Bijlage 2. Controle protocol 2025
Tekst van het document
GEMEENTE AALTEN PROTOCOL VOOR DE ACCOUNTANTSCONTROLE OP DE JAARREKENING 2025
1
Inleiding
In artikel 213 van de Gemeentewet is opgenomen dat iedere gemeente een controleverordening dient op te stellen. In het verlengde van deze controleverordening is dit controleprotocol opgesteld. In dit protocol wordt door de raad een aantal zaken geregeld ter afbakening en ondersteuning van de uitvoering van de jaarrekeningcontrole, het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording en daarmede ook het financieel beheer zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten Het accountantscontroleprotocol heeft als doel nadere aanwijzingen te geven aan de accountant over de reikwijdte van de accountantscontrole, de daarvoor geldende normstellingen en de daarbij verder te hanteren goedkeuring- en rapporteringtoleranties, en ook de verantwoordings- en rapportagegrenzen (in het kader van het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording) voor de controle van de jaarrekening 2025 van de gemeente Aalten Object van controle is de jaarrekening en daarmede ook het financieel beheer over een jaar zoals uitgeoefend door of namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten. In de controleverordening gemeente Aalten 2024 heeft de gemeenteraad volgens datzelfde artikel 213 de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Aalten vastgesteld.
Met dit controleprotocol stelt de gemeenteraad nadere aanwijzingen vast die specifiek van toepassing zijn voor het controlejaar 2025. Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings)overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiging uit) de raad, een vertegenwoordiger van de griffie, (een vertegenwoordiging van) de financiële commissie, de portefeuillehouder financiën, de directie, de controller en een vertegenwoordiger financiën van de gemeente Aalten. De raad stelt jaarlijks, voorafgaand aan de accountantscontrole en in overleg met de accountant, de posten van de jaarrekening, de gemeentelijke functies en de gemeentelijke organisatieonderdelen vast, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringtoleranties hij daarbij dient te hanteren. De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met (een vertegenwoordiging uit) de raad, dan wel zijn zij aanwezig in het jaarrekening café.
2
Algemene uitgangspunten voor de controle (getrouwheid én rechtmatigheid)
Zoals in art 213 GW is voorgeschreven zal de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening door de accountant gericht zijn op het afgeven van een oordeel over:
-
De getrouwe weergave van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de activa en passiva; De getrouwheid van de door het college afgegeven rechtmatigheidsverantwoording; De inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken; Het in overeenstemming zijn van de door het college opgestelde jaarrekening met de bij of op grond van algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten BBV); De verenigbaarheid van het jaarverslag met de jaarrekening.
-
-
Bij de controle zullen de nadere regels die bij of op grond van algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van artikel 213, lid 6 Gemeentewet (Besluit accountantscontrole decentrale overheden), de uitgangspunten en standpunten van de commissie BBV, en ook de Richtlijnen voor de Accountantscontrole (NBA) bepalend zijn voor de uit te voeren werkzaamheden. Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden (BADO) dat de in de jaarrekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dat wil zeggen: in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen.
3
Te hanteren goedkeuring- en rapporteringtoleranties
De accountant accepteert in de controle bepaalde toleranties en richt de controle daarop in. De accountant controleert niet ieder document of iedere financiële handeling maar richt de controle zodanig in dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening. De accountant richt de controle in op het ontdekken van belangrijke fouten en baseert zich daarbij op risicoanalyse, vastgestelde toleranties en statistische deelwaarnemingen en extrapolaties. Het uitvoeren van werkzaamheden met inachtneming van toleranties impliceert dat de controle zodanig wordt uitgevoerd, dat voldoende zekerheid wordt verkregen over het getrouwe beeld van de jaarrekening inclusief de getrouwheid van de rechtmatigheidsverantwoording. Naast deze kwantitatieve benadering zal de accountant ook een kwalitatieve beoordeling hanteren (professional judgement). De weging van fouten en onzekerheden vindt ook plaats op basis van deze kwalitatieve beoordeling.
