CConstaterende datAalten
Koppel je AI →
Document · PDF

Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 18 oktober 2022.pdf

Gemeenteraad 1 november 2022, gemeente AaltenBij agendapunt: Vaststellen van de besluitenlijsten van de oordeelsvormende vergaderingen van 17 en 18 oktober 20228.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

OPENBAAR

Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 18 oktober 2022. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:

Voorzitter: Mevrouw M. Rensink De leden: Agendapunt 1: de dames Van Alstede, Oonk en Te Grotenhuis en de heren Van der Graaff, Van den Berg, Bauhuis en Holtman. Agendapunten 2 en 3: de dames Van Alstede, Oonk, Te Grotenhuis en Hoezen en de heren Van der Graaff, Van den Berg en Holtman. Namens het college: Wethouders Te Lindert en Wikkerink en burgemeester Stapelkamp Griffier: de heer Ter Beest

Voorstel tot vaststellen van de programmabegroting 2023, de Meerjarenraming 2024-2026, het investeringsprogramma 2023. 1. Onderdeel 1: Programma 2 Sociaal Domein van de Programmabegroting 2022 v.w.b. de portefeuillehouders Wikkerink en Te Lindert. Eerste termijn. Mevrouw van Alstede: Het CDA wordt blij van de zaken die worden omschreven bij het Sociaal Domein. Zo wordt er goed en positief nagedacht over alles wat met Sociaal Domein te maken heeft, zoals Simpel Switchen. Er worden veel nieuwe zaken opgepakt en bewoners worden goed betrokken. Aandachtpunt hierbij is dat de focus komt te liggen op het uitvoeren en niet alleen maar plannen maken. Het CDA wil ook dat zaken goed worden geëvalueerd. Bijvoorbeeld het PPJ, dat is goed van start gegaan, maar worden er ook effecten gemeten? Merken we bijvoorbeeld terugloop in de jeugdzorg. Het college heeft al aangegeven om inzicht te gaan geven op aantallen kinderen in de jeugdzorg, dit juichen we toe. Wat we ter discussie willen brengen is dat we graag nog een stap willen zetten en nog meer inzicht willen hebben om positief te kunnen sturen en daarbij ook weten waar de kinderen wonen. Maakt het uit of je in het buitengebied woont of in een kern? Maakt het uit in welke wijk je woont? Om te bekijken welke kinderen in de jeugdzorg terecht komen om nodig beter te sturen of interventies in te zetten. Het tweede punt betreft de WMO.

Voor corona is beleid uitgezet om meer groepsgerichte WMObegeleiding in te zetten, vooral voor ouderen. Door corona kwam dit niet echt van de grond. We zouden het heel mooi vinden als bijvoorbeeld valpreventie in groepen wordt gegeven zodat men aansluitend samen een kop koffie kan drinken en praatje maken. De heer Bauhuis: PP is blij met een sluitende begroting zoals die er ligt. De PP kijkt graag wat breder, een gebrek aan bestaanszekerheid knaagt aan de wortels van de samenleving. Armoede en schulden beïnvloed voor een groot deel het leven van een deel van onze inwoners. De manier waarop de overheid hiermee omgaat zorgt ervoor dat veel mensen het geloof in de politiek verliezen. Bovendien nemen de verschillen tussen arm en rijk toe. PP vraagt zich af: aan wiens kant staat de overheid, de gemeente en wij als gemeenteraad van Aalten. Moeten we niet juist nu een schild voor de zwakkeren zijn? En maken we niet te veel een keuze door een beleid voor tevreden mensen te voeren? Hebben we niet te weinig oog voor mensen die die het niet goed hebben. In de Achterhoek Raad is de focus nadrukkelijk op brede welvaart gesteld zodat iedereen mee kan doen.

Daarom willen we de volgende discussiepunten inbrengen: Doen wij de juiste dingen als gemeenteraad en maken we de juiste keuzes? 1: Als het gaat om mensen die aan de verkeerde kant van de welvaartslijn staan houden we dan strak vast aan taakstellingen en richtlijnen die door het rijk zijn gesteld of zijn we bereid om meer te doen dan ons gevraagd wordt?

2: Moet onze begroting niet veel meer gericht zijn op solidariteit met de zwakkeren, meer steun aan mensen die zichzelf niet redden, meer nadruk op welbevinden, welzijn, geluk en gezond leven in plaats van een ongebreidelde economische groei? Dus meer nadruk op een duurzame wereld voor onze kinderen en kleinkinderen. De heer Van der Graaff: D66 is gedeeltelijk positief over wat wij hebben gelezen, want er is ook echt nog wel een aantal zaken te verbeteren. Daarom een aantal discussiepunten. Ten eerste; na drie jaar lijkt de vooruitgang uit het transformatieplan weggevaagd. We zien geen trendbreuk en dat baart ons zorgen. Het lijkt dat we daar nog steeds niet in control zijn, hoewel daar goede dingen zijn gebeurd. Gezien de diverse overschrijdingen in de begrotingen en het opvullen met extra inkomsten van het Rijk is D66 nog niet overtuigd. Voelen de wethouders nog urgentie? Hoe zien de andere fracties dit? Hebben de andere fracties hier ook zorgen over? Ten tweede: Een uitgebreide visie op de bibliotheek, zeker nu we meer eigen middelen gaan inzetten, zou een visie op de bibliotheek misschien op zijn plek zijn. We hebben de taken van de bibliotheek kunnen uitbreiden en willen dat handhaven of zelf nog uitbreiden bijvoorbeeld met horeca, een huiskamergevoel en een extra rol met betrekking tot taalachterstand.

