CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering Raadzaal d.d. 12 september 2023

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijsten van de oordeelsvormende vergaderingen van 12 september 20236.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPENBAAR

Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 12 september 2023 - Raadzaal Aanvang: 19.30 uur. Aanwezig:

Voorzitter: Alex Walter De leden: Agendapunt 2: De dames Hoornenborg, Grotenhuis, Hoezen en de heren Holtman, Rijks, Ebbers en Van der Graaff. Agendapunt 3: mevrouw Hoezen en de heren Holtman, Rijks, Ebbers, Polman, Koskamp en Van der Graaff Namens het college: wethouder Te Lindert (agendapunt 2 ondersteund door de heer Kok en bij agendapunt 3 ondersteund door mevrouw Disveld) Griffier: De heer ter Beest

1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot het vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs gemeente Aalten 2023-2029, starten met het voorbereiden van de projecten zoals genoemd in fase 1 en 2 van het IHP en starten met het voorbereiden van het schouwen van alle schoolgebouwen in het kader van de verduurzaming. Eerste termijn. De heer Holtman: Normaliter krijgen de fracties de mogelijkheid om hun standpunt kort en bondig weer te geven, gevolgd door het noemen van de discussiepunten. Dit keer wil ik dat iets anders doen, omdat – en laat ik maar direct met de deur in huis vallen – de ChristenUnie van mening is dat dit voorstel niet rijp is voor besluitvorming door de raad. Dat wil ik graag nader toelichten. De scholen in de gemeente Aalten zijn niet van de gemeente, maar van de samenleving. De gemeente en het onderwijs delen gezamenlijk de maatschappelijke opdracht om kinderen en jongeren zich optimaal te laten ontwikkelen. In gemeente Aalten zou het onderwijs gelijke kansen moeten bieden voor alle leerlingen, onafhankelijk van de wijk waarin een school staat of van de financiële situatie van ouders. Het instrument integraal huisvestingsplan, ofwel een IHP, wordt in Nederland als een belangrijk planningsmiddel gezien voor onderwijsgebouwen.

De VNG spreekt over het volgende: “Gemeenten en schoolbesturen hebben al geruime tijd de ambitie om de verouderde schoolgebouwen aan te pakken en toekomstbestendige, duurzame en gezonde schoolgebouwen te realiseren die geschikt zijn voor hedendaags en inclusief onderwijs. De VNG heeft samen met de PO-Raad en VO-raad gepleit voor het verplichten van een IHP, en inmiddels heeft circa driekwart van de gemeenten een IHP of werkt er aan. Met een IHP wordt onder andere meerjarige zekerheid gezocht, zodat schoolbesturen weten wanneer hun schoolgebouw aan de beurt is voor vernieuwing”. Waarom benoem ik deze passage? Omdat een aantal kernelementen van wezenlijk belang zijn: Ten eerste moet het IHP opgesteld worden door de schoolbesturen en de gemeente gezamenlijk; Ten tweede moet het IHP een lange termijnvisie bevatten; Ten derde moet het IHP duidelijkheid en zekerheid geven aan de schoolbesturen, zodat zij weten wanneer hun schoolgebouw aan de beurt is voor vernieuwing. Wanneer we deze elementen naast het concept IHP van de gemeente Aalten leggen, dan constateert de ChristenUnie - jammer genoeg - dat voorliggende uitwerking hieraan niet voldoet, omdat:

Het IHP is weliswaar opgesteld door de schoolbesturen en gemeente, maar de besturen van het primair onderwijs niet het hele plan steunen, met name het belangrijkste deel niet, het uitvoeringsprogramma; Het IHP bevat in de optiek van de CU geen strategische langetermijnvisie. Het IHP bevat weliswaar inhoudelijke bouwstenen, maar er is niet geredeneerd vanuit een wenselijke totaalbeeld voor de gemeente Aalten voor de lange termijn. Het gaat nl. uit van bestaande gebouwen en houdt geen rekening met spreiding, instroom vanuit wijken et cetera; Het IHP geeft niet de gevraagde duidelijkheid aan de schoolbesturen. Voor de helderheid, we hoeven hier geen dichtgetimmerd plan te hebben, maar fase 3 is een opsomming van deels overgebleven gebouwen waarvan niemand weet wanneer wat daarmee gaat gebeuren. Ook mag benoemd worden dat enige vorm van participatie, zoals bij ouders, leerlingen en leerkrachten rondom dit IHP niet heeft plaatsgevonden. Is dat in deze fase? De CU had graag een inschatting gezien hoe het IHP leeft bij bepaalde doelgroepen, zoals leerkrachten en mensen die in de buurt wonen. Daarbij is de CU inhoudelijk van mening dat de voorgestelde prioritering – dat wil zeggen het investeren in Triangel Laag op de korte termijn, vervolgens de nieuwbouw voor Schaersvoorde en de elementen uit fase drie – discutabel en niet uitlegbaar zijn.

Waarom investeren in een gebouw uit 2006 die ook nog eens op een minder gunstige locatie ligt, terwijl investeringen in andere schoolgebouwen bouwtechnisch gezien veel urgenter zijn? Waarom het VO niet op prioriteit 1 zetten? Volgens de CU zijn we het er allemaal over eens dat investeringen in Schaersvoorde geen overbodige luxe zijn. Kan dat niet eerder? En tenslotte, fase 3 is eigenlijk helemaal geen fase. Het is een opsomming van overgebleven gebouwen en posten in de periode 2031 en 2036, waarvan de toekomst totaal onzeker is. Of optimalisering of nieuwbouw, of dit, of dat. Deze zogenaamde planning geeft totaal geen perspectief voor de scholen en dat vinden wij niet acceptabel. Overigens lijkt 2031 ver weg, maar dat is al over 8 jaar. Daarbovenop komt dat een aantal schoolgebouwen – die wel zijn meegenomen in het HEVO onderzoek, zoals Barlo en Möllenveld – niet zijn genoemd in het IHP.

