Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 9 april 2024 zaal Lintelo
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 9 april 2024 in zaal Lintelo. Aanvang: 19:30 uur Aanwezig:
Voorzitter: De heer Belterman De leden: de heren Assink (agendapunten 2, 3 en 4), Meerdink (agendapunten 2, 3 en 4), Logmans, Bulsink, Onstenk (agendapunten 2, 3 en 4) Bauhuis, Hollema, Koskamp (agendapunt 5), Ebbers (agendapunt 5), Polman (agendapunt 5) Namens het college: Wethouder Kok en wethouder Groters Griffier: geen
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan 'Uitbreiding woongebied kern IJzerlo 2024'. Eerste termijn. De heer Meerdink zegt het college en vertegenwoordigers van IJzerlo’s belang overeenstemming hebben bereikt over dit bestemmingsplan. Er liggen verschillende cirkels rondom IJzerlo. Hoe gaan we op termijn verder? De heer Logmans zegt dat het bestemmingplan er goed uit ziet. Hopelijk zullen de zienswijzen – hoewel begrijpelijk - niet tot ernstige vertragingen leiden. Tempo en een zo laag mogelijke kostprijs zullen voor dit keer wel voorrang moeten krijgen. De nood voor nieuwbouw is hoog. De heer Assink. Dit is een staaltje buurschapszin in optima forma. De plannen zijn gemaakt en de gronden zijn verkocht door de inwoners van IJzerlo. Het college heeft dit opgepakt. In het verkiezingsprogramma van het CDA staat dat iedere kern 20 woningen verdient. Met deze 18 woningen zit de gemeente mooi op koers. De zienswijzen zijn goed beantwoord. Hopelijk kan snel met de bouw worden begonnen. Spreker is tevreden met dit plan. De heer Bauhuis is content dat er een goed plan ligt. Bouwen voor starters en senioren. De fractie zou graag meer nadruk willen leggen op het stimuleren van circulair en duurzaam bouwen. De heer Hollema vindt het een prachtig plan. Zijn fractie stemt in met het voorstel.
In het plan wordt het provinciale beleid aangehaald. Daarin wordt gewezen dat bij het uitwerken van een bestemmingsplan veel kansen liggen op het gebied van natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie en biodiversiteit etc. In de uitwerking van het stedenbouwkundige plan staat één foto van een groen dak. Moet voor toekomstige plannen aan het college de opdracht meegegeven worden om - overeenkomstig het provinciaalbeleid – dit meer uit te werken? De heren Bulsink en Onstenk geven aan dat hun fracties kunnen instemmen met het voorliggende plan. Discussiepunt. - Bij uitwerking toekomstige bestemmingsplannen rekening houden met natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie, biodiversiteit etc. Reactie college: Wethouder Kok. Dit bestemmingsplan en het bestemmingsplan Landelijk Gebied zijn nog onder het oude regime tot stand gekomen. Dit wordt een historisch moment in de raad van 22 april. Dit plan is ontstaan vanuit de planologie toen het college nog bezig was met het afwegingskader. Daaraan is dit plan getoetst. Daar past dit plan uitstekend binnen. Spreker is op de hoogte van de ambities van de gemeenteraad t.a.v. biodiversiteit, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. De raad heeft een uitnodigingskader vastgesteld waarin deze aspecten een onderdeel zijn. Het college gaat er pas iets mee doen, nadat de raad het uitnodigingskader heeft aangepast.
Het college toets de plannen aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Spreker is erg tevreden over het vastgestelde uitnodigingskader. Daar kunnen het college, ondernemers en particulieren goed mee uit de voeten
kunnen. Dat is een afweging van verschillende belangen. Belangen voor betaalbare woningen, maar ook voor natuurinclusief bouwen ect. Dat is een totaal speelveld. De heer Hollema wijst op het beleid van de provincie. Hij citeert: “Bij verdere uitwerking van stedebouwkundigontwerp liggen er kansen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit, natuurinclusiviteit. Gemeenten worden uitgenodigd om dit in stedebouwkundige plannen uit te werken”. Dat heeft niets met het uitnodigingskader te maken. Dat is beleid waaraan voldaan moet worden. Waarom wordt dit zo summier uitgewerkt? Wethouder Kok zegt dat getoetst is aan het toen geldende beleid. Bij de ruimtelijke inrichting is zeker naar klimaatadaptatie en natuur e.d. gekeken. De kwaliteit van dit plan is de wijze waarop dit plan wordt ingericht met groen, wandelpaden, ontsluiting ect. Daar is zeker gekeken naar natuur en klimaatadaptatie. Spreker dacht dat het ging over de te bouwen woningen. De bouwers worden zeker geïnspireerd om naar dergelijke aspecten te kijken. De heer Hollema zegt dat het provinciaal beleid betrekking heeft op blauwe en groene daken, de groene kopgevels, kleurmateriaal van de bebouwing. Dat zijn aspecten die marginaal in dit plan zijn uitgewerkt. Het is goed om naar deze aspecten te kijken. Andere aspecten zijn beter uitgewerkt.
