CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel4

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied25.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

4. Beleidskader In deze paragraaf wordt ingegaan op het Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid (voor zover relevant voor deze ontwikkeling).

4.1. Rijksbeleid en Rijksregels 4.1.1.Beleid: Nationale omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijke partijen en burgers. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In Nederland staan we voor een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Denk aan: -

periodes van droogte afgewisseld met extreme regenval; de zeespiegelstijging; de overgang naar duurzame energie; de ruimte die nodig is voor windmolens en zonnepanelen; de bouw van nieuwe woningen om het nationale woningtekort op te lossen; de groei en het bereikbaar houden van steden; plekken voor distributiecentra; het versterken van de natuur en biodiversiteit; het behoud van het landschap; de vitaliteit van de landbouw.

Dit zijn voorbeelden van grote, ingewikkelde opgaven. Deze opgaven kunnen niet meer apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk dus een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken met als doel om het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Ten aanzien van dit project In voorliggend geval is sprake van een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.1.2.Regels: Instructieregels Rijk (AMvB’s) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s): 1. 2. 3. 4.

het Omgevingsbesluit (Ob); het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Pagina 11

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er Rijksinstructieregels: -

-

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl); Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl); Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ten aanzien van dit project De instructieregels zijn nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Daaruit komt naar voren dat wordt voldaan aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.1.3.Conclusie Rijksbeleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid en de regels van het Rijk.

4.2. Provinciaal beleid en provinciale regels 4.2.1.Beleid: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.

Pagina 12

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Themakaarten Bij de visie horen een aantal themakaarten. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: -

ruimtelijk beleid; waterbeleid; milieubeleid; natuur- en landschapsbeleid.

Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: -

Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden.

Voldoende groene ruimte, koele plekken en opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Ten aanzien van dit project Op de themakaart ‘ruimtelijk beleid’ is het projectgebied onderdeel van de zones ‘grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk’ en ‘windenergie mogelijk’. Dat wil echter niet zeggen dat hier geen andere functies mogelijk zijn. Op de themakaart ‘milieubeleid’ staan geen aspecten die betrekking hebben op de projectlocatie. Uit de themakaart ‘waterbeleid’ volgt dat de locatie ligt in de zone ‘Intrekgebieden’. Daaruit vloeien echter geen belemmeringen voor de beoogde woningen op deze locatie voort. De grenzen van de in de themakaart ‘natuur- en landschapsbeleid’ opgenomen zones raken de projectlocatie niet. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot strijdigheid met de doelstellingen uit de omgevingsvisie. Het aspect klimaat komt aan de orde in paragraaf 5.12.6. Daaruit volgen geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 13

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

4.2.2.Regels: Omgevingsverordening provincie Gelderland De meest recente wijziging van de Omgevingsverordening is op 22 november 2024 in werking getreden. In de Omgevingsverordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels: -

Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening); Natuur (afd. 5.2 Omgevingsverordening); Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening); Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening); Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening); Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening); Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Ten aanzien van dit project Het doel van de instructieregels is dat wordt voldaan aan omgevingswaarden of dat andere doelstellingen van de provincie voor de fysieke leefomgeving worden bereikt. De uitwerking hiervan is te vinden in hoofdstuk 5 van deze onderbouwing. Specifiek voor klimaatadaptatie geldt dat toetsing aan de hierop betrekking hebbende instructieregel aan de orde komt in paragraaf 5.12.6. Hieruit volgt dat die instructieregel niet tot zodanige belemmeringen leidt dat hierdoor de uitvoerbaarheid van het project in het geding is. 4.2.3.Conclusie provinciaal beleid en provinciale regels Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen, beleid en regels van de provincie Gelderland.

4.3. Regionaal beleid 4.3.1.Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Op 28 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Aalten de Regionale woonagenda Achterhoek 20232030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 20152025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen.

Pagina 14

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: -

Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan een planvoorraad van 1.050 woningen in de gemeente Aalten).

-

Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld.

-

De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000 (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000 (prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt.

-

Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategieën: 1. 2. 3. 4.

Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied.

