CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 ruimtelijke onderbouwing BOPA d.d. 28-11-2024

Gemeenteraad 7 juli 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel “Definitief” bindend positief raadsadvies voor de bouw/aanleg van een energie-opslag-systeem (EOS) aan de Kempinkweg 2 te Aalten12.840 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Realiseren EOS nabij Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Onderbouwing buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA)

Auteur Locis Adviseurs Datum november 2024 Versienummer 1

Pagina 1 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Pagina 2 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 3 1.

2.

3.

Inleiding ...................................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding .......................................................................................................................... 5

1.2.

Ligging projectgebied......................................................................................................... 5

1.3.

Procedure .......................................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer .......................................................................................................................... 6

Beschrijving huidige en toekomstige situatie............................................................................. 7 2.1.

Huidige situatie .................................................................................................................. 7

2.2.

Voorgenomen ontwikkeling .............................................................................................. 8

2.3.

Strijdigheden omgevingsplan ............................................................................................ 9

Voorbereiding en participatie .................................................................................................. 10 3.1.

4.

5.

6.

Participatie omgeving ...................................................................................................... 10

Beleidskader ............................................................................................................................. 12 4.1.

Rijksbeleid en Rijksregels ................................................................................................. 12

4.2.

Provinciaal beleid en provinciale regels .......................................................................... 14

4.3.

Regionaal beleid .............................................................................................................. 16

4.4.

Gemeentelijk beleid......................................................................................................... 18

Gevolgen voor de fysieke leefomgeving .................................................................................. 20 5.1.

Bodemkwaliteit................................................................................................................ 20

5.2.

Cultureel erfgoed en archeologie .................................................................................... 21

5.3.

Duurzaamheid ................................................................................................................. 22

5.4.

Ecologie en natuur ........................................................................................................... 22

5.5.

Geluid............................................................................................................................... 26

5.6.

Geur ................................................................................................................................. 27

5.7.

Gezondheid ...................................................................................................................... 28

5.8.

Ladder voor duurzame verstedelijking ............................................................................ 28

5.9.

Luchtkwaliteit .................................................................................................................. 29

5.10.

M.e.r.-beoordeling........................................................................................................... 30

5.11.

Mobiliteit en parkeren ..................................................................................................... 31

5.12.

Omgevingsveiligheid ........................................................................................................ 31

5.13.

Slagschaduw en windhinder ............................................................................................ 33

5.14.

Trillingen .......................................................................................................................... 33

5.15.

Water ............................................................................................................................... 34

Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 38

Pagina 3 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

6.1.

Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................... 38

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................................. 38

7.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties.................................................................... 39 Bijlagen .......................................................................................................................................... 40

1. 2. 3. 4. 5. 6.

Erfinpassing Stikstofparagraaf Quickscan flora en fauna Digitale watertoets Tekening opstelling EOS Documentatie EOS

Pagina 4 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

1. Inleiding 1.1. Aanleiding In het buitengebied van Aalten, nabij de Kempinkweg 2 en 4 te Aalten (langs de Piepersweg) wordt een energie opslagsysteem (EOS) gerealiseerd. De initiatiefnemer is woonachtig op de locatie Kempinkweg 4. Het perceel, waarop het EOS wordt gerealiseerd is op dit moment in gebruik als akkerbouwland. Binnen de regels van het geldende omgevingsplan is het niet toegestaan om een energie opslagsysteem te realiseren op de beoogde locatie. Daarom wordt ervoor gekozen om het initiatief mogelijk te maken met een BOPA.

1.2. Ligging projectgebied Het te realiseren EOS is gelegen binnen het buitengebied van Aalten, nabij het agrarisch perceel aan de Kempinkweg 2 & 4 te Aalten. De betreffende locatie is kadastraal bekend onder gemeente Aalten, sectie R, nummer 1370 en heeft een totale oppervlakte van 74.035 m2. Het betreft momenteel akkerbouwland. Er wordt een nieuwe erftoegangsweg aangelegd naar de locatie Kempinkweg 2 & 4. Aan het begin van de nieuwe erftoegangsweg is het EOS gelegen. Hieronder een weergave van de locatie.