Wethouder Kok gaat ervan uit dat met deze ontwikkeling voldaan wordt aan de behoefte. Mocht in de toekomst een uitbreiding mogelijk zijn, dan zijn er logische keuzes te maken waar dat eventueel kan plaatsvinden. Dit plan wordt vastgesteld en past binnen de normen. Bedrijven in de nabijheid ondervinden geen problemen van dit aangepaste plan. De heer Meerdink is er zicht en visie op toekomstige uitbreiding van IJzerlo? Wethouder Kok zegt dat een werkgroep bezig is met woningbouw in IJzerlo. Dit heeft geleid tot het voorliggend plan. Het plan van de werkgroep ging in eerste instantie verder dan voorliggend plan. Daar zou wellicht in de toekomst iets mee gedaan kunnen worden. Nu wordt ingezet op dit plan. Tweede termijn. Discussiepunt. Bij uitwerking toekomstige bestemmingsplannen rekening houden met natuurinclusief bouwen, klimaatadaptatie, biodiversiteit etc. De heer Hollema geeft aan dat de wethouder heeft opgemerkt dat de raad het uitnodigingskader moet aanpassen. Het provinciaal beleid geeft aan dat in stedebouwkundige plannen dit uitgewerkt moet worden. Daarin staan concrete aspecten. De vraag aan de andere fracties is of er in ontwerpplannen hier meer aandacht aan zou moeten worden besteed/voorbeelden moeten worden opgenomen. De heer Meerdink zegt mee te willen denken in alternatief bouwen. Spreker is geen voorstander van platte daken.
Groene daken gaan rotten en levert veelal lekkages op. De heer Assink zegt dat zijn fractie zich houdt aan het vastgestelde uitnodigingskader. Het beleid van de provincie wordt nagekeken. Er zijn voorbeelden op het industrieterrein m.b.t. beplanting op het dak. Dat levert niet altijd een fraai beeld op. Dit is een plattelandsgemeente. Het moet aansluiten bij bestaande bebouwing. Laten we niet te gek doen. Het moet betaalbaar zijn en blijven en ook haalbaar. De heer Bauhuis vraagt zich af waarom in de plannen geen groene voorbeelden worden opgenomen zodat initiatiefnemers op bepaalde ideeën worden gebracht. Het gaat om het inspireren van toekomstige bewoners. Dat lijkt toch geen probleem te zijn. Dat is juist de toekomst. In de plannen kunnen inspirerende aspecten worden opgenomen. De heer Onstenk zegt dat het afwegingskader voor dit plan goed is toegepast. Dat is voor nu voldoende. De heer Bulsink zegt dat het beleid van de provincie geen dwingende aanbeveling is. Een vastgesteld afwegingskader moet niet worden gewijzigd. De heer Logmans is vóór helemaal groen. Dit moet systematisch langzaam met voorbeelden worden opgebouwd. Niet versneld invoeren. Als je dit wilt moet je rekening houden met forse extra kosten. Gezien de woningnood moet zo goedkoop mogelijk gebouwd worden, zodat de meeste mensen een woning kunnen kopen.
De heer Hollema zegt dat groen en blauw gaat over water vasthouden en hergebruik van regenwater. Dat gaat niet over platte daken. Het gaat erom dat in het stedebouwkundigplan voorbeelden worden opgenomen. Systematisch stap voor stap vooruitgaan is goed. Dit plan is een stapje vooruit, maar zet in volgende plannen meer voorbeelden. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan en dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 22 april 2024 kan.
