Bijlage 11 Bomen Effect Analyse
Tekst van het document
Boomeffectanalyse 43 bomen Warmelinckweg IJzerlo
Boomeffectanalyse 43 bomen Warmelinckweg IJzerlo
Opdrachtgever:
Buro Ontwerp & Omgeving Postbus 2033 6802 CA Arnhem
Datum:
4 december 2023
Status:
Definitief
Uitvoering:
Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E-mail info@foreestgroenconsult.nl Http://www.foreestgroenconsult.nl
Boom Effect Analyse IJzerloo
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................... 3
2
Methode van onderzoek ................................................................................................. 4 2.1
Mechanische kwaliteit ................................................................................................. 4
2.2
Conditie bepaling ......................................................................................................... 5
2.3
Resterende levensverwachting ................................................................................... 5
2.4
Bodem en beworteling ................................................................................................ 6
2.5
Kroonprojecties ........................................................................................................... 6
3
Resultaten ....................................................................................................................... 7 3.1
Bestaand groen ............................................................................................................ 7
3.2
Stedenbouwkundige opzet ........................................................................................ 14
3.3
Boomveiligheidscontrole ........................................................................................... 15
3.4
Kroonprojecties ......................................................................................................... 19
3.5
Bodem en beworteling .............................................................................................. 19
3.5.1
Proefsleuf 1 bij zomereik 8 ................................................................................. 20
3.5.2
Proefsleuf 2 bij zomereik 9 ................................................................................. 21
3.5.3
Proefsleuf 3 bij zomereik 11 ............................................................................... 22
3.5.4
Proefsleuf 4 bij elzensingel 20 ............................................................................ 23
3.5.5
Proefsleuf 5 bij zomereik 35 ............................................................................... 24
4
Conclusie ....................................................................................................................... 25 4.1
Risicoanalyse.............................................................................................................. 25
4.2
Boomveiligheid .......................................................................................................... 26
4.3
Inpasbaarheid ............................................................................................................ 27
5
Adviezen ........................................................................................................................ 30 5.1
Inpassing bomen in het concept ontwerp ................................................................. 30
5.2
Aanleg verharding op beluchtingskratten boom 34 en 35 ........................................ 30
5.3
Werk buiten de kroonprojectie ................................................................................. 31
5.4
Plan de bouwinrit en opslag buiten kroonprojecties ................................................ 32
5.5
Behoud open groeiplaatsen ...................................................................................... 32
5.6
Uitvoering .................................................................................................................. 32 -1-
Boom Effect Analyse IJzerloo 5.7
Boomveiligheid .......................................................................................................... 34
5.8
Nazorg ........................................................................................................................ 34
Verklarende woordenlijst Bijlage 1: kaart met boomnummers Bijlage 2: poster ‘Kwetsbare boomzone’ Bijlage 3: poster ‘Werken rond bomen’
-2-
Boom Effect Analyse IJzerloo
1
Inleiding
In opdracht van Bureau Ontwerp & Omgeving is een boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd. Dit betreft 43 bomen in het gebied rondom de Warmelinckweg te IJzerlo (gemeente Aalten). Hiervoor wordt een plan opgesteld voor woningbouw. Het doel van deze BEA is inzichtelijk te maken wat mogelijke effecten zijn op de duurzame instandhouding van de bomen. Dit rapport bevat een plan van aanpak voor het inpassen van de bomen. Hierbij is gebruik gemaakt van het stedenbouwkundige plan. De 43 bomen zijn gecontroleerd op veiligheid. Naast een bovengrondse beoordeling is onderzoek gedaan op 5 locaties naar bodemopbouw en bewortelingsprofielen. De rapportage is als volgt opgebouwd. De onderzoeksmethode wordt toegelicht in hoofdstuk 2. De onderzoeksresultaten staan in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 bevat de conclusie ten aanzien van duurzame inpassing. Hoofdstuk 5 bevat de adviezen voor de nader uitwerking in een ontwerp, de voorbereiding en uitvoering en tot slot de nazorg. In de bijlagen is het stedenbouwkundig plan weer gegeven met boomnummers en kroonprojecties. Daarnaast bevat de bijlage twee posters met richtlijnen voor de duurzame inpassing van bomen op een bouwplaats. Het boomonderzoek is uitgevoerd op 30 oktober 2023 door ing. J.A. (Jessica) Kofman, boomonderzoeker bij Foreest Groen Consult BV.
-3-
Boom Effect Analyse IJzerloo
2
Methode van onderzoek
Het onderzoek begint met uitvoering van een visuele boomveiligheidscontrole. Aan de hand van de beoordeling van de mechanische kwaliteit en de conditie, wordt de resterende levensverwachting ingeschat in de bestaande situatie. Vervolgens wordt een bodem- en bewortelingsonderzoek uitgevoerd. Daarbij wordt de bodemsamenstelling, intensiteit en conditie van de beworteling beoordeeld. Hieronder wordt de werkwijze nader toegelicht.
2.1 Mechanische kwaliteit Om de mechanische kwaliteit van bomen in kaart te brengen is de Visual Tree Assessment (VTA-methode) van C. Mattheck gehanteerd. Hierbij wordt de kroon, stam en stamvoet beoordeeld op breukvastheid en mogelijke aanwezige mechanische gebreken. Tijdens de schouw van de kroon wordt het volgende beoordeeld: de kwaliteit van de takaanhechtingen, aanwezigheid van gedelamineerde takken, scheuren, snoeiwonden, (spechten)holtes en aanwezigheid van dood hout. Vervolgens wordt de kwaliteit van de stam, stamvoet en de wortelaanzetten beoordeeld. Deze worden onderzocht op aanwezigheid van schades, holtes, snoeiwonden, loslatende bast, zwammen van houtparasitaire schimmels en vorming van extra hout als reactie op een interne mechanische verzwakking. Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een klophamer en een prikstok met een lengte van 50 centimeter. VTA is een afkorting voor Visual Tree Assessment. Het is een op de mechanica gebaseerde methode volgens welke de veiligheidssituatie beoordeeld wordt aan de hand van de groeikenmerken van de boom. De primaire reactie van een boom op een aantasting is de vorming van hout. Hierdoor zijn interne gebreken voor de geoefende onderzoeker aan de buitenzijde van de boom zichtbaar en te beoordelen.
