CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 4 juni 2024 Raadzaal

Gemeenteraad 26 juni 2024, gemeente AaltenBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijsten van de oordeelsvormende vergaderingen van 4 juni 20245.124 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPENBAAR

Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 4 juni 2024. Aanvang: 19:30 uur - Raadzaal Aanwezig:

Voorzitter: Mevrouw Hoornenborg De leden: Agendapunt 2: de heren Bulsink, Ebbers, Bauhuis en Van der Graaff en de dames Deunk, Ten Bruin en Van Santen. Agendapunt 3: de heren Assink, Elferink, Bulsink, Ebbers, Bauhuis en Van der Graaff en mevrouw Van Santen. Agendapunten 4 en 5: de heren Polman, Koskamp, Bulsink, Ebbers, Bauhuis en Van der Graaff en mevrouw Van Santen. Namens het college: Wethouder Kok en mevrouw Koenders (agendapunt 2) en burgemeester Stapelkamp (agendapunt 3) Wethouder Te Lindert en mevrouw Disveld (agendapunten 4 en 5) Griffier: mevrouw Smit

1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot vaststellen van de Horecavisie gemeente Aalten. Eerste termijn. Mevrouw Deunk: Duidelijk een visie. Het roept een aantal vragen op. Het daadwerkelijke plan van aanpak, wat willen we nu echt bereiken? Krijgen nieuwe innovatieve projecten daadwerkelijk de ruimte? In het beleidskader en advies uitvoeringsprogramma staat dat er een beperking is op ondergeschikte/ondersteunende horeca en/of diens verwording tot reguliere horeca. Wat bedoelen we met en/of? Het advies voor het uitvoeringsprogramma. Er wordt gesteld dat het aanpalend beleid voor nauw verwante zaken; paracommercie, evenementen, milieu en terrassen en het actualiseren van de APV en de verordeningen van alcohol, geluid en evenementen, sluitingstijden moeten worden herzien. Wanneer is dat dan gereed? De nieuwe initiatieven die moeten getoetst worden. Daarin staat dat het van belang is dat de gemeente en de lokale afdeling van KHN met elkaar in gesprek blijven. Worden nieuwe initiatieven getoetst om te beoordelen of er daadwerkelijk ruimte is. Wordt dit door de gemeente beoordeeld, of door de KHN, of ze het misschien zelf kunnen oppakken of het iemand anders gegund wordt. De heer Bauhuis: Blij dat de horecavisie er is en dat deze breed is opgezet met brede participatie. Verbazing over het lage ambitieniveau.

Minder horeca dan in omliggende gemeente. Een beetje braafjes en behoudend. We zouden iets meer enthousiasme en vertrouwen in onszelf mogen hebben. We zijn toch geen saaie gemeente. In de laatste paragraaf van het raadsvoorstel staat; ‘dat dit niet op korte termijn is gerealiseerd en initiatieven nu aan huidige regels getoetst moeten worden’. Wanneer gaan die regels dan wel in? De heer Van der Graaff: Wij steunen het streven naar vernieuwing. Met meer aanbod voor stijlzoekers. Belangrijk vinden wij, niet meer van hetzelfde maar de mogelijkheid op te houden voor ondersteunende horeca dat deze door kan groeien naar volwaardige horeca, de organische groei, mits geen ruimtelijke bezwaren. De fractie van D66 vindt de groeimogelijkheid belangrijk. Juist om vernieuwende concepten de tijd te geven om te kunnen groeien. De voorgestelde categorie 0 lijkt wat onnodig, beperkend en overbodig. Waarom gaat deze niet samen met categorie 1? Werkt ook wat verwarring in de hand. We missen een duidelijk kader hoe doorgestroomd kan worden van 1 naar 2 etc. In hoeverre worden ondernemers die buiten de kaders vallen, maar wel voorzien in een behoefte, toch de kans gegeven bij iedere stijl toch in aanmerking te komen. Hoe ruim zitten we daarin of houden we ons strikt aan de kaders? We zouden graag ruimte zien voor nieuwe initiatieven waarin we ruimhartig zijn en het de tijd geven.

