Bijlage 15 archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek
Tekst van het document
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten (Barlo), Gemeente Aalten
Opdrachtgever BOO - Buro Ontwerp & Omgeving Dhr. W. van den Hoff Velperweg 157 – 6824 MB Arnhem 06-10992255 w.vandenhoff@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer
245004 Kenmerk DWS/BDA/HAMA/245004
Eindredactie/kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl
Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum
04-03-2025
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Colofon Opdrachtgever
BOO – Buro Ontwerp & Omgeving
Project
Bureauonderzoek en Verkennend Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten (Barlo)
Booronderzoek
Archeologie
Plangebied
Projectnummer
245004
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten (Barlo), Gemeente Aalten
Archeologie
Plangebied
Datum en versie
04-03-2025, versie 2.0 (definitief)
Auteurs
D. Woolschot MSc (KNA archeoloog) en drs. E.E.A. van der Kuijl
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Satellietfoto van het plangebied. Bron: Maps.google.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
2 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1.
2
Inleiding ....................................................................................................................... 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader ..................................................................................... 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ........................................................ 7
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek ...................................................................................... 7
1.4
Beleidskaders .............................................................................................................. 8
1.5
Administratieve gegevens ......................................................................................... 12
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel....................................................................... 13 2.1
Landschapsgenese ................................................................................................... 13
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied ............................................................ 16
2.3
Archeologische waarden ........................................................................................... 21
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ............................................................................ 23
3
4
Booronderzoek .......................................................................................................... 24 3.1
Werkwijze Booronderzoek .................................................................................... 24
3.2
Resultaten ............................................................................................................. 24
Conclusie en aanbeveling ............................................................................................... 28 4.1
Conclusie .............................................................................................................. 28
4.2
Selectieadvies ....................................................................................................... 29
4.3
Selectiebesluit ........................................................................................................... 29
4.4
Voorbehoud ............................................................................................................... 29
Gebruikte literatuur ................................................................................................................. 30 BIJLAGEN .............................................................................................................................. 31
3 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd voor het plangebied aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten (Barlo), gemeente Aalten. Binnen het plangebied wordt de bestaande bebouwing (circa 6.980 m²), bestaande uit varkensstallen, gesloopt om plaats te maken voor 16 nieuwbouwwoningen. Een deel van de bestaande bebouwing (circa 440 m²), te weten het woonhuis met enkele bijgebouwen, blijft behouden. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 27.100 m² (circa 2,71 ha). De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal gezien de geplande ontwikkelingen minimaal 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Het archeologiebeleid is doorgaans opgenomen in bestemmingsplannen. In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 (2020) heeft het oostelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie gematigde verwachting. Het westelijk deel ligt binnen een zone met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie hoge verwachting. Archeologisch vooronderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen die dieper gaan dan 40 cmmv en groter zijn dan 500 m². Gemeente Aalten beschikt een vastgestelde archeologische Maatregelenkaart.
De zones komen overeen met de zones in het bestemmingsplan. Conclusie bureauonderzoek Het plangebied ligt in een gebied van plateau-achtige terrasresten en een glooiing van hellingafspoelingen. Deze eenheden zijn afgedekt door een pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het westelijke deel van het plangebied ligt op de overgang van de direct ten westen gelegen es en het in het oosten van het plangebied gelegen (beek)dal. Vanwege de aanwezigheid van de stallen in het zuidelijk deel van het plangebied is het lastig om te bepalen wat hier de oorspronkelijke maaiveldhoogte was, en of dit deel op de es lag of net niet. Op basis van historisch kaartmateriaal was het plangebied in gebruik als bouwland en heide. De heidepercelen zijn later als bos aangeduid. Van oost naar west en van noord naar zuid lopen twee wegen door het plangebied, waaraan de bebouwing ontstaat. De oudste bebouwing is op de kaart van 1886 weergegeven op (globaal) de locatie van de huidige woning. De locatie van de stallen is voor het eerst bebouwd op de kaart van 1955. De huidige bebouwing stamt volgens het BAG-register uit de periode 1992-2013. Op basis van het bouwdossieronderzoek kan geconcludeerd worden dat de diepte van de bodemverstoring per stal verschillend is. De minimale verstoring bedraagt 75 cm-mv en de maximale verstoring 332 cm-mv.
Onder twee stallen is sprake van een lokale diepere verstoring tot maximaal 353 cmmv. Vondstmeldingen tonen aan dat er ten zuiden van het plangebied waarschijnlijk sprake is van een urnenveld uit de Late Bronstijd – Vroege IJzertijd. Op basis van een verkennend booronderzoek direct ten zuidoosten van het plangebied is de natuurlijke ondergrond vanaf 35-50 cm-mv aanwezig. Dit onderzoek vond plaats op een locatie die iets lager ligt dan de huidige stallen, maar iets hoger dan de rest van het plangebied. Gezien de diepte tot waarop de funderingen en kelder van de huidige stallen reiken, wordt verwacht dat de bodem hier tot in de natuurlijke afzettingen geroerd is. In de rest van het plangebied (onbebouwd) is dit mogelijk niet het geval, maar dat kan op basis van het bureauonderzoek niet vastgesteld worden. Vanwege de ligging van het plangebied en de vondsten die in de omgeving gedaan zijn, wordt aan resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen een hoge archeologische verwachting toegekend. Uitzondering hierop vormen de delen waar de stallen staan – wegens verstoring wordt daaraan een lage verwachting toegekend. Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een lage verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten, omdat de oudste bebouwing binnen het plangebied pas vanaf 1886 op
4 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
de kaart staat. Er wordt daarom niet verwacht dat er sprake is van laatmiddeleeuwse of vroeg nieuwetijdse voorgangers. Wel kunnen wegen/paden en resten van ontginningen en agrarisch landgebruik voorkomen. Conclusie Booronderzoek De bodemopbouw bestaat in vrijwel alle boringen uit één of meerdere subrecente ophogingslagen van grijs, bruin en geel gevlekt fijn siltig zand met soms een geringe bijmenging van grindjes of kiezels. In boring 2, 6 en 10 bevindt zich onder de ophogingslagen op de overgang naar het dekzand een menglaag (A/C-horizont) op dieptes variërend van 30 cm-mv in boring 6 en 10 en 55 cm-mv in boring 2. In boring 3, 5, 7 en 11 is het restant van de oorspronkelijke eerdlaag aanwezig bestaande uit bruin homogeen iets humeus fijn matig siltig zand (A1-horizont). De top van deze eerdlaag bevindt zich op dieptes variërend van 35 cm-mv in boring 5 en 7 tot 50 cm-mv en 85 cmmv in boring 11 en 3. De basis van deze eerdlaag is aangetroffen op dieptes variërend van 60 cmmv in boring 5 tot 120 cm-mv in boring 3. De top van het gele fijne dekzand (C-horizont) is verspreid over het plangebied aangetroffen op dieptes variërend van 25 cm-mv in boring 12 tot 170 cm-mv in boring 4. In een aantal boringen bevat het dekzand wat grindjes. De overgangen tussen de verschillende bodemlagen is in alle boringen scherp.
