CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 24 oktober 2023

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente AaltenBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijsten van de oordeelsvormende vergaderingen van 23 en 24 oktober 202310.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OPENBAAR

Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 24 oktober 2023 - Raadzaal Aanvang: 19.30 uur. Aanwezig:

Voorzitter: de heer Belterman De leden: Onderdeel 1: de heren Assink, Meerdink, Holtman, Van den Berg, Onstenk, Bauhuis en Hollema. Onderdelen 2 en 3: de heren Polman, Meerdink, Holtman, Van den Berg, Ebbers, Hollema en mevrouw Hoezen. Namens het college: Wethouders Kok, Te Lindert, Groters en burgemeester Stapelkamp. Griffier: mevrouw Smit.

1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot het vaststellen van de programmabegroting 2023, de Meerjarenraming 2024-2026 en het investeringsschema 2023. Onderdeel 1: Programma 1 Ruimte van de Programmabegroting 2023. Eerste termijn: De heer Assink: De jaarlijkse bijdrage aan de verbonden partijen is een aandachtspunt. Er zijn allerlei verklaringen voor maar het moet wel betaald worden door onze gemeente. Zou een pas op de plaats voor die verbonden partijen niet eens een keer een bespreekpunt moeten worden? Het klimaat staat volop in de belangstelling. Dit blijkt ook uit de begroting. In een voorgaand college is besloten om alle ruim 40.000 bomen zichtbaar te nummeren. Koste toen veel geld. Wordt dit systeem nog gebruikt in de dagelijkse praktijk? Grote zorg baart het woningbouwprogramma en de uitbreiding van het bedrijventerrein. Goed beschreven, maar de termijn van uitvoeren duurt lang. Wij werken aan een goede voorbereiding van de Omgevingswet. Voor volgend jaar € 600.000 begroot. Een fors bedrag voor arbeid, software etc. Wij zijn ambitieus en willen in deze bestuursperiode veel zaken al afronden. Sommige zaken zouden ook nog 1 of 2 jaar uitstel kunnen verdragen.

Is het een voorstel om het gaspedaal van de Omgevingswet eens wat minder indrukken en beschikbare menskracht inzetten op versnelling van de woningbouw, procedures en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen? Misschien wat onorthodox, maar bij grote opgaven moeten we soms omdenken. Wij zijn benieuwd naar de aanstaande plannen inzake de huisvesting van spoedzoekers en de gevolgen van de spreidingswet. Wat zijn hier de gevolgen van in relatie met de hoge vraag van reguliere woningzoekenden. De heer Bauhuis: De fractie van de Progressieve Partij wil meer aandacht voor de duurzaamheid thema’s. Het thema krijgt slecht enkele alinea’s onder de titel klimaat. Geen woord over de RES, Uitnodigingskader, Warmtetransitie of Plan van aanpak duurzaamheid. Zijn daar geen ontwikkelingen in? Wordt het gezien de urgentie niet tijd om hier in de begroting meer en uitgesplitst aandacht aan te schenken? Moet er niet een aparte paragraaf voor komen? Personele capaciteit op klimaat door CDOKE gelden. Deze zijn bedoeld voor versterking personele capaciteit voor klimaat en energie. Er wordt verwezen naar raadsmededeling 1252023. Het lijkt of we de CDOKE gelden anders inzetten of dat we er een andere invulling aangeven. De heer Hollema: Wij zijn blij met het aanpakken van de koppelkansen van ’t Broek met duurzaamheid als randvoorwaarde. Ook wij waren verbaasd dat je RES etc.

niet in de begroting terugziet. Wij hebben bewust gevraagd naar de CDOKE-middelen. Als het gaat om de projectleider die ingezet werd, dan begrijpen we dat. Maar het wordt ook ingezet voor ambtenaren die al sinds jaar en dag in dienst zijn op dit veld. Dan is het toch geen versterking van capaciteit? Dan is het prioriteren voor wonen en andere zaken. Daar zijn de middelen niet voor bedoeld. Capaciteit van de woningbouw is een zorg. De dekking van de leges is enorm laag. Het college vraagt om meer ambtenaren, waar zijn we dan mee bezig? Moeten we dan niet naar die leges kijken. Op een slimme manier aanpassen, de dekking wat omhoog krijgen zodat we de capaciteit kunnen vergroten waarvoor die leges ook bedoeld zijn.

De heer Holtman: Onderhoud van begraafplaatsen. Dit is niet wat we met elkaar willen. Er komt wel een nota maar het onderhoudsniveau blijft ongewijzigd. We moeten naar de samenleving en gemeenteraad luisteren. Waarom is dit niet meegenomen? Kunnen we dit niet alsnog meenemen? Dan de opvang van bijzondere doelgroepen. In de begroting staat dit onder, actieplan huisvesting. Hier is vaker aandacht voor gevraagd. Er is toegezegd dat er een huisvestingsplan zou komen. 20 april is er een bijeenkomst geweest. Nu zijn we weer 5 maanden verder en moeten helaas lezen dat het plan nog in wording is en dat het in januari moet worden vastgesteld. In april is gezegd dat in Q4 de eerste woningen gerealiseerd zouden worden. Dat is dus niet gebeurd. Waarom lukt dit niet, waarom duurt dit zo lang? Waarom moeten wij hier zelf aandacht voor vragen en komt het college hiermee niet proactief richting de raad. De heer Meerdink spreekt zijn waardering uit voor het Begrotingscafé. Wij denken dat het ravijnjaar wel mee zal vallen. De OZB is jaren 3% geweest en nu 6%. Dat wordt niet zo met nadruk gezegd. Op blz. 20 wordt gesproken over de fysieke bedrijfsstructuur en daar is geen exploitatie bij. Hier willen we graag uitleg over. Blz. 40. Bedrijfsvoering en de formatie. Dit baart ons grote zorgen. De complexiteit, integraliteit en het multidisciplinair gebeuren hierin.

Hier staat dat we er incidenteel meer budget voor nodig hebben. De heer Onstenk: Het amendement dat ingediend is bij de vaststelling van de begroting 2024-2027 van 30 mei over het aanstellen van een tijdelijk projectleider is aangenomen. Wij kunnen het budget niet terugvinden in de begroting. We vinden het belangrijk dat hij die grootschalige uitbreidingslocaties gaat onderzoeken. Daarmee kunnen we een actiever grondpolitiek voeren zodat er ook gelden mee verdiend kunnen worden. Waar is die projectleider ondergebracht? Uitbreidingsplannen voor bedrijventerreinen duurt wel wat lang. Wij krijgen geluiden van kleinere bedrijven die graag in een soort van bedrijfsverzamelhal gezamenlijk iets zouden willen doen. Is er een mogelijkheid om dit naar voren te trekken? Is het mogelijk om nog in gesprek te gaan met De Woonplaats om te overleggen of er nog mogelijkheden zijn om af te stappen van het lotingsysteem. Zodat we een andere verdeling krijgen van de woningen. De heer Van den Berg: Je leest dat het elektriciteitsnetwerk vol is. Er is een terugval in de aankoop van zonnepanelen. Heeft u hier ook al signalen over gekregen? Hoe kijkt het college hiertegen aan? Als je het kengetal grondexploitatie bekijkt, 0,5%, dat betekent dat wij eigenlijk geen gronden hebben, want we lopen geen enkel risico. Graag een nadere toelichting.

Vragen: • Pas op de plaats voor kostenstijging verbonden partijen. • Wordt systeem van bomen nummeren nog gebruikt. • Gaspedaal Omgevingswet minder indrukken en menskracht inzetten voor woningbouw etc. • Plannen voor huisvesting spoedzoekers en de gevolgen van de spreidingswet in relatie met de hoge vraag van regulier woningzoekenden. • Zetten we CDOKE gelden anders in of geven we hier een andere invulling aan. • Waarom is Onderhoudsniveau van begraafplaatsen niet meegenomen. • Waarom lukt het niet en duurt het zolang om huisvesting te realiseren voor bijzondere doelgroepen? • Uitleg over de fysieke bedrijfsstructuur en waarom daar geen exploitatie bij is. • Waar is de projectleider ondergebracht? • Is er een gesprek mogelijk met De Woonplaats om af te stappen van het lotingssysteem. • Signalen over terugval in de aankoop van zonnepanelen. • Nadere toelichting over het kengetal grondexploitatie. Discussiepunten: • Aparte paragraaf voor Duurzaamheid. • Inzet CDOKE gelden. • Dekking van de leges. • Onderhoudsniveau begraafplaatsen. • Wat kunnen we doen om te zorgen dat er sneller huisvesting wordt gerealiseerd voor bijzondere doelgroepen. • Naar voren trekken van bedrijfsverzamelgebouwen op misschien een kleiner perceel. Reactie college. Wethouder Kok: Rem op de kosten verbonden partijen.

