
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Zesde veldonderzoek (vliegroutes, foerageergebieden en paarverblijven) Het zesde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond van 20 september 2021. Dit onderzoek vond plaats in het kader van vliegroutes en foerageergebieden. Er passeerde één laatvlieger die vanuit oostelijke richting naar het noordwesten vloog en daarbij drie telpunten aandeed. Daarnaast vloog één gewone dwergvleermuis uit zuidelijke richting naar het noorden. Hiermee is echter geen sprake van een vliegroute. Ook was er nauwelijks sprake van foerageeractiviteit. Wel werd opnieuw een baltsende gewone dwergvleermuis vastgesteld. Dit exemplaar roept zeer actief tussen de bedrijven op Vierde Broekdijk 37/39 en Vierde Broekdijk 45/47/49. Vanaf de noordrand van het projectgebied is dit dier goed te horen en ook dit dier werd uiteindelijk vanaf drie telpunten gehoord. Los van de aanwezige gewone dwergvleermuizen werd bij de oude eik in het midden van het gebied drie keer een passerende ruige dwergvleermuis waargenomen en in het weiland in het oosten van het gebied vloog drie keer een rosse vleermuis over. 5.2
Das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen Voor het onderzoek naar de das, boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen zijn verschillende cameravallen, marterboxen en/of sporenbuizen geplaatst in het gebied (figuur 2 en 3). Er werd op de cameravallen vijftien keer een bunzing waargenomen, waarvan veertien keer rondom het dijkje (cameraval 3, 5 en 7) en één keer in de houtwal op het terrein van Kaemingk (cameraval 9). Aan de noordzijde van het dijkje (val 5) werd de bunzing negen keer vastgesteld tussen 15 april en 6 mei 2021 (figuur 9). Op deze locatie werd de bunzing het meest waargenomen. Vijf opnames waren duidelijk genoeg om vast te kunnen stellen dat het hier om een mannelijk exemplaar ging en bij bijna alle waarnemingen maakte de bunzing gebruik van holen in het dijkje. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat de holen in het dijkje functioneren als verblijfplaats van één mannelijke bunzing en dat het dijkje en de houtwal tot het territorium van dit exemplaar behoren. Er zijn geen aanwijzingen dat er vrouwtjes en jongen in het gebied aanwezig waren en er werden geen prooiresten voor de ingang van de holen waargenomen.
Figuur 9. Bunzing waargenomen aan de noordzijde van het dijkje op 21 april (links) en 26 april (rechts).
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
20
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Net als de bunzing konden de das, steenmarter en boommarter worden vastgesteld met behulp van de cameravallen, maar deze soorten werden niet aangetroffen. Voor de wezel en hermelijn werd het onderzoek aangevuld door onderzoek te doen met sporenbuizen, maar dit heeft geen waarnemingen opgeleverd. Voor de das werd het onderzoek nog aangevuld met drie sporenonderzoeken, namelijk op 30 maart, 21 april en 1 oktober 2021. Er zijn echter geen sporen aangetroffen waardoor er geen indicatie is dat de das aanwezig is. Daarnaast is er in maart 2021 contact geweest met Stichting Das & Boom om na te vragen of in het projectgebied een bekend dassenterritorium aanwezig is en is aan de bewoner van Dinxperlosestraatweg 72 gevraagd of de soort ooit door hen op het terrein is gezien. Beide partijen geven aan dat (een rust- of verblijfplaats van) de soort daar niet is waargenomen. 5.3
Grote bosmuis Het onderzoek naar de grote bosmuis is uitgevoerd van 1 oktober tot en met 7 oktober 2021, waarbij vijf controles werden uitgevoerd tussen de ochtend van 5 oktober en de ochtend van 7 oktober. Er werden geen grote bosmuizen waargenomen. De waargenomen bosmuizen waren te onderscheiden van de grote bosmuis door de grootte en de niet doorlopende kleur rond de hals. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in onderstaande tabel Veldbezoek
5.4
Bosmuis
Rosse woelmuis
Huisspitsmuis
05-10-2021 (O)
1
05-10-2021 (A)
2
1
06-10-2021 (O)
25
5
7
06-10-2021 (A)
1
6
1
07-10-2021 (O)
28
6
2
Veldmuis
Dwergmuis
1
1 1
1
Huismus De huismusonderzoeken zijn uitgevoerd op 21 april en 6 mei 2021. Binnen de begrenzing van het projectgebied werden geen nestlocaties vastgesteld. Wel werden tenminste drie nestlocaties aangetroffen onder de overhangende dakrand van Rusink Catering V.O.F. dat gelegen is naast de bedrijfshal van ISG Lettink. Vanaf deze nestlocaties wordt veel gevlogen naar de strook met bosschages langs de rand van het projectgebied (figuur 10). De huismussen gebruiken in principe de gehele strook als rust- en schuilmogelijkheid en kan daarom worden gezien als een essentieel onderdeel van het functioneel leefgebied. Het verwijderen van deze strook bosschages kan negatieve effecten hebben op nabijgelegen nestlocaties.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
21
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 10. De bosschages die deel uitmaken van het functioneel leefgebied van de huismus (links) en het gebouw van Rusink Catering V.O.F. waar huismussen onder de dakrand broeden (rechts; gele pijl geeft de dakrand aan).
