Bijlage 1 - TAM-omgevingsplan
Tekst van het document
Dat betekent dat er niet langer van uit kan worden gegaan dat significante effecten van een bestemmingsplan op voorhand uitgesloten kunnen worden als de stikstofdepositie niet stijgt ten opzichte van de referentiesituatie (dus als de stikstofdepositie niet stijgt ten opzichte van de feitelijk bestaande planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan). Zelfs als de stikstofdepositie niet stijgt, zal er voor het plan een passende beoordeling gemaakt moeten worden. En intern salderen zal dan onderhevig moeten worden gemaakt aan een additionaliteitstoets. Met andere woorden: als er sprake is van een (dreigende) achteruitgang van de natuurwaarden in de Natura 2000-gebieden in en om Aalten, en er voor die Natura 2000-gebieden passende maatregelen moeten worden getroffen om die achteruitgang te stoppen, dan zal door de gemeente aangetoond moeten worden dat er voldoende passende maatregelen worden getroffen, zodat de noodzakelijke daling van de stikstofdepositie binnen afzienbare termijn plaatsvindt. Anders mag in het bestemmingsplan niet toegestaan worden dat de activiteiten binnen het depositieplafond van de referentiesituatie wijzigen. Beoordeling zienswijze door college van B&W 1. Het is vaste jurisprudentie dat onherroepelijke natuurvergunningen één-op-één mogen worden ingepast in het omgevingsplan. Deze werkwijze hebben wij in dit geval toegepast.
Als in een (gebruiks)regeling in het bestemmingsplan wordt verwezen naar een natuurvergunning, moet duidelijk zijn om welke vergunning het precies gaat, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de datum en het kenmerk van de vergunning. Dat is precies wat er in dit conceptplan is uitgewerkt, uiteraard voorzover de bedrijven beschikken over een correcte natuurvergunning. Die bedrijven zijn opgenomen in bijlage I van de planregeling. De bepaling van het bestemmingsplan is overigens op geheel andere gronden vernietigd. Wij verwijzen naar de uitspraak van 4 maart 2020, nr. 201603579/4/R1, onder overweging 23.8. Deze overweging is -ook ter informatie- integraal als bijlage bij deze nota opgenomen. 2. Deze stelling is naar ons oordeel niet juist. Bij bedrijven die beschikken over een natuurvergunning hoeft niet te worden uitgegaan van de feitelijk bestaande planologisch bestaande situatie, maar is de natuurvergunning de leidende referentie. Dit blijkt ook uit het beoordelingskader van de Raad van State dat in de bijlage 1 is opgenomen. Als er een natuurvergunning is verleend dan is dat het referentiekader. De omvang van een natuurvergunning is daarbij als volgt beschreven: de gevolgen van activiteiten die aanwezig zijn of konden zijn (= incl. onbenutte ruimte).
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
8 van 16
Pagina
3. De bedoelde regeling met betrekking tot de veebezetting is niet van toepassing op de bedrijven die beschikken over een natuurvergunning, maar op de overige bedrijven (die zo’n vergunning niet hebben). Omdat de veebezetting kan fluctueren is een ruimere termijn voor de referentiesituatie in het omgevingsplan opgenomen. Wij verwijzen hierbij naar het gestelde in de toelichting van dit plan. “De veebezetting kan (afhankelijk van het soort bedrijf) sterk fluctueren. Door het vastleggen van de veebezetting op de exacte datum van vaststelling van het omgevingsplan kunnen bedrijven onevenredig in de belangen worden geschaad. De hoogste omvang van de veestapel in de periode van 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van het plan op grond van feitelijk aanwezig planologisch toegestaan gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot die veehouderij is daarom bepalend voor de bestaande stikstofdepositie zoals vastgelegd in de begripsbepaling. Deze omvang van de veestapel kan bijvoorbeeld worden bepaald aan de hand van de fiscale boekhouding of een melding, waarbij rekening is gehouden met de op dat tijdstip feitelijk aanwezige stalsystemen en voorzieningen ter beperking van de stikstofdepositie”. Voor het gemeentebestuur is het onbillijk dat er slechts één peildatum in het plan wordt opgenomen, waarop in de stallen -om welke reden dan ook- mogelijk geen vee is gehuisvest. 4.
Indien en voor zover het beweiden niet in een natuurvergunning is opgenomen, is het bepaalde in 1.16 van de begripsbepalingen van toepassing, te weten: “waarbij in het geval sprake is van beweiden en bemesten wordt uitgegaan van de wijze van beweiden en bemesten conform de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie in de periode van 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de wijziging van dit omgevingsplan”. 5. Het intern salderen is inderdaad niet (meer) vergunningvrij. Echter het gaat in dit geval niet om vergunningverlening, maar om het vastleggen van de referentiesituatie voor de verschillende agrarische bedrijven. Wij zijn van oordeel dat met de voorgestelde planregeling een verslechtering of significante verstorende effecten van Natura 2000-gebieden door middel van stikstofdepositie op die gebieden wordt uitgesloten. Er kan qua agrarische bedrijfsvoering slechts worden geopereerd binnen de bestaande stikstofdepositie, zoals uitgewerkt in artikel 1.16 van de begripsbepalingen. In het omgevingsplan is geen sprake van intern salderen. Wanneer agrarische bedrijven in de toekomst de bedrijfsvoering wijzigen zal een nieuwe vergunning dienen te worden aangevraagd.