Meerkosten die nu in de begroting zitten hebben vooral te maken met meerkosten van indexatie van lonen en dat soort zaken. Dan kunnen we zeggen, daar moeten we een rem opzetten maar dat betekent dat we aan de taken van de gemeenschappelijke regelingen gaan knagen. Volgens ons is dat niet de bedoeling. Bij diverse gemeenschappelijke regelingen zitten we er kort op. Bv. Oda, die gaat fors omhoog maar het blijkt landelijk dat met alle inrichtingen die er in

2

de Achterhoek zijn wij veel lagere kosten hebben dan een andere gemiddelde uitvoeringsdienst. Er valt niet veel te halen in het kader van efficiency. U mag ervanuit gaan dat het college er kort opzit om zaken die ons financieel gevraagd worden ook daadwerkelijk nodig zijn. Wij adviseren u zeker niet om dat te gaan doen. Menskracht inzetten voor woningbouw. U noemt procedures, bezwaren, capaciteit. Vorig jaar hebben we al een inzet daartoe gedaan. We zullen niet zeggen dat het zozeer aan de capaciteit ligt. Iedere organisatie heeft te maken met het komen en gaan van mensen of met ziekte van medewerkers. Maar daar hebben wij niet bovengemiddeld last van. Maar om nu te stoppen met alle energie die er is om een andere verplichting die wij moeten gaan doen. De heer Assink: Wij hebben niet gezegd dan maar te stoppen met de invoering en ontwikkelen van de Omgevingswet- en visie. Maar om de voeten iets van het gaspedaal af te halen. We hebben het streven om in deze bestuursperiode alles voor elkaar te maken, maar wat let ons om dit nog 1 of 2 jaar eroverheen te tillen. Wettelijk is ons die tijd wel gegeven. Vandaar de opmerking om 1,5 of 2 ton van die 600.000 in te zetten op menskracht voor woningbouw. Wethouder Kok: We moeten nu niet het tempo temporiseren. Dat is onverstandig ook voor toekomstige procedures.

Als we het niet voor elkaar hebben betekent dat sowieso dat procedures nog langer lopen. Dus van uw voorstel worden we niet erg enthousiast. Moeten we niet een apart programma maken in het kader van duurzaamheid. Het is al een hoofdopgave. De programma’s zijn ook zo ingedeeld dat we daar organisatorisch mee uit de voeten kunnen. De één zal betogen dat duurzaamheid het belangrijkste is en een ander woningbouw. Maar ze zitten allebei in hetzelfde programma. We zijn bewust teruggegaan van 6 naar 3 programma’s. Deze 3 programma’s inclusief de paragrafen zijn een prima opzet. Meer duurzaamheid gaat niet gebeuren als er een apart programma is. De heer Hollema; Het programma koppelt aan de organisatie. Dat is een keuze. Een programma is ook bedoelt om over organisaties heen te kunnen gaan. U doet of dit een vaststaand feit is. Daar moeten we toch eens een discussie over hebben. De heer Bauhuis: Het ging meer om een aparte paragraaf. Dat we duidelijk duurzaamheid goed in beeld houden en actief op blijven monitoren. Wethouder Kok: We hebben nu een aparte paragraaf naast de programma’s. Er komt niet meer enthousiasme door om iets in een aparte paragraaf te benoemen. Het heeft niet veel meerwaarde. Het moet vooral in het beleid en in de programma’s staan. Als dat onvoldoende is hetgeen wat we zouden moeten gaan doen. Dit zijn keuzes van het college. U mag van alles iets anders vinden.

Leges. De dekking van de leges van bestemmingsplannen e.d. is laag t.o.v. de kosten die daarin meegenomen worden. Ons legestarief ligt niet aan de onderkant. De heer Hollema: Van de programmamanager Omgevingswet hebben wij begrepen dat de leges wel degelijk lager liggen dan in de omliggende gemeentes. Wethouder Kok: Gemiddeld genomen zijn ze niet laag. De heer Hollema: U verwijst naar een landelijk gemiddelde. Maar is het nu lager of hoger dan in onze omliggende gemeentes. Wethouder Kok: Landelijk en regionaal weet ik niet. Dus daar kan ik nu geen antwoord opgeven. Leges zijn voor een initiatiefnemer onderdeel van de kosten die zij maken. Dus hoe hoger de leges hoe hogere kosten ze maken. Daardoor kan het ook minder betaalbaar zijn. Een voorstel om leges dermate te verhogen dat het inkomsten gaat brengen en daarvoor capaciteit in te gaan huren zal niet heel hard helpen omdat er op een andere manier leges geheven gaat worden. Door de Omgevingswet zullen onze leges behoorlijk terug gaan lopen tot +/- € 90.000. Dan moet je de leges al verdubbelen om daar iemand voor aan te nemen. Actieplan huisvesting. Het is geen onwil. Een extern iemand is daarvoor aangetrokken. In een besloten setting hebben we al eens aangegeven welke locaties een bekeken moeten worden. Met die locaties is ook zeker aan de slag gegaan. Met al die locaties is wel iets.

In de tussentijd hebben we wel een aantal zaken extra op ons bordje gekregen. De eerste taakstelling in het kader van asielzoekers hebben we gehaald doordat we ook aan de HAR (hotel- en accommodatie regeling) meegedaan hebben. Voor de opvang van Oekraïners hebben we vanuit het POO 70 plekken gerealiseerd in het kader van de GOO. Ook vanuit de gemeente is er veel tijd in gestopt. Wij voelen ook de noodzaak die er aankomt in het kader van de spreidingswet om ook een opvanglocatie voor asielzoekers te realiseren. Daar zijn de voorbereidingen voor gestart. Met u, zijn wij ook nog niet onder de indruk met de snelheid waarmee dat gebeurd is. Op basis van een notitie in het college hebben wij een besluit genomen dat wij begin november daadwerkelijk gaan vaststellen welke locatie op welk moment beschikbaar moet zijn. Daar komen keuzes uit. Het realiseren van die locaties, is toch een andere. Wij hebben vorig jaar niet gesteld dat de eerste woning er staat eind van dit jaar. Maar dat dan ongeveer de planontwikkelingen/locaties ongeveer klaar moeten zijn. De heer Holtman: Wat is er de oorzaak van dat we anderhalf jaar verder zijn en we nu nog niks hebben.

3

Wethouder Kok: Er is al heel veel gedaan. U schetst nu een beeld alsof er anderhalf jaar niets gebeurd is. Er zijn heel veel locaties bekeken en beoordeeld. Het huisvestingsplan is in april vastgesteld. De heer Holtman: Wij lezen in de begroting, vaststellen januari en dan moeten we nog gaan beginnen. Dan zit je in Q2-Q3 2024 en dan zijn we bijna 2 jaar verder. De heer Meerdink: We stellen veel nota’s etc. vast maar om iets te kunnen doen hebben we bestemmingsplannen nodig. Wethouder Kok: Wij zijn het eens met de heer Meerdink. Je kunt wel een plan hebben maar dan moet de bestemming ook nog gerealiseerd worden. Bij een nieuwe locatie moet er stroom en gas naar toe. Er zijn heel veel hoofdbrekens om dingen te regelen. Fysieke bedrijfsstructuur en waarom staat er geen exploitatie bij. De toelichting is dat er voor 2024 geen investeringen verwacht worden in het kader van de infrastructuur op de bedrijventerreinen. Als het antwoord anders is dan ik heb gegeven zullen we u daar schriftelijk over informeren. T.a.v. het afstappen van het lotingssysteem van De Woonplaats hebben wij in het kader van de prestatieafspraken, afspraken gemaakt dat er een evaluatie volgt van de huidige woonruimteverdeling. Wat mogelijk zal leiden tot een nieuwe woonruimteverdeling. Dat onderzoek vindt op dit moment plaats. Als er een nieuw systeem komt betekent dit niet dat het direct omgezet zal worden.

