Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 20 juni 2022.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 20 juni 2022. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:
Voorzitter: de heer A. Walter De leden: Agendapunten 2 en 3: de heren Navis, Hollema, Holtman, Van den Berg, Elferink en Polman en mevrouw Hoezen. Agendapunten 4 en 5: de heren Ebbers, Van der Graaff, Logmans, Van den Berg en de dames Hoezen, Te Grotenhuis en Van Alstede. Namens het college: Agendapunten 2 en 3: burgemeester Stapelkamp en de wethouders Wikkerink, Te Lindert, en Kok. (met kennisgeving afwezig wethouder Groters). Agendapunt 4: wethouders Wikkerink en Te Lindert. Agendapunt 5: wethouder Wikkerink. Griffier: mevrouw Smit
2. Voorstel tot vaststellen van de Jaarstukken van de gemeente Aalten 2021. Eerste termijn. De heer Navis: Wie wil er nu niet het jaar afsluiten met een overschot van € 2,7 miljoen. Eigenlijk zouden wij positief moeten zijn over de jaarstukken. Toch houdt de VVD-fractie een wrange smaak over aan deze jaarstukken. Het instemmen met deze stukken is nog niet helemaal vanzelfsprekend. De hoofdzaak zit hem in het Sociaal Domein. Anders dan eerdere berichten van portefeuillehouder en wethouder financiën hebben de ombuigingen geen voordelen opgeleverd op dit sociaal domein. In hoeverre is deze raad wel juist ingelicht? Waarom krijgen wij bij de jaarstukken ineens een nadeel op ons bordje gepresenteerd van een kleine € 6 ton. Waarom is er in het eerste kwartaal geen toegezegd dashboard aan de commissie sociaal domein gepresenteerd? Waarom heeft de wethouder financiën niet ingegrepen toen bleek dat de begrotingspost fors werd overschreden? Waarom is de gemeenteraad hierover niet eerder ingelicht? Of kwam het de wethouder Jeugdzorg net voor de verkiezingen niet goed uit de gemeenteraad en de burgers te informeren over deze enorme tegenvaller. Had deze informatie niet beschikbaar moeten zijn bij het opstellen van het raadsprogramma? Dan was duidelijk geweest dat de raad zijn ambities had moeten temperen. Hier komen we bij de voorjaarsbegroting nog wel op terug.
Het college heeft op grond van de gemeentewet een actieve informatieplicht. Heeft het college wel voldaan aan de actieve informatieplicht? Mevrouw Hoezen: Voor een deel denkt de PP fractie hetzelfde als de VVD-fractie. Alleen zetten wij het minder scherp. De PP fractie kan wel instemmen met het voorstel zoals dit er ligt. Het lijkt ons goed een bestemmingsreserve te vormen voor de inkoop zorg. Kritische noot. Overschrijdingen en bij ramingen. Die we ook weer zien in de Voorjaarsnota betreffende het sociaal domein in het bijzonder. Wij begrijpen wel dat het moeilijk is om de jaarlijkse kosten goed in te schatten. In de financiële commissie gaf de accountant aan dat dit een probleem is dat bij heel veel gemeentes terugkomt. We begrijpen ook dat je niet te veel wilt begroten. Als je kijkt naar de omvang van de kosten op het gebied van het sociaal domein dan drukt die behoorlijk op de begroting. Wij kunnen geen genoegen nemen met de toelichting die door de organisatie is gegeven. O.a. op het abonnementstarief. Herhaaldelijk wordt genoemd dat dit een aanzuigende werking heeft. Daar kan meer en beter rekening mee worden gehouden. Hetzelfde geldt voor openeinderegelingen. Het moet mogelijk zijn in beeld te hebben hoeveel openeinderegelingen er zijn en wat dan een overschrijding zou kunnen zijn. Wij missen daar een goede uitleg over.
Dure maatregelen, die uitgesproken worden door een rechter, vinden wij belangrijk om bij stil te staan. Dat dit alleen gebeurt als de hulp in het vrijwillig kader niet afdoende is gebleken. Dus de gemeente kan daarin sturen. Als we te maken krijgen met dure maatregelen dan moeten we ook gaan kijken naar wat wij als gemeente daarin anders kunnen doen. De heer Polman: Er is een mooi positief resultaat behaald. Ondanks de toenemen de kosten Wmo en Jeugdzorg. Het college geeft aan voorzichtig te willen zijn met het vormen van potjes. De fractie van het
CDA onderschrijft dit standpunt. De CDA-fractie is voornemens in te stemmen met het raadsvoorstel en heeft geen discussiepunten. De heer Van den Berg: De fractie van GemeenteBelangen kan instemmen met het voorstel. Sociaal Domein, Jeugdzorg heeft een behoorlijke overschrijding. Wij hadden wel enige twijfel over het antwoord. Wij denken dat er een betere verplichtingen administratie moet komen. De heer Hollema: Ook D66 viel een aantal dingen op in het Sociaal Domein. Zoals de € 1,8 miljoen die de accountant niet kon controleren. Weliswaar binnen de tolerantie. Maar het is wel een teken aan de wand. Bijna € 750.000 kleine aanbieders. Daar doen we een lichtere vorm van controle. Is dat wel houdbaar? Moet daar niet een scherpere controle op? In hoeverre gaat de inkoop/aanbesteding daar nu verbetering in geven. Overschrijdingen. De D66 fractie vindt het goed dat er een aparte reserve komt. Het is goed om meer voorspelbaarheid te krijgen. In de Najaarsnota is er heel structureel bij begroot en toch 3 maanden later weer forse tegenvallers. Gaan we deze structureel hogere uitgaves accepteren of moeten we hier een vernieuwd transformatieplan hebben. Er wordt makkelijk verwezen naar rechterlijke uitspraken. Wij zouden graag zien welke bedragen het gevolg zijn van rechterlijke uitspraken en welke bedragen niet. Zodat je daar beter op kunt sturen.
Er is al meerdere jaren door de accountant een stevige aanbeveling gegeven over risico’s op functiescheiding in sociaal domein applicaties. Al meerdere jaren zegt het college dat ze hier niets aan kunnen doen; de organisatie is te klein. Moet hier niet een steviger risicoanalyse op zitten? Wat accepteren we nu eigenlijk.? Moet daar geen prioriteit aan gegeven worden? De heer Holtman: Heldere jaarstukken. Het café was goed. Vragen zijn gesteld en beantwoord. Wij kunnen aansluiten bij andere woorden als het gaat over het positieve resultaat. Ook om € 1,7 miljoen in de algemene reserve te doen, kunnen wij steunen. Het voorstel om een extra reserve in te stellen lijkt ons prima. Er is al veel gezegd over Sociaal Domein en Jeugdzorg. De fractie van de CU kan hierbij aansluiten bij de discussiepunten. Moeten wij dit niet gewoon accepteren door te zeggen dat het heel weerbarstig is en de voorgenomen ombuigingen toch wat ingewikkelder zijn en misschien wel wat minder beïnvloedbaar zijn. En dat we de conclusie moeten trekken dat wij hier meer geld voor uit moeten trekken. Dit als aanvulling op de discussiepunten. De CU kan instemmen met het voorstel. De heer Elferink: De fractie van BBB-HMV kan zich vinden in de Jaarstukken. Geen vragen of discussiepunten. Reactie college. Wethouder Kok: De jaarstukken zijn een belangrijk sluitstuk van onze P&C cyclus.
