Bijlage 2. ruimtelijke onderbouwing BOPA
Tekst van het document
5.8. Ladder voor duurzame verstedelijking Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de
Pagina 28 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. 5.8.1.(Wettelijk) kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als: ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 BVO kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling.
5.8.2.Onderzoek Functies die niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling worden beschouwd, zijn: • • • • •
windmolens infrastructuur hoogspanningslijnen transformatorhuisjes zonneparken
Dit is gebaseerd op de jurisprudentie gevormd onder de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening. 5.8.3.Conclusie Geconcludeerd kan worden dat een EOS niet onder nieuwe stedelijke ontwikkeling valt. De voorliggende ontwikkeling voldoet daarmee aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en is niet in strijd met het Bkl.
5.9. Luchtkwaliteit In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 5.9.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Als een BOPA betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied (die liggen in grotere stedelijke
Pagina 29 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
agglomeraties) plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde. Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. 5.9.2.Onderzoek De gemeente Aalten ligt buiten de aandachtsgebieden voor luchtkwaliteit, zodat het aspect luchtkwaliteit slechts marginaal hoeft te worden getoetst. Er is immers geen sprake van de aanleg van auto(snel)wegen of tunnelbuistrajecten. Door de komst van het EOS wordt de luchtkwaliteit niet verslechterd, het EOS heeft geen emissie van stikstofoxiden als PM10. Als het EOS in gebruik is genomen komen er per jaar ‘worst-case’ niet meer dan 6 lichte vervoersbewegingen voor eventueel uit te voeren onderhoud en controle. De beoogde ontwikkeling zorgt er niet voor dat het verkeer een negatief effect heeft op de luchtkwaliteit. 5.9.3.Conclusie De activiteiten in het project behoren niet tot een categorie van gevallen die in betekenende mate bijdragen (standaardactiviteiten zijn genoemd in artikel 5.54 Bkl) of, als de activiteit niet is genoemd, leidt tot een verhoging van de kalenderjaargemiddelde concentratie in de buitenlucht van zowel stikstofdioxide als PM10 van 1,2 μg/m3 of minder. In dit geval is er geen belemmering voor het toelaten van de activiteit.
5.10.
M.e.r.-beoordeling
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 5.10.1. (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). In Bijlage V van het Ob is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.
De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob).
Pagina 30 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
5.10.2. Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, is niet opgenomen in Bijlage V bij het Ob. Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder nummer J11. Hiervoor is geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. 5.10.3. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.
5.11.
Mobiliteit en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten mobiliteit, verkeer en parkeren. 5.11.1. (Wettelijk) kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De beleidsregels parkeren gemeente Aalten gaan wel op deze aspecten in. De beleidsregels parkeren zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Aalten. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. 5.11.2. Onderzoek Door de komst van het EOS zal het aantal vervoersbewegingen per jaar met ‘worst-case’ met 24 lichte voertuigen per jaar toenemen. Deze voertuigen komen en gaan naar het EOS om onderhoud en controles uit te voeren. Ontsluiting vindt plaats op de Piepersweg. De Piepersweg heeft voldoende capaciteit om deze minimale toename van het aantal verkeersbewegingen te kunnen verwerken. Voor een EOS zijn geen parkeernormen, maar parkeren kan op eigen terrein, er is voldoende ruimte beschikbaar. 5.11.3. Conclusie Mobiliteit en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.12.
Omgevingsveiligheid
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.12.1. (Wettelijk) kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:
Pagina 31 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
• • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
5.12.2. Onderzoek De ontwikkeling voorziet in het realiseren van een EOS op agrarische grond. Een EOS is nog niet geregeld in het Bal (geen MBA), dit wordt voorzien in het jaar 2025. Aangezien dat hiervoor nog geen richtlijnen aanwezig zijn dan kan voor een EOS gebruik gemaakt worden van de PGS37-1. Deze PGS37-1 kan worden gezien als invulling van de specifieke zorgplicht uit de bruidschat. In de PGS37-1 staan veiligheidsafstanden voor een EOS systeem. Binnen ten minste 10 meter van een EOS zijn geen bouwwerken of andere brandbare objecten aanwezig dus er kan ruimschoots worden voldaan aan de veiligheidsafstanden van de PGS37-1. Aan de hand van de risicokaart is bekeken of in de omgeving van het projectgebied risicobronnen aanwezig zijn, die relevant zijn voor het plan vanuit het oogpunt omgevingsveiligheid. Zie hiervoor onderstaande figuur.
Pagina 32 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
Figuur 11 locatie beoogde EOS rood omcirkeld
Op de locatie wordt een EOS mogelijk gemaakt, een EOS is geen kwetsbaar object. In de directe omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig waarvan de contour van de aandachtsgebieden over het beoogde EOS is gelegen. Voor de locatie gelden geen overige risicocontouren of aandachtsgebieden. 5.12.3. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.13.