Mevrouw Van Santen: De fractie van de ChristenUnie kan de horecavisie steunen. Vraag en aanbod past bij een plattelandsgemeente. Er zijn eigenlijk twee opties. Er bestaat iets voor het eten en het drinken en een groot evenement. Er bestaat niet echt iets tussen in. Kan er niet iets meer dynamiek komen voor niet meer horeca maar meer richting cultuur, waarmee je meer levendigheid krijgt. Mevrouw Ten Bruin: Deze visie bestaat grotendeels uit een beschrijving van de huidige situatie en een klein gedeelte gaat over de visie. De visie is het weinig ambitieuze consolidatie +. Of te wel het handhaven van het huidige aanbod en alleen als het echt vernieuwend is er ruimte, maar het liefst dan ook nog door bestaande ondernemers. BBB-HMV heeft wel vraagtekens bij dit beleid. In het raadsprogramma hebben we vastgesteld dat we een aantrekkelijk ondernemersklimaat willen en dat Aalten een mooie veelzijdige gemeente is om te ondernemen. Blijkbaar geldt dit in mindere mate voor de horeca, terwijl juist daar heel veel potentie ligt. Onze gemeente is prachtig en toeristen komen hier graag, zeker als er een veelzijdig aanbod is van de horeca. De horeca dichtheid in de omliggende gemeenten is hoger, landelijk zelfs de helft van de dichtheid. Bezoekers van buiten de gemeente die onze horeca bezoeken is lager dan bij onze buurgemeenten. Er liggen dus kansen.

Grote kansen voor de werkgelegenheid, grotere omzetten en over het algemeen een aantrekkelijke gemeente te worden. Gaat dat lukken met deze visie? In de beeldvorming werd aangegeven dat nieuwe initiatieven echt wel een kans kregen, maar in deze visie is hier weinig van terug te vinden. Ook is het toetsingskader behoorlijk streng en is het wel of geen alcohol verstrekken een complexe zaak geworden. Vinden jullie de term ‘consolidatie’ passend bij onze gemeente? Zou de raad niet meer betrokken moeten worden door een regelmatige terugkoppeling over nieuwe horeca-initiatieven die wel of niet zijn goedgekeurd en met een uitleg waarom? De heer Ebbers: Hier wordt een beetje een nee/tenzij houding opgesteld in plaats van een ja/mits. Dat de gemeente een beetje op de stoel van de keurmeester gaat zitten over wat wenselijke horeca is. De fractie van de VVD wil een gunstig ondernemersklimaat in de gemeente en daarvoor willen we zo min mogelijk barrières opleggen voor mogelijk toekomstige ondernemers. Wij zien graag dat die gefaciliteerd worden. De heer Bulsink: Deze horecavisie is in breed overleg tot stand gekomen. Wij kunnen niet anders concluderen dat communicatie en participatie breed toegepast zijn en er ook gebruik van gemaakt is. De horecavisie wordt breed gedragen en als fractie van GemeenteBelangen kunnen wij ons hieraan conformeren en gaan akkoord.

Wij gaan er niet vanuit dat deze visie geschreven is vóór en door gevestigde horecaondernemers. Met als doel een vinger in de pap te houden en concurrentie waar mogelijk af te stoppen. Discussiepunten: - Wat willen we bereiken - Krijgen innovatieve projecten daadwerkelijk de ruimte - Meer enthousiasme – meer horeca – welke kant willen we op met de horeca - Categorie 0 onnodig, beperkend en overbodig - Duidelijk kader om de doorgroei te faciliteren - Ruimte voor nieuwe initiatieven - Meer dynamiek richting cultuur - Term ‘consolidatie’ passend bij onze gemeente - Regelmatige terugkoppeling over nieuwe horeca-initiatieven die wel of niet zijn goedgekeurd, met een uitleg waarom Reactie college: Wethouder Kok: Hoe moet het planologisch kader gelezen worden. Deze visie is tot stand gekomen in samenwerking met de horeca en geeft eerst een beeld van wat er nu is en daarna wordt aangegeven wat we zouden willen. Wat er nu al is?. In het centrumgebied zijn volop mogelijkheden voor horeca 1 en 2. Daarmee is niet gezegd dat wij dingen gaan beknotten. We zien ook dat er in het buitengebied allerlei initiatieven ontstaan. In de categorie theetuinen is er sprake van overdaad. Daardoor willen zij een grotere rol spelen en willen ze meer mogelijkheden hebben dan er op dit moment is. Dat is een beetje de doelstelling van deze visie.