Dat vergt nogal wat, maar daar wordt op dit moment aan gewerkt. Uw wens is ook mijn wens, dat er in ieder geval op een andere manier gekeken wordt, dan alleen maar het lotingssysteem. Waar kunnen we in de begroting de projectleider vinden. Woningbouwlocaties worden onderzocht ook vanuit huisvestingslocaties. Wanneer daar locaties uitkomen die interessant zijn om projectmatig op te pakken, wordt daar ook het budget bij geregeld. Daarom vindt u in de begroting hier geen aparte post van. Er zijn gelden voor opgenomen in de begroting. Dan de vraag hoe het zit met de rentetoerekening op de grondexploitaties. Wij hebben op dit moment niet veel gronden in exploitatie. Alleen De Heurne. We verwachten wel in de toekomst gronden te kunnen verwerven die voor woningbouw beschikbaar zouden moeten komen. De heer Onstenk: Uitbreiding bedrijventerreinen duurt op dit moment vrij lang. Kunnen we dit naar voren halen, eventueel met een kleiner perceel. Kleine bedrijven willen graag een bedrijfsverzamelgebouw. Misschien zou dat versneld kunnen worden? Wethouder Kok: Als dit binnen de bestaande bestemming is dan is daar geen enkel probleem. Als ze willen uitbreiden op nog niet beschikbare gronden dan moet er gewacht worden op de locatiekeuze en de bestemmingsontwikkeling voor het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein.

Uiterlijk januari komen we met een voorstel zowel lokaal als de regionale bedrijvenplanning. Wethouder Groters: Nummering op bomen wordt nog steeds gebruikt. Ze worden wel gelijktijdig in een digitaal beheerssysteem gezet. We gaan geen nummers meer op de bomen plaatsen. De Omgevingswet vertragen. De verplichte zaken willen we sowieso doen. In deze periode willen we de visie gaan vaststellen. Voor omgevingsplannen hebben we 8 jaar de tijd. Daar gaan we wel mee aan de slag maar daar gaan we niet vol op inzetten volgend jaar of het jaar daarop. De RES ontbreekt. Dit is ook al in de beantwoording van de vragen meegenomen. Nieuwe ontwikkelingen liggen er met name op klimaat. Vandaar dat we deze wel hebben meegenomen. Andere ontwikkelingen op het gebied van RES en duurzaamheid doen we in aparte voorstellen of mededelingen. Op dit moment is daar niet echt wat nieuws in te melden. De heer Hollema: We hebben het over de Programmabegroting 2024 waarin uiteen wordt gezet wat er met het geld gedaan gaat worden. En u zegt voor die onderdelen komen we met aparte mededelingen en zijn geen onderdeel van de begroting. Horen we dat nu goed? Wethouder Groters: Op dit moment hebben we geen nieuwe ontwikkelingen en hoeven daar geen extra geld voor te hebben. Zodra die bekend zijn dan komen we naar u toe.

De heer Hollema: Is dat niet zorgwekkender dat er geen nieuwe ontwikkelingen zijn? Dan moet er toch juist iets gebeuren en er in de programmabegroting aandacht voor zijn. Wethouder Groters: Het ligt inderdaad wat stil. Dit ligt niet binnen onze macht maar meer aan externe factoren. CDOKE- gelden. In het raadsprogramma gaf de raad al opdracht om voortvarend aan de slag te gaan met duurzaamheid. Dat hebben we ook gedaan. Later kwam het Rijk met CDOKE- gelden en hebben we de mensen die we al aan hadden genomen betaald met de CDOKE-gelden. Ongeveer 50 uur wat we aan extra personeelskracht daar hebben zitten. Het Rijk wil de komende jaren het CDOKE - geld meer structureel gaan geven. De heer Bauhuis: Dus de CDOKE-gelden hebben niet geleid tot een hogere inzet bij ons, maar we zijn gewoon het geld anders gaan besteden? Wethouder Groters: In het raadsprogramma heeft u al gevraagd om extra mensen. Die hadden we al aangenomen, toen kwamen de CDOKE- gelden en dat hebben we daarvoor gebruikt.

4

Burgemeester Stapelkamp: Dit jaar zijn er dus extra mensen voor 50 uur aangenomen en die vallen nu ook onder die CDOKE-gelden. Dat is wel degelijk een uitbreiding van onze capaciteit. De heer Hollema: Wij hebben ook begrepen dat de milieuambtenaar die hier al jaar en dag zit ook uit deze gelden wordt betaald. Dit antwoord heb ik in het begrotingscafé gekregen. Als dit niet zo is dan is het verhelderd. Maar als dit wel zo is dan willen wij dit graag weten want dan zijn we de facto een bezuiniging aan het doen. Wethouder Groters: Er is niet gezegd dat bestaande teamleden uit CDOKE-gelden zijn betaald. De heer Hollema: Het zou goed zijn als de wethouder hier schriftelijk op terug komt. Welke uren hier nu uit betaald worden en welke niet en wanneer die gestart zijn. Zodat we hier geen ruis over hebben. Wethouder Groters zegt toe hierover met een raadsmededeling te komen. Onderhoudsniveau begraafplaatsen. Wij zijn bezig met een nieuw begraafplaatsenbeleid. Het streven is om het dit jaar nog naar de raad te brengen. Dat is de reden waarom we het nu niet mee hebben genomen. We verwachten dat het niet echt kostenverhogend gaat werken wat we nu als plan hebben liggen. De heer Holtman: Als je het onderhoudsniveau wel wilt verhogen dan zit je met meer kosten. Wij willen graag horen waarom daar geen rekening mee gehouden is.

Wethouder Groters: In het nieuwe beleid staat dat we het op het niveau houden zoals het nu is. Als u wilt dat het naar een hoger niveau gaat dan horen daar kosten bij die we dan extra moeten budgetteren. De heer Holtman: Moeten we dat dan nu doen, of moeten we daar de nota op afwachten? Wethouder Kok: Als dit extra geld gaat kosten dan moet u aangeven waar u dit dan van gaat betalen. Dan moet u het nu doen en graag ook een dekkingsvoorstel erbij. De heer Holtman: Waarom is ervoor gekozen om niet het onderhoudsniveau te verhogen als we dat nu wel moeten indienen om het gewijzigd te krijgen? Wethouder Groters: Tijdens de rondgang waren de meningen wat verdeeld of het huidige niveau voldoende is of niet. Signalen zonnepanelen. Er zijn inderdaad geluiden dat leveranciers voor te veel opgewekte energie kosten in rekening gaan brengen. Reden voor een aantal mensen om te zeggen; dan neem ik geen zonnepanelen. Volgens ons is het nemen van zonnepanelen nog wel rendabel met een redelijke terugverdientijd. Al is dat inderdaad wat minder als dit doorgaat. Tweede termijn. Discussiepunt: Komt de noodzaak van duurzaamheid voldoende naar voren in de begroting De heer Bauhuis: We hebben veel prioriteiten duurzaamheidsdoelen. Staat dit duidelijk genoeg verwoord in de begroting. De heer Van den Berg: Wij begrijpen het belang maar we hebben meer prioriteiten. Bv. woningbouw.

Moet dat dan ook een apart hoofdstuk worden. We hebben dit al eens gedaan met ‘krimp-kramp’ en dat was ook niet zo’n succes. De heer Meerdink: Wij willen het college aanmoedigen om de RES 2.0 de komende tijd van de grond te krijgen. We moeten ophouden met alleen praten, maar ook een keer doen. De heer Holtman: Als je de uitvoeringsagenda ernaast legt, zie je wel dat een aantal punten ontbreken. Het is erg mager. Het gaat hier om de begroting 2024 en wil je vaststellen welke initiatieven je voornemens bent op die thema’s. Als dit er onvoldoende inzet dat is de vraag of dit onderdeel is van bestaand beleid. De heer Assink: Moet het zo secuur omschreven worden in de programmabegroting? Er zit een update van het plan van aanpak Duurzaamheid aan te komen. Daar moeten we onze speren op richten. De heer Hollema: Dat weet u helemaal niet. Zoals het nu is, is het niet helder. De begroting is daar een weerslag van. We lopen al 2 jaar achter. Zijn we wel in control en de begroting is daar wel de piramide van. Het wordt steeds complexer. Wij maken ons daar wel zorgen om. De heer Bauhuis: Als we ruimte willen hebben met het plan van aanpak duurzaamheid, en daar zitten kosten aan, dat we dat nu moeten melden en niet straks. De heer Onstenk: We moeten niet voor alle dingen apart weer een hoofdstuk maken. De heer Meerdink kondigt een motie of amendement aan op dit onderdeel.

