CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1c - TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 Bijlagen_Deel7

Gemeenteraad 21 april 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel TAM-Omgevingsplan Landelijk gebied3.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2.3 Landschap

Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.

Het kampenlandschap is een oud agrarisch cultuurlandschap dat ontstaan is vanaf de middeleeuwen. Het kenmerkt zich door de grillige, bochtige wegenstructuur waarbij boerderijen tegenwoordig ook op enige afstand van de weg zijn komen te liggen als gevolg van ruilverkaveling waarbij veel zandwegen verloren zijn gegaan. De agrarische percelen hebben ongelijke vormen en volgen het oorspronkelijke landschap. Essen en graslanden wisselen elkaar af en wegen zijn veelal voorzien van laanbeplanting. Veel kavelgrensbeplanting, zoals houtwallen, zijn verdwenen tijdens de ruilverkaveling in de jaren ’80 van de vorige eeuw.

7

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling

Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten

Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen).

3.3 Kansen voor versterking van het erf

Wanneer we naar het erf kijken, dan is de oostzijde van het erf fraai ingepast middels erfbeplanting in de vorm van een gemengde houtsingel tussen de Barloseweg en het erf. Aan de voorzijde ontbreekt deze opgaande beplanting, waardoor er fraai zicht is op de voorzijde van de karakteristieke boerderij. Een passende scheerhaag vormt de begrenzing tussen erf en aangrenzend agrarisch cultuurland. Langs de erftoegangsweg zijn recentelijk oude beuken vervangen door jonge laanbomen. Vanwege de aanwezige beplanting, zijn er weinig mogelijkheden de erfinpassing aan de oostzijde te versterken.

8

3.4 Het ontwerp

Het ontwerp voorziet in de aanleg van een nieuwe scheerhaag en het verminderen van het zicht op het erf door de aanplant van enkele fruitbomen. Concreet worden volgende maatregelen genomen: • • •

Aanplant vijf hoogstam fruitbomen; Aanplant scheerhaag langs 2e bedrijfswoning Aanplant scheerhaag voor 2e bedrijfswoning

Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

Voorstel voor landschappelijke inpassing.

9

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen 1. Aanleg hoogstam fruitbomen Er worden vijf hoogstam fruitbomen geplant, waarvan twee appelbomen en drie perenbomen. Specifieke plantinstructie • Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. • Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op ongeveer 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (dit is meestal het zuidwesten). Bevestig de jonge boom met een brede band aan de boompaal. • U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het plantgat. • Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed.

Fruitboom met boomband.

Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe hoogstam fruitbomen.

10

2. Scheerhaag Langs en voor de 2e bedrijfswoning wordt een scheerhaag geplant. De scheerhaag mag bestaan uit liguster, beuk, haagbeuk, veldesdoorn of meidoorn. Er wordt driejarig plantsoen gebruik in de maat 80-120 cm. De haag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag.

Voorbeeld van een scheerhaag.

Uitsnede van de tekening met daarop aangegeven de nieuwe scheerhagen; nummer 5 op de kaart.

4.2 Beheer Hoogstam fruitbomen Geen beheer of specifiek beheer gericht op vruchtdracht van hoogstam fruitbomen. Scheerhaaghaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden.

11

Bijlage 6

47/291

Erfinpassingsplan Bolwerkweg 13 Aalten

Erfinpassingsplan Bolwerkweg 13 te Aalten

Colofon Erfinpassingsplan Bolwerkweg 13 Aalten

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Nobelstraat 7-5 7131PZ Lichtenvoorde BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0850-509852

Opdrachtgever:

Projectnummer en versie: 7220A versie 2.0 Ligging plangebied: Bolwerkweg 13 Aalten Auteur: Ing. P. Leemreise

Locis Adviseurs

Status: Definitief Rapportdatum: 5-6-2025

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding.................................................................................................................................. 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Plangebied .................................................................................................................................... 4 2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 4 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 7 2.4 Beschrijving van de landschappelijke kwaliteit van het plangebied ........................................................ 7 Hoofdstuk 3

Het ontwerp ............................................................................................................................ 8

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 8 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van het erf ........................................................................................................ 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer ..............................................................................................................10

4.1 Inrichtingsmaatregelen ..........................................................................................................................10 4.2 Beheer ....................................................................................................................................................10 Hoofdstuk 5