Zeker de ruimte willen geven binnen de kern om daar met goede nieuwe initiatieven te blijven komen maar dat we in het buitengebied het bestaande respecteren. Ook de horeca in het centrum, willen wij juist wel beperken. Dat we daar niet overal nieuwe kleine initiatieven zien ontstaan en wellicht groter worden waardoor zij een groter ruimtelijk effect hebben op de omgeving. Daar willen we consolideren. In de kernen zien we zeker ruimte om daar nieuwe dingen te gaan doen. Als er een initiatief is wordt het niet bepaald door de horeca of het doorgaat of niet. We hebben dit zeker in samenspraak met de horeca gedaan. Uiteindelijk toetsen we aan het toetsingskader. Deze wordt niet voorgelegd aan de horeca, maar ze worden wel betrokken bij nieuwe initiatieven. Het delen van nieuwe

2

initiatieven doen we nu al omdat we als partners willen blijven optreden. Dit betekent dat we de ondergeschikte ondersteunende horeca bestaand en ondergeschikt willen houden. Dat we daar niet te veel ruimte willen geven om te komen tot reguliere horeca. De heer Bauhuis: U wilt ondersteunende horeca, ondersteunend houden. Geldt dit dan ook voor de kernen omdat daar wel meer ruimte is voor groei? Wethouder Kok: In de kernen kennen we niet ondersteunende horeca. Daar is de categorisering van de horeca anders. Daar speelt dat minder. Wij moeten zorgen voor een gunstig ondernemersklimaat, dat is correct. U heeft ook kunnen zien wat de omzet potentie is en welke vierkante meters daarbij horen. Die zijn compleet in evenwicht. Dit betekent dat het ook goed is voor de bestaande horeca. Op het moment dat er veel meer aanbod is dan vraag dan krijgen bestaande ondernemers het wellicht lastig. De kunst is om ervoor te zorgen dat de vraagkant groter wordt. Bv. ontwikkeling ’t Walfort. Mevrouw Ten Bruin: Mooi dat u zegt; de vraag moet omhoog. 20% tot 30% van de mensen die de horeca bezoekt komt van buiten. Dit betekent dat 80% gewoon uit deze gemeente komt. Als je de vraag omhoog wilt brengen moet je dus mensen zoeken van buiten de gemeente. Dat betekent dat je ook meer moet aanbieden. Wethouder Kok: Dan is de vraag als er meer aangeboden wordt of dat in zijn totaliteit helpt.

Uw veronderstelt dat als je meer aanbiedt dat dan automatisch de vraag omhooggaat. We weten niet of dat zo is en daarom zijn we nu uitgegaan van consolidatie. Behouden wat we nu hebben maar met een plus. Een plus zou mooi zijn als we dat hier kunnen realiseren. Daar zien we ook kansen toe, daar geeft deze visie ook ruimte toe, maar zorg ervoor dat de basis overeind blijft. Het is zeker zo dat er nog een aantal zaken geregeld moeten worden. We hebben gekozen om een ruimtelijk economische visie te maken. Wat onverlet laat dat er een aantal verordeningen nu tegen het licht gehouden worden zodat deze mogelijk in het najaar aangeboden kunnen worden. Dit zit in de planning, maar is nu niet onderdeel van de besluitvorming. Met de brede participatie zijn wij ook heel blij. We hebben een aantal bijeenkomsten gehad met de gezamenlijke horeca. Dat heeft heel veel goeds opgeleverd. Daarnaast gaan we ook op uitnodiging van horeca Nederland proberen de onderlinge samenwerking tussen horecaondernemers ook te versterken. Wij noemen het ambitieniveau niet laag. Er zit wel een ambitie in, vanuit de consolidatie naar de plus. We zijn geen saaie gemeente. Er liggen kansen voor bepaalde doelgroepen om daar wat extra’s voor te doen. Daar zit met name de plus in. Veel overleg is geweest over wijze waarop het nu ruimtelijk geregeld is.

