CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - beheerverordening begraafplaats Aalten 2026

Gemeenteraad 24 februari 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid14.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Aalten 2026 Auteur mevrouw C.J.H. Walvoort-Mol Functie Beleidsmedewerker Burgerzaken Datum 1 oktober 2025 Versienummer 2.0

Inhoud Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Aalten 2026 ...........................................................1 Inleiding ...............................................................................................................................................4 Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen....................................................................................................5 Artikel 1. Begripsbepalingen ............................................................................................................5 Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf .............................................................................6 Artikel 3. Beheer ..............................................................................................................................6 HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST ..................................................................................6 Artikel 4. Openstelling begraafplaats ..............................................................................................6 Artikel 5. Ordemaatregelen .............................................................................................................7 Artikel 6. Plechtigheden...................................................................................................................7 Artikel 7.

Opgraven, samenvoegen en ruimen ................................................................................7 HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING....................................................................7 Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf ........................7 Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften ................................................................................................7 Artikel 10. Te overleggen stukken ...................................................................................................8 Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging ..............................................................................8 Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen ........................................................................................8 HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN ...................................................................8 Artikel 13. Indeling graven en asbezorging......................................................................................8 Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen.....................................8 Artikel 15. Volgorde van uitgifte ......................................................................................................9 Artikel 16.

Categorieën ....................................................................................................................9 Artikel 17. Termijnen particuliere en algemene graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen..........9 Artikel 18. Keldergraven ..................................................................................................................9 Artikel 19. Overschrijving van verleende rechten ...........................................................................9 Artikel 20. Vervallen (graf-)rechten ...............................................................................................10 21. Afstand doen van (graf-)rechten .............................................................................................10 HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN ..................................................................................................10 Artikel 22. Melding en vergunning gedenkteken en grafbedekking ..............................................10 Artikel 23. Aansprakelijkheid grafbedekking .................................................................................11 Artikel 24. Onderhoud door de houder van de begraafplaats ......................................................11 Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker ............................................................11 Artikel 26.

Grafbeplanting .............................................................................................................12 Artikel 27. Tijdelijke verwijdering grafbedekking ..........................................................................12

2

Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn ..........................................12 Artikel 29. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen ..........................12 HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENPLAATSEN .........................................................13 Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as ................................................................13 HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN..13 Artikel 31. Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen .............................................13 HOOFDSTUK 8. INRICHTING BEGRAAFPLAATSADMINISTRATIE .........................................................13 Artikel 32. Voorschriften inrichting registers en dossiers ..............................................................13 HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN .....................................................................................................14 Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid................................................................................................14 Artikel 34. Intrekking oude regeling. .............................................................................................14 Artikel 35.

Overgangsbepaling .......................................................................................................14 Artikel 36. Strafbepaling ................................................................................................................14 Artikel 37. Inwerkingtreding ..........................................................................................................14 Artikel 38. Citeertitel .....................................................................................................................14 Bijlagen ..............................................................................................................................................15 TOELICHTING BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN AALTEN 2026..........15 A. Algemene toelichting ................................................................................................................15 B. Artikelsgewijze toelichting.........................................................................................................17 BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN AALTEN 2026 ................................17

3

Inleiding De raad van de gemeente Aalten, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten, gelet op de artikelen 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Aalten 2026

4

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen Berkenhove en Varsseveldsestraatweg in Aalten, Kloosterdijk en Prins Mauritsstraat in Bredevoort, Oude begraafplaats Kerkhofpad en Nieuwe begraafplaats Aaltenseweg in Dinxperlo; b. een particulier graf: een graf, keldergraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van overledenen en/of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf: een graf, keldergraf daaronder begrepen, bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven en begraven houden van overledenen; d. keldergraf: een graf met een betonnen of kunststof constructie die in de grond is geplaatst en afgedekt is met een sluitplaat; e. kindergraf: een graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van een natuurlijk persoon tot 12 jaar en van levenloos geborenen. f. enkelgraf: een particulier graf waarin gelegenheid wordt geboden tot het begraven en begraven houden van slechts één overledene. g. familiegraf: twee of meer naast elkaar gelegen particuliere graven voorzien van een gezamenlijke grafbedekking; h.

natuurgraf: een onderhoudsvrij particulier graf, boomgraf inbegrepen, met beperkingen ten aanzien van de grafbedekking en asbusbijzettingen; i. urnengraf: een particulier urnengraf, kelderurnengraf daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; j. urnenplaats: een particuliere bovengrondse plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het plaatsen van en geplaatst houden van asbussen in een object, urn en kunstwerk daaronder begrepen; k. gedenkplaats: een particuliere plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend voor het zonder begrafenis of zonder asbestemming plaatsen van een gedenkteken om overledenen te gedenken; l. natuururnengraf: een onderhoudsvrij particulier urnengraf met beperkingen ten aanzien van de grafbedekking; m. asbus: een bus, een asbox daaronder begrepen, ter berging van as van een overledene; n. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen of asboxen; o. verstrooiplaats: een plaats of kelder bij de gemeente in beheer waar as van een overledene kan worden verstrooid; p. grafbedekking: grafbeplanting of gedenkteken die op het graf, de gedenkplaats of de urnenplaats zijn geplaatst; q.

gedenkteken: een grafmonument, liggende of staande steen, sierurn of ander object ter nagedachtenis van een overledene; r. herinneringsplaatje: een naam of gedenkplaatje ter plaatsing op een monument, zuil of muur ter herinnering van een overledene; s. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten; t. beheerder: de medewerker die belast is met de exploitatie en de dagelijkse leiding van de gemeentelijke begraafplaatsen of degene die hem vervangt; u. rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier (urnen-)graf of kelder, een particuliere urnenplaats of een particuliere gedenkplaats, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; v. gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; w. eigenaar: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die met toestemming van de rechthebbende de grafbedekking op een particulier graf in eigendom heeft of de belanghebbende van een algemeen graf die de grafbedekking geplaatst heeft;

5

x. y.

z.