Welk antwoord moeten wij aan inwoners van die buurtschappen en leerkrachten van die scholen geven als zij de vraag stellen wat we daarmee gaan doen op termijn? Volgens het college het volgende: “Met Accentscholengroep is afgesproken dat we (gemeente en schoolbestuur) binnen de wettelijke verantwoordelijkheden alles zullen doen om de huidige schoolgebouwen in goede staat te houden.” Uit het HEVO rapport blijkt echter dat deze scholen als tweede en derde slecht scoren en binnen enkele jaren een levensduur verlengende ingreep moeten ondergaan. Wie of wat gaat dat doen? Wat vraagt dat qua investeringen? Dit rijmt gewoon niet met elkaar. Tot slot voorzitter, we hebben gekeken of we dit door middel van moties en amendementen het IHP dermate aangepast zouden kunnen krijgen, zodat het wel logisch en uitlegbaar is, maar dat lukt simpelweg niet, temeer omdat de gezamenlijkheid van groot belang is. Ook eventuele toezeggingen van het college over opties is voor ons niet afdoende. In onze optiek doen we hiermee geen recht aan de leerlingen, ouders en leerkrachten van de gemeente Aalten. Laten we daarom het college de opdracht teruggeven en met het verzoek te komen tot een heldere uitwerking, dat gedragen wordt door betrokken partijen. De heer Van der Graaff:. We zitten op de lijn dat het prima is om een principebesluit te nemen over twee weken.

Maar ook ons voert het veel te ver om zoveel geld uit te geven op basis van enkele kengetallen. Er zijn wat ons betreft nog veel meer optie te bedenken en willen dan ook graag verschillende scenario’s uitgewerkt zien in een serieus plan met een afwegingskader op een stedenbouwkundige wijze, ook in relatie tot voorgenomen woningbouw. Voor ons voelt het als een Dinxperlose supermarktdiscussie, waarom ligt hier geen heldere visie onder en is er nagedacht over een programmamanager om dit traject te begeleiden. We willen hier toch een integrale besluitvorming op, want het is een integraal huisvestingsplan. Wij achten het voorstel in zijn huidige hoedanigheid niet rijp voor besluitvorming in de raad, wel als principebesluit, maar als dit leidt tot meerdere gefronste wenkbrauwen dan kunnen wij steunen dat dit niet rijp is voor de raad. Mevrouw Te Grotenhuis: BBB-HMV is van mening dat dit voorstel nog niet helemaal klaar is om in de raad besproken te worden. Wij sluiten ons aan bij de standpunten van de ChristenUnie. Het is duidelijk dat het primair onderwijs het gevoel heeft de dupe te worden van het voortgezet onderwijs en dat zij niet volledige steun geven aan het uitvoeringsprogramma zoals dit er nu ligt. Wij vinden dat het PO niet de dupe mag worden van de plannen die er nu zijn voor het VO wat betreft duurzaamheidsmaatregelen en of huisvesting.

Met de prioritering zoals die er nu ligt kunnen wij niet instemmen. Er is behoefte aan duidelijkheid en een goede planning zodat ook de leerlingen van het PO krijgen wat zij verdienen. Daarnaast zijn wij van mening dat goed uitgezocht moet worden wat de mogelijkheden zijn voor verbouw en uitbreiding van Schaersvoorde, locatie Slingelaan. Kan het bijvoorbeeld een monumentenstatus krijgen? Hierbij is namelijk de aanvraag van subsidie mogelijk. Het meest duurzame is toch echt renoveren en niet nieuw bouwen. BBB-HMV is ook nog niet overtuigd dat het inclusieve onderwijs perse

2

beter is dan het reguliere onderwijs. ‘It takes a village to raise a child’ klinkt op papier mooi, maar de praktijk is waarschijnlijk een stuk weerbarstiger. Wij zijn benieuwd hoe de andere partijen hiertegen aan kijken. De heer Ebbers: Het ligt dan eindelijk voor ons, het IHP, met wat vertraging. Dat mocht ook wel, het vorige IHP stamt uit 2009, dat was ook wel aan vervanging toe. Het aanpassen van schoolgebouwen brengt forse investeringskosten met zich mee. Terwijl we de hand op de knip moeten houden de komende jaren. De rentes en bouwkosten lopen op, de VVD vraagt zich af of het niet gepast is om het iets soberder te doen. De ambities zijn hoog en we vragen ons af of we niet een toontje lager moeten zingen en iets soberder moeten bouwen. Bijvoorbeeld in het geval van Schaersvoorde, kunnen we niet tot nieuwbouw komen met een iets passender financieel plaatje? Onze vraag aan de wethouder is, kunnen wij deze investering wel aan en de lasten wel dragen de komende tijd? Wat betreft de prioritering, de situatie bij Schaersvoorde is al lang zo en begint onhoudbaar te worden. Ook afgelopen week is weer een tropenrooster ingesteld omdat het niet meer mogelijk was om onderwijs te houden in dat gebouw. Wij zijn van mening dat dat eigenlijk prioriteit heeft.