Punt drie: Eerder is gesproken over een hernieuwde visie op mantelzorgondersteuning, wij zien telkens Figulus als uitvoerder terug. Dat is een lijn die is ingezet, maar er is ook wel eens gesproken over of dit de juiste weg is en moeten wel andere conclusie getrokken worden. Het zijn goede intenties om het voorlopig bij Figulus onder te brengen, maar dit vraagt ook om nieuw beleid. Hoe zien andere fracties dit? Ten vierde: D66 vindt dat we moeten inzetten op een goed jongerenhuis, dit moet absolute prioriteit hebben. We hebben nu de Ludgerstraat 66. Daar zijn wisselende geluiden over te horen. Met name over de bruikbaarheid en uitstraling van de locatie. Vinden de andere fracties ook dat er snel gezocht moet worden naar een andere locatie, dat meer uitstraling heeft? Tot slot de bruikbaarheid van de zwembaden, dat is gisteren ook al ter sprake geweest. Moeten we niet een visie op de zwembaden ontwikkelen irt het brede sportlandschap? De heer Holtman: Ten eerste willen wij het hebben over armoedebeleid en bestaanszekerheid. Uit de beantwoording blijkt dat er een golf is te verwachten als het gaat om het aantal aanmeldingen. Kunnen we proactief gaan opvragen bij bijvoorbeeld energiemaatschappijen wat verwacht u? zodat we dat duidelijk in kaart hebben in plaats van dat we gaan afwachten? Het tweede punt gaat over de jeugdzorg. Die benoem ik in a) en b).

Punt a): dat gaat over de post in de begroting waarbij staat intensiveren transformatie sociaal domein. Vinden we de toelichting afdoende, het gaat om € 400.000, het gaat over advies, uitvoeringskosten, een kwartiermaker. ChristenUnie heeft daar een wat weeïg gevoel bij en is benieuwd hoe andere fracties daar tegenaan kijken. Punt b): Gelden Jeugdzorg. We hadden eerder zo een zo een mooi dashboard, maar die kan in de nieuwe situatie niet geleverd worden. Maar dat de uitgaven nu niet in beeld zijn, dat vindt ChristenUnie onacceptabel. Hoe kun je tot juli volgend jaar geen idee hebben waar je en dan maar hopen dat het goed gaat? Ik vind dat je aan de aanbieders kunt vragen om de cijfers, zij hebben die data gewoon, het is een kwestie van opvragen. Het volgende discussiepunt gaat over de noodzakelijkheid van de investering in de drie gemeenschapshuizen. Het lijkt een beetje uit de lucht komen te vallen. We hebben er wel eens eerder over gehad, maar het gaat over € 250.000, waarbij nut de noodzaak volgens ons nog aangetoond moet worden. En het laatste punt is van een hele andere orde. Dat gaat het over het Integraal Zorgakkoord. Die wordt niet genoemd in de begroting.

Waarom wordt hier nou geen aandacht aan besteed komend jaar? Moeten wij daar als raad iets van vinden? Mevrouw Te Grotenhuis: BBB-HMV vindt dat er kritisch gekeken moet worden naar de jeugdzorg, het aantal zorgindicaties wordt minder, maar de gevallen die er zijn die worden zwaarder. Wij vragen ons af, moeten wij dat niet beter in kaart gaan brengen, zodat we beter kunnen inspelen op de situatie? Wat zijn preventiemogelijkheden? We vinden het ook belangrijk om te blijven kijken welke hulp er nodig is, zodat een hulpvrager niet 6 of 7 hulpverleners in het gezin krijgt. We zijn benieuwd wat andere partijen hiervan vinden. Ons tweede punt gaat over het armoedebeleid en de bestaanszekerheid. Dit beleid wordt herzien in 2023, maar lopen wij dan niet achter de feiten aan? We zijn eigenlijk benieuwd wat jullie ervan vinden, zeker gezien de hoge energiekosten waar veel mensen nu mee zitten. Mevrouw Oonk: Wij hebben 3 punten in te brengen, twee daarvan die zijn ook al ingebracht door de ChristenUnie. Als eerste het ontbreken van cijfers in de jeugdzorg baart ons ook ernstige zorgen, dus wij willen daar graag discussie over aangaan.