Wat hebben we met elkaar afgesproken, wat wilden we gaan doen en wat is het resultaat daarvan. Dat dit een resultaat is met een overschot is altijd beter dan een tekort. Wij begrijpen de discussiepunten die ingebracht worden hoe we uiteindelijk meer grip kunnen krijgen op de uitgaven. Dat is niet alleen een controlerende taak van de raad maar ook een zorg die het college heeft. Het was daarom goed dat de accountant vorige week in de Financiële Commissie aanwezig was. Hij heeft daar heel helder aangegeven dat wij als organisatie de boel in grip hebben. Niet alleen financieel maar ook organisatorisch, met een aantal kanttekeningen. Hij heeft ook de dilemma’s aangegeven. Bv. de Jeugdzorg. Het is een gegeven dat wij facturen heel laat krijgen. Dat is niet alleen in de gemeente Aalten. Op het moment dat wij het weten nemen wij het mee in de eerstvolgende cyclus. Dus wij houden geen informatie achter. De heer Navis: Wij begrijpen dat sommige facturen laat binnenkomen en dat die ook verwerkt moeten worden. Het stoort ons dat er geen dashboard Sociaal Domein voor het eerste kwartaal is gekomen, terwijl dat wel afgesproken is. Voordat de Jaarstukken in het college zijn is er al een heel traject aan voorafgegaan. De raad had allang geïnformeerd kunnen worden dat die tegenvaller eraan zat te komen. Wethouder Kok: Zodra wij informatie weten delen wij deze volgens de gemaakte afspraken.
We hebben een tijdlang maandelijks met het dashboard gewerkt. Dit heeft ons toen de nodige inkijk gegeven. We hebben wel afgesproken dat we het dasboard frequentie terugbrengen naar 1 keer per kwartaal. En dat wij die ook meenemen in de cyclus zoals we die hebben vastgesteld. Er zit een tijd tussen het opstellen van het dashboard en het door het college vaststellen en wanneer de raad het in de cyclus dan meekrijgt. Door de nieuwe manier van inkoop is het twijfelachtig of het dashboard ons gaat helpen. Wij willen net als u zo dicht mogelijk op de feiten zitten om te kunnen sturen. Wij begrijpen de wens voor meer sturen, voor meer inzicht. Dat inzicht geven wij ook. Extra inkomsten van de Jeugdzorg hebben we nooit ingeboekt. Die boeken we nu wel in. Dit is een enorm voordeel t.o.v. de huidige begroting. Het geld dat we extra hebben moeten uitgeven is ook terecht geweest want hiervoor krijgen we nu ook extra geld voor van het Rijk. We hadden ook kunnen gokken. Als gemeente zijn wij hier altijd voorzichtig in. De accountant gaf de gemeente een compliment, hoe strak, hoe fel wij erop zitten en hoe goed er hier geadministreerd wordt. De inzet van de medewerkers is erop gericht om u zo goed en tijdig mogelijk informatie te geven. Bij een nog hogere ambitie hoort wel meer personeel. Het advies van de accountant over de functiescheiding komt inderdaad terug.
Wij vinden het doel wat daarmee bereikt wordt niet in
2
verhouding staan met de kosten die ermee gemoeid zijn. Wij kunnen het organiseren maar dan zullen sommige functies dubbel bezet moeten worden. Zoals het nu is ingericht kan het. Het kan zeker beter maar wat ons betreft voldoet het. De heer Navis: Voor het opstellen van de Jaarstukken gaan 2 maanden overheen voordat de stukken klaar zijn. Voor het opstellen van een raadsmededeling, dat er een tegenvaller is op Jeugdzorg, kost een week. Wij hadden een kleine 2 maand eerder kunnen worden geïnformeerd. Wethouder Kok: De constatering van de Jeugdzorg komen op het allerlaatste moment binnen en worden dan nog meegenomen in de controle van de Jaarrekening. Deze jaarrekening gaat niet alleen over de Jeugdzorg maar is een totale afweging. Wethouder Te Lindert: Er wordt gezegd dat het ombuigingsplan niet gelukt is. Dat is terecht. Het ombuigingsplan is niet gelukt. Echter, ons transformatieplan gaat veel verder dan het realiseren van ombuigingen. Ons transformatieplan is goed, staat in de steigers, werkt, werpt zijn vruchten af en dat zien wij terug in aantallen. Aantallen cliënten zien wij op dit moment teruglopen. Dat betekent dat de zaken die wij in ons transformatieplan beschrijven steeds beter aan het functioneren zijn. Waarom dan die forse overschrijdingen. Met name het laatste kwartaal van 2021 werden we geconfronteerd met hoge kosten.
Deels door te laat ingediende indicaties, daar kunnen wij niet tegen begroten. Dat is informatie die we op dat moment horen en waar we dan niets mee kunnen. Ten tweed. Zware zorggevallen die achter de voordeur vandaan komen. Je ziet niet alles. Het beleid in het transformatieplan is hier wel opgericht. Het is heel lastig en dit is ook niet te begroten. Gevraagd werd wat de werkelijke kosten zijn van gecertificeerde instellingen of door de rechterlijke macht afgegeven aan beschikkingen. Er is een onderzoekje geweest. In kwartaal 4 zie je inderdaad een beperkt aantal zware zorggevallen die zomaar voor een half miljoen aan overschrijdingen zorgen. Het is wel inzichtelijk te maken hoeveel er nu via de GI’s komt. Dit kunnen we ook niet in een dashboard zien aankomen. Het blijft weerbarstig in het Sociaal Domein en vooral in de Jeugdzorg. De heer Hollema: Kosten gerechtelijke uitspraken zou je inzichtelijk kunnen maken. Is dat een toezegging dat dit voortaan inzichtelijk gemaakt wordt? Wethouder Te Lindert: Naast deze toezegging wil ik zelf dat inzicht ook graag hebben. Dan wordt ook helder dat een heel deel mistig is en niet te begroten. Dan hebben we dat deel ‘mistigheid’ ook eens in beeld. De heer Holtman: Zouden we dan toch niet royaal moeten begroten dan? Moeten we niet 10% speelruimte creëren. Dan hoeven we niet jaarlijks dit gesprek te voeren.