Daarom hebben we hier een eerste aanzet gedaan voor de bestemmingen, categorie 0, 1, 2, 3. Nu is het in ons bestemmingsplan zo dat er op verschillende plekken op verschillende manieren horeca beschreven is. Dit is voor de horeca zelf niet prettig, dit geeft onduidelijkheid, ook in het kader van de handhaving. Daar moeten we vanaf. Daar gaan we extra op inzetten. Dit moet uiteindelijk terecht komen in de Omgevingsvisie. Wij hebben ons voorgenomen om daar al eerder besluitvorming over te doen, dat kan via een ruimtelijke procedure. Tot die tijd moeten we het doen op basis van de huidige bestemmingen. We hebben in de tussentijd ook wel verzoeken gehad die al wel beoordeeld zijn op basis van deze visie. Daar kan nu iets niet, wellicht in de toekomst wel, maar die zullen dan moeten wachten tot het daadwerkelijk vastgesteld is. Het kan ook zijn dat het nu niet kan en in de toekomst ook niet kan. Dat soort gesprekken hebben we nu al wel met initiatiefnemers gehad. Maar als er nu iemand aan de overkant het te huren pand vult met horeca en hij voldoet aan de eisen, dan is dat ruimtelijk mogelijk. Dan hebben we niets om te sturen. Als iemand een activiteit wil buiten de toegewezen bestemming dan hebben we in ieder geval een instrument om te beoordelen of het een verrijking is voor de doelgroep of horeca. Zo moet u het lezen.

Het is niet zo dat er mensen slim gebruik kunnen maken van de huidige situatie. Wellicht kan er straks door de bestemmingen te realiseren, meer, maar daar kun je nu geen gebruik van maken. De heer Bauhuis: Wat is daarvan het tijdspad? Wethouder Kok: Eerst moet dit vastgesteld worden, maar de ambitie is er om dit binnen een jaar geregeld te hebben. Categorie 0 overbodig. Categorie 0 is echt ondersteunend en categorie 1 is horecabedrijf. Dit is een mogelijk voorstel en niet hoe het exact gaat worden. Dit is een richting waarnaar gekeken kan worden. Hoe hoger de categorie, hoe hoger de gebruiksmogelijkheden oplopen. Doorstroming en groei zit met name in de kernen en niet in het buitengebied. De functie ‘theetuin’ zal ook vooral zo moeten blijven. Wat doen we met gevallen buiten de kaders. Kaders stellen we niet voor niets op. Er geldt dan een hardheidsclausule. Er zou dan onderbouwd moeten worden waarom iets bijdraagt tot betere horecamogelijkheden als we aan dat soort zaken zouden willen meewerken. Maar er zit wel een toetsingskader aan vast. Als we een toetsingskader vaststellen en het past compleet niet binnen het toetsingskader dan zien wij ook weinig ruimte om daar buiten de kaders besluiten te nemen. De heer Van der Graaff: We missen een kader om doorstroming te bevorderen van 1 naar 2. In het buitengebied niet, in de kernen wel.

Dan nog voorziet het kader er niet goed in hoe ik kan groeien van 1-

3

2 naar 3. Een theetuin zal niet doorgroeien, maar soms zijn er klein festivalletjes die wel doorgroeien tot iets groots. Wethouder Kok: Deze visie gaat niet over festivals. De heer Van der Graaff: Binnen de kernen kun je wel doorgroeien maar daar voorziet het kader niet in. Wethouder Kok: Op het moment als wij straks de categorisering vastgesteld hebben, worden die ook bestemd op de kaarten. Als iemand een hogere categorie wil, betekent dit een (uitgebreide) ruimtelijke procedure. Dit is een horecavisie en die gaat niet zozeer over cultuur. Dit laat onverlet dat daar waar cultuur is zij zich moeten houden aan de categorie waar ze in zitten. In deze horecavisie zitten zeker kansen, die zien wij met name in de centra. Dat noemen we ook de plus en wordt het op deze manier omschreven. Een terugkoppeling, zeker. We komen sowieso al bij u terug met het toetsingskader. Als het storm gaat lopen met verzoeken willen wij zeker terugkoppelen wat er allemaal mee gebeurd is. Laten we het eerst maar eens vaststellen. Wij hebben onze handen al vol aan de uitvoering. Er komt een toetsingskader, die wordt uiteindelijk vastgesteld en als daar dan allerlei initiatieven op komen hebben wij er geen problemen mee om terug te koppelen hoe dat gegaan is. Dit is zeker een gunstig ondernemersklimaat. De horeca heeft in een vorige periode de gemeenteraad opgeroepen om te komen met een visie.