Discussiepunt: Onderhoudsniveau begraafplaatsen De heer Holtman: Wij hebben een rondleiding gehad. Er ligt in bredere zin een opgave voor de begraafplaatsen. Wat is er in de toekomst nog op te brengen. We hebben het specifiek gehad over het onderhoudsniveau van Berkenhove. Een aantal inwoners, en de ChristenUnie deelt die mening, vindt dat hoe het er nu bij ligt, onvoldoende is. De wethouder heeft aangegeven bezig te zijn met de nota, gepland voor het einde van het jaar. Vinden de overige fracties dat we hier iets meer op moeten doen? De heer Assink: Om nu het bedrag in de begroting te verdubbelen gaat ons te ver. De CDA-fractie wacht eerst de nota af.

5

De heer Meerdink: Van het dekkingspercentage kun je ook onderhoud van doen. Het percentage zou 4060% moeten zijn. Wij begrijpen dat het dekkingspercentage nu veel lager is. Moeten de opbrengsten niet verhoogd worden om dat onderhoud netjes te kunnen houden? Wat is het dekkingspercentage dat afgesproken is? De heer Bauhuis: De fractie van de PP zit niet te springen om hogere kosten voor een hoger onderhoudsniveau. Wij zien liever een andere visie op het onderhoud. De heer Onstenk: We moeten eerst beleid maken en dan kijken hoeveel geld het mag kosten. De nabestaanden hebben hier ook een eigen verantwoordelijkheid in. De heer Van den Berg: Spreker sluit zich aan bij voorgaande spreker. Een graf is geen gemeentelijk werk. Zelf vond ik het nog wel meevallen. De heer Hollema: Je moet eerst goed definiëren, wat is netjes. Eerst moet je die discussie voeren voordat je daar besluiten over kunt nemen. De heer Holtman: Wij proeven dat er nu geen politieke meerderheid is om dit te doen. Overleg wel in uw eigen fractie, want wat ik daar gehoord heb is wezenlijk anders dan ik nu hoor. Discussiepunt: Wat kunnen we doen om te zorgen dat er sneller huisvesting wordt gerealiseerd voor bijzondere doelgroepen -spoedzoekers. De heer Holtman: De taak voor de aandachtsgroepen – in brede zin – duurt te lang. Wij begrijpen niet dat dit zo lang duurt.

Het gaat hier om het nakomen van afspraken die we hebben gemaakt. De heer Meerdink: Op blz. 40 wordt dit precies beschreven. De heer Assink: U legt nu wel heel erg de nadruk alsof er niets gebeurd is. Het college gehoord hebbende is er echt wel wat gebeurt. Onze zorg is meer of we het allemaal wel aankunnen. Je moeten het allemaal op kleine schaal invullen of een totaal nieuw plan maken. Het definitief plaatsen van aandachtsgroepen kost heel veel tijd. De heer Holtman: Het is geen onwil. We hebben 2 jaar geleden aangegeven het is een belangrijk punt. Toen kwam de oorlog in Oekraïne. We zagen dat het rondom de woningdruk alleen maar toenam. Toen hebben we gezegd: “moeten we niet meer doen?” Dat wilde men doen. Maanden is het toen stil gebleven en hebben we gevraagd naar het huisvestingsplan. Op 20 april is er een bijeenkomst geweest. Nu moeten we lezen dat het plan pas in januari een keer komt. De heer Hollema: Er is gezegd dat men verwacht dat er in Q4 echt iets gerealiseerd zou worden. Nu krijg je te horen dat er in december pas een besluit over wordt genomen. Het college had de raad iets pro-actiever kunnen informeren middels een raadsmededeling. De heer Onstenk: Eens, dat het lang duurt, lange procedures. Voor de fractie van de VVD is de beantwoording van het college in deze voldoende.

Discussiepunt: Leges voor woningbouw De heer Hollema: Vaak gehoord: Als we meer ambtenaren zouden hebben zou er misschien meer kunnen. Formatie wordt wel uitgebreid op toezicht voor Omgevingsvergunning maar niet zozeer op Omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen zelf. De leges op Omgevingsvergunningen is 14%. Dat wordt nog minder met de Omgevingswet. Er zijn grote verschillen tussen gemeentes. Is het niet redelijk om te gaan onderzoeken wat je zou kunnen doen op het gebied van leges en ook zo te sturen met je staffels en minima dat je de impact op een goede manier verdeeld. Wat voor ruimte zit daar. Moeten we daar niet specifiek aandacht voor hebben? De heer Bauhuis: Gehoord de wethouder gaan we niet zo’n hoge impact bereiken met het verhogen van de leges als we uitbreiding van de bezetting willen. We willen graag meer woningbouw. Op het moment dat we de leges gaan verhogen worden de huizen duurder. Wij staan niet te juichen voor hogere leges. De heer Van den Berg: Ook de fractie van GemeenteBelangen staat niet te juichen voor hogere leges. Huizenprijzen zijn al hoog. Maar we kunnen altijd onderzoeken wat er mogelijk is. De heer Meerdink: Dat de leges in de begroting zo laag zijn heeft direct te maken met de Omgevingswet. De heer Hollema: Door de Omgevingswet vervallen er leges. Er worden ook nieuwe mogelijkheden voor leges geïntroduceerd.

Het Rijk zegt; gemeentes ga dat onderzoeken. Vandaar dat ik over staffels begon. Hoe moet je de impact goed verdelen. Je hebt heel veel omgevingsaanvragen, niet alleen voor woningen. De heer Bauhuis: Het voorstel om te kijken wat er mogelijk is met de leges lijkt ons een goed idee. In een staffelvorm dat we zorgen dat leges die aan de lage kant zijn meegroeien met de kosten zouden we dan ook graag als mogelijkheid in zo’n onderzoek willen. De heer Assink: De CDA- staat niet te springen om de leges te verhogen.

6

Na overleg met de leden van de commissie wordt afgesproken dat Onderdeel 2 en Onderdeel 3 gelijktijdig worden besproken. Onderdeel 2: Programma 3 Bedrijfsvoering en algemene aspecten van de Programmabegroting 2023. (w.o. ICT, gebouwenbeheer, burgerzaken) & Onderdeel 3: Paragrafen behorende bij de Programmabegroting m.u.v. Laborijn en GGD Eerste termijn: De heer Van den Berg: Bij de vooruitblik naar 2027 zien we een behoorlijke achteruitgang in onze reservepositie. Heel veel zaken liggen buiten onze invloedsfeer. Als we niet meer geld krijgen van het Rijk waar gaan we dan de prioriteiten leggen? De verplichte indicatieve factoren zien er positief uit. Wat dat betreft ziet het beeld er goed uit, maar financieel gezien maken we ons toch wel wat zorgen. De heer Ebbers: Bij de vaststelling van de kaders in mei is afgesproken de leges rond de 3% mee te laten stijgen. Bij de OZB is er nu voor 6% gekozen. Daar is een schriftelijke vraag over gesteld en daar wordt ook de inflatie aangehaald. Het inflatiepercentage ligt lager voor de komende tijd dan die 6%. Vindt u dit dan nog steeds te billikken? Willen we dit op die 6% houden of brengen we het terug naar 3%? De heer Meerdink: blz. 40 punt 2 de formatie. Waarom is die formatie nodig? Gevolg van die formatie en de inhoud van die alinea is op blz.

86, bij de indicatoren als het gaat om de -nieuw te bouwen woningen woningbouw in Aalten, de regio en in Nederland. Wij zouden graag willen weten hoe wij hier nu verder moeten? Hoe kun je hier op lokaal niveau wat aan doen om te zorgen dat zowel voor woningbouw, andere ontwikkelingen en op sociaal gebied dat er nog wat gebeurt en niet alleen wordt gepraat? De heer Holtman: We hebben kaders vastgesteld van 3% en nu gaan we naar de 6% OZB. Dit is voor de ChristenUnie onacceptabel. Wij willen die ook terugbrengen met de kaders zoals wij die eerder hebben vastgesteld. De heer Hollema: De fractie van D66 is blij met de verdere digitalisering. Er staat nu incidenteel maar wij denken dat het de komende jaren meer dan incidenteel moet worden. Wij zien jaar op jaar meer aandacht voor informatiebeveiliging en privacy. Wij hebben ook een rapport gehad met aandachtsgebieden. Kunnen we ervan uitgaan dat volgend jaar die aandachtsgebieden ook opgepakt en verbeterd zijn? Goed dat er een medewerker WOO is aangesteld. Goed dat er iets in de begroting over is gezegd, wat er gaat gebeuren. Het is nu nog weinig concreet terwijl er de komende jaren veel gaat gebeuren.