Wethouder Te Lindert: Het jasje wordt ruimer. Bij de voorjaarsnota gaan we dat ook laten zien. Ook richting 2023. We vinden ook dat er een inspanningsverplichting is om het jasje op een gegeven moment ook passend te maken. Mevrouw Hoezen: Hoe wordt er nu begroot? Er wordt toch wel naar meer gekeken dan alleen de kosten van het jaar ervoor? Wethouder Te Lindert: Zeker. Indexatie, ontwikkelingen die we in het veld zien. Het is geen één op één kopie van het voorgaande jaar. We kijken naar meer factoren. Wethouder Wikkerink: Het lijkt zo dat sommige ombuigingen niet gehaald zijn maar de transformatie is wel in volle gang. Dat we daar wel van profiteren voor onze inwoners. Eén van de ombuigingen die in de Wmo niet helemaal gehaald zijn, zijn de her-indicaties huishoudelijke hulp. We hebben niet kunnen bezuinigen wat voorzien was met de her-indicaties. Bij de Wmo is er iets anders aan de hand dan bij de Jeugdzorg. Daar komt zeker door de demografische ontwikkelingen. Dat betekent dat daar meer hulp ingezet moet worden en dat zie je ook in de stijgende aantallen. Er zijn 3 oorzaken voor de stijging van de kosten van de Wmo. 1. De CAO afspraken zorg. 2. Abonnementstarief. We zouden eens kunnen kijken hoe groot die aanzuigende werking nu is. Er zijn landelijke rapporten die we zouden kunnen doortrekken naar plaatselijk.
Maar wij beschikken niet over de inkomensgegevens van mensen die HHhulp aanvragen. We weten niet of de hogere inkomens nu meer hulp aanvragen dan voorheen. We zouden een gemiddelde kunnen nemen. Het nieuwe Kabinet wil het abonnementstarief vervangen door een inkomensafhankelijke regeling. Maar dat is pas per 2025. We zullen daar nog eens naar kijken hoe we dat beter kunnen begroten. 3. De omzetting van Alfa naar zorg in natura. Die hadden we in de najaarsnota nog niet begroot. Zorg in natura is duurder dan een PGB. We hebben een slag gemaakt in herindicatie. De Alfa constructie hebben we afgeschaft. We proberen alles beter in de grip te krijgen door de nieuwe manier van inkopen die we regionaal hebben ingezet. Misschien dat niet alle bezuinigingen gelukt zijn maar onze transformatie is in volle gang. En we krijgen steeds meer grip op de situatie. De heer Hollema: Wat gaat die nieuwe manier van inkopen helpen rond die € 752.000 aan kleine zorgaanbieders. Het bedrag dat niet gecontroleerd wordt door de accountant. Gaat dat bedrag naar beneden met de nieuwe manier van inkopen?
3
Wethouder Wikkerink: Durf ik niet te zeggen of dat omlaaggaat. Toen we met de aanbesteding begonnen was dat wel het idee. We hebben het wel beter in de hand, we kunnen het beter controleren en naar u rapporteren, dat is een ding wat zeker is vanuit die nieuwe inkoopsystematiek. Discussiepunten. • Heeft het college wel voldaan aan de actieve informatieplicht? • Wij moeten het college controleren. Hoe kunnen we als raad op deze onderwerpen de controlerende taak beter uitoefenen? • Gaan we structureel hogere uitgaves accepteren of moet er een vernieuwd transformatieplan komen. • Overzicht welke bedragen het gevolg zijn van rechterlijke uitspraken en welke niet. • Prioriteit geven aan stevige risicoanalyse op functiescheiding. • Royaler begroten. Tweede termijn. Discussiepunt: Heeft het college wel voldaan aan de actieve informatieplicht. De heer Navis: Wanneer duidelijk is wat de kostenposten zijn dan moet je daar toch een overzicht van kunnen hebben en moet je toch de raad kunnen informeren. De heer Van den Berg: Dit verhaal komt mij niet vreemd voor. Je zou het proces misschien kunnen aanpassen maar dan zit je al aan een verplichtingadministratie. Ik weet niet hoe ingewikkeld dat is en hoeveel tijd dat kost. Het blijft heel lastig. Je hebt heel veel aanbieders en dat maakt het juist ingewikkeld.
U wilt dus de termijn inkorten om eerder geïnformeerd te worden? De heer Polman: Het college geeft aan dat de informatie wel komt maar achteraf. Dat is inherent aan rapporteren, dat kan niet vooraf. De heer Navis: Als er zo’n grote tegenvaller is, dan is het toch heel eenvoudig om een raadsmededeling uit te doen. Je hoeft dan toch niet te wachten op te jaarstukken om de raad te informeren. Mevrouw Hoezen: Volgens mij moet de discussie gaan over hoe je voorkomt dat die overschrijding zo groot is. Wat kan het college doen aan informatievoorziening op dat punt. De heer Hollema: Dit is een punt dat al een aantal jaren speelt. Er zijn al vele discussies over gevoerd. Het transformatieplan is er niet voor niets gekomen. Wij verwachten dan het college kort op de zaak zit. Je kunt wel laten zien dat je kort op de zaak zit door inderdaad een raadsmededeling te sturen. Kleine moeite en laat je het wel zien. De heer Elferink: Het is een fors bedrag deze afwijking. Procentueel echter van de totale begroting van meer dan € 40 miljoen is het een kleine afwijking. Mevrouw Hoezen: De essentie is niet zozeer dat wij, in geval van de overschrijding, wanneer we worden geïnformeerd maar we zouden van tevoren moeten zijn geïnformeerd wat de kosten gaan worden. Dat moet het gesprek zijn. De heer Polman: Hoe ziet u dat voor zich? Het gaat nu al zo moeilijk om die inschatting te maken.
Mevrouw Hoezen: Wij zouden dan graag willen weten hoe die kosten worden begroot. Wethouder Te Lindert heeft hier ook al iets over gezegd. Wij zouden dan wel willen inzoomen op die factoren. Dat we daar meer een specificatie van krijgen. De heer Hollema: U heeft het over wat we vooraf kunnen doen. Je hebt tegenvallers en daarvan verwachten wij van het college dat ze kort op de bal zitten. Dat moet het college tonen. De heer Polman: We hebben de P&C cyclus. We gaan nu de discussie voeren, wanneer komt nu welke informatie. Die tussentijdse rapportages kunnen snel door het college verstrekt worden. De Jaarstukken heeft juist een toegevoegde waarde. Daar heeft een accountant naar gekeken, er zit een verklaring bij. Dat moment naar voren halen, dat gaat niet. En dat dan met een document vervroegen waar dan geen zekerheid bij zit voegt onzes inziens niet veel toe. Gedurende het jaar worden we twee keer geïnformeerd door het college over de huidige stand van zaken. Tot dan Voorjaarsnota, Najaarsnota daar worden we zo actueel mogelijk en zo snel mogelijk geïnformeerd door het college. Dat is toch genoeg. De heer Navis: Dit dossier Jeugdzorg speelt al meerdere termijnen. Als raad hebben wij niet het gevoel dat we het in grip hebben. Toen is er een Dashboard gecreëerd om toch wat meer inzicht op die cijfers te krijgen. 2x is gewoon te weinig.
