Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering Raadzaal d.d. 19 juni 2023.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 19 juni 2023 – Raadzaal Aanvang: 19.30 uur. Aanwezig:
Voorzitter: A. Walter De leden: mevrouw Hoezen, mevrouw Deunk (alleen agendapunten 4 en 5) mevrouw Kraaijenbrink (alleen agendapunt 6) de heren Van Lochem (alleen agendapunten 2 en 3) Bulsink, Van der Graaff (is vanaf agendapunt 4 aanwezig), Holtman, Koskamp en Onstenk (alleen agendapunten 4, 5 en 6) Namens het college: burgemeester Stapelkamp en wethouder Wikkerink Griffier: de heer Fiering
1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel de jaarstukken 2022 voor kennisgeving aan te nemen en geen zienswijze in te dienen t.a.v. de begroting 2024 van de Achterhoek Ambassadeurs. Eerste termijn. Iedereen geeft aan akkoord te zijn met het voorstel en niemand heeft discussiepunten. Conclusie. De voorzitter concludeert dat het voorstel geagendeerd kan worden als stemstuk zonder stemverklaring voor de raadsvergadering van 4 juli. 3.Voorstel om een (positieve) zienswijze in te dienen op de wijziging GR van de VNOG. Eerste termijn. De heer Van Lochem zegt akkoord te gaan met het voorstel. Ten aanzien van het amendement van de gemeenteraad van Doetinchem wacht hij de reactie van het college af. Veiligheid moet goed geregeld zijn. Inspraak voor de gemeenteraden is daarbij ook van groot belang. De heer Holtman gaat akkoord met het voorstel. Goed dat er een gemeenschappelijke adviescommissie wordt ingesteld. Ten aanzien van het amendement van Doetinchem merkt hij op dat hij van oordeel is dat het goed is dat deze ook in Aalten wordt ingediend. Mevrouw Hoezen sluit zich aan bij de vorige sprekers. De heer Koskamp zegt dat het belangrijk is dat de raden actief mee kunnen denken in een gezamenlijke commissie om advies uit te brengen aan het algemeen bestuur. Ook de periodieke evaluatie acht de fractie een goed uitgangspunt.
Het amendement van Doetinchem wordt gesteund. De heer Bulsink zegt dat de gemeenteraden weinig grip op de GR-en hebben. Dit voorstel geeft de mogelijkheid van het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Alle 22 gemeenten moeten hier vóór zijn. Hij vraagt zich af of een adviescommissie met 22 leden geen Poolse landdag wordt. Het concept-amendement van Doetinchem kan zijn fractie wel steunen en wil het ook wel indienen. Afgevraagd wordt of er nog wel een adviescommissie nodig is, wanneer het amendement door alle raden wordt overgenomen. Een adviescommissie is weer een extra belasting voor de raadsleden. Reactie college. Burgemeester Stapelkamp zegt dat het amendement van Doetinchem donderdag in de raad van Doetinchem wordt besproken. Het is een goede zaak om een adviescommissie in te stellen om de afstand tussen de VNOG en de gemeenteraden te verkleinen. Er is wel behoefte aan een dergelijke commissie. Als raadsleden iets mee kunnen geven aan de VNOG, is dat positief. Nu wordt er een kans geboden om meer grip te krijgen op de VNOG. In de tekst staat dat de raden ook om zienswijzen worden gevraagd over onderwerpen met een politieke, financiële en maatschappelijke impact. Hij vindt dat dit
wel moet gaan over onderwerpen met een grote politieke, financiële en maatschappelijke impact. Het moet uitsluitend om majeure onderwerpen gaan. Een onderwerp heeft al snel een financiële impact. De afstemming over de planning van de begroting is akkoord. Hoe om te gaan met de actieve informatieplicht is ingewikkeld. De raden mogen verwachten dat zij geïnformeerd worden over zaken die van belang zijn. De bestuurder heeft een verbindende rol en kan informatie doorsturen naar de raad. Er zijn geen discussiepunten. Conclusie. De voorzitter stelt voor dat de griffie het concept-besluit van de raad aanpast met inachtneming van het amendement van Doetinchem en de opmerking van de burgemeester dat het gaat over zaken met een grote impact. Het voorstel wordt in tegenstelling tot de gebruikelijke procedure niet als bespreekstuk maar als stemstuk zonder stemverklaring geagendeerd. Hiermee wordt ingestemd. 4. Voorstel om de jaarstukken 2022 voor kennisgeving aan te nemen en kenbaar maken dat de raad zich kan vinden in de 1e wijziging begroting 2023 en de begroting 2024 van Laborijn. Eerste termijn Mevrouw Hoezen zegt dat de beschikbare middelen voor de ontwikkeling van de inwoners van Aalten een belangrijk punt is. Zie ook de aanbiedingsbrief van Laborijn. Er ligt een kadernota met goede ambities, maar Laborijn kan deze ambitie niet volledig uitvoeren.