Het mooie aan deze visie is dat wij dit gedaan hebben met diegenen die deze oproep gedaan hebben. Deze visie werkt ook aan een gunstig ondernemersklimaat. Alleen maar meer wil niet zeggen dat het voor iedereen beter is. Mevrouw Ten Bruin: Denkt u dat door die plus, die 80% die nu uit Aalten in de horeca zit, omlaaggaat of op hetzelfde niveau blijft? Maar dat er in ieder geval een hoger percentage mensen van buiten komen om hier naar de horeca te gaan. Denkt u dat u dat kunt bereiken met die plus? Wethouder Kok: Ja, dat denken wij wel. In de visie staat dat er kansen liggen voor bepaalde sectoren. Bv. in Dinxperlo – Prins Clausplein en in Aalten de ontwikkeling van camping ’t Walfort. Dat zijn plussen om mee kansen te bieden voor de horeca. Mevrouw Deunk: ‘Bestaande ondergeschikte horeca willen we ook graag bestaand en ondergeschikt houden’. Stel: Zwembad ’t Walfort heeft nu ondergeschikte horeca binnen. Knappen buitengedeelte op en willen een IBIZA- achtig iets neerzetten. Wat dan? Wethouder Kok: Die duidelijkheid willen we straks wel geven in het toetsingskader. Spreker geeft als voorbeeld het toekomstig bungalowpark. Zij hebben aangegeven een volledige restaurant functie te willen, niet alleen voor eigen gasten maar ook voor gasten van buiten. Op basis van het huidige beleid en wat ons betreft op basis van het toekomstige beleid hebben wij daar ‘nee’ tegen gezegd.

Er moet wel ondergeschikte horeca mogelijk zijn. Als men gebruik wil maken van andersoortige horeca is het wenselijk dat dit in de bestaande horeca komt. Op het moment als er een verzoek komt van zwembad ’t Walfort’ om daar iets toe te voegen wat we nu niet hebben is dat zeker het beoordelen waard. Als het meer is van hetzelfde, dan proberen we daarop te sturen dat het bij de bestaande horeca terecht komt. Tweede termijn. Discussiepunt: Ambitieniveau in deze visie Mevrouw Van Santen: Vanuit de fractie van de CU, we hebben genoeg horeca. Je zou meer naar cultuur moeten kijken bv. activiteiten van de Koppelkerk, dat trekt zoveel publiek. Mevrouw Ten Bruin: We hebben nu voldoende horeca omdat er ook niet meer vraag is. De kunst is om de vraag omhoog te krijgen. Dit is een gemiste kans als je alleen insteekt op dat wat je hebt. De heer Ebbers: Om het horecalandschap interessant te houden mag er wel wat beweging inzitten. Er mag best wat bij, of veranderen. Om dan ‘nee’ te zeggen tegen een restaurant bij het bungalowpark. Wie is de gemeente om daar inhoudelijk over te oordelen, tenzij er grote ruimtelijke bezwaren zijn. De heer Van der Graaff: De fractie van D66 is voor het meer divers maken van het aanbod. Is het de bedoeling van dit beleid om tegen Landal te zeggen dat zij geen horeca mogen beginnen? Dit is niet de weg om te gaan.

De heer Bauhuis: Wij begrijpen ook wel de pijnpunten die het met zich mee kan brengen, richting bestaande horeca. We moeten meer mensen deze kant ophalen. We hebben 3 mooie centra. We moeten goed stimuleren. Aangegeven is dat dit in de kernen ook wel degelijk de bedoeling is. De toon is nu nog wel een beetje; het mag niet/ tenzij. Dit zouden wij toch wel wat uitnodigender willen zien. Mevrouw Deunk: De visie legt duidelijk bloot, een snackbar in Bredevoort zit iedereen op te wachten en voor de rest overleggen we het. Dit is niet heel ambitieus. Bestaande horecaondernemers motiveren maar laten we ook vooral niet nieuwe horecaondernemers bij voorbaat al de kop indrukken. Mensen moeten kunnen ondernemen. Mevrouw Ten Bruin: Je gaat een beetje de vrije markt blokkeren. Dit is het laatste wat we moeten doen.