Beoogde locatie EOS

Figuur 1 Weergave locatie bestaande situatie

Hieronder een weergave van de toekomstige situatie

Pagina 5 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Figuur 2 Weergave locatie toekomstige situatie

1.3. Procedure In het omgevingsplan is geen algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om het beoogde EOS mogelijk te maken op deze locatie. Hier wordt nader op ingegaan onder hoofdstuk 2.3. Dat betekent dat een buitenplanse procedure nodig is om hier een EOS te kunnen realiseren. Hierbij is ingestoken op een BOPA. Voor dit plan geldt de uitgebreide procedure en is adviesrecht van de raad van toepassing.

1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. De toekomstige situatie beschrijft de doelen voor het projectgebied, het initiatief en de strijdigheden met het omgevingsplan. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe participatie heeft plaatsgevonden en hoe deze heeft bijgedragen aan het ontwerp. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 en 5 het project getoetst aan relevant beleidskader en aan relevante aspecten van de fysieke leefomgeving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 7 wordt geconcludeerd dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Pagina 6 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

2. Beschrijving huidige en toekomstige situatie 2.1. Huidige situatie De projectlocatie betreft een perceel akkerbouw met paarden en recreatie. De beoogde EOS wordt gerealiseerd op agrarisch akkerbouwland. Zie figuren hieronder

Figuur 3 Topografische kaart van 2023 met locatie EOS rood omlijnd

Figuur 4 Locatie EOS (rood omlijnd) t.o.v. directe omgeving

Pagina 7 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

2.2. Voorgenomen ontwikkeling In de beoogde situatie is voorzien in de realisatie van een EOS op agrarisch akkerbouwland. Een EOS voorziet in units van batterijen, transformator, omvormers en een energiemanagement systeem, zie bijlage aanvullende documentatie over het EOS. Zie hieronder een detailtekening van het EOS, deze is ook toegevoegd als bijlage.

Figuur 5 Detailtekening EOS

De toegang tot het EOS vindt plaats via het nieuw aan te leggen in-/uitrit. De in-/uitrit wordt ook de nieuwe toegangsweg voor de camping gelegen aan de Kempinkweg 2 & 4 te Aalten. Het EOS wordt landschappelijk ingepast deels door middel van een grondwal met begroeiing en deels door middel van een groenstrook. Vanaf de Piepersweg is het EOS niet zichtbaar. Als extra inspanning worden op de omliggende percelen verschillende bomen en hagen aangelegd. Dit zorgt voor een versterking van de biodiversiteit en ruimtelijke kwaliteitswinst in de omgeving. In overleg met de direct omwonenden is deze erfopzet besproken. Hieronder een weergave van de beoogde situatie. Voor het volledige inpassingsplan wordt tevens verwezen naar bijlage 1 (landschappelijk inpassingsplan Kempinkweg 2-4 te Aalten, 29-10-2024 door Natuurbank Overijssel).

Pagina 8 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Figuur 6 weergave beoogde situatie

2.3. Strijdigheden omgevingsplan Voor de projectlocatie geldt het onherroepelijke bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015’, dat is vastgesteld op 4 maart 2020. Per 1 januari 2024 (datum inwerkingtreding Omgevingswet) is dit bestemmingsplan onderdeel geworden van het omgevingsplan van rechtswege. Voor de gronden op de projectlocatie geldt de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie lage verwachting. Tevens gelden ter plaatse van de bestemming ‘agrarisch met waarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – hoogteverschillen. Ook is er sprake van gebiedsaanduiding ‘geluidszone – industrie’.

Pagina 9 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

De geplande activiteiten zijn in strijd met het omgevingsplan, omdat er niet zomaar op agrarische grond een EOS opgericht mag worden.

3. Voorbereiding en participatie Participatie is onder de Omgevingswet een belangrijk aspect in de procedure van het afwijken van het omgevingsplan. Dit komt omdat een omgevingsplan niet alleen invloed heeft op de fysieke leefomgeving, maar ook op de mensen die daar wonen, werken en recreëren. Het is daarom van belang dat deze mensen in een vroeg stadium worden betrokken bij het initiatief. In dit hoofdstuk zal hier verder op worden ingegaan.