-4-
Boom Effect Analyse IJzerloo
2.2 Conditie bepaling Voor de beoordeling van de vitaliteit en conditie wordt gebruik gemaakt van de kroonarchitectuur modellen zoals zijn beschreven door A. Roloff (Baumkronen, 2001). Deze methode is gebaseerd op de levensfases waar een boom doorheen gaat. In welke levensfase een boom zich bevindt, is niet afhankelijk van de leeftijd van de boom, maar is te zien aan de groeiprestaties in de top. De kroonrand laat zien of de kroon in de lengte groeit (vitaliteitsklasse 0 en 1), stagneert (vitaliteitsklasse 2) of aan het insterven is (klasse 3). Het schema hieronder licht de methode van beoordeling toe. Exploratiefase 0: goede conditie dichte, afgeronde kroonrand; fijne takstructuur en dichte bladbezetting tot binnen in de kroon.
Degeneratiefase1: goede conditie spitse twijgen in de kroonrand; transparante top; dicht vertakte binnenkroon.
Stagnatiefase 2: redelijke conditie penseelachtige of pluimerige takuiteinden; knoppen en bladeren in de kroonrand; lichte, transparante binnenkroon; reïtteratiegroei; vorming van dood hout. Resignatiefase 3: matige tot slechte conditie lichte, rafelige kroonrand; instervende twijgen; kleine knoppen, bladeren; zeer transparante kroon. Afbeelding 1: beoordeling van de levensfase met winter- en zomerbeeld (Baumkronen, A. Roloff, 2001)
2.3 Resterende levensverwachting Inzicht in de resterende levensverwachting is een hulpmiddel bij het kiezen van het wel of niet duurzaam inpassen van een boom in een ontwerp. De inschatting van de resterende verwachting gebeurt op grond van de kennis en jarenlange ervaring over de mechanische kwaliteit gecombineerd met de conditie, levensfase en de huidige groeiplaats omstandigheden.
-5-
Boom Effect Analyse IJzerloo
2.4 Bodem en beworteling Het bewortelingsonderzoek vindt plaats door middel van het verrichten van grondboringen en het graven van proefsleuven op vier verschillende locaties. Dit geeft een algemeen beeld van de bodemopbouw en de beworteling.
2.5 Kroonprojecties Soms is een kroonprojectie ellipsvormig en soms is een kroon eenzijdig gevormd. De vorm van de kroon is mede afhankelijk van de positie van andere boomkronen in de nabijheid. Daarom wordt bij de bomen de kroon ingemeten in alle vier de windrichtingen, met behulp van de digitale afstandsmeter. Dit heet de transect methode. Daarbij wordt aan vierzijden, de afstand van de buitenste kroonrand tot het hart van de stam ingemeten. De bomen in de beplantingssingel langs de Maria van Nassaulaan is als geheel ingemeten.
-6-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3
Resultaten
Voor het plangebied is door Bureau Ontwerp en Omgeving een stedenbouwkundig plan uitgewerkt, waarbij in beeld is gebracht waar het bestaande groen zich bevindt en hoe de stedenbouwkundige opzet gaat worden (zie onderstaande afbeeldingen).
3.1 Bestaand groen Het plangebied grenst aan de Warmelinckweg, Kruisdijk en Thijsweg. De volgende groenelementen komen in het plangebied voor: A. Volgroeide zomereiken als straatbomen langs de Kruisdijk en Thijsweg; B. Twee elzensingels langs de weide en langs het schoolplein; C. Enkele jonge kersenbomen aan de Warmelinckweg; D. De houtwal achter CBS ’t Warmelinck met hazelaar en haagbeuk; E. Twee bomen bij de tuin. Deze landschapselementen en bomen zijn te zien op de volgende foto’s.
E B
B
D
B A
A
B C
A
Afbeelding 1: bestaand groen (door BOO)
-7-
Boom Effect Analyse IJzerloo De volgende foto’s brengen de bomen en landschapselementen in het plangebied in beeld.
Foto 1 en 2: zomereiken (A) langs de Thijsweg met de nummers 1 t/m 12
-8-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Foto 3 en 4: jonge kersenbomen (C) langs de Warmelinckweg
Foto 4: gewone walnoot (E) aan het begin van de elzensingel (20) en op de hoek van de tuin
-9-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Foto 5 en 6: De elzensingel (B) met nummer 20 bestaat uit 23 zwarte elzen die in het verleden getopt zijn op hoogtes tussen 1 en 2 meter. De bomen worden beheerd als knotbomen.
-10-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Foto 7: een elzenstam die beheerd wordt als knotboom (nr. 20)
Foto 8: jonge zwarte els (nr. 20)
Foto 9: de elzensingel nr. 20 met een zijdelingse kroongroei tot ca. 2.5 meter van de stammen
Foto 10: zwarte elzen (nr. 21 t/m 33)
-11-
Boom Effect Analyse IJzerloo
34
35
Foto 11: zomereiken (A) langs de Kruisdijk
Foto 12: zomereik 34 met transparante kroon en reïtteratiegroei
Foto 13: schubbige bundelzwammen aan de zuid- en noordzijde
Foto 14: schubbige bundelzwam op zomereik nummer 34
-12-
Boom Effect Analyse IJzerloo
34
35
36
Foto 15: zomereiken (A) langs de Kruisdijk met nummers 34 t/m 36
Foto 16: houtwal (D) achter BCS ’t Warmelinck met hazelaars als ondergroei en haagbeuken als boomvormers (nr. 40 t/m 43)
-13-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.2 Stedenbouwkundige opzet Het noordoostelijke gedeelte van het plangebied blijft ongewijzigd, waarbij de grond agrarisch blijft. Zoals zichtbaar is, komt de stedenbouwkundige opzet op meerdere plekken ‘in aanraking’ met het bestaande groen.
Afbeelding 2: stedenbouwkundige opzet (door BOO)
-14-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.3 Boomveiligheidscontrole De tabel op de volgende pagina’s geeft de resultaten weer van de visuele boomcontrole. Hieronder volgt de toelichting op de opnamegegevens. Algemeen Boomnummer: uniek nummer per boom, zie kaart in bijlage 1 Boomsoort: wetenschappelijke en Nederlandse naam Stamdiameter: gemeten op borsthoogte, 1.3 meter boven maaiveld Onderzoeksresultaten Mechanische kwaliteit kroon / stam / stamvoet Conditie: beoordeling volgens de vitaliteitsbeoordeling zoals is beschreven in paragraaf 2.3. Conclusies TK (Toekomst): resterende levensverwachting De resterende levensverwachting per boom is: <5 = minder dan 5 jaar 5-10 = 5 tot 10 jaar 10-15 = 10 tot 15 jaar > 15 = meer dan 15 jaar Veilig voor de omgeving Ja: veilig te handhaven Herstel: er is een te herstellen gebrek geconstateerd dat een verhoogd veiligheidsrisico oplevert. Nee: de boom levert een onveilige situatie op of er is een ernstig mechanisch gebrek aanwezig.