Groene ontwikkelingszone en puntentelling .......................................................................12

5.1 Inleiding ..................................................................................................................................................12 5.2 Kernkwaliteiten ......................................................................................................................................12 5.3 Effecten op kernkwaliteiten ...................................................................................................................12 5.4 Versterkingspunten ................................................................................................................................12

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor het wijzigen van de bestemming van een perceel aan de Bolwerkweg 13 te Aalten. Het huidige erf bestaat uit een voormalige kwekerij van kersdennen en planten. De wens bestaat kleinschalige recreatie mogelijk te maken op het perceel en vormt als het ware legalisatie van een reeds aanwezige situatie. De gemeente Aalten heeft aan de wenselijke ontwikkeling de voorwaarde verbonden dat een erfinpassingsplan opgesteld dient te worden voor de wenselijke eindsituatie. In voorliggend inpassingsplan, wordt een erfinpassingsplan voor het uiteindelijke eindbeeld van het erf gegeven.

3

HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED 2.1 Situering van het plangebied Het plangebied is gesitueerd aan de Bolwerkweg nummer 13. Het ligt in het buitengebied, circa 1,5 kilometer ten noordwesten van de woonkern Bredevoort. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl, 2022).

2.2 Beschrijving van het plangebied

Het plangebied bestaat uit een perceel grasland welke aan alle zijden omzoomd is met heesters, erfverharding en bebouwing. Op het erf staat een klein houten gebouwtje dat gebruikt wordt ten behoeve van dagrecreatie. Langs een deel van de oostrand van het perceel zijn in 2024 coniferen gerooid en vervangen door laurier. Het noordelijke deel van de oostrand bestaat uit een haag van buxus. Langs de westrand van het perceel staan verspreid enkele zwarte elzen die periodiek afgezet worden en meerstammig zijn. Het centrale deel van het perceel bestaat uit gazon en een border met sierplanten en heesters.

Luchtfoto van het erf (bron luchtfoto: kadaster.nl). 4

Aanzicht op het plangebied vanaf de Bolwerkweg, kijken in noordelijke richting.

Aanzicht op de aanwezige beplanting en gazon in het perceel.

5

Aanzicht op de aangelegde laurierhaag langs de oostrand van het perceel.

Zicht op de rij zwarte elzen aan de westrand van het plangebied vanaf de Hamalandroute, kijkend in noordoostelijke richting (bron foto: google maps).

Zicht op de rij zwarte elzen aan de westrand van het plangebied vanaf de Hamalandroute, kijkend in noordoostelijke richting (bron foto: google maps).

6

2.3 Landschap Het plangebied ligt op de westrand van de Schaarsheide. Dit was tot begin 20 e eeuw een uitgestrekt heidegebied dat begin vorige eeuw in cultuur is gebracht. Het behoort tot het heideontginningslandschap. Iets ten westen gaat het heideontginningslandschap over in het kampenlandschap van Barlo. Het heideontginningslandschap is een jong ontginningslandschap dat gekenmerkt wordt door een rationele blokverkaveling met rechte ontginningswegen. Verspreid in het landschap liggen zogenaamde ontginningsbosjes, veelal bestaand uit grove den. Tijdens de ruilverkaveling, uitgevoerd van de vorige eeuw, zijn percelen aan elkaar getrokken tot grote blokken en zijn rechte gemengde houtsingels aangelegd langs kavelranden. Op onderstaande uitsnede van de historische kaart, wordt de ligging van het plangebied weergegeven. evenals het kampenlandschap ten westen van het plangebied. De aanwezige zwarte elzen langs de westrand vormen een indicatie dat het plangebied (vroeger) een vrij hoge grondwaterstand heeft. Dit kan een hele kleine depressie zijn in het landschap omdat elzen rondom het plangebied vrijwel ontbreken.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart. De ligging van het plangebied wordt met de gele cirkel aangeduid.