Selectieadvies Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek, het grotendeels ontbreken van intacte bodems en het ontbreken van indicaties voor menselijke bewoning in het verleden, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren. Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 3 maart 2025 namens gemeente Aalten getoetst door mw. A. Lugtigheid-Hendriks, Regioarcheoloog van de ODA1. Er zijn geen opmerkingen op het rapport en het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’.
Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en gemeente Aalten (R. van der Plaats en de Regioarcheologen van de ODA).
1 Zaaknummer: 2025EA0239
5 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning een archeologisch bureauonderzoek conform de BRL 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL 4003 uitgevoerd voor het plangebied aan de Lichtenvoordsestraatweg 69 te Aalten (Barlo), gemeente Aalten (zie Afbeelding 1). Binnen het plangebied wordt de bestaande bebouwing (circa 6.980 m²), bestaande uit varkensstallen, gesloopt om plaats te maken voor 16 nieuwbouwwoningen. Een deel van de bestaande bebouwing (circa 440 m²), te weten het woonhuis met enkele bijgebouwen, blijft behouden. De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 27.100 m² (circa 2,71 ha). De verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal gezien de geplande ontwikkelingen minimaal 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen).
Afbeelding 1: Topografische kaart met plangebied in het rode kader (bron: Archis3)
Het archeologiebeleid is doorgaans opgenomen in bestemmingsplannen (sinds 2024 omgevingsplan). In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 (2020) heeft het oostelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie gematigde verwachting. Het westelijk deel ligt binnen een zone met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie hoge verwachting. Archeologisch vooronderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen die dieper gaan dan 40 cm-mv en groter zijn dan 500 m². Gemeente Aalten beschikt een vastgestelde archeologische Maatregelenkaart. De zones komen overeen met de zones in het bestemmingsplan. Vanwege het overschrijden van de vrijstellingsgrenzen heeft Hamaland Advies een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het bevoegd gezag, Gemeente Aalten en de toetser
6 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
namens de gemeente, de Omgevingsdienst Achterhoek, hebben de resultaten van het onderzoek en het selectieadvies op 3 maart 2025 getoetst.
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksrichtlijnen opgesteld: 2 Het bureauonderzoek zal uiteraard moeten voldoen aan de vigerende KNA-versie. Daarbij moeten onderstaande punten uitgebreid beschreven worden: 1. Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten. 2. Beschrijving van de geologie en de geomorfologie van het onderzoeksgebied. 3. Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem. 4. Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. 5. Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische monumenten, vindplaatsen, archeologische onderzoeken met onderzoeksresultaten). 6. Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten. 7.
Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus. 8. Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting. 9. Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is). 10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien van toepassing).
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (BRL protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.2) en bestaat uit de volgende onderdelen: • • • • • •
Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01); beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); het opstellen van een standaardrapport (KNA LSO6).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan:
2 Format archeologisch bureau- en booronderzoek Omgevingsdienst Regio Achterhoek (2019).
7 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
• • • • • •
1.4
Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Provinciale kaarten3; archeologische waarden- en verwachtingenkaart en maatregelenkaart Aalten4; archeologische rapporten en publicaties; Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek5.
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is in 2016 opgegaan in de Erfgoedwet.
De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Een ander deel is opgaan in de Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet staan, terwijl de 3 https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers 4 Brugman et al., 2010 5 Willemse & Kocken 2012
8 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet staan. De Erfgoedwet en Omgevingswet maken zo samen een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. Provinciaal Beleid Sinds 2019 neemt de provincie Gelderland deel aan het Programma Erfgoed Deal dat tot doel heeft de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken teneinde een waardevolle leefomgeving te creëren en behouden. Dit zal worden gerealiseerd door het behoud en gebruik van (o.a. archeologisch) erfgoed te integreren in de grote ruimtelijke transitieopgaven klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid, alsmede stedelijke groei en krimp. Als ondersteunende lijn bevat dit programma tevens het onderwerp ‘Erfgoed als basis voor omgevingsvisies’.6 Het uitvoeringsprogramma wordt halfjaarlijks vastgesteld na selectie van relevante ingediende projecten.
7 Het Programma is recentelijk verlengd tot en met 2025, waarbij het Rijk uit de middelen van het onderzoeksplatform archeologie jaarlijks € 500.000 extra beschikbaar stelt specifiek bestemd voor projecten op het terrein van archeologie en ruimtelijke transities.8 Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; • B-gebieden: de archeologische ruwe diamanten en • C-gebieden: de rest van Gelderland. In de A-gebieden stuurt de provincie via onderhandeling en indien mogelijk via samenwerking, actief op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. In de Bgebieden laat de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek in principe over aan de gemeente. De provincie neemt daarbij een stimulerende, faciliterende en adviserende rol in. In de C-gebieden ligt de verantwoordelijkheid voor de archeologie volledig bij de gemeente.
