Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering Raadzaal d.d. 8 april 2025
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 8 april 2025. Aanvang: 19:30 uur Aanwezig:
Voorzitter: de heer Walter De leden: Agendapunt 2: de dames Deunk en Te Grotenhuis en de heren Holtman, Rijks, Ebbers, Bauhuis en Hollema. Agendapunt 3: de heren Assink, Holtman, Rijks, Ebbers, Bauhuis en Hollema. De fractie van BBB-HMV was bij dit agendapunt niet vertegenwoordigd. Namens het college: Agendapunt 2: wethouder Te Lindert en de heer A. de Boer - Rekenkamer Agendapunt 3: wethouder Kok Griffier: mevrouw Smit
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom. 2. Voorstel rekenkameronderzoek preventie en vroegsignalering Jeugdhulp. Eerste termijn. De heer Holtman: Aanbevelingen kunnen van nut zijn om het te verbeteren. De fractie van de CU kan instemmen met het voorstel. Vraag c.q. discussiepunt: In hoeverre is nu een actieve koppeling gemaakt met de sterke lokale teams? We hebben een wettelijke plicht om aan de slag te gaan met sterke lokale teams. Wij lezen hier verder niets over. Wel over een stukje toegang. Dit moet volgens ons actief gekoppeld worden aan het vraagstuk. De fractie van de CU overweegt hier een motie of amendement over in te dienen omdat je deze zaken niet los kunt zien van elkaar. Mevrouw Te Grotenhuis: De BBB-HMV kan zich vinden in de aanbevelingen die worden gedaan. Blij te lezen dat wij het als gemeente Aalten al goed doen rond de vroeg signalering en jeugdhulp. Daar waar het beter kan moeten we zeker die punten overnemen. Het voorstel heeft geen financiële consequenties. De aanbevelingen moeten snel uitgewerkt worden zodat we ermee aan de slag kunnen. Er worden genoeg punten genoemd waarmee we aan de gang kunnen. De heer Hollema: De D66 fractie kan de grote lijnen steunen.
De aanbevelingen rond twee thema’s zijn samen te vatten – geen duidelijke sturing op verbetering met alle aanbevelingen om het beter te maken en de jeugdconsulenten ervaren een hoge werkdruk. Die ondersteunen wij. Geen duidelijke sturing op verbeteringen; we zien een duidelijke koppeling met wat we eerder hebben gedaan binnen het Sociaal Domein. Wij zijn benieuwd hoe die koppeling gemaakt wordt. Het is een breder thema dan alleen dit onderdeel. Discussiepunt: Is er steun om meer bij de ondersteuningsteams te leggen of vinden we dat we bij de jeugdconsulenten nog tandje bij moeten zetten? De heer Ebbers: Duidelijk Rekenkamerrapport met heldere aanbevelingen. Goed dat het college de aanbevelingen overneemt. De heer Bauhuis: Goed duidelijk rapport. Verbeteren van goede punten waar we al mee bezig zijn. Zorgpunt; meer vastleggen, zodat we meer data hebben om te sturen. Niet de data als doel op zich gaan zien, maar zoveel mogelijk de mensen bij de mensen houden. De heer Rijks: Wanneer wordt dit stuk in de andere gemeenten behandeld. Wat betekent het als de andere gemeenten dit niet voor kennisgeving aannemen en wat moeten wij dan doen? De fractie van GemeenteBelangen kan de aanbevelingen ondersteunen. Mevrouw Deunk: We kunnen concluderen dat er veel goed gaat. Het college neemt de aanbevelingen uit het rapport over.
Betekent dit dat het college zich hierin kan vinden? Er ligt een mooie basis. De verbeterpunten liggen vooral in het herinrichten van overlegstructuren, het vastleggen van taken en investeren en het inzetten en gebruik maken van de software. Wij zijn benieuwd naar het tijdspad.