2

Ten tweede gaat het over de € 400.000 structureel opnemen voor intensivering van de Sociale Basis. Bij de beantwoording van de vragen zagen we wel wat daar misschien mee bedoeld wordt. Het wachten is op de uitvoeringsnota van de nota sociaal domein, die komt binnenkort. Het lijkt ons wenselijk dat wij dat als raad bespreken voordat we dat geld beschikbaar stellen. Tot slot ons derde punt. Het programma Simpel Switchen, daar zijn wij enthousiast over. We zijn blij dat de pilot geslaagd is. Wij kunnen ons nog herinneren dat er een paar jaar geleden ook een intensief traject geweest is die Laborijn uitgevoerd heeft. Wij vragen ons af of er misschien nog iets meer in zou zitten. Misschien kan de wethouder er wat over zeggen en kunnen we daarna hier nog als raad over discussiëren. De heer Van der Berg: Wij kunnen ons vinden in de begroting van het sociaal domein. Het blijft wel een zorgenkind, met name de jeugdzorg. Maar goed, we hopen dat de transitie wat oplevert. We hebben eigenlijk dezelfde vraag als ChristenUnie, hoe houden wij de aantallen en dus ook de kosten in grip? Omdat die aantallen heel laat komen vraag ik me af of Datalab Oost ons hier niet bij kan ondersteunen? Misschien kan de wethouder ons daar iets over vertellen. De nieuwe financieringsvorm. Hoe houden wij dat In de greep? Wanneer is het evaluatiemoment? Reactie college.

Wethouder te Lindert: Het CDA komt met een evaluatie van PPJ en gaandeweg de andere bijdragen van de andere partijen denk ik dat die vraag wel wat breder kan beantwoorden. Wij willen het PPJ goed gaan evalueren en kijken of het aanbod dat het PPJ heeft, het aanbod is wat nodig is. We zien dit echter breder. We willen hier ook onze toegang en ook ons Ondersteuningsteam in meenemen. Omdat dat zaken zijn die belangrijk zijn aan het begin van het proces. Inzetten op preventie is erg belangrijk. Dat is ook niet nieuw. Dat zijn ook zaken die zijn beschreven In de nota sociaal domein. Die zijn ook opgehaald destijds door de Rekenkamercommissie. Die komen allemaal terug In de uitvoeringsnota van het sociaal domein. Dan het ontbreken van een dashboard of het niet meer in beeld hebben van bedragen, niet eerder dan volgend jaar juli. Ik deel de mening dat dat in beeld moet zijn. Door de bevoorschotting is dat echter ingewikkeld. Dat neemt niet weg dat we alle energie zetten op het in beeld krijgen van de aantallen jeugdigen in zorg. Met name de ontwikkeling van die aantallen. Zien wij nou in een bepaald segment toename? Of zien wij ergens afname? En waar is dat het gevolg van? Is dat gevolg van ingezet beleid of is het gevolg van wat het preventie platform doet? Dat we de exacte kosten pas volgend jaar juli duidelijk hebben, heeft te maken met de bevoorschotting.

In de afrekening die we na afloop krijgen wordt dat duidelijk. Regionaal wordt gewerkt aan een dashboard waarop de aantallen duidelijk zijn. Die willen niet alleen jullie, die willen wij als college ook. Daar staan we ook niet alleen in, dat willen alle Achterhoekse colleges, want we hebben immers die aanbesteding gezamenlijk gedaan. Het blijft een beetje ‘in het duister tasten’ en we krijgen volgend jaar pas duidelijkheid over de kosten. Biedt dat zekerheid dat we binnen budget blijven? Biedt dat zekerheid dat we de transformatie naar beneden krijgen? Helaas dat weten we niet. Hoe krijgen we nou die aantallen bij jeugd en daarmee ook de kosten bij jeugd laag? Dat is een vraag die heel het land bezighoudt. Dat verschoont ons niet van de taak om daar zelf ook mee bezig te zijn. Daar zijn we dus mee bezig door goed te kijken naar de dingen die we doen, door zaken heel goed af te pellen. Bijna op cliëntniveau. Wat zien wij nu gebeuren? Wat gebeurt er bij deze jongeren die zware zorg nodig heeft? Dan komt een opmerking die veel vaker gemaakt is over in control zijn? Het is heel erg ingewikkeld om binnen de jeugdzorg ‘in control’ te zijn. Ja, We zijn in control zeg ik, want ons systeem klopt. Maar wat er gebeurt op straat, achter de voordeur en op school en op tal van andere plekken.