Provinciale kennisagenda Oost-Gelderland9 Deze agenda heeft de volgende thema’s: − Verdedigingswerken in betwist grensland; Er kan een chronologisch onderscheid gemaakt worden in het voorkomen van verdedigingswerken in Oost-Gelderland in een oudere fase, de Laat-Romeinse tijd, Vroege en Volle Middeleeuwen, waarbij vooral het landschap bepalend was voor het karakter van de verdedigingswerken en een jongere fase, vanaf de Late Middeleeuwen, waarbij de aard en de ligging van verdedigingswerken veel meer door politiek-strategische overwegingen werden bepaald. Het militaire verleden vanaf de Middeleeuwen: In de Liemers en Zevenaar en ommelanden lag tot 1813 het grensgebied tussen de Nederlanden en het Pruisische rijk. De burcht in Zevenaar speelde een belangrijke rol in de strijd tussen Gelre en Kleef. De Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinie waren in gebruik in respectievelijk de 17e en 18e eeuw en van 1815 tot 1940. − Regionale laatmiddeleeuwse stadsvorming; Het gaat hier om verschillende aspecten en uitingen van regionale stadsvorming. Hierbij kan worden gedacht aan de invloed (bouwontwikkeling, defensie, materiele cultuur) van gebieden en steden in het Hanzenetwerk op de grotere handelssteden Doesburg en Zutphen. Voorts kan gekeken worden naar de beïnvloeding van de ‘internationale’ steden Doesburg en Zutphen op de bouwtraditie van de plattelandssteden van Oost-Gelderland.
6 Minister van OCW (ed.) s.a. (ca. 2019) a-c. 7 Zie voor het lopende uitvoeringsprogramma Stuurgroep Erfgoed Deal (ed.) 2022; 2023. 8 Nieuwsbericht, geraadpleegd via erfgoeddeal.nl/actueel/nieuws/2022/11/10/erfgoed-deal-verlengd-tot-einde-2025.
Evaluatie lopend programma: Briene et al. 2023. 9 zie hoofdstuk 7; Kennisagenda Archeologie Oost-Gelderland; Boonstra et al. 2011
9 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
−
−
Grondstofwinning, -productie en –gebruik; Dit thema moet vooral worden gezien in de relatie tot het produceren van ruw ijzer en het verwerken daarvan. Bij dit voor OostGelderland belangrijke thema gaat het om een cluster van met elkaar samenhangende vragen betreffende datering, plaats binnen het landschap en transport, analyse van slakmateriaal en (dis)continuïteit. Het ontstaan van het hoevenlandschap; Een letterlijk en figuurlijk karakteristiek van Oost-Gelderland wordt gevormd door het hoevenlandschap dat tot op heden beeldbepalend is. Veel is nog onbekend over de tijdsdiepte van oude boerenerven. Bij dit voor Oost-Gelderland belangrijke thema gaat het om een cluster van met elkaar samenhangende vragen betreffende ‘fixatiemoment’, chronologie boerderijbouw, ruimtelijke inrichting erf, datering en gelaagdheid van het erf.
De archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid 10 − het plateau van Winterswijk (subregio 1) − het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) − het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) − het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) − het rivierenlandschap van de Oer-Rijn, de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Gemeentelijk beleid Het archeologiebeleid is doorgaans opgenomen in bestemmingsplannen (sinds 2024 omgevingsplan). In het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 (2020) heeft het oostelijk deel van het plangebied een dubbelbestemming Waarde – Archeologie gematigde verwachting. Het westelijk deel ligt binnen een zone met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie hoge verwachting. Archeologisch vooronderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen die dieper gaan dan 40 cm-mv en groter zijn dan 500 m². Gemeente Aalten beschikt een vastgestelde archeologische Maatregelenkaart (zie Afbeelding 2). De zones komen overeen met de zones in het bestemmingsplan, respectievelijk vallen ze onder categorie 5 (gematigd) en 4 (hoog).
In 2012 is er in opdracht van de gemeente in de Regio Achterhoek een nieuw afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek opgesteld.11 De richtlijnen van dit beleid zijn bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.
10 Provincie Gelderland 2012, Kennisagenda 11 Willemse & Kocken, 2012
10 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 2: Uitsnede uit de Maatregelenkaart van de gemeente Aalten met het plangebied binnen het rode kader (Brugman et al., 2010). Legenda: roze: hoge verwachting (cat. 4), geel: gematigde verwachting (cat. 5)
11 van 40
Project Kenmerk
1.5
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied
Opdrachtgever
Buro Ontwerp & Omgeving
Projectnaam
Plangebied Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten
Uitvoerder, Beheer documentatie
en
plaats
Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Bevoegd gezag
Gemeente Aalten
Toetser namens bevoegd gezag
Regioarcheologen van de ODA
Provincie, Gemeente, Plaats
Gelderland, Aalten, Aalten
Toponiem, Adres
Lichtenvoordsestraatweg 69
Kaartbladnummer
41B
RD-coördinaten12
X,Y NW
237.647 / 441.396
NO
237.745 / 441.380
ZO
237.853 / 441.243
ZW
237.624 / 441.206
centrumcoördinaat
237.710 / 441.291
Hoogte centrumcoördinaat plangebied13
29,86 – 30,70 m+NAP
Kadastrale gegevens
Gemeente Aalten, Sectie O, Perceel 262 en 1258
Archis Onderzoekmeldingsnr.
