CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 14 Inpassingsplan_Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 Aalten

Oordeelvorming raad in zaal Bredevoort 24 juni 2026, gemeente AaltenBij agendapunt: Voorstel VVGB agrarisch bedrijf Hoeninkdijk en Kloosterdijk1.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Erfinpassingsplan Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 - Aalten

0

Colofon Erfinpassingsplan Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 - Aalten

Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700

Opdrachtgever:

Locis Adviseurs

Projectnummer en versie: 6800A versie 1.0 Ligging plangebied: Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 - Aalten Auteur: L. Talen

Status: definitief Rapportdatum: 11-10-2024

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding.................................................................................................................................. 3

1.1 Aanleiding................................................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2

Plangebied............................................................................................................................... 4

2.1 Situering van het plangebied ................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied............................................................................................................... 5 2.3 Landschap................................................................................................................................................. 6 Hoofdstuk 3

Het ontwerp ............................................................................................................................ 7

3.1 Doelstelling ............................................................................................................................................... 7 3.2 Voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................................................. 7 3.2 Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 8 3.3 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf ................................................. 8 3.4 Het ontwerp ............................................................................................................................................. 9 Hoofdstuk 4

Inrichting en beheer.............................................................................................................. 10

4.1 Inrichtingsmaatregelen .......................................................................................................................... 10 4.2

Beheer ................................................................................................................................................ 10

2

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat uit het landschappelijk inpassen van de reeds aangelegde grondwal op het adres Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 in Aalten, gemeente Aalten. Tevens is er in 2010 een landschappelijke inpassing opgesteld door ing. P. Leemreise Centrum Plattelandsontwikkeling Oost, voor de reeds uitgevoerde uitbreiding op voorgenoemd adres. Het verouderde inpassingsontwerp is opnieuw ingetekend en in dit rapport overgenomen. Bij een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is een landschappelijke inpassing verplicht in de gemeente Aalten. De gemeente Aalten heeft initiatiefnemer gevraagd een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf op te stellen. In voorliggend plan wordt een voorstel voor landschappelijke inpassing van het nieuwe erf gepresenteerd. Naast een verbeelding van het wenselijke eindbeeld, wordt tevens ingegaan op de te nemen inrichtingsmaatregelen. Ook wordt een advies gegeven op welke wijze de nieuwe elementen beheerd dienen te worden om zich te kunnen ontwikkelen tot de elementen zoals bedoeld in dit plan.

3

HOOFDSTUK 2

PLANGEBIED

2.1 Situering van het plangebied Het perceel is gesitueerd op Hoeninkdijk 6, 6a, 8 en Kloosterdijk 13 te Aalten, buurtschap ‘t Klooster. Het adres ligt ten noordoosten van het dorp Aalten, in de gemeente Aalten, en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.

Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).

4

2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied bestaat uit diverse woningen met tuinen, vleesvarkensstallen, melkrundveestal, erfverharding en overige bebouwing. Het plangebied grenst aan een openbare weg en agrarisch cultuurland. Onderstaande afbeelding geeft het plangebied in geel omkaderd weer.

Plangebied in geel omkaderd (bron: gelderland.maps.arcgis.com)

5

2.3 Landschap Het plangebied ligt in het jonge ontginningslandschap van de Schaarsheide, op de overgang naar een smalle strook kampenlandschap. Deze strekt zich uit langs weerszijden van de Kloosterdijk. De Schaarsheide is een grootschalig en relatief open agrarisch cultuurlandschap met een rationele verkaveling. Het landschapsbeeld wordt gekenmerkt door de lange rechte wegen en rechthoekige agrarische percelen. Opgaande beplanting treffen we aan langs de ontginningswegen en af en toe als kavelgrensbeplanting of solitaire bosjes. Her en der staan nog enkele oude inlandse eiken als solitaire bomen in de agrarische percelen als relicten van het oude landschap. De landschapsecologische waarde van het omringende landschap is beperkt. Het agrarische cultuurlandschap wordt intensief gebruikt ten behoeve van de in het gebied liggende melkveebedrijven. Op onderstaande afbeelding is een vergelijking tussen de historische kaart van 1900 (links) en de topografische kaart van 2023 (rechts) te zien.

Ligging van het plangebied op de topografische kaart anno 1900 (links) en 2023 (rechts). De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid.

6

HOOFDSTUK 3

HET ONTWERP

3.1 Doelstelling Het doel van een plan voor landschappelijke inpassing is het in harmonie met het omringende landschap inpassen van het erf; zowel het bestaande deel alsmede de nieuwe ontwikkeling. Dat wil niet zeggen dat alle bebouwing verstopt moet worden achter een ‘groene muur’ van beplanting. Bebouwing mag juist zichtbaar en beleefbaar zijn, maar beplanting kan wel bijdragen aan het wegnemen van zicht op minder fraaie elementen, zoals mestsilo’s, betonnen keerwanden van kuilvoerplaten of grote, eentonige stallen voor de intensieve veehouderij.

3.2 Voorgenomen ontwikkelingen Onderstaande afbeelding geeft de ligging van de grondwal in groen weer. Het doel van de grondwal is het wegnemen van zicht en wind. Daarnaast wordt de meest oostelijke stal uitgebreid en komen er nieuwe sleufsilo’s, ook wordt er een nieuwe loods gerealiseerd. Tevens is in 2010 een landschappelijke inpassingsplan opgesteld. Een gedeelte van dit plan is reeds nog niet uitgevoerd en daarom opnieuw toegevoegd aan het inpassingsplan. Pagina 11 geeft de verouderde landschappelijke inpassing weer.