-15-
Boomveiligheidinspectie 2023 Object: Warmelinckweg, IJzerlo
Nr
Boomsoort
Ø Stam (cm)
Conditie
Mechanische kwaliteit: Kroon
Datum: 30-10-2023
Inspecteur: ing. J.A. Kofman
Stam
Stamvoet
TK
Veilig Maatregel
> 15 jaar
ja
1
Zomereik (Quercus robur) 54
enigszins transparante kroon; redelijk reïtteratiegroei op gesteltakken
2
Zomereik (Quercus robur) 43
redelijk
> 15 jaar
ja
3
Zomereik (Quercus robur) 44
redelijk fijn dood hout
> 15 jaar
ja
4
Zomereik (Quercus robur) 50
redelijk transparante kroon
> 15 jaar
ja
5
Zomereik (Quercus robur) 56
redelijk
> 15 jaar
ja
6
Zomereik (Quercus robur) 49
enigszins transparante kroon; redelijk reïtteratiegroei op gesteltakken
> 15 jaar
ja
7
Zomereik (Quercus robur) 51
enigszins transparante kroon; redelijk reïtteratiegroei op gesteltakken
> 15 jaar
ja
8
Zomereik (Quercus robur) 61
redelijk
> 15 jaar
ja
Zomereik (Quercus robur) 55
enigszins transparante kroon; reïtteratiegroei op gesteltakken; fijn dood redelijk hout
> 15 jaar
ja
9
goed overgroeide schade
gerepareerde stamrib
Zomereik (Quercus 10 robur) 50
eenzijdig ontwikkelde kroon; enigszins redelijk transparante kroon; fijn dood hout
> 15 jaar
ja
Zomereik (Quercus 11 robur) 49
enigszins transparante kroon; reïtteratiegroei op gesteltakken; fijn dood redelijk hout
> 15 jaar
ja
Zomereik (Quercus 12 robur) 64
enigszins transparante kroon; reïtteratiegroei op gesteltakken; fijn dood redelijk hout
> 15 jaar
ja
Zoete kers (Prunus 13 avium) 13
goed
> 15 jaar
ja
Zoete kers (Prunus 14 avium) 10
goed
> 15 jaar
ja
Zoete kers (Prunus 15 avium) 12
goed
> 15 jaar
ja
Zoete kers (Prunus 16 avium) 8
redelijk
> 15 jaar
ja
waterlot
Termijn
Boomveiligheidinspectie 2023 Object: Warmelinckweg, IJzerlo
Nr
Ø Stam (cm)
Boomsoort
Conditie
Mechanische kwaliteit: Kroon
Datum: 30-10-2023
Inspecteur: ing. J.A. Kofman
Stam
Stamvoet
Zoete kers (Prunus 17 avium) 8
redelijk
Zoete kers (Prunus 18 avium) 51
goed
Gewone walnoot 19 (Juglans regia)
37
redelijk
Zwarte els 20 (Alnus glutinosa)
20-35
goed
Zwarte els 21 (Alnus glutinosa)
28
redelijk
Zwarte els 22 (Alnus glutinosa)
14
redelijk
Zwarte els 23 (Alnus glutinosa)
19/26/27 redelijk
3-stammig; plakokselverbindingen met signalen van overbelasting
Zwarte els 24 (Alnus glutinosa)
29
goed
Zwarte els 25 (Alnus glutinosa)
19
Zwarte els 26 (Alnus glutinosa)
enkele oppervlakkige schades op gesteltakken
staat in de tuin
TK
Veilig Maatregel
> 15 jaar
ja
> 15 jaar
ja
Termijn
staat in de tuin; beperkt loslatende bast aan de westzijde 10-15 jaar ja
landschapselement van 23 knotelzen
getopte stammen op 1 tot 2 m¹
> 15 jaar
cambiumlekkages van 3 tot 4 m¹
10-15 jaar ja
ja
> 15 jaar uitvlieggaten van de wilgenhoutrups (Cossus cossus) van 0 tot 1,5 m¹; oppervlakkige schade en loslatende schors geen
ja
enkele cambiumlekkages op 1 m¹
> 15 jaar
ja
redelijk knotvorm
getopt op 1,5 m¹
> 15 jaar
ja
37
goed
holte van 20 cm diep, harde zij- en achterwanden
> 15 jaar
ja
Zwarte els 27 (Alnus glutinosa)
28
matig
oppervlakkige schade
10-15 jaar ja
Zwarte els 28 (Alnus glutinosa)
36
redelijk uitgelopen knotboom
beperkt inrottende snoeiwond
10-15 jaar ja
Zwarte els 29 (Alnus glutinosa)
36
redelijk
Zwarte els 30 (Alnus glutinosa)
16
matig
Zwarte els 31 (Alnus glutinosa)
28
redelijk
10-15 jaar ja
Zwarte els 32 (Alnus glutinosa)
20
redelijk
10-15 jaar ja
uitgelopen knotboom
nee
10-15 jaar ja
instervende top
10-15 jaar ja
vellen
3
Boomveiligheidinspectie 2023 Object: Warmelinckweg, IJzerlo
Nr
Ø Stam (cm)
Boomsoort
Zwarte els 33 (Alnus glutinosa)
Conditie
Mechanische kwaliteit: Kroon
16/18/19 goed
Datum: 30-10-2023
Inspecteur: ing. J.A. Kofman
Stam
Stamvoet
TK
3-stammig
Veilig Maatregel
10-15 jaar ja drie vruchtlichamen van de schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa) aan de noorden zuidzijde van de stamvoet 10-15 jaar ja
Zomereik 34 (Quercus robur)
74
enigszins transparante kroon; redelijk reïtteratiegroei op de gesteltakken
snoeiwond Ø=20 cm op 5 m¹
Zomereik 35 (Quercus robur)
78
redelijk
snoeiwond Ø=30 cm op 5 m¹
> 15 jaar
ja
Zomereik 36 (Quercus robur)
83
redelijk
klimop tot 5 m¹
> 15 jaar
ja
Zwarte els 37 (Alnus glutinosa)
5
goed
geknot op 2 m¹
> 15 jaar
ja
Zwarte els 38 (Alnus glutinosa)
10-15
goed
> 15 jaar
ja
Zwarte els 39 (Alnus glutinosa)
22
goed
> 15 jaar
ja
Haagbeuk 40 Carpinus betulus)
15
goed
> 15 jaar
ja
Haagbeuk 41 Carpinus betulus)
18
goed
> 15 jaar
ja
Haagbeuk 42 Carpinus betulus)
27
goed
> 15 jaar
ja
Haagbeuk 43 Carpinus betulus)
16
goed
> 15 jaar
ja
landschapselement van 20 jonge knotelzen
plakokselverbinding zonder signalen van overbelasting
Termijn
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.4 Kroonprojecties In de bijlage 1 is een kaart opgenomen waarop de kroonprojecties inzichtelijk zijn gemaakt. Daarbij is uitgegaan van de plaatsen van de bomen zoals deze zijn ingetekend op de inventarisatiekaart van het bestaande groen (afbeelding 1 in paragraaf 3.1). Deze kaart geeft een schetsmatig beeld van de standplaatsen van de bomen en de landschapselementen.