5.5
Hazelworm Het nader onderzoek naar de hazelworm is uitgevoerd op 18 juni, 2 juli, 16 juli en 24 augustus 2021 onder gunstige waarnemingsomstandigheden. Het plaatsen van de tapijttegels vond plaats op 6 mei 2021. Hiervan werden er zeven geplaatst langs de houtwal in het noorden van het projectgebied, drie langs de strook bosschages op het terrein van ISG Lettink, vier langs het dijkje in het midden van het projectgebied en één langs de houtwal tussen ISG Lettink en Dinxperlosestraatweg 72. Tijdens de controles zijn geen hazelwormen waargenomen.
5.6
Grote vos Het nader onderzoek naar de grote vos is uitgevoerd op 30 maart, 21 april en 1 oktober 2021. Waardplanten in het gebied zijn de boswilg en zoete kers. Boswilgen zijn aanwezig langs het dijkje, langs de rand van het GNNgebied (vlak buiten het projectgebied), langs de greppel aan de Vierde Broekdijk en het ruigteveldje tussen het dijkje en het erf van Dinxperlosestraatweg 72. Een zoete kers bevindt zich langs de houtwal in het noorden van het projectgebied. Tijdens het veldbezoek op 30 maart werd een grote vos waargenomen op de boswilgen langs de rand van het GNN-gebied en een overvliegend exemplaar ter hoogte van het dijkje. Tijdens het bezoek van 21 april werd de soort niet waargenomen. Daarnaast is op 1 oktober het schuurtje achter Dinxperlosestraatweg 72 onderzocht op de aanwezigheid van overwinterende exemplaren. Deze werden echter niet aangetroffen. Aangezien de soort in het projectgebied aanwezig is moet worden uitgegaan van een voortplantingsplaats op de aanwezige boswilgen langs het dijkje en de bosrand van het GNN-gebied. De bosrand van het GNN-gebied wordt hier ook bij betrokken aangezien de nieuwe logistieke hal zestien meter hoog wordt en daardoor mogelijk effect heeft op de geschiktheid van de bomen als voortplantingsplaats.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
22
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
5.7
Grote weerschijnvlinder Het nader onderzoek naar de grote weerschijnvlinder werd uitgevoerd op 2 en 16 juli 2021. Op beide dagen werd de soort niet waargenomen. Op 2 juli werden de kleine vuurvlinder, het bruin zandoogje en het klein koolwitje waargenomen en op 16 juli werden de kleine vuurvlinder en het klein koolwitje waargenomen. Desondanks is er op waarneming.nl wel een goedgekeurde waarneming van de soort gedaan in juli 2021. Er bevond zich één exemplaar op een akkerdistel in het westen van het gebied, langs de houtopstand behorende bij het GNN. Aangezien de soort in het projectgebied aanwezig is moet worden uitgegaan van een voortplantingsplaats op de aanwezige boswilgen langs het dijkje en de bosrand van het GNN-gebied. De bosrand van het GNN-gebied wordt hier ook bij betrokken aangezien de nieuwe logistieke hal zestien meter hoog wordt en daardoor mogelijk effect heeft op de geschiktheid van de bomen als voortplantingsplaats
5.8
Grote leeuwenklauw Het nader onderzoek naar de grote leeuwenklauw werd uitgevoerd op 25 mei en 2 juli 2021. Op 25 mei werd een groeiplaats van leeuwenklauw vastgesteld rond de houtopslag op het terrein van Dinxperlosestraatweg 72. Op 2 juli 2021 werd vastgesteld dat het een groeiplaats van de kleine leeuwenklauw betrof door de vorm van de steunblaadjes en de aanwezigheid van gele (i.p.v. bruine) nootjes.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
23
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
6
Buro Ontwerp & Omgeving
CONCLUSIE EN ADVIES Buro Ontwerp & Omgeving heeft in opdracht van het Gemeente Aalten een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Vierde Broekdijk te Aalten. Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwe logistieke hal van Kaemingk B.V. en een nieuwe opslaghal van ISG Lettink. In de onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten. Bij aanwezigheid van de soort is aangegeven waar deze soort is aangetroffen, welke artikelen van de Wet natuurbescherming (mogelijk) worden overtreden en welke vervolgstappen ondernomen moeten worden. Soort Vleermuizen