We hebben ook het Dashboard gemist van het eerste kwartaal. De heer Hollema: Wederom zijn er forse afwijkingen in de Jaarstukken. In de Najaarsnota is al heel fors bij begroot en die is blijkbaar nog niet voldoende. Ben je dan in control? De heer Polman: Je kunt niet alles voorspellen. In de Jaarstukken wordt toegelicht dat er veel meer kosten zijn gemaakt. Die worden toegelicht. Er worden vragen over gesteld, die worden beantwoord. Het kan gebeuren dat een Najaarsnota niet volledig accuraat is en dat er afwijkingen zijn. Dat zie je in de
4
Jaartukken, daar wordt dan toelichting bij gegeven. Misschien is het dan verstandig die toelichting wat uit te breiden met misschien een paar indicatoren erbij die op zichzelf staan en ook al wat informatie geven. Mevrouw Hoezen: Het gaat dan nog steeds niet zozeer over het moment waarop we geïnformeerd worden. De Najaarsnota zou eigenlijk een goede voorspelling moeten geven van wat het resultaat zal zijn. Op het moment dat dit niet gebeurt zit het hem niet in het tijdstip van informeren maar hoe komt dat. Daar sluiten wij ons wel bij aan dat we de toelichting en de antwoorden die we gekregen hebben te summier vinden. De heer Polman: Zou het helpen als te twee indicatoren bijkomen? Het aantal zorgvragen en de gemiddelde kosten per zorg vraag. De heer Navis: Er is heel veel gezegd. Wij hopen dat het college hier zijn voordeel meedoet. Zodat het wat ongenoegen kan wegnemen bij de raad. De fractie van de VVD zal niet met een motie of amendement komen. Discussiepunt: Hoe kunnen we als raad op deze onderwerpen de controlerende taak beter uitoefenen. Mevrouw Hoezen: Wat kunnen we doen zodat we volgend jaar deze discussie niet meer hoeven te voeren. Dit is uitgebreid besproken en voldoende zo. Discussiepunt: Gaan we structureel hogere uitgaves accepteren of moet er een vernieuwd transformatieplan komen. De heer Hollema; Deze komt terug bij het volgende onderwerp.
Discussiepunt: Overzicht welke bedragen het gevolg zijn van rechtelijke uitspraken en welke niet. De heer Hollema: De wethouder heeft een toezegging gedaan. Discussiepunt: Prioriteit geven aan stevige risicoanalyse op functiescheiding. De heer Hollema: Al meerdere jaren is er een dringende aanbeveling hiermee aan de slag te gaan. Al meerdere jaren wordt het afgedaan met; kan niet -we zijn te klein. Als raad zijn we hier verantwoordelijk voor. Nemen we hier genoegen mee dat we niet weten wat het risico is en wat de impact is. De heer Polman: De accountant geeft een goedkeurende verklaring af. Hier zit ook een stukje administratieve organisatie en interne beheersing bij. Dat is onderdeel van de Jaarrekening controle. Bij het verstrekken van de goedkeurende verklaring heeft de accountant wel op een andere manier zekerheid gekregen om die risico’s t.a.v. de IT’s te ondervangen. Uit de managementletter, accountantsverslag en het gesprek met de accountant begrijpen wij dat er nog verbetering mogelijk is. Maar deze is niet zodanig dringend van aard dat dit nu per direct opgelost moet worden, koste wat het kost. De CDA-fractie kan hierin de lijn van het college volgen. De heer Hollema: Dit is nu het derde of het vierde jaar dat dit terugkomt. Daar ligt onze zorg. Het blijft maar liggen. We hopen dat het college hierna gaat kijken en er toch prioriteit aan geeft.
Discussiepunt: Royaler begroten. De heer Holtman: Er is voldoende gesproken over de uitgaven Sociaal Domein, Jeugdzorg. Het college heeft daar voldoende antwoord op gegeven dat er nu al ruimer naar wordt gekeken. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: • Inzichtelijk maken werkelijke kosten GI’s en door rechterlijke macht afgegeven beschikkingen. (wethouder Te Lindert) • Hoe groot de aanzuigende werking voor de HH hulp nu is en bekijken hoe we dit beter kunnen begroten. (wethouder Wikkerink) Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 5 juli 2022. 3. Voorstel tot vaststellen van de Voorjaarsnota 2022. Eerste termijn. De heer Van den Berg: Somber over de voorjaarsnota. Toen kregen we raadsmededeling 122-2022. We konden het bijna niet geloven. Dat het er zo goed uitzag hadden we niet verwacht. Sociaal Domein valt wat tegen. Transformatieplan heeft tijd nodig. Wij hebben er vertrouwen in dat dit goed gaat komen. De fractie van GB gaat akkoord en hebben geen discussiepunten. De heer Polman: De voorjaarsnota was nogal somber en bevatte nogal wat onzekerheden. De raadsmededeling van 15 juni heeft meer duidelijkheid gegeven. Er zijn positieve gevolgen tot 2026. De situatie daarna is minder rooskleurig. Wat het CDA betreft betekent dit voorzichtig zijn nu het goed gaat, zodat je wat over hebt als het wat minder gaat.
Inwoners mogen de komende jaren wel merken dat het
5
goed gaat met onze gemeente. Wij vinden het ook belangrijk dat de voordelen de komende jaren ook worden gebruikt om wat vet op de botten te krijgen. Wij kunnen instemmen met het voorstel en hebben geen discussiepunten. De heer Navis: Wij kunnen aansluiten bij voorgaande sprekers. Wij gaan bij plussen op Jeugdzorg. Achter iedere euro gaat ook kinderleed gepaard. De VVD-fractie heeft grote zorgen dat we zoveel moeten bij plussen op jeugdzorg. Dit betekent dat het niet goed gaat met de jeugd in onze gemeente. Hoe voorkomen we dat jongeren in aanraking komen met jeugdzorg. De heer Elferink: De fractie van BBB-HMV kan zich vinden in de voorjaarsnota. Wij maakten ons eerst ook zorgen, totdat de meicirculaire kwam. Wij zijn iets minder positief dan voorgaande sprekers omdat de huidige inflatiecorrecties niet zijn meegenomen in de voorjaarsnota en begroting. Wij denken dat de inkomsten uit de meicirculaire hard nodig zijn om aan het eind van het jaar op 0 uit te komen. Moeten we niet voor onvoorziene omstandigheden een hogere post opnemen? De heer Holtman: De fractie van de CU kan instemmen met de voorjaarsnota. Enthousiast dat er kaders worden opgenomen voor een jeugdpreventie medewerker in het kader van drugsbestrijding en drugspreventie. We zouden graag een keer (bij de begroting) een discussie willen voeren om te opteren voor lastenverlichting voor onze inwoners.