Slagschaduw en windhinder
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteiten rekening gehouden wordt met de aspecten slagschaduw en windhinder. 5.13.1. (Wettelijk) kader Het omgevingsaspect slagschaduw (van windturbines) is geregeld in paragraaf 5.1.4.4a van het Bkl. 5.13.2. Onderzoek In de directe omgeving zijn geen windturbines gelegen zodat er geen sprake is van slagschaduw en/of windhinder. 5.13.3. Conclusie Het aspect slagschaduw en winhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.14.
Trillingen
Trillingen kunnen hinder geven aan personen, gebouwen en activiteiten door golfbewegingen via de bodem. Deze trillingen worden vooral veroorzaakt door weg- en railverkeer en industriële machines. De trillingen die voelbaar zijn, bestaan uit mechanische golvende bewegingen van materialen. Anders dan bij geluid vindt de overdracht niet plaats via de lucht (gasvormig medium), maar via vaste materie (bodem, vloeren, wanden en dergelijke). Trillingen nemen af naarmate de afstand tot de bron groter is. 5.14.1. (Wettelijk) kader De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving.
Pagina 33 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
Het omgevingsaspect trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. 5.14.2. Onderzoek Het initiatief betreft de realisatie van een EOS. Bij de aanlegwerkzaamheden komen geen kortdurende, herhaaldelijke voorkomende trillingen voor. 5.14.3. Conclusie Het aspect trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan
5.15.
Water
Bij de vaststelling van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. In deze paragraaf wordt ingegaan op het waterbelang en klimaatadaptatie. 5.15.1. (Wettelijk) kader Uit de instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de gemeente bij vaststelling van het omgevingsplan of een BOPA de opvattingen van de waterbeheerder moet betrekken. Voorbeelden zijn: • • • •
watercompensatie in verband met toenemende verharding; Waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater.
Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: • • • •
bescherming van primaire waterkeringen, Zie artikel 5.38 Bkl. behoud waterveiligheid kust, artikel 5.40 van het Bkl. behoud waterveiligheid grote rivieren, artikel 5.46 van het Bkl. IJsselmeergebied, artikel 5.49 van het Bkl.
Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van in de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. 5.15.2. Waterschapsverordening De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel is van rechtswege ontstaan bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet):
Pagina 34 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
• • • • • •
De regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; De zogeheten ‘bruidsschat’: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.
De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die volgens de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. 5.15.3. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema’s: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering.
Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. 5.15.4. Overig relevant beleid waterschap De weging van het waterbelang is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. Het heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De weging heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis
Pagina 35 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
zijn voor het gebruik en de functie van het projectgebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Met behulp van de weging van het waterbelang kan eenvoudig worden bepaald welke wateraspecten van belang zijn. Naarmate er een groter waterbelang is, zal een uitgebreidere procedure van de weging van het waterbelang moeten worden doorlopen. We maken onderscheid in de volgende drie resultaten van de weging van het waterbelang: 1. Plan raakt geen wateraspecten: geen wateradvies van het waterschap nodig. 2. Korte procedure: het plan past binnen de uitgangspunten van het waterschap. De initiatiefnemer of gemeente ontvangt van het waterschap een standaardwaterparagraaf, en werkt de voor het plan relevante wateraspecten uit. De waterparagraaf wordt vervolgens door het waterschap van een wateradvies voorzien. 3. Normale procedure: er zijn grote of meerdere wateraspecten van belang. De initiatiefnemer overlegt met het waterschap om tot maatwerk te komen. De initiatiefnemer brengt opties in beeld en onderbouwt keuzes m.b.t. de waterhuishouding. In de toelichting op de BOPA moet een stapsgewijze benadering van het huidige en toekomstige watersysteem worden opgenomen. Deze bestaat uit de volgende stappen: 1. Omschrijf het huidig watersysteem; 2. Omschrijf de visie op het watersysteem in het plangebied.
Houdt hierbij rekening klimaatontwikkeling en benut uitkomsten uit stresstesten voor wateroverlast, droogte, hitte en overstroming; 3. Omschrijf de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op het watersysteem; 4. Omschrijf welke maatregelen worden genomen om met de gevolgen om te gaan. Hierbij geldt als uitgangspunt, dat de ontwikkeling waterneutraal en klimaatrobuust is. 5.15.5. Onderzoek De vragenlijst is digitaal doorlopen en bijgevoegd als bijlage 4. Hieruit volgt dat het initiatief waterbelangen raakt. De korte procedure is doorlopen en het Waterschap is op de hoogte gesteld van de plannen. De verharde oppervlakte neemt met circa 300 m2 toe. Het Waterschap Rijn en IJssel heeft een reactie gegeven op het plan. Het volgende is aanvullend aangegeven richting het Waterschap: De toe te passen verharding onder het EOS betreft prefab betonplaten (800 x 1200 mm -> 115 m2) met daartussen spleten. Rondom, tussen het hekwerk, wordt 185 m2 aan bestrating aangelegd (klinkers met daartussen spleten). Het water zal dus ter plaatse infiltreren en/ of van de verharding afstromen en in de omliggende gronden (weiland + groenstrook) infiltreren. Daarmee is waterberging ter plaatse in principe geregeld. Zij komen met onderstaande reactie: Hiermee kunnen we stellen dat het water op (eigen) terrein verwerkt wordt. Voor deze ontwikkeling dus voldoende. 5.15.6.