Ten aanzien van dit project Met het initiatief is sprake van de beëindiging van een agrarisch bedrijf en de ontwikkeling van een extra woning met bijgebouw. De nieuwe woning zal aardgasloos en levensloopbestendig worden uitgevoerd. Met het initiatief wordt voorzien in een actuele behoefte aan wonen op deze locatie. Weliswaar is dit geen woning in de categorie ‘betaalbaar’, maar dat is ook niet noodzakelijk, zolang het totale woningbouwprogramma hier in voldoende mate in voorziet. Dat betekent dat in de praktijk vooral in de grotere plannen binnen de bebouwde kom extra aandacht is voor betaalbare woningen.

Pagina 15

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

4.3.2.Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek De groei van het aantal huishoudens in de regio houdt langer aan dan eerder voorzien. Dit betekent dat er extra woningen moeten komen bovenop het aantal dat nu in afspraken is vastgelegd. Er moet meer ruimte gegeven worden aan de bouw van extra woningen. De prioriteit moet daarbij liggen op woningen waar nu behoefte en een duidelijk tekort aan is. Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: -

De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding.

In september 2019 stemden de zeven gemeenteraden in de Regio Achterhoek in met de kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek. In oktober 2019 is deze door de provincie Gelderland vastgesteld. De kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn voor woningen in het buitengebied doorvertaald in het 'Afwegingskader Buitengebied”, zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 30 november 2021. Ten aanzien van dit project Met het initiatief is sprake van beëindiging van een agrarisch bedrijf en de ontwikkeling van een extra woning. Deze wordt aardgasloos levensloopbestendig uitgevoerd. Met het initiatief wordt voorzien in een actuele behoefte aan wonen op deze locatie. Daarbij is niet voorzien in woningen voor starters of senioren. Het is namelijk niet nodig om uitsluitend woningen voor starters of senioren te bouwen, zolang het totale woningbouwprogramma hier in voldoende mate in voorziet. Dat betekent dat in de praktijk vooral in de grotere plannen binnen de bebouwde kom extra aandacht is voor die specifieke doelgroepen. 4.3.3.Conclusie regionaal beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de regio Achterhoek.

4.4. Gemeentelijk beleid 4.4.1.Woonvisie 2021-2026 en Woningbouwstrategie gemeente Aalten De woonvisie van de gemeente Aalten voor de periode 2021-2026 is op 23 februari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de woonvisie staat het beleid van de gemeente Aalten op het gebied van het wonen beschreven, zowel voor nieuwbouw als de bestaande woningvoorraad, inclusief fysieke en sociale opgaven.

Pagina 16

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

De woonvisie kent de volgende thema’s: -

Flexibel inspelen op de woonvraag; Op weg naar een duurzame woon- en leefomgeving; Voldoende betaalbare woningen; Aandacht voor wonen met zorg.

Als uitwerking van de woonvisie heeft de gemeenteraad op 30 november 2021 de Woningbouwstrategie gemeente Aalten vastgesteld. Het thema “flexibel inspelen op de woonvraag” uit de woonvisie is hierin verder uitgewerkt. De woningbouwstrategie geeft een uitwerking aan de woningbouwopgave voor de komende jaren. De strategie is flexibel opgezet, zodat er afgeschaald en opgeschaald kan worden. De opgave van het aantal toe te voegen woningen is een indicatie op basis van de bekende informatie, afkomstig uit het Achterhoekse Woonwensen en LeefbaarheidsOnderzoek (AWLO). Op basis van de prognoses bestaat de woningbouwopgave voor de periode 2021-2030 uit het toevoegen van circa 820 woningen. Om eventuele planuitval op te vangen werkt de gemeente Aalten aan een planvoorraad van 1.050 woningen. Ten aanzien van dit project De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van één vrijstaande woning met bijgebouw. Deze woning valt niet binnen het segment van betaalbare woningen. Het betreft een duurdere woning, die echter past binnen het totale woningbouwprogramma voor de komende jaren. Zie ook het hieromtrent gestelde in paragraaf 4.3.2. 4.4.2.Afwegingskader Buitengebied De lokale kwaliteitscriteria voor het toevoegen van een nieuwe woning in het buitengebied zijn een aanvulling/uitwerking op de ‘Woonvisie 2021 - 2026’.