Corona begint weer op te spelen. Is daar voldoende rekening mee gehouden in de voorjaarsnota? Kan het college hier nog iets over zeggen. Mevrouw Hoezen: De fractie van de Progressieve Partij kan instemmen met de voorjaarsnota. De heer Hollema: Dit geeft wel ruimte aan het nieuwe college om met het raadsprogramma aan de slag te gaan. Onze verwachtingen zijn hoog gestegen. We hebben nu compensatie voor het Sociaal Domein. Maar het Rijk gaat er nog steeds vanuit dat op jeugdzorg nog wel bespaard moet worden. Aantallen gaan naar beneden, behalve de bedragen die gaan niet naar beneden. Hoe gaan we daar mee om. Moeten we niet naar een herijking van het transformatieplan. Er zijn veel goede zaken in gang gezet maar als dit niet genoeg is dan moeten we dat constateren, want er ligt nog steeds een opdracht. Dit geldt ook voor de Wmo. Reactie college. Wethouder Kok: We hebben voor een systematiek gekozen met de kennis die we op dat moment hadden en die te verwerken in de voorjaarsnota. Daarna kwam de meicirculaire. We presenteren te korten maar weten nu aan de andere kant dat er tot en met 2025 tot behoorlijk wat middelen naar ons toe komen. Opgemerkt werd dat we met deze meicirculaire in 2022 op 0 moeten uitkomen. We gaan wel behoorlijk richting de 0, dus het tekort dat hier gepresenteerd wordt, wordt fors kleiner door wat de meicirculaire toegezegd heeft.
Naar de toekomst geeft het ook een behoorlijke toename van gelden vanuit het Rijk. Daar staan ook allerlei prijscompensaties, indexen tegenover. Het is niet allemaal geld dat we zomaar uit kunnen gaan geven. We zullen zorgen dat we voldoende buffers krijgen om toekomstige tegenvallers op te vangen. Met de uitkering zoals die nu is kunnen we voor het raadsprogramma een behoorlijke slag slaan. Dit zal in eerste instantie een begroting op hoofdlijnen zijn. Daarna zullen wij met een uitvoeringsprogramma komen. Of daar een lastenverlichting onder zit zal bij de vaststelling van de begroting moeten blijken. Wij horen ook uw zorgen over jeugdzorg, wmo etc. Hoe we de oplopende kosten kunnen stoppen met een nieuwe transformatie. Het college staat open voor suggesties/oplossingen. Opgemerkt werd of we geen buffer van 10% moeten aanhouden. In het college hebben wij die discussie ook gehad. Er is een rapport van BDO. Dat in de toekomst die opgave weleens hoger kan zijn. Voor onze gemeente is dat € 4 tot € 5 miljoen structureel. U mag voorstellen doen in het kader van OZB hoe we die buffer dan gaan voeden. Het is goed om dingen te roepen, maar het is ook goed om dan richting te geven hoe we dat dan moeten gaan organiseren. De heer Holtman: Van uw hand komen toch voorstellen hoe je om moet gaan met onzekerheden. Juist in dat kader, om wat meer marge te geven was de opmerking bedoeld.
Niet om extra geld te organiseren. Dan hebben we niet iedere keer de discussie dat we tekortkomen maar in welke bandbreedte zitten we nu en kunnen we dit beheersen. Twee tips t.a.v. de transformatie; armoedebestrijding. Heel fors op inzetten en helpen bij relatieproblematiek. Wethouder Te Lindert: De VVD fractie merkt op dat kosten in de jeugdzorg hand in hand gaan met kinderleed. Dat is waar en schrijnend. Als je constateert dat kosten toenemen dan neemt ook het kinderleed toe. Ons transformatieplan slaat aan, niet afgerond maar aantallen lopen terug. Fijn dat de compensatie vanuit het Rijk toeneemt. Verschoond ons niet van de taken om die ombuiging vorm en inhoud te geven. We willen niet spreken over ‘dure’ gevallen maar over schrijnende gevallen. Dat is onze taak. Soms met kosten die niet zijn te voorzien maar die we moeten blijven betalen. Geen kinderen in de jeugdzorg is een illusie. We kunnen er wel aan de voorkant aan werken. Daar hebben we ons transformatieplan voor. Wij vinden het nog niet tijd voor een herijking van het transformatieplan. Ons huidige transformatieplan werpt zijn vruchten af. Dit zien we in de aantallen. Laten we die lijn doorzetten.
6
Dan krijgen we dat we die expertise van de zware zorg naar de voorkant halen en preventief kunnen inzetten. Wethouder Wikkerink: Roept de raad op verder te kijken dan de voorjaarsnota, begroting ,2023, 2024 en verder. Als je de gegevens op je in laat werken dan zie je als we zo doorgaan in ons zorglandschap dat we in 2040/2050 20% van het nationaal inkomen aan de zorg besteden en één op de drie werknemers moet dan in de zorg werken. Dat is niet haalbaar. Daarom moeten we transformeren. We willen als gemeente meegaan in de preventiekant en zullen moeten investeren in bv. armoedebeleid, verenigingsleven, sociale basis etc. Dus denk niet dat als er een ander transformatieplan komt dat dan de kosten heel erg veel zullen verminderen. We hopen dat het beroep op zorg minder zal worden maar dat betekent wel, investeren aan de voorkant. Burgemeester Stapelkamp: U heeft een evaluatie van onze drugsaanpak gekregen. Al die aandacht leidde ertoe dat er wat meer probleemsituaties naar boven kwamen. Dat kostte geld. We hebben ook gemerkt dat er meer bereidheid is om met problemen naar buiten te komen. In het raadsprogramma zijn er lovende woorden over gesproken. Je haalt dan wel meer problematiek naar boven en we hopen dat we dat op termijn wel weer naar beneden kunnen drukken omdat je het dan ook preventief kunt aanpakken. Dit popt dan ook op en dan kun je moeilijk zeggen dat doen we niet.