3.1. Participatie omgeving Een initiatiefnemer moet in alle gevallen bij de aanvraag aangeven of participatie heeft plaatsgevonden. De directe omgeving is geïnformeerd over de beoogde ontwikkeling. Hieronder een overzicht van de locaties die zijn geïnformeerd en waarmee het gesprek is aangegaan.

Pagina 10 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Figuur 7 overzicht buurtparticipatie bij blauwe ster, de beoogde locatie is aangeduid met de rode marker

Tijdens het gesprek met de omgeving/direct omwonenden is het initiatief besproken en de uitkomst daarvan is: 1. Dinxperlosestraatweg 97: Gesprek gehad positief verlopen geen aanvullende opmerkingen. 2. Dinxperlosestraatweg 93: Gesprek gehad, op de hoogte van de plannen. Vooralsnog geen opmerkingen 3. Piepersweg 12: Gesprek gehad geen opmerkingen. 4. Dinxperlosestraatweg 99: Gesprek gehad geen opmerkingen. 5. Piepersweg 7: Gesprek gehad geen opmerkingen.

Pagina 11 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

4. Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks- (NOVI), provinciaal (POVI) en gemeentelijk beleid (GOVI). Ook regionaal beleid en gemeentelijke programma’s of beleidsstukken kunnen hier beschreven en getoetst worden. Benoem daarbij doelen en ambities voor dit specifieke gebied en toetst het initiatief daaraan. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: -

beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden, doch gemotiveerd van kunnen afwijken; instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).

4.1. Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1.Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: -

periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw.

Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Ten aanzien van dit project De NOVI gaat niet concreet in op relatief kleinschalige lokale ontwikkelingen als het beoogde EOS in dit plan. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het plan bij aan de overgang naar duurzame energie, het versterken van de natuur/biodiversiteit en het behoud van het landschap ook wordt de kwaliteit van het leven in stad en land verbeterd. Door de komst van een EOS draagt dit bij aan de opslag van duurzaam opgewekte

Pagina 12 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

energie wat op een later moment weer benut kan worden. Het energienet wordt hierdoor minder belast. Daarnaast worden de bestaande percelen landschappelijk ingepast wat een plus is voor de natuur en biodiversiteit in de omgeving en op deze manier zorgt dit ook voor een versterking van het behoud van het landschap. 4.1.2.Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. 2. 3. 4.

het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: -

-

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ten aanzien van dit project Dit initiatief is voor wat betreft de omgevingsaspecten in hoofdstuk 5 getoetst aan de Rijksinstructieregels, Die Rijksinstructieregels zijn daar waar nodig vertaald in het omgevingsplan. Voor het overige wordt voldaan aan de Rijksinstructieregels zonder dat het nodig is om daarvoor iets te regelen in het omgevingsplan. Uit hoofdstuk 5 komt naar voren dat toepassing van de Rijksinstructieregels niet leidt tot belemmeringen voor dit initiatief. Het initiatief past daarmee binnen de doelstellingen, het beleid en de regels van het Rijk. 4.1.3.Conclusie rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.

Pagina 13 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1.Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.

Themakaarten Bij de visie is een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: -

ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.

Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Aalten. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: -

Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.

Ten aanzien van dit project Het initiatief om op een agrarisch perceel een EOS te ontwikkelen past binnen de provinciale omgevingsvisie. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de doelstellingen en is voldoende passend. Daarnaast draagt de realisatie van EOS bij aan de doelstelling van energietransitie. Voor wat betreft de relevante themakaarten kan het volgende worden opgemerkt: •

ruimtelijk beleid: geen specifieke aandachtspunten;

•

milieubeleid: de projectlocatie is niet gelegen in een stiltegebied of ander gebied waar beperkingen gelden vanuit het oogpunt van milieu;

•

waterbeleid: de projectlocatie is niet gelegen binnen provinciale beschermingszones ter bescherming van grondwater, oppervlaktewater of natte landnatuur;

Pagina 14 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

•

natuur- en landschapsbeleid: de projectlocatie is niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone, Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, Natura 2000-gebied, rustgebied voor ganzen, weidevogelgebied of zoekgebied voor nieuwe natuur.