belanghebbende: een verzamelnaam voor alle contactpersonen met een belang bij een graf of asbestemmingsplaats, een natuurlijk persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechthebbende; aanvrager: de persoon of rechtspersoon die – al dan niet door tussenkomst van een uitvaartondernemer – opdracht geeft voor een begrafenis, bijzetting, herdenkingsplechtigheid of asverstrooiing en hiervoor de betalingsplichtige is. Tevens de persoon of rechtspersoon die de uitgifte van een particulier of algemeen graf, gedenkplaats of gedenkteken verzoekt en hiervoor de betalingsplichtige is; wet: Wet op de lijkbezorging en de daaruit voortvloeiende regelgeving; a. grafrecht: het gebruiksrecht op het gebruik van een ruimte in een algemeen graf en het uitsluitend recht op een particulier (kelder-)graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats; b. grafakte: de beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; c. lijkbezorging: het lichaam van een overledene of doodgeborene laten begraven of cremeren of op een andere bij of krachtens de wet voorziene wijze; d. samenvoegen: het op verzoek van de rechthebbende samenvoegen van één of meerdere lagen in een graf tot op de onderste laag; e.

ruimen: het verwijderen van de grafbedekking na afloop of na afstand van het grafrecht en in een latere fase van het volledige graf, waarbij de stoffelijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf; f. verzamelgraf: een algemeen graf, bij de gemeente in beheer, waar stoffelijke resten van geruimde graven worden bewaard;

Artikel 2. Uitbreiding begrippen particulier graf Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, onder 'particulier graf’ mede verstaan: particulier kindergraf, particulier keldergraf, natuurgraf, urnenkeldergraf, urnenzandgraf, natuururnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats.

Artikel 3. Beheer 1. Het beheer van de begraafplaats berust bij het college. 2. Het beheer omvat: a. dagelijkse leiding van de begraafplaats; b. het faciliteren van uitvaarten; c. de bijbehorende gravenadministratie; d. het onderhouden van de begraafplaats. 3. Het college wijst een beheerder aan voor de exploitatie van de begraafplaatsen en de dagelijkse leiding, en een administratief beheerder voor de gravenadministratie. Medewerkers kunnen gemandateerd worden voor specifieke taken en verantwoordelijkheden.

HOOFDSTUK 2. OPENSTELLING, ORDE EN RUST Artikel 4. Openstelling begraafplaats 1. De gemeentelijke begraafplaatsen in Aalten zijn dagelijks toegankelijk gedurende door het college vast te stellen tijden. Het college maakt deze tijden via nadere regels bekend. 2. Ter handhaving van de orde en rust op de gemeentelijke begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Ten behoeve van werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder tijdelijk delen voor publiek afsluiten. 3. Het is verboden gedurende de tijd dat de gemeentelijke begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een uitvaart, de bezorging van as of een herdenkingsbijeenkomst.

6

Artikel 5. Ordemaatregelen 1. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder en de begraafplaatsmedewerkers. 2. Tijdens plechtigheden mogen op de begraafplaats zonder toestemming van de beheerder geen werkzaamheden plaatsvinden. 3. De beheerder kan personen die zich niet aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzingen houden van de begraafplaats verwijderen of laten verwijderen. 4. Het college kan nadere regels vaststellen voor ordemaatregelen.

Artikel 6. Plechtigheden 1. Herdenkingsbijeenkomsten, onthullingen van gedenktekens en overige plechtigheden op de begraafplaats kunnen slechts plaatsvinden nadat deze ten minste zes werkdagen tevoren zijn gemeld aan de beheerder van de begraafplaatsen. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal plaatsvinden worden in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. 2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

Artikel 7. Opgraven, samenvoegen en ruimen 1. Bij het opgraven van overledenen en het samenvoegen van stoffelijke resten, alsmede de ruiming van graven, zijn geen andere personen aanwezig dan degenen die door de beheerder met deze werkzaamheden zijn belast. 2. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent het opgraven van overledenen, het samenvoegen van stoffelijke resten en het ruimen van graven.

HOOFDSTUK 3. VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel 8. Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1. Degene die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, meldt dit schriftelijk aan de beheerder, uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de begraving, bijzetting of verstrooiing. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om de overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats of door derden die daarvoor opdracht hebben verkregen op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. 3. Nabestaanden kunnen onder toezicht van een begraafplaatsmedewerker betrokken worden bij het dalen van de kist en het geheel of gedeeltelijk sluiten van het graf indien de aanvrager hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag schriftelijk aan de beheerder heeft kenbaar gemaakt en de omstandigheden het toelaten. De zaterdag en zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.

Aanwijzingen van de begraafplaatsmedewerkers dienen ten alle tijden te worden opgevolgd.

Artikel 9. Lijkomhulsel en grafgiften 1. Rechthebbenden of gebruikers leveren, gebruiken en accepteren uitsluitend lijkomhulsels, die voldoen aan de in of krachtens de wet dan wel op basis van publiekrechtelijke verordeningen, privaatrechtelijke reglementen of algemene voorwaarden gestelde regels ten aanzien van de

7

doorlaatbaarheid van vloeistoffen en gassen, mechanische eigenschappen, vorm en biologische afbreekbaarheid. 2. Aanvragers zijn verplicht op het aanvraagformulier voor een begrafenis het gebruik van lijkhoezen aan de beheerder door te geven. 3. Het is verboden om te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist. 4. Het is niet toegestaan voorwerpen aan de grafruimte toe te voegen die de vertering van de overledene belemmeren of voorkomen en/of vervuilend zijn. 5. De beheerder kan door middel van steekproeven controleren of aan de bepalingen in dit artikel is voldaan.

Artikel 10. Te overleggen stukken 1. Tot begraven wordt niet eerder overgegaan dan nadat het verlof tot begraven en het registratiedocument behorende bij het omhulsel van de overledene zijn overgelegd aan de beheerder. Het registratiedocument bevat een registratienummer dat overeenkomt met het nummer op het omhulsel van de overledene, de naam van de overledene, overlijdens- en geboortedatum van de overledene dan wel het geslacht van de doodgeborene. 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, dient vooraf een machtiging tot het openen van het graf en het plaatsen van de asbus aan de beheerder te worden overlegd, ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door de nieuwe rechthebbende. 3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. Indien de rechthebbende is overleden dient zich eerst een nieuwe rechthebbende te melden. 4. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren, gerekend vanaf de eerste begraving.

5. Indien de burgemeester verlof heeft verleend om een overledene binnen 36 uur na het overlijden te begraven of uitstel heeft verleend voor begraving binnen 6 werkdagen, dient het bedoelde verlof van de burgemeester te worden overlegd. 6. De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn en geeft pas toestemming tot begraven indien deze in orde zijn.

Artikel 11. Tijden van begraven en asbezorging Het college bepaalt bij nadere regels de tijden van begraven, bijzetten en van asbezorging.