3.5 Bodem en beworteling De proefsleuven zijn gegraven op de plaatsen waar de groeiplaats verandert. Op vijf locaties zijn proefsleuven gegraven met als doel inzicht te krijgen in de wortelstructuur ter hoogte van de zomereiken langs de Thijsweg, nabij de elzensingel en bij de zomereiken langs de Kruisdijk. De locaties van de proefsleuven zijn aangegeven in afbeelding 3 met rode sterren. In de subparagrafen hieronder worden de resultaten per proefsleuf beschreven.
4 5
1 2 3
Afbeelding 3: locaties en nummers proefsleuven (rode ster)
-19-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.5.1 Proefsleuf 1 bij zomereik 8 De zomereiken met de nummers 1 tot en met 12 staan in de berm tussen de Thijsweg en het grasland. In het stedenbouwkundig plan is tussen boom 8 en 9 een inrit ingetekend naar een vrijstaande woning (zie ster nummer 1 op afbeelding 3). Om inzicht te krijgen in de beworteling is op de mogelijk toekomstige rand van de verharding, op 3 meter van de stamvoet, een proefsleuf gegraven. Diepte in cm 0-60
Beschrijving bodem
Beschrijving wortelpakket
homogeen bodemprofiel van bruin, geen beworteling humushoudend zand
Tabel: resultaten van de proefsleuf van 1.3 meter lang, op 3 meter ten zuiden van de stamvoet
Foto 17: op 3 meter ten zuiden van de stamvoet worden tot 60 cm diep, geen wortels aangetroffen
-20-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.5.2 Proefsleuf 2 bij zomereik 9 Tussen boom 9 en 10 is een inrit geplan naar een twee-onder-eenkapwoning (zie ster nummer 2 op afbeelding 3). De proefsleuf is gegraven op 2,5 meter ten zuiden van de stamvoet en heeft een lengte van 1 meter. Diepte in cm 0-10 10-40
Beschrijving bodem
Beschrijving wortelpakket
homogeen bodemprofiel van bruin, extensieve fijne beworteling humushoudend zand idem twee grove wortels met Ø = 6 en 9 cm op 15 tot 30 cm onder maaiveld
Tabel: resultaten van de proefsleuf op 2,5 meter ten zuiden van de stamvoet boom 9
Het aantreffen van de grove wortels is de aanleiding om deze wortels verder uit te graven. Daaruit blijkt dat deze snel in diameter afnemen. Op 3 meter, gemeten vanuit het hart van de stamvoet, bevinden zich tussen 15 en 30 cm onder maaiveld één wortel met een diameter van 5 centimeter en drie wortels met diameters van 4 centimeter.
Foto 19: oppervlakkig groeiende grove wortels die verder van de stamvoet, in diameter afnemen
Foto 18: proefsleuf op 2,5 meter van de stamvoet van boom 9
-21-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.5.3 Proefsleuf 3 bij zomereik 11 De inrit voor de twee-onder-eenkapwoning is gepland ten noorden van boom 11. De proefsleuf bevindt zich op 2 meter ten noorden van de stamvoet. Diepte in cm 0-30 30-60
Beschrijving bodem
Beschrijving wortelpakket
homogeen bodemprofiel van bruin, extensieve fijne beworteling humushoudend zand idem extensieve middelfijne beworteling met diameters van 1 tot 2 centimeter
Tabel: resultaten van de proefsleuf op 2 meter ten noorden van de stamvoetboom 11
Foto 21: extensieve fijne beworteling
Foto 20: proefsleuf op 2 meter ten noorden van de stamvoet
-22-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.5.4 Proefsleuf 4 bij elzensingel 20 Ten oosten van de elzensingel nummer 20 is een parkeerplaats gepland. Ter hoogte van nummer 4 in afbeelding 3, is een proefsleuf gegraven op 2 meter uit de stam. De resultaten zijn als volgt. Diepte in cm 0-30 30-50
Beschrijving bodem
Beschrijving wortelpakket
bruin, schraal en licht lemig zand idem
intensieve fijne beworteling middelfijne met diameters van 1 cm (2x) en grove wortels met Ø = 3, 4 en 7 cm
Tabel: resultaten van de proefsleuf op 2 meter ten oosten van de stamvoet van een zwarte els
Opvallend is dat de meeste wortels op 2 meter van de stam, in verticale richting afbuigen naar een diepere bodemlaag en niet oppervlakkig in horizontale richting groeien.
Foto 23: veel wortels tussen 30 en 50 cm diep die in verticale richting afbuigen
Foto 22: proefsleuf op 2 meter van de stamvoet
-23-
Boom Effect Analyse IJzerloo
3.5.5 Proefsleuf 5 bij zomereik 35 Er is een inrit gepland tussen de zomereiken 34 en 35 voor de parkeerplaats. Hier bevindt zich een ruimte van 9 meter. Op 5 tot 10 centimeter diepte liggen grasbetonplaten. Deze zijn overgroeid met grassen. Daarbuiten, op 2 meter ten oosten van boom 35 is een proefsleuf gegraven. In de wei is bekeken tot waar de wortelstelsels groeien (foto 26 - 28). Diepte in cm 0-30 30-75
Beschrijving bodem
Beschrijving wortelpakket
bruin, schraal en licht lemig zand idem
extensieve fijne beworteling intensieve fijne beworteling
Tabel: resultaten van de proefsleuf op 2 meter ten oosten van de stamvoet boom 11
Foto 25: vanaf 30 centimeter diep is een intensieve fijne beworteling aanwezig
Foto 24: proefsleuf 2 meter ten oosten van de stam
5 meter 9 meter
Foto’s 26 t/m 28: de wei bevindt zich een kleine meter lager dan de wegberm. Op 5 en 9 meter afstand bevindt zich oppervlakkig een intensieve fijne beworteling. -24-
Boom Effect Analyse IJzerloo
4
Conclusie
De centrale vraag in dit hoofdstuk is: zijn de bomen duurzaam inpasbaar in het voorliggende stedenbouwkundig plan? Zijn er risico’s of aandachtspunten in het ontwerp of in de realisatie ervan, te verwachten? In paragraaf 4.2 en 4.3 leest u de conclusies ten aanzien van boomveiligheid en inpasbaarheid.