Mogen wij ervan uitgaan dat er komend jaar concrete plannen worden ontwikkeld door deze medewerker en dat dit gedeeld wordt met de raad zodat we het daar over kunnen gaan hebben? Er wordt een stap gemaakt om het eigen vastgoed te gaan verduurzamen. Jammer dan subsidieaanvragen voor de Hofstraat en De Pol niet toegekend zijn. D66 vindt dit niet een reden om de Hofstraat niet aan te pakken. Wij hebben de vraag gesteld of de business cases die gemaakt zijn gedeeld kunnen worden met de raad. Deze hebben wij nog niet gezien. Wat we daar missen is wel een roadmap, wat nu met die andere gebouwen? Wij begrijpen prioriteiten. Maar is er geen roadmap wanneer ga je dan die andere doen? Mevrouw Hoezen: Blz. 34 opstellen meer jaren onderhoudsplan. We lezen dat er eerst een strategisch integraal accommodatieplan wordt opgesteld. Is dit wel nodig en wordt het niet tijd om direct aan de slag te gaan? Moet er niet meteen een plan van aanpak komen? Het dienstverleningsconcept is de afgelopen jaren wel telkens teruggekomen. Wij hebben begrepen dat er binnenkort een raadsmededeling gaat komen richting de raad over de stand van zaken. De heer Polman: Uit het programma bedrijfsvoering blijkt dat de gemeente Aalten bezig is en continu bezig blijft met verbeteren van de digitale dienstverlening.

E-diensten, digitaliseren van aktes, transitie naar de Cloud, faciliteren van hybride werkomgeving, meer aandacht voor informatie veiligheid en privacy. Goed dat er aandacht voor is en erop ingespeeld wordt. T.a.v. bedrijfsvoering geen discussiepunten. Paragrafen. De paragraaf ten aanzien van het weerstandsvermogen en risicobeheersing is nog opgesteld volgens het oude model. Vanaf 2025 zal de paragraaf in nieuwe stijl worden opgesteld. Wij kijken uit naar de uitwerking en hopen dat we daarbij betrokken worden en blijven in de raad of in de financiële commissie. Wij hopen dat die toezegging kan worden gedaan? Opbrengsten van de lokale heffingen. Per saldo nemen de opbrengsten van de lokale heffingen toe met +/- € 6 ton t.o.v. van 2023. Dit komt met name doordat de woonlasten stijgen in onze gemeente. Als je beter kijkt stijgt het percentage maar met 1%. Vergeleken met buurgemeentes scoort Aalten best goed. T.a.v. de paragraaf grondbeleid valt ons op dat nog steeds wordt gesproken over, passief grondbeleid tenzij. De nota stamt uit 2014, een heel andere tijd. We staan voor een enorme woningbouw opgave en wat de CDA-fractie betreft zoude we de basis standpunten in deze nota

7

weleens kunnen heroverwegen naar, actief grondbeleid tenzij. Zeker in combinatie met het reeds beschikbaar gestelde aanvalskrediet. De fractie van het CDA overweegt een amendement of motie in te dienen waarin we oproepen bij deze herziening, actief grondbeleid tenzij, op te nemen in plaats van, passief grondbeleid tenzij. Vragen: • Als we niet meer geld van het Rijk krijgen waar gaan we dan de prioriteiten leggen? • Inflatiepercentage ligt lager dan 6%. • Blz. 40 punt 2 de formatie. Waarom is die formatie nodig? • Hoe kunnen we op lokaal niveau zorgen dat er zowel voor woningbouw etc. nog wat gebeurt en niet alleen wordt gepraat? • Komende jaren meer dan incidenteel voor digitalisering. Kunt u hier iets over zeggen? • Rapport aandachtsgebieden informatiebeveiliging en privacy. Kunnen we ervan uitgaan dat volgend jaar die aandachtgebieden ook opgepakt en verbeterd zijn? • Concrete plannen WOO-medewerker delen met de raad, zodat de raad het hier over kan hebben? • Kunnen de gemaakte business cases gedeeld worden met de raad? • Road map wanneer de andere gebouwen worden verduurzaamd. • Raadsmededeling dienstverleningsconcept met de stand van zaken? • Op te stellen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Raad blijven betrekken in de raad of in de financiële commissie? Discussiepunten: • OZB 6% of terug naar 3%. • Direct aan de slag gaan met verduurzamen gebouwen.

Moet er niet meteen een plan van aanpak komen? • Bij herziening nota grondbeleid opnemen, actief grondbeleid tenzij, in plaats van, passief grondbeleid tenzij. Reactie college. Wethouder Te Lindert: Digitalisering € 100.000 eenmalig maar structureel gaan we digitaliseren. Maar om de overstap naar digitalisering te kunnen maken moeten we nu aan de voorkant wel investeren om zaken om te zetten. Dat vergt nu in die transformatie even wat meer maar daarna hebben we die digitalisering op orde. De heer Hollema: Zegt u nu 1 jaar extra investering voor digitalisering en dan zijn we klaar? Er zal toch nog steeds verder gedigitaliseerd gaan worden wat ook nog extra moeite gaat kosten. Wethouder Te Lindert: Zeker. Ik probeer te zeggen om het been bij te trekken qua digitalisering moeten we nu aan de voorkant wat extra investeren om die slag naar een digitale gemeente ook echt kunnen maken. Daarna houden we dat zeker vast. Wat zijn de concrete plannen voor de medewerker WOO? We moeten nu zaken digitaal maken, inzichtelijk maken zonder dat daar persé om gevraagd wordt. Dat betekent dat we die persoon sowieso al nodig hebben, dat vraagt wat extra capaciteit. Dat zal de medewerker WOO gaan doen. De heer Hollema: Net zoals de Omgevingswet heeft ook de WOO een invoeringsperiode van 10 jaar. Er moet veel stap voor stap ingevoerd worden.

Die ene medewerker is kwartiermaker maar zal dit zeker niet allemaal alleen kunnen doen. Gaat die medewerker het komende jaar plannen ontwikkelen waar we het over kunnen hebben? Wethouder Te Lindert: Die medewerker moet invulling gaan geven aan dat wat de overheid van ons gaat vragen. Dat gaat meer werk met zich meebrengen, daar hebben we extra handjes voor nodig. Die medewerker kan ook de rest van onze medewerkers helpen met deze stap van de WOB naar de WOO. Is een strategisch accommodatieplan wel nodig voor de verduurzaming? Ja. Het is goed om eerst eens te kijken naar welke accommodaties wij hebben. Hoe gebruiken wij deze. Wat is de invloed van hybridewerken op de bezetting in onze panden. Het is heel goed om daar eerst over na te denken voordat je gaat nadenken over welke gebouwen gaan we nu verduurzamen in welke volgorde. De MJOP gaan wij in beeld brengen. Een groot deel hebben we al in beeld. Helaas voor een aantal locaties geen toekenning van subsidie. Die locaties willen we wel gaan verduurzamen. Daarvoor moeten wij helaas nog wel een keer bij u terugkomen want daar hangen hele grote bedragen aan. Gaandeweg, zodra wij het in beeld hebben zal dat hier weer terugkomen en hangt er een bedrag per locatie aan en welke agenda kunnen wij bewandelen om naar energieneutraliteit te gaan voor ons gemeentelijk vastgoed.

De heer Meerdink: U bent nogal stellig over de digitalisering. Papier gaat weg. Blijft het mogelijk dat men nog een papierenversie kan invullen voor bv. een parkeerkaart? Wij hebben het over een generatie die niet de uwe is.