5631139100
Oppervlakte plangebied15
Circa 27.100 m² (circa 2,71 ha)
Huidig grondgebruik
Agrarisch en stallen
Toekomstig grondgebruik
Woonwijk en natuur
Bodemtype14
Geomorfologie15
zEZ21 Hoge zwarte enkeerdgrond; leemarm en zwak lemig fijn zand Hn21 Veldpodzolgrond; leemarm en zwak lemig fijn zand 5F41yd Plateau-achtige terrasrest, al dan niet bedekt/opgevuld met dekzand 4H32ydl Glooiing van hellingafspoelingen, al dan niet bedekt/opgevuld met dekzand en/of (zandige) löss 22R21ydl Droogdal, al dan niet bedekt/opgevuld met dekzand en/of (zandige) löss
Geologie16
Formatie van Sterksel
Periode
Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
12 Archis3 13 AHN4 14 Archis3 15 Archis3 in combinatie met Brugman 2105, kaartbijlage 3 en 3A 16 Dinoloket geologische kaart 2021
12 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Inleiding Het onderzoeksterrein ligt ten zuiden van Barlo en ten noorden van de kern van Aalten in de gemeente Aalten. Geologie en Geomorfologie Het onderzoeksterrein is onderdeel van het oostelijk Zandgebied.17 In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open toendra-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. Tussen 32.500 en 19.000 jaar geleden werd het steeds droger en kouder. In uitgestrekte delen van de Achterhoek werd een dikke zwakgolvende deken van fijn stuifzand afgezet. Tussen 13.000 jaar en 11.500 jaar geleden werden veel dalen opgevuld met stuifzand. Na de laatste IJstijd ontstond het huidige landschap, aanvankelijk bestaande uit heidevelden, broekgebieden en woeste gronden die vanaf de Vroege Middeleeuwen geleidelijk ontgonnen werden. De ondergrond bestaat volgens de geologische kaart 202118 uit Rijn- en Maas-Rijn-afzettingen van de Formatie van Sterksel. Op de geomorfologische kaart19 (zie Afbeelding 3) is het westelijk deel van het plangebied weergegeven als een plateau-achtige terrasrest, al dan niet bedekt of opgevuld met dekzand (5F41yd). Het oostelijk deel is aangeduid als glooiing van hellingafspoelingen, al dan niet bedekt of opgevuld met dekzand en/of (zandige) löss (4H32ydl).
Een kleine zuidoostelijke zone is gekarteerd als droogdal, al dan niet bedekt of opgevuld met dekzand en/of (zandige) löss (22R21ydl). Op de bodemkaart (zie Afbeelding 4) is in het westelijk deel sprake van een hoge zwarte enkeerdgrond in leemarm en zwak lemig fijn zand (zEZ21). In het oostelijk deel komen veldpodzolgronden in leemarm en zwak lemig fijn zand (pZg23) voor. Ten noorden en zuiden van het plangebied worden daarnaast nog beekeerdgronden in lemig fijn zand (pZg23) gekarteerd. In het plangebied komt in het westelijk deel grondwatertrap VIII voor en in het oostelijk deel trap VII. Bij trap VII is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand (winter) 80-140 cm-mv en de Gemiddeld Laagste Grondwaterstand (zomer) meer dan 120 cm-mv. Bij grap VIII geldt een GHG van meer dan 140 cm-mv en een GLG van meer dan 120 cm-mv. Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 20 (zie Afbeelding 5) is een duidelijk hoogteverschil zichtbaar. In het zuidwestelijk deel ligt de hoogte van het maaiveld op circa 30,70 m+NAP. Enigszins vertekend is het beeld door de aanwezigheid van de stallen in dit deel van het plangebied. De rest van het plangebied ligt lager, op een maaiveldhoogte van circa 29,86 m+NAP. Dit hogere deel vormt de overgang tussen de naar het westen gelegen es en het ten oosten gelegen beekdal.
17 Berendsen 2005; Berendsen 2008. 18 https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 19 Archis3 20
www.ahn.arcgisonline.nl/viewer/, AHN 3.
13 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 3: Geomorfologische kaart, situering van het plangebied binnen het rode kader (bron Archis)
Afbeelding 4: Bodemkaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (bron: Archis)
14 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 5: Uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied binnen het blauwe kader (Bron: AHN4)
Milieu- en geotechnische gegevens Voor het plangebied is op 12-08-2024 de omgevingsrapportage opgevraagd. Onder locatiecode AA019700397 staat één melding. Het betreft een verkennend onderzoek, waaruit de conclusie is dat er sprake van een niet ernstige, matige tot lichte verontreiniging. Onderzocht zijn een ondergrondse brandstoftank uit 1978 en een ondergrondse hbo-tank uit 1992. De conclusie is dat de locatie geschikt is voor wonen met tuin. In het dinoloket21 (zie Afbeelding 6) zijn in de directe omgeving van het plangebied geen boringen geregistreerd. De dichtstbijzijnde boringen bevinden zich circa 970 meter ten oosten van het plangebied. Hier is een groot gebied beboord, waarvan de drie het dicht bij het plangebied van noord naar zuid beschreven worden. Voor geen van de boringen is de lithostratigrafie vermeld en ook de korrelgrootte ontbreekt. Volgens de appelboringen van het model BRO DGM v2.2. is er tot 5,65 m-mv sprake van afzettingen van de Formatie van Boxtel, die overgaan in afzettingen van de Formatie van Oosterhout (tot 12,60 m-mv). Het model BRO REGIS II v2.2.2 geeft voor dezelfde locatie aan dat er tot 6,80 m-mv sprake is van de Formatie van Boxtel. Daaronder is tot 7,05 m-mv sprake van de Formatie van Sterksel, waaronder tot 12,85 de Formatie van Oosterhout aanwezig is. •
•
21
BHR000000091791: het hele bodemprofiel (140 cm-mv) bestaat uit matig siltig zand. De bovenste 65 centimeter is matig humeus, de rest is zwak humeus. Tot 65 cm-mv is de ondergrond als Ap-horizont aangeduid, tussen 65 en 80 cm-mv als B-horizont, tussen 80 en 100 cm-mv als BC-horizont en daaronder als C-horizont. BHR000000189728: het hele bodemprofiel (180 cm-mv) bestaat uit matig siltig zand. De bovenste 30 centimeter is matig humeus, de rest is zwak humeus. De Ap-horizont is tot 30 cm-mv aanwezig en gaat direct over in de C-horizont.
www.dinoloket.nl
15 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
•
BHR000000067549: het hele bodemprofiel (180 cm-mv) bestaat uit matig siltig zand. De bovenste 30 centimeter is matig humeus, de rest is zwak humeus. De Ap-horizont is tot 45 cm-mv aanwezig en gaat direct over in de C-horizont.