2
3. Voorstel tot vaststellen van de bouwgrondexploitatie woningbouw Kern IJzerlo Eerste termijn. Alle woordvoerders gaan akkoord met het voorstel en hebben geen discussiepunten. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan en dat dit voorstel als stemstuk zonder stemverklaring naar de raadsvergadering van 22 april 2024 kan. 4. Voorstel tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Landelijk Gebied, herziening 2023” Eerste termijn. De heer Bauhuis geeft dat in de beeldvormende bijeenkomst het plaatsen van een antennemast aan de orde is geweest. Dit valt buiten het plan. In een normale situatie zou het logischer zijn om in te ontwikkelen natuurgebied een antennemast neer te zetten dan in bestaand natuurgebied. Dan hoeft namelijk niets te worden verwijderd. De heer Assink geeft aan dat ongeveer 40 woningen aan de woningvoorraad wordt toegevoegd. Het CDA heeft enkele jaren geleden een document gestuurd naar college en raad waarin is verzocht voor betere woningsplitsing en een regeling te treffen voor VAB. Vier jaar geleden is de VAB-regeling in werking getreden. Twee jaar geleden is de woningsplitsing enigszins vergemakkelijkt. Mooi dat dit bestemmingsplan nu voorligt. Akkoord met het voorstel. De heer Logmans zegt dat zijn fractie akkoord gaat met het voorstel. De inspreker bij de beeldvormende bijeenkomst sprak over de antennemast.
Goed dat daarover wordt gediscussieerd, maar het kan niet zo zijn dat de inspreker zegt dat de vertegenwoordigster van de gemeente onwaarheden vertelt. Dat had niet mogen gebeuren. De heer Meerdink zegt dat van de 37 woningen, de helft betrekking heeft op de beëindiging van een agrarisch bedrijf. Dat is een slagveld in de voedselvoorziening. Het platteland verandert hierdoor. Er wordt wel een zinvolle bestemming aan deze gebouwen gegeven. Zijn fractie doet er alles aan om de woningbouw op orde te krijgen. Discussiepunt: antennemast. Gevraagd is om de mast te verplaatsen. Dat is een logische vraag. Hij kan diverse locaties aanwijzen waar een dergelijke mast in het groen kan worden geplaatst. De heer Onstenk zegt dat zijn fractie altijd graag veel wil bouwen. 37 locaties worden herbestemd. Het verplaatsen van de antenne is een separate procedure. De aanvraag van het plaatsen van de mast ligt bij de rechtbank. De uitkomst van de behandeling bij de rechtbank wordt afgewacht. De heer Bulsink zegt dat dit een plan is met veel veranderingen. Enerzijds vervalt veel m2 agrarische bebouwing en anderzijds wordt woningbouw mogelijk gemaakt. Akkoord met het voorstel. De heer Hollema zegt blij te zijn met dit plan. Woningsplitsing wordt goed geregeld. Ook wordt er nieuwe natuur ontwikkeld. Transformatie van het platteland.
Wellicht in de toekomst nog een discussie voeren over het realiseren van nieuwe woningen in het buitengebied. Discussiepunt: - Antennemast Reactie college. Wethouder Kok is trots op dit plan. Een Veegplan is een prima instrument voor zoveel initiatieven. Er is goed samengewerkt tussen initiatiefnemers, adviseurs en de ambtelijke medewerkers. Binnen afzienbare tijd zijn veel plannen goed voorbereid en er zijn weinig zienswijzen ingediend. Het laatste bestemmingsplan waar iedereen trots op kan zijn. Ten aanzien van de antennemast merkt hij op dat voor deze mast al een omgevingsvergunning is verleend. Er is onderzoek gedaan naar een geschikte locatie en geconcludeerd is dat de voorgestelde locatie een prima locatie is. Ook gezien vanuit het telecombedrijf. Om nu in dit bestemmingsplan een extra plek toe te wijzen voor het plaatsen van een antennemast is overbodig, onverstandig en niet passend omdat in het participatietraject met de omgeving hierover niet is gecommuniceerd. Er ligt al een besluit.