3.1
Goedkeuringstolerantie
De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed. De goedkeuringstolerantie is bepalend voor de oordeelsvorming, de strekking van de af te geven controleverklaring. Voor de strekking van de controleverklaring, goedkeurend, met beperking, afkeurend of oordeelsonthouding zijn de volgende goedkeuringstoleranties bepalend: Strekking controleverklaring: Goedkeurend Beperking
Oordeelonthouding
Afkeurend
Fouten in de jaarrekening (% lasten)
≤ 1%
>1%<2%
-
≥ 2%
Onzekerheden in de controle (% lasten)
≤ 2%
>2%<10%
≥ 10%
-
Goedkeuringstolerantie
Deze toleranties zijn gebaseerd op het BADO waarin de minimumvereisten voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties zijn vastgelegd en worden berekend over de totale lasten (excl. de toevoeging aan de reserves).
3.2
Rapporteringtolerantie
De rapporteringstolerantie heeft betrekking op het vastgestelde bedrag waarboven de accountant geconstateerde fouten en onzekerheden altijd opneemt in het accountantsverslag. Daarmee is de rapporteringstolerantie een kwantitatief criterium. Als de rapporteringstolerantie niet wordt overschreden, wordt in beginsel door de accountant niets gerapporteerd in het accountantsverslag. Voor de rapporteringtolerantie stelt de raad als maatstaf dat de accountant op postniveau elke fout of onzekerheid in de jaarrekening van € 100.000 en hoger rapporteert.
3.3
Verantwoordingsgrens
Naast de goedkeurings- en rapportagetolerantie wordt de verantwoordingsgrens onderkend. De verantwoordingsgrens is een door de gemeenteraad vastgesteld bedrag, waarboven het college van burgemeester en wethouders de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) moet opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De verantwoordingsgrens valt binnen de bandbreedte van 0% tot 2% van de totale lasten van de gemeente, exclusief de toevoeging aan de reserves. De gemeenteraad is vrij om binnen deze bandbreedte de grens te bepalen. Ligt het bedrag van de afwijkingen onder de grens dan is er sprake van goedkeuring en kan het college aangeven rechtmatig te hebben gehandeld. Boven het vastgestelde percentage moet het college de afwijkingen (fouten en onduidelijkheden) opnemen in de rechtmatigheidsverantwoording. De te kiezen grenzen moeten een juiste balans bewaken tussen het niveau van informatievoorziening aan de raad en de hoogte van uitvoeringskosten van de verantwoording die de organisatie gemaakt moet worden daartoe. We stellen voor de verantwoordingsgrens op 2% te leggen. Door te kiezen voor een lager percentage zouden we bovendien de lat hoger leggen dan in de huidige wetgeving, waarbij de grens voor onzekerheden op 2% ligt. Ook is het vaststellen van een rapportagegrens van belang om mee te wegen in de keuze van omvang van de verantwoordingsgrens.
Met een hogere verantwoordingsgrens worden meer financiële onrechtmatigheden “getolereerd”, maar met een gepaste rapportagegrens worden deze in de P&Cdocumenten, maar in ieder geval in de jaarrekening zichtbaar voor de gemeenteraad.
3.4
Rapportagegrens
Het college is verplicht om onrechtmatigheden toe te lichten in de bedrijfsvoeringparagraaf als de geconstateerde onrechtmatigheid de verantwoordingsgrens overschrijdt. Het college hecht waarde aan het gesprek over de bevindingen uit de rechtmatigheidscontroles. Daarom beperkt het college zich niet alleen tot het geven van een toelichting alleen bij het overschrijden van de verantwoordingsgrens. Het college rapporteert de bevindingen over de financiële rechtmatigheid boven de rapportagegrens in de paragraaf bedrijfsvoering met een toelichting. We stellen voor deze rapportagegrens ook vast te stellen op € 100.000,- en bedragen ≤ € 100.000,gebundeld te rapporteren. Hiermee volgen we de ingezette lijn zoals deze voor de accountant geldt om
geconstateerde onrechtmatigheden vanaf deze grens te benoemen in zijn accountantsverslag, analoog aan de rapportagetolerantie bij §3.2
4
Opbouw van de rechtmatigheidsverantwoording
Het kader van de (financiële) rechtmatigheidsverantwoording bestaat uit de volgende criteria: 1. het begrotingscriterium; 2. het voorwaardencriterium; 3. het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium (M&O-criterium). Bovenstaande criteria komen expliciet tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording. Rechtmatigheidscriteria die ook de getrouwheid raken zijn geen onderdeel van rechtmatigheidsverantwoording. Bijvoorbeeld: constatering van een verslaggevingsfout is geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Ook de constatering dat een post in de jaarrekening niet voldoet aan de uitgangspunten van het BBV hoeft niet opgenomen te worden in de rechtmatigheidsverantwoording. 1. Het begrotingscriterium: De financiële beheershandelingen zijn tot stand gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende hoofdtaakvelden. Bij het begrotingscriterium gaat het om controle op overschrijdingen van de geautoriseerde begroting (inclusief investeringen) na begrotingswijzigingen in het boekjaar. Onderdeel van de rechtmatigheidsonderbouwing is vaststellen of er sprake is van dit soort overschrijdingen en of ze passen binnen het gemeentelijk beleid en met reden zijn toegelicht in de jaarrekening. Als de overschrijdingen zijn toegelicht en de jaarrekening wordt vastgesteld door de raad, dan zijn deze overschrijdingen alsnog rechtmatig.