8

Wethouder Te Lindert: Wij hebben oog voor al onze inwoners. Papierenaanvragen blijven mogelijk. Bepaalde bedrijfsprocessen kunnen we intern digitaal sneller doen. Wethouder Kok: Hoogte van de reserve in meerjarenperspectief. Daar moet u wel beogen dat de tekorten die we nu presenteren voor 2026 en 2027 verrekend worden met de Algemene Reserve. Dat is de reden dat de Algemene Reserve zo laag is in 2027. We gaan ervan uit dat die doorgaan. Maar wij zijn ervan overtuigd dat het niet in die vaart zo zal lopen. In de Septembercirculaire zien we al een deel van de problematiek opgelost worden. Daarmee wordt het tekort lager en de Algemene Reserve automatisch hoger. In de kadernota hebben wij nadrukkelijk aangegeven nog niet de noodzaak te zien om stevige discussies te voeren op basis van de huidige cijfers. Wij verwachten dat deze op termijn toch anders gepresenteerd zullen worden. Dit is geen toezegging dat die discussie nooit zal komen. 22 november zijn er verkiezingen, daar zal een nieuw Kabinet uit volgen. In alle partijprogramma’s lezen wij terug dat alle partijen zorgen hebben over de gemeentelijke financiën en dat daaraan hersteld moet worden. Niet fijn om tekorten te presenteren maar wij denken in 2025 wel zicht te hebben op betere tijden. In de financiële commissie hebben we er al over gesproken dat er een nieuwe nota Reserves komt.

Waarin we ook de discussie met elkaar gaan voeren hoe hoog die Algemene Reserve dan moet zijn. Welke buffer wil je vastleggen, tegen welke risico’s en op welke manier bepaal je dat. De eerste bespreking zijn al in de commissie geweest en dat gaat hopelijk kan deze nota nog in december aan u voorgelegd worden. De OZB wordt inderdaad met 6% verhoogd. Een misverstand is, dat wij in de kadernota vastgesteld hebben dat het 3% is. Wij hebben in de kadernota niets vastgesteld over de hoogte van de OZB. Dat is toen ook bewust gebeurt, gezien de onzekerheid die er op dat moment was. Wij hebben gekeken naar de prijsstijgingen die er zijn. Is het dan reëel om de OZB minder hoog te laten stijgen? Voor huiseigenaren blijft de verhoging nog onder de 5% en voor huurders 3,3%. Wij denken dit nodig te hebben om nu ook een sluitende begroting te presenteren. Dat is geen enorme verhoging. Het is zeker verantwoord ten opzichte van het beleid, de voorzieningen, de staat van onderhoud van de kapitaalsgoederen. De heer Holtman: Kunt u nog reflecteren op het gegeven antwoord op de schriftelijke vragen dat de reden van verhoging zou zijn dat het in 2023 niet is gedaan en dat we het voor 2024 wel gaan doen om te compenseren. In 2023 is de OZB niet verhoogd om onze inwoners tegemoet te komen aan de gestegen kosten van het levensonderhoud in dat jaar. De inflatie is sterk toegenomen.

Om die reden is het noodzakelijk de OZB-opbrengst met 6% te laten stijgen? Als we het vorig jaar wel met 3% hadden verhoogd was het dan nu op 3% gebleven. Wethouder Kok: Zo zou u het kunnen lezen, maar de som was nog wel 6% geweest. Mocht u voorstellen de OZB niet met 6% te verhogen, ieder % dat u eraf haalt daar verwachten wij een dekkingsvoorstel van € 50.000. De heer Holtman: Technisch zal dat kloppen maar u doet nu voorkomen dat het knoppen draaien is. Terwijl we het wel hebben over lastenverhoging voor inwoners in een behoorlijk ingewikkeld tijdperk. U doet net overkomen dat de zin – de overige leges en rechten worden met 3% geïndexeerd – dat het totaal niet op de OZB zou slaan. En dat het heel bewust zou zijn gedaan. Heeft u ons bewust dan niet geïnformeerd dat de OZB dan wel zou worden verhoogd. Vanwaar die vanzelfsprekendheid? Wethouder Kok: Die vanzelfsprekendheid zit erin omdat we in andere jaren bewust wel iets over de OZB gezegd hebben en nu staat er in het voorstel niets over de OZB zodat er ruimte is om die discussie te voeren tijdens de begrotingsbehandeling. De heer Holtman: Dus daarmee zegt u dat bewust bij de kaders de term niet is opgenomen om de ruimte te behouden om het hoger te doen dan wat hier staat. Wethouder Kok: In principe kan het ook lager zijn maar de kans dat het hoger werd was zeer zeker meer aanwezig dan dat het lager werd.

De heer Hollema: In mijn geheugen is wel besproken dat die 3% niet automatisch van toepassing was op de OZB. Wethouder Kok: U spreekt ons aan op het sociale beleid. De OZB is ook verantwoord ten opzichte van het ruime sociale beleid dat wij in de gemeente voeren. U noemde een aantal voorbeelden. In ons sociale beleid levert de OZB misschien wel een kleinere bijdrage dan dat u denkt. Gezien de kwijtscheldingsnormen die wij hebben betekent dit dat mensen die het niet kunnen betalen daarvoor in aanmerking komen. 30% van onze inwoners betaald geen OZB. Het beeld scheppen dat een OZB verhoging mensen raakt die het al moeilijk hebben is niet het goede beeld. Deze verhoging wordt juist gedragen door mensen die het wat beter kunnen betalen. En dat we daardoor het sociale beleid in deze gemeente kunnen voeren, zoals we die voeren. De opmerking of de waardes zijn verhoogd. Uiteindelijk is in de begroting die 6% van het totaal. Dan is de waarde x de heffing. Op het moment als die waarde veranderd, bv. als de waarde van de woning omhoog gaat doen wij het % van de heffing naar beneden. Dit is een brutobedrag waarmee we rekening houden in de begroting.

9

Passief en actief grondbeleid. Het vaststellen van het aanvalskrediet impliceert al dat we afscheid genomen hebben van het passieve grondbeleid. Daarmee zijn wij actief geworden. Het is nodig dat wij het beleid aanpassen aan ons gedrag. Hij stond al in de planning om rondom de Omgevingswet dat te doen. Dit willen we in het eerste half jaar 2024 realiseren. De heer Meerdink: Betekent dit dat in de loop van het begrotingsjaar de nota Grondbeleid van passief naar actief wordt omgezet? Wethouder Kok: Ja. Burgemeester Stapelkamp: Tekst, formatie blz. 40. Daar wordt een beeld geschetst van de ontwikkelingen in onze samenleving en die is ingewikkelder dan jaren geleden. Bewoners hebben steeds hogere verwachtingen. Het uitvoeren van een bepaalde taak is bijna niet meer voldoende. Je hebt ook mensen nodig die in die brede context, complexiteit en integraliteit daarmee om kunnen gaan. Dat is wat anders dan dat vroeger iemand alleen een vergunning verleende. Bij een aantal activiteiten - om de organisatie verder te ontwikkelen - hebben wij voor 2 jaar extra deskundigheid ingehuurd om ons bij een aantal van die vraagstukken te helpen. Bij die formatie staat niet een bedrag bij dat we heel veel nieuwe mensen willen. Die discussie hebben we gehad. Op dit moment moeten we het doen met de mensen zoals we dat hebben afgesproken.

De heer Meerdink: In de laatste zin bij die formatie staat nadrukkelijk dat er incidenteel budget gevraagd wordt om in 2024 in te zetten voor de doorontwikkeling van de bedrijfsvoering. U wilt meer geld hebben voor de bureaucratie. Burgemeester Stapelkamp: Dit is geld voor de ontwikkeling van de organisatie. De heer Meerdink: U zegt de bedragen op blz. 41 horen er niet bij. Kunt u in een staat je aangeven, hoeveel het budget incidenteel hoger wordt door deze ontwikkeling. Burgemeester Stapelkamp: Deze feitelijke informatie heb ik zo niet paraat. Deze vraag zal schriftelijk worden beantwoord. Gevraagd werd naar de aandachtsgebieden van de ICT. Veiligheid etc. Dat is een check en dan zie je dat je niet 100% scoort. Daar is een hele lijst van punten die daaruit voortkomen. ICT heeft volop de aandacht. De heer Ebbers: Hoe verhoudt dit punt zich tot de transformatie naar de Cloud? Omdat we onze data dan eigenlijk uit handen geven buiten onze organisatie. Burgemeester Stapelkamp: Misschien is het in de Cloud wel veiliger dan in onze eigen organisatie. Ook hier zullen we zeker aan de veiligheidseisen moeten voldoen. Het is niet zo dat die Cloud nu minder veilig is. Intern zijn er misschien nog wel meer risico’s. Het dienstverleningsconcept. Vorige week is in de Agendacommissie gemeld dat er een raadsmededeling dinsdag in het college was. Daar is uitgebreid over gesproken.