3
Tweede termijn. Discussiepunt: Antennemast De heer Meerdink heeft de opmerking van de wethouder gehoord. Een burger wil een camping exploiteren. De antennemast komt dicht bij de woning te staan. Gevraagd wordt om de mast ergens anders te realiseren tussen het groen of aan een beboste akkerrand. De oproep is hieraan te voldoen. De heer Assink zegt dat oproep sympathiek is. Echter 21 maanden geleden is democratisch besloten om de antennemast op de voorgestelde locatie te plaatsen. De procedures zijn keurig verlopen. Hiertegen is beroep bij de Rechtbank ingediend. Deze procedure wordt afgewacht. Het kan niet de bedoeling zijn om nu weer af te wijken van een recent genomen besluit. Er moet aan de burger geen worst voorgehangen worden. Mocht de burgers gelijk krijgen van de Rechtbank dan wordt naar een nieuwe locatie gekeken. Eerder niet. De door de provincie aan te leggen bosjes vallen overigens onder de Gelders Natuurnetwerk en in dergelijke bosjes mogen geen antennemasten worden geplaatst. De heer Hollema zegt dat de operator een aanvraag heeft ingediend. Mocht de rechtbank van mening zijn dat de burger gelijk heeft, dan ligt de bal weer bij de operator. De operator moet dan op zoek naar een andere geschikte locatie voor het plaatsen van een antennemast. Daarna vindt het gesprek plaats met de gemeente over de bestemming.
De heer Onstenk zegt dat de procedure bij de Rechtsbank afgewacht moet worden. De heer Bauhuis zegt dat uit deze casus mogelijk lessen getrokken kunnen worden. Wellicht kunnen dergelijke initiatieven in de toekomst gecombineerd worden met nieuwe ontwikkelingen. De heer Meerdink zegt dat niet alles in beton is gegoten. Er zijn in het verleden voorbeelden bekend dat in overleg met initiatiefnemer gezocht is naar een andere geschikte locatie. In goed overleg is er veel mogelijk. Gezien het verzoek van de burger is het menselijk om te kijken naar een betere oplossing. Mogelijk dat er een amendement wordt ingediend. De heer Assink wijst erop dat het in het verleden ging om vergunningsvrije kastjes. Nu gaat het om een mast waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd en verleend. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan en dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 22 april 2024 kan. 5. Voorstel tot vaststellen van de Startnotitie mobiliteitsplan en uitvoeringsprogramma Aalten Eerste termijn. De heer Hollema vindt het een goede startnotitie en er is een goede technische briefing tijdens de beeldvormende vergadering gegeven. Toen is al toegezegd dat ook over de grens wordt gekeken en dat er meer belangenorganisaties en stakeholders bij betrokken worden.
Ook is meegegeven om de ondernemers en inwoners te betrekken bij de voorbereiding van de visie. Het moet niet blijven zoals het is, maar kijk naar de toekomst. Als voorbeeld is de centrumvisie Dinxperlo genoemd. De insteek van deze visie zou ook voor dit plan moeten worden toegepast. De heer Bulsink zegt dat dit de eerste aanzet is om te komen tot een nieuw mobiliteitsplan. Een plan van aanpak met participatie en communicatie zodat de juiste personen en organisaties op het juiste moment betrokken worden, waarin alle ins en outs zijn benoemd. Verkeersveiligheid, parkeren, bereikbaarheid ect. De leefbaarheid speelt een belangrijke rol. Voordat het mobiliteitsplan gereed is, zijn er nog zeker momenten, waarbij de raad gehoord en gevraagd wordt voor reacties en aanvullingen. De heer Ebbers gaat akkoord met het voorstel. De heer Koskamp zegt dat de startnotie er goed uitziet. Belangrijk is dat dit plan met de belangenorganisaties en stakeholders wordt ontwikkeld. Het plan wordt met belangstelling afgewacht. De heer Logmans vraagt zich af of dit wel een startnotitie is. Het is een breed plan en veel onderdelen zijn generiek opgezet of in vaagheden blijven steken.