Haar fractie leest dit als een verzoek aan de gemeenteraden om opnieuw te kijken naar het budget voor 2024 om de doelen te kunnen realiseren. De vraag is of de raad van Aalten het budget - zoals dat nu in de meerjarenbegroting van Aalten staat – één op één wil overhevelen naar Laborijn De heer Van der Graaff. Er wordt gesteld dat actief wordt ingezet op scholing en cursussen van het cliëntenbestand. Wordt er door Laborijn voldoende gedaan om cliënten uit een uitkeringssituatie te halen? Daarnaast wordt aangegeven dat er niet ingezet wordt op een raadscommissie wegens gebrek aan capaciteit. Kan de nieuwe commissie niet gevuld worden met leden van de commissies Sociaal Domein van zowel Doetinchem als van Aalten. De heer Holtman kan zich vinden in het voorstel. De stijging van 1 miljoen euro is te verklaren, maar hij wil het college meegeven om – zeker bij stijging van de kosten – te kijken of het iets minder kan. Mevrouw Deunk zegt akkoord te kunnen gaan met het voorstel. Er wordt vrij makkelijk om extra geld gevraagd. De fractie zou het prettig vinden als er meer tijd en energie wordt gestoken in innovatie en ontwikkelingen. Creatiever denken. Er is een participatiepact met Laborijn gesloten. De pilot loopt. Kan de raad over de voortgang worden geïnformeerd? De heren Bulsink, Onstenk en Koskamp gaan akkoord met het voorstel van het college. Reactie college Wethouder Wikkerink.
Aangegeven wordt dat er gemakkelijk om nieuw budget wordt gevraagd. Dat is niet waar. Er wordt eerst naar de inhoud gekeken en vervolgens wordt gekeken naar de benodigde financiële middelen. Het bestuur van Laborijn heeft een inhoudelijke begroting en kadernota opgesteld. Toen bleek dat gemeenten een vast bedrag in hun begroting hadden opgenomen. Hij hoopt dat dit aan het verschuiven is. Iedereen is het er mee eens dat geld inhoud moet volgen. Als er onvoldoende geld is dan wordt er afgeschaald. In de kadernota is opgenomen dat er 25 trajecten voor oudkomers moest worden opgezet. Omdat er in de gemeentelijke begrotingen minder geld beschikbaar is gesteld, is afgesproken dat er slechts 12 trajecten worden opgezet. Dat geldt ook voor innovatie. Het idee dat mensen parttime kunnen werken en op die manier iets bij kunnen verdienen, kostte geld. Dat kon uit het uitkeringsbudget worden betaald en dat is niet meer toegestaan. Dat moet nu uit het re-integratie budget worden betaald. Voor deze post heeft de gemeenten een vast bedrag opgenomen. Daar moest dus wat worden geschoven. Het AB en DB waren ambitieuzer dan de gemeentelijke begrotingen. Het college stelt wel voor om in te stemmen met de aangepaste begroting van Laborijn. Ruim vóór de kadernota 2025 moet hierover worden gediscussieerd.