Dit gaf nog wel enige discussie en enige aanpassing. Vandaag is deze wederom besproken en op hoofdlijnen zijn we er nu wel mee akkoord. Er zijn punten die elkaar erg raken. We geven in die raadsmededeling aan dat die dingen elkaar raken en dat we daar in gezamenlijkheid mee verder gaan. Wethouder Kok: Indicatoren woningbouw. De indicatoren geven prima aan wat het gemiddelde zou moeten zijn. Het goede aan sommige indicatoren is dat ze in de plus lopen. In het kader van nieuwbouwwoningen hebben we wel een slag te slaan en daar zijn we op dit moment ook mee bezig. In het rijtje van volgend jaar zullen we koploper zijn in het aantal woningen dat gerealiseerd is. Terecht punt om met ons allen aan de slag te gaan om nieuwbouwwoningen te bouwen en niet alleen van het bestaande bezit afhankelijk zijn. Hoewel dit ook een belangrijk deel is. Wij onderschrijven de oproep dat we daar iets meer mee zouden moeten doen. Het is wel een weergave van 2019-2022. Tweede termijn. Discussiepunt: Hoogte OZB De heer Holtman: In het begin van het jaar hebben we de kaders van de begroting vastgesteld. OZB is één van de belangrijkste inkomstenbron. Als je kijkt naar de paragraaf lokale heffingen van meer dan € 5 miljoen dan is het op zijn minst logisch dat je ook kaders vaststelt van die percentages.

Dat beeld had ik toen en heb ik nog steeds en nu beweert de wethouder dat we dat bewust niet gedaan hebben. Wij voelen ons hierdoor op zijn minst op het verkeerde been gezet. Er wordt gezegd dat we het erover hebben gehad. Er wordt met geen woord over gerept, zowel in de vergadering niet en ik kan het niet terugvinden in de verslagen. Als je de kaders vaststelt dan moet je op zijn minst, de grootste knop waar de gemeente aan kan draaien ook een voorlopig kader mee kunt geven. Voorlopig is evident. Maar om nu te doen alsof daar nooit over is gesproken en daarmee de 6% te rechtvaardigen zou kunnen zijn, vinden wij heel merkwaardig. Een tweede dat wordt aangegeven is dat de verhoging wel meevalt. Dat is echt een gelegenheidsargument. Het gaat erom hoe wij met de inwoners van onze gemeente om willen gaan. Het college noemt dat het wellicht heel sociaal is. Wij betwijfelen dat, want de grootste groep die in de knel aan het komen is die middengroep.

10

En daar gaan die kosten wel voor stijgen. In het kader van een betrouwbare overheid, om nu die 6% te handhaven is voor de fractie van de ChristenUnie niet de bedoeling. De heer Ebbers: Mede door de stijging van de huizenprijzen, stijgt ook de opbrengst van de OZB. Het lijkt ons dan niet nodig om dan nog extra aan het tarief te lopen sleutelen en die 3% wel als uitgangspunt te nemen. De heer Hollema: Er is wel een vraag over gesteld. “Waarom wordt er slechts met inflatie 3% gerekend. Betekent dit niet feitelijk een verlaging t.o.v. de algemene inflatie”. Antwoord college:’ Dat is ook zeker mogelijk omdat het om voorlopige kaders gaat wordt niet uitgesloten dat deze indexering uiteindelijk hoger uitvalt’. Om nu te zeggen; we hebben in de kaders een getal ingevuld en dat moet nu blijven, dan zijn we de boel toch een beetje op z’n kop aan het zetten. De heer Holtman: Wij volgen wel dat er ontwikkelingen kunnen zijn in de tijd, maar waarom stel je dan voorlopige kaders met elkaar vast. Niet om ze te verdubbelen en al helemaal niet om te horen; “we hebben het bewust niet opgenomen”. Als je vraagt wat dan de reden is om dit te doen - en u kent het antwoord -, dat vinden wij nu niet het meest sterke argument. De heer Meerdink: De wethouder heeft aangegeven dat als we een sluitende begroting willen houden dat we dan wel met alternatieven moeten komen. Als we op bv. blz.

40 € 150.000 kunnen vinden dan kan er wat de BBB-HMV betreft best 3% af. Mevrouw Hoezen: Wij kunnen de verwarring bij de CU voorstellen. Tegelijkertijd, OZB is een belasting en geen leges. Bovenal is de gemeenteraad aanzet, er had toen ook een voorstel kunnen komen richting het college, kom met een begroting en de OZB mag met maximaal zoveel % verhoogd worden. Zou dit zo zijn geweest dan was de fractie van de PP daar geen voorstander van geweest. Wij willen naar het principiële punt. Het gaat hierom. De sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Het gaat hier om mensen met een eigen woning. Die waarde is de afgelopen jaren behoorlijk gestegen. Daarover moet belasting worden betaald. Die mensen hebben ook te maken gehad met stijgende andere lasten. We hebben nog steeds een groot verschil in het welvaartsniveau. Niemand is blij het te moeten betalen maar het past wel bij het systeem zoals wij dat wel gehandhaafd willen hebben. Wij zijn geen voorstander van verlaging van de OZB. De heer Ebbers: Die dekking moet ergens vandaan komen maar het kan toch niet zo zijn dat er bv. in deze begroting geld wordt gereserveerd voor de verduurzaming van de gemeenschapshuizen, zonder een plan en geld wordt verstrekt aan de Koppelkerk waar lang niet alle burgers direct baat bij hebben. Als we die beiden al eens samenpakken dan hebben we al dekking vrij om die OZB naar 3% te brengen.

De heer Holtman: Het principiële punt delen wij met de PP – de sterkste schouders, de zwaarste lasten. U doet nu voorkomen alsof middeninkomens of woningeigenaren het allemaal hartstikke goed hebben. Die groep, en dat is ook besproken bij het raadsprogramma en uitvoeringsprogramma, is juist enorm onder druk komen te staan. Laten we nu als overheid betrouwbaar zijn. Nu lijkt het alsof we een paar centen tekort komen en dan doen we het percentage maar omhoog en maken zo onze begroting sluitend. De heer Polman: Het % uit de OZB- woningen uit de tabel x de gemiddelde WOZ- waarde van de woningen. Wij komen dan uit op een stijging van nog geen € 22 per jaar. Als u voorstelt om dit door de helft te doen is dit een voordeel van € 11 per huishouden per jaar. U maakt u die afweging van € 150.000 baten of lasten voor de gemeente. De heer Holtman: Super goed punt en tegelijk een heel gevaarlijk punt. Dan zou je ook kunnen zeggen waarom doen we geen 7% of 5%. We hebben met elkaar gezegd, laten we zo ongeveer die 3% aanhouden en je kunt daar iets in schommelen. Helemaal mee eens, maar doen alsof die paar euro niet veel uitmaakt dat is echt een drogreden. De heer Hollema: We bespreken nu de begroting, in mei bespreken we de kaders. In de kaders is gezegd, voorlopig uitgangspunt, gaan we iets verhogen of gaan we dit aanhouden. De begroting wordt nu besproken, nu moet je het geheel bekijken.

De heer Holtman: In de kadernota zit verandering, dat begrijpen wij. Kijk naar het armoedebeleid. Wij begrijpen dat tijden veranderen. Alleen het argument wat het college hier aandraagt, dat het bewust niet is opgenomen om ruimte te houden, daar vinden wij wel wat van. Wij zitten hier nu om die begroting door te akkeren. VVD-collega’s geven aan 6% verhoging te fors te vinden. Kennelijk vindt u dat niet. Ons voorstel zou zijn – en dat kunt u ook verwachten – dat we de OZB wel gaan verlagen. Discussiepunt: Verduurzaming gemeentelijke gebouwen De heer Hollema: Voor de Hofstraat is geen subsidie binnengehaald. Moeten wij wel aan de slag met de Hofstraat? Mevrouw Hoezen: De helft van de openbare gebouwen in Aalten heeft een rood energielabel. De gemeente Aalten heeft 3 gebouwen met een rood energielabel. Wij vinden niet dat er nu nog weer een strategisch accommodatieplan moet komen, We moeten nu aan de slag. Strategisch denken is goed, alles hangt met elkaar samen en wil je alles bij elkaar betrekken.