4.1 Risicoanalyse In het stedenbouwkundig plan zijn drie plaatsen binnen doorwortelde zones, waar door de aanleg van inritten en parkeerplaatsen aandachtspunten ontstaan. Deze zijn op onderstaande afbeelding gemarkeerd. De tabel daaronder bevat de conclusies over handhaafbaarheid en eventuele aandachtspunten daarvoor.
Afbeelding 3: markering van de aandachtspunten voor de realisatie van het stedenbouwkundig plan
-25-
Boom Effect Analyse IJzerloo Nummer 1 t/m 6 7 t/m 11
levensverwachting (huidige situatie) > 15 > 15
Handhaafbaar ja ja
12 13 t/m 17 18 19 20
> 15 > 15 > 15 10 - 15 > 15
ja ja ja ja deels
21 t/m 33 10 - 15 34 35
10 - 15 > 15
36 > 15 37 t/m 39 > 15
40 t/m 43 > 15
Aandachtspunten
aanleg inrit tussen de zomereiken langs de Thijsweg, mogelijk onder voorwaarden (zie advies) jonge aanplant
vellen enkele bomen voor inrit. Overige bomen handhaven met beschermde boomruimte: minstens 2,5 meter aan weerszijden van de stamvoeten reserveren als groeiplaats. Dan leveren de takken geen overlast op en is er voldoende doorwortelbare ruimte. Daarnaast blijft een groenstrook van 5 meter duurzaam bruikbaar voor aanplant van nieuwe bomen als de elzensingel aan vervanging toe is. deels vellen enkele bomen voor inritten. Overige bomen inpasbaar. bespreken zomereik met mechanisch mankement ja zorgvuldige aanleg inrit naar parkeerplaats, onder voorwaarden ja nee in het plan is een haag opgenomen ter vervanging van de elzensingel. Inpassing van de elzensingel kost 2,5 meter ruimte aan weerszijden van de stamvoeten. Dit is gelijk aan de elzensingel met nummer 20. ja
Tabel: analyse van mogelijke gevolgen voor bomen bij herinrichting
4.2 Boomveiligheid Op dit moment zijn alle 43 onderzochte bomen veilig handhaafbaar. De enige twee bomen met een mechanisch mankement zijn de zwarte els met nummer 23 en de zomereik met nummer 34.
-26-
Boom Effect Analyse IJzerloo Zwarte els 23 De driestammige els heeft plakokselverbindingen met overbelasting en uitvlieggaten van de wilgenhoutrups (Cossus cossus). Geadviseerd wordt de boom te vellen of een nader onderzoek uit te voeren met behulp van boom specialistische apparatuur. Zomereik nummer 34 Op de stamvoet groeien vruchtlichamen van de schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa) aan de noord- en zuidzijde. Deze schimmel veroorzaakt witrot van het spint- en kernhout in stamvoet en gestelwortels. Aan de enigszins transparante kroon met reïtteratiegroei is te zien dat de conditie nog redelijk te noemen is, maar een langzame achteruitgang laat zien. Op basis daarvan is de verwachting dat de houtparasitaire schimmel zich gestaag zal uitbreiden in de stamvoet waardoor deze binnen 10 tot 15 jaar windworp gevaarlijk wordt. Op dit moment is de zomereik veilig handhaafbaar.
4.3 Inpasbaarheid De meeste bomen zijn duurzaam inpasbaar, zoals blijkt uit de risicoanalyse in het vorige hoofdstuk. Bij diverse bomen en boomgroepen zijn aandachtspunten voor de verdere uitwerking en de uitvoering van het plan benoemd in deze paragraaf. Zomereik 7 t/m 11, Thijsweg De inritten worden tussen de bomen aangelegd. De bomen staan op circa 14 meter van elkaar. Hanteer 3,5 meter als vuistregel voor de minimale afstand van de rand van de verharding en het cunet tot de stamvoet. Uit het bewortelingsonderzoek blijkt dat dit een veilige afstand is zonder veel schade aan te brengen, als tot 50 centimeter diepte gegraven wordt.
-27-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Kersenbomen 13 t/m 17, Warmelinckweg Het zijn jonge kersenbomen die nog bevestigd zijn aan boompalen. In het stedenbouwkundig plan wordt de rij aangevuld. Als er een boom verwijderd moet worden voor de aanleg van bijvoorbeeld een bouwinrit, dan is dit vanuit toekomstverwachting van de beplanting als geheel, geen probleem. Hiervoor in de plaats kan na afronding van de bouw een nieuwe boom herplant worden.
Elzensingel nummer 20 De afstand van 2 meter tot de stamvoet is te intensief doorworteld. Hier kan geen cunet gegraven worden voor de aanleg van een parkeerplaats. Daarnaast is de bovengrondse ruimte dan ook te krap. Houdt minstens een afstand aan van 2,5 meter aan beiden zijden van de elzensingel. Dan is er voldoende boven- en ondergrondse ruimte voor handhaving van de elzensingel én voor toekomstige vervanging ervan. Er komt en inrit naar een parkeerplaats met een pad erlangs door de elzensingel heen. Verwijder de elzen tot 2 meter van de rand van de verharding om dit te realiseren. Elzensingel 21 t/m 33, Warmelinckweg Zoals de elzensingel in het stedenbouwkundig plan staat, is de handhaving van dit deel van de singel mogelijk. Mocht er een inrit nodig zijn naar de woningen, dan is het aan te bevelen in beeld te brengen welke bomen hiervoor moeten wijken. Verwijder de elzen tot een afstand van 2 meter van de verharding en maak voor de fundering gebruik van een dragende constructie van beluchtingskratten (zie advies). Daarmee blijft de beworteling optimaal behouden.