Ook met de aanloop en bouwtijd in gedachten, hoe lang gaat het dan nog duren voordat Schaersvoorde Slingelaan nieuwbouw heeft? Voor is ons is ook het gebrek aan draagvlak onder de besturen een punt. Al met al neigen wij ook om dit stuk niet door te doen naar de raad, maar wel met de kanttekening dat we er voorlopig een paar dingen uit willen en wel in gang willen zetten zodat we niet te lang blijven stilstaan. De heer Rijks: We moeten aan de slag met het binnenklimaat van de scholen, we moeten aan de slag met de veiligheid, we moeten aan de slag met de duurzaamheid en de staat van de gebouwen is op veel plekken niet zoals die hoort te zijn. Dat is de uitkomst van het onderzoek dat HEVO een aantal jaren geleden heeft gedaan. Dat noopt tot actie. Wij willen dat er wel actie komt. We lezen in dit voorstel dat het een ontwikkelperspectief schetst voor de lange termijn en dat er over vier jaar een evaluatie zal volgen en er nieuwe stappen met elkaar afgesproken kunnen worden. Wij zien dat de overeenstemming niet 100% compleet is. Ze zijn het niet overal helemaal over eens. Iedereen vindt wel dat er wat gebeuren moet. Als je uitgaat wat van wat kinderen echt moeten leren dan is dat een opdracht die de schoolbesturen krijgen van de samenleving en dat ze het gebouw dat ze van ons krijgen gebruiken om dat zo goed mogelijk te doen.

Wij moeten ervoor zorgen dat er voor de mensen die in het onderwijs werken goede gebouwen zijn, want het is toch verontrustend dat er steeds minder mensen zijn die in het onderwijs willen werken. Laten we ervoor zorgen dat we in ieder geval laten zien dat we op weg zijn om goede gebouwen te realiseren. Schaersvoorde moet vernieuwd/aangepast worden, dat is voor GB het uitgangspunt. We hebben als vraag, hoe wil je Triangel hoog en Triangel laag met elkaar combineren en dat op een geode manier in de buurt laten landen? Laten we geen kansen liggen als St Jozef en de Slinger niet uitdagen om samen te werken en over een nieuw gebouw in gezamenlijkheid na te denken. Zijn er wat dat betreft nog meer mogelijkheden wat betreft gebouwen binnen onze gemeente? Breed aanvliegen, snel een start maken en op tijd evalueren. Mevrouw Hoezen: Het is jammer dat de discussie zich bij sommige fracties toch wat lijkt te vernauwen tot gebouwen. Want er ligt wat ons betreft wel een goed voorstel. Omdat er namelijk een visie ligt en daar begint het allemaal mee. Er is een duidelijke lijn over hoe wij het onderwijs, de kinderopvang en de zorg vorm willen geven ten behoeve van de beste ontwikkeling van een kind. De gemeente is daarin vooral faciliterend, maar wil daarbij wel insteken op samenwerking tussen, onderwijs, opvang en zorg. Dat is ook waar de discussie over zou moeten gaan.

Wij zijn als fractie op bezoek geweest bij een IKC en merk je uit gesprekken dat de visie ook gedragen wordt door het werkveld. Dat hebben we ook gehoord bij de beeldvorming. Maar dan kom je bij het grootste probleem van dit plan, de ambities zijn groter dan de financiële middelen toelaten. Dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden en dat betekent ook dat niet iedereen zal krijgen wat hij denkt nodig te hebben. Ondanks dat niet iedereen kan krijgen wat hij wil ligt er een visie die door alle partijen wordt gesteund. We hebben aan het begin van de avond nog een mail gekregen waarin dat nog wordt benadrukt. Het IHP moet zekerheid bieden en de twijfel is, biedt dit IHP genoeg zekerheid? Wij denken van wel, ook de mededeling u bent voorlopig niet aan de beurt schept duidelijkheid. Mijn discussiepunt is dat uitstel juist meer onzekerheid biedt dan doorgaan. Mevrouw Hoornenborg: Er is al veel gezegd en ik sluit me aan bij laatste twee sprekers. Wij kunnen ons vinden in dit voorstel omdat het al lang genoeg geduurd heeft. Mijnheer Ebbers zei ook al dat het laatste IHP van vele jaren terug is. De raad en de gemeente heeft best lang niets van laten horen als het gaat om onderwijshuisvesting. Maar het is echt vijf over twaalf. Met dit voorstel dat gedragen wordt door alle besturen, maar ook in samenspraak met kinderopvang en sociale raad tot stand is gekomen is een goed voorstel.

Het beschrijft een visie en je moet altijd beginnen met een goede visie en die visie gaat over inclusiviteit en gaat over ‘It takes a village to raise a child’, maar dat doe je samen. En wat is dan mooier dat er een gezamenlijke visie is met bouwstenen. Het is ambitieus, maar de gemeente pakt haar verantwoordelijkheid en voldoet aan de zorgplicht. Als ik weer mijn kinderen om 12.30 uur thuis zie

3

omdat de school te warm is, dan maak ik mij wel zorgen en dan denk ik als daar een brand uitbreekt hoe snel kunnen ze dan naar beneden komen door die smalle gangen. Het heeft te lang geduurd. We moeten niet gaan uitstellen, maar we moeten in actie komen. Zoals mijnheer Rijks zegt. Daarbij komen er nog steeds weer raadsvoorstellen waar we iets over te zeggen hebben. Dan komen de financiën en inrichting enzovoort nog aan bod. Daar hebben we telkens piketpaaltjes, dus waar is men zo bang voor? Reactie college. Wethouder te Lindert: Laat ik als eerste inhaken op de eerste sprekers die heel veel detailpunten hangen aan dit IHP dat voorligt. Tot en met de opmerking dat er nu heel veel geld uitgegeven wordt. De bedoeling van dit IHP is het vaststellen van een visie. Uit die visie volgen stappen die we gaan nemen. Waarvan een aantal sprekers heeft gezegd om die stappen nu ook te nemen omdat het niet vijf voor twaalf, maar vijf over twaalf is. Ik wil hem omdraaien. Als ik hier nu had gezeten om een plan te verdedigen waarin stond dat gebouw X op plaats Y moet worden gebouwd dan was de eerste vraag van veel fracties geweest, maar wethouder welke visie heeft u dan op scholenbouw? En welke visie hebben we op de integrale huisvesting van ons onderwijs? Dat was een hele terechte vraag geweest. Ik had zo’n plan zonder visie zelfs niet willen verdedigen.