Consequentie is dat op dat moment in het projectspoor een vergunning voor een Natura 2000-activiteit (met passende beoordeling) nodig is, maar dat heeft, zoals aangegeven geen consequenties voor de planregeling. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de planregeling 5. De heer XX te Aalten. Ingekomen op 10 maart 2025 (documentnummer 567043) Inhoud van de zienswijze Bij deze het verzoek om dit alsnog op te nemen. De Wnb-vergunning is verleend door de Provincie en is onherroepelijk vastgesteld op 30 januari 2018 (2017-014409). In de wijzing van het omgevingsplan is geen mogelijke oplossing (bijv. veegplan) opgenomen om op termijn alsnog de juiste bedrijfsgegevens op te nemen. Dit geeft geen perspectief op een mogelijke oplossing waarmee de volledig Wnb-vergunning wordt opgenomen in het omgevingsplan.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
9 van 16
Pagina
Terugvallen op de omvang veestapel 1,5 jaar voor vaststelling van het omgevingsplan is geen duurzame oplossing voor de langere termijn. De Wnb-vergunning is gerealiseerd, gebouwen staan er. Nu wordt er met eigen opfok in een aantal jaren naar toegewerkt dat de vergunning volledig benut wordt. Als de omvang van de veestapel op het huidige niveau vastgelegd wordt in het omgevingsplan dan zal dat behoorlijke financiële consequenties hebben voor de langere termijn. Dat er op deze manier een extra beperking op het bedrijf wordt gelegd is voor mij onacceptabel. Ik ben dan ook genoodzaakt om alle financiële consequenties hierdoor te verhalen op u. Ik wil u daarom vragen om toch de huidige Wnb-vergunning op te nemen op de lijst bij het omgevingsplan Beoordeling zienswijze door college van B&W De vergunning van 30 januari 2018 is door Gedeputeerde Staten van Gelderland verleend met toepassing van een zgn. toestemmingsbesluit onder de PAS. Dit stelsel is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd. In deze vergunning is een toename van de stikstofdepositie toegestaan ten opzichte van de in 2012 afgegeven natuurvergunning. Een en ander betekent dat deze vergunning niet kan worden opgenomen in het omgevingsplan.
Voor deze situatie geldt dezelfde referentiesituatie als voor bedrijven zonder natuurvergunning: de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het de wijziging van het omgevingsplan. Uit deze beoordeling blijkt dat niet elk agrarisch bedrijf wordt geholpen met dit omgevingsplan. Op een ander niveau dient daarvoor eerst een oplossing te worden gevonden. In de voorliggende regeling, onder a, worden nu alleen de vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming genoemd, die niet gebaseerd zijn op de Passende beoodeling van het PAS. Zowel de vergunningen, die wel gebaseerd zijn op de PAS, als de PAS-meldingen gelden vooralsnog niet meer. Deze PAS is namelijk grotendeels onverbindend verklaard door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in 2019 en dat maakt dat de vergunning van 30 januari 2018 is verleend in strijd met een wettelijk voorschrift. In de beoordeling van de reactie van LTO is een toekomstperspectief geboden voor deze groep agrarische bedrijven. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de planregeling.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
10 van 16
Pagina
6. Klein Wolterink Vastgoed, namens de heer XX te Aalten. Ingekomen op 12 maart 2025 (documentnummer 567949) Inhoud van de zienswijze Verzocht de voor dit agrarisch bedrijf geldende Wnb-vergunning alsnog in het omgevingsplan op te nemen. Beoordeling zienswijze door college van B&W Voor dit bedrijf is door de provincie Gelderland een Wnb-vergunning verleend bij besluit van 5 augustus 2013, onder nummer 2013-007131. Abusievelijk is deze vergunning niet in het plan opgenomen. Besluit: Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de planregeling; deze Wnb-vergunning wordt aan het plan toegevoegd. 7. WIK Agrarisch advies en coaching, namens de eigenaren van de veehouderij XX Te Aalten. Ingekomen op 11 maart 2025 (documentnummer 567903) Inhoud van de zienswijze Namens de eigenaren van de veehouderij op de ……..Aalten, de familie …..geef ik u een reactie op het concept omgevingsplan Landelijk gebied. Mts. Klein Wolterink heeft het afgelopen 1½ jaar en de jaren daarvoor maximaal gebruik gemaakt van de vergunde situatie van de melding Activiteitenbesluit (AIM-nummer: Aqgbm67csks) van 7 juli 2015 en bijbehorende Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) nr. 1880125 met zaaknummer 2015W0031.
In deze vergunningen zijn de volgende dieraantallen vastgelegd: 18 zoogkoeien 14 vrouwelijk jongvee 5 vleeskalveren 6 vleesstieren en overig vleesvee tot 24 maanden 11 fokstieren en overig vleesvee ouder dan 2 jaar 4 geiten 2088 gespeende biggen 120 kraamzeugen 395 guste en dragende zeugen 2 dekberen 12 opfokzeugen 332 vleesvarkens Deze aantallen dieren zijn dan ook daadwerkelijk gehouden de afgelopen jaren. De agrarische gronden die in eigendom zijn van mts. Klein Wolterink zijn altijd bestemd geweest als agrarisch en als zodanig gebruikt. Het vleesvee heeft hier regelmatig op geweid. Voor de rest zijn de gronden bemest binnen de wettelijke mogelijkheden van de meststoffenwet.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
11 van 16
Pagina
Beoordeling zienswijze door college van B&W In dit omgevingsplan worden slechts de daarvoor in aanmerking komende provinciale Nbw-vergunningen één-op-één ingepast. Voor dit bedrijf geldt nog geen natuurvergunning, die zou kunnen worden opgenomen in dit plan. Zodra voor dit bedrijf een natuurvergunning is verleend, die ook als passend is beoordeeld, kan deze -ook in het ruimtelijk spoor- aan de bedrijfslocatie worden toegevoegd, bv. met behulp van een zgn. veegplan. Besluit: Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de planregeling. 8. F.G. Bedrijfsontwikkeling, namens maatschap XX te Aalten. Ingekomen op 13 maart 2025 (documentnummer 567949) Inhoud van de zienswijze Op 7 april 2017 is voor de locatie een vergunning Wet natuurbescherming afgegeven door het College van GS van Gelderland onder zaaknummer 2016-016072. Ik verzoek u deze vergunning op te nemen in bijlage 1 behorend bij het besluit. Beoordeling zienswijze door college van B&W Voor dit bedrijf is door de provincie Gelderland een Wnb-vergunning verleend bij besluit van 7 april 2017, onder nummer 2016-016072. Met inachtneming van deze natuurvergunning is een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de varkenshouderij. Deze omgevingsvergunning heeft stand gehouden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie uitspraak van 23 december 2020, nr. 201901123/1/R4).