Alleen een begrotingsoverschrijding die onrechtmatig (niet passend binnen het beleid en niet toegelicht) is, wordt vermeld in de rechtmatigheidsverantwoording. Dit omdat de overschrijding een inbreuk vormt op het budgetrecht van de gemeenteraad. 2. Het voorwaardencriterium: De financiële beheershandelingen voldoen aan de geldende regelgeving. Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen binnen de gemeente voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. Het betreft de aspecten hoogte, recht en duur. Het normenkader wordt actueel gehouden en jaarlijks aangepast op basis van nieuwe wet- en regelgeving. In het normenkader is de interne- en externe regelgeving, waaraan getoetst wordt, opgenomen. 3. Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O): Het college heeft voldoende waarborgen genomen om te voorkomen dat als gevolg van misbruik of oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving ten onrechte overheidssubsidies of –uitkeringen zijn verleend of een te laag bedrag aan heffingen aan de gemeente is betaald. Bij het M&O criterium gaat het in het bijzonder om vast te stellen dat de organisatie effectieve maatregelen heeft getroffen om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen.
5
Rapportering en communicatie
Gedurende het jaar zal het college aandacht dienen te schenken aan de rechtmatigheidsvraagstukken en hierover rapporteren. Tijdens en na afronding van de controlewerkzaamheden rapporteert de accountant. De opvolging van bevindingen van interne en externe controle waaronder rechtmatigheidsonderzoeken is een belangrijk onderdeel van de verbetercyclus. Hierna wordt in het kort toegelicht wat dit inhoudt.
College: Rechtmatigheid Het college rapporteert over de uitgevoerde rechtmatigheidscontroles in de paragraaf bedrijfsvoering van het jaarverslag. Gedurende het jaar worden de controle bevindingen, gespecificeerd naar proces, aard van de fout of onduidelijkheid en bedrag door middel van een Intern controle memorandum met de procesverantwoordelijke besproken. Daarnaast worden er aanbevelingen gedaan naar aanleiding van de rechtmatigheidscontroles om de toekomstige fout of onduidelijkheid te mitigeren. De opvolging van deze aanbevelingen zal nauwlettend worden gemonitord door control. Interim-controle In de tweede helft van het jaar wordt door de accountant een zogenaamde interim-controle uitgevoerd. Over de uitkomsten van deze tussentijdse controle brengt de accountant in een managementletter verslag uit aan het college van burgemeester en wethouders. Bestuurlijk relevante zaken worden ook aan de gemeenteraad gerapporteerd. Accountantsverslag De accountant voert in eerste helft van het jaar, volgend op het te controleren jaar, de jaarrekeningcontrole uit. Een verslag van bevindingen wordt gerapporteerd via het accountantsverslag aan de raad, met een afschrift aan het college. In dit verslag zijn inbegrepen de SiSa regelingen en de Wet normering topinkomens.
Controleverklaring In de controleverklaring wordt op een gestandaardiseerde wijze, zoals wettelijk voorgeschreven, de uitkomst van de accountantscontrole weergegeven, ten aanzien van zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. Deze controleverklaring is bestemd voor de gemeenteraad, zodat deze de door het college van burgemeester en wethouders opgestelde jaarrekening kan vaststellen.