Op 30 november 2021 heeft de gemeenteraad het ‘Afwegingskader Buitengebied’ vastgesteld. Dit beleid is ten aanzien van tiny houses beperkt aangevuld en 23 april 2025 vastgesteld. Er is een toenemende vraag naar wonen in het buitengebied. Door woningen toe te voegen wordt de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied vergroot. Daarom wordt ruimte geboden voor woningsplitsing en nieuwbouw van één of enkele woningen in ruil voor sloop van lege schuren en stallen. Ook zijn er op basis van dit beleid mogelijkheden voor verplaatsing van bestaande vrijstaande woningen en de realisatie van tiny houses. Ten aanzien van dit project De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een vrijstaande woning met bijgebouw op een stakend agrarisch perceel. De beoogde nieuwbouw vormt tezamen met de blijvende bebouwing één erf en het geheel wordt landschappelijk ingepast. Volgens artikel 2.3 van het ‘Afwegingskader buitengebied’ geldt voor het toevoegen van een woning van 750 m3 op het eigen erf een verplichting om op deze locatie minimaal 850 m2 te slopen. In totaal zal er circa 950 m2 aan bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Er wordt dus 100 m2 meer gesloopt dan wat noodzakelijk is voor de toevoeging van één extra woning met bijgebouw. Met deze “extra” sloop wordt toestemming gevraagd om een grotere oppervlakte aan bijgebouwen bij de bestaande twee woningen.

Op basis van het beleid moet er minimaal 2 m2 gesloopt te worden voor één extra m2 bijgebouw. Met deze 100 m2 is het dus mogelijk om 50 m2 extra aan bijgebouwen te hebben.

Pagina 17

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Standaard mag er per woning sprake zijn van 150 m2 aan bijgebouwen. Omdat het perceel groter is dan 1500 m2, is bij één van de twee bestaande woningen 200 m2 aan bijgebouwen bij rechte toegestaan. In totaal komen we hiermee op een toelaatbare totale oppervlakte aan bijgebouwen van (150+150+200+50=) 550 m2. 4.4.3.Conclusie gemeentelijk beleid Zoals in voorgaande paragrafen is beschreven past de activiteit binnen de doelstellingen en het beleid van de gemeente Aalten.

Pagina 18

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5. Gevolgen voor de fysieke leefomgeving 5.1. Bodemkwaliteit

Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. 5.1.1.(Wettelijk) kader Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: -

-

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; -

Beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; Evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; Duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen.

5.1.2. Onderzoek Op grond van artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving moet een vooronderzoek bodem conform NEN 5725 worden verricht om de kwaliteit van de bodem vast te stellen in relatie tot het beoogde gebruik. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er een verdenking bestaat van bodemverontreiniging moet op grond van artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de beoogde ontwikkeling.

Pagina 19

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Door Montferland Milieu is een verkennend en aanvullend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Het rapport is toegevoegd als bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt het volgende: -

-

-

De opgeboorde grond is zintuigelijk beoordeeld op mogelijke verontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die daarop duiden. In zowel de potentieel verdachte bovengrond als in het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Er is geen verontreiniging geconstateerd ter hoogte van de voormalige bovengrondse dieseltanks. Uit het verkennende en aanvullende asbestonderzoek blijkt dat de bodem op een oppervlakte van circa 20m2 verontreinigd is met asbest. Dit blijkt een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting (stortgat) te zijn. De verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal in voldoende mate afgeperkt. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. In de puinhoudende grond ter plaatse van de asbestverontreiniging zijn verhoogde gehalten aan minerale olie, PCB en PAK aangetroffen. Op basis daarvan wordt deze grond ingedeeld in de klasse ‘industrie’. De geconstateerde verontreiniging dient gesaneerd te worden. Eerst dient een saneringsplan/plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegde gezag. Zodra het bevoegde gezag heeft ingestemd met het plan kunnen de saneringswerkzaamheden worden uitgevoerd.

5.1.3.Conclusie Na de sanering op één plek is aspect bodemkwaliteit geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.2. Cultureel erfgoed en archeologie

Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarde. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken. 5.2.1.(Wettelijk) kader In het Bkl zijn ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (art. 5.130 Bkl). Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: -

Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten.

Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteiten en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Met betrekking tot archeologie geldt de archeologische beleidskaart. Deze schrijft per gebied voor, welke onderzoekverplichtingen gelden.