4

De heer Van der Graaff: Je moet bepaalde kaders hebben in welke kant je op wilt. Maar dat je wat ruimer in je visie zit en ook andere mensen die buiten kaders vallen en die wel iets hebben toe te voegen, dat je daar wel het gesprek mee aangaat. Discussiepunt: Meer dynamiek richting cultuur Mevrouw Van Santen: Wat vinden we ervan als er iets meer cultuur verbreding komt? Want dat trekt ook mensen aan. De heer Bauhuis: Daar is de fractie van de PP zeker voor maar hoeft nu niet aan bod te komen in deze visie. We spreken hier nu over de horeca. De heer Ebbers: Als een ondernemer brood ziet in een cultuuronderneming moet hij/zij aan de slag gaan. Mevrouw Ten Bruin: Ruimte om te ondernemen en cultuur heeft ook heel veel kansen. Als een ondernemer wil investeren, graag. Trekt weer mensen aan. De heer Van der Graaff: Het één trekt het ander aan, wij zijn zeker voor. De overige discussiepunten zijn voldoende behandeld. Conclusie. Verschillende fracties hebben aangegeven met een amendement te willen komen, de voorzitter concludeert derhalve dat dit voorstel als bespreekstuk geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering van 26 juni 2024. 3. Voorstel om kennis te nemen van de voorlopige jaarstukken 2023 en een zienswijze te geven op de concept Programmabegroting 2025-2028 van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Eerste termijn.

De heer Bulsink: Gelet op de financiële onzekerheid waarin gemeente zitten is het goed om op te roepen om de gemeentelijke bijdrage niet te laten stijgen en verdere lastenstijging binnen de perken te houden. Geen discussiepunten. De heer Ebbers: We zien de bijdrage oplopen en gezien de financiële uitdagingen de komende tijd is dit niet het beste nieuws dat we kunnen krijgen. In die zin onderschrijven wij de zienswijze. Geen discussiepunten. De heer Elferink: Er wordt door de betreffende organisatie behoudend begroot. Als elke organisatie dat zo doet. Hoe daar kritisch mee om te gaan? Hoe voorzichtig mag men begroten? Mevrouw Van Santen: Prettig dat er een positief resultaat over 2023 wordt verwacht. Er wordt ook geen nieuw beleid voor 2025 voorgesteld, besparingen worden doorgevoerd. De VNOG anticipeert op de financiële situatie van gemeente. Eens met de voorgestelde zienswijze. Geen discussiepunten. De heer Van der Graaff: De fractie van D66 is het eens met deze zienswijze en heeft geen discussiepunten. De heer Bauhuis: Eens met de zienswijze. Blij met de plus die in de begroting zat. Misschien verstandig om op te roepen om die in te zetten om toekomstige onkosten te verminderen. De heer Assink: Na een aantal turbulente jaren, zowel financieel als organisatorisch zien we dat de VNOG en onze plaatselijke brandweer in een wat rustiger en stabielere fase zijn terecht gekomen.

Het blijft zuur dat onze post het met minder materiaal moet doen. Het bestaande materiaal wordt gemoderniseerd. Het is een zeer fors bedrag dat Aalten jaarlijks moet betalen aan de VNOG. VNOG speelt in haar begroting in op de mindere financiële posities van de gemeenten door hier en daar structureel op posten te bezuinigen. Ze gaan ook secuurder en zuiniger begroten. Het is lastig wat het AB met het resultaat over 2023 kan doen. Terug naar de deelnemende gemeenten of reserveren. Terugstorten lijkt sympathiek, gaandeweg 2025 aanlopen tegen een dreigend verlies en een bijbetaling is ook vervelend. Wij wachten het voorstel van het AB af. De gezamenlijke kazerne van Süderwick en Dinxperlo. Locatie en financiële consequenties voor onze gemeente en het tijdspad zijn nog volstrekt onzeker. Als CDA-fractie zijn wij wel van mening dat dit mooie initiatief geen grote gevolgen mag hebben voor onze gemeentelijke begroting. Akkoord met de zienswijze en raadsvoorstel. Geen discussiepunten. Discussiepunten. Geen