Artikel 12. Gemeentelijke voorzieningen 1. Het gebruik van gemeentelijke voorzieningen, voor zover aanwezig of beschikbaar, dient schriftelijk te worden aangevraagd bij de beheerder, uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan die waarop de begraving of bijzetting zal plaatsvinden. 2. Voor het gebruik van gemeentelijke voorzieningen kan het college nadere regels vaststellen.

HOOFDSTUK 4. INDELING EN UITGIFTE VAN DE GRAVEN Artikel 13. Indeling graven en asbezorging 1. Het college bepaalt bij nadere regels welke graven en asbestemmingen kunnen worden uitgegeven. 2. Op de gemeentelijke begraafplaatsen van Aalten kan as worden verstrooid op een verstrooiplaats. De beheerder bepaalt welke plaatsen van de begraafplaats daarvoor in aanmerking komen.

Artikel 14. Aantal overledenen in graven en asbussen in asvoorzieningen 1. Het college bepaalt bij nadere regels hoeveel overledenen en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel bijzettingen van asbussen er in en op de particuliere urnengraven en urnenplaatsen kunnen plaatshebben. Het college bepaalt tevens de afmetingen van de particuliere graven.

8

2. Het college bepaalt bij nadere regels hoeveel overledenen kunnen worden bijgezet in algemene graven. Asbus bijzettingen in algemene graven zijn niet toegestaan. Het college kan tevens de afmetingen van de algemene graven bepalen.

Artikel 15. Volgorde van uitgifte 1. Het college kan nadere regels vaststellen onder welke voorwaarden graven worden uitgegeven. 2. Het college kan nadere regels vaststellen onder welke voorwaarden het reserveren van graven mogelijk is.De beheerder kan een particulier graf toewijzen anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van uitgifte, indien dit wegens de situatie op de begraafplaats niet bezwaarlijk is. Dit is ter beoordeling van de beheerder.

Artikel 16. Categorieën Het college kan nadere regels vaststellen voor het onderverdelen van de algemene en particuliere graven in categorieën. Het college bepaalt voor de verschillende categorieën de situering en gebruiksvoorwaarden.

Artikel 17. Termijnen particuliere en algemene graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen 1. Het college verleent, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, grafrechten. Het college bepaalt bij nadere regels de termijnen. De termijn begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf wordt uitgegeven. Ter bevestiging van het verleende grafrecht wordt een grafakte opgesteld. 2. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met via nadere regels vast te stellen termijnen, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 3. Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is verlengd vervalt het grafrecht na het einde van die termijn terug aan de begraafplaats van de gemeente. 4. Het gebruik van algemene graven wordt verleend voor een bij nadere regels vast te stellen termijn. Deze termijn kan niet worden verlengd. 5. De bijzetting van een asbus impliceert dat de rechthebbende of gebruiker opdracht geeft tot wijziging van de bestemming van de as indien niet wordt verlengd of niet tijdig voor afloop van de graftermijn een andere bestemming kenbaar is gemaakt. In dat geval wordt de as verstrooid.

De verstrooiing vindt ambtshalve plaats, op een door de beheerder te bepalen tijdstip en plaats, zonder kennisgeving aan en buiten aanwezigheid van nabestaanden. 6. Bij de verwijdering van een asbus vervalt het grafrecht, tenzij anders overeengekomen.

Artikel 18. Keldergraven 1. De plaatsing van nieuwe keldergraven is niet toegestaan. 2. Het college kan nadere regels vaststellen aan het gebruik van bestaande keldergraven.

Artikel 19. Overschrijving van verleende rechten 1. Het recht op een particulier (urnen-)graf, urnenplaats of gedenkplaats kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven op naam van een ander natuurlijk persoon of rechtspersoon. Het college kan nadere regels vaststellen en voorwaarden verbinden aan wie het recht kan worden overgeschreven. 2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht op het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats worden overgeschreven op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon, indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen zes maanden na het overlijden van de rechthebbende. Indien de overleden rechthebbende in het graf dient te worden begraven, of indien de asbus met zijn resten in het graf dient te worden bijgezet, dient het verzoek tot overschrijving daaraan voorafgaand te worden gedaan. Het college kan nadere regels vaststellen voor voorwaarden aan wie het recht kan worden overgeschreven. 3. Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving aan het college niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn van zes maanden, is het

9

college bevoegd het recht op het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats te doen vervallen verklaren. 4. Na het verstrijken van de in het tweede lid genoemde termijn kan het college het particuliere graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats alsnog op naam stellen van een nieuwe rechthebbende, tenzij dit recht betrekking heeft op een particulier graf, urnengraf, urnenplaats of gedenkplaats dat inmiddels is geruimd. 5. De rechthebbende en/of belanghebbende is verplicht om zijn/haar adresgegevens aan de beheerder door te geven, alsmede de wijziging van hun adres. 6. Aan het overschrijven van grafrechten zijn kosten verbonden.

Artikel 20. Vervallen (graf-)rechten 1. Het (graf-)recht vervalt: a. door het verlopen van de termijn waarvoor het recht is verleend; b. indien de rechthebbende afstand doet van het recht; c. indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving van het recht niet wordt gedaan binnen de in artikel 19, lid 2 genoemde termijn van zes maanden na het overlijden van de rechthebbende; d. indien (een deel van) de begraafplaats wordt opgeheven. 2. Het college kan de (graf-)rechten vervallen verklaren: a. indien de betaling van het (graf-)recht ̶ ondanks een aanmaning ̶ niet binnen zes maanden na b. aanvang van die termijn is geschied; c. indien de rechthebbende ̶ ̶ ondanks een aanmaning ̶ in verzuim blijft een op grond van deze verordening op hem rustende verplichting na te komen of daarmee in strijd handelt; d. indien de rechthebbende – ondanks een aanmaning ̶ niet binnen een jaar overgaat tot herstel van een graf of gedenkplaats dat in verval is. 3. Onder in verval zijnde graven en gedenkplaatsen wordt verstaan: a. breuk van het monument of de afdekplaat; b. een verzakking van het monument van meer dan 10 cm ten opzichte van het maaiveld; c. het onleesbaar afgesleten zijn van teksten; d. beplanting buiten de toegestane afmetingen (groeiend boven de toegestane hoogte en buiten de grafafmeting); e.

omgevallen monumenten, dan wel monumenten die (deels) beschadigd zijn geraakt; f. graven die een risico vormen voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers van de begraafplaats, zoals ondeugdelijke constructies volgens huidige richtlijnen. 4. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d en in het tweede lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

21. Afstand doen van (graf-)rechten 1. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen ten behoeve van de begraafplaats van de gemeente van het recht op het particuliere (urnen-)graf, urnenplaats of gedenkplaats, ongebruikte voorzieningen inbegrepen. Van de ontvangst van zodanige verklaring doet het college schriftelijk mededeling aan de rechthebbende. 2. In de gevallen als bedoeld in het eerste lid vindt geen terugbetaling plaats van (een deel van) de betaalde rechten.