Pagina 20

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.2.2.Onderzoek Voor archeologisch erfgoed zijn de onderzoekverplichtingen vastgelegd in het omgevingsplan. Voor monumenten moet onderzocht worden welke invloed de activiteit heeft op de aanwezige monumentale waarden en op de omgeving van het monument. In het geval van de activiteit sloop moet ook bij panden met de aanduiding cultuurhistorisch waardevol onderzocht worden welke invloed sloop heeft op karakteristieke uiterlijke kenmerken van het pand. In dit geval is geen sprake van sloop van cultuurhistorisch waardevolle panden of verder aanwezige monumentale waarden op de locatie. Voor de locatie is in het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015’ de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’ opgenomen (zie figuur 6). Binnen de zone met een lage archeologische verwachting moet voor het oprichten van bouwwerken groter dan 5.000 m2 een archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Bij grondwerkzaamheden dieper dan 0,5 meter over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2 moet eveneens archeologisch onderzoek worden verricht en moet daarnaast een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Daarvan is in de beoogde situatie echter geen sprake. Het genoemde oppervlaktecriterium wordt ruimschoots onderschreden. Dat betekent dat voor deze ontwikkeling geen archeologisch onderzoek is vereist en geen vergunningplicht geldt vanwege archeologie.

Op de projectlocatie zijn geen historisch-geografische of stedenbouwkundige waarden aanwezig. Ook zijn geen architectuurhistorische waarden aanwezig. De gemeentelijke erfgoednota is in zoverre niet van toepassing bij de boogde ontwikkeling. Ook zijn op de projectlocatie geen karakteristieke gebouwen of monumenten aanwezig. 5.2.3.Conclusie De aspecten cultureel erfgoed en archeologie vormen geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.3. Ecologie en natuur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de omliggende natuur door stikstofdepositie. 5.3.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). De bescherming van habitats (en soorten) is geregeld in afdeling 3.7 en afdeling 4.4 (programma's natuur) Bkl. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Stikstofdepositie is geregeld in artikel 22.20 van de Ow. De regels van artikel 5.5a van de Wet natuurbescherming (Wnb) blijven gelden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum.

Pagina 21

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.3.2.Onderzoek Ecologie, soortenbescherming Voor de ontwikkeling is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Hieruit komt het volgende naar voren: -

-

-

-

De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of rustplaats. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vogelsoorten. Vogels benutten het plangebied als foerageergebied en er nestelen mogelijk vogels in het plangebied. Voor de meeste vogels geldt dat alleen het bezette nest beschermd is. Maag mogelijk nestelen er ook huismussen in de te slopen bebouwing. Omdat de nestplaats van huismussen jaarrond beschermd is, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de aanwezigheid van nesten van huismussen in de te slopen bebouwing. De te slopen gebouwen zijn (deels) geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De verblijfplaats van vleermuizen is beschermd en mag niet zonder omgevingsvergunning negatief beïnvloed worden. Om de functie van de bebouwing voor vleermuizen vast te kunnen stellen is aanvullend onderzoek nodig. Huisspitsmuizen en mogelijk ook amfibieënsoorten als gewone pad en bruine kikker bezetten een voortplantings- en /of rustplaats in het plangebied.

De voortplantings- en/of rustplaats hebben geen beschermde status omdat er een vrijstelling geldt.

Er is nader onderzoek nodig i.v.m. huismussen en vleermuizen. Als uit deze onderzoeken volgt dat deze soorten niet aanwezig zijn, dan kan er gesloopt worden. Het vooraf moeten uitvoeren van deze onderzoeken kan worden opgenomen als voorschrift aan deze vergunning. Ecologie, gebiedsbescherming Het plangebied behoord niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontikkelingszone. Dit blijkt uit de kaart die hierna is weergegeven.

Figuur 8: Uitsnede kaart Gelders Natuurnetwerk

Pagina 22

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Het initiatief hoeft dus niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN. Ook ligt het bedrijf niet nabij natura2000gebieden. Het dichtstbijgelegen gebied (Korenburgerveen) ligt op een afstand van minimaal 4,71 kilometer.