-28-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Zomereik 34 en 35, Kruisdijk Onder de kroonprojecties wordt een inrit aangelegd voor een parkeerterrein. Tussen de stamvoeten bevindt zich een ruimte van 9 meter. Als de inrit een breedte heeft van 5 meter kunnen in- en uitrijdende auto’s elkaar passeren. Dan blijft van de rand van de verharding tot de stammen aan beide zijden, 2 meter over. vanaf 30 centimeter diepte bevindt zich een intensieve fijne beworteling tussen de bomen. In het lager gelegen grasveld groeit de intensieve fijne beworteling zich direct onder de grasmat. Voor de aanleg van de inrit zijn technische, wortel besparende voorzieningen nodig. De oppervlakkige intensieve fijne beworteling is essentieel voor de water- en voedselopname van de zomereiken. In het advies wordt deze optie uitgewerkt. Er is een tweede optie. Zomereik 34 heeft een schimmelaantasting in de stamvoet. Bij gelijk blijvende omstandigheden is de resterende levensverwachting 10 tot 15 jaar. Als de groeiplaats van de zomereik met nummer 35 open blijft door de inrit naar het oosten te verleggen, op de plaats van boom 34, is de toekomst van boom 35 het best gewaarborgd. Het handhaven van een open groeiplaats bij een volwassen boom is de beste garantie voor de duurzaamheid. Hoe minder verandering van de groeiplaats, hoe beter het is voor de duurzaamheid.
Vanuit dit oogpunt kan overwogen worden om de zomereik met nummer 34 nu al te vellen, voordat deze in de aftakelingsfase terecht komt en gevaar op gaat leveren, met als doel ruimte te maken voor het behoud van de groeiplaats van boom 35. Verleg de inrit dan naar een plaats buiten de kroonprojectie. N.B. Op dit moment is een boom opgenomen in het plan onder de kroon van eik 34. Deze eik gehandhaafd wordt, plant dan een boom aan buiten de kroonprojectie. De kans dat een boom duurzaam opgroeit onder de kroon van de eik is klein.
-29-
Boom Effect Analyse IJzerloo
5
Adviezen
De volgende paragrafen gaan in op de algemene randvoorwaarden voor het ontwerp en de uitvoering.
5.1 Inpassing bomen in het concept ontwerp De minimale afstanden van nieuw aan te leggen verharding tot aan de stamvoeten, is genoemd in hoofdstuk 4. Zomereik 7 t/m 11, Thijsweg Hanteer de vuistregel van 3,5 meter zoals is geconcludeerd in het vorige hoofdstuk. Per individuele boom kan beoordeeld worden of deze afstand eventueel kleiner gemaakt kan worden. Uit de steekproef blijkt dat bij de drie volgende zomereiken de volgende minimale afstanden tot een cunet mogelijk zijn. Ten zuiden van boom 8: minstens 3 meter afstand houden; Ten zuiden van boom 9: minstens 3,5 meter afstand houden; Ten noorden van boom 11: minstens 2 meter afstand houden. Als er in de uitwerking verharding dichter bij de stamvoeten gelegd moet worden, dan is het aanbrengen van beluchtingsmatten een oplossing. Elzensingel 20, 21 t/m 33 en 37 Leg verharding aan op minstens 2,5 meter afstand van de stamvoeten van de elzen.
5.2 Aanleg verharding op beluchtingskratten boom 34 en 35 In de ondergrondse ruimte onder de kroonprojectie bevinden zich wortels die van belang zijn voor de instandhouding. Pas bij aanleg van verharding ten behoeve van de inrit of de Graven in de ruimte onder de kroonprojecties van zomereik 34 en 35 kan in de grasberm tot een diepte van 30 centimeter. Het wortelpakket van fijne wortels dieper dan 30 centimeter is van belang voor het behoud van de bomen. kan niet in verband met het verlies van de intensieve beworteling. Aanbevolen wordt de verharding als volgt op te bouwen en de groeiplaatsen te verbeteren met als doel voldoende voeding voor de komende 7 jaar te geven. Afstand tot verharding De afstand van de stamvoeten tot de rand van de verharding is 2 meter. Graszode verwijderen Handmatig verwijderen zodat geen rottingsprocessen ontstaan onder de toekomstige verharding. -30-
Boom Effect Analyse IJzerloo Groeiplaatsverbetering Pas lavameel toe. Strooi dit onder de gehele kroonprojectie vermeerderd met 1,5 meter. Lavameel bestaat uit gemalen vulkanisch gesteente. Dit heeft een hoog gehalte aan sporenelementen en mineralen zoals calcium, magnesium, kalium en goed opneembare silicium. Lavameel levert 7 tot 10 jaar lang, voldoende mineralen op. Geogrid Breng kunststof geogrid als eerste aan. Geogrid wordt gebruikt als funderingswapening en voor de stabilisatie van de ondergrond. Door het toepassen van een geogrid kan de laagdikte van een traditionele laagopbouw worden gereduceerd. Daarnaast kan de draagkracht van een ondergrond verhoogd worden voor belasting. Beluchtingskratten Breng beluchtingskratten aan op het geogrid. De luchtlaag die ontstaat, voorziet de wortels onder de verharding van voldoende zuurstof na het aanbrengen van de verharding. De constructie bestaat uit beluchtingskratten van minimaal 4 cm hoog. De constructie wordt ingepakt met een filtervlies. Deze is zuurstof- en waterdoorlatend. De boomkratten worden door middel van buizen met afdekkappen van een goede de beluchting voorzien. Deze kokers worden in een grid met een onderlinge afstand van 2 x 2 meter aangebracht. De beluchtingsbuizen worden tot 60 centimeter diepte in de bodem ingeboord, vanaf de onderzijde van het krat gerekend.
De bodem kan zo zuurstof, kooldioxide en andere gassen blijven uitwisselen met de buitenlucht. Hierop wordt een dunne of dikkere laag straatzand aangebracht waarop de verharding gevleid wordt. Zorg dat de beluchtingskokers doorlopen tot in de verharding. Dek de gaten af met afdekkappen. Zuurstof- en waterdoorlatende verharding Breng de verhardingslaag aan. Voorwaarde is dat deze water- en zuurstofdoorlatend is. Dit kan een elementenverharding zijn van klinkers, die op enige centimeters dik straatzand gevleid worden. Of het kan een halfverharding zijn. Ieder poreus half verhardingsmateriaal is hiervoor geschikt, mits er geen 0-fractie in zit. Dit voorkomt een verkitte toplaag die niet zuurstofdoorlatend is.
5.3 Werk buiten de kroonprojectie Hanteer de vuistregel dat de beworteling evenveel ruimte beslaat als de kroonprojectie. Daarom is de beschermde boomzone (kroonprojectie + 1,5 meter, zie bijlage 5) voor duurzame handhaving van de boom essentieel. Binnen de beschermde boomzone zijn de volgende richtlijnen van toepassing.