Grondwal in groen omcirkeld ten zuiden van het plangebied (bron: Locis)

7

3.2 Uitgangspunten Uitgangspunt voor het opstellen van een erfinpassingsplan is behoud van zo veel mogelijk bestaande beplanting. Voorwaarde is wel dat het streekeigen beplantingsvormen zijn, passend in het landschap, en bestaat uit inheemse beplanting (o.a. geen conifeer, laurier, naaldbomen). Autochtoon plantmateriaal Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. Dat houdt in dat het plantmateriaal een Nederlandse herkomst heeft. Autochtoon plantmateriaal is afgestemd op het Nederlandse klimaat. Autochtoon plantmateriaal gebruiken verminderd ook hybridisatie van plantgoed van buitenlandse komaf met autochtone beplanting. Streekeigen beplantingsvormen Streekeigen beplantingsvormen voor het heide ontginningslandschap en kampenlandschap in de Achterhoek bestaan uit gemengde loofhoutsingels, struweelhagen, hoogstamfruitboomgaarden, laanbeplanting, scheerhagen en solitaire bomen.

3.3 Kansen voor versterking van de landschappelijke inpassing van het erf Ter versterking van het Achterhoeks landschap wordt de grondwal landschappelijk ingepast met inheemse en streekeigen soorten. Tevens zijn de in 2010 door de gemeente goedgekeurde houtsingels opnieuw ingetekend. Deze houtsingels rondom het erf creëren een ‘groene verbindingszone’ met het omliggende landschap en nemen het zicht op landschap ontsierende elementen, zoals mestsilo’s, weg. Houtwallen en houtsingels zijn als lijnvormig landschapselement een verbindingsweg door het agrarische landschap voor kleine zoogdieren zoals bunzing, hermelijn en vleermuizen. Ook amfibieën als boomkikker en kamsalamander en insecten zoals vlinders maken hier gebruik van. Ze bieden nest- schuil- en voedselgelegenheid voor vogels zoals geelgors, grauwe klauwier, houtduif en torenvalk zorgen simpelweg ook voor een aantrekkelijk cultuurlandschap.

8

3.4 Het ontwerp Het ontwerp is voorzien van twee nieuwe houtsingels en één nieuwe houtwal (beplanting op de grondwal). De houtsingels ten westen en oosten van het plangebied zijn in 2010 ingetekend in het door de gemeente goedgekeurde inpassingsplan van Centrum Plattelandsontwikkeling Oost. Momenteel is de houtsingel nog niet gerealiseerd en daarom meegenomen in het nieuwe ontwerp. De houtsingel ten zuiden wordt tegen de grondwal aangeplant. Het ontwerp voorziet in de aanleg van de volgende elementen: 1. Aanplant houtsingel 2. Aanplant houtwal (grondwal) Op onderstaande afbeelding wordt het voorstel voor landschappelijke inpassing gepresenteerd, zie pagina 10 voor een vergrootte weergave.

Voorstel voor landschappelijke inpassing.

9

HOOFDSTUK 4

INRICHTING EN BEHEER

4.1 Inrichtingsmaatregelen Om tot het wenselijk eindbeeld te komen voor het gehele perceel, worden de volgende inrichtingsmaatregelen genomen. 1. Aanplant houtsingel Aanleg houtsingel bestaande uit bosplantsoen met eiken laanbomen ertussen. Houtsingel: minimaal drie meter breed. Drie rijen bosplantsoen met plantverband 1,5x1,5m en laanbomen met onderlinge plantafstand 8m. Lengte maat bosplantsoen: 80-120cm. Omtrek maat laanbomen: 10-12cm. Boomvormers dienen in het midden van de singel aangeplant te worden, struiken aan de randen. Assortiment bosplantsoen (allen 10%): sleedoorn, meidoorn, boswilg, vuilboom, vlier, Hollandse linde, wilde lijsterbes, zomereik, ruwe berk, hazelaar.

Voorbeeld houtsingel.

2. Aanplant houtwal De bestaande grondwal wordt beplant met inheemse heesters en bomen, waardoor het een houtwal zal vormen. Houtwallen zijn vroeger om verschillende redenen aangelegd: ze dienden als veekering, leverden hout, weerden wind en vormden zichtbare grenzen. Een houtwal kenmerkt zich door de aanwezigheid van een wallichaam en onderscheidt zich daarmee van bijvoorbeeld een houtsingel. Bij de aanleg van nieuwe lijnelementen is het goed ze te laten aansluiten op bestaande beplanting om op deze manier hun geleidingsfunctie voor soorten zo optimaal mogelijk te maken. Na het graven wordt de wal bovenop beplant met bomen en struiken. Bij de plantwerkzaamheden wordt geadviseerd soorten te gebruiken die in de omgeving voorkomen. Hierdoor past de beplanting beter in het landschap. Het best kan alleen de kruin van het wallichaam worden beplant, zodat planten en kruiden zich kunnen ontwikkelen op de zon- en schaduwzijde. Assortiment bosplantsoen (allen 10%): sleedoorn, meidoorn, boswilg, vuilboom, vlier, Hollandse linde, wilde lijsterbes, zomereik, ruwe berk, hazelaar.

4.2 Beheer Het vervolgbeheer van de aan te leggen elementen bepaald in grote mate het aanzien van de elementen. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de nieuwe elementen beheerd dienen te worden. Houtsingel en houtwal Goed onderhouden houtwallen en houtsingels bestaan uit een boom-, kruid- en struiklaag. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. Oude bomen blijven meestal staan, evenals bomen met holten die vaak het domein van vogels en vleermuizen zijn. De als laanboom ingeplante eiken in de houtsingels worden niet gekapt.

10

10

Landschappelijke inpassing 2010 – Centrum Plattelandsontwikkeling Oost

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=18291aa0-e4a0-4035-b804-86209b6b7faa