Figuur 9: Uitsnede kaart met ligging locatie ten opzichte van natura 2000-gebieden

Gelet op de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied kan een negatief effect op Natura 2000 gebied worden uitgesloten. Desondanks is voor zowel de aanlegfase (sloop en bouw) als voor de gebruiksfase wel een stikstofonderzoek uitgevoerd. Geconcludeerd kan worden dat er nooit sprake is van enige stikstofdepositie op natura 2000-gebieden. Het rapport is toegevoegd als bijlage 5.

5.3.3.Conclusie De aspecten ecologie en natuur vormen geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.4. Geluid

Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. 5.4.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1, lid 3, onder b en c Ow) stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde en bronnen met een basisgeluidemissie. Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl).

Pagina 23

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl) en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.20 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat). Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: -

activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS).

5.4.2.Onderzoek De enige relevante geluidbron in de directe omgeving is het wegverkeerslawaai van de N318 (Bredevoortsestraatweg) en de N313 (Hamelandroute). Zoals blijkt uit de indicatief weergegeven geluidcontouren in de Atlas Leefomgeving liggen de geluidniveaus vanwege deze weg beneden de 51 dB op de gevels van de beoogde woning (zie figuur 10). Hiermee wordt voldaan aan de hier voor nieuwe woningen geldende standaardwaarde van 53 dB uit het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het wegverkeerslawaai kan daarom toelaatbaar worden geacht in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Figuur 10: geluidcontouren weg (bron: Atlas Leefomgeving)

5.4.3.Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.

Pagina 24

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.5. Geur

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 5.5.1.(Wettelijk) kader In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb’s. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: -

Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony’s voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS).

Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het Bkl staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. 5.5.2.Onderzoek In de omgeving van de projectlocatie bevinden zich geen relevante geurbronnen op korte afstand. Dichtstbijgelegen agrarische percelen liggen aan de Tolhuisweg 8 en Tolhuisweg 8a. Voor deze bedrijven geldt een vaste afstand van minimaal 50 tot aan woningen van derden in het buitengebied en 100 meter ten opzichte van woningen van derden in de bebouwde kom. De nieuwe woning komt op een beduidend grotere afstand (>250 meter). 5.5.3.Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.6. Gezondheid

Een doel van de Omgevingswet is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening gehouden met het belang van het beschermen van de gezondheid. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid.

Pagina 25

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Het gaat om: -

-

Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid).

5.6.1.(Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. 5.6.2.Onderzoek In zijn algemeenheid is gezondheid onderdeel van de meeste in dit hoofdstuk behandelde omgevingsaspecten. Als zodanig vloeien hieruit geen gezondheidsrisico’s voort. Verder spelen in deze omgeving geen specifieke gezondheidsrisico’s ten aanzien van elektromagnetische straling, laagfrequent geluid of blootstelling aan toxische stoffen. Wel zijn vanwege de ligging in het buitengebied zoönosen en andere met veehouderijen samenhangende gezondheidsrisico’s een aandachtspunt. In de directe omgeving van de locatie zijn echter geen geitenhouderijen of andere intensieve veehouderijen gevestigd die gezondheidsrisico’s kunnen opleveren voor toekomstige bewoners. Aan het vereiste van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit wordt in dit geval voldaan.

5.6.3.Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.7. Ladder voor duurzame verstedelijking

Bij een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is, wordt rekening gehouden met de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering.

Pagina 26

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.7.1.(Wettelijk) kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Artikel 5.129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl bepaalt dat deze instructieregel ook geldt voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als: ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 BVO kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. 5.7.2.Onderzoek Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling volgt uit jurisprudentie.

Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling, die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen, moet worden aangemerkt als een ladder-plichtige woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling. Gezien het feit dat met voorliggend initiatief sprake is van het toevoegen van één woning op een agrarisch perceel nabij bestaande woonbestemmingen is op voorhand duidelijk dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een verdere laddertoets is daarom niet aan de orde. 5.7.3.Conclusie Het voorliggende initiatief wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling, zodat de laddertoets niet aan de orde is.