Afbeelding 6: Uitsnede uit de kaart met ondergrondse gegevens met het plangebied binnen het rode kader (dinoloket.nl)
2.2
Historische ontwikkeling van het plangebied Het plangebied ligt in de buurtschap Barlo. Op circa 780 meter ten noordwesten van het plangebied stond een papiermolen. Deze watermolen stond aan de Zilverbeek. Deze beek stroomde op circa 220 meter ten noorden van het centrum van het plangebied. De oudste vermelding van de papiermolen stamt van ongeveer 1500, wanneer de gebroeders Pannekoek het exploiteren. Door het heldere water van de Zilverbeek kon er helderwit papier geproduceerd worden en zodoende werd de molen geroemd. De beek droogde in de zomer echter langzaam uit als gevolg van het aanleggen van meer sloten; landeigenaren in de omgeving wilden hun eigen percelen beter ontwateren. Rond 1560 werd de papiermolen daarom verbouwd zodat deze in gebruik genomen kon worden als pottenfabriek. De molen werd waarschijnlijk rond 1860 afgebroken. 22 Plangebied Het plangebied is op historische kaarten als volgt aangegeven: Op de kadastrale kaart van 1828 (zie Afbeelding 7) is het plangebied onbebouwd. Het westelijk deel is in gebruik als bouwland, terwijl in het oostelijk deel sprake is van heide. Door het plangebied lopen twee wegen: van west naar oost door het centrale deel de Voore Weg en
22 https://oudaalten.nl/barlo/papiermolen/ en https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-06907-o-bis
16 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
van grofweg noord naar zuid door het oostelijk deel de Groenlosche Weg. In de zuidwestelijke hoek van deze kruising is ter plaatse van percelen bouwland, één klein heideperceel gebleven. De kaart van 1886 (zie Afbeelding 8) laat voor het eerst bebouwing zien. Deze bebouwing staat (ongeveer) ter plaats van het huidige woonhuis. De voormalige percelen heide zijn nu bos. Vanaf de kaart van 1929 (zie Afbeelding 9) is het stukje bos (voorheen het hoekje heide in bouwland) niet langer als zodanig in gebruik, maar is er sprake van een houtwal (?) dat een klein perceel landbouwgrond afbakent. De afbakening van dit hoekje blijft tot de kaart van 1955 bestaan, wanneer er bebouwing gerealiseerd wordt. De eerste bebouwing ten westen van het pad door het plangebied is op de kaart van 1955 weergegeven (zie Afbeelding 10). Deze gebouwen staan verspreid direct langs het pad. Ten oosten van dit pad staat al bebouwing en volgens het BAG-register is de huidige bebouwing op deze locatie in 1959 gerealiseerd. Op de kaart van 1988 (zie Afbeelding 11) is de eerste grote uitbreiding van de schuren zichtbaar. Vanaf dit punt worden de schuren steeds verder uitgebreid, volgens het BAGregister in 1992, 1997, 2006 (2x), 2012 en 2013. De grofweg noord-zuid georiënteerde weg of pad door het centrale deel verdwijnt vanaf 1990 van de kaart. Vanaf 2013 is er sprake van de huidige situatie.
Afbeelding 7: Ligging van plangebied op de kadastrale kaart van 1828 met het plangebied binnen het rode kader. Legenda: lila: heide, bruin: bouwland, geel: wegen/paden
17 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 8: Situatie 1886 met plangebied in het rode kader (www.topotijdreis.nl)
Afbeelding 9: Situatie 1929 met plangebied in het blauwe kader (www.topotijdreis.nl)
18 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 10: Situatie 1955 met plangebied in het blauwe kader (www.topotijdreis.nl)
Afbeelding 11: Situatie 1988 met plangebied in het blauwe kader (www.topotijdreis.nl)
19 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Bouwdossiers De opdrachtgever heeft bouwtekeningen van de bestaande stallen aangeleverd. Hiervoor zijn wij hem zeer erkentelijk. De meest recente bouwtekening, voor het laatst bewerkt in 2021, laat doorsnedes van alle bebouwing zien. Hieruit kan de volgende tabel opgesteld worden, waarbij de gebouwnummers overgenomen zijn van de bouwtekeningen en de bouwjaren uit het BAG register komen (zie Tabel 2 en Afbeelding 12): Tabel 2: Samenvatting bouwdossiergegevens
Gebouw
1
2
Bouwjaar
2013
1997
Min. verstoring cm-mv
Functie Opfokzeugenbiggenstal
en
Calamiteitenafleverruimte
en
Max. verstoring cm-mv
332
332
100
100
75
75
213
213
75
216
166
166
-
-
113
353
Kraamzeugenstal 3
2006 Zeugen- en biggenstal
4
1997 Zeugenstal ziekenboeg
5
en
2006
Zeugenstal 6
1992
7
1959/2021
8
2012
Bedrijfswoning/berging Zeugenstal
Opmerkingen
Even diepe verstoring onder gehele pand Even diepe verstoring onder gehele pand Even diepe verstoring onder gehele pand Even diepe verstoring onder gehele pand Diepste verstoring in het midden van het pand als een oostwest sleuf Even diepe verstoring onder gehele pand Blijft bestaan Verstoring in het midden van het pand als een oostwest sleuf tot 233 cm-mv. Diepste verstoring luchtinlaat van buitenaf naar hierboven genoemde sleuf onder zuidzijde pand
20 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 12: Overzicht bouwdossiergegevens met in dikgedrukt de gebouwnummers
2.3
Archeologische waarden In het plangebied zelf heeft nog niet eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden (zie Afbeelding 13). Binnen een straal van 700 meter rondom het plangebied staan de volgende onderzoeken geregistreerd: Onderzoeksmeldingen •
2452318100
Direct ten zuidoosten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Synthegra in 2014. Hierbij is geconstateerd dat de natuurlijke veldpodzolgrond binnen het hele onderzoeksgebied verstoord is, vermoedelijk door ploegwerkzaamheden. Op een diepte van 35 tot 50 cm-mv is de C-horizont aangetroffen, hier bestaande uit dekzand (Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.23 •
2207455100
Op 650 meter ten zuidoosten van het plangebied is een archeologisch booronderzoek uitgevoerd door Synthegra in 2008. De rapportage is niet beschikbaar via Archis of DANSArchaeology. •
2254021100
Op 325 meter ten noordwesten van het plangebied heeft ADC in 2009 een archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de bodem hier bestaat uit dekzand 23 Kremer en Leuvering, 2014
21 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
(Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel). In één boring zijn aanwijzingen voor een enkeerdgrond aangetroffen, in de andere drie boringen vond men een (deels omgewerkte) podzolbodem. Op basis hiervan kunnen eventuele sporen en/of vondsten uit de Late Middeleeuwen bewaard zijn gebleven. Deze zijn tijdens het verkennend booronderzoek niet aangetroffen.24 Vondstmeldingen •
2704641100
Op 540 meter ten zuidoosten van het plangebied is door een particulier op een onbekend moment een maalsteen(ligger) gevonden. De datering hiervan wordt geschat op Romeinse Tijd – Late Middeleeuwen. •
2704600100
Op 470 meter ten zuidzuidoosten van het plangebied zijn in 1957 door een particulier een stuk handgevormd aardewerk en crematieresten (bot) gevonden. De datering hiervan is Late Bronstijd – Vroege IJzertijd en deze vondsten worden geïnterpreteerd als urnenveld. •
2691722100
Op 615 meter ten zuidwesten van het plangebied is in 1975 een particuliere vondst gedaan. Het betreft een stukje handgevormd aardewerk uit de periode Late Bronstijd – Vroege IJzertijd. Ook deze wordt geïnterpreteerd als urnenveld.
Afbeelding 13: Uitsnede uit de kaart met vondst- en onderzoekmeldingen met het plangebied binnen het rode kader (bron: Archis3)
24 Hendrikx en Van der Zee, 2010
22 van 40
Project Kenmerk
2.4
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Het plangebied ligt in een gebied van plateau-achtige terrasresten en een glooiing van hellingafspoelingen. Deze eenheden zijn afgedekt door een pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het westelijke deel van het plangebied ligt op de overgang van de direct ten westen gelegen es en het in het oosten van het plangebied gelegen (beek)dal. Vanwege de aanwezigheid van de stallen in het zuidelijk deel van het plangebied is het lastig om te bepalen wat hier de oorspronkelijke maaiveldhoogte was, en of dit deel op de es lag of net niet. Op basis van historisch kaartmateriaal was het plangebied in gebruik als bouwland en heide. De heidepercelen zijn later als bos aangeduid. Van oost naar west en van noord naar zuid lopen twee wegen door het plangebied, waaraan de bebouwing ontstaat. De oudste bebouwing is op de kaart van 1886 weergegeven op (globaal) de locatie van de huidige woning. De locatie van de stallen is voor het eerst bebouwd op de kaart van 1955. De huidige bebouwing stamt volgens het BAG-register uit de periode 1992-2013.
Op basis van het bouwdossieronderzoek kan geconcludeerd worden dat de diepte van de bodemverstoring per stal verschillend is. De minimale verstoring bedraagt 75 cm-mv en de maximale verstoring 332 cm-mv. Onder twee stallen is sprake van een lokale diepere verstoring tot maximaal 353 cmmv. Vondstmeldingen tonen aan dat er ten zuiden van het plangebied waarschijnlijk sprake is van een urnenveld uit de Late Bronstijd – Vroege IJzertijd. Op basis van een verkennend booronderzoek direct ten zuidoosten van het plangebied is de natuurlijke ondergrond vanaf 35-50 cm-mv aanwezig. Dit onderzoek vond plaats op een locatie die iets lager ligt dan de huidige stallen, maar iets hoger dan de rest van het plangebied. Gezien de diepte tot waarop de huidige stallen reiken, wordt verwacht dat de bodem hier tot in de natuurlijke afzettingen geroerd is. In de rest van het plangebied (onbebouwd) is dit mogelijk niet het geval, maar dat kan op basis van het bureauonderzoek niet vastgesteld worden. Vanwege de ligging van het plangebied en de vondsten die in de omgeving gedaan zijn, wordt aan resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen een hoge archeologische verwachting toegekend. Uitzondering hierop vormen de delen waar de stallen staan – wegens verstoring wordt daaraan een lage verwachting toegekend.
Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een lage verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten, omdat de oudste bebouwing binnen het plangebied pas vanaf 1886 op de kaart staat. Er wordt daarom niet verwacht dat er sprake is van laatmiddeleeuwse of vroegnieuwetijdse voorgangers. Wel kunnen wegen/paden en resten van ontginningen en agrarisch landgebruik voorkomen. Tabel 3: Archeologische verwachting plangebied Periode
Verwachting
Verwachte vindplaatstypen
Verwachte grondlaag (diepte)
Akkerlagen, zandpaden, verharde wegen, perceleringen, ontginningen
In of direct onder de bouwvoor/eventuele eerdlaag
Laag Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd Hoog Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen Hoog Paleolithicum-IJzertijd
Nederzettingsterreinen, grafvelden, resten van ijzerbewerking, dumps, meilers Nederzettingsterreinen, jachtkampen, haardplaatsen/haardkuilen, vuursteenstrooiingen, grafvelden
In de top van het dekzand In de top van het dekzand
23 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
3
Booronderzoek
3.1
Werkwijze Booronderzoek In totaal zijn op 15 oktober 2024 verspreid over het plangebied 12 verkennende boringen gezet met een Edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. De boringen zijn uitgevoerd door E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector) met ondersteuning van dhr. I. Straver (veldmedewerker) conform de eisen van de KNA versie 4.2, specificatie VS03 van het protocol BRL SIKB 4003. Voorafgaand aan het veldwerk is een Plan van Aanpak opgesteld. 25 De boringen zijn doorgezet tot minimaal 25 centimeter in de C-horizont. De maximale boordiepte bedroeg 200 cm-mv (boring 4). Ten tijde van het booronderzoek was het plangebied in gebruik als varkenshouderij, weidegebied, woning met tuin en hertenpark en deels verhard met betonklinkers. De boorlocaties zijn uitgezet met GPS (X- en Y-coördinaten). De maaiveldhoogte van de boorlocaties is bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn droog gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 mm en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
3.2
Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 5. De bodemopbouw in het plangebied is grotendeels uniform. In acht van de twaalf boringen is een volledig verstoord bodemprofiel aangetroffen. In boring 3, 5, 7 en 11 is het restant van een bruine eerdlaag aangetroffen.