5

Vraag: Hoe voorzichtig mag men begroten? Hoe toets je realistisch? Reactie college. Burgemeester Stapelkamp: Dat er een aantal jaren geleden overschotten waren had deels te maken met Corona. Er lag veel werk stil, er werd niet geoefend. De aanbestedingen hebben wat langer geduurd. Het DB en de directie en organisatie zijn druk bezig om op kosten te besparen. Op een begroting van € 70 miljoen hebben wij niet helemaal scherp waar het nog te ruimhartig zit. Daardoor nu wel een schot voor de boeg namelijk “hou de vinger aan de pols”. De reserves zijn nu op orde, hier zijn ook maximale percentages over afgesproken. Daarboven moet het dan terug, dat is de afspraak. Misschien is het verstandig om bij de investeringsreserve wat te doen om schommelingen van bijdragen te voorkomen. De boodschap is helder, we moeten voorzichtig zijn en aan de andere kant moet er niet te veel lucht in. Wij hebben het geld ook hard nodig. Conclusie. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering van 26 juni 2024. 4. Voorstel tot wijziging Gemeenschappelijke Regeling Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers Eerste termijn. Alle woordvoerders gaan akkoord met het voorstel. Discussiepunten. Geen Conclusie.

De voorzitter concludeert dat dit voorstel als stemstuk zonder stemverklaring geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering van 26 juni 2024. 5. Voorstel om kennis te nemen van de jaarstukken 2023 en geen zienswijze in te dienen t.a.v. de concept-begroting 2025 Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers. Eerste termijn. De heer Polman: Negatief resultaat +/- € 31.000 jaarrekening 2023 gerealiseerd, terwijl een positief resultaat van +/- € 38.000 was begroot. Grootste afwijking heeft betrekking op de huisvestingskosten, huur en energielasten zijn fors hoger dan begroot. Dit is de voornaamste verklaring van genoemde € 163.000 negatief. We lezen dat het bestuur van ECAL hierover in gesprek zal moeten gaan met de gemeente Doetinchem over de energielasten en de verhuurder over de huur van het gebouw. De uitkomsten moeten worden afgewacht waarbij een scenario van herhuisvesting mogelijk is waarbij alle opties en locaties openstaan. Hier kan de CDA-fractie zich in vinden. We verwachten wel dat we tijdig geïnformeerd worden over de uitkomsten van die gesprekken. Concept-begroting 2025 en de jaren daarna. De komende jaren schommelt het resultaat van licht positief in negatief. Over 4 jaar benadert het de € 0. Prima wat ons betreft. Wat wel opvalt is dat de huisvestingskosten zijn begroot in overeenstemming met het jaar 2023. Een uitzonderlijk duur jaar.

Daarbovenop is nog rekening gehouden met zowel stijging van de huur, 10% ten opzichte van het jaar dat al uitzonderlijk hoog was. En ook voor de energielasten 13%. Is dit reëel of begroten we voor 2025 wel heel behoudend? De bijdrage van de gemeente is bepaald op basis van deze begrote lasten. Lopen we nu niet het risico aan de voorkant te veel bij te dragen en straks bij een overschot het in de algemene reserve van het ECAL verdwijnt? Kunnen we niet meer behoudend begroten en als gemeente de hand wat meer op de knip houden? De heer Bauhuis: Dubbele tegenvaller is zuur. Op veel gebieden werden er stijgingen verwacht, dus wij vinden het niet zo heel vreemd. We wachten even het antwoord af op de vraag van voorgaande spreker. Het aantal stukken dat de ECAL uitleent neemt toe, alleen Aalten leent niets. Hebben we daar geen interesse in of hebben we het niet nodig? De heer Van der Graaff: Beantwoording van de gestelde vragen waren afdoende. Akkoord met het voorstel. Mevrouw Van Santen: De fractie van de CU gaat akkoord met het voorstel.

6

De heer Koskamp: Ieder jaar stijgen de kosten. Goed dat wordt gekeken naar een alternatief voor het gebouw ’t Brewinc. In hoeverre zijn de servicekosten inzichtelijk? De gemeente Doetinchem int de servicekosten. De heer Ebbers: Bijna € 100.000 meer aan energiekosten. Hoe staat dit in verhouding tot onze eigen stukken? Onze gemeente heeft voordelen bij de energiekosten. Hoe kan het daar dan zo uit de hand lopen? De heer Bulsink: De stukken zijn helder en geven geen aanleiding voor vragen of discussiepunten. Discussiepunten: geen. Reactie college: Wethouder Te Lindert: Hoe gaan we met de begroting om en hoe gaan we met de stijging van de kosten om? Hier kijken we heel kritisch naar. We zien die kosten ook stijgen. Meer dan verdubbeld. Dit heeft alles te maken met energiekosten en personeelslasten. Waar we mee bezig zijn is goed te kijken naar de huisvesting van het ECAL in het pand van ’t Brewinc. Als je hele gevoelige archieven opslaat vraagt dit heel veel van een klimaatsysteem en dit kost heel veel energie. Dus daar zien we niet direct d een besparing in. We zijn aan het kijken of we de energie niet 24/7 aan kunnen zetten en of waardevolle spullen er ook tegen kunnen als het af en toe uitgezet wordt. We gaan de huisvesting in zijn geheel tegen het licht te houden. We zitten niet per se vast aan dit pand en aan de gemeente Doetinchem.