2.4 Beschrijving van de landschappelijke kwaliteit van het plangebied Het plangebied vormt een smal perceel tussen de Bolwerkweg en de Hamalandroute. De beplanting langs de westrand bestaat uit een enkele rij zwarte elzen, welke in de afgelopen jaren afgezet zijn en vervolgens uitgelopen zijn tot meerstammige bomen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan een smal loofhoutbosje. Langs de oostrand van het perceel, grenzend aan de Bolwerkweg, staat een haag van buxus en laurier. Deze hagen vormen een niet passend element in het landschap. De buxushaag is een relict van de boomkwekerij die in het verleden in het perceel aanwezig was. De laurierhaag is recentelijk aangelegd, nadat een rij coniferen verwijderd is. De dichte elzenrij langs de westrand vormen een waardevol landschapselement. De buxus en laurierhagen worden niet beschouwd als waardevol landschapselement.

7

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap n beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (geen conifeer, laurier, duindoorn, naaldbomen). Bestaande beplanting Langs de Bolwerkweg staan een haag van laurier en buxus, op het perceel staan heesters en laanbomen en langs de westrand staan zwarte elzen. Met uitzondering van de laurier wordt geadviseerd de aanwezige beplanting te behouden. Indien het perceel naast de buxus omgevormd wordt naar gemengd loofbos, zullen de buxusplanten op natuurlijke wijze afsterven en uiteindelijk verdwijnen. Autochtoon plantmateriaal Er wordt gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingsvormen voor het heideontginningslandschap in de oost-Achterhoek bestaan uit gemengde loofhoutsingels, gemengde loofhoutbosjes, struweelhagen, hoogstamfruitboomgaarden, laanbeplanting, scheerhagen, geriefhoutbosjes (erfbosjes) en solitaire bomen.

3.3 Kansen voor versterking van het erf Door niet passende beplanting te verwijderen en eventueel te vervangen door passende beplanting, wordt de kwaliteit van het landschap versterkt. De landschappelijke kwaliteit van versterkt worden door de buxus en laurierhaag te verwijderen en te vervangen door inheemse beplanting. Gelet op de functie van het perceel (recreatie) is een scheerhaag ter hoogte van de bebouwing passend. Het noordelijke deel bestaat uit een smal graslandperceel. Dit deel is eigendom van de gemeente Aalten welke aangegeven heeft dit deel graag omgevormd te willen hebben naar gemengd loofbos. Hierdoor wordt het reeds aanwezige loofbos, ten noorden ervan, versterkt.

3.4 Het ontwerp Het plan voorziet in het aanvullen van de bestaande elzensingel aan de west kant van het perceel. Voor de weg wordt een scheerhaag gerealiseerd. Zo wordt het zicht ontnomen van de schuur. Ten noorden van het perceel wordt de bestaande gemeentelijke bosschage aangevuld doormiddel van een mantel-zoom overgang. Tevens wordt een kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd. Tot slot zal er twee hoogstamfruitbomen aangeplant worden.

8

Op onderstaande afbeelding, wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd.

Plan voor landschappelijke inpassing van het erf.

9

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen De volgende inrichtingsmaatregelen worden voorgesteld om tot het wenselijke eindbeeld te komen. 1. 2. 3. 4. 5.

Verwijderen laurierhaag ter hoogte van Bolwerkweg (circa 40 m1) Aanplant scheerhaag (circa 40 m1) Aanleg gemengd loofbosje (mantel) (700m2) Realisatie zoomvegetatie Aanplant 12 zwarte elzen in bestaande elzensingel

Ad 1 en 2. Verwijderen laurierhaag De laurierhaag langs de Bolwerkweg wordt vervangen door een scheerhaag van inheemse beplanting. De scheerhaag mag bestaan uit beuk, haagbeuk, veldesdoorn of liguster. Op deze plek geldt een plantverbod voor meidoorn. De nieuwe scheerhaag bestaat uit 4 stuks plantsoen per meter haag. Er worden vier stuks beplanting per meter haag geplant. Ad 3. Aanplant gemengd loofbosje bos (mantel) Aan de noordzijde van het plangebied wordt een hakhout bosje aangelegd. Dit bos bestaat uit een (gelijk) gemende opstand van zomereik, ruwe berk, lijsterbes, vuilboom, veldesdoorn, met langs de randen struweelbeplanting in de vorm van Gelderse roos en hondsroos. De nieuwe beplanting wordt geplant in een plantverband van 1,5x1,5 meter. In totaal worden 300 stuks driejarig bosplantsoen, in de maat 80-120 cm, geplant. Er worden geen boombeschermers geadviseerd. Ad 4. Realisatie zoomvegetatie Ten zuiden van het nieuwe bos wordt een zoomvegetatie ontwikkeld in de vorm van een strook ruigte. Deze ruigtestrook dient op natuurlijke, spontane wijze te ontstaan, als gevolg van het extensiveren van het beheer. De zoomvegetatie vormt een geleidelijke overgang van een lage, grazige vegetatie, naar opgaande houtige beplanting. Ad 5.