De drie in het kader van de uitvoering van de omgevingsvisie vastgestelde beleidsdocumenten zijn niet van directe betekenis voor dit initiatief. Het onderwerp water komt aan de orde in hoofdstuk 5. 4.2.2.Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De Omgevingsverordening is op 23 april 2024 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden 1 mei 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: • • • • • • •

Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Ten aanzien van dit project De provinciale instructieregels voor natuur, erfgoed, milieu en provinciale wegen zijn niet relevant voor deze ontwikkeling. In de omgevingsverordening valt de locatie waar het EOS wordt gerealiseerd binnen een gebied waar zonneparken gerealiseerd mogen worden. Het EOS draagt ook bij aan de lokale energiebehoefte dus de ontwikkeling sluit goed aan bij het beleid en visie van de provincie Gelderland. Voor meer informatie over deze verordening en de gemeentelijke uitwerking zie de volgende paragrafen. Daarin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. Verder geldt vanwege de ligging van de projectlocatie in de Achterhoek een specifieke instructieregel voor landschap. Bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling moet namelijk rekening worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De projectlocatie ligt niet in een gebied met specifiek beschermde waarden waarvoor op grond van de omgevingsverordening regels zijn gesteld, zoals Gelders Natuur Netwerk, Groene ontwikkelingszone, molenbiotoop, waterwingebied of drinkwaterreserveringsgebied. In de Omgevingsverordening is een instructieregel ten aanzien van klimaatadaptie opgenomen.

Voor zover een wijziging van het omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de motivering een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te

Pagina 15 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet een beschrijving worden opgesteld waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas van de gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de projectlocatie als gevolg van klimaatverandering: •

Wateroverlast

Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de projectlocatie sprake kan zijn van plasvorming na een korte extreme hevige bui en/of langdurige extreme regen. Het EOS wordt op betonplaten geplaatst. Het EOS is volledig waterdicht. Plasvorming op de betonplaten is niet aan de orde. •

Hittestress

Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de projectlocatie niet koeler of heter aanvoelt op warme dagen. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de bestaande bebouwing in een groene omgeving (veel bomen). Na realisatie van het EOS zal de temperatuur logischerwijs op een min of meer vergelijkbaar niveau blijven. Er wordt minimale bebouwing toegevoegd en daarnaast wordt gecompenseerd met toevoeging van bomen en struiken. Het gaat om een relatief klein EOS naar verwachting zorgt dit EOS niet voor opwarming wat relevant is voor de te ervaren warmte in de nachtelijke periode. •

Droogte

De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de projectlocatie niet grondwaterafhankelijk en is er geen kans van droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de projectlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De projectlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. •

Overstroming

Er liggen geen dijken en grote watergangen in nabijheid van de projectlocatie. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de projectlocatie. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Er hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. 4.2.3.Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.

4.3. Regionaal beleid 4.3.1.Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De regionale structuurvisie is een actualisatie van de regionale structuurvisie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat er zich een aantal relevante en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen hebben voorgedaan, zoals: •

energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen;

Pagina 16 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

• •

bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening; de verandering in de landbouw en het landelijk gebied.

De visie gaat ervan uit dat deze ontwikkelingen gevolgen kunnen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de regio Achterhoek. Ze hebben invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie wil richting geven aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven op juiste wijze te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel hiervan is om ook in de toekomst te kunnen spreken van een vitale, regionale economie en een zeer prettige omgeving om in te wonen en te recreëren. De visie gaat uit van waardeontwikkeling door het toevoegen van kwaliteit als motor achter ruimtelijke ontwikkelingen. Flexibiliteit is nodig om het kwalitatieve aanbod en vraag goed op elkaar af te kunnen stemmen. De ruimtelijke visie richt zich niet op een ruimtelijk eindbeeld, maar streeft juist flexibiliteit na. Het leidende principe is een omslag 'van sturen naar begeleiden’. Dit om kansen te pakken en tegelijkertijd te werken aan behoud en versterking van ruimtelijke kwaliteit. Met de visie wordt regionale afstemming beoogd in de keuzes in de ruimtelijke ontwikkeling op lokaal niveau door het benoemen van ruimtelijke speerpunten: • • • •

omgaan met de krimp; externe relaties; veranderingen in het landelijk gebied; overstap naar duurzame energie.