Dat is ongelooflijk ingewikkeld en helaas moeten we ook met elkaar constateren dat de op dat gebied veel aan de hand is bij de jeugd en dat de zorgen groot zijn. De heer Holtman: Dat het complex is, daar zijn we het over eens. Als er meer geld moet naar jeugdzorg, is de stelling van de ChristenUnie, dan moeten we dat ook doen. We moeten die hulp gewoon bieden. Wij mogen echter volgens mij van een aanbieder verwachten, dat zij gewoon per kwartaal aangeven wat de zorg die zij hebben geleverd kost, dat is nodig omdat je niet voor verrassingen wil komen te staan. Er zijn gemeentes in het land waar dus na een jaar blijkt dat ze gewoon 5 tot 10 miljoen tekortkomen Wethouder te Lindert Wij willen hetzelfde. Wij hebben dus gesprekken met de zorgaanbieders. Wij willen ook heel graag dat inzicht erin hebben. Wij willen ook niet in het duister tasten, Het voordeel van de nieuwe aanbesteding is dat we met minder partners te maken hebben, waardoor we dus met minder partijen in gesprek hoeven. Dat hoeft inderdaad niet elke week, maar kan ook eens per kwartaal. De heer Van der Graaff: Was dat niet te voorzien in het ontwerp van het nieuwe inkoopsysteem? U heeft daar heel veel tijd aan besteed. Is dat niet ergens langsgekomen, is daar over nagedacht? Wethouder te Lindert: Zeker is daar over nagedacht. Het is absoluut niet zo dat dat ons nu overkomt.

We hebben lang gewerkt aan onze eigen dashboard en toen we het lekker hadden staan moesten we

3

zeggen, ‘we stoppen ermee”. Dat was inherent aan de slag die we gemaakt hebben met de aanbesteding. We hebben die aanbesteding zorgvuldig moeten doen, dat heeft veel tijd gekost. Nu stoppen we tijd in het goed rapporteren hierover, zodat we ook de inzichten straks met u kunnen delen. Mevrouw Oonk: We hebben nu minder aanbieders, 60 volgens mij. Dat zijn 60 mailtjes. De antwoorden zetten we in Excel bestand, dan hebben we dat toch eind deze maand toch binnen? Wethouder te Lindert: Ook in mijn beleving zou dat zo simpel moeten zijn, maar in werkelijkheid is het ingewikkelder. Het gaat over 8 gemeentes en over van tevoren beschikte zorg of ingekocht en aanbestede plekken. De mensen die er verstand van hebben zeggen dat het minder eenvoudig is. Maar een antwoord gaat er komen. Mevrouw Oonk: Moeten we wachten tot al de 8 gemeenten deze vraag gaan stellen. Wethouder te Lindert; Neen, er wordt aan gewerkt. D66 vraagt of wij urgentiebesef hebben en in control zijn. Daar antwoord ik twee keer op met ja. Het is ongelooflijk ingewikkeld om bij een openeinderegeling als de jeugdzorg in control te zijn, want je weet niet welke gevallen er oppoppen. Ik heb al vaak gezegd dat op een bescheiden begroting als die van onze gemeente, één of twee uithuisplaatsingen een fors gat in de begroting schieten. D66 stelde een vraag over de bibliotheek en de functie uitbreiding van de bibliotheek.

Nou wat mij betreft wat volmondig ja, we zien daar volop mogelijkheden om daar meer te doen dan alleen het uitlenen van boeken. Bijvoorbeeld het project digivaardige Achterhoekers wat via de bibliotheek uitgerold wordt. We zien de bibliotheek als een belangrijke plek in onze sociale basis in waar we gebruik van kunnen, willen en ook gaan maken. Ik deel hartgrondig de mening van D66 over het jongerenhuis. De gesprekken met Figulus zijn gaande over wat de beste plek is voor een jongerenhuis, vanuit dezelfde constatering als die D66 doet. Het laatste punt van D66 met betrekking tot mijn portefeuille gaat over de zwembaden. Of de visie van de zwembaden niet breder getrokken kunnen worden in relatie tot het brede sportlandschap? Ja is daarop mijn antwoord, heel graag zelfs. We gaan het breed inzetten naar een totaal sportlandschap waar het zwembad onderdeel van is. Hiermee wachten we niet tot in 2032 het contract met Optisport is afgelopen, maar gaan er nu mee aan de slag. De ChristenUnie benoemt het armoedebeleid. In dit kader wil ik u wijzen op het Jeugdfonds Sport en Cultuur waar wij onlangs overleg mee hebben gevoerd. Tijdens dit overleg heeft het Jeugdfonds aangegeven wat zij kunnen betekenen. Zij willen met de verenigingen gaan kijken naar de afmeldingen bij de sportclubs en bepalen wat de reden is.

Als dit een financiële reden is, dan wil het Jeugdfonds daar met de vereniging op reageren door ouders te wijzen op de mogelijkheden van het Jeugdfonds. ChristenUnie noemde ook de € 300.000, - voor de jeugd. Dit bedrag komt uit de voorjaarsnota waarbij we dit bedrag hebben bijgeraamd gezien de uitgaven die we moeten doen. Dit bedrag maken we middels deze begroting structureel. ChristenUnie benoemde ook de investering in de drie gemeenschapshuizen. Dit volgt op het beleidskader gemeenschapshuizen dat in juni 2021 is vastgesteld. Hierbij is destijds de opmerking gemaakt dat er plekken zijn waar nog wensen leven. Met deze € 250.000 willen wij inzetten op een initiatief dat leeft in De Heurne, waar nog geen gemeenschapshuis is. Een initiatief op de Haart en een uitbreidingswens van het Kulturhus in Lintelo. Het is nog niet exact duidelijk of € 250.000 voldoende is. Misschien hebben we wat meer nodig, misschien kan het ook met minder. De heer Holtman: Het lijkt ons voorbarig om een kwart miljoen euro te reserveren voor mogelijke investeringen, waarbij nut en noodzaak niet is aangetoond. Dan kunt u zeggen waarom zou je het niet doen omdat er een gerede kans is, maar we kunnen het geld misschien ook gebruiken bij andere posten en dan zeg je, we doen het nu niet, maar een termijn later.