Aanplant elzen in bestaande elzenrij In de rij zwarte elzen, langs de westzijde van het perceel, worden opgevuld door de aanplant van jonge zwarte elzen. In de open plekken worden 12 jonge zwarte elzen geplant, bestaande uit driejarig bosplantsoen. Er worden geen boombeschermers geadviseerd.

4.2 Beheer

Om tot het wenselijke eindbeeld te komen, dient de jonge aanplant vervolg op de juiste wijze beheerd te worden. In deze paragraaf wordt aangeven wat het wenselijke beheer van de verschillende elementen is. Ad 1. Scheerhaag De scheerhaag wordt jaarlijks één à twee maal geknipt of geschoren om de haag in de wenselijke hoogte en breedte te houden. Ad 2. Bos Het bos wordt niet beheerd, met uitzondering van de zuidrand van ca 5-6 meter. Deze rand wordt periodiek afgezet, waardoor een geleidelijke overgang ontstaat van korte grazige vegetatie, naar hoog opgaand bos (zie afbeelding onder).

10

Overgang van korte grazige vegetatie, via zoom-mantel, maar opgaand bos (bron: Landschapsbeheer Groningen).

Ad 3. Zwarte elzen; De zwarte elzen worden na 15 jaar meegenomen in het hakhoutbeheer van de totale rij zwarte elzen. Dat houdt in dat ze afgezet worden (20-25cm boven de grond), waarna ze weer uitlopen tot meerstammige bomen.

11

HOOFDSTUK 5

GROENE ONTWIKKELINGSZONE EN PUNTENTELLING

5.1 Inleiding Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000-gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurne De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. De (nog te ontwikkelen) natuurwaarden zijn beschreven en als bijlage bij de Omgevingsverordening opgenomen. De omgevingscondities zijn in de bijlage bij de Omgevingsverordening maat een effectbeschrijving worden gemaakt voor de relevante omgevingscondities.

5.2 Kernkwaliteiten Het plangebied ligt in deelgebied 43. Dit is deelgebied Veengoot. De kernkwaliteiten van de natuur en het landschap uit dit deelgebied bestaan uit: - en ruilverkavelingslandschap met de Veengoot als door het moeras gegraven waterloop, ontspringend in beekjes op het Oost-Nederlands Plateau, vandaar snelstromend afdalend naar het vroegere moeras -Nederlands Plateau) onderdeel van Nationaal Landschap Winterswijk - Veengoot verbindt dit gebied met de IJssel en de Veluwe en naar het oosten met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: kamsalamander, hagedis, vuurvlinder en winde

- en kampenlandschap op de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil hakhout, houtwallen, singels en boerderijen

5.3 Effecten op kernkwaliteiten Er bevinden zich geen negatieve effecten op de bovenstaande kernkwaliteiten.

5.4 Versterkingspunten Als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling in de Groene ontwikkelingszone moeten de kernkwaliteiten van het gebied versterkt worden. De Provincie Gelderland heeft een rekenmethode ontwikkeld die aangeeft hoeveel versterking noodzakelijk is. De systematiek is gebaseerd op verlies- en winstpunten. De omvang van de versterking is afhankelijk van het karakter van de voorgenomen ontwikkeling, de oppervlakte en ligging in gebieden met bijzondere beleidsopgave, zoals een ecologische verbindingszone, open landschap of gebied met aardkundige waarde. Voor het bepalen van de benodigde omvang kunnen per type landschapselement en voorziening, punten gescoord wonnen. Voor het bepalen van de benodigde versterking is gebruikt gemaakt van de online rekentool van de Provincie Gelderland. Deze is op 6 augustus 2025 geraadpleegd 12

Verliesfactor Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op. Impactfactor Er vind geen functie wijzing plaats in het plangebied. Daardoor zijn er geen negatieve impact punten. De Provincie Gelderland berekend dit als volgt:

Conclusie is dat er geen impactfactoren plaats vindt. Daarom vindt zich ook geen versterkingsmaatregelen plaats.