Deze vergunning is via een zgn. uitgebreide omgevingsvergunning procedure tot stand gekomen en ook reeds zichtbaar in het tijdelijk omgevingsplan. Abusievelijk is deze vergunning niet in het plan opgenomen. Besluit: Deze zienswijze leidt tot aanpassing van de planregeling; deze Wnb-vergunning wordt aan het plan toegevoegd. 9 De heer XX, te Aalten. Ingekomen op 12 maart 2025 (documentnummer 567991) Inhoud van de zienswijze Er is een pro forma reactie ingediend. Deze wordt naderhand gemotiveerd. Bij mailbericht van 31 maar 2025 wordt nog om wat respijt gevraagd. Beoordeling zienswijze door college van B&W Betrokkene is in de gelegenheid gesteld de zienswijze aan te vullen binnen een termijn van veertien dagen. Voor deze locatie is geen natuurvergunning verleend door Gedeputeerde Staten.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
12 van 16
Pagina
In het omgevingsplan wordt nu de referentiesituatie vastgelegd voor wat betreft de stikstofdepostie door agrarische bedrijven. Voor zover wordt beschikt over een correcte Nbw-vergunning van de provincie Gelderland is die vergunde/toegestane omvang het kader. Voord de locatie Driehonderdmeterweg 3 is geen Nbw-vergunning afgegeven. In dat geval wordt de referentiesituatie in het omgevingsplan als volgt vastgelegd in begripsbepaling 1.16 (voor zover van belang): indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als in de aanhef bedoeld is de bestaande stikstofdepositie: de hoogste stikstofdepositie die door een agrarisch bedrijf 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan op grond van het feitelijk aanwezig en planologisch toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot die veehouderij is voortgebracht. De agrarische bedrijfsvoering dient met inachtneming van deze referentiesituatie te worden uitgeoefend. Binnen de (nader) gestelde termijn is geen onderbouwde aanvulling op de zienswijze ontvangen. Besluit: Deze reactie leidt niet tot aanpassing van de planregeling.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
13 van 16
Pagina
Afstemming en samenwerking 1. Provincie Gelderland, Postbus 9090, 6800 GX Arnhem Ingekomen op 3 maart 2025 en (documentnr. 565239) en 13 maart 2025 (documentnummer 568735). Inhoud van de overlegreactie: Bij mailbericht van 3 maart 2025 wordt aangegeven dat de reactie nog op zich laat wachten. De aanvulling is bij brief van 13 maart 2025 ingekomen en die luidt als volgt: “In het plan spelen de provinciale belangen landschap, klimaatadaptatie. Deze zijn goed meegewogen in uw plan. Gezien de gevolgen van de uitspraak van de Raad van State op 18 december 2024 over stikstof, hebben wij dit plan voorgelegd aan onze collega”s van vergunningverlening. In het voorliggende concept-omgevingsplan lijkt alle inzet erop gericht om zo goed mogelijk te regelen dat het plan geen nieuwe of gewijzigde ontwikkelingen mogelijk maakt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van inpassing van bestaande vergunningen en wordt gekeken naar de feitelijke legale situatie. Wij gaan ervan uit dat wanneer deze opzet slaagt er niets gemitigeerd wordt, waarover in de uitspraak van de Raad van State wordt gezegd dat intern salderen een vorm van mitigeren is. Wij adviseren echter om de opzet van het omgevingsplan nog eens te beoordelen in het licht van de Raad van State uitspraak”. Beoordeling ingekomen reactie door college van B&W Wij waarderen deze positieve beoordeling.
In het plan wordt inderdaad de referentiesituatie neergelegd ten behoeve van de agrarische bedrijvigheid, inclusief het beweiden en bemesten. Deze referentie geldt zowel voor de zgn. huiskavels als de agrarische productiegebieden. Op 18 december 2024 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan over intern salderen met ongebruikte stikstofruimte bij twee bedrijven in Noord-Brabant. De hoofdlijn van deze uitspraak is dat voor het intern salderen (toch) weer een natuurvergunning nodig is voor projecten met stikstofdepositie. En wel met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 De uitspraak heeft met name gevolgen voor de provinciale vergunningverlening voor natuurvergunningen. Daarvoor zal een nieuw zogenoemd beoordelingskader moeten worden opgesteld door het provinciaal bestuur. In het omgevingsplan is geen sprake van intern salderen. Wanneer agrarische bedrijven in de toekomst wijzigen zal bij toetsing aan de planregels in sommige gevallen intern worden gesaldeerd. Consequentie is dat op dat moment in het projectspoor een vergunning voor een Natura 2000-activiteit (met passende beoordeling) nodig is, maar dat heeft, zoals aangegeven geen consequenties voor de planregeling. Besluit: Deze overlegreactie leidt niet tot aanpassing van het plan.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
14 van 16
Pagina
Ambtshalve wijziging Adres/artikel
Wijziging
Beunkdijk 1a te Aalten
Voor het perceel Beunkdijk 1a hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland op 9 augustus 2024 een vergunning op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder e van de Omgevingswet verleend. Deze vergunning is onherroepelijk. Het gaat in dit geval om de omzetting van een PAS-melding in een natuurvergunning. Deze onherroepelijk natuurvergunning wordt aan het omgevingsplan toegevoegd.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
15 van 16
Pagina
BIJLAGE 1 Overweging 23.8 uit de uitspraak van 4 maart 2020 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: 23.8. De in artikel 3, lid 3.4.2, aanhef en onder a, van de planregels opgenomen regeling is niet in overeenstemming met de hiervoor uiteengezette uitgangspunten. In de eerste plaats omdat deze regeling niet is geënt op het aantal dieren, dat wordt gehouden, maar op het aantal aanwezige dierplaatsen. Op het aan te houden peilmoment kan de betreffende stalcapaciteit echter daadwerkelijk nog niet volledig zijn benut, maar nadien echter wel. Daarbij komt dat niet is gesteld, en evenmin aannemelijk is, dat de aanwezige stalcapaciteiten op het peilmoment ook daadwerkelijk volledig waren benut. In geval op het peilmoment nog niet volledig benutte stalcapaciteit nadien alsnog wordt benut, leidt dit tot een toename van het aantal dieren ten opzichte van de referentiesituatie en dus tot een stijging van de stikstofemissie en -depositie, en zonder dat dan onderzoek heeft plaatsgevonden naar de gevolgen daarvan voor Natura 2000-gebieden. Ten tweede volgt uit deze regeling niet dat het op het peilmoment bestaande gebruik alleen mag worden voortgezet voor zover dat gebruik planologisch legaal was, dat wil zeggen in overeenstemming was met de planologische situatie op het peilmoment.