HOOFDSTUK 5. GRAFBEDEKKINGEN Artikel 22. Melding en vergunning gedenkteken en grafbedekking 1. Voor het plaatsen van een grafbedekking dient een schriftelijke melding te worden gedaan bij het college. 2. De rechthebbende van een particulier graf of de geregistreerde belanghebbende van een algemeen graf dient de melding voor het hebben van een grafbedekking in. 3. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van indienen van de melding, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen.

10

4. Het college gaat akkoord met de melding indien aan onderstaande voorwaarden voldaan wordt: a. aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; b. de grafbedekking geen afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen voldoende is; d. de constructie, inclusief het fundament van de grafbedekking, deugdelijk is en voldoet aan de in de nadere regels genoemde voorwaarden; e. de grafbedekking of het opschrift niet aanstootgevend is; f. aan de financiële verplichtingen behorend bij de uitgifte van het grafrecht is voldaan. 5. Voor plaatsing van een grafbedekking en gedenkmonument is altijd een schriftelijke melding vooraf aan de beheerder vereist en vervolgens toestemming van de beheerder voor het tijdstip van en handelwijze bij plaatsing. 6. Het college kan in speciale situaties de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen voor een grafbedenking en gedenkteken dat afwijkt van de voorwaarden van de gestelde nadere regels. 7. Het college regelt bij nadere regels het plaatsingsrecht voor herinneringsplaatjes op herdenkingszuilen en herdenkingsmonumenten.

Artikel 23. Aansprakelijkheid grafbedekking 1. Het plaatsen, aanbrengen, herstellen, vernieuwen of verwijderen van de grafbedekking gebeurt door, voor rekening van en voor risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking of gedenkplaats. 2. Al hetgeen wat op het graf, urnenplaats en gedenkplaats geplaatst is, wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of belanghebbende van de grafbedekking of gedenkplaats te zijn aangebracht. 3. Indien naar het oordeel van de beheerder een gevaarlijke situatie is ontstaan, kan de beheerder direct maatregelen treffen. De kosten van de maatregelen kunnen worden verhaald op de rechthebbende of belanghebbende van het graf. 4. Het college kan niet aansprakelijk worden gesteld voor diefstal van of schade aan voorwerpen welke op de graven zijn geplaatst. 5. Schade als gevolg van brand, vandalisme, diefstal, vorst, storm, bliksem, wateroverlast en andere van buiten komende oorzaken, is voor rekening van de eigenaar van de grafbedekking.

Artikel 24. Onderhoud door de houder van de begraafplaats 1. Het college voorziet slechts in het algemeen onderhoud van de begraafplaats, tenzij anders bepaald (artikel 24, lid 4). 2. De beheerder van de begraafplaats is gerechtigd om altijd, zonder toestemming van de eigenaar van de grafbedekking, overhangend groen van graven en beplanting die buiten en boven de toegestane maximale hoogte uitreikt, te snoeien of te verwijderen, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. 3. Het college kan nadere regels vaststellen voor grafonderhoud door de beheerder van de begraafplaats.

Artikel 25. Onderhoud door rechthebbende of gebruiker 1. De eigenaar van de grafbedekking is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent een nadere specificering en de wijze van onderhouden. 2. Indien de eigenaar van de grafbedekking nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kan de beheerder hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende twaalf weken ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 3. De verwijdering vindt niet plaats dan nadat het college de eigenaar van de grafbedekking en de rechthebbende of de belanghebbende van het graf door middel van een verklaring schriftelijk op de hoogte heeft gesteld van de toestand van de grafbedekking. Wanneer het adres van de rechthebbende of de belanghebbende niet bekend is maakt het college de verklaring bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord bekend. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht.

11

4. Het college kan de eigenaar van de grafbedekking per aanschrijving verplichten een beschadiging aan de grafbedekking te herstellen binnen de door het college gestelde termijn indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van de beheerder het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt of indien de beschadiging van de grafbedekking gevaar op levert voor derden.

Artikel 26. Grafbeplanting 1. Niet-blijvende beplanting op een graf die, naar oordeel van de beheerder, in een verwaarloosde staat verkeert kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op een vergoeding. 2. Het college kan nadere regels vaststellen voor voorschriften omtrent de aard, de afmetingen en de wijze van aanbrengen van grafbeplanting.

Artikel 27. Tijdelijke verwijdering grafbedekking 1. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht om voor eigen kosten en risico zelf opdracht te geven voor de tijdelijke verwijdering van de grafbedekking in het geval van een bijzetting in een bestaand graf. De grafbedekking moet twee werkdagen voorafgaande de bijzetting verwijderd zijn. 2. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat de op een graf aanwezige gedenktekens, beplanting en voorwerpen door de beheerder van de begraafplaats tijdelijk geheel of gedeeltelijk worden verwijderd en herplaatst, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is. 3. De rechthebbende van een aangrenzend graf is verplicht te gedogen dat de daarop zich bevindende grafbedekking vanwege en op kosten van de begraafplaats geheel of gedeeltelijk wordt weggenomen of verplaatst indien werkzaamheden dit noodzakelijk maken. 4. Een rechthebbende en eigenaar van een grafbedekking is verplicht te gedogen dat tijdelijk grond op een graf geplaatst wordt, indien dit voor een begraving of bijzetting in de nabijheid van het graf of om een andere reden nodig is.