Ten aanzien van dit project Dit initiatief sluit aan op deze agenda, omdat er een EOS wordt gerealiseerd. Dit sluit goed aan bij de energietransitie en een stap naar het opslaan van energie. Het EOS zorgt er daarnaast voor dat het energienet ontlast wordt. Dit heeft dus een positief effect op de netcapaciteit. 4.3.2.Regionale woondeal 2023-2030 en regionale woonagenda 2023-2030 In februari/maart 2023 hebben de Achterhoekse gemeenten en de provincie een nieuwe Regionale Woonagenda 2023-2030 vastgesteld waarin langs 4 programmalijnen de woondoelen uit de Achterhoek Visie 2030 verder zijn uitgewerkt. In Aalten is deze agenda op 28 februari 2023 vastgesteld. Deze agenda bevat het volgende: • • • •

•

De Achterhoek wil in 2 stappen 8.390 tot 11.500 nieuwe woningen toevoegen, waarvan 60% betaalbaar, inclusief 28% sociale huur. De Achterhoek investeert in de kwaliteit van de bestaande voorraad, onder andere door verbetering van 7.000 sociale huurwoningen en 24.000 particuliere woningen. De Achterhoek wil een plek zijn voor iedereen, voor starters, ouderen, werknemers en arbeidsmigranten en andere aandachtsgroepen. De Achterhoek wil een verzwaring van het elektriciteitsnet. Vanuit de woonopgave zoeken we binnen deze thema’s de verbinding met de Regionale Energiestrategie (RES) Achterhoek, de Gelderse Energie-infrastructuur (GEIS) en de thematafel Circulaire Economie & Energietransitie. De Achterhoek wil dit realiseren via gebiedsgerichte integrale opgaven: o Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten;

Pagina 17 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

o o o

Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteits-knooppunten; Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied.

Ten aanzien van dit project De energietransitie is volop gaande, ook in de Achterhoek zijn er steeds meer initiatieven voor windturbines of zonnepanelen. Die vloeien voort uit het Akkoord van Groenlo waarin de Achterhoek de ambitie heeft uitgesproken om in 2030 energieneutraal te zijn. Het initiatief heeft betrekking op de realisatie van een EOS. Het EOS zorgt ervoor dat er stroom opgeslagen kan worden en dit zorgt ervoor het energienet ontlast wordt. Dit heeft dus een positief effect op de netcapaciteit. Het initiatief sluit hiermee aan bij de Regionale Woonagenda 2023-2030. Het initiatief draagt positief bij aan de Regionale woondeal 2022-2030. 4.3.3.Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek.

4.4. Gemeentelijk beleid 4.4.1.Woonvisie 2021-2026 en Woningbouwstrategie gemeente Aalten De woonvisie van de gemeente Aalten voor de periode 2021-2026 is op 23 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie staat beschreven De woonvisie kent de volgende thema’s: • • • •

Flexibel inspelen op de woonvraag; Op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving; Voldoende betaalbare woningen; Aandacht voor wonen met zorg.

De woningbouwstrategie van de gemeente Aalten is op 30 november 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Het thema “flexibel inspelen op de woonvraag” uit de woonvisie is hierin verder uitgewerkt. De woningbouwstrategie geeft een uitwerking aan de woningbouwopgave voor de komende jaren. De strategie is flexibel opgezet, zodat er afgeschaald en opgeschaald kan worden. De opgave van het aantal toe te voegen woningen is een indicatie op basis van de bekende informatie, afkomstig uit het Achterhoekse Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek (AWLO). Op basis van de prognoses bestaat de woningbouwopgave voor de komende 10 jaar uit het toevoegen van ca. 820 woningen. Ten aanzien van dit project In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Een EOS draagt indirect bij aan plekken waar eventueel nieuwe woningen gerealiseerd kunnen worden. Een nieuw initiatief ten aanzien van woningbouw is hier concreet niet aan de orde.