We kijken breed rond waar eventueel een ander alternatief is. Dat is de lijn waar we qua huisvestingslasten en energielasten opzitten. Zelf dit organiseren wordt ongelooflijk ingewikkeld. Op de vraag of de begroting reëel is en of we daar niet wat behoudender in moeten zijn antwoordt de wethouder dat we daar afhankelijk zijn van de langlopende contracten die de gemeente Doetinchem met de verhuurder heeft. Daar zijn we nu gesprekken over aan het voeren. Kunnen we eerder van het contract af of andere maatregelen nemen. We willen ons er niet zo maar bij neerleggen. De stijging die er nu jaarlijks inzit, is de indexatie. Voor wat betreft de servicekosten moeten we ook met de gemeente Doetinchem zelf spreken. De heer Polman: Is dit dan per 2023 het nieuwe normaal geworden? Of was dit een extreem duur jaar en gaan we hier nu mee verder? Wethouder Te Lindert: Daar zit het nu wel op vastgeklikt. Meerjarig lijkt dat het nieuwe normaal te zijn. Dit willen we eigenlijk niet en kijken hoe we dat weer kunnen afschalen. Mevrouw Disveld zegt dat er zeker wel interesse in Aalten is. Archiefbescheiden moeten na een periode van 20 jaar worden overgedragen aan het Erfgoed Centrum. Daarmee worden alle stukken openbaar. Dat zou ook verklaren dat er heel veel interesse is.

Wij zijn op dit moment bezig om de laatste stukken van de voormalige gemeentes Aalten en Dinxperlo over te dragen aan het Erfgoed Centrum. Dat verklaart ook die 500 meter. Een deel staat wel bij het Erfgoed Centrum en deel staat er nog niet. Alles wat bij het Erfgoed Centrum staat – zoals alle bouwvergunningen tot 2010 – die zijn daar vrij opvraagbaar. Nu zijn we alle overige archieven aan het bewerken en klaarmaken voor overdracht. Dat zal iets minder zijn dan de meters die hier staan, we zijn nog aan het indikken. Als we dat overdragen kunnen ook alle mensen de archieven opvragen bij het ECAL. Waar nodig wordt ook op vragen gedigitaliseerd of men kan de studiezaal in. Een deel van de archieven staat er nog niet dat verklaart waarom er (nog) geen interesse is. Aanbod gaat de vraag verhogen. De heer Ebbers: Ik hoor u steeds zeggen “wij”. Is dit met de pet op van het Algemeen Bestuur of van het college? Wil het college nu dat een verhuizing niet onbespreekbaar is of is AB van de ECAL het er al over eens? Wethouder Te Lindert: In dit geval allebei. De “wij” was het college Aalten. Het college Aalten zit daar op één lijn met de rest van het AB van de ECAL. De heer Koskamp: Gezegd wordt dat we met de gemeente Doetinchem over de servicekosten in gesprek moeten gaan.

Is het een idee om dit in een soort amendement dan nog toevoegen? Wethouder Te Lindert: In het gesprek dat wij nu voeren met de verhuurder en de gemeente Doetinchem willen wij inzicht krijgen in die servicekosten. Dus ja, dit wordt meegenomen. De heer Ebbers: Duidelijk is nog niet hoe daar de kosten gestegen zijn ten opzichte van onze eigen kosten. Wethouder Te Lindert: Dit komt door de complexiteit van het energiesysteem. Conclusie. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als stemstuk zonder stemverklaring geagendeerd kan worden voor de raadsvergadering van 26 juni 2024.

7

6. Sluiting l

De voorzitter sluit om 21:00 uur de vergadering.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 26 juni 2024.

M.A.J.B. Fiering raadsgriffier

mr. A.B. Stapelkamp voorzitter

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=e4fe5a65-c8af-4d8a-bd7e-157668df51da