Discussiepunten: - In hoeverre is een actieve koppeling gemaakt met de sterke lokale teams. Actief koppelen aan dit vraagstuk. - Meer bij ondersteuningsteams leggen of bij de jeugdconsulenten nog een tandje bijzetten. Reactie college. Wethouder Te Lindert: Het college kan zich vinden in het rapport. Bruikbaar rapport, heldere aanbevelingen. Fijn dat van buiten onze organisatie gekeken is hoe het er nu voor staat met de jeugd. Het college neemt de aanbevelingen over en kan zich in alle punten vinden. Met een aantal uitwerkingen met een tijdpad zijn we al begonnen. Hoe verhoudt zich dit nu tot de sterke lokale teams. De aanbevelingen die gedaan worden over het OT. We zullen de structuur nog beter moeten verankeren. Het OT is goed verankerd binnen de scholen, gemeentehuis en met de consulenten. We denken erover om met behulp van het OT onze sterke lokale teams te gaan vormen. Wij zien een kans om het OT hierin mee te nemen. De heer Holtman: We moeten 2029 die teams ingericht hebben. Zegt u nu; het ondersteuningsteam en het PPJ -Preventie Platform Jeugd – is de invulling van die sterke lokale teams? Wethouder Te Lindert: Nee, ons sterke lokale team is niet een optelsom van het OT en PPJ. Het sterke lokale team bestaat uit onze consulenten en ook uit het OT. We willen het OT niet meer als een apart gremium gaan zien maar het OT gaat onderdeel worden van het sterke lokale team.
Het plan is om het OT nog sterker te verankeren in onze organisatie. De heer Holtman: Kan het college toezeggen dat bij concretisering en uitwerking van de sterke lokale teams dit een integraal onderdeel van is? Wethouder Te Lindert: Ja, die wordt erin meegenomen. Rapportage en monitoring. Aanbevelingen 1 en 3 gaan eigenlijk over het monitoren en over data. Daar zijn we al mee begonnen. We hebben u daarover bijgepraat met raadsmededeling 160-2024 en toegezegd dat we in het voorjaar met die vorm van monitoring weer terugkomen naar de raad met een gevuld model en te kijken waar we dan staan. Over de monitoring komen we op korte termijn bij u terug. Bij het vastleggen van data zijn wij het met u eens om dit niet een doel op zich te laten zijn. De heer Hollema: Het hoeft niet per se meer werk te geven maar vooral betere afspraken maken. Wethouder Te Lindert: Ja, betere afspraken maken maar ook die afspraken helder in beeld brengen zodat je ook de vorderingen die we maken kunt volgen. Winterswijk en Oost Gelre behandelen dit rapport, is de verwachting, respectievelijk in mei en april, de data liggen nog niet vast. Wat betekent het als deze raden het niet voor kennisgeving aannemen? Dan gaan wij met de aanbevelingen gewoon door. Het PPJ is ook een onderdeel van het ‘goud’ wat we in handen hebben. We zijn bezig om te kijken hoe we de structuur van het PPJ kunnen ombouwen.
We willen het PPJ naar de vindplaatsen toebrengen in plaats van de deelnemers naar het PPJ te laten komen. Ook deze zijn we al aan het uitwerken en komen hiermee op korte termijn naar buiten. Eigenlijk zijn we met al die punten al begonnen en komen zo snel mogelijk met de resultaten. De heer Holtman: Bent u bereid een raadsmededeling te verstrekken over de stand van zaken van de toegang en in het verlengde daarvan die sterke lokale teams en de opgave waar we staan. Wethouder Te Lindert: Over sterke sociale teams kunt u al veel lezen in raadsmededeling 192-2024. Op de vijf aanbevelingen komen we met een raadsmededeling vanuit het college. Waar staan we nu, wat is het tijdpad en wat zijn de ontwikkelingen. Discussiepunt: In hoeverre is een actieve koppeling gemaakt met de sterke lokale teams. Actief koppelen aan dit vraagstuk. Dit is voor nu voldoende besproken. Discussiepunt: Meer bij ondersteuningsteams leggen of bij de jeugdconsulenten nog een tandje bijzetten. De heer Rijks: Je moet oppassen dat je mensen niet overbelast. Wij hebben een PPJ en een OT. Dat zijn sterke teams. Als we dit in de toekomst willen opnemen in een groter geheel dan vragen wij ons af hoe je dat gaat doen samen met Winterswijk en Oost Gelre. Als je daar iets nieuws van wilt maken zul je ze ook mee moeten nemen. Mevrouw Deunk: Het is een mooi aandachtspunt wat de Rekenkamer ook heeft meegegeven.