4.4.2.Uitnodigingskader Woningbouw/Afwegingskader Buitengebied Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad het ‘Afwegingskader Buitengebied’ vastgesteld en op 26 september 2023 is het ‘Uitnodigingskader woningbouw’ vastgesteld. Er is een toenemende vraag

Pagina 18 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

naar wonen in het buitengebied. En door woningen toe te voegen worden de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied vergoot. Daarom wordt er met dit beleid mogelijkheden gecreëerd voor woningsplitsing en nieuwbouw van één of enkele woningen in ruil voor sloop van lege schuren en stallen. Ten aanzien van dit project De realisatie van een EOS draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de omgeving. Het EOS levert een bijdrage aan de doelstellingen gesteld in de ‘Uitnodigingskader woningbouw’. Het EOS heeft een positief effect op de woningbouw en ontlast het energienet. 4.4.3.Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Aalten.

Pagina 19 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1. Bodemkwaliteit Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 5.1.1.(Wettelijk) kader Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: •

• • •

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • • •

Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

5.1.2. Planspecifiek Er wordt bij onderhavig initiatief geen nieuwe functie voor (langdurig) menselijk verblijf mogelijk gemaakt. Daarnaast is er ook geen sprake van zodanige potentiële bodembedreigende activiteiten dat hiervoor een bodemonderzoek is vereist. De voorheen bestaande verplichting tot het uitvoeren van een nulsituatie-onderzoek ter plaatse van een nieuwe bodembedreigende activiteit is met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 komen te vervallen. Op de desbetreffende gronden zijn geen historische verontreinigingen en aantastingen van de bodemkwaliteit bekend. Om die redenen is geen bodemonderzoek nodig en kan worden gesteld dat de bodemkwaliteit zondermeer geschikt is voor de beoogde functie. 5.1.3. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

Pagina 20 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

5.2. Cultureel erfgoed en archeologie Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 5.2.1.(Wettelijk) kader In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: • • • • •

Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Let op: met betrekking tot archeologie geldt de archeologische beleidskaart. Deze schrijft per gebied voor, welke onderzoekverplichtingen gelden. 5.2.2.Onderzoek Conform de archeologische maatregelenkaart heeft de locatie een lage archeologische verwachting. Voor een gebied met een lage archeologische verwachting geldt geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 5000 vierkante meter en ondieper dan 50 centimeter. Zie hiervoor de afbeelding hieronder.

Figuur 8 projectlocatie bij rode cirkel t.o.v. archeologische waardenkaart

Op grond hiervan is geen verder onderzoek noodzakelijk. Ook in het omgevingsplan van rechtswege is een lage archeologische waarde voor dit plangebied opgenomen. Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.

Pagina 21 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Tevens blijkt dat ter plaatse geen monumenten aanwezig zijn of anderszins sprake is van een vanuit cultuurhistorie te beschermen waarde. 5.2.3.Conclusie Er is geen onderzoek nodig naar archeologie en cultuurhistorie. Er worden geen archeologische of cultuurhistorische waarden aangetast met de realisatie van dit plan. Archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.3. Duurzaamheid Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen. 5.3.1.(Wettelijk) kader Duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet en komt tot uiting in verschillende aspecten van de wet. Zo introduceert de Omgevingswet het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ als een overkoepelend doel. Duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. Dit betekent dat bij besluitvorming rekening moet worden gehouden met langetermijneffecten. Het (wettelijk) kader voor duurzaamheid onder de Omgevingswet wordt verder ingevuld door onderliggende regelgeving, zoals het Bkl en het Bbl. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de energiezuinigheid van nieuw te bouwen bouwwerken. Er gelden BENG-eisen voor de thermische isolatie, de luchtdichtheid en de technische bouwsystemen. De berekening dat aan de eisen wordt voldaan is onderdeel van een aanvraag omgevingsvergunning. Daarnaast moet gebruik worden gemaakt van een alternatief voor aardgas voor verwarming.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt eisen aan de milieuprestatie van een woonfunctie, een kantoorgebouw en nevengebruiksfuncties daarvan (artikel 4.159 Bbl). De milieuprestatie wordt bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie gebouwen en GWW-werken. Voor het thema klimaatadaptatie wordt verwezen naar de waterparagraaf in dit hoofdstuk. 5.3.2.Onderzoek Het gaat om de realisatie van een EOS er zijn daarnaast geen BENG-eisen van toepassing. Verder wordt klimaatadaptief gebouwd, waarbij het hemelwater wordt geïnfiltreerd op eigen terrein. 5.3.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.4. Ecologie en natuur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 5.4.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). De bescherming van habitats (en soorten) is geregeld in afdeling 3.7 en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG).