In dit verband wijst de Afdeling erop dat in artikel 1, lid 1.24, van de planregels is vastgelegd dat onder "bestaand gebruik" wordt verstaan "het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtens bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldend planologische regime". Artikel 3, lid 3.4.2, aanhef en onder a, van de planregels bevat echter een eigen definitie van "bestaand gebruik" en deze is niet gelijk aan de algemene omschrijving van dat begrip, als opgenomen in artikel 1.24 van de planregels. Uit de regeling van artikel 3, lid 3.4.2, aanhef en onder a, van de planregels volgt namelijk niet dat in geval van bestaand gebruik ook sprake dient te zijn van een planologisch legaal gebruik. Daarbij wijst de Afdeling er tevens op dat in dat artikelonderdeel ook de woorden "dan wel rechtens toegestaan" worden gebezigd, waaruit juist lijkt te gevolgen dat het bij bestaand gebruik slechts om het feitelijke gebruik ten tijde van het peilmoment gaat. Ook zou uit artikel 3, lid 3.4.2, aanhef en onder a kunnen worden afgeleid dat dat artikelonderdeel ook ziet op gebruik dat overeenkomstig de verleende vergunningen dan wel gedane meldingen uit hoofde van de milieuwetgeving, als opgenomen in bijlage 6 van de planregels, is toegestaan, en zonder dat dat gebruik op de peildatum plaatsvond.
In de derde plaats is het in artikel 3, lid 3.4.2, aanhef en onder a, gekozen peilmoment, namelijk de inwerkingtreding van het plan, in beginsel onjuist. Zoals hiervoor is overwogen dient voor het peilmoment in beginsel aangesloten te worden bij het moment van vaststelling van het plan. Dit is immers ook het moment waarop de gevolgen van het (nieuwe) plan bekend moeten zijn. Tussen de vaststelling en de inwerkingtreding van een bestemmingsplan kan een geruime periode liggen waarbinnen het veebestand en daarmee dus de stikstofuitstoot en -depositie kunnen toenemen. Tot slot wijst de Afdeling erop dat weliswaar blijkens bijlage 6 bij de planregels een groot aantal veehouderijen beschikt over een natuurvergunning, maar daarbij is niet vast komen te staan dat het in al die gevallen gaat om natuurvergunningen waar passende beoordelingen aan ten grondslag hebben gelegen en die een één-op-ééninpassing in het plan hebben gekregen. Bovendien ligt in deze procedure ook de vraag voor of de gevolgen van het weiden van melkvee passend zijn beoordeeld. Dit komt hieronder verder aan de orde.
Reactienota TAM=omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk Gebied herstelbesluit 16-4-2025
16 van 16
Pagina
Regels Preambule Dit plan vervangt de stikstofregeling zoals opgenomen in het omgevingsplan Aalten, deze regeling is opgenomen in artikel 3, lid 3.4.2 en artikel 4, lid 4.4.2 van het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied 2015' en de regeling voor de locatie Velsdijk op de percelen kadastraal bekend gemeente Aalten sectie S, nummers. 838 en 858, nabij nummers 6 en 6a, zoals opgenomen in artikel 8 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Aalten 2007', artikel 8 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Aalten 2004' (vastgesteld op 14 december 2004) en artikel 3.1.3 van het bestemmingsplan 'Buitengebied, parapluherziening 2012' (onherroepelijk 20 juni 2013). Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Aalten. De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Aalten. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22a gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22a gelezen worden.
46/71
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen: 1.1 plan: het Omgevingsplan gemeente Aalten; 1.2 toepassing omgevingsplan begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken; 1.3 TAM-omgevingsplan het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM00001-ON01 van de gemeente Aalten; 1.4 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren. 1.5 agrarisch bouwvlak: Een in het plan als zodanig aangegeven bouwvlak, waarop de agrarische bedrijfsbebouwing met de (bedrijfs)woning is geconcentreerd.
1.6 agrarisch grondgebruik: een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, gericht op het benutten van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond; 1.7 akker- en tuinbouw; de teelt van gewassen op open grond; 1.8 archeologisch deskundige: de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg; 1.9 archeologisch onderzoek: onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;
47/71
archeologische waarden: 1.10 de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden; 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.12 bedrijf: het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen en/of het leveren van diensten; 1.13 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning; 1.14 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daarin, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.15 bestaand: het gebruik dat en/of de bebouwing die ten tijde van het inwerkingtreden van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit legaal plaatsvindt, respectievelijk legaal aanwezig is, dan wel bebouwing die kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning; 1.16 bestaande stikstofdepositie: de stikstofdepositie die een veehouderij ten tijde van de vaststelling van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit op grond van een onherroepelijk verleende vergunning als bedoeld in
artikel 2.7 Wet natuurbescherming of als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 danwel een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet of artikel 7, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming is aangehaakt en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in Bijlage 1 Overzicht veehouderijen met natuurtoestemming, mag voortbrengen met dien verstande dat: 1. een ten tijde van de vaststelling van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit verleende en onherroepelijke vergunning zoals in de aanhef bedoeld, waarbij in het geval sprake is van beweiden en bemesten wordt uitgegaan van de wijze van beweiden en bemesten conform de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie in de periode van 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit; 2. indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als in de aanhef bedoeld is de bestaande stikstofdepositie: de hoogste stikstofdepositie die door een agrarisch bedrijf 1,5 jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan op grond van het feitelijk aanwezig en planologisch toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot die veehouderij is voortgebracht.