Daarom sta ik zo achter dit plan en het op deze manier aan te vliegen. En eerst met een gezamenlijke visie komen en vervolgens vanuit die visie te zoeken naar welke zaken moeten we daarin nu doen. Ja, de sprekers die gezegd hebben dat het veel geld is hebben gelijk en ja daar moeten we keuzes in maken, maar daar hebben we die visie wel bij nodig. Als stap twee wil ik voorlezen uit een brief met een statement vanuit de primair onderwijs besturen. Die wil ik nu voorlezen (zie bijlage: statement namens de PO besturen gemeente Aalten). Ik vind het belangrijk om hier op deze plek aandacht aan te schenken. De beeldvorming vorige week heeft misschien een ander beeld opgeroepen. De heer Holtman: Er zijn tijdens de beeldvorming letterlijk de woorden gebruikt: “De PO-besturen staan niet achter de uitvoeringsagenda”. Op dat element wordt niet ingegaan in deze brief. Wethouder te Lindert: De uitvoeringsagenda uit het IHP beschrijft een tijdpad en een volgorde. De schoolbesturen willen het liefst dat alles binnen twee jaar opgelost. Uiteindelijk is het mijn verantwoordelijkheid om keuzes te maken. We hebben namelijk geen middelen om alles in een keer te doen. Er zit een volgordelijkheid in en een tijdspad. Wat ik uit de brief haal en ook vorige week wel gehoord heb is dat de onvrede zit in de lengte van het tijdpad. Het IHP beslaat 16 jaar, vier keer een periode van 4 jaar.

Scholen die pas in de laatste periode van 4 jaar aan de beurt zijn, zijn daarover teleurgesteld. Met het vaststellen van dit IHP krijgt het college de verplichting om te zoeken naar een snel mogelijke invulling. Misschien zijn er wel mogelijkheden om in stap 3 een versnelling aan te brengen. We moeten nu nog niet aan invullinggaan doen. We moeten eerst een visie vaststellen en daarna met de invulling aan de slag gaan. Als we geen visie vaststellen dan komt er niets van uitwerking op korte termijn. Ik denk op de inhoud te onderbouwen is, waarom stap 1, stap 1 is. Dat is snel realiseerbaar, maar daar doe ik het wel wat mee tekort. Daarvoor hebben we ruimte in de begroting. Daar willen we ook snel doorgaan met de planvorming van fase 2. Daar hebben we een uitdaging aan te gaan, samen met de onderwijsbesturen. Dat is gelukt met dit plan, we hebben een breed gedragen plan en we delen die visie met elkaar en daarin kunnen we nu stappen gaan zetten. Op het moment dat u zegt, dit stuk is niet rijp, dan gaan we die stappen niet zetten en draaien we de volgorde om, want het begint juist bij een visie. Ik reageer op een aantal punten die in de bijdragen genoemd zijn: Meerjarige zekerheid. CU geeft aan dat schoolbesturen meerjarige zekerheid willen. Daar gaan we ook zeker aan werken, maar dan moet je eerst een visie vaststellen.

Die visie is hier besproken, met een aanzet tot een tijdspad. De heer Holtman: Wat mij wat vertroebeld is dat visie en uitvoering door elkaar wordt gehaald. Op de inhoudelijke visie ben ik zeker overtuigd, maar juist de visie plus de vertaling van wat betekent dit nou en ook voor een aantal gebouwen die helemaal geen plek krijgen, maar alleen de afspraak is, we doen ons best. Dan had u dat hele uitvoeringsdeel eruit moeten knippen. U moet niet zeggen, we stellen een visie vast. Nota bene, we investeren miljoenen. Dat rijmt niet. Wethouder te Lindert: Dan draaien we de boel ook weer om en dan was de eerste vraag geweest, maar wat betekend dat dan. Dan was mijn gesprek met de scholbesturen wel erg ingewikkeld geweest. De schoolbesturen willen weten waar ze aan toe zijn. Het was geen gemakkelijk gesprek met de schoolbesturen. Het hoort bij mijn stoel om verantwoorde keuzes te maken. Alleen over visie praten zonder aan te geven welke kant we op gaan dat was ook erg moeilijk geweest. Ik heb er over getwijfeld of we de bedragen in dit plan moesten opnemen. Maar ik hoorde de vragen van de raadsleden ook al weer. ‘wat kost dat dan?’, ‘wat stellen we nu dan vast?’. Bij het vaststellen van een visie hoort ook een doorkijkje van welke kant gaan we op.