Pagina 22 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Ow. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum. 5.4.2.Onderzoek Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die voorheen waren opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden en Natuur Netwerk Nederland (NNN), regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Gebiedsbescherming Natura 2000 Bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving moet worden bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden.

Beoordeling Het plangebied ligt op minimaal 8,4 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Bekendelle. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natura 2000-gebied in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 9 Ligging van Natura 2000-gebied (bron: calculator.aerius.nl).

Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied kunnen uitgesloten worden. Stikstofparagraaf Uit de berekeningen met Aerius-calculator blijkt dat er ter hoogte van kwetsbare habitattypen in de Natura-2000, ten gevolge van de stikstofuitstoot binnen dit planproject, geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Voor de complete stikstofberekening wordt verwezen naar bijlage 2 (stikstofparagraaf Kempinkweg 2 & 4 te Aalten, Locis Adviseurs 8 november 2024).

Pagina 23 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

De stikstofemissie ten gevolge van de realisatiefase en gebruiksfase vormt daarmee geen belemmering, de depositie is immers nul. Gebiedsbescherming Gelders Natuurnetwerk/Groene ontwikkelingszone Gelderland heeft veel natuurgebieden. Samen vormen zij het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. De begrenzing en de regels ter bescherming van het GNN en de Groene ontwikkelingszone zijn opgenomen in de Omgevingsverordening provincie Gelderland. Beoordeling Het plangebied behoort niet tot gronden die behoren tot de GO en het GNN. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 10: ligging projectlocatie (bij rode ster) t.o.v. GNN/GO

Omdat het plangebied buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Gelders Natuurnetwerk. Het aspect provinciale gebiedsbescherming (GNN/GO) vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Soortenbescherming In de Omgevingswet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Beoordeling In het kader van de beoogde ontwikkeling is er door Natuurbank Overijssel een Quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd (“Quickscan natuurwaardenonderzoek Kempinkweg 2 -

Pagina 24 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Aalten”, d.d. 16 januari 2023, kenmerk 6113, versie 1.0). De locatie is daarbij onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rusten voortplantingslocaties. De rapportage van die Quickscan is opgenomen in bijlage 3. Uit de Quickscan volgen onderstaande bevindingen en conclusies: •

•

•

•

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een verblijfplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen en amfibieën uitsluitend benut als foerageergebied. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en er zijn zeven nesten van boerenzwaluwen aangetroffen in de paardenstal. Boerenzwaluwen worden in de provincie Gelderland tot de categorie 5 soorten gerekend. Provincie Gelderland beschrijft deze soorten als vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Aangezien er op het erf een nieuwe paardenstal wordt gerealiseerd is de verwachting dat de boerenzwaluwen op termijn in deze nieuwe paardenstal een nest kunnen gaan bouwen. Geadviseerd wordt om de bestaande paardenstal buiten de broedtijd te verbouwen zodat er geen bezette nesten beschadigd of vernield worden.

Aangezien boerenzwaluwen soms in september nog een bezet nest hebben, wordt geadviseerd om de werkzaamheden uit te voeren buiten de periode van april tot september. Daarnaast nestelen er mogelijk vogels in de beplanting op de plek waar de nieuwe paardenstal gebouwd wordt. Als gevolg van het rooien van de beplanting wordt mogelijk een bezet vogelnest verstoord, beschadigd of vernield. Van de in de beplanting nestelende soorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Voor het beschadigen of vernielen van een bezet nest (eieren) of het doden van een vogel kan geen ontheffing van de verbodsbepaling verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd te worden. Indien het bouwen van de nieuwe paardenstal toch in de voortplantingsperiode van vogels wordt uitgevoerd moet er een broedvogelscan uitgevoerd worden. Mogelijk wordt een beschermd grondgebonden zoogdier gedood en wordt een vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield, als gevolg van uitvoering van de voorgenomen activiteiten.