Niet graven; Niet ophogen; Geen wadi’s of andere water afvoerende voorzieningen aanbrengen; Geen kabels en leiding tracés aanleggen; Geen opslag van materiaal of materieel tijdens de uitvoering.
-31-
Boom Effect Analyse IJzerloo Hiermee wordt schade aan wortels voorkomen. In de praktijk is het vanwege ruimtegebrek vaak onmogelijk om alle (ondergrondse) voorzieningen en verhardingen buiten de beschermde boomzones te plannen. Ophogen onder kroonprojecties kan alleen indien voldoende maatgelen getroffen worden voor het voorzien van voldoende zuurstof in de bodem met behulp van beluchtingskratten en beluchtingskokers zoals is beschreven in de vorige paragraaf. Bij de nadere uitwerking kunnen nieuwe knelpunten en risico’s zichtbaar worden voor bomen. In dat geval kan een boomonderzoek specifiek voor die vragen worden uitgevoerd.
5.4 Plan de bouwinrit en opslag buiten kroonprojecties Boombescherming begint in de conceptfase van het plan. Zware wagens veroorzaken verdichting van de bodem. Plan daarom tijdens de conceptfase de bouw van de bouwinrit en de plaatsen voor de opslag van materieel en bouwmateriaal. Zo wordt duidelijk óf er tijdens de bouw knelpunten zijn om op te lossen, met als doel het duurzaam in stand houden van de boom. De voorkeur voor de bouwinrit vanuit boombelang is een inrit langs de Warmelinckweg. Daarmee blijven de groeiplaatsen van de volgroeide eiken langs de Thijsweg en Kruisdijk optimaal behouden.
5.5 Behoud open groeiplaatsen Over het algemeen kunnen bomen slecht tegen groeiplaats verandering. Op dit moment hebben sommige bomen grotendeels open grond onder de kroonprojectie die begroeid is met kruiden en/of struiken. Dit is de meest gunstige groeiplaats voor een boom. Handhaaf de open grond onder de kroonprojectie zoveel mogelijk in het herinrichtingsplan voor de buitenruimte.
5.6 Uitvoering Algemene aanbevelingen voor werken bij de bomen zijn hieronder opgenomen. Werkafspraken maken Voor aanvang van de werkzaamheden kunnen al maatregelen genomen worden om de bomen te beschermen. Werk volgens een goedgekeurd werkplan. Het werkplan legt de afspraken vast tussen gemeente en aannemer die gaan over zorgvuldig werken rondom bomen. Het werkplan vermeldt onder andere gedetailleerd per boom: wanneer, op welke wijze, volgens welke (uitgewerkte) randvoorwaarden, met welk materieel en met welke hulpmiddelen werkzaamheden (moeten) worden uitgevoerd. De algemene randvoorwaarden voor de bescherming van bomen op de bouwplaats is hieronder beschreven en zijn te zien op de poster in de bijlage.
-32-
Boom Effect Analyse IJzerloo Rijplaten of dragline schotten op grof zand Als er een bouwinrit of een opslagplaats nodig is, dan is behoud van de bodemstructuur cruciaal. Voorkom verdichting door de toepassing van rijplaten of dragline schotten op 20 centimeter aan te brengen grof zand. Daardoor wordt de druk te verspreid en verdichting voorkomen; Het belangrijke voordeel van dragline schotten boven stalen rijplaten is dat de druk beter verdeeld wordt over de bodem. Bouwkeet op balken Plaats een bouwkeet buiten de beschermde boomzones. Wanneer dit onmogelijk is, dan de bouwkeet plaatsen op balken zodat de druk verdeeld wordt. Dit voorkomt verdichting. Boombescherming Beschermde boomzones van solitairen en boomgroepen afzetten met bouwhekken zodat deze tijdens de bouwwerkzaamheden ontoegankelijk zijn. Geen materialen opslaan binnen de beschermde boomzone. Vloeistoffen en afvalwater van cement Vóór, tijdens en na de bouw geen vloeistoffen zoals afvalwater en resten van species in de bodem laten lopen. Door een mogelijke vergiftiging sterven wortels af en raakt de conditie in verval. Kabels en leidingen Binnen de beschermde boomzones geen kabels en leiding tracés aanleggen, anders dan met behulp van gestuurde boor techniek. Snoei Beperk snoei aan alle bomen en vooral de volgroeide exemplaren tot de voor de veiligheid hoogst noodzakelijke ingrepen.
Houdt de bladmassa zoveel mogelijk intact. Uitzondering hierop is zijn de elzensingels met de nummers 20, 37 en 38. Dit zijn knotbomen en kunnen desgewenst gesnoeid worden. Laat snoeiwerkzaamheden alleen over aan een boomverzorger. Wortels afzagen Wortels met diameters groter dan 5 centimeter moeten gehandhaafd worden. Wortels met een diameter kleiner dan 5 centimeter, kunnen recht afgezaagd worden. Deze wonden zijn goed overgroeibaar waardoor aantasting door houtrottende schimmels voorkomen wordt. Grondwaterbemaling Grondwaterbemaling in de herfst of winter heeft geen nadelig effect op de bomen. Dit is dus de meest gunstige periode voor de uitvoering van een eventueel benodigde bemaling voor het duurzaam behoud van de bomen. Er zijn dan geen aanvullende maatregelen nodig om de bomen van water te voorzien.
-33-
Boom Effect Analyse IJzerloo Grondwateronttrekking in de lente en zomer heeft een nadelig effect op de conditie van bomen. Wanneer het een droog groeiseizoen is zoals in de voorgaande jaren, dan hebben de bomen een dubbel nadeel. Geadviseerd wordt als de werkzaamheden in de lente of zomer plaatsvinden, een retourbemaling toe te passen. Hierdoor verandert het vochtpercentage in de diepere bodem niet en kunnen de bomen vocht op blijven nemen. Bomenkennis in het bouwteam Ogenschijnlijk kleine ingrepen kunnen grote gevolgen hebben voor de bomen. Om deze gevolgen van verschillende ingrepen voor de werknemers buiten en toezichthouders inzichtelijk te maken is jaren geleden een poster ontwikkeld: “Veilig werken rondom bomen”. Worden de regels van de poster gevolgd, dan worden de risico’s voor de bomen beperkt en is het voortbestaan van de bomen op langere termijn gewaarborgd. Geadviseerd wordt de medewerkers hiervan in kennis te stellen en posters op te hangen in de bouwkeet (zie bijlagen). Om de aandacht erop te blijven vestigen kan de boombescherming als vast agendapunt tijdens bouwvergaderingen worden besproken. Bomenwacht Door het aanstellen van een bomenwacht kunnen deze werkzaamheden bij de bomen worden begeleid en direct worden gecontroleerd. De bomenwacht opereert onafhankelijk van de aannemer.