Coronagelden. Het feit dat wij nog budget over hebben laat in algemene zin zien dat wij ruimhartig door het Kabinet tegemoetgekomen zijn. We hebben niet voor niets daarvan wat gereserveerd, want je weet nooit wat er allemaal nog komt. Een deel van de gelden die we overhouden heeft ook wel te maken met inzetten in de cultuursector. Als er echt wederom forse maatregelen gaan komen dan gaan we ervan uit dat het Kabinet wederom nieuwe vergoedingen zal geven. Discussiepunten. • Middelen Jeugdzorg. • Hogere post opnemen voor onvoorziene omstandigheden. • Moet er een herijking van het transformatieplan komen voor Jeugdzorg en Wmo. Tweede termijn. Discussiepunt: Middelen Jeugdzorg. De heer Navis: Hoe krijgen we meer grip problematiek die leidt tot jeugdzorg. Voorbeeldfunctie van ouders is heel belangrijk. Staat de raad open om hier eens een keer een debatavond over te voeren? Mevrouw Hoezen: Het college lijkt goed bezig met het ombuigen. Is het dan nog zinvol om een avond over die transformatie te houden. De heer Navis: Wij willen niets afdoen van het werk dat hier wordt verricht. Wij zijn niet direct voorstander van een herijking van het transformatieplan. Maar blijkbaar is het niet voldoende als we zien dat die kosten in de jeugdzorg toch fors blijven toenemen. Om die discussie nog eens een keer brede te trekken dan alleen het transformatieplan.
De heer Hollema: Blijkbaar is het niet voldoende. Laten we het hierbij. Of gaan we een volgende discussieronde aan. Er is geen makkelijke oplossing maar misschien moeten we wel het gesprek met elkaar aangaan, hoe gaan we vanaf hier verder. De heer Holtman: We moeten onderscheidt maken tussen de kosten en de problematiek die toeneemt te verminderen. Wat de fractie van de CU betreft gaat het om het laatste. Het moet beter en de vraag is hoe? Een kwaliteitsimpuls zou op termijn moeten leiden naar minder zorg. Gaat het om het geld of om minder kinderen in de jeugdzorg. De heer Navis: De wethouders hebben het al genoemd: preventie. De organisatie is heel goed bezig om een zorgvraag als die er is op te pakken. Misschien moeten we nu een stap hoger zetten. De heer Holtman: Die lijn steunen wij ook. Wij stellen voor om bij de uitwerking van het uitvoeringsprogramma dit te beoordelen. Want we hebben dit heel expliciet opgenomen. De heer Navis: Wij willen graag investeren maar dan moet het wel leiden tot resultaat. Wij ondersteunen de woorden dat we daarmee aan de slag gaan. Primair is het doel om te voorkomen van kinderleed. Op het moment dat je dat voorkomt zie je het ook terug in de euro’s. Mevrouw Hoezen: We moeten niet nu al vaststellen dat wat we de afgelopen jaren hebben gedaan onvoldoende werkte en onvoldoende helpt. We zijn nu net bezig met het nieuwe inkoopbeleid.
Dat is iets wat we goed in de gaten moeten houden. Straks gaan we het nog hebben over de Verordening Sociaal Domein waarvan wordt gezegd dat het een technische wijziging is. Maar wat ons betreft is het wel een essentiële andere benadering, namelijk echt een andere manier van werken, waar gekeken wordt naar welk resultaat willen we bereiken. Dat zijn dingen die we moeten bekijken hoe zich dat verder ontwikkeld. Het is goed dat we hierin in gesprek te blijven als raad maar we moeten wel beseffen dat we al met z’n allen bezig zijn en het college in het bijzonder met die transformatie en dat we daar nog middenin zitten. De fractie van de PP wil het toch wel opnemen voor de ouders die een beroep doen op de hulpverlening.
7
De overzetting van de jeugdhulp naar de gemeenten heeft ook een aanzuigende werking gehad. De hulpverlening is dichterbij gekomen, het is makkelijker om een beroep te doen. Aan de ene kant kost het meer geld maar aan de andere kant – en dat hebben we nu niet inzichtelijk – had het als we dit niet hadden gedaan meer geld gekost. Dit is een factor die wij missen in de discussie. De heer Navis: Ik heb geenszins de intentie gehad om de ouders in een kwaad daglicht te stellen. Waar jeugdzorg aan de orde is hebben de ouders ook hulp nodig. Discussiepunt: Hogere post opnemen voor onvoorziene omstandigheden. De heer Elferink: In de begroting zien we een post van € 200.000 als onvoorzien opgenomen. De wereld is grillig. Onzes inziens hoort bij het realistisch begroten een behoorlijke post onvoorzien. € 200.000 op een budget van € 7 miljoen lijkt ons heel erg beperkt. Ophogen van de post onvoorzien tussen de 5 en 10% op de totale begroting. De heer Polman: Wij denken dat bij de inschatting op bv. sociaal domein ook al een zekere mate van onzekerheid wordt meegenomen. Mijns inziens is de post onvoorzien echt voor zaken die nog niet eens in die nota staan. Want alles wat in die nota staat, daar is over nagedacht. Kijken we er dan hetzelfde naar? De heer Elferink: Je weet niet wat er aankomt. En als je kijkt naar de kosten uit het verleden dan zijn die nagenoeg gelijk.
We weten allemaal dat de inflatie oploopt, er komt altijd zoiets als corona etc. Daar hoort gewoon een behoorlijke post onvoorzien. Dat voorkomt dat als je verrast wordt de begroting uit de pas loopt. Mevrouw Hoezen: Is het dan zo dat uw voorstel zou zijn dat dit bij de voorjaarsnota gewijzigd zou moeten worden? Of moeten we dit meenemen bij de meerjarenbegroting. De heer Elferink: Zeker bij de meerjarenbegroting. Maar eigenlijk ook al in de voorjaarsnota. In de meicirculaire staat een alinea dat de volledige indexatie nog niet is meegenomen. Dus de kans is groot dat wij aan het eind van het jaar weer verrast gaan worden. Wethouder Kok: Ter voorbereiding van de begroting zijn al die posten die genoemd worden afgewogen. We maken ook een afweging hoe groot de post onvoorzien zou moeten worden ten opzichte van nu. Wij denken daar niet over in de range 5 tot 10% want dat zou betekenen tussen de € 7,5 en € 10 miljoen. De indexatie wordt straks in de begroting meegenomen. De vraag is van welke indexatie ga je uit. De heer Hollema: Om de post onvoorzien dermate groot te maken op de begroting, dat lijkt ons niet de juiste manier. Er is uiteindelijk altijd de algemene reserve. We zijn wel voor meer specifieke reserves. De heer Van den Berg: Het opnemen van zo’n groot bedrag in de begroting voor onvoorzien, daar zal de toezichthouder, de provincie, niet mee akkoord gaan.