Afbeelding 14: Boring 3 met v.l.n.r. en van boven naar onder diverse subrecente ophogingslagen en vanaf 85 cm-mv tot 120 cm-mv de afgetopte bruine iets humeuze eerdlaag met een scherpe overgang naar het grijze dekzand.
25 Woolschot & van der Kuijl 2024.
24 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 15: Boring 10 met v.l.n.r. de grijsbruine bouwvoor, de geelgrijsbruine gevlekte menglaag (A/Chorizont) en het gele dekzand met iets roestvlekken.
Beantwoording onderzoeksvragen Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: 1.
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
De bodemopbouw bestaat in vrijwel alle boringen uit één of meerdere subrecente ophogingslagen van grijs, bruin en geel gevlekt fijn siltig zand met soms een geringe bijmenging van grindjes of kiezels. In boring 2, 6 en 10 bevindt zich onder de ophogingslagen op de overgang naar het dekzand een menglaag (A/C-horizont) op dieptes variërend van 30 cm-mv in boring 6 en 10 en 55 cm-mv in boring 2. In boring 3, 5, 7 en 11 is het restant van de oorspronkelijke eerdlaag aanwezig bestaande uit bruin homogeen iets humeus fijn matig siltig zand (A1-horizont). De top van deze eerdlaag bevindt zich op dieptes variërend van 35 cm-mv in boring 5 en 7 tot 50 cm-mv en 85 cmmv in boring 11 en 3. De basis van deze eerdlaag is aangetroffen op dieptes variërend van 60 cmmv in boring 5 tot 120 cm-mv in boring 3. De top van het gele fijne dekzand (C-horizont) is verspreid over het plangebied aangetroffen op dieptes variërend van 25 cm-mv in boring 12 tot 170 cm-mv in boring 4. In een aantal boringen bevat het dekzand wat grindjes. De overgangen tussen de verschillende bodemlagen is in alle boringen scherp. 2.
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
In het hele plangebied met uitzondering van boring 3, 5, 7 en 11 is de bodemopbouw verstoord tot in de C-horizont als gevolg van eerdere graafwerkzaamheden, egalisatie en ophoging tijdens de aanleg en inrichting van het erf en de bouw van de varkensstallen. 3.
Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan?
Tijdens het booronderzoek zijn bij het uitzeven van de afzonderlijke bodemlagen van zowel de boringen met een deels intacte bodem als de boringen met een verstoorde bodem geen archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het opsporen van vindplaatsen niet het primaire doel was van het verkennend onderzoek. 4.
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Tijdens het booronderzoek zijn geen relevante archeologische lagen aangetroffen.
25 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
5.
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek werden in het westelijk deel van het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden en in het oostelijk deel veldpodzolgronden in dekzand verwacht. Uit het verkennend booronderzoek is gebleken dat in het westelijk en centrale deel van het plangebied verspreid nog een hoge bruine enkeerdgrond aanwezig is. Intacte veldpodzolen zijn niet aangetroffen en ook is de bodem in het plangebied al grotendeels verstoord door eerdere bodemingrepen. 6.
Is er vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?
Hamaland advies adviseert om het plangebied vrij te geven voor de beoogde bodemingrepen. De oorspronkelijke bodemopbouw is als gevolg van eerdere graafwerkzaamheden grotendeels verloren gegaan, waardoor de deels hoge en deel gematigde archeologische verwachting op de beleidskaart bijgesteld kan worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’.
Afbeelding 16: Foto van het plangebied ten tijde van het booronderzoek. De foto is genomen vanaf de noordkant in zuidoostelijke richting.
26 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Afbeelding 17: Foto genomen vanuit de hertenwei richting het westen
27 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
4
Conclusie en aanbeveling
4.1
Conclusie Bureauonderzoek Het plangebied ligt in een gebied van plateau-achtige terrasresten en een glooiing van hellingafspoelingen. Deze eenheden zijn afgedekt door een pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Het westelijke deel van het plangebied ligt op de overgang van de direct ten westen gelegen es en het in het oosten van het plangebied gelegen (beek)dal. Vanwege de aanwezigheid van de stallen in het zuidelijk deel van het plangebied is het lastig om te bepalen wat hier de oorspronkelijke maaiveldhoogte was, en of dit deel op de es lag of net niet. Op basis van historisch kaartmateriaal was het plangebied in gebruik als bouwland en heide. De heidepercelen zijn later als bos aangeduid. Van oost naar west en van noord naar zuid lopen twee wegen door het plangebied, waaraan de bebouwing ontstaat. De oudste bebouwing is op de kaart van 1886 weergegeven op (globaal) de locatie van de huidige woning. De locatie van de stallen is voor het eerst bebouwd op de kaart van 1955. De huidige bebouwing stamt volgens het BAG-register uit de periode 1992-2013. Op basis van het bouwdossieronderzoek kan geconcludeerd worden dat de diepte van de bodemverstoring per stal verschillend is. De minimale verstoring bedraagt 75 cm-mv en de maximale verstoring 332 cm-mv. Onder twee stallen is sprake van een lokale diepere verstoring tot maximaal 353 cmmv.