Artikel 28. Verwijdering grafbedekking na verstrijken van de termijn 1. Tot het verstrijken van de termijn van het grafrecht kan de eigenaar van de grafbedekking de grafbedekking of het gedenkteken zelf verwijderen. Melding aan en toestemming van de beheerder is nodig voor het tijdstip en wijze van verwijdering. 2. Indien de grafbedekking of het gedenkteken bij afloop van de termijn van het verleende recht niet verwijderd is, vervalt deze aan de begraafplaats, zonder dat de houder van de begraafplaats tot enige vergoeding verplicht is. 3. De grafbedekking wordt na het verstrijken van de termijn van uitgifte in opdracht van het college, door de beheerder verwijderd, zonder tijdelijke opslag. 4. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking bij het niet verlengen van het grafrecht maakt het college ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het grafrecht eindigt schriftelijk aan de rechthebbende bekend, gelijktijdig met de aanbieding van een verlenging.

Wanneer het adres van de rechthebbende niet bekend is en wanneer de rechthebbende niet reageert op de mededeling, maakt het college het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking of gedenkteken gedurende ten minste negen maanden voorafgaande aan het tijdstip waarop het (graf-)recht eindigt, door middel van een bij het graf te plaatsen bordje en op het mededelingenbord bij de ingang van de begraafplaats bekend. 5. Het college is gerechtigd om de grafbedekking en het gedenkteken over te dragen aan een nieuwe belanghebbende.

Artikel 29. Voorwerpen op en rond graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen 1. Het is niet toegestaan om losse voorwerpen te plaatsen op, achter en in de nabijheid van graven en gedenktekens. 2. Zolang het graf of gedenkteken niet geruimd mag worden, blijven de op de graven en gedenktekens bevestigde voorwerpen ter beschikking van de eigenaar van de grafbedekking. 3. Na afloop van het grafrecht vervalt het recht op de in lid 2 genoemde voorwerpen aan de begraafplaats, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

12

HOOFDSTUK 6. RUIMING VAN GRAVEN EN URNENPLAATSEN Artikel 30. Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. Na afloop van de graftermijn bepaalt de beheerder de bestemming van het (urnen)graf, urnenplaats en gedenkplaats, alsmede het tijdstip en de werkwijze van verwijdering. Bovengrondse verwijdering van grafbedekking en gedenkteken kunnen eerder plaatsvinden dan ondergrondse verwijdering van de aanwezige resten. 2. Het college is gerechtigd het grafrecht en gedenkteken opnieuw uit te geven aan een belanghebbende. 3. De beheerder draagt er zorg voor dat met de bij de ruiming van het (urnen-)graf, nog aanwezige menselijke resten en asbussen te allen tijde respectvol wordt omgegaan. 4. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige menselijke resten worden overgebracht naar een verzamelgraf. 5. De aanwezige asbussen in graven en nissen worden verstrooid op een van de daartoe bestemde verstrooiplaatsen van de begraafplaats. 6. De rechthebbende op een particulier graf en een belanghebbende van een algemeen graf kan voorafgaande de afloop van het grafrecht bij de beheerder een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de menselijke resten, indien mogelijk, bijeen te brengen voor crematie of voor herbegraving elders. 7. Het college kan nadere regels vaststellen voor het ruimen, schudden en bezorgen van overblijfselen.

HOOFDSTUK 7. IN STAND HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKINGEN Artikel 31. Lijst historische graven en opvallende grafbedekkingen 1. Het college houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft. 2. Van de in het eerste lid bedoelde lijst wordt aantekening gemaakt in het grafdossier en het grafregister. 3. Voordat tot ruiming van graven wordt overgegaan onderzoekt het college of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven. 4. Het college beslist over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan. 5. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het actualiseren van de lijst uit lid 1, de toetsingscriteria en het onderhoud van deze graven.

HOOFDSTUK 8. INRICHTING BEGRAAFPLAATSADMINISTRATIE Artikel 32. Voorschriften inrichting registers en dossiers 1. De begraafplaatsadministratie houdt een openbaar register bij van diegenen die zijn begraven of waarvan de as is bezorgd. In dit register worden het grafnummer, de naam en voornamen van de overledene, de geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. 2. De begraafplaatsadministratie houdt gegevens bij van alle rechthebbenden en gebruikers, alsmede belanghebbenden van de (urnen-)graven, urnenplaatsen en gedenkplaatsen, met hun namen en adressen. De grafdossiers zijn niet openbaar doch de gegevens van rechthebbenden en gebruikers kunnen worden verstrekt aan derden, indien hun belangen dit rechtvaardigen. 3. De in lid 2 genoemde personen en rechtspersonen zijn verplicht de wijziging van hun NAWgegevens binnen een maand aan de beheerder door te geven. 4. De begraafplaatsadministratie houdt een plattegrond bij van de begraafplaats, waarop de graven genummerd zijn aangeduid.

13

HOOFDSTUK 9. SLOTBEPALINGEN Artikel 33. Beslissingsbevoegdheid In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 34. Intrekking oude regeling. De Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Aalten 2014, vastgesteld op 26 november 2013 en alle andere voorgaande beheersverordeningen worden ingetrokken gelijktijdig met het in werking treden van deze nieuwe verordening.

Artikel 35. Overgangsbepaling 1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de in artikel 34 genoemde verordening gelden als besluiten genomen krachtens die verordening. 2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van artikel 18 of 22 van deze verordening is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze nieuwe verordening toegepast.

Artikel 36. Strafbepaling Overtreding van enige bepaling van deze verordening of van een krachtens enige bepaling van deze verordening gegeven voorschrift wordt, voor zover niet reeds bij of krachtens de wet strafbaar gesteld, gestraft met een geldboete van de eerste categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.

Artikel 37. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

Artikel 38. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Aalten per 1 januari 2026.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 27 januari 2026,

De griffier,

De voorzitter

14

Bijlagen TOELICHTING BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN AALTEN 2026 A. Algemene toelichting 1. De verordenende bevoegdheid bij een begraafplaats op grondgebied van de eigen gemeente In artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet is bepaald dat gemeentelijke verordeningen door de raad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de raad krachtens de wet aan het college of burgemeester is toegekend. Ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet maakt de raad de verordening die de raad in het belang van de gemeente nodig acht. Sinds de inwerkingtreding van de Wet dualisering gemeentebestuur op 7 maart 2002 zijn in de gemeente de bevoegdheden van de raad en het college ontvlecht. In het kader hiervan zijn de bestuursbevoegdheden van de Gemeentewet geconcentreerd bij het college en zijn de kaderstellende en controlerende bevoegdheden van de raad versterkt. De grondslag voor de verordenende bevoegdheid voor begraafplaatsen berust op artikel 149 van de Gemeentewet. Daarnaast moet worden genoemd artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging dat een verordening eist voor de dagen en uren dat de gemeente gelegenheid moet geven tot begraven.