Waarom nu al opnemen terwijl nut en noodzaak onvoldoende zijn onderbouwd? Wethouder te Lindert; Nut en noodzaak voor deze drie plekken onderbouw door te zeggen dat de Dinxperse Heurne nog geen gemeenschapshuis (voorziening) heeft. Datzelfde geldt (in iets mindere mate) ook voor de Haart. In Lintelo is de situatie zo, dat de berging van het sportgedeelte van het Kulturhus te klein is en uitgebreid moet worden. De heer Holtman: Komt dit nog terug in de gemeenteraad als blijkt dat er meer middelen nodig zijn? Wethouder te Lindert; Als we boven de €250.000 raken, dan komen we zeker terug. Dan kom ik nu bij de fractie van BBB-HMV. Uw vraag was dat als de gevallen zwaarder worden, kunnen we die dan beter in kaart brengen? Zeker, dat gaan we doen. U geeft ook aan of we wat kunnen doen aan de vele hulpverleners in één gezin? Een voordeel van de nieuwe werkwijze is dat we nu van doen hebben met minder aanbieders. We maken met de cliënt en de aanbieder(s) een plan om te bepalen dat we het goede doen en niet als een schot hagel zomaar hulpverlening op iemand ‘afschieten’. Mevrouw Oonk: Maar als we een half jaar lang geen informatie krijgen, hoe kunnen we dit dan bepalen, dat kunnen we dus helemaal niet?

4

Wethouder te Lindert; Dat is een verkeerde conclusie. We zijn non-stop aan het kijken waar gaat onze zorg naar toe. We kijken heel goed naar waar onze gevallen vandaan komen, maar geef aan dat we dat nog beter kunnen doen. Mevrouw Oonk: We weten geen aantallen, hoe kunnen we nu weten wat daar mee gebeurt? Wethouder te Lindert: De aantallen zijn wel duidelijk, maar het verhaal achter de aantallen is het echte spannende en daar gaan we mee aan het werk. Voor de aanbesteding hadden we ook meer zicht op de bedragen die gemoeid zijn met de zorg. Dat is het stukje dat nu wegvalt. Daarom zijn we nu aan het kijken hoe we dat nu kunnen monitoren. Voor u als raad, maar zeker ook voor ons en de zorgverleners. Mevrouw Oonk: Volgen we (nu) casussen, dus niet financieel, maar inhoudelijk? Wethouder te Lindert: Zeker. Dat is niet nieuw, dat hebben we altijd gedaan. Er zijn altijd gesprekken gaande tussen onze jeugdconsulenten en de zorgaanbieders. De heer van den Berg vraagt zich af of Datalab Oost mogelijk ondersteunend kan zijn. Ik denk van wel, volgens mij kan alle data ondersteunend zijn. Wethouder Wikkerink: Allereerst vraagt CDA of het inmiddels wat meer over de uitvoering moet gaan en dat daar informatie over verstrekt gaat worden. Ik ben dat met haar eens.

Onze uitvoeringsorganisaties kunnen en doen dat ook, we hebben de commissie sociaal domein waar we ook juist over de uitvoering gaan rapporteren. Onze afdeling communicatie is enigszins versterkt, ook met de gedachte om meer voorlichting over het sociaal domein te verstrekken. De tweede vraag van het CDA is dat we in het transformatieplan bedacht hadden om meer van individuele begeleiding naar groepsbegeleiding te gaan. Door corona werd dat wat moeilijk. Inmiddels is dit principe achterhaald door de nieuwe aanbesteding. Nu laten we dit aan de aanbieder over. We maken geen onderscheid meer tussen deze twee. Wat anders is, is dat we een aantal activiteiten graag naar het voorveld willen brengen. Bijvoorbeeld de valpreventie, waarvan altijd gezegd wordt, dat het de beste interventie is die je bij ouderen kunt doen om zorg en kosten te besparen. Dat zit natuurlijk in het preventieprogramma en niet in de geïndiceerde zorg. Dus, we proberen juist in het voorveld en de sociale basis dit soort activiteiten te organiseren. Dit doen we dus al, maar het valt niet onder de groepsbegeleiding vanuit de WMO. Inkoop en aanbesteding. De nadruk heeft tot nu toe vooral gelegen op de totstandkoming van de contracten op 1 juli. We wisten dat er nog aantal dingen geregeld moesten worden na 1 juli.