Das Boommarter Steenmarter Kleine marterachtigen Grote bosmuis Huismus
Hazelworm Grote vos
Aanwezigheid 1 gecombineerd zomer-/paarverblijf (gewone dwergvleermuis) 1 verblijfplaats en leefgebied (bunzing) Essentiële functionele leefomgeving Voortplantingsplaats
Grote weerschijnvlinder
Voortplantingsplaats
Grote leeuwenklauw
-
Locatie Nokrand bijgebouw Dinxperlosestraatweg 72
Wnb-artikel
Vervolgstap • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
Dijkje in het midden van het projectgebied en houtwal Kaemingk Strook bosschages ISG Lettink
-
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
-
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
Waardplant en soort aanwezig op het toekomstige terrein van Kaemingk Waardplant en soort aanwezig op het toekomstige terrein van Kaemingk -
-
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
-
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
-
-
Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 (huismus), artikel 3.5 lid 2 en 4 (gewone dwergvleermuis) en artikel 3.10 lid 1b (bunzing, grote vos en grote weerschijnvlinder) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze artikelen hebben betrekking op het vernietigen van rust- of verblijfplaatsen en/of het verstoren van soorten. Om de ontwikkeling mogelijk te maken moet daarom een ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
24
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Daarnaast zijn ook Wnb artikel 3.1 lid 1 (huismus), artikel 3.5 lid 1 (gewone dwergvleermuis) en artikel 3.10 lid 1a (bunzing, grote vos en grote weerschijnvlinder) relevant voor deze soorten. Deze artikelen hebben betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van de Wnb noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Dit dient opgenomen te worden in het activiteitenplan. Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Hierbij dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen (artikel 1.11 Wnb), waarbij handelingen die nadelige effecten hebben achterwege gelaten moeten worden. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te voorkomen of beperken. Daarnaast wordt geadviseerd het verwijderen van begroeiing en de sloop van de bebouwing uit te voeren buiten het vogelbroedseizoen omwille van eventueel aanwezige algemene broedvogelsoorten.
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
25
3345.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant BIJ12 (2017a). Kennisdocument Das, Meles meles, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Noordse woelmuis, Microtus oeconomus arenicola, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. Netwerk Groene Bureaus (2017). Soortinventarisatieprotocollen (versie juli 2017) in het kader van de Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 7 april 2021 via https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aankwaliteit/soortinventarisatieprotocollen/protocollen-vis-amfibie-reptiel-vogel Veldman, J., Troost, C. & Klink A. (2021). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021 gepubliceerd (28 oktober 2020). Geraadpleegd op 7 april 2021 via https://www.netwerkgroenebureaus.nl /werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
7.2
Gebruikte websites www.pdok.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl
7.3
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Jędrzejewski, W. & Sidorovich, V. (2010). The art of tracking animals. Białowieża, Polen: Mammal Research Institute Polish Academy of Sciences Białowieża. Svensson, L., Mullarney, K. & Zetterström (2009). Birds of Europe (2e ed.). Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers. Tolman, T. & Lewington, R. (2008). Collins Butterfly Guide: The Most Complete Guide to the Butterflies of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: HarperCollins Publishers
Vierde Broekdijk en Dinxperlosestraatweg te Aalten
26
3345.01