2. Gemeentelijk begraafplaatsbeleid De Beheerverordening gemeentelijke begraafplaatsen Aalten 2026 bevat verschillende regels die de gemeente hanteert voor de instandhouding van en de dienstverlening op de gemeentelijke begraafplaatsen. De vorige beheersverordening dateert van 2014, waarin de wetswijzigingen van 2010, het nieuwe Besluit op de lijkbezorging van 2013 en het gemeentelijke Masterplan lijkbezorging van 2012 zijn verwerkt. Aanleiding voor deze gewijzigde versie is nieuw beleid ter stimulering van de kostendekkendheid van de begraafplaatsen, zoals verwoord in de beleidsnotitie Toekomstbestendig begraafplaatsenbeleid gemeente Aalten en de startnotitie Natuurgraven in de gemeente Aalten. De nabestaanden en bezoekers hebben vaak een grote emotionele betrokkenheid bij de begraafplaats en alles wat zich daarop afspeelt. Daarbij stelt de dienstverlening hen voor financiële lasten. Dit maakt het nodig om de rechten en verplichtingen duidelijk vast te leggen. Er is naar gestreefd om overbodige regelgeving te voorkomen en procedures kort te houden. Het beheer van de begraafplaats rust bij het college. Het college heeft de verantwoordelijkheden en bevoegdheden gemandateerd aan meerdere medewerkers van de gemeente.

Zo is de beheerder begraafplaatsen verantwoordelijk voor de dagelijkse werkzaamheden op de begraafplaatsen en de administratiemedewerkers voor het voeren van de administratie van de graven. De verantwoordelijkheid van de gemeente voor de begraafplaatsen kan worden vergeleken met de verantwoordelijkheid die zij heeft bij de zorg voor andere collectieve voorzieningen zoals wandelgebieden en fietspaden. De verschillende aspecten van de begraafplaatsen vragen in bestuurlijk opzicht om een speciale aanpak. Aangezien het dienstenaanbod van de begraafplaats ook sterk afhankelijk is van marktwerking, is een oriëntatie op ontwikkelingen in de markt en afstemming daarop van belang. Een nieuw crematorium of particuliere natuur-begraafplaats in de regio heeft immers directe gevolgen voor de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaatsen. Voor het toekennen van waarde aan de begraafplaats is het nodig dat er een inventarisatie wordt gemaakt van o.a. de ecologische, landschappelijke en de historische en culturele waarden die op de begraafplaats aanwezig zijn. De gemeente houdt een lijst bij van gedenkwaardige graven en bijzondere monumenten en gedenktekens die het waard zijn om zo lang mogelijk in stand te worden gehouden. Deze lijst geeft zo uitdrukking aan de cultuurhistorische waarden van de begraafplaats als zodanig.

Voor de dienstverlening op de begraafplaats geeft de beheerverordening een uitgebreid voorzieningenpakket. De regeling noemt algemene en particuliere graven, bestemmingen voor as en gedenkplaatsen. Nieuw zijn o.a. natuurgraven en een verruiming van de looptijden van de grafrechten. Hiermee wordt voldaan aan datgene waar de samenleving om vraagt. In deze regeling is vastgelegd dat de gemeente in beginsel bereid is om de voorzieningen te treffen. Dat wil dus niet zeggen dat alle

15

voorzieningen daadwerkelijk op alle gemeentelijk begraafplaatsen aanwezig moeten zijn. Met het treffen van sommige feitelijke voorzieningen wordt gewacht tot de vraag zich aandient. Van belang is wel om vast te leggen en bekend te maken dat de gemeente in principe bereid is om deze voorzieningen te bieden zodra blijkt dat daaraan behoefte is. De als mogelijkheid aanwezige dienstverlening is dan in de volle breedte voor iedereen duidelijk. De beheerverordening geeft het college de bevoegdheid om de graven in te delen in categorieën. Daarbij worden niet in de eerste plaats de verschillende soorten graven als uitgangspunt genomen, maar wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de natuurlijke situatie van de begraafplaats en de daar aanwezige beplanting en kunstvoorwerpen. Op deze wijze kan een te strakke en starre inrichting worden voorkomen en behoudt de begraafplaats haar aantrekkelijkheid voor veel inwoners van de gemeente. Door mandaat van beslissingsbevoegdheid aan de beheerder begraafplaatsen en de administratiemedewerkers van de graven (afdeling Burgerzaken) kunnen verzoeken voor de overschrijving van grafrechten en vergunningverlening voor gedenktekens door de beheerder en administratie worden behandeld en afgewikkeld onder verantwoordelijkheid van het college.

Gezien de snelle ontwikkelingen in de uitvaartbranche en de afhankelijkheid van marktwerking biedt deze verordening ruimte voor flexibiliteit en het snel inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen. Gekozen is voor een beheerverordening op hoofdlijnen en verdere uitwerking in nader vast te stellen regels. Nadere regels zijn snel aan te passen aan veranderende omstandigheden, aangezien die geen raadsbesluit vereisen en volstaan met een collegebesluit.

3. Wet- en regelgeving 3.1. Wet op de lijkbezorging Het juridische kader voor de lijkbezorging wordt voornamelijk bepaald door de Wet op de lijkbezorging (Wlb 2010) en het Besluit op de lijkbezorging (2013), aangevuld met Technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014). De integrale teksten van de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging staan vermeld op de website www.overheid.nl. De technische adviezen voor inrichting begraafplaatsen, graven en asverstrooiing (2014) staan vermeld op de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (www.vng.nl: https://www.vng.nl/onderwerpenindex/openbare-gezondheid/wet-op-delijkbezorging/brieven/technische-adviezen-voor-inrichting-begraafplaatsen-graven-en-asverstrooiing). Deze verordening is een nadere invulling van deze regelgeving. Regels die al in de genoemde wetten en richtlijnen staan worden in deze verordening niet herhaald. Waar dat relevant is, wordt in deze toelichting naar de hogere regelgeving verwezen. Voor een volledig beeld van de regelgeving moet echter de betreffende wet- en regelgeving zelf worden geraadpleegd (www.overheid.nl en www.vng.nl). 3.2. Vermindering administratieve lasten Een aantal zaken zijn in de beheerverordening geregeld door middel van een meldingsplicht, zoals het houden van plechtigheden (art.