48/71
bouwen: 1.17 Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.18 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarische bedrijfsvoering, waarbij de productie voor méér dan de helft afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond (als productiemiddel) waar het bedrijf over kan beschikken, waaronder een melkrundveehouderijbedrijf, een melkgeitenhouderijbedrijf, een schapenhouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuin-bouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderijbedrijf, en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven; 1.25 landschapswaarden: de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of
geomorfologisch opzicht; 1.26 negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie: elke toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol stikstof) per hectare per jaar op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied; 1.27 niet grondgebonden agrarische bedrijfsvoering: een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel, zoals een intensieve veehouderij;
49/71
normaal onderhoud en beheer: 1.28 werkzaamheden met het doel objecten in zodanige conditie te houden of te brengen dat voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; 1.29 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.30 overkapping: een voor mensen toegankelijke, overdekte en zonder wanden omsloten ruimte; 1.31 perceelsgrens: de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut; 1.32 stikstofdepositie: neerslag van stikstofverbindingen uit de atmosfeer op een habitat, waarbij de belasting, op een punt binnen het habitat, wordt uitgedrukt in mol N/ha/jr en de belasting op het habitat in geheel in mol N/jr; 1.33 voor stikstofgevoelige habitats: voor stikstof gevoelige leefgebieden voor vogelsoorten, natuurlijke habitats en habitats van soorten waarvoor een instandhoudingsdoelstelling geldt; 1.34 woning; Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie).
50/71
Artikel 2
Toepassingsbereik
a. De regels in dit TAM-omgevingsplan wijzigen de regels van het Omgevingsplan gemeente Aalten op de locatie als bedoeld onder f, zijnde artikel 3 (bestemming Agrarisch), lid 3.4.2, artikel 4 (bestemming Agrarisch met waarden), lid 4.4.2 van het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2015 (zoals dat is vastgesteld op 21 maart 2017) en van artikel 8 (Agrarisch met landschapswaarden) van het bestemmingsplan 'Correctieve herziening/actualisatie buitengebied Aalten 2007' (zoals dat is vastgesteld op 20 november 2007) en artikel 8 van het bestemmingsplan Buitengebied Aalten 2004 (vastgesteld op 14 december 2004) voor de locatie Velsdijk op de percelen kadastraal bekend gemeente Aalten sectie S nummers 838 en 858, nabij nummers 6 en 6a, en artikel 3.1.3 van het bestemmingsplan Buitengebied, parapluherziening 2012 (onherroepelijk 20 juni 2013); b. De regels van het Omgevingsplan emeente Aalten blijven onverminderd van toepassing op de locatie zoals bedoeld onder f, voorzover de regels in dit TAM-omgevingsplan deze niet hebben gewijzigd; c. De regels van het omgevingsplan van de gemeente Aalten, met daarbij inbegrepen afdeling 22.2 en afdeling 22.3 (met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3), blijven buiten toepassing indien er sprake is van strijdigheid met de regels van dit TAM-omgevingsplan; d.
De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op het landelijk gebied van de gemeente Aalten (de bestemming Agrarisch en Agrarisch met waarden) en de locatie Velsdijk in het buitengebied zoals bedoeld onder a, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0197.TAM00001-ON01.
51/71
Artikel 3
Algemeen verbod
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande functies en activiteiten.
52/71
Hoofdstuk 2 Artikel 4
Functies en activiteiten
Agrarisch
4.1 Toepassingsbereik Voor de gronden waarop de bestemming 'Agrarisch' (artikel 3) van toepassing is, zoals opgenomen in de regels van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015', gelden deze regels in plaats van de regels als genoemd in artikel 3, lid 3.4.2 van dit bestemmingsplan. 4.2 Beoordelingsregels gebruik Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij die leidt tot een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied welke stikstofdepositie groter is dan de bestaande stikstofdepositie (mol/ha/jaar).
53/71
Artikel 5
Agrarisch met waarden
5.1 Toepassingsbereik Voor de gronden waarop de bestemming 'Agrarisch met waarden' (artikel 4) van toepassing is, zoals opgenomen in de regels van het bestemmingsplan 'Landelijk gebied 2015', gelden deze regels in plaats de regels als genoemd in artikel 4, lid 4.4.2 van dit bestemmingsplan. 5.2 Beoordelingsregels gebruik Als een met de bestemming strijdig gebruik wordt aangemerkt: het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij die leidt tot een stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied welke stikstofdepositie groter is dan de bestaande stikstofdepositie (mol/ha/jaar).
54/71
Artikel 6
Agrarisch met waarden - 2
6.1 Toepassingsbereik Voor de gronden waarop de bestemming 'Agrarisch met waarden' (artikel 8) van toepassing is, zoals opgenomen in het bestemmingsplan 'Correctieve herziening/actualisatie buitengebied Aalten 2007' en de bestemming 'Agrarisch met landschapswaarden' (artikel 8) van het bestemmingsplan 'Buitengebied Aalten 2004' en artikel 3.1.3 van het bestemmingsplan 'Buitengebied, parapluherziening 2012', gelden deze regels in plaats van regels van deze genoemde bestemmingsplannen. 6.2 Gebruiksregels In het voor 'Agrarisch met waarden - 2' aangewezen gebied is het volgende gebruik toegestaan: a. agrarisch grondgebruik, met uitzondering van het houden van vee en voorzieningen als mestputten, mestsilo's, sleufsilo's, kuilvoerplaten en daarmee gelijk te stellen voorzieningen en het gebruik en opslag van chemische bestrijdingsmiddelen; b. een akkerbouwbedrijf, met uitzondering van het wonen ten behoeve van het bedrijf en het gebruik en opslag van chemische bestrijdingsmiddelen; c. behoud, herstel en ontwikkeling van kleinschalige landschapselementen, zoals bosjes, houtwallen en poelen; d. zonnepanelen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak en ten behoeve van de energievoorziening.