Informatie aan gemeenteraden. Waarin staat; organiseer die themabijeenkomsten over uitvoering jeugdbeleid etc. Dus mee eens. De heer Holtman: t.a.v. de consulenten. Het vraagt om paradigmashift. Misschien hebben we die straks helemaal niet meer nodig. In de toekomst zal het anders worden. We moeten die sociale basis hebben die uit die verschillende lijnen bestaat en dan een hele goede toegang. En in het kader van die toegang
2
en lichte hulpverlenen, kun je dit soort dingen echt aan gaan pakken. Laten we de toegang en de lokale teams in (sub)- regionaal verband goed neerzetten. Enige uniformiteit is wel helpend. De heer Bauhuis: We moeten meer kennis delen. De werkdruk moeten we wel in de gaten houden. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan: -
Raadsmededeling op de vijf aanbevelingen. Waar staan we nu, wat is het tijdspad en wat zijn de ontwikkelingen.
De voorzitter concludeert dat de vragen voldoende zijn beantwoord en dit voorstel wordt doorgeleid naar de raad van 23 april als stemstuk zonder stemverklaring. 3. Voorstel Uitbreiden aantal omgevingsvergunningen tiny houses bestaande erven buitengebied. Eerste termijn. De heer Assink: Het vastgestelde quotum van 10 is volgelopen en er is vraag naar meer. De fractie van het CDA is blij met dit succes en we hopen dat we met de toegevoegde 10 stuks weer evenzovele starters blij kunnen maken met een geschikte woningruimte. Dit lost niet het huidige woningtekort in Aalten op. Echter op deze wijze gaan wel 20 huishoudens in het buitengebied aan woonruimte komen. Akkoord met het voorstel. De heer Rijks: Prima om creatief om te gaan met het realiseren van woningen. Sommige erven zijn groot. Zijn er plekken te bedenken waar 2 of 3 tiny houses geplaatst zouden kunnen worden? De heer Bauhuis: Wij zijn blij dat het idee van tiny houses een succes is. Dat hier een nieuwe ronde voor komt vinden wij een prima zaak. De heer Ebbers: Waarom 20 en niet meer? Waarom nu niet alvast het getal ophogen. De heer Hollema: Akkoord met het opplussen van 10 naar 20. Het mag niet concurreren met normale bouw. Onze zorg; wat gaat er over 15 jaar gebeuren, want het is tijdelijke woonruimte. Hier moeten we goed over nadenken. De heer Holtman: Goed voorstel. Het voorstel gaat nog in op de jonge inwoners.
We zouden het ook kunnen verbreden naar de gemiddelde leeftijd. Ook de CU heeft hier hetzelfde voorstel als de VVDfractie. Zullen we hier niet 20 of 30 van maken en bij amendement regelen en hetzelfde geldt voor die 15 jaar. Misschien moeten we hier 20 jaar van maken. Reactie college. Wethouder Kok: Meerdere tiny houses op een erf, ook al is het een heel groot erf? Nee. In de randvoorwaarden is meegegeven dat het 1 op een erf is. 1 op een erf wil niet zeggen dat de mogelijkheid er niet is om een tiny house en een pre-mantelzorgwoning op een erf te bouwen. In die zin zou het wel kunnen maar het uitgangspunt is 1 op het erf. De heer Hollema: Als er op een erf 2 huisnummers zijn, kunnen dan wel 2 tiny houses volgens de randvoorwaarden? Wethouder Kok: 1 tiny house per erf. Een groot erf kan opgedeeld zijn in 2 erven. In die zin is dat mogelijk. Deze situatie heeft zich nog niet voorgedaan, maar zou wel kunnen. Een woonhuis dat is gesplitst op een erf zijn dan 2 erven? Ja. Waarom nu 20? Het voldoet zoals blijkt aan de behoefte. Destijds is afgesproken dat 10 voor een wat langere periode gedacht zijn. Het is goed dat dit nu wat sneller is. Met een heel simpel besluit kunt u over bv. 3 jaar weer toevoegen. Door nu te zeggen het moet 20 of 30 of 40 worden is net zo arbitrair als 10. 10 is een vervolg op het besluit dat we eerder genomen hebben.