5.8. Luchtkwaliteit

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 5.8.1.(Wettelijk) kader Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Als een BOPA betrekking heeft op een milieubelastende activiteit die leidt tot een verhoging van de concentratie in de buitenlucht van luchtverontreinigende stoffen, kan deze alleen worden verleend als de omgevingswaarden voor deze stoffen in acht worden genomen. Dit wil zeggen dat deze omgevingswaarden niet mogen worden overschreden. De kans op overschrijding is met name aanwezig als een activiteit in of nabij een aandachtsgebied (die liggen in grotere stedelijke agglomeraties) plaatsvindt. In deze gebieden (aangewezen in artikel 5.51, lid 2, van het Bkl) bestaat een reële kans op (een dreigende) overschrijding van een omgevingswaarde.

Pagina 27

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Onderzoek zal moeten uitwijzen of de activiteit daadwerkelijk leidt tot een overschrijding van de omgevingswaarden. 5.8.2.Onderzoek De projectlocatie ligt buiten de in het Bkl gedefinieerde aandachtsgebieden. Bovendien heeft de ontwikkeling geen betrekking op een auto(snel)weg of een tunnelbuistraject. Dat betekent dat alleen een afweging moet plaatsvinden of ter plaatse van de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In dit geval is dat zo, omdat geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van rijksomgevingswaarden. Dit blijkt uit de beschikbare informatie op het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit. Op toetspunten langs (grotere) wegen in de omgeving wordt ruimschoots voldaan aan de rijksomgevingswaarden en binnen een straal van 500 meter zijn geen veehouderijen aanwezig met een PM10-emissie van 800 kg per jaar of meer. Tot slot draagt de ontwikkeling niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, zoals blijkt uit artikel 5.54 Besluit kwaliteit leefomgeving (standaardgevallen niet in betekenende mate luchtkwaliteit). 5.8.3.Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.

5.9. M.e.r.-beoordeling

De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van de fysieke leefomgeving een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 5.9.1.(Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). In Bijlage V van het Ob is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een BOPA project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn m.e.r.-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. Voor deze activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten.

De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W (artikel 16.45, lid 1, Ow). In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen (artikel 11.10 Ob). Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning (artikel 11.11 Ob). 5.9.2.Onderzoek De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een BOPA wordt aangevraagd, betreft de realisatie van één vrijstaande woning met bijgebouw. Een dergelijke ontwikkeling is niet opgenomen in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

Pagina 28

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Er is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld onder nummer J11. Volgens de hierop betrekking hebbende rechtspraak is een ontwikkeling voor één woning niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject. Voor de ontwikkeling is daarom geen m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. 5.9.3.Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen aanzienlijke milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig.

5.10.

Mobiliteit en parkeren

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten mobiliteit (verkeer) en parkeren. 5.10.1. (Wettelijk) kader Verkeer en parkeren moeten als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden beoordeeld. De Ow en het Bkl stellen geen regels op dit gebied. De beleidsregels parkeren gemeente Aalten gaan wel op deze aspecten in. De beleidsregels parkeren zijn onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan gemeente Aalten. Naast het provinciaal en het gemeentelijk beleid blijven de CROW-richtlijnen belangrijk bij de beoordeling van verkeer en parkeren. 5.10.2. Onderzoek Door de toevoeging van één woning in het buitengebied nabij Bredevoort is sprake van een geringe toename van het aantal motorvoertuigbewegingen. De woning wordt via een reeds aanwezige inrit ontsloten op de Hollenberg. Die weg heeft voldoende capaciteit om de geringe extra verkeersstromen te verwerken zonder dat dit leidt tot congestie of verkeersonveilige situaties. Overigens staat hier tegenover dat het agrarische bedrijf aldaar wordt gestaakt. Verkeer van- en naar een agrarisch bedrijf is sowieso meer dan verkeer dat naar de extra woning zal gaan. Voor de omgeving verbetert de situatie. De beoogde woning gaat onderdeel uitmaken van het buitengebied.

Volgens het bestemmingsplan ‘Parapluplan gemeente Aalten’ (thans onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan) geldt hier de gebiedsaanduiding ‘overige zone –buitengebied’. Dat betekent dat moet worden aangesloten bij de parkeernormen voor het gebied ‘buitengebied’, zoals omschreven in de Beleidsregel parkeernormen gemeente Aalten, die als bijlage 2 is bijgevoegd bij de regels van het parapluplan. Voor een vrijstaande woning in het buitengebied geldt op grond van de beleidsregel een parkeernorm van 2,0. Dat betekent dat per woning twee parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Hiervoor bestaat voldoende ruimte op de projectlocatie. Daarmee kan worden geparkeerd op eigen terrein en ontstaan geen problemen met parkeren in de omgeving van de projectlocatie. 5.10.3. Conclusie De aspecten mobiliteit en parkeren vormen geen belemmering voor het beoogde gebruik.