Het uitkeringsbestand gaat steeds meer in de richting van mensen die ondersteuning hebben op meer levensgebieden dan alleen maar re-integratie of scholing. De wens van mevrouw Hoezen wordt gehonoreerd tijdens de discussie over de kadernota 2025. In de tussentijd wordt bezien of met de oudkomers toch nog aan de slag kan worden gegaan d.m.v. het aanspreken van reserves van Laborijn en/of van gemeenten. Dat geldt ook voor de ontwikkeling van mensen. Dit is een centraal punt van de werkzaamheden van Laborijn. 70% van het bestand is gericht op de ontwikkeling van mensen en niet direct gericht op het verkrijgen van betaald werk. Er zijn budgetten voor cursussen en opleiding. Er zijn hiervoor verschillende mogelijkheden beschikbaar binnen Laborijn.
2
Er is een werkgroep Laborijn met vertegenwoordigers van Aalten en Doetinchem. Die maakt een voorstel om twee keer per jaar een informatiebijeenkomst voor alle raadsleden te organiseren. Deze kan zijn werkzaamheden voortzetten. Ten aanzien van de stijging van de kosten wijst hij erop dat vorig jaar een zienswijze is ingediend om de kosten te verlagen. Laborijn heeft vervolgens behoorlijk gesneden in de exploitatiekosten. Discussiepunten. • Budget behorende bij ontwikkeling van inwoners • Wordt er voldoende ingezet om mensen uit de uitkering te krijgen. • Cie Sociaal Domein als raadscommissie voor Laborijn inzetten, Tweede termijn. Discussiepunt: Budget behorende bij ontwikkeling van inwoners Mevrouw Hoezen wijst op de brief van het dagelijks bestuur van Laborijn. Daarin staat dat Laborijn aangeeft dat de doelstelling uit de kadernota niet gerealiseerd kan worden door te weinig budget. De deelnemende gemeenten ontvangen een groter budget via het gemeentefonds voor re-integratie, dan in de meerjarenbegroting van Laborijn is opgenomen. Wordt deze mening gedeeld en zo ja, is men bereid hier iets mee te doen? De heer Holtman zegt dat een kadernota wordt opgesteld op basis van inhoud en opgaven. Vervolgens vindt een vertaling plaatst in de financiële middelen. Deze systematiek moet worden gehandhaafd.
Er zijn ook onderwerpen waarvoor de gemeente meer of minder budget ontvangt en zich daar niet altijd aan vasthoudt. Denk aan jeugdzorg. Daar ontvangt de gemeente een fors lager bedrag dan benodigd is. Wanneer alleen het toegekende budget wordt ingezet dan kunnen bepaalde trajecten in de jeugdzorg niet meer uitgevoerd worden. Dat is niet wenselijk. Het is goed dat Laborijn wordt verzocht om te komen tot beleid en beleidsontwikkelingen en dat vervolgens te vertalen naar hun begroting. Vervolgens kan vertaald worden naar de gemeentelijke begroting. Mocht dat te weinig zijn, dan staat zijn fractie er wel voor open om dit iets op te plussen. Mevrouw Hoezen zegt dat tijdens de beeldvorming is gebleken dat er meer geld nodig is om het beleid uit te kunnen voeren. Dan gaat het om trajecten voor inwoners die onder de oude inburgeringswet vallen. Het plan dat er nu ligt kan niet uitgevoerd worden als het budget niet verhoogd wordt. De heer Holtman Hij reageerde op het principiële standpunt om de beschikbare middelen uit het gemeentefonds te allen tijde voor het desbetreffende doel in te zetten. Dat is iets anders dan de vraag van Laborijn om extra financiële middelen beschikbaar te stellen. De heer Onstenk zegt dat Laborijn er alles aan heeft gedaan om te bezien of het binnen de begroting past en daarvoor zijn enkele punten aangepast.