Daarmee houden we een mooi stramien vast. Misschien is het zo dat in 2027 er heel andere woonvormen of woongedachtes zijn. Dan is het goed om dan een nieuwe afweging te maken. De heer Holtman: Het zou kunnen helpen in de huidige woningnood. Als we meer plekken aanbieden gaan mensen misschien meer met plannen aan de gang. Kunnen we de spelregels meer verruimen? Wethouder Kok: In januari is een woondeel in de lokale krant gezet. De komende maanden komen heel wat plannen voorbij waar we extra woningen willen realiseren. Het toestaan nu van extra tiny houses wordt als heel positief ervaren. Dit is vanuit de wensen vanuit de eigen omgeving. Of er nu 20, 30 of 40 staat, zal niet bijdragen aan een hoos aan aanvragen. Wij stellen voor het aantal intact te laten. Dit is vooral bedoelt voor de eigen mensen. U kunt heel makkelijk bv. met 1 jaar of 3 jaar dat weer opnieuw in werking zetten. De wettelijke maximumtijd voor het afgeven van een tijdelijke vergunning is 15 jaar. Uw wens om dit langer te maken is er niet. Hoe gaat het over 15 jaar? Wij maken een realisatieovereenkomst die wordt getekend. Daar regelen we het privaatrechtelijk en publiekrechtelijk via
3
een tijdelijke omgevingsvergunning. Het is dus heel duidelijk dat het na die 15 jaar moet stoppen. Over 15 jaar kan de behoefte heel anders zijn. Het voordeel van de tiny houses is dat ze verplaatsbaar zijn. Discussiepunt: Waarom het aantal niet nu alvast ophogen. Zou dit nu helpend zijn? De heer Assink: Aangegeven stappen van 10 is duidelijk. Het plaatsen van een tiny house is wel afhankelijk van diegene die het erf bezit. De heer Rijks: Nu 10 erbij, dan daag je mensen uit om, als ze iets willen. nu tempo te maken. De heer Bauhuis: Voegt nu niets toe om nu een groter aantal te doen. Telkens weer verhogen, prima. De heer Hollema: 60 m2 is ook ergens op gebaseerd. Je moet niet alles opengooien. Dan moeten mensen reguliere woningen gaan aanvragen. Goed dat het er is, vinger aan de pols, voor nu niet het aantal verhogen. De heer Ebbers: Je kan met het plussen van 10 schaarste creëren of wil je als gemeente aangeven dat je ambitieus bent. De nood is hoog en wordt niet minder. De heer Hollema: Er zijn 1 of 2 aanvragen per jaar. Als er plekken bij moeten komen komt de wethouder weer naar de raad. Dus welke schaarste? De heer Ebbers: Wij hebben ook geen glazenbol. Misschien zitten we hier over 9 maanden weer. Ga je dan weer met 10 opplussen of ga je nu ambitie tonen. De heer Holtman: Het gaat erom of je het kader niet in de volle breedte moet aanpassen.
Gehoord de andere partijen is hier onvoldoende steun voor. Dit kader volstaat en hier moeten we mee doorgaan. Conclusie. De voorzitter concludeert dat de vragen afdoende beantwoord zijn en dat dit voorstel wordt doorgeleid naar de raad van 23 april ter besluitvorming als stemstuk met stemverklaring. 4. Sluiting Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 23 april 2025.
E. M. Geldorp raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
4