6), het doen begraven en het doen bijzetten of doen verstrooien van as (art.8). Een melding genereert weinig administratieve lasten. Slechts in twee gevallen dient een vergunning te worden aangevraagd, namelijk voor het aanpassen van bestaande keldergraven (art. 18, lid 3) en de plaatsing of aanpassing van een gedenkteken of grafbedekking dat afwijkt van de voorschriften (art. 22, lid 6). De beheerder van de begraafplaats heeft de bevoegdheid om direct op te treden tegen ongewenste praktijken. Dit leidt tot vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten. 3.3. Inwerkingtreding Artikel 37 van de beheerverordening betreft de inwerkingtreding van de verordening. Sinds 1 januari 2005 geldt artikel 142 van de Gemeentewet: Alle verordeningen treden in werking op de achtste dag na bekendmaking, tenzij daarvoor een ander tijdstip is aangewezen. In deze verordening wordt de inwerkingtreding vastgesteld op 1 januari 2026.

16

B. Artikelsgewijze toelichting BEHEERVERORDENING GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN AALTEN 2026 Artikel 1. Begripsbepalingen Algemeen: De omschrijvingen zijn opgenomen zodat voor eenieder duidelijk is wat en wie met de diverse begrippen bedoeld wordt. In dit artikel worden de nieuwe begrippen die voortkomen uit de wetswijzigingen van 2010 en het Besluit op de lijkbezorging van 2013 gebruikt. Onderdeel a.: begraafplaatsen, de gemeentelijke begraafplaatsen, waarvan de gemeente de houder is. Bijzondere begraafplaatsen, zoals kerkelijke begraafplaatsen binnen de gemeentegrond, zijn niet inbegrepen. Ook de gesloten begraafplaatsen zijn niet meegenomen. Het begrip begraafplaats sluit aan bij de definitie van ‘Begraafplaats van de toekomst’, zoals verwoord in het gelijknamige rapport van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (2021): ‘De begraafplaats van de toekomst is een uitnodigende, multifunctionele omgeving. Hier worden overledenen begraven of wordt hun as bijgezet. Deze plek wordt bezocht door mensen die overledenen herdenken, genieten van de natuur- en/of historische waarden, deelnemen aan activiteiten die in het teken staan van herdenken en/of het bespreekbaar maken van de dood en rouw.’ Onderdeel b.: een particulier graf werd in het verleden vaak aangeduid als ‘eigen’ graf. Ook in het algemeen spraakgebruik wordt de term ‘eigen graf’ nog altijd gebezigd.

De nieuwe beheerverordening volgt echter de terminologie van de Wet op de lijkbezorging. Sinds 2010 is in de Wet op de lijkbezorging het begrip ‘particulier graf’ opgenomen voor een graf “met uitsluitend recht”. De rechthebbende bepaalt wie er in het graf begraven worden en voor hoe lang deze overledene(n) begraven worden gehouden. Particuliere graven met een grafrecht voor onbepaalde tijd werden vaak uitgegeven als ‘koopgraven”. Deze komen nog voor op de oude (delen van) begraafplaatsen. Particuliere graven kunnen ook bij voorbaat uitgegeven worden of gereserveerd worden, dat wil zeggen zonder dat er direct in het graf begraven wordt. Onderdeel c.: algemene graven hebben een gebruiksrecht en geen uitsluitend recht. De gemeente bepaalt dan als houder van de begraafplaats wie waar begraven wordt. Algemene graven worden in Aalten uitgegeven voor een periode van tien jaar en kennen geen recht van verlenging. Ze worden ook uitgegeven voor o.a. uitvaarten die op kosten van de gemeente plaatsvinden. Onderdeel d.: keldergraven zijn er in meerdere soorten en maten. Vanouds zijn het betonnen of gemetselde bouwwerken, deels ondergronds en deels bovengronds, ook wel grafkelders genoemd. De afmetingen konden afwijken van de gangbare afmetingen.

De huidige generatie grafkelders betreft betonnen of kunststofkelders die ondergronds geplaatst worden en afgedekt worden met een afsluitplaat en/of gangbaar grafmonument. Een nieuwe variant zijn wandgraven, die in populariteit toenemen. Ook deze vallen onder de categorie keldergraven. Gezien veel voorkomende problemen met lekkage en slechte beluchting en de daarmee gepaard gaande slechte vertering zijn vergunningen aan strenge voorwaarden onderhevig. De gemeente Aalten staat het gebruik van reeds aanwezige keldergraven toe, maar nieuwe keldergraven worden niet meer uitgegeven. Onderdeel e.: voor stoffelijke resten van kinderen zijn graven in aparte velden of rijen beschikbaar tegen een gereduceerd tarief. Er is voor ouders uiteraard geen verplichting om van een kindergraf gebruik te maken. Kinderen kunnen ook worden begraven in een ander particulier graf, maar dan tegen het volledige tarief. Voor kinderen tot 12 jaar en kinderen jonger dan 1 jaar, foetussen onder de 24 weken inbegrepen, zijn graven met kleinere afmetingen beschikbaar tegen een aangepast tarief. Onderdeel f.: voor alleenwonenden is een graf met twee lagen vaak een te dure aangelegenheid. Enkelgraven voorzien in de behoefte aan betaalbare grafruimte wanneer slechts één begraving plaats vindt.

Onderdeel g: Familiegraven, ook wel dubbelgraven genoemd, zijn twee of meer naast elkaar gelegen graven met een gezamenlijke grafbedekking. Aangezien de grafbedekking de tussenruimte tussen de graven overlapt zijn aparte voorwaarden nodig voor de afmetingen van de grafbedekking. Tevens is er

17

de voorwaarde dat beide graven gelijktijdig uitgegeven en verlengd moeten worden in verband met de gezamenlijke grafbedekking. Onderdeel h: steeds vaker is er de wens om nabestaanden te ontlasten van de zorg voor het graf en tevens het begraven in een natuurlijke omgeving of voor langere termijnen. Onderhoudsvrije natuurgraven voldoen aan genoemde wensen. Als grafbedekking is slechts een boomschijf met inscriptie toegestaan. De houder van de begraafplaats draagt zorg voor collectief onderhoud van het betreffende begraafvak of natuurbegraafplaats. Onderdeel i.: voor het bijzetten van asbussen zijn aparte urnengraven beschikbaar. Het betreft speciale urnenkeldertjes en eventueel zand-urnengraven of het begraven van as in verteerbare urnen. Onderdeel j.: bovengrondse urnenplaatsen voorzien in de behoefte aan bovengrondse asbestemmingen in een sierurn, kunstobject of zuil. Onderdeel k.: particuliere gedenkplaatsen voorzien in de behoefte aan gedenkplaatsen zonder begraving van een overledene of plaatsing van een asbus. Het betreft verzoeken van nabestaanden die een asbus verstrooid hebben en later alsnog een fysieke gedenkplaats wensen, bij verhuizing van de nabestaanden, overlijden in het buitenland of bij vermissing. Onderdeel l.: op enkele (delen van de) begraafplaats zijn ook natuururnengraven aanwezig.