11

De heer Meerdink: Het is lekker complex. Het moet aan elkaar gekoppeld worden. Niet één gebouw maar drie gebouwen. Complex maakt de zaken moeilijk bestuurbaar. De heer Van den Berg: Is het geen wettelijke plicht dat gemeentelijke gebouwen label C moeten hebben? De heer Hollema: Het gebouw waar in we nu zitten is een monument. Hier hebben we het al vaker over gehad. Monument of niet mag geen reden zijn om nu niet aan de slag te gaan. Een voorbeeldfunctie zou goed zijn. We moeten gewoon aan de slag. De heer Ebbers: Het bericht dat mevrouw Hoezen aanhaalde, is uit 2021. Wij zijn benieuwd wat de stand van zaken nu is. Moeten we daar niet eerst goed naar kijken? Mevrouw Hoezen: Wij schatten in dat sinds 2021 niets aan de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen is gedaan. Het lijkt ons dat dit in ieder geval niet beter is geworden. De heer Hollema: Je ziet dat de raad niet goed geïnformeerd is, dat we niet weten waar we nu staan. Het is sowieso de vraag aan het college om de businesscases te delen. Zodat we kennis kunnen nemen van de informatie die er is. En het verzoek om een roadmap te maken. Het zou goed zijn als we een vertrekpunt hebben. Discussiepunt: Grondbeleid De heer Polman: In de begroting staat dat we het met de Omgevingswet opnieuw herzien.

Laten we dat nu alvast de richting meegeven dat als we hem gaan herzien, hou dan als uitgangspunt; actief, tenzij in plaats van passief, tenzij. De heer Holtman: Wat is de meerwaarde om het te doen? Hoe schat u het risico van mogelijke afwaardering in? De heer Polman: Je kunt regie houden. Voor ontwikkelaars kunnen er gronden zijn die onaantrekkelijk zijn. Die ze dus bewust laten liggen. Als gemeente kun je daar dan wat mee. Tuurlijk zitten er ook nadelen aan. Maar het betekent wel dat je beter kunt sturen. Risico is lastig in te schatten. Het hangt samen met de woningmarkt in het algemeen. Verwachten we daar dat het de komende jaren gigantisch gaat inzakken of blijft die opgave de komende 5 -10 jaar onverminderd groot? Wij denken dat die opgave groot blijft dus wij voorzien daar niet op korte termijn een dip in. De heer Meerdink: Voor de BBB-HMV fractie is dit één van de belangrijkste punten in deze begroting. Op blz. 58 staat; ‘we hebben maar drie complexen in de exploitatie”. Hiermee kun je niet veel. Ben je niet flexibel, kun je eigenlijk niet bouwen, kun je geen bestemmingsplannen maken. Er moet wat gebeuren. De heer Hollema: Het gaat niet om de ja of nee. Het gaat om de tenzij. Daar moeten we het debat over hebben. Dat was ook de reden dat wij kritisch waren op het aanvalskrediet, omdat er helemaal geen kader was.

Dat kader is er nog steeds niet en dat moet er komen, zodat we daar een goede discussie over kunnen hebben. De heer Polman: Misschien zit daar een verschil in de verwachtingen. Het voorstel waar wij naar toe willen, er wordt al gewerkt aan een herziening. En wij willen graag dat het basis uitgangspunt moet worden; ‘actief, tenzij. Dit betekent dat we het in de loop van volgend jaar nog een keer gaan hebben over een herziene nota Grondbeleid. Dat is dan het moment dat het college deze ‘tenzij’ uitgewerkt heeft. De heer Hollema: Als de ‘tenzij’ niet helder is dan maakt het nogal makkelijk om te zeggen we gaan het ‘actief’ maken. Het is een beetje een symboolmotie waar het overgaat. Mevrouw Hoezen: Het zal geen symboolmotie of amendement gaan worden. De keuze voor actief of passief beleid is wel een essentiële. Waar de markt het niet doet of niet aandurft, moet de overheid juist het initiatief nemen. De heer Hollema: Allemaal mee eens. Maar de wethouder gaf aan dat ondanks dat er een nee, tenzij beleid was zijn er wel een aantal gronden aangekocht. Dus het is niet zo zwart-wit als actief of passief. Het gaat juist om die nuance ertussen in. Die moet eerst helder zijn. Juist ook om de risico’s zo goed mogelijk in te kaderen. De heer Polman: Wij zijn het met u eens, daar moet over nagedacht worden. Nu gaat het om de grondhouding, die staat op passief en die moet actief worden.

Mevrouw Hoezen: Op papier staat passief maar in de praktijk is het actief. Dat is niet zoals het zou moeten. Het heeft ook wel te maken met het uitstel van de Omgevingswet. De heer Ebbers: De fractie van de VVD is het eens met de samenvatting van de CDA-fractie. Wij vinden een actievere basishouding wel mooier en passender. De heer Meerdink: BBB-HMV is bereid een motie of amendement in te dienen. Discussiepunt: Bedrijfsvoering De heer Meerdink: Nu geen discussiepunt. Dit komt terug in de raad. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er nog openstaande vragen en toezeggingen zijn:

12

Onderdeel 1- Ruimte: • De heer Hollema: Van de programmamanager Omgevingswet hebben wij begrepen dat de leges wel degelijk lager liggen dan in de omliggende gemeentes. Wethouder Kok: Gemiddeld genomen zijn ze niet laag. De heer Hollema: U verwijst naar een landelijk gemiddelde. Maar is het nu lager of hoger dan in onze omliggende gemeentes. Wethouder Kok: Landelijk en regionaal weet ik niet. Dus daar kan ik nu geen antwoord op geven. •

Wethouder Kok: Fysieke bedrijfsstructuur en waarom staat er geen exploitatie bij. De toelichting is dat er voor 2024 geen investeringen verwacht worden in het kader van de infrastructuur op de bedrijventerreinen. Als het antwoord anders is dan ik heb gegeven zullen we u daar schriftelijk over informeren.

•

CDOKE- gelden. In het raadsprogramma gaf de raad al opdracht om voortvarend aan de slag te gaan met duurzaamheid. Dat hebben we ook gedaan. Later kwam het Rijk met CDOKE- gelden en hebben we de mensen die we al aan hadden genomen betaald met de CDOKE-gelden. Ongeveer 50 uur wat we aan extra personeelskracht daar hebben zitten. Het Rijk wil de komende jaren het CDOKE - geld meer structureel gaan geven. De heer Bauhuis: Dus de CDOKE-gelden hebben niet geleid tot een hogere inzet bij ons, maar we zijn gewoon het geld anders gaan besteden? Wethouder Groters: In het raadsprogramma heeft u al gevraagd om extra mensen. Die hadden we al aangenomen, toen kwamen de CDOKE- gelden en dat hebben we daarvoor gebruikt. Burgemeester Stapelkamp: Dit jaar zijn er dus extra mensen voor 50 uur aangenomen en die vallen nu ook onder die CDOKE-gelden. Dat is wel degelijk een uitbreiding van onze capaciteit. De heer Hollema: Wij hebben ook begrepen dat de milieuambtenaar die hier al jaar en dag zit ook uit deze gelden wordt betaald. Dit antwoord heb ik in het begrotingscafé gekregen. Als dit niet zo is dan is het verhelderd. Maar als dit wel zo is dan willen wij dit graag weten want dan zijn we de facto een bezuiniging aan het doen. Wethouder Groters: Er is niet gezegd dat bestaande teamleden uit CDOKE-gelden zijn betaald.

De heer Hollema: Het zou goed zijn als de wethouder hier schriftelijk op terug komt. Welke uren hier nu uit betaald worden en welke niet en wanneer die gestart zijn. Zodat we hier geen ruis over hebben. Wethouder Groters zegt toe hierover met een raadsmededeling te komen.

•

Onderhoudsniveau begraafplaatsen. De heer Meerdink: Van het dekkingspercentage kun je ook onderhoud doen. Het percentage zou 40-60% moeten zijn. Wij begrijpen dat het dekkingspercentage nu veel lager is. Moeten de opbrengsten niet verhoogd worden om dat onderhoud netjes te kunnen houden? Wat is het dekkingspercentage dat afgesproken is?

Onderdelen 2 en 3 Programma 3 Bedrijfsvoering en algemene aspecten & Paragrafen behorende bij de Programmabegroting m.u.v. Laborijn en GGD Programmabegroting •

Burgemeester Stapelkamp: Dit is geld voor de ontwikkeling van de organisatie. De heer Meerdink: U zegt de bedragen op blz. 41 horen er niet bij. Kunt u in een staatje aangeven, hoeveel het budget incidenteel hoger wordt door deze ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=7adf1fdc-c690-453c-9a05-1704e6cc590d