Er wordt aan de voorkant voldoende gedaan om zaken te voorkomen. In het begin kost het welllicht meer, maar dat kan later besparend werken. Mevrouw Hoezen zegt dat Laborijn haar beleid heeft aangepast aan de door de gemeenten beschikbare budgetten. Meer kan Laborijn dan niet doen terwijl Laborijn meer wil doen. De gemeenteraad is hiervoor verantwoordelijk. Laborijn heeft ook aangegeven alles te doen wat mogelijk is, maar het is een vangnetregeling. Dus moet gekeken worden naar re-integratie. Hoe krijgen we de mensen weer uit de regeling. Discussiepunt: Wordt er voldoende ingezet om mensen uit de uitkering te krijgen. De heer Van der Graaff zegt dat de wethouder heeft aangegeven dat hier volop wordt ingezet. 70 procent van het bestand is het meest gebaat bij ondersteuning. Het restant is dus gebaat bij ontwikkeling en cursussen om uit deze situatie te komen. Doet Laborijn hier voldoende aan? Mevrouw Hoezen vraagt wat de heer Van der Graaff hiervan vindt? De heer Van der Graaff zegt dat in het verleden de indruk bestond dat het bestand, het bestand was en dat er weinig actie werd gevoerd met goede keuzes en om mensen uit een uitkeringssituatie te helpen. De vraag is of Laborijn dit heeft verbeterd of kan er een stapje extra worden gezet. Mevrouw Deunk zegt dat hier nog een stap in gezet kan worden. Aangegeven is dat mensen ingezet moeten worden waar ze goed gedijen.
Daar kunnen ze dan bloeien. Gemist wordt de samenwerking met verenigingen en stichtingen. Het is niet bekend of Laborijn daar zwaar op in zet. Gaat Figulus Laborijn en gemeente daarbij helpen? De heer Onstenk zegt dat de samenwerking met Figulus goed werkt. Wethouder Wikkerink zegt dat het participatietraject een samenwerking is tussen Figulus en Laborijn voor 70% van de cliënten. Deze kunnen nog geen stap naar betaald werk maken. Gehoopt wordt met cursussen, vrijwilligersactiviteiten en scholing om deze mensen toch zover te krijgen dat zij parttimewerk kunnen doen. Dat is de taak van Laborijn samen met diverse instellingen in deze gemeente.
3
Net als mensen die wel een stap kunnen zetten naar een betaalde baan. Dat is een klein deel van het bestand van ongeveer 290 cliënten. Mevrouw Deunk concludeert dat er dus voldoende aan de voorkant wordt gedaan. Mevrouw Hoezen zegt dat scholing en cursussen ook betrekking heeft op re-integratie. Hoe kijkt de fractie van D66 aan tegen het meer beschikbaar stellen van budget voor scholing en budget, als blijkt dat dit nodig is? De heer Van der Graaff zegt dat zijn fracties daartoe bereid is. De doelmatigheid van gelden is in dat geval wel een belangrijk uitgangspunt. Discussiepunt Cie Sociaal Domein als raadscommissie voor Laborijn inzetten. De heer Van der Graaff zegt dat de werkgroep Laborijn een goede oplossing is voor controle en om er bovenop te kunnen zitten. De huidige werkgroep Laborijn kan hierbij van dienst zijn. De griffier merkt op dat er momenteel geen werkgroep Laborijn is. Na de gemeenteraadsverkiezingen is geen werkgroep ingesteld in afwachting van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling. Deze ligt nu voor. In de voorliggende regeling bestaat de mogelijkheid om een raadadviescommissie in te stellen. Het is de bedoeling om na vaststelling van de wijziging van de GR een raadscommissie in te stellen en alsdan komt ook de bemensing en de taken aan de orde. Tot slot Mevrouw Hoezen zegt dat haar fractie voornemens is om een amendement in te dienen.