4

De heer Holtman: Ik begrijp de spagaat wel, maar u doet nu voorkomen dat het alleen een visie betreft. Dat bestrijd ik. Het is beide. Wethouder te Lindert: Het is een visie gekoppeld aan een uitvoeringsagenda. Ik ga verder met mijn lijstje van punten die besproken zijn: Geen lange termijn visie. Naar mijn idee geeft dit plan wel een doorkijk en hij geeft nog meer, namelijk ook momenten voor bijsturing. Er werd gesproken over de participatie, dat dat onvoldoende zou zijn. Dat zit ook in de antwoorden die deze week nog verstrekt zijn. De participatie was goed, de besturen waren onze gesprekspartners. Ik weet ook van de besturen dat de MR’en en GMR’en volwaardig hebben meegesproken, Dat is ook hoe participatie in dit stadium zou moeten verlopen. Op het moment dat wij op een bepaalde plek een school gaan stichten, gaan we ook in gesprek met de buurt, die in veel gevallen ook toekomstige ouders zullen zijn. De buitengebieden worden niet meegenomen wordt gesteld. Die worden zeker wel meegenomen, dat is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Die hebben aangegeven dat zij de scholen in de buitengebieden willen open houden. We hebben daar nu geen wensen voor uitbreiding, op het moment dat er zich situaties voordoen waarbij wel een aanpassing nodig is (zoals recent in de Heurne), dan nemen wij onze verantwoordelijkheid als gemeentebestuur. Duurzaamheid.

Duurzaamheid en binnenklimaat staan bovenaan op iedere lijst. Daarover gaan we in gesprek met de schoolbesturen. Dat beschrijft dit plan, want hiervoor staan de schoolbesturen aan de lat. Voor klimatologische en energetische maatregelen. Ik wil ze graag koppelen aan de maatregelen die we aan als ons vastgoed gaan nemen om de schouw die we daar gaan doen, daarin ook de schoolbesturen mee te nemen, omdat wij daarin ook de prioriteit zien. Het afwegingskader. Kijken naar toekomstige en huidige woningbouwplannen, dat is het mooie aan de looptijd van dit plan en nu starten. Dan kunnen we dat ook meenemen. De verdere planning komt als we de visie hebben vastgesteld en als we gaan starten. Kanttekeningen bij het inclusieve onderwijs die snap ik heel goed. Hiervoor ligt een grote uitdaging bij de onderwijs besturen. Hierover hebben we ook met de besturen gesproken. Ik voel me erg comfortabel met onze scholbesturen die aangeven de opdracht te zien in die inclusiviteit. Daar worden we bij geholpen door landelijk beleid dat er aankomt. Dat past hier erg mooi in. VVD geeft aan dat schoolgebouwen niet voldoen, maar ze voldoen wel aan het bouwbesluit van de tijd dat het schoolgebouw gebouwd is. Dit plan nu vaststellen, maar soberder uitvoeren wordt ingewikkeld. De visie nu vaststellen geeft ruimte om te kijken naar wat nu mogelijk is op het moment dat we aan de slag gaan met stap 2.

Het college heeft meer verantwoordelijkheden dan alleen het vaststellen van onderwijshuisvesting. Het college heeft tal van verantwoordelijkheden en zal het daartegen moeten afwegen. Dus natuurlijk nemen we dat mee. GemeenteBelangen geeft aan dat er nu echt actie moet worden ondernomen. Het CDA verbindt daaraan dat we lang niks van ons hebben laten horen. Die wil ik wel wat nuanceren. Het klopt dat er geen IHP was, maar er was ook geen verplichting voor een IHP. Er is een aantal raadsperiodes geleden heel hard gewerkt om het gebouwenbestand op orde te krijgen en dat is destijds gelukt. Destijds was het ook een breed gedragen standpunt (ook met de schoolbesturen) dat de gebouwen op orde waren. Nu is er de verplichting om een IHP te maken en daaraan voldoen wij met dit plan. De heer Ebbers: Het vorige IHP is van 2009 en daarin staat dat dat iedere drie jaar herijkt zou worden. Waarom is dat in de optiek van de wethouder niet gebeurd? Wethouder te Lindert: Destijds is gezegd dat het klaar was met onderwijshuisvesting. De gebouwen waren op orde. Dat was toen ook de feitelijke situatie, maar dat veranderd met de tijd. PP benoemt dat het noodzakelijk is om financiële keuzes te maken. Dat is zeker een noodzaak, we moeten echt keuzes maken. Nu alles uitvoeren kan echt niet. Inmiddels is uitgelegd waarom de keuzes zijn gemaakt zoals ze zijn gemaakt.

Geen besluit nu, betekent echt absolute stilstand en dat moeten we niet willen. Want vanuit stilstand iets in beweging brengen is echt erg ingewikkeld. Het werkstuk “IHP” is nog lang niet klaar, maar het voorwoord en de uitgangspunten zijn wel klaar en van daar uit kunnen we verder bouwen. De heer Henkjan Kok: Ik zal me beperken tot twee technische punten. In de eerste plaats de opmerking van de VVD als het gaat om de soberheid van gebouwen. Al eerder is vanavond betoogd dat als er daadwerkelijk gebouwd moet worden, dan zal daar ook een raadsvoorstel voor komen, met alle onderliggende stukken. Dan heeft u ook de mogelijkheid om het voorstel te toetsen op soberheid. Daar zit echter ook wel een bodem aan. Er is een kwaliteitskader onderwijshuisvesting, dat is de norm waarvoor je moet bouwen, dat sluit ook aan bij het bouwbesluit. De tijden dat we ons bij het ontwerp van gebouwen bezig konden houden met wat we gemakshalve “gouden kranen” noemen is echt voorbij. Het is woekeren om een goed resultaat te halen. U mag ervan uit gaan dat dat ook in de voorbereiding zo zal lopen.