13

1

64/291

Bijlage 7

65/291

Erfinpassingsplan Bosweg 2 Aalten

Inleiding............................................................................................................................................................................................................................ 4

Plangebied......................................................................................................................................................................................................................... 5

Het ontwerp .................................................................................................................................................................................................................... 11

Inrichting en beheer ........................................................................................................................................................................................................ 13

Groene ontwikkelingszone en puntentelling .................................................................................................................................................................. 18

2

5.4 Versterkingspunten .......................................................................................................................................................................................................................... 19

5.3 Effecten op kernkwaliteiten ............................................................................................................................................................................................................. 18

5.2 Kernkwaliteiten ................................................................................................................................................................................................................................ 18

5.1 GO..................................................................................................................................................................................................................................................... 18

Hoofdstuk 5

4.2 Beheer .............................................................................................................................................................................................................................................. 17

Circa 1368 m² aan mantel- zoom vegetatie. Aanvulling houtsingel circa 18 bomen of struiken........................................................................................................... 14

4.1 Inrichtingsmaatregelen .................................................................................................................................................................................................................... 13

Hoofdstuk 4

3.5 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf ......................................................................................................................................... 12

3.4 Beleid................................................................................................................................................................................................................................................ 12

3.3 Uitgangspunten ................................................................................................................................................................................................................................ 11

3.2 Het ontwerp ..................................................................................................................................................................................................................................... 11

3.1 Doelstelling ....................................................................................................................................................................................................................................... 11

Hoofdstuk 3

2.3 Landschap........................................................................................................................................................................................................................................... 9

2.1 Situering van het plangebied ............................................................................................................................................................................................................. 5

2.2 Beschrijving van het plangebied......................................................................................................................................................................................................... 5

Hoofdstuk 2

1.2 Voorgenomen ontwikkelingen ........................................................................................................................................................................................................... 4

1.1 Aanleiding........................................................................................................................................................................................................................................... 4

Hoofdstuk 1

Inhoud

3

5.5 Effect ................................................................................................................................................................................................................................................ 19

Bijlage 8

87/291

Erfinpassingsplan Elshoekweg 5 en Slatdijk 2-1 Aalten

Bijlage 9

119/291

Erfinpassingsplan Geersweg naast 3 De Heurne

Afbeelding: Huidige bebouwingssituatie (blauwe stippellijn planlocatie).

Afbeelding: Planlocatie op bestemmingsplankaart (blauwe stippellijn planlocatie).

Afbeeldingen: Plangebied blauwe stippellijn. Oorspronkelijke boerderij en erf rode lijn.

Huidige situatie omgeving

Afbeeldingen: Gele stippellijn, nieuwe grens verkavelingen.

Afbeelding: Huidig toegangshek

Afbeeldingen: Landschapsontsierende bebouwing op de planlocatie.

Landschapsontsierende bebouwing

Afbeeldingen: waardevolle erfbomen op de planlocatie. Linksboven: tamme kastanje, midden boven: kastanje, rechtsboven: eik links onder: fruitbomen op planlocatie, rechts onder: fruitbomen voor de oorspronkelijke boerderij.

Waardevol bestaand groen

Uitgangspunten Landschappelijke inpassing

Plantplan

Bijlage 10 Erfinpassingsplan Gelkinkweg 2 De Heurne

129/291

www.bureauger.nl

info@bureauger.nl

e

BRBNL21

www.bureauger.nl

btw NL001390935B90

kvk 60914459

bic

iban NL04 RBRB 0898303575

06-130 559 65

m

7104 BM Meddo

Beerninkweg 22a

13-06-2025

ontwerp

13

10 beplantingsplan beheer

09

08 bestaande situatie landschapsplan

07

05

historie

potentiële kwaliteiten

04

GNN - GO

07

04

grondwatertrap

aanwezige kwaliteiten

03

bodemtype

06

03

landschapstype

foto’s

02

locatie

analyse

huidige situatie

01

inleiding

i nh ou dso pg a ve

www.bureauger.nl

www.bureauger.nl

(bron: https://omgevingswet.overheid.nl/

Het huidige erf met de agrarische bebouwing.

plangebied

Het plangebied bevindt zich aan de Gelkinkweg 2-2a in het buitengebied van De Heurne.

locatie

a na lys e 02

www.bureauger.nl

(bron: www.gelderland.nl/kaarten-en-cijfers) (bron: www.bodemdata.nl)

De bodem met de zalmroze kleur behoort tot de laarpodzolgronden. De gele kleur staat voor vlakvaaggronden. Deze twee bodemtypen worden op de landschapstypenkaart getypeerd als nat-droge gebieden.