Pagina 29

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.11.

Omgevingsveiligheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 5.11.1. (Wettelijk) kader Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl van het Bkl). De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: -

Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Bij groepsrisico is sprake van ‘aandachtsgebieden’. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.

Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).

Pagina 30

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: -

Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).

5.11.2. Onderzoek De ontwikkeling op de projectlocatie heeft geen betrekking op risicovolle activiteiten die van invloed zijn op de omgevingsveiligheid in de omgeving van de locatie. Andersom moet worden beoordeeld of en in welke mate risicobronnen in de omgeving kunnen leiden tot belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Uit raadpleging van de risicokaart (zie figuur 11) blijkt dat in de directe omgeving van de projectlocatie geen sprake is van risicobronnen. Zoals valt op te maken uit figuur 10 wordt ruimschoots voldaan aan de voor verderop gelegen risicobronnen geldende risicocontouren. De projectlocatie ligt buiten de met de grenswaarde van 10-6/jaar overeenkomende plaatsgebonden risicocontouren en de aandachtsgebieden voor het groepsrisico. Daarmee werpt het aspect omgevingsveiligheid geen belemmeringen op voor deze ontwikkeling en is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Figuur 11 Uitsnede risicokaart met projectlocatie bij blauwe marker (bron: Atlas Leefomgeving)

5.11.3. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.

Pagina 31

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

5.12.

Water

Bij de vaststelling van het omgevingsplan of buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. In deze paragraaf wordt ingegaan op het waterbelang en klimaatadaptatie. 5.12.1. (Wettelijk) kader Uit de instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) volgt dat de gemeente bij vaststelling van het omgevingsplan of een BOPA de opvattingen van de waterbeheerder moet betrekken. Voorbeelden zijn: -

watercompensatie in verband met toenemende verharding; Waterkwaliteit, bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater.

Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Voor een aantal specifieke rijksbelangen stelt het Bkl aanvullende instructieregels. Deze zijn: -

bescherming van primaire waterkeringen, Zie artikel 5.38 Bkl. behoud waterveiligheid kust, artikel 5.40 van het Bkl. behoud waterveiligheid grote rivieren, artikel 5.46 van het Bkl. IJsselmeergebied, artikel 5.49 van het Bkl.

Een BOPA moet ook worden getoetst aan de instructies van in de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. 5.12.2. Waterschapsverordening De eerste versie van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel is van rechtswege ontstaan bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Die Waterschapsverordening bevat (op basis van artikel 22.14 van de Omgevingswet en artikel 4.7 van de Invoeringswet Omgevingswet): -

De regels die zijn opgenomen in de Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009, met uitzondering van hoofdstuk 2 (over de onderhoudsplichten); De regels die zijn opgenomen in de Aansluitverordening Rijn en IJssel; De regels die zijn opgenomen in de Algemene regels, nadere regels en verplichtingen i.v.m. Keur Waterschap Rijn en IJssel 2009; Artikel 8 Verkeersbesluit Oude IJssel; De zones rond waterstaatswerken, die zijn opgenomen in de legger op grond van artikel 5.1 van de Waterwet; De zogeheten ‘bruidsschat’: voormalige rijksregels (met name over lozingsactiviteiten), die onder de Omgevingswet niet op rijksniveau terugkeren.

Pagina 32

Gemeente Aalten

Onderbouwing omgevingsvergunning BOPA woonbestemming Hollenberg 2 en 4 Aalten

De eerste wijziging van de Waterschapsverordening Rijn en IJssel heeft tot doel om de Waterschapsverordening die van rechtswege is ontstaan te integreren tot een goed geordende versie, die volgens de toepasselijke standaarden is vormgegeven en van de benodigde annotaties en digitale werkingsgebieden is voorzien. 5.12.3. Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 zijn de doelen van waterschap Rijn en IJssel weergegeven in vier thema’s: Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=a1a0ebc1-ed04-4d79-bb6a-e061a0b155aa