5

De heer Ebbers: Ik hoor hier de term gouden kranen. Ik lees in het stuk ook terug dat Schaersvoorde een hele leuke onderwijsvisie heeft, waarbij ook extra activiteiten een rol spelen. Zouden die dan niet eventueel op een lager pitje gezet moeten worden? De heer Henkjan Kok: Het antwoord hierop is aan de wethouder. Ik beantwoord eerst even het andere punt. Dat betreft de opmerking van de heer Rijks over het onderzoeken om de St Jozefschool en OBS De Slinger te huisvesten in één gebouw. Daar is vanuit de gemeente wel degelijk op aangedrongen om die variant mee te nemen. De schoolbesturen hebben ervoor gekozen om niet voor die variant te gaan. Wij zijn als gemeente niet in de positie om schoolbesturen te dwingen hun pand te verlaten omdat wij het belangrijk vinden dat ze ergens anders gaan zitten.; Wethouder te Lindert: Mijnheer Ebbers, ik wijs u op het pleidooi van de rector waarin zij juist functie aan het gebouw toedicht, die moet je niet weghalen. Ik denk dat het onderwijsaanbod er rijker van wordt en ik denk zelfs, dat de haalbaarheid van het gebouw nog wel eens dichterbij kan komen door gedeeld gebruik te zoeken voor de voortgezet onderwijs locatie. Dan zou het nog wel eens kunnen zijn dat we eerder tot realisatie komen. Omdat dat gecombineerde gebruik, weer andere mogelijkheden naar binnen haalt. Wat betreft de monumentenstatus, het punt van mevrouw Te Grotenhuis.

Ja natuurlijk willen we onderzoeken of het pand van Schaersvoorde in aanmerking kan komen voor een monumentenstatus. Discussiepunten. • Is het voorstel wel of niet rijp voor behandeling in de gemeenteraad? Tweede termijn. Is het voorstel wel of niet rijp voor behandeling in de gemeenteraad? De heer Holtman: Ik heb een heel betoog gehouden, met redenen omkleed waarom wij dit standpunt zijn toegedaan. De bevlogenheid van de wethouder spreekt mij aan. Ik denk dat wij net als veel mederaadsleden zeker geen stilstand willen, omdat het een belangrijk onderwerp is, waar we mee door willen. Desalniettemin denk ik dat de visie toch wel verschilt over wat draagvlak is en wat niet. De inhoudelijke uitwerking is minstens zo belangrijk als de visie. Als je dan aan de slag wilt met Traingel hoog/laag. Waarbij je de nodige vraagtekens kunt stellen en de prioritering van twee dan is de vraag of je hiermee wel verder moet willen. Of zou je toch tot andere keuzes kunnen komen. Op de woorden, hier ligt geen klaar werkstuk, maar iets waar we verder mee kunnen wil ik het volgende zeggen: a) Daar is het IHP niet voor bedoelt. b) zo wordt het niet gebracht en c) Als u zich een klein beetje in mij wilt verplaatsen, als wij vragen krijgen uit Barlo of van ouders/leerkrachten/omwonenden van scholen wat gaat daar dan mee gebeuren? Ik heb het antwoord niet.

Behalve de intentie dat we het naar voren gaan halen. Als ik dan de rekensom moet maken, fase 3 kost €20 miljoen, we kunnen nu al niet alles. In alle eerlijkheid, wat stel je dan überhaupt vast? Dat je met Triangel aan de gang gaat en dat je met Schaersvoorde wat wilt gaan doen. Als je de handreiking mbt participatie ziet die de VNG, PO en VO hebben gemaakt wordt er wel degelijk gesproken dat je een bepaalde vorm participatie moet volgen. De wijze waarop het nu heeft plaatsgevonden is dat niet het geval. Mevrouw Hoezen: ik hoor de heer Holtman zeggen, geen stilstand. Ik denk dat we daar met zijn allen over eens zijn. Ik heb hem ook horen zeggen dat CU zich wel achter de visie kan scharen en ik denk dat dat al een belangrijke vaststelling is. Want daar begint het al mee. Dan zit het hem in het uitvoeringsprogramma en dan is mijn vraag aan de heer Holtman. Wat verwacht hij van uitstel? De heer Holtman: Qua visie mbt het IKC en de meerwaarde daarvan zijn we overtuigd, maar de lange termijnvisie over hoe je de gemeente Aalten qua scholen wilt inrichten en alles daaromheen dat bevat het niet. We willen geen stilstand, maar dat betekent niet dat we onvolledig plan dat onvolledig draagvlak heeft en niet bij iedereen is getoetst moet vaststellen.

Mevrouw Hoezen: Op welk punt ontbreekt dan het draagvlak? De heer Holtman: Volgens mij is vorige week heel duidelijk gezegd dat de PO-besturen op de uitvoeringsagenda geen draagvlak hebben. Mevrouw Hoornenborg: Volgens mij zijn alle scholen betrokken, alle besturen zijn betrokken, kinderopvang is betrokken. Daar is uitgebreid over gesproken. Dat hoor en lees ik overal terug. En toch zegt u dat er geen participatie. Die scholen hebben MR’en en krijgen feedback van ouders, van omgeving. Dus volgens mij is iedereen betrokken. Mevrouw Hoezen: ik wil de heer Holtman ook nog wijzen op het op overeenstemming gericht overleg van 5 april jl. Het is duidelijk dat sommige schoolbesturen liever eerder aan de beurt zijn dan 2031. Bent u het er niet mee eens dat de Triangel de prioriteit krijgt? Ik krijg het gevoel dat het heel erg in de fasering zit en dat dan een keuze is gemaakt om één basisschool, degene die het slechtste scoort, naar voren te halen. Zit het daarin?

