Bijlage 20 Beoordeling QS Ecologie.pdf
Tekst van het document
Beoordeling Quickscan ecologie voor Vierde Broekdijk in Aalten datum: 30 november 2020 auteur: Rick Boerboom
Inleiding Mevrouw Oonk van de gemeente Aalten heeft aan Staring Advies opdracht gegeven om de rapportage van de Quickscan ecologie Vierde Broekdijk in Aalten (Lievense Milieu B.V., 5 september 2019) te beoordelen. De quickscan is uitgevoerd in verband met de plannen voor de bouw van een magazijn ter plaatse van de Vierde Broekdijk te Aalten. De rapportage is door de gemeente Aalten op 25-11-2020 aan Staring Advies verstuurd. Bij de beoordeling van deze rapportage op 27-11-2020 is geen locatiebezoek uitgevoerd.
Beoordeling quickscan ecologie We kunnen ons grotendeels vinden in de conclusies en aanbevelingen uit de quickscan ecologie, zowel met betrekking tot soortbescherming als gebiedsbescherming, met uitzondering van de conclusie over de rugstreeppad. Die soort komt nergens voor in de ruime omgeving van het plangebied. We zijn het ermee eens dat aanvullend onderzoek naar steenmarter en kleine marterachtigen noodzakelijk is. De quickscan is verder volledig en naar behoren uitgevoerd. Enkele opmerkingen: Op pagina 17/36 staat: Op circa 3,0 kilometer ten noordwesten van het plangebied is de rugstreeppad waargenomen.
Het betreft een eenmalige km-hok waarneming uit 1990 van de soort. Verder zijn er geen waarnemingen van de rugstreeppad uit de ruime omgeving van het plangebied bekend. De Achterhoek is goed onderzocht op herpetofauna en populaties van de rugstreeppad zouden inmiddels allemaal bekend moeten zijn. We kunnen er dan ook vanuit gaan dat de soort nergens in de ruime omgeving van het plangebied voorkomt en dat aanvullend onderzoek naar deze soort niet zinvol is. Op pagina 22/36 staat: Om een volledig beeld te krijgen van het al dan niet voorkomen van de bunzing, hermelijn, steenmarter en/of wezel binnen het plangebied dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd door middel van wildcamera’s in loopbuizen en loopsporen onderzoek.
Misschien bij de methode refereren aan één van de inventarisatieprotocollen die inmiddels voor kleine marterachtigen beschikbaar zijn, bijvoorbeeld die van provincie Overijssel (Gelderland heeft nog geen richtlijnen op dit gebied). Specifieker kan er dan genoemd worden welk type cameraval ingezet kan/moet worden, zoals model Struikrover en Mostela. Op pagina 24/36 staat: Wanneer de AERIUS Calculator weer beschikbaar is, dan kan zekerheidshalve een berekening gemaakt worden van de stikstofemissie als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling en de depositie op Natura 2000-gebieden.
1
Volgens mij is de AERIUS calculator inmiddels weer beschikbaar voor stikstofberekeningen. Op pagina 25/36 staat: De planontwikkeling heeft naar verwachting geen negatieve effecten op beschermde planten, vleermuizen, amfibieën, vissen, libellen, dagvlinders, ongewervelden en jaarrond beschermde broedvogels. Voor deze soortgroepen behoeven geen mitigerende maatregelen genomen te worden (anders dan maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht) en is het aanvragen van een ontheffing van de Wnb niet aan de orde. Wel kunnen tijdens het broedseizoen algemene broedvogels aanwezig zijn.
Misschien hier aan toevoegen dat er voor vleermuizen lichtverstoring voorkomen moet worden op aangrenzende bosranden en bomenrijen. Op pagina 25/36 staat: Er is naar verwachting geen sprake van effecten op GNN-gebieden en Natura 2000gebieden.
Misschien hier nog expliciet vermelden dat een AERIUS-berekening nodig is om uit te sluiten dat er geen sprake is van negatieve effecten door stikstofdepositie op Natura 200-gebieden. Verder geen op- en aanmerkingen.
2