6.3 Bouwregels 6.3.1 Bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend binnen een agrarisch bouwvlak toegestaan; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5,50 m; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de dakhelling mag niet minder bedragen dan 20° en niet meer dan 60°. 6.3.2 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 1 m.
55/71
Artikel 7
Waarde - Archeologie lage verwachting
7.1 Gebruiksregels De voor 'Waarde - Archeologie lage verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld; b. Indien uit sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of; 3.
de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring te laten begeleiden voor een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; c. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. Het in sub b bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 7.2.2 Advies archeoloog Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 7.2.1 sub a, wint zij advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 7.3 Uitzondering bouwregels Het bepaalde in artikel 7.2.1 sub a geldt niet indien: a. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of; b.
het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte met maximaal 5.000 m2 wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders, of;
56/71
c. gebouwen maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering worden vergroot, met behoud van bestaande funderingen. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2, waartoe wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakte verhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
7.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in artikel 7.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; c. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; d. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; e. ingeval op grond van de monumentenwet 1988 een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Monumentenwet 1988 van toepassing zijn. 7.4.3 Beoordelingsregels Ten aanzien van de in artikel 7.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate zijn vastgesteld.
In dien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld.
57/71
7.4.4 Voorwaarden omgevingsvergunning a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waaronder (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel gericht zijn, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, of; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologische deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen, en/of; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wint deze advies in bij een archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
58/71
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
59/71
Artikel 9
Algemene bouwregels
Indien maatvoeringen en/of situeringen van een bestaand bouwwerk afwijken van de beoordelingsregels als bedoeld in artikel 6 gelden voor dat bouwwerk de bestaande maatvoeringen en situeringen als norm. Het gaat daarbij om: a. Bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn of gebouwd kunnen worden op grond van een omgevingsvergunning of gebouwd mogen worden zoals in dit TAM-omgevingsplan is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels, geldt dat: 1. bestaande maten, die meer bedragen dan in het TAM-omgevingsplan is toegelaten, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden; 2. bestaande maten, die minder bedragen dan in het TAM-omgevingsplan is toegelaten, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. b. In geval van herbouw is het bepaalde in lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
60/71
Artikel 10 Algemene gebruiksregels Indien het bestaande, legale gebruik afwijkt van hetgeen in de planregels zoals opgenomen in artikel 6 is bepaald mag het afwijkende gebruik te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.
61/71
Hoofdstuk 4
Overgangsregels
Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het TAM-omgevingsplan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
Behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaand gebruik, zijn de volgende overgangsregels van toepassing voor gebruik: 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
62/71
Bijlagen regels
63/71
64/71
Bijlage 1
65/71
Overzicht veehouderijen met natuurtoestemming
NR
ADRES
HUIS NR TOEV PLAATS
PC
NB-VG
OMGEVINGSVG MET VVGB
KENMERK
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1
Aladnaweg
9
A
2
Aladnaweg
11
Aalten
7122RP
1 oktober 2012
2012-004562
Aalten
7122RP
4 maart 2013
2012-018921
3
Akkermateweg
3
Aalten
7122LG
26 augustus 2014
2014-002635
4
Apenhorsterweg
9
De Heurne
7095BJ
13 november 2012
2012-010607
5
Barnekampsdijk