De bodem van het plangebied bestaat aan de oostzijde uit een hoge zwarte enkeerdgrond, die op de kaart is weergegeven in een bruine kleur. In de landschapstypenkaart is deze grond aangemerkt als droge kampenontginning.

bodemtype

De landschapstypekaart van de provincie Gelderland laat zien dat het erf zich bevindt in het kampenontginningslandschap. De groene delen op de kaart zijn getypeerd als droge kampenontginning. De lichtgroene kleur op de kaart wordt getypeerd als nat-droge kampenontginning.

landschapstype

a na lys e 03

www.bureauger.nl

(bron: www.bodemdata.nl) (bron: www.https://www.arcgis.com/apps/mapviewer/)

Het plangebied valt ver buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en ook buiten de Groene Ontwikkelingszone (GO). Hierdoor is het jammer dat de landschappelijke versterking niet kan aansluiten bij de groene ontwikkeling van de provincie Gelderland.

GNN - GO

De gemiddelde hoogste grondwaterstand ligt in het natste deel op 108 cm onder het maaiveld. De gemiddelde laagste grondwaterstand in het droogste deel ligt op gemiddeld meer dan 250 cm onder het maaiveld.

Het grondwater in het plangebied ligt relatief diep. Op de kaart worden de groene delen ingedeeld in grondwatertrap VIId en de gele delen in grondwatertrap VIIId.

grondwatertrap

a na lys e 04

www.bureauger.nl

(bron: www.topotijdreis.nl)

Tussen 1950 en 1990 is de bebouwing op het erf toegenomen, onder andere door de bouw van de ligboxenstal. Tussen 1990 en 2023 lijkt er landschappelijk weinig veranderd. Wel is er een bosje in het landschap bijgekomen. De ontwikkeling op het erf is in deze periode nagenoeg gelijk gebleven.

1930

1900

Op de kaart van 1930 is te zien dat een deel van de oude bossen is ontgonnen en in gebruik is genomen als landbouwgrond. De kleine esjes zijn voorzien van een taludlijn. De grotere es, die op de bodemkaart als enkeerdgrond is ingedeeld, oogt wijd en open, zonder beplanting.

Tussen 1930 en 1950 zijn veel houtwallen en singels verdwenen die voorheen de weilanden en akkers omzoomden. Deze zijn vaak vervangen door prikkeldraad. Op de kaart van 1950 is aan de voorzijde van het erf een vrij grote fruitboomgaard te herkennen, die ook al zichtbaar was op de ingekleurde kaart van 1900.

1850

Op de kaart van 1850 is de boerderij in het plangebied te herkennen aan een zwarte stip, gelegen binnen de rode lijnen van het huidige erf. Op de ingekleurde kaart van 1900 is het landschap duidelijker weergegeven. De groene delen geven de oude bossen aan. De akkers hebben een beige kleur en zijn veelal omsloten door houtopstanden langs de randen. De graslanden liggen in de laagste delen van het landschap en zijn groengeel gekleurd. De bebouwing is rood weergegeven, en bij veel erven zijn fruitboomgaarden te herkennen, die direct aansluiten op de bebouwing.

historie

2023

1990

1950

a na lys e 05

www.bureauger.nl

Foto’s

hu i di g e s it u a ti e 06

www.bureauger.nl

www.bureauger.nl

3.1

4.1

2.4

1.1

2.1

4.1

1.2

2.2

1.3

1.4

3.2 2.2

2.3

2.3

3.2

www.bureauger.nl

3.4

4.2

2.4

3.1

3.6

1.1

3.5

2.1

4.2

1.4

2.3

1.2

2.2

1.3 3.5

3.2 2.2

4.1

3.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=b4c62928-9895-412a-a3a9-a082f2117095