6

De heer Holtman: Ten dele wel ja. Ik heb in mijn bijdrage aangegeven dat het discutabel is om die school op één te zetten. Maar ook bij fasering 2 en 3 kun je ook de nodige vraagtekens zetten. De heer Van der Graaff: Ik heb de wethouder beluisterd. U staat te boek als zeer bevlogen en betrokken. Wij willen ook geen stilstand, ook de heer Holtman geeft dat aan. Hier ligt een plan waar u met uw collega’s jaren over heeft gedaan en nu moeten we ook doorpakken. Wat is erop tegen, terwijl u handreikingen en verbetervoorstellen, bijschaafsuggesties heeft gekregen om dit nog eens opnieuw tegen het licht te houden. En dan met een verbeterd plan terug naar de raad te komen en dan heel helder te maken. Wat de visie is, wat het plan, waar gaat het over geld. Het is nu onvoldoende gedragen, wij hebben het ook beoordeeld als niet klaar voor de raad. De heer Rijks: We hebben allemaal een beeld meegenomen naar deze oordeelsvorming, dat beeld is beïnvloed door de beantwoording van de vragen en door de brief die gestuurd is door de besturen van de scholen. Ik denk dat wat er nu ligt een visie is die gedragen wordt door alle mensen in de gemeente Aalten die met het onderwijs te maken hebben. Alle mensen die kinderen op school hebben die via de MR en GMR hun zegje konden doen.

Die net als wij gewend zijn dat als de meerderheid een besluit genomen, dat je je daarin voegt en dat je dat gaat uitvoeren. Zo heb ik het gevoel dat er nu iets ligt waar de overgrote meerderheid van het veld mee kan leven, ja op gezegd heeft en waar we zo snel mogelijk mee aan de slag moeten. De heer Ebbers: ik hoor de Rijks goede besluiten zeggen. Dit plan beslaat een strategisch deel en volgens mij is iedereen het erover eens dat, dat goed uitgewerkt is en dat daar steun voor is. Het operationele deel, daar staat niet iedereen achter. Het is ook niet duidelijk. Het gaat hier om meerjarige duidelijkheid voor de scholen. Dat is er niet in dit plan, dat hoeft ook geen vertraging op te leveren. We kunnen ook de wethouder met een deel van de opdracht op pad sturen, terwijl dit nog even tegen het licht gehouden wordt. Wethouder te Lindert: Ik ga graag op pad. Dit plan geeft de ruimte om ook mee op pad te gaan. Dit plan is nog niet klaar, dit beschrijft de visie, die breed is gedragen. Er is een duidelijk signaal gekomen vanuit het PO, die visie is breed gedragen. Daarmee kunnen we aan de slag, vraag me niet om met losse onderdelen aan de slag te gaan. Want dan sla ik een modderfiguur bij die schoolbesturen. De heer Ebbers: Het gaat niet alleen om een visie. Het operationele deel van het plan is onvoldoende uitgewerkt wat ons betreft.

Er moet duidelijkheid voor scholen komen over wat er gaat gebeuren de komende jaren en waar zijn ze aan toe. Als dat in het plan komt, concreet, dan zouden we kunnen instemmen. Mevrouw Hoornenborg: ik ben wel benieuwd wat er volgens de heer Ebbers precies niet duidelijk is. U stelt dat scholen niet weten waar ze aan toe zijn, volgens mij weten ze dat wel. Namelijk dat men samen op weg gaat, een toekomstperspectief heeft met een horizon en of het nu de linker afslag, of de rechter afslag wordt, wij gaan daar als raad telkens over meepraten. De heer Ebbers: We hebben fase 1 en fase 2 en alles daar achter is onzeker. Natuurlijk is het niet in steen gebeiteld. Net als de weersverwachting, hoe dichterbij, hoe nauwkeuriger. Alleen het licht nu wel heel open. De heer van der Graaff: ik begrijp niet zo goed, wat het probleem is om dit plan nu even terug te nemen en bij wijze van over twee maanden weer opnieuw te behandelen. Dan zijn we voor de kerst alsnog klaar om te beginnen. Mevrouw Hoezen: De heer Ebbers noemt fase 1 en fase 2 en fase 3 ligt nog open. Ik begrijp wat hij bedoelt, want ook ik liep daar tegenaan. Zouden we dan het besluit kunnen nemen, fase 1 en fase 2 akkoord. Fase 3: wethouder ga dat zo snel mogelijk concreet uitwerken en kom daar op terug? De heer Ebbers: dat lijkt me geen verkeerd idee.

Dan halen we het wel uit dit stuk en gaat dit nog even terug, dan hebben we in ieder geval een opdracht om een start te maken. Mevrouw Hoezen: je hoeft niets uit het plan te halen, maar iets toe voegen. Namelijk de opdracht om fase 3 zo snel mogelijk te concretiseren. Kan de heer van der Graaff concreet maken wat hij aangepast wil hebben? De heer van der Graaff: Volgens hebben we dit al meerdere keren benoemd, ook in de beeldvorming al. Dat het niet gedragen lijkt door de PO besturen. Het uitvoeringsplan is onvoldoende. De heer Rijks: Voorzitter, ik wil het nog wel een keer voorlezen in de brief van de PO besturen staat: We staan achter de verwoorde visie en ambities beschreven in de zes bouwstenen. De heer Van der Graaff: Ik heb hier geen reactie op. Mevrouw Hoezen: Ik vind dat mevrouw Wentink, die er vanavond niet bij is, wel een beetje gebruikt wordt op een politieke manier om dit voorstel weer terug naar schrijftafel te brengen. Wat zij vorige week heeft gezegd, maar waar ze nu in de brief weer op terug komt, of in ieder geval genuanceerd. Dat ze niet achter het plan zou staan. Ze staat in ieder geval achter de visie. Dat komt ook door de manier waarop de vragen aan haar zijn gesteld.