De heer Holtman sluit zich aan bij voorgaande spreker. De heer Elferink: Als je vorig jaar de kosten zou hebben opgenomen en je vertrouwen hebt in het trap op- trap af systeem, dan had je de kosten reëel ingeschat. Discussiepunt: Moet er een herijking van het transformatieplan komen voor Jeugdzorg en Wmo. Deze is gecombineerd met discussiepunt Middelen Jeugdzorg. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan. Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 5 juli 2022. 4. Voorstel om geen zienswijze op de ontwerpbegroting 2023 en meerjarenbegroting 2024-2026 van Laborijn in te dienen. Eerste termijn. De heer Van der Graaff: Kijkend naar Laborijn en ook gehoord de beeldvorming lijkt cijfermatig alles op orde. Alles lijkt nu goed te gaan bij Laborijn. Hebben andere fracties nu ook het idee dat het ‘lek’ nu boven is? De uittreding van Oude IJsselstreek kost geld. Hoeveel geld kost dat nu daadwerkelijk. Hebben we dat helder? Willen we de samenwerking die we nu hebben met Doetinchem voor de toekomst ook zo behouden? Of willen we op termijn kijken naar een andere samenwerking bv. richting SDOA. Mevrouw Van Alstede: De fractie van het CDA is heel positief hoe Laborijn na alle problemen de zaken heeft opgepakt. Dit vinden we ook terug in de stukken.
Wij hebben geen discussiepunten maar willen we meegeven dat het moeilijk blijkt om de oude Wajong-doelgroep binnen de nieuwe Participatiewet een plek te geven. Daar moet aandacht voor blijven om deze doelgroep beter te gaan bedienen. Mevrouw Te Grotenhuis: De beeldvorming vorige week was duidelijk. Wij kunnen ons aansluiten bij de woorden van vorige spreekster. De fractie van BBV-HMV heeft geen discussiepunten.
8
De heer Ebbers: Het ziet er keurig uit. Het stemt ons positief. Wij sluiten aan bij de woorden van voorgaande sprekers. Geen discussiepunten. De heer Logmans: Wij hadden enige sepsis maar door de toelichting in de beeldvorming werd alles wel duidelijk. Het vertrouwen is verbeterd en verhoogd. Wij zijn positief over wat er voorligt. Complimenten voor het dossier. Waardering voor de organisatie zoals dat nu loopt. Wat zouden de bedreigingen met een grote impact voor de organisatie kunnen betekenen. Dit konden wij in de stukken niet vinden. Zijn die er wel? Mevrouw Hoezen: De fractie van de Progressieve Partij kan zich vinden in het voorstel. Geen discussiepunten. De heer Van der Berg: Akkoord met het stuk en geen discussiepunten. Reactie college. Wethouder Wikkerink: Laborijn is financieel, organisatorisch en inhoudelijk behoorlijk op orde. In een behoorlijk moeilijk dossier. De Participatiewet blijft een moeilijk uitvoerbare wet met heel veel invloed op mensen. Er is nu vertrouwen en een respectvolle bejegening in de organisatie. Natuurlijk zullen er weleens ongelukken gebeuren. Er is een uitgebreide klachtenprocedure ontwikkelt. Wat door de CDAfractie wordt aangegeven – de oude Wajong groep – is een gevolg van de wet. Er is ons alles aan gelegen om juist deze doelgroep, daar waar het kan zoveel mogelijk, naar vermogen te laten participeren.
Dat hoeft niet altijd met werk te zijn. Dat kan ook met dagbesteding etc. Wij hebben daar een paar aparte projecten voor ontwikkeld. Bv. de pilot simpel switchen. Dit is niet alleen een taak van Laborijn maar zeker ook vanuit de Wmo of Jeugdwet. Hier moeten we in de toekomst over nadenken. Ik weet niet of er een ‘lek’ was maar er waren wel problemen. Deze zijn naar ons idee v.w.b. bejegening zo goed mogelijk als het kan, opgelost. Het blijft mensenwerk. Hoeveel geld we nog krijgen van Oude IJsselstreek weten we nog niet. 4 juli zal de rechter daar een uitspraak over doen. Alles wat wij verwachten of aan risico hebben, is in de begroting opgenomen. Hoe dat ook uitvalt, Laborijn zal niet tekortkomen. Als je ziet dat je overgebleven bent in een GR met 2 gemeenten, denk je dan niet dat je je vleugels verder moet uitslaan. Op een heel groot aantal terreinen gebeurt dit al. Bv. het Achterhoekse werkgevers servicepunt. Simpel switchen doen we zowel met Fijnder als met Laborijn. Er zijn heel veel raakvlakken. Of dat uiteindelijk leidt tot een organisatorische samensmelting moet de loop der tijd uitwijzen. De heer Van der Graaff: De vraag was niet bedoeld voor schaalvergroting maar voor schaalherijking. Aalten en Doetinchem is een onlogische geografische verbinding. Is het niet logischer om daar eens naar te kijken.
Wethouder Wikkerink: Tot nu toe is er nog geen enkel signaal dat we er last van hebben dat Aalten en Doetinchem samenwerken. De indeling van de GR is voor de klanten op dit moment niet nadelig. Er zijn voor Aalten geen plannen om uit de GR Laborijn te stappen en aan te sluiten bij Fijnder. Op dit moment werkt dit goed. Een verdere vorm van samenwerking juichen wij wel toe. Discussiepunten. • Is het ‘lek’ nu boven. • Hebben we helder wat de uittreding van Oude IJsselstreek kost. • Samenwerking met Doetinchem in de toekomst behouden. Tweede termijn. Discussiepunt: Is het ‘lek’ nu boven. De heer Van der Graaff: Wij horen dat de meeste fractie over het algemeen tevreden zijn. Het gaat goed. We zijn overtuigd geraakt door de beeldvorming. Ik kan het nog een keer uitvragen maar dan krijg ik weer dezelfde antwoorden. Discussiepunten: Hebben we helder wat de uittreding van Oude IJsselstreek kost en Samenwerking met Doetinchem in de toekomst behouden. De heer Van der Graaff: We horen net dat de risico’s in de begroting zijn opgenomen. Dit zullen we nauwlettend in de gaten houden. Leven die zorgen ook bij andere fracties. De samenwerking met Doetinchem. Snijden wij hier een punt aan wat bij andere fractie ook leeft of niet. Mevrouw Van Alstede: Over de uittreding zijn we al verschillende keren geïnformeerd. Er komt nog een uitspraak. Om er van alles van te vinden heeft niet zoveel zin.
Wij hebben hier niet veel zorg om. Geografisch is de lijn Laborijn met Doetinchem niet logisch. Maar Laborijn is inmiddels wel ingebed in Aalten. Je kunt ook binnen de gemeente Aalten naar Laborijn toe, je hoeft niet naar Doetinchem. Het voelt niet als iets dat ‘van Doetinchem is”. Voor de fractie van het CDA ‘leeft’ dit helemaal niet.