4
Aalten
7122 NR
20 juli 2015
2014-017399
6
Beunkdijk
2
7
Beunkdijk
1
8
Bosweg
1
A
Aalten
7122NZ
18 maart 2013
2012-009258
Aalten
7122NZ
9 augustus 2024
2024-005822
Aalten
7121KP
7 januari 2013
2012-009150
9
Bosweg
2
Aalten
7121KP
5 augustus 2013
2013-007131
10
Bosweg
3
Aalten
7121KP
2 juni 2015
2014-015141
11
Bosweg
8
Aalten
7121KP
16 juni 2015
2014-017252
12
Bosweg
9
Aalten
7121KP
4 oktober 2013
2013-008803
13
Boterdijk
7
Aalten
7122 PC
11 april 2013 en 3 april 2015
2012-021995
14
Brakenweg
3
Aalten
7122LN
27 maart 2012
2011-017585
15
Brakenweg
11
Aalten
7122LN
10 april 2013 en 26 mei 2015
2013-000103
16
Brassendijk
3
Aalten
7122LW
15 juni 2015
2014-015412
17
Brassendijk
4
Aalten
7122LW
10 juni 2014
2013-013209
18
Caspersstraat
13
De Heurne
7095BK
11 juni 2015
2014-015289
19
Dinxperlosestraatweg
100
Aalten
7122JM
18 februari 2013
2012-017660
20
Dinxperlosestraatweg
102
21
Dinxperlosestraatweg
129
22
Dinxperlosestraatweg
23
Dinxperlosestraatweg
24
Aalten
7122JM
21 juli 2015
2014-009565
Aalten
7122JM
8 juni 2015
2014-016009
149
Aalten
7122JP
30 januari 2015
2014-002962
159
Aalten
7122JP
22 november 2012
2012-018618
Driehonderdmeterweg
18
Aalten
7121KK
22 april 2015
2014-013138
25
Eskesweg
6
Aalten
7121LZ
9 juli 2013
2013-002682
26
Eskesweg
7a
Aalten
7121LZ
28 januari 2015
2014-006800
27
Essinkweg
1
Aalten
7121JN
17 september 2012
2012-001870
28
Essinkweg
10
29
Gandvoortweg
4
30
Gelkinkweg
31
Gendringseweg
32
Gendringseweg
A
Aalten
7122JN
1 september 2014
2014-002654
Aalten
7122PR
4 maart 2013
2012-007060
2
De Heurne
7095BZ
30 september 2015
2015-007763
8
Aalten
7122MJ
18 maart 2013
2012-009710
10
Aalten
7122 MJ
10 juli 2013
2013-000580
33
Gendringseweg
13
34
Gendringseweg
33
35
Gendringseweg
34
A
A
Aalten
7122MJ
28 februari 2012
2011-016080
Aalten
7122 LT
10 april 2015
2014-013976
Aalten
7122LV
24 juli 2015
2014-014422
36
Gendringseweg
36
Aalten
7122LV
10 december 2012
2012-013700
37
Gendringseweg
37
Aalten
7122LT
4 maart 2013
2012-019183
38
Gendringseweg
44
Aalten
7122LV
24 maart 2015
2014-012941
39
Gendringseweg
50
Aalten
7122LV
22 juli 2013
2013-006411
40
Gendringseweg
9
Aalten
7122MJ
14 oktober 2014
2014-008334
A
41
Giebinkslat 3/Welskerveen 11
3
De Heurne
7095CC
18 februari 2014
2013-013374
42
Giebinkslat
7
De Heurne
7095CC
19 november 2012
2012-011527
43
Goordijk
4
Aalten
7122PH
9 juni 2015
2014-016171
44
Griesdijk
3
Aalten
7121KB
8 juni 2015
2014-015291
45
Heidedijk
1
Aalten
7121LR
18 maart 2013
2012-009269
46
Heidedijk
4
Aalten
7121LR
30 maart 2015
2014-013543
47
Heijinkdijk
1
Aalten
7121LC
26 maart 2013 en 16 juni 2015
2012-020794
48
Heijinkdijk
3
Aalten
7121LC
27 maart 2013 en 16 juni 2015
2012-020790
49
Hoeninkdijk 6, 6a en 8/Kloosterdijk 13
8
Aalten
7121LN
50
Hoge Heurnseweg
12
De Heurne
7095CJ
10 maart 2014 15 december 2014 22 januari 2016 13 oktober 2015
2013-007408 2014-009928 2015-002286 2015-009213
51
Hoge Heurnseweg
19
De Heurne
7095CH
17 februari 2014
2013-013348
52
Hondorpweg
2
Aalten
7121KA
17 september 2015
2015-009160
53
Hondorpweg
4
Aalten
7121KA
13 januari 2021
2019-010829
54
Huisstededijk
5
Aalten
7122KC
29 juli 2015
2015-003046
55
Kappersweg
4
Aalten
7122JJ
19 maart 2013
2012-020915
56
Kiefteweg
11
Aalten
7121LX
15 juli 2013
2013-003911
57
Klokkemakersweg
8
Aalten
7122KB
4 januari 2021
2019-008728
58
Klokkemakersweg
10
Aalten
7122KB
17 september 2015
2015-009175
59
Koopweg
3
Aalten
7122 LR
24 maart 2015
2014-012657
60
Koopweg
10
Aalten
7122LR
23 juni 2015
2015-001114
61
Koopweg
9
Aalten
7122LR
4 juni 2012
2011-019889
62
Kriegerdijk
5
63
Kriegerdijk
13
Aalten
7121KE
17 november 2014
2014-009146
Aalten
7121KE
8 oktober 2012
2012-003505
64
Kriegerdijk
65
Kriegerdijk
15
Aalten
7121KJ
16 juni 2015
2014-017253
16
Aalten
7121KE
29 augustus 2013
2013-008861
66
Kroondijk
3
Aalten
7121KJ
4 maart 2013
2012-008832
67
Kroondijk
4
Aalten
7121KJ
23 juni 2015
2015-000980
68
Lage Heurnseweg
30
De Heurne
7095AM
8 oktober 2014
2014-007048
69
Lichtenvoordsestraatweg
65
Aalten
7121RC
26 mei 2015
2014-013152
70
Lichtenvoordsestraatweg
68
Aalten
7121RC
8 september 2015
2015-007641
71
Lichtenvoordsestraatweg
69
Aalten
7121RC
19 november 2012
2012-010890
72
Lichtenvoordsestraatweg
70
Aalten
7121RC
2 februari 2015
2014-010326
A
73
Lichtenvoordsestraatweg
72
Aalten
7121RC
14 juli 2015
2014-016945
74
Ligterinkweg
6
Aalten
7122 RJ
23 januari 2015
2014-006390
75
Lieversdijk
4
Aalten
7121KT
22 juli 2015
2015-000604
76
Lieversdijk
39
Aalten
7121KT
12 april 2013
2012-022365
77
Lurvinksteeg
3
Aalten
7122KK
19 november 2012
2012-011327
78
Navisweg
3
Aalten
7122ME
3 september 2014
2014-003331
79
Navisweg
6
Aalten
7122ME
5 augustus 2013
2012-020678
80
Neethweg
6
Aalten
7122RB
8 april 2013 en 3 april 2015
2012-020534
81