Natuururnengraven worden uitgegeven als particulier graf onder uitsluitend recht. Verlenging van de termijn is mogelijk. Onderdeel m.: een bus of box/zak voor de berging van as, meestal door het crematorium verstrekt. Onderdeel n.: urnen zijn er in grote variatie en afmetingen. Urnen op grafbedekkingen en staande zuilen moeten vast op de ondergrond bevestigd worden. Urnen die geplaatst worden in urnenmuren moeten inpasbaar zijn in de beschikbare ruimte van de nis. Onderdeel o.: as kan verstrooid worden op een verstrooiveld of verzamelkelder met strooiplaat. De beheerder bepaalt waar as verstrooid kan worden. Onderdeel p.: een grafbedekking kan bestaan uit een liggende (zerk) en of staande steen, maar ook uit grafbeplanting of een monument of kunstwerk als gedenkteken. Onderdeel q.: een gedenkteken kan zijn een liggende zerk of staande steen, maar ook een sierurn of ander gedenkteken, zoals een beeld of kunstobject. Onderdeel r.: herinneringsplaatjes voorzien in een toenemende behoefte om ook na het verstrooien van as of het ruimen van een graf een fysieke herinnering aan de overledene te hebben. Ook voor doodgeboren kindjes jonger dan 24 weken is de plaatsing van een herinneringsplaatje op een algemene gedenkzuil mogelijk. Herinneringsplaatjes hebben een plaatsingsrecht voor minimaal 10 jaar. Onderdeel s.

en t.: het college van de gemeente Aalten heeft de dagelijkse leiding van de begraafplaats belast bij de beheerder. Het college verleent mandaat aan de beheerder en de medewerkers van de administratie van de graven om een aantal zaken namens het college te behartigen. De vaste medewerkers van de begraafplaatsen worden vaak beheerder genoemd, maar hun werkzaamheden vallen onder de verantwoordelijkheid van hun leidinggevende. Onderdeel u., v., w. en x.: de termen rechthebbende, gebruiker, eigenaar en belanghebbende zijn nader gedefinieerd. De gravenadministratie gebruikt de benaming rechthebbende voor alle natuurlijke personen en rechtspersonen aan wie een ‘uitsluitend recht’ is verleend op een particulier (urnen)graf, urenplaats en particuliere gedenkplaats. Alle overige contactpersonen zijn belanghebbenden. Het betreft o.a. de gebruiker van een algemeen graf, de aanvrager van een herinneringsplaatje en overige contactpersonen met belangen voor zover deze niet de rechthebbende zijn. Onderdeel y.: de aanvrager zal meestal een nabestaande van de overledene zijn, maar dat is niet noodzakelijk. Het kunnen bijvoorbeeld ook vrienden of buren zijn. Bij een begraving in een algemeen graf wordt de aanvrager als gebruiker en belanghebbende van het graf aangemerkt.

18

Bij een particulier (kelder)graf, urnengraf, urnenplaats en particuliere gedenkplaats is tevens tenaamstelling van de grafrechten vereist. De grafrechten kunnen ook gevestigd worden op naam van een andere (rechts)persoon dan de aanvrager. Niet de aanvrager, maar de rechthebbende van een particulier graf geeft toestemming voor het begraven of de bijzetting van een asbus in een reeds uitgegeven graf. Onderdeel z.: de huidige Wet op de lijkbezorging is in 1991 vastgesteld en heeft in 2010 belangrijke veranderingen ondergaan. In het Besluit op de lijkbezorging van 2013 zijn praktische zaken verder uitgewerkt evenals via Technische adviezen voor de inrichting van begraafplaatsen en graven en voorschriften ten aanzien van asverstrooiing (2014). Onderdeel aa.: grafrechten voor particuliere graven worden uitgegeven als uitsluitend recht. De rechthebbende van dat graf bepaalt wie er in het graf begraven worden, voor welke termijn en de verlenging van het grafrecht. Tevens welke asbussen worden bijgezet. Algemene graven kennen een gebruiksrecht, waarbij de houder van de begraafplaats bepaalt wie wordt begraven en bijgezet. Gebruiksrechten kennen geen verlengingsrecht, maar kunnen na afloop van de termijn wel opnieuw worden uitgegeven aan dezelfde gebruiker indien de situatie dit toelaat.

Onderdeel bb.: de grafakte is de schriftelijke bevestiging van alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het aangaan van een grafrecht, conform de geldende beheerverordening en nadere regels. Onderdeel cc.: de Wet op de lijkbezorging biedt drie mogelijkheden van lijkbezorging, namelijk begraven, cremeren en ter beschikking stellen van de wetenschap. Andere vormen van lijkbezorging, zoals resomeren, zijn nu nog niet toegestaan. De wet verstaat onder een lijk het lichaam van een overledene of doodgeborenen. Een doodgeborene is een na een zwangerschap van ten minste 24 weken levenloos ter wereld gekomen menselijke vrucht. Vanaf 24 weken geldt een registratieplicht. Voor een doodgeborene jonger dan 24 weken en een overledene jonger dan 24 weken en 24 uur die begraven wordt in een graf, en daarmee geregistreerd wordt, gelden dezelfde voorwaarden als voor doodgeborenen ouder dan 24 weken, dus ook de overhandiging van een verlof tot begraven en registratiedocument. Onderdeel dd. en ee.: samenvoegen is een nieuw begrip, uitgewerkt in de Handleiding opgraven en ruimen van de brancheorganisaties. Het betreft het op verzoek van een rechthebbende van het graf samenbrengen van de stoffelijke resten van de bovenste laag bij de onderste laag, zodat er ruimte komt voor een extra overledene.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=911e6bb2-9cfc-427e-a648-13dd00562068