9
De heer Logmans: Dit heb ik ook als risico genoemd. Het zijn twee gemeenten die verder uit elkaar liggen. Hoelang houdt zo’n huwelijk stand. Wij vinden het een risico dat slechts 2 gemeentes dit werk doen in samenwerking met Laborijn. Voor risicospreiding zouden wij liever zien dat er meer gemeentes bij zouden kunnen komen. Mevrouw Van Alstede: Het is wel iets van Doetinchem en Aalten als GR. Montferland en Oude IJsselstreek nemen wel diensten af. In de samenwerking is al heel veel gaande. Het moet niet als een ‘star’ iets gezien worden wat heel veel risico’s geeft. Mevrouw Hoezen: Als het nu goed lijkt te gaan, waarom moeten we dan nu al praten over, stel dat het toch mis gaat. Vooral geografisch wordt bepaald dat het geen goed huwelijk blijkt te zijn. Het is ook nog niet zo heel lang geleden dat we als gemeente bewust gekozen hebben om met Laborijn samen te gaan. Het enkele feit dat Oude IJsselstreek uittreedt lijkt ons onvoldoende om te gaan twijfelen aan de samenwerking met Doetinchem in een GR. De heer Van der Graaff: Hoewel mijn vraag niet die richting uit was bedoeld, ben ik positief verrast door het antwoord van de wethouder dat hij misschien wel nadenkt over schaalvergroting en het samenvoegen van twee gemeenschappelijke regelingen. Alles ten behoeve van efficiëntie. Het is ons wel helder geworden hoe andere fractie hierover denken.
De heer Logmans: Zakelijk moet er een risicospreiding gemaakt worden. Dat kun je het beste doen door met meer gemeentes samen te werken. Mevrouw Hoezen: Daar zit ook wel weer een risico aan verbonden door weer met meerdere gemeentes te gaan samenwerken. De invloed op de GR wordt weer kleiner. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan. Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 5 juli 2022. 5. Voorstel tot vaststelling van een aantal technische wijzigingen van de Verordening Sociaal Domein Gemeente Aalten 2022. Eerste termijn. De heer Ebbers: Ingediende vraag, voldoende beantwoord. Verder geen discussiepunten. De heer Logmans: Je ziet inhoudelijk een duidelijke verandering. De cliënt wordt heel belangrijk. Die moet formuleren, opgeven wat hij wil. Er zijn cliënten die dan extra hulp nodig hebben. En er zal meer begeleiding nodig zijn. De fractie van de CU kan instemmen met de wijzigingen die er zijn. Mevrouw Hoezen: Het is wat meer dan alleen een technische wijziging maar de fractie van de PP kan hiermee instemmen. De heer Van der Graaff: Artikel 11.2 lid 4. Hier is het verschil tussen de oude en nieuwe tekst toch wel opvallend. De nieuwe tekst lijkt minder eisen te stellen en geen oog te hebben voor bewezen maatschappelijk rendement van ingezette zorg. Hoe zien andere fracties dit.
Een tekstuele wijziging lijdt ook tot een inhoudelijke verandering van inzet. Het aantal zorgaanbieders is teruggebracht naar 60. Voor creatieve benadering voor onderaannemers die voorheen tot de aanbieders behoorden is nog geen waterdicht filter gevonden. Hoe zien andere fracties dit risico en hoe schatten zij dit in? Het begrip mantelzorg is in de begrippenlijst aangepast. In de nieuwe definitie lijkt weinig tot geen aandacht voor de positie van jonge mantelzorgers. De heer Van den Berg: geen discussiepunten, akkoord met het stuk. Mevrouw Van Alstede: Deze technische wijziging is handig gebruikt om op te schrijven dat zaken beter tastbaar, voelbaar worden voor de mensen. Als je concrete doelen stelt, mensen die doelen ook kunnen halen. Consulten en de MEE kunnen heel goed helpen om te formuleren. Wij hebben er vertrouwen in dat dit gaat lukken. Geen discussiepunten. Mevrouw Te Grotenhuis: Een tekstuele wijziging kan inderdaad anders opgevat worden, zoals de fractie van de PP aangeeft. Verder geen discussiepunten en wij kunnen hiermee instemmen. Reactie college. Wethouder Wikkerink: Behalve dat wij de cliënt centraal stellen, plus de aanbieder en de indicatiesteller c.q. de gemeente, dus de driehoek. Er is recht op cliëntondersteuning. Wij proberen dit regionaal aan te pakken zodat dit in gemeenten ongeveer hetzelfde is. Heel veel cliënten weten dat nog niet goed.
Dit wordt een technische wijziging genoemd maar is een wijziging van werkwijze. De werkwijze en die wijziging daarvoor hebben we voldoende gecommuniceerd. Ook met de voorlichting van mevrouw Van Berkel. Dat dit de bedoeling is geweest van de hele nieuwe inkoop. Dat we niet meer op product niveau gaan inkopen maar op resultaat niveau willen inkopen. Dat is hier een weerslag van. Die beleidsregels zijn een uitwerking van wat we allang in gang hebben gezet en besloten in de regio. Dit is een soort kapstok in de beleidsregels, hoe je dan moet handelen. Jonge mantelzorgers zullen we naar kijken. Het
10
is al mooi dat in deze verordening mantelzorgers daadwerkelijk genoemd worden als zijnde een onderwerp dat bijzondere aandacht vraagt. Op uw vraag over artikel 11.2 zullen wij een schriftelijke reactie geven. Het aantal zorgaanbieders is teruggebracht naar 60. Hoe wij dat risico inschatten van creatieve onderaannemer schap daar zullen wij ook een schriftelijke reactie op geven. Hoe dat precies zit, waar de risico’s liggen en waar het dekkend zorglandschap uit bestaat. Discussiepunten. • Artikel 11.2 lid 4. Tekstuele wijziging lijdt ook tot een inhoudelijke verandering van inzet. Wordt schriftelijk een reactie op gegeven. •
Het aantal zorgaanbieders is teruggebracht naar 60. Inschatting risico van creatief onderaannemer schap. Hier wordt een schriftelijke reactie op gegeven.
•
Mantelzorger. Dit is voldoende toegelicht en hier wordt naar gekeken.
Conclusie. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: • Artikel 11.2 lid 4. Tekstuele wijziging lijdt ook tot een inhoudelijke verandering van inzet. Hier wordt een schriftelijke reactie op gegeven. • Het aantal zorgaanbieders is teruggebracht naar 60. Inschatting risico van creatief onderaannemer schap. • Hier wordt een schriftelijke reactie op gegeven. Hoe dat precies zit, waar de risico’s liggen en waar het dekkend zorglandschap uit bestaat. Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 5 juli 2022.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 5 juli 2022.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
11