Dat ging over de overgangsperiode (van de oude aanbieders naar de nieuwe aanbieders), dat moet op 1 januari klaar zijn, dan weten we precies hoeveel plekken we bij wie hebben ingekocht. Het ging ook over de manier van monitoren. Daar is een groep mensen nu hard mee bezig, maar we wisten dat dat nog niet op 1 juli klaar was en dat we daar na de overgangsperiode echt goed mee aan de slag kunnen. Dat is in grip, daar wordt aan gewerkt, maar dat loopt via het regionale contact en leveranciersmanagement. Op deze regionale gegevens moeten we wachten voordat we het kunnen omzetten naar de lokale situatie. PP heeft het over solidariteit en bestaanszekerheid, moeten we niet meer doen dan de rijksregels volgen? Typisch een discussie voor de raad. D66 geeft aan dat er nog heel veel te verbeteren is in het sociaal domein. Dat zijn wij met hem eens! D66 vraagt zich af of wij de urgentie nog voelen. Die voelen wij zeker! We doen niet anders dan werken aan die transformatie. Die staat bij ons op één! We moeten zaken anders gaan organiseren en aanpakken anders loopt het systeem in zorg, Jeugdzorg en WMO vast. Dat betekent dus ook dat we de sociale basis, die preventie moeten versterken en als we dat moeten doen zullen we daar dus middelen voor beschikbaar stellen. De rijksmiddelen die we hiervoor ontvangen zijn in onze opvatting hiervoor niet voldoende.

Hiervoor hebben we dus die €400.000 opgevoerd structureel omdat we meer geld in de sociale basis willen steken. In de uitvoeringsnota, waaraan een aantal van u zelf heeft meegedacht op 12 september in IJzerlo, staan de aanwijzingen waarin we willen investeren, dat kunnen we nu nog niet op de cent zeggen, maar we gebruiken die €400.000 om de transformatie mogelijk te maken van behandeling naar voorveld en naar sociale basis. Mevrouw Oonk: Is er al een trendbreuk te zien in het sociaal domein? Wethouder Wikkerink: Het is nog erg vroeg om nu al over trendbreuken te spreken. Het aantal cliënten lijkt voorzichtig af te nemen, de zwaarte van de begeleiding in de jeugdzorg en de Wmo neemt nog toe. Maar met de afname van het aantal cliënten hebben we al een trendbreuk bereikt. Voor wat betreft het volgende punt van D66, de mantelzorg, het volgende. We hebben de mantelzorg inderdaad even geparkeerd bij Figulus. We hebben met Figulus afgesproken dat ook in 2023 te doen. Maar in 2023 gaan we (dat staat ook in het uitvoeringsplan) een brede discussie voeren over hoe we de mantelzorg gaan instellen. Dan gaat het niet alleen over de bon of de uitjes, maar dat gaat ook over hoe wij tegen mantelzorg aankijken in relatie tot vrijwilligerswerk en in relatie tot professionele ondersteuning. En daar zegt het Integraal Zorg Akkoord (IZA) ook wat over.

5

De heer Van der Graaff: Bent u er ook van op de hoogte dat Figulus ten aanzien van jonge mantelzorgerondersteuning contact heeft met landelijke koepelsom dit op te tuigen? Wethouder Wikkerink: Ja, dat heeft de mantelzorgconsulent, maar dat is organisatie. Laten we eerst beleid opstellen en daar nemen de jonge mantelzorgers natuurlijk een prominente plek bij in. De ChristenUnie noemt een golf van aanvragen in kader van het armoedebeleid. Kun je dat niet voor zijn? Wij zijn dat ook deel voor. In die zin, dat de nieuwe wet op de schuldhulpverlening, de energiemaatschappijen, de zorgverzekeraars en woningbouwcorporaties verplicht zijn om bij een achterstand van 2 maanden of meer dat bij ons te melden. Dan hebben we dus adressen en kunnen we erop afgaan. Dan kunnen we schuldhulpverlening, maar liever nog budget coaching en preventie aanbieden. Dat doen we ook, we staan er klaar voor. De afdeling heeft iets meer capaciteit gekregen, maar als er morgen 50 mensen komen, zitten we wel echt met de handen in het haar. ChristenUnie vraagt ook waarom er geen aandacht is geschonken aan het IZA. Dat kon nog niet in deze begroting. Deze begroting is 8 september vastgesteld in het college en IZA kwam op 16 september uit. Weer ervan overtuigd dat we (zeker op regionaal niveau) veel waarde hechten aan dit zorg akkoord. ChristenUnie vraagt ook naar die €400.000.