Enkele andere gemeenten zeggen over een startnotitie: “vaststellen van een vraagstuk” of “een startnotitie is een verkennende studie over de mogelijkheden, kansen, gevaren en de te nemen maatregelen over een bepaald onderwerp. Deze hoeven niet tot oplossingen te leiden. Belangrijk is dat de dillema’s met elkaar erkent en herkend worden”. Deze notitie is een aanloop naar hetgeen hiervoor is gezegd. Er wordt weinig benoemd en is heel breed. Belangrijk is dat er scherpe kaders worden neergezet, duidelijke specifieke doelgroepen worden benoemd en hoe in de grote kernen omgegaan wordt met gemengd verkeer. Dat wordt niet benoemd in deze startnotitie. Nu het plan jarenlang mee moet gaan is het beter om dit plan te beperken en een scherpe visie neer te zetten en daarover te discussiëren. Hoe wordt een veilig gevoel voor elke deelnemer in het verkeer meegegeven. Dat staat er niet in. Met diverse werkgroepen kunnen heel veel
4
onderwerpen worden opgepakt. Er zal toch eerst een visie neergelegd moeten worden. Het college zal een keuze moeten maken en visie moeten tonen. De heer Polman mist in deze notitie een visie. De wijze van participatie wordt goed beschreven, maar de visie wordt gemist. De “wat” en “hoe” vraag wordt gemist. Gezegd is dat de inhoud van het plan sterk afhankelijk is van de input van het participatietraject. Wat voor rol speelt de gemeente? Is het een actieve of passieve rol? Hoe vindt participatie plaats? Wat vindt de gemeente belangrijk? Bereikbaarheid is belangrijk, maar wat is dan een bereikbare gemeente? Moet dat niet in deze startnotitie worden vastgelegd? Spreker had meer sturing verwacht in deze startnotitie. Het is heel algemeen en generiek. Parkeeronderzoek Bredevoort. Deze wordt medio april uitgevoerd. Waarom wordt dit nu uitgevoerd en niet in het hoogseizoen en wat wordt onderzocht? De heer Bauhuis deelt de zorgen van de vorige sprekers. Het stappenplan geeft aan dat de raad bij de startnotitie aanzet is en bij de vaststelling van het plan. Daartussen is de raad niet aanzet. Het is belangrijk dat de visie van de raad bij de startnotitie wordt vastgelegd.
Het is een mooi plan met goede uitgangspunten zoals dat de gemeente stappen wil zetten voor het toekomstbestendig, toegankelijk en veilig mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan de verduurzamingsopgave en de bereikbaarheid van de gemeente. Het STOMP-principe is een goed uitgangspunt. Term “privé-auto”. Voorstel is om dit te wijzigen in “personenauto”. Deze term is veel breder. Een deelauto heeft veel voordelen zoals mindere parkeerruimte, duurzaamheid en is kostenbesparend. In Bredevoort wordt dit gedaan. De deelnemers van dit project graag betrekken bij het opstellen van het plan. Graag een reactie van de andere fracties. Raadsmededeling 62-2024 over sport en beweging. Hierin wordt aangegeven dat de twee belangrijkste vormen van sport en bewegen wandelen en fietsen zijn. Daarom acht hij het goed dat de wandelaars en fietsers worden betrokken bij het opstellen van het plan. Graag reactie van de andere fracties. Discussiepunten: - Visieopstellen Reactie college. Wethouder Groters. Tijdens de beeldvormende bijeenkomst is al aangegeven dat het college verschillende aspecten meeneemt bij het opstellen van het plan zoals meer stakeholders en de raad bij het proces betrekken. Het concept-plan wordt voor een reactie naar de raad gestuurd. Er zou geen visie in de startnotitie staan. Hij merkt op dat in de notitie ambities zijn opgenomen bijvoorbeeld het STOMPprinicipe.
Een voorbeeld wordt door spreker aangegeven: op welke wijze kan het industrieterrein middels het STOMP-principe worden ontsloten. Het stappen en trappen staan op de voorgrond. De gemeente is op de hoogte van een aantal knelpunten. Het is de bedoeling dat de inwoners worden benaderd over deze knelpunten en dat zij ook andere knelpunten kunnen aandragen. Er komt een speciale website waarop inwoners kunnen reageren. Op een vraag van de heer Polman waar de knelpunten in de notitie staan antwoordt wethouder Groters dat in de startnotitie geen knelpunten zijn opgenomen. De heer Hollema zegt dat bij de aandachtspunten verschillende dilemma’s zijn vermeld zoals het fietsverkeer en het landbouwverkeer. Wethouder Groters zegt ten aanzien van de bereikbaarheid dat de betaalbaarheid van het OV maar ook de verduurzaming hiervan aandachtpunten zijn. Middels het STOMP-principe kan hiernaar gekeken worden. Privé-auto valt onder de “P” van het STOMP-principe. De deelauto valt onder de “M” (MaaS= Mobility as a Service ). De privé-auto is overigens de laatste stap van het STOMP-principe. Dat wordt niet bedoeld met een personenauto. Het parkeeronderzoek in Bredevoort wordt nu gedaan, zodat de resultaten nog meegenomen kunnen worden in het plan. Een onderzoek later in het jaar vertraagt het proces om te komen tot een plan eind van dit jaar. Het parkeeronderzoek wordt zo breed mogelijk uitgevoerd.