Vondstmeldingen tonen aan dat er ten zuiden van het plangebied waarschijnlijk sprake is van een urnenveld uit de Late Bronstijd – Vroege IJzertijd. Op basis van een verkennend booronderzoek direct ten zuidoosten van het plangebied is de natuurlijke ondergrond vanaf 35-50 cm-mv aanwezig. Dit onderzoek vond plaats op een locatie die iets lager ligt dan de huidige stallen, maar iets hoger dan de rest van het plangebied. Gezien de diepte tot waarop de funderingen en kelder van de huidige stallen reiken, wordt verwacht dat de bodem hier tot in de natuurlijke afzettingen geroerd is. In de rest van het plangebied (onbebouwd) is dit mogelijk niet het geval, maar dat kan op basis van het bureauonderzoek niet vastgesteld worden. Vanwege de ligging van het plangebied en de vondsten die in de omgeving gedaan zijn, wordt aan resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen een hoge archeologische verwachting toegekend. Uitzondering hierop vormen de delen waar de stallen staan – wegens verstoring wordt daaraan een lage verwachting toegekend. Voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een lage verwachting op het aantreffen van nederzettingsresten, omdat de oudste bebouwing binnen het plangebied pas vanaf 1886 op de kaart staat. Er wordt daarom niet verwacht dat er sprake is van laatmiddeleeuwse of vroegnieuwetijdse voorgangers.
Wel kunnen wegen/paden en resten van ontginningen en agrarisch landgebruik voorkomen. Booronderzoek De bodemopbouw bestaat in vrijwel alle boringen uit één of meerdere subrecente ophogingslagen van grijs, bruin en geel gevlekt fijn siltig zand met soms een geringe bijmenging van grindjes of kiezels. In boring 2, 6 en 10 bevindt zich onder de ophogingslagen op de overgang naar het dekzand een menglaag (A/C-horizont) op dieptes variërend van 30 cm-mv in boring 6 en 10 en 55 cm-mv in boring 2. In boring 3, 5, 7 en 11 is het restant van de oorspronkelijke eerdlaag aanwezig bestaande uit bruin homogeen iets humeus fijn matig siltig zand (A1-horizont). De top van deze eerdlaag bevindt zich op dieptes variërend van 35 cm-mv in boring 5 en 7 tot 50 cm-mv en 85 cmmv in boring 11 en 3. De basis van deze eerdlaag is aangetroffen op dieptes variërend van 60 cmmv in boring 5 tot 120 cm-mv in boring 3. De top van het gele fijne dekzand (C-horizont) is verspreid over het plangebied aangetroffen op dieptes variërend van 25 cm-mv in boring 12 tot 170 cm-mv
28 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
in boring 4. In een aantal boringen bevat het dekzand wat grindjes. De overgangen tussen de verschillende bodemlagen is in alle boringen scherp.
4.2
Selectieadvies Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek, het grotendeels ontbreken van intacte bodems en het ontbreken van indicaties voor menselijke bewoning in het verleden, adviseren wij om geen vervolgonderzoek in het plangebied uit te laten voeren.
4.3
Selectiebesluit Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 3 maart 2025 namens gemeente Aalten getoetst door mw. A. Lugtigheid-Hendriks, Regioarcheoloog van de ODA 26. Er zijn geen opmerkingen op het rapport en het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk.
4.4
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en gemeente Aalten (R. van der Plaats en de Regioarcheologen van de ODA).
26 Zaaknummer: 2025EA0239
29 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Gebruikte literatuur Bakker, H. de & Schelling J., 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Beek, R. van, 2009: Reliëf in Tijd en Ruimte, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005: Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008: De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Berendsen, H.J.A., 2009: Zand in banen. Zanddieptekaarten van het rivierengebied en de Oude IJssel in de provincie Gelderland en Overijssel. Wageningen. Brugman, B.A., Eimermann, E., Heeringen, van R.M., Mor, de J.J.W., Schrijvers, R. en Quadflieg, B., 2010. Culturhistorische inventarisatie, waarden-, verwachtingen- en maatregelenkaart op basis voor het archeologiebeleid van de gemeente Aalten. Rapportnummer V652. Amersfoort. Hendrikx, B.A.T.M. en R.M. van der Zee, 2010. Markerinkdijk 43 in Buurtschap Barlo (gemeente Aalten). Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC Rapport 2073. Kremer, H. en J.H.F. Leuvering, 2014. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, karterend booronderzoek Lichtenvoordsestraatweg 67 te Aalten gemeente Aalten. Projectnummer S140074. Stiboka / Rijks Geologische Dienst, 1977; Toelichting op de legenda van de geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen en Haarlem. Willemse, N.W.
& Kocken M.H.J.M. 2012: Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek, RAAP-rapport 2501. Weesp.
Geraadpleegde websites: www.archis.nl; voor informatie over waarnemingen, vondsten, onderzoeken, Bonneblad, geomorfologie, bodem en GWT www.topotijdreis.nl; voor informatie historische kaarten www.ahn.nl; voor informatie hoogte www.dans.easy.nl voor rapporten www.google.maps voor luchtfoto en gps coördinaten www.atlasleefomgeving.nl voor informatie (als vervanger van het beëindigde KICH) www.dinoloket.nl voor informatie over ondergrondse boringen www.bodemdata.nl voor bodemkaart 1:25000 www.gelderland.nl voor opzoeken kennisagenda archeologie en provinciaal archeologisch beleid
30 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
BIJLAGEN
31 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Bijlage 1: Plangebied en schaalloze inrichtingsschets (Bron: Opdrachtgever)
32 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
33 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
34 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Bijlage 2: Overzicht van geologische en archeologische perioden
35 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
36 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
37 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004
Bijlage 3; Boorpuntenkaart en coördinaten van de boorpunten
38 van 40
Project Kenmerk
: BO en IVO Lichtenvoordsestraatweg 69 Aalten (Barlo) : DWS/BDA/HAMA/245004