Klimaatadaptatie Op basis van de klimaatatlas van de gemeente Aalten is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen op de projectlocatie als gevolg van klimaatverandering: •
Wateroverlast
Pagina 36 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van de projectlocatie sprake kan zijn van plasvorming na een korte extreme hevige bui en/of langdurige extreme regen. Het EOS wordt op betonplaten geplaatst. Het EOS is volledig waterdicht. Plasvorming op de betonplaten is niet aan de orde. •
Hittestress
Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur op de projectlocatie niet koeler of heter aanvoelt op warme dagen. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met de bestaande bebouwing in een groene omgeving (veel bomen). Na realisatie van het EOS zal de temperatuur logischerwijs op een min of meer vergelijkbaar niveau blijven. Er wordt minimale bebouwing toegevoegd en daarnaast wordt gecompenseerd met toevoeging van bomen en struiken. Het gaat om een relatief klein EOS naar verwachting zorgt dit EOS niet voor opwarming wat relevant is voor de te ervaren warmte in de nachtelijke periode. •
Droogte
De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft op de projectlocatie niet grondwaterafhankelijk en is er geen kans van droogtegevoeligheid. Door het voornemen om het hemelwater binnen de projectlocatie te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater langer in het gebied zelf aanwezig. De projectlocatie ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. •
Overstroming
Er liggen geen dijken en grote watergangen in nabijheid van de projectlocatie. Daarbij vormt overstroming geen risico voor de projectlocatie. Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat bij het voorliggende initiatief voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico’s door klimaatverandering. Er hoeven geen specifieke maatregelen in het kader van klimaatadaptatie te worden getroffen. 5.15.7. Conclusie Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van het waterschap Rijn en IJssel.
Pagina 37 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
6. Uitvoerbaarheid 6.1. Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling niet evident onuitvoerbaar is. Vastgesteld moet kunnen worden dat er geen financieel-economische redenen zijn waardoor het op voorhand aannemelijk is dat de ontwikkeling niet uitgevoerd kan worden. 6.1.1.Kostenverhaal De voorliggende ontwikkeling wordt gerealiseerd door initiatiefnemer. De gemeente en de initiatiefnemer hebben een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de initiatiefnemer als de gemeente zijn aangegeven, alsmede de definitieve regeling ten aanzien van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het plan verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid van de BOPA is hiermee voldoende aangetoond.
6.2. Maatschappelijke uitvoerbaarheid In hoofdstuk 3 is beschreven hoe het participatieproces met belanghebbenden heeft plaatsgevonden. In deze paragraaf wordt het formele participatietraject dat hierop volgt beschreven. De gemeente publiceert de wijziging van het omgevingsplan digitaal via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB), het landelijke publicatieplatform. De regels van het ontwerp-omgevingsplan komen dan automatisch in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO-LV) c.q. Omgevingsloket. Via het onderdeel ‘Regels op de Kaart’ kan iedereen zien welke regels waar gelden. Het ontwerp-wijzigingsbesluit en de daarbij behorende stukken worden gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd (artikel 3:11, Awb). Binnen deze termijn heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Dit kan zowel schriftelijk als mondeling. Eventuele zienswijzen worden beantwoord in een separate notitie, die te zijner tijd als bijlage bij het wijzigingsbesluit wordt opgenomen.
Pagina 38 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
7. Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een BOPA verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In dit kader vindt in hoofdstuk 4 van deze motivering een toets aan het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid plaats. Hieruit volgt dat de activiteit past binnen de doelstellingen en het relevante rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Daarnaast moet in elk geval worden getoetst aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Bkl (artikel 8.0b, eerste lid, sub a van het Bkl) en de instructieregels in de verordening van de provincie voor het omgevingsplan (artikel 8.0b, eerste lid, sub b van het Bkl). In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt in de beoordeling van de gevolgen van het initiatief voor de fysieke leefomgeving beoordeeld of en hoe aan deze instructieregels wordt voldaan. Hieruit volgt dat de diverse aspecten op het gebied van de fysieke leefbaarheid niet voor belemmeringen zorgen ten aanzien van de uitvoerbaarheid van het plan.
Pagina 39 van 40
Gemeente Aalten
Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA, Realisatie EOS nabij de Kempinkweg 2 & 4, Aalten
Bijlagen Bijlage 1: Erfinpassingsplan Bijlage 2: Stikstofparagraaf Bijlage 3: Quickscan flora en fauna Bijlage 4: Digitale watertoets Bijlage 5: Tekening opstelling EOS Bijlage 6: Documentatie EOS
Pagina 40 van 40
Gemeente Aalten