Bijlage 18 memo spuitzonering
Tekst van het document
Datum: 11-9-2024
Van: SRo
CC: R. Rotink (initiatiefnemer)
Spuitzonering Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten Algemeen De veehouderijlocatie neemt deel aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv). In het voornemen wordt de woning aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten herbestemd tot burgerwoning. Tevens worden er in het voornemen 16 nieuwe woningen gerealiseerd op onderhavige locatie. De gronden in eigendom in bezit van initiatiefnemer zijn kadastraal bekend als Aalten, sectie O, nummers 262 en 1258. Deze gronden maken onderdeel uit van onderhavig projectgebied.
Afbeelding 1: impressie planvoornemen (BOO, 2024)
Met de voorgenomen ontwikkeling moet worden aangetoond dat er sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Ten westen en zuiden van het plangebied liggen percelen met een agrarische bestemming. Ingevolge de geldende agrarische bestemming is mogelijk onder voorwaarden bomen en/of fruitteelt toegestaan. Vanwege deze mogelijkheid in het geldende bestemmingsplan kunnen spuitzones in juridische zin een rol spelen. Hierbij moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het betreffende perceel.
1 / 5
Spuitzones en gevoelige functies Er gelden in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussengronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen, voorgewasbeschermingsmiddelen gevoelige objecten, zoals woningen. Vanwege mogelijk vrijk omende drift (verwaaiing van spuitvloeistof) bij het bespuiten van fruitbomen wordt in de bestemmingsplanpraktijk een vuistregel gehanteerd om een afstand van 50 meter aan te houden tussen een fruitboomgaard en een gevoelige bestemming 1. Dit is een in de praktijk gegroeide vuistregel, omdat het gebruik van rekenmodellen nog weinig succesvol is 2. Gevoelige functies zijn plaatsen waar regelmatig en voor een groot gedeelte van de dag mensenverblijven of samenkomen. Een woning met tuin wordt als zodanig aangemerkt. Bij de afstand van 50 meter wordt ervan uitgegaan dat enerzijds de bedrijfsvoering van de agrariër niet wordt belemmerd en anderzijds dat er geen nadelige effecten optreden voor de gezondheid van de bewoners van de woningen. De 50 meter afstand is echter een indicatieve en willekeurige afstand. Een verantwoorde afstand hangt onder meer af van het soort teelt ter plaatse en de plaatselijke omstandigheden.
Drift in bijvoorbeeld de fruitteelt is door de aard van de bespuiting, met name op - en zijwaarts gericht spuiten en spuitfrequentie intensiever dan bijv oorbeeld bespuitingen in de lage bomenteelt of aardappelteelt 3. Voor het betrokken bestuursorgaan bestaat zowel bij toepassing als afwijking van deze afstand een onderzoeksplicht .
Planlocatie Het projectgebied ligt ten noorden van de kern Aalten, aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 in de nabijheid van de kern Barlo. De omgeving kenmerkt zich door de aanwezige agrarische bebouwing en agrarische teelt.
Afbeelding 2: luchtfoto planlocatie en omgeving 1
o.a. AbRS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2340, r.o. 7.6 PRI 2015 → AbRS 16 December 2020, ECLI:NL:RVS:2020:6018. Plus EFSA-model → AbRS 19 Oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3023. 3 AbRS 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1263. 2
2 / 5
In de huidige situatie bevindt zich ter plaatse van het zuidelijke deel van het projectgebied een varkenshouderij met bijbehorende bedrijfswoning. De varkenshouderij bestaat uit 12 stallen met in totaal ruim 5.000 varkens. Daarnaast bevindt zich in het noordelijk deel van het projectgebied agrarische grond. Ten westen en ten zuiden is eveneens sprake van agrarisch grondgebruik , namelijk grasland of akkerbouwland.
Onderzoek Zoals hiervoor staat aangegeven is de in de praktijk gegroeide vuistregel van 50 meter indicatief. Dat betekent dat er onder omstandigheden gemotiveerd van kan worden afgeweken. Omdat elk geval anders is, dient dit per locatie en per ontwikkeling te worden onderzocht en afgewogen. Dat is maatwerk. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en onderzoek komen de volgende aandachtspunten naar voren: 1. wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en); 2. welke gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt; 3. wat zijn de effecten van de gewasbeschermingsmiddelen voor de mens bij blootstelling en het gebruik van drift reducerende middelen; 4. overheersende windrichting. Aan de hand van bovengenoemde stappen wordt in het navolgende onderbouwd of dat spuitzonering een belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen en omliggende grondeigendommen en mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de agrarische percelen. Stap 1: Wat wordt planologisch mogelijk gemaakt en geldende bestemming(en)?