Voor de grondgebonden zoogdieren, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voorplantingsplaatsen’. Voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren geldt geen vrijstelling. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden opzettelijk gedood worden, dienen ze weggevangen te worden, of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden, zodat de dieren op eigen beweging vertrekken. Dat kan door het werkterrein te ontdoen van strooisel en bladeren en de spullen/materialen buiten de voortplantingsperiode. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming vereist. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren gedood.

Pagina 25 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan, mits geen beschermde grondgebonden zoogdieren worden gedood, het rooien van bomen en heesters buiten het voortplantingsseizoen wordt uitgevoerd en er ook gesloopt wordt buiten deze periode. 5.4.3.Conclusie Het aspect ecologie en natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

5.5. Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 5.5.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels.

In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • • •

activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

5.5.2.Onderzoek Geluid van activiteiten In de directe omgeving van de projectlocatie ligt een bedrijventerrein en er liggen een aantal woningen. Het bedrijventerrein ligt op circa 70 meter van het te realiseren EOS. De omliggende woningen liggen op circa 100 meter afstand van het EOS.

Pagina 26 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

Een EOS betreft geen geluidsgevoelige functie. Een EOS hoeft dan ook niet beschermd te worden tegen geluid. Anderzijds moet worden beschouwd of het EOS niet voor geluidsoverlast zorgt op omliggende, geluidsgevoelige functies. In het plangebied wordt een kleinschalige EOS geplaatst. Deze bestaat uit accu’s, transformatoren en omvormers. In deze onderdelen bevinden zich geen onderdelen die geluid veroorzaken zoals ventilatoren. Het EOS wordt namelijk gekoeld door middel van vloeibare koeling wat wordt rondgepomp. De bijbehorende trafo die wordt geplaatst kan een licht brommend geluid produceren. Gezien de ligging van nabij gelegen woningen (afstand circa 80 meter) is niet te verwachten dat dit gezoem zorgt voor overlast. Daarnaast wordt er ook een grondwal aangelegd eventuele geluidsuitstraling richting de omgeving is hiermee verwaarloosbaar. 5.5.3 Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

5.6. Geur In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 5.6.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: • • • •

Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 5.6.2.Onderzoek Het EOS zorgt niet voor emissie van geur en wordt ook niet gezien als een geurgevoelig gebouw. 5.6.3 Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 27 van 40

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten

5.7. Gezondheid Een doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: •

•

Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).

5.7.1.(Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. 5.7.2.Onderzoek De toetsing aan de wettelijke milieunormen en de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling zijn in de voorgaande paragrafen per relevant omgevingsaspect aan bod gekomen. Ook bij het voldoen aan wettelijke milieunormen kan echter gezondheidsschade optreden. Belangrijk begrip daarbij is het voorzorgsbeginsel dat voortvloeit uit de artikelen 2 en 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De overheid kan op basis hiervan maatregelen treffen als er gegronde redenen zijn om te vrezen dat activiteiten negatieve gevolgen kunnen hebben, zonder dat er (voldoende) wetenschappelijke gegevens beschikbaar zijn. Bij voorliggend initiatief worden geen significante gezondheidseffecten verwacht.

In de nabije omgeving (circa 50 meter) van het beoogde EOS zijn geen woningen gelegen. Verder zorgt het EOS naar de omgeving niet voor specifieke gezondheidsrisico’s ten aanzien van elektromagnetische straling, laagfrequent geluid of blootstelling aan toxische stoffen. Hiermee is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Qua positieve gezondheid kan worden opgemerkt dat sprake is van toevoeging van veel groen rondom het EOS. 5.7.3.Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=1273955d-5697-46ee-ba94-39720eed782d