7

De heer Holtman: Ik denk dat wij weg moeten blijven bij woorden uitleggen. Volgens mij hebben we gehoord wat we moesten horen en als daar onduidelijkheid over bestaat, dan moet daar duidelijkheid over komen. Het woord visie wordt verschillend gebruikt. Je hebt een visie van bouwstenen, van IKC, van regie. Dat zijn hele mooie dingen, maar de visie dat je een IKC plus wilt hebben bij Triangel laag en bij de ST Jozef over 8 jaar en bij de Slinger. Dat is naar mijn mening geen visie, maar dat zijn open opties die amper onderzocht zijn. Als je dan terug gaat naar de bedoeling van een IHP, duidelijkheid geven, fasering geven en richting geven, dan voldoet het daar niet aan. Dat met een aantal inhoudelijk punten waarvan wij als ChristenUnie zeggen, daar zijn wij het niet mee eens en die kunnen we ook niet uitleggen. En het in het frame trekken dat alles ‘on hold’ wordt gezet, we doen daarmee geen recht aan onze leerlingen, daar moeten we mee stoppen. Want dan maken we een discussie vol met emoties. De heer van der Graaff: Ik kan deze zienswijze steunen. Ik zou graag verschillende scenario’s zien, met een duidelijke visie en een duidelijk plan en afwegingskader. Mevrouw te Grotenhuis: ik had de tijd nodig om dit allemaal te overdenken en op me in te laten werken, maar ik denk dat na die brief die vanavond is binnengekomen.

Dat ons beeld anders wordt en dat we er wel mee door kunnen, mits er een goede evaluatie gaat plaatsvinden en wij ook tijdig in de raad zaken kunnen aanpassen. Dan kunnen wij als BBB hiermee verder. De heer Ebbers: Wij sluiten ons aan bij het standpunt van ChristenUnie. Het is een integraal onderwijsplan en geen onderwijsvisie. Voorzitter: Is dit agendapunt rijp voor de raad: Mevrouw Hoornenborg: Ja Mevrouw Hoezen: Ja De heer Holtman: Nee De heer Van der Graaff: Nee Mevrouw Ten Grotenhuis: Ja De heer Ebbers: Nee De heer Rijks: Ja Conclusie. De voorzitter dit voorstel als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 26 september 2023 gaat met drie minuten spreektijd voor iedere fracties. 3.Voorstel tot kennisneming van de Jaarstukken 2022, in te stemmen met de concept-begroting 2024 en een zienswijze indienen t.a.v. de concept-begroting 2025-2026 van het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers (ECAL) Eerste termijn. De heer Koskamp: Ik hoef er niet zoveel over te zeggen. We kunnen ons vinden in de zienswijze die ingediend is. De heer Rijks: Ik sluit me aan bij de vorige spreker. De heer Polman: Ik heb geen aanvulling op de vorige sprekers. Ik heb een vraag over de vraag €110.000 van de provincie.

Als enige wordt die niet hoger, ik had er al een vraag over gesteld, maar ik vraag me toch af of er niet wat meer valt te halen? De heer Van der Graaff: Ik had ook twee vragen gesteld, die zijn goed beantwoord. Ik heb nog wel de vraag of we nu versneld gaan digitaliseren omdat het papier energie kost. De heer Ebbers: Eens met de zienswijze, geen discussiepunten. Mevrouw Hoezen: Eens met de zienswijze, geen discussiepunten. De heer Holtman: Eens met de zienswijze, geen discussiepunten. Reactie college. Wethouder Te Lindert: De bijdrage van de provincie of we het niet zover zouden krijgen dat die ook wat verhoogt kan worden. Daar gaan we over in gesprek, dat is ook de strekking van de zienswijze. Echter de provincie subsidieert op het cultuurtechnische deel en niet over de strekkende meters. Ik wil de winstwaarschuwing geven dat daar geen grote reddingsboei gevonden gaat worden. Versneld digitaliseren, we gaan digitaliseren, maar dat maakt de vierkante meters niet minder. We gaan naar digitaal werken en dat levert ook steeds minder papier op. De toestroom zal afnemen door digitaal te werken. Maar ook digitale documenten moeten bewaard worden.

8

De heer Van der Graaff: Ik snap dat je bij nieuw archief, digitaliseert. Wat wij lazen is dat juist het bestaande papieren archief hoge energiekosten met zich meebrengt, dat zou ervoor kunnen pleiten ook dat archief te digitaliseren. Is het een overweging om alles te digitaliseren. Ook het papieren archief. Mevrouw Disveld: Deze archieven zijn in 1905/1906 opgebouwd in een bepaalde structuur. Als je dat gaat digitaliseren dan verlies je de structuur en je mag bepaalde informatie niet vernietigen. Dit vanwege de cultuurhistorische vorm van sommige stukken. Er zal wel gekeken worden naar een nadere verdeelsleutel. We kijken nu naar strekkende meters. Wat er nu is, is er en dat moeten we zo bewaren.

Conclusie. De voorzitter concludeert dit voorstel als stemstuk naar de raadsvergadering van 26 september 2023 kan.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 26 september 2023.

M.A.J.B. Fiering raadsgriffier

mr. A.B. Stapelkamp voorzitter

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=e3335d7f-bc17-4f63-b4c2-7b5e064d720e