Nijhofsweg
3
Aalten
7122PZ
14 juli 2015
2014-016881
82
Nijhofsweg
5
Aalten
7122PZ
8 april 2013 en 1 april 2015
2012-020495
83
Oldenhofsdijk
6
De Heurne
7095AP
84
Pasdijk
1
Aalten
7122NT
9 juli 2015
WA-13-0224 (VVGB 2013-017186) 2014-013120
85
Prinsendijk
3
Aalten
7122PG
9 april 2013
2012-022145
OBM 10 april 2014 (VVGB van 30 januari 2014)
86
Prinsendijk
4
Aalten
7122PG
17 juli 2013
2013-003895
87
Prinsendijk
5
Aalten
7122PG
29 mei 2015
2014-015656
88
Prinsendijk
6
Aalten
7122PG
6 maart 2013 en 28 april 2015
2012-020628
89
Rengelinkweg
6
90
Romienendiek
16
91
Romienendiek
18
92
Rosierweg
2
93
Seinsdijk
1
94
Seinsdijk
4
Aalten
95
Schaarsdijk
5
96
Slatdijk
1
A
Aalten
7122JW
7 april 2017
2017-016072
Aalten
7122PA
4 augustus 2015
2015-003951
Aalten
7122 PA
12 november 2015
2015-009399
Aalten
7122 LJ
13 oktober 2020
2019-000549
Aalten
7122 NW
13 november 2020
2019-008360
7122 NW
22 april 2013
2013-001374
Aalten
7121LV
16 september 2013
2013-008345
Aalten
7122 NJ
17 november 2014
2014-009096
97
Sondernweg
2
Aalten
7122LH
17 september 2012
2012-001601
98
Sondernweg
3
Aalten
7122LH
3 juli 2013 en 28 april 2015
2013-001747
99
Sondernweg
15
Aalten
7122LM
16 oktober 2015
2015-009436
100 Sondernweg
14
Aalten
7122LJ
18 september 2014
2014-008590
101 Spekkendijk
41
102 Spiekerdijk
5
103 Spiekerdijk
9
104 Tammeldijk
4
105 Tammeldijk
6
106 Thijsweg
1
A
A
De Heurne
7095CE
30 juli 2015
2015-003062
Aalten
7121KX
11 juli 2019
2019-008807
Aalten
7095CE
23 april 2013 en 12 oktober 2015
2013-000532
Aalten
7122JP
6 augustus 2014
2014-000105
Aalten
7122LK
18 februari 2013
2012-019082
Aalten
7122KH
17 september 2015
2015-008377
107 Thijsweg
5
Aalten
7122KH
3 april 2015
2014-013322
108 Varsseveldsestraatweg
103
Aalten
7122 NS
23 september 2015
2015-005717
109 Varsseveldsestraatweg
105
A
Aalten
7122NM
11 februari 2013
2012-019953
110 Varsseveldsestraatweg
109
A
Aalten
7122NS
1 oktober 2012
2012-003283
111 Varsseveldsestraatweg
120
Aalten
7122 NT
10 juni 2015
2014-014362
112 Varsseveldseweg
11
De Heurne
7095BG
16 juli 2015
2015-003130
113 Veenhuisweg
7
Aalten
7121KM
4 maart 2013
2012-004488
114 Veenhuisweg
13
Aalten
7121KM
Omg.verg. 7 februari 2017 (VVGB 4 maart 2016)
115 Veenhuisweg
15
Aalten
7121KA
17 november 2014
WA-15-0149 (VVGB 2015-010447) 2014-011267
116 Veenweg
2
Aalten
7122 LP
20 augustus 2013
2013-007333
117 Vellegendijk
9
Aalten
7122NN
7 januari 2013
2013-009115
118 Vellegendijk
11
Aalten
7122NN
21 augustus 2015
2014-016977
119 Velsdijk
1
Aalten
7122JH
18 juli 2013
2013-004017
120 Velsdijk
2
Aalten
7122JH
11 april 2013
2012-022147
121 Velsdijk
8
Aalten
7122JH
30 juni 2015
2014-016010
122 t Villeken
5
Aalten
7122PK
24 september 2012
2012-003658
123 Vragenderweg
4a
Aalten
7121RE
19 juni 2014
2014-000077
124 Welskerveen
11
De Heurne
7095CD
18 februari 2014
2013-013374
125 Welskerveen
5
De Heurne
7095CD
21 november 2012
2012-018903
126 Westendorpweg
1
Aalten
7122JT
21 januari 2013
2012-015921
127 Zilverbekendijk
10
Aalten
7122PX
12 februari 2014 en 31 mei 2016
2013-013292
128 Zwanenbroekweg
2
Aalten
7121LW
24 september 2013
2013-011200
129 Zwanenbroekweg
4
Aalten
7121LW
21 maart 2013
2012-020970
Verbeelding
69/71
Plangebied
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit
hm
H ww
ww
ww
H
H ww
H
ww
H
H
ww
H
H H
H ww
H
H hm
H
H H
H H
ww
H H
H H H H ww
H
H H H
H
H
H
ww
ww
ww
hm
ww
ww
H ww
H
H
H ww
ww
H
ww
hm
ww
ww
H
ww
hm
H
H hm
ww
H
ww
H
ww
H hm
H
ww
hm ww
ww
ww
hm
hm
ww
ww
H hm
H
hm
H
H
hm
hm
hm
ww
hm
H
hm ww
H
hm
hm
H
H
ww
hm
H hm
H
H ww
hm
ww
hm
H ww
ABRI
hm
H
H
hm
H ww
H
H
H
H ww
H ww
hm
ww
H
ww
ww
ww
H
ww
ww
ww
H
hm
ww
H ww
H
ww
H
H m
H
ww
ww
hm
ww
ww
hm
ww
ww
Dinxperlosestraatweg
2-2A
ri
ww
ri
4
klk
92 klk
klk
1
Velsdijk
wl
Middelkampweg
12
ww
3
10-10B
bk
klk
98
ri ri
klk
8A
8
Dinxperlosestraatweg
ww
100
6A
wl
bk
6
121 119 ri
123
hm
Velsdijk
AW-2
WR-ALW
129A
Essinkweg
Damheideweg
hm
ww
hm
ww
hm
ww
hm
Gemeente Aalten
ww
Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit
TAM-omgevingsplan
ww
PROJECT
20240614
FORMAAT
A0
SCHAAL
1:16.000
Vastgesteld
KAART
1/2
Ontwerp
GETEKEND
PVD
Voorontwerp
IDN
NL.IMRO.0197.TAM00001-ON01
Concept
RHO ADVISE RS
16-04-2025 08-01-2025 info@rho.nl www.rho.nl
N
Plangebied
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22x Landelijk gebied - herstelbesluit
Enkelbestemmingen 6A
AW-2
Agrarisch met waarden - 2
Dubbelbestemmingen
6
WR-ALW
Waarde - Archeologie lage verwachting
Bouwvlakken
bouwvlak
Velsdijk
AW-2
WR-ALW
Gemeente Aalten
Hoofdstuk 22a Landelijk gebied - herstelbesluit Velsdijk 6
TAM-omgevingsplan PROJECT
20240614
FORMAAT
A3
SCHAAL
1:1.000
Vastgesteld
KAART
2/2
Ontwerp
GETEKEND
PVD
Voorontwerp
IDN
NL.IMRO.0197.TAM00001-CO01
Concept
RHO ADVISE RS
16-04-2025 08-01-2025 info@rho.nl www.rho.nl
N