Geldende bestemmingen woningbouwlocatie en omliggende agrarisch percelen De planlocatie aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten is op grond van het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2015’ bestemd als ‘Agrarisch met waarden’, zoals onder de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Het agrarische bedrijfsperceel, die met het voorgenomen plan wordt gewijzigd, beschikt over een ruim bouwvlak en een functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’. Dit bouwvlak en bijhorende gebouwen en grondeigendommen van initiatiefnemer worden gewijzigd met onderhavig planvoornemen. Naast het agrarisch bouwvlak zijn de gronden bestemd met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’. Verder gelden de functieaanduidingen ‘Openheid’, ‘specifieke vorm van agrarisch – wisselteelt bomenteelt 1’ en ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – hoogteverschillen’. Tot slot geldt een gebiedsaanduiding ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’. Bij het bepalen van een verantwoorde afstand tussen een woonperceel en agrarische percelen waarop bomen- en/of fruitteelt in planologische zin zijn toegestaan, dient te worden gekeken naar wat het bestemmingsplan in juridische zin maximaal toelaat. Hierbij wordt uitgegaan van een maximale invulling van de planologische mogelijkheden van de betreffende gronden.
Indien het bestemmingsvlak bomenteelt en fruitteelt tot aan de perceelsgrens toelaat, dan dient te worden gemeten vanaf de perceelsgrens (is in dit geval de grens van het agrarische bestemmingsvlak).
3 / 5
Afbeelding 3: uitsnede vigerend bestemmingsplan en globale aanduiding projectgebied
De geldende agrarische bestemmingen van de omliggende agrarische percelen zijn bestemd als ‘Agrarisch met waarden’. Op de gronden met voornoemde bestemmingen is onder meer ‘grondgebonden agrarische productie’ toegestaan. Hieronder wordt verstaan ingevolge artikel 1.9:
“een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, gericht op het benutten van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond.” In het bestemmingsplan is bomenteelt nader gespecificeerd. Zo is een boomkwekerij uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt' (artikel 4.1.1 sub e). Daarnaast geldt dat de uitoefening van een boomkwekerij of een fruitteeltbedrijf met houtachtige gewassen hoger dan 0,5 meter niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'openheid', met uitzondering van gronden ter plaatse van de aanduiding 'bomenteelt'. Binnen het plangebied en omliggende gronden geldt de aanduiding ‘openheid’ en mist de aanduiding ‘bomenteelt’. Derhalve is bomenteelt en fruitteelt in eerste lijn in juridisch planologische zin uitgesloten op de gronden rondom het projectgebied. In het vigerende bestemmingsplan, zoals onder de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan, is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 4.7.3 in relatie tot de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – wisselteelt bomenteelt 1’. Het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid is onder de Omgevingswet niet direct mogelijk en niet direct toegestaan.
Tevens is het gezien de gestelde voorwaarden, zoals dat (a) de belangen van in de omgeving gelegen functies en waarden niet onevenredig mogen worden geschaad en (b) de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig mogen worden geschaad, niet aannemelijk dat toestemming verleend gaat worden op termijn aan deze binnenplanse afwijkingsbevoegdheid.
4 / 5
In lijn met het principe van ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ is het niet aannemelijk en niet te verwachten dat de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – wisselteelt bomenteelt 1’ gebruikt mogen worden ten behoeve van bomenteelt en fruitteelt. Dit mede door de nabijheid van de kern Barlo en nabijgelegen woonfuncties aan Lichtenvoordsestraatweg. Het is daarom aannemelijk dat de gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – wisselteelt bomenteelt 1’ niet in juridisch planologische zin toegepast kan worden op termijn. Dit wordt bevestigd in relatie tot de gebiedsaanduiding ‘overige zone – groene ontwikkelingszone’. Deze gebiedsaanduiding dient ten behoeve van het beschermen en ontwikkelen van landschappelijke en ecologische waarden. Bomenteelt en fruitteelt schaad de belangen van de gronden , die zijn aangeduid met deze gebiedsaanduiding. Derhalve is bomenteelt en fruitteelt ook in de tweede lijn in juridisch planologische zin uitgesloten op de gronden rondom het projectgebied. De argumentatie ten aanzien van de overige drie stappen is derhalve niet aan de orde.
Conclusie Rondom het plangebied zijn gronden aanwezig met een agrarische bestemming. Binnen 50 meter vanaf de woonkavels zijn geen landbouwgronden in gebruik voor open teelten van sierplanten, bomen, boomgaarden of fruitteelt (teelten waar de toepassing van gewasbes chermingsmiddelen relevant is). De gronden zijn namelijk in gebruik als grasland, of akkerbouwland. In het vigerende bestemmingsplan, zoals onder de Omgevingswet opgenomen in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan, is bomenteelt en fruitteelt ook in juridisch planologische zin niet direct toegestaan. Gelet op de aard van het voornemen, de voorgestelde inrichtingsmaatregelen, de afstanden, feitelijke situatie en planologische situatie tot open teelten van bomenteelt en fruitteelt, is er ten gevolge van het aspect spuitzones en gewasbeschermingsmiddelen geen sprake van onaanvaardbare volksgezondheidsrisico’s. Daarnaast leidt het planvoornemen niet tot het schaden van de belangen van omliggende waarden en functies en leidt het planvoornemen niet tot het schaden van belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden . Het planvoornemen wordt ten aanzien van het aspect spuitzonering aanvaardbaar en uitvoerbaar geacht.
5 / 5