Dit kan een deskundige medewerker van de gemeente zijn of een aan te stellen externe adviseur/toezichthouder.
5.7 Boomveiligheid
Geadviseerd wordt boom 23 te vellen of nader te onderzoeken met behulp van specialistische apparatuur. Geadviseerd wordt zomereik 34 jaarlijks visueel te controleren op veiligheid.
5.8 Nazorg Nazorg bestaat uit het instandhouden van gunstige groeiplaatsomstandigheden. Hieronder wordt ingegaan op voedselvoorziening en de monitoring van de bomen. Bodem onderzoek Na afloop van alle werkzaamheden is het aan te bevelen om de groeiplaatsomstandigheden te controleren door middel van het uitvoeren van grondboringen en bodemweerstand te meten. Vaak treedt na berijding met zwaar materieel verdichting op. In een verdichte bodem kan zuurstof moeilijk toetreden en vindt wortelsterfte plaats. Worden te hoge indringingsweerstanden (boven de 4 MPa) aangetroffen dan kan doormiddel van ploffen (het pneumatisch openbreken van de bodem) de verdichting worden opgeheven. Monitoring Na de werkzaamheden is het belangrijk om te controleren of zich wijzigingen hebben voorgedaan in de groeiplaatsvoorden, de conditie en de mechanische kwaliteit. Geadviseerd wordt gedurende 3 jaar de boom en zijn groeiplaatsomstandigheden jaarlijks te monitoren. Indien nodig, kan dan tijdig bijgestuurd worden. -34-
Boom Effect Analyse IJzerloo
Verklarende woordenlijst Klimop groeit omhoog tegen de stam. Soms groeit klimop ook in de kroon. Is dit gevraagd of schadelijk voor de boom? In principe is klimop niet schadelijk. Het levert voedsel en beschutting aan vlinders, insecten en vogels. Het heeft meerwaarde voor de natuur. Alleen wanneer een boom in zeer matig tot slechte conditie verkeert, kan klimop in de kroon verhinderen dat slapende knoppen op gesteltakken uitlopen (reïtteratiegroei). In dat geval is de klimop hinderlijk voor de boom die in de overlevingsmodus is. Daarnaast kan de klimop een goed zicht ontnemen op de stam. Tijdens een boomveiligheidsinspectie wordt een inschatting gemaakt of het noodzakelijk is de klimop te verwijderen ten behoeve van de uitvoering van de VTA. Plakoksels zijn te herkennen als steil groeiende takken of kroondelen die met een scherpe Vvorm tegen elkaar groeien. Door diktegroei in de loop der jaren wordt de schors van beide stammen, aan de bovenzijde ingesloten. Daardoor is de verbinding zwakker dan een takaanhechting die aangehecht is in de vorm van een ‘U’. Signalen die wijzen op mogelijk breukgevaar van een stam- of kroondeel met een plakokselverbinding, is versterkingsgroei waardoor uitstulpingen of ‘oren’ aan één of beide zijdes van de verbinding ontstaan. Andere signalen zijn onregelmatig gevormde of loslatende bast of een houtscheur ter hoogte van de verbinding.
Reïtteratiegroei is de benaming voor takken die uitlopen op gesteltakken. Deze twijgen in de binnenkroon groeien uit slapende knoppen op een hoofdtak. Wanneer er licht op valt door forse snoei en/of door een transparanter wordende kroon, groeien deze uit. De reïtteratiegroei voorziet de boom van de voor groei benodigde suikers. Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa) veroorzaakt witrot van het spint- en kernhout in de wortelaanzetten en stamvoet. De aantasting kan windworp veroorzaken. Stamschot ontstaat als gevolg van een (zware) snoei ingreep of een transparant wordende kroon door achteruitgang in conditie. Het verlies van blad wordt gecompenseerd door scheuten vanuit de wortels of de stam. Stamschot kan voorkomen aan de stamvoet en op de stam. Deze takken hebben een zwakke aanhechting waardoor ze op de lange duur breukgevaarlijk kunnen worden. Bij regulier onderhoud hoort daarom het periodiek verwijderen van stamschot. Versterkingsgroei is doelgerichte, extra houtafzetting op plaatsen waar de boom een mechanische verzwakking heeft. Hiermee verstevigt de boom de mechanisch zwakke plek met als doel zichzelf zo lang mogelijk in stand te houden. Wilgenhoutrups boort gangen in de onderstam van loofbomen. De rups vreet gangen in het hout waardoor bomen uiteindelijk breukgevoelig worden.
Boom Effect Analyse IJzerloo
Bijlage 1: kaart met boomnummers Voor deze BEA is gebruik gemaakt van de ter beschikking gestelde kaart met het stedenbouwkundig plan. Het boomnummer op de kaart verwijst naar de gegevens in de tabel met onderzoeksresultaten in hoofdstuk 3. Behalve de boomnummer, bevat deze kaart de weergave van de ingemeten kroonprojecties.
1 1
2 19
3 18
38
39
40
4 41 42
43
5 20 6
37 21 36
7 35
25
34 33
30
17
8 16 15 14
9
10 11 13
12 Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T:0314 642221 E-mail: info@foreestgroenconsult.nl
Bureau Ontwerp & Omgeving Boom Effect Analyse IJzerloo Boomnummers en kroonprojecties met stedenbouwkundige opzet als ondergrond FGC
Datum
4-12-2023
Schaal
-
Bestand
Status
Definitief
Formaat
A3
Tekeningnr.
Kaart IJzerloo_BEA 1 van 1
Boom Effect Analyse IJzerloo
Bijlage 2: poster ‘Kwetsbare boomzone’ De hierna volgende poster wordt gebruikt als landelijke richtlijn. De poster is ontwikkeld dankzij een samenwerkingsverband van Stadswerk, Norminstituut bomen, VHG, Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen, Bouwend Nederland en Groenkeur.
Boom Effect Analyse IJzerloo
Bijlage 3: poster ‘Werken rond bomen’ De hierna volgende poster wordt gebruikt als landelijke richtlijn. De poster is ontwikkeld dankzij een samenwerkingsverband van Stadswerk, Norminstituut bomen, VHG, Gemeentelijk Platform Kabels en Leidingen, Bouwend Nederland en Groenkeur.