Ik hoop dat ik dat net beantwoord heb met mijn uitleg over de sociale basis. De heer Holtman: Ten aanzien van het versterken van de sociale basis. Volgens mij zitten we in hetzelfde kamp op dat gebied, want is volgens mij de sleutel om op andere gebieden slagen te slaan. Ik zit echter nog wel met onze controlerende rol. We gaan bijna een half miljoen ter beschikking stellen en hoe kunnen we zonder concrete doelen te stellen volgend jaar zeggen: ja dat is behaald? Daar voelen we ons niet helemaal senang bij. Als dat nou bij een post is, maar in deze begroting zitten veel meer van dit soort posten. We komen over de miljoen euro waarvan niet duidelijk is hoe dat besteed gaat worden. Hoe kunnen we dit met vertrouwen toch verantwoording geven? Wethouder Wikkerink: We hebben natuurlijk beleid vastgesteld in de nota sociaal domein. Daar volgt een uitvoeringsprogramma uit. Dat is op dit moment in de maak en daarin staan de antwoorden op de vraag wat gaan we doen op al die verschillende aspecten. Het uitvoeringsprogramma vaststellen is wel een bevoegdheid van B&W, maar we gaan u dat natuurlijk ter kennisgeving aanbieden. En dan kunt u controleren of dat uitvoeringsprogramma in lijn is met het beleid dat door de raad is vastgesteld. Volgens mij zijn dat de parameters waarop u kunt aangeven of die €400.000 (en nog meer) wordt op die manier goed besteed.

Uitvoeringsprogramma’s zijn natuurlijk ook bij te stellen als dat nodig blijkt. BBB-HMV vraagt naar armoedebeleid, moeten we dat niet eerder doen? We hebben een armoedebeleid. Daar kunnen we best goed mee uit de voeten, maar wat we begin volgend jaar willen doen is dat beleid intensiveren en vernieuwen en herijken. VVD vraagt naar Simpel Switchen. Ik ben blij dat u dit noemt. Het is een mooi project, wat heeft opgeleverd dat er 14 mensen beter in hun vel en op een juiste plek zitten. Daar willen we natuurlijk mee doorgaan, maar niet iedereen kan dit. We hebben ook een project van Figulus met de Laborijn gericht op participatie. Dan nog GemeenteBelangen en Datalab Oost. Ja dit is een middel dat we kunnen gebruiken om beleidsinformatie te verkrijgen. De heer Holtman: Armoede. U geeft aan dat we nu meer inzichtelijk hebben dan we hadden. Is het daarmee voldoende inzichtelijk om duidelijk te hebben waar de meest kwetsbare gezinnen en huishoudens zitten of zouden we nog meer kunnen doen? Wethouder Wikkerink: Dat kunnen we nu misschien nog niet helemaal, maar langzamerhand krijgen we voor heel de Achterhoek in beeld waar de brandhaarden zitten. Wat ook de factoren zijn die leiden tot schuld. We weten wat de risicogroepen zijn en daar gaan we op af. We krijgen steeds meer zicht. Discussiepunt.

• Vinden we de toelichting op de post in de begroting waarbij staat intensiveren transformatie sociaal domein voldoende? • Het ontbreken van cijfers in de jeugdzorg baart ons ook ernstige zorgen, hoe kijken de andere fracties daarnaar? • De investering in drie gemeenschapshuizen. Het lijkt een beetje uit de lucht komen te vallen. We hebben er wel eens eerder over gehad, maar het gaat over € 250.000, waarbij nut de noodzaak nog aangetoond moet worden. Wat vinden de andere fracties? • Willen we als raad sturen op basis van een geactualiseerd transformatieplan? • We hebben de taken van de bibliotheek kunnen uitbreiden en willen dat handhaven of zelf nog uitbreiden bijvoorbeeld met horeca, een huiskamergevoel en een extra rol met betrekking tot taalachterstand. • Een goed jongerenhuis, dit moet absolute prioriteit hebben. We hebben nu de Ludgerstraat 66. Daar zijn wisselende geluiden over te horen. Met name over de bruikbaarheid en uitstraling van

6

•

de locatie. Vinden de andere fracties ook dat er snel gezocht moet worden naar een andere locatie, dat meer uitstraling heeft? Als het gaat om mensen die aan de verkeerde kant van de welvaartslijn staan houden we dan strak vast aan taakstellingen en richtlijnen die door het Rijk zijn gesteld of zijn we bereid om meer te doen dan ons gevraagd wordt?

Tweede termijn. Vinden we de toelichting op de post in de begroting waarbij staat intensiveren transformatie sociaal domein voldoende? Mevrouw Oonk: Ik begrijp het antwoord van de wethouder en ben het voor een deel met hem eens, maar worstel met de gedachte of het voldoende is. Mevrouw van Alstede: Ik zie dit niet heel erg als een probleem. Ja we stellen al geld beschikbaar waarvan nog niet helemaal duidelijk is hoe het wordt uitgegeven. Maar ze zullen via Nota’s en raadsmededelingen toch uitleg geven wat ze er mee gaan doen of gedaan hebben. En als ze het geld niet nodig hebben zullen ze niet meer uitgeven. Ze moeten naar ons verantwoorden dat het geld ingezet is waar het nodig is en ons duidelijk moeten maken hoe dat is gedaan. En ik vertrouw erop dat het college dat ook op deze manier doet. De heer Bauhuis: Ik zit op dezelfde lijn als mevrouw van Alstede. Er is een visie over hoe we het willen aanpakken in het sociaal domein. Ik ben blij dat er geld gereserveerd is om ook daadwerkelijk iets te gaan doen; dat we geen belemmering opwerpen voor de uitvoering. Er is een richtlijn uitgezet, daar wordt nu geld voor gereserveerd en op het moment dat we concreet het plan kunnen zien waaraan het wordt besteed en we kunnen dan nog aangeven of dat wel of niet binnen onze visie past.

Dan denk ik dat we een handrem ter beschikking hebben en dat we het college de ruimte geven om vaart te kunnen maken. De heer Holtman: We delen de moeite met VVD. Tegelijkertijd moeten we door. Ik denk dat oproep vooral zit aan de verantwoordingskant. Ik neem aan dat die verantwoording er ook komt. We moeten nu vertrouwen geven en dan ook het vertrouwen hebben dat we dat terugkrijgen. Het ontbreken van cijfers in de jeugdzorg baart ons ook ernstige zorgen, hoe kijken de andere fracties daarnaar? Mevrouw Oonk: Dit baart ons zorgen hoewel nu wel duidelijkheid lijkt te zijn over aantallen, geen bedragen, wel aantallen. Dat zou in ieder geval wel helpen. Mevrouw van Alstede: Wij worden er juist blij van dat we de aantallen weten. In onze optiek kun je met de aantallen als uitgangspunt nog veel beter sturen, dan wanneer je de bedragen weet. Want als je de bedragen weet en het gaat om één persoon die misschien wel een ton kost. Dan kun je niet echt sturen. Aantallen geven richting op waaraan je kunt sturen. Ik vind het vooral heel positief dat dat duidelijk gaat worden. De heer van de Graaff: Naar aanleiding hiervan komt bij ons de vraag op of we toch niet kunnen gaan sturen op het geactualiseerde transformatieplan. Zolang de cijfers niet bekend zijn. Dit kan voor ons een uitweg zijn om zicht op cijfers te krijgen. De heer Van den Berg: Ik ben het eens met mevrouw Van Alstede.

Je kunt beter sturen op aantallen dan op financiën. We hebben de toezegging gehad dat dat beeld er komt, dus dat is ok. De heer Holtman: Toch richting de fractie van GB, achteraf sturen is behoorlijk ingewikkeld. Het is interessant om die aantallen te weten, maar wel in relatie tot die financiën. Ik heb die toezegging van de wethouder breder opgevat. Dat de andere gemeenten dat inzicht ook willen, dat mogen we ook eisen. Het is niet vrijblijvend. De investering in drie gemeenschapshuizen. Het lijkt een beetje uit de lucht komen te vallen. We hebben er wel eens eerder over gehad, maar het gaat over € 250.000, waarbij nut de noodzaak nog aangetoond moet worden. De heer Holtman: De fractie van de ChristenUnie vindt het opmerkelijk dat we dit geld reserveren zonder dat er een duidelijk plan aan ten grondslag ligt. We denken dat het beter omgedraaid kan worden. Maak helder wat je nodig hebt en waarom en op basis kunnen we tot een afweging komen en al dan niet gefaseerd iets gaan doen. We vinden het prematuur om nu een kwart miljoen te reserveren. Mevrouw van Alstede: Die prematuurheid begrijp ik wel. Tegelijkertijd vinden dat als er geld gereserveerd wordt heb je ook iets waar je beleid op kan maken wat je ook kan uitvoeren en waar je niet al te lang op hoeft te wachten.

In dit geval zijn het vaak initiatieven vanuit de burgers, waar veel energie in zit en die energie wil je ook vasthouden. Als de plannen getoetst zijn wordt het geld ook pas definitief toegekend en wordt duidelijk of het genoeg is. En dan komt dat weer naar hier.

7

De heer Holtman: Het punt is dat we überhaupt nog niet weten of we dit gaan doen. Het kan in theorie ook zo zijn dat €250.000 niet wordt ingezet en het is wel gemeenschapsgeld die je mogelijk ook op andere plekken kunt inzetten. Mevrouw van Alstede: Ik weet niet waar uw angst vandaan komt dat misschien niet wordt ingezet. De plannen komen niet uit de lucht vallen. De gemeenschappen hebben aangegeven dat ze wat gaan doen en ook wat ze willen doen, alleen niet concreet genoeg om er precies een bedrag aan te linken. Willen we als raad sturen op basis van een geactualiseerd transformatieplan? Mevrouw Oonk: ik denk dat het handig is om veel over dit soort onderwerpen te spreken. Het transformatieplan was volgens mij al klaar. Het blijft een beetje zweven. Voor de VVD is een geactualiseerd transformatieplan mogelijk wel een middel om meer grip te krijgen. Mevrouw van Alstede: ik denk dat als zo