Met behulp van een drone wordt bezien waar de parkeerdruk ligt en wordt bekeken hoe er wordt geparkeerd. De rol van de gemeente bij de participatie is een pro-actieve rol. Actief inwoners en stakeholders benaderen. De heer Hollema vraagt of bij de inspraak ook de STOMP-principe wordt uitgelegd en worden de betrokkenen hierin meegenomen? Wethouder Groters antwoordt bevestigend. De insteek is dat de mensen zoveel mogelijk uit de auto gaan en dat zij wandelend of per fiets gaan zodat de bereikbaarheid kan worden gewaarborgd. Tweede termijn. Discussiepunt: Visie opstellen De heer Logmans vraagt zich af of het niet beter is dat de gemeente de inwoners een visie voorlegt en daarna gaat inventariseren wat de knelpunten zijn in plaats van eerst inventariseren en vervolgens kijken wat de gemeente er mee kan doen. Wanneer een visie wordt voorgelegd dan ontvangt de gemeente de
5
specifieke knelpunten. Daarmee gaat de gemeente aan de slag. Gaat de gemeente met een visie de boer op of met een plan waarop inwoners kunnen reageren? In het centrum van Aalten komen fietsers, voetgangers, scootmobiels, auto’s, bezorgers in een beperkt gebied samen. Er moet eerst een visie komen op welke wijze de mobiliteit in het centrum gehandhaafd kan worden. Het STOMP-principe is hier niet meer van toepassing. De heer Polman zegt dat in de startnotitie wordt aangegeven dat mobiliteitsvisie en ambitielijnen worden opgesteld. Wordt de gemeenteraad hierin nog meegenomen, zodat de raad hierover een standpunt kan innemen? Wethouder Groters zegt dat de gemeenteraad wordt meegenomen bij het opstellen van de mobiliteitsvisie. De heer Bauhuis zegt bij participatie met burgers dat de gemeente wel aangeeft wat de gemeente wil en welke knelpunten er zijn, maar er moet geen concreet plan worden voorgelegd. Dan ontvangt de gemeente geen objectieve informatie. De burger moet de gelegenheid hebben om een open mening te kunnen geven zonder dat er een concreet plan voorligt. De heer Logmans zegt dat hij heeft aangegeven dat het om een algemene visie ging en niet om een plan. De heer Hollema wijst op de startnotitie. Daar staat meer in dan in eerste instantie lijkt. Met de STOMPprincipe wordt bijv. het centrum aangepakt. Eerste punt is stappen en trappen.
Helemaal onderaan staat de privé-auto. Ingezet wordt om zoveel mogelijk te parkeren aan de randen van de centra. Zodra de raad heeft ingestemd met de startnotitie kan het college hiermee de boer op. Er kan input worden opgehaald en vervolgens een visie worden opgesteld. Er staan veel bouwstenen in de startnotitie waar het college mee aan de slag kan gaan. Dit is één van de betere startnotitie die de gemeenteraad heeft ontvangen. De heer Koskamp zegt dat afgevraagd kan worden hoe concreet een startnotitie moet zijn. Het is goed dat is toegezegd, dat de gemeenteraad betrokken wordt bij het opstellen van de visie. De heer Ebbers zegt dat het wellicht goed is om een keer te bespreken wat de inhoud van een startnotitie zou moeten zijn. Het huidige Gemeentelijk Verkeers en Vervoersplan valt sinds 1 januari onder de Omgevingswet en bestaat eigenlijk niet meer. Dit plan wordt overgeheveld naar de omgevingsvisie. Moet dit onderdeel dan niet terugkomen in de omgevingsvisie zodat er geen afzonderlijk mobiliteitsplan hoeft te worden opgesteld? De heer Hollema wijst erop dat in de startnotitie staat dat dit een bouwsteen is voor de omgevingsvisie. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan -
Raad betrekken bij mobiliteitsvisie; Raad ontvangt concept-plan
Tevens concludeert de voorzitter dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 22 april 2024 kan. 6. Sluiting De voorzitter sluit om 21:00 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 22 april 2024.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
6