De voorzitter concludeert dat er geen toezeggingen zijn gedaan en dat dit voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raadsvergadering van 4 juli 2023. 5. Voorstel tot afzien van het kenbaar maken van een zienswijze op het ontwerp van de 4de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Uitvoeringsorganisatie Laborijn. Eerste termijn. Alle woordvoerders gaan akkoord met het voorstel en het amendement van Doetinchem. Ten aanzien van de raadswerkgroep wordt door de voorzitter verwezen naar het vorige agendapunt. Reactie college. Wethouder Wikkerink zegt dat hij ervan uitging dat de werkgroep Laborijn nog steeds werkzaam was. Een raadscommissie instellen behoort tot de mogelijkheid. Wanneer beide raden een raadsadviescommissie willen dan moeten we dat doen. Een mooi voorbeeld is de indertijd ingestelde werkgroep Laborijn. In het amendement van Doetinchem wordt nog een opmerking gemaakt over het tijdig bespreken van de begroting. Spreker zegt dat dit mogelijk is, maar wijst er ook op dat in de Wgr nieuwe termijnen zijn opgenomen. Als de termijnen, die nu gevraagd worden, gehandhaafd worden dan moet de begroting vóór het zomerreces worden behandeld. Dat betekent dat de begroting opgesteld moet worden voor de vaststelling van de jaarrekening en dat levert een niet zo nauwkeurige begroting op.
Dat kan betekenen dat later in het proces gewerkt moet worden met begrotingswijzigingen. Wanneer een zo goed mogelijke begroting wordt verwacht, dan moeten de huidige termijnen in acht genomen worden. Discussiepunten. Geen discussiepunten De voorzitter stelt voor dat de griffie het concept-besluit van de raad aanpast met inachtneming van het amendement van Doetinchem en de opmerking van de burgemeester dat het gaat over zaken met een grote impact. Het voorstel wordt in tegenstelling tot de gebruikelijke procedure niet als bespreekstuk maar als stemstuk zonder stemverklaring geagendeerd. Hiermee wordt ingestemd.
4
6. Voorstel om een zienswijze in te dienen op de 7e wijziging Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD Noord- en Oost Gelderland (GGD NOG). Eerste termijn. Mevrouw Hoezen, mevrouw Kraaijenbrink, de heren Koskamp, Onstenk, Bulsink en Holtman gaan akkoord met het voorstel en hebben geen discussiepunten. De heer Van der Graaff vraagt hoe tot een gewogen afvaardiging in de raadscommissie kan worden gekomen. Is dat per gemeente, per cluster van gemeenten of is dat vanuit de Regio Achterhoek? Er kan een cluster gevormd worden met de VNOG. Vergaderingen via teams voorkomt veel reisbewegingen. Voorgesteld wordt een expert raadslid namens de raad in de raadscommissie zitting te laten nemen. Hoe denken de anderen daarover? Discussiepunt • Gewogen afvaardiging in de raadscommissie Reactie college. Wethouder Wikkerink geeft in overweging om te kijken naar de regionale spreiding. Ambtelijk en bestuurlijk wordt de GGD NOG verdeelt in verschillende regio’s. Een raadswerkgroep kan ingedeeld worden via deze regionale indeling. Tweede termijn. Discussiepunt. Gewogen afvaardiging in de raadscommissie De heer Van der Graaff zegt dat het goed is dat de raden in een GR de vinger aan de pols kunnen houden middels een raadscommissie. Hoe komen we tot een gewogen afvaarding? De bestuurlijke lijn kan worden gevolgd.
Of zijn er andere opties wenselijk? De griffier wijst erop dat eerst alle 22 gemeenten moeten instemmen met het instellen van een raadscommissie. Daarna kan een en ander worden uitgewerkt waarin de bemensing en de taken van een dergelijke raadscommissie aan de orde komen. De heer Holtman zegt dat de nadere uitwerking afgewacht moet worden. Conclusie. De voorzitter stelt voor dat de griffie het concept-besluit van de raad aanpast met inachtneming van het amendement van Doetinchem en de opmerking van de burgemeester dat het gaat over zaken met een grote impact. Het voorstel wordt in tegenstelling tot de gebruikelijke procedure niet als bespreekstuk maar als stemstuk zonder stemverklaring geagendeerd. Hiermee wordt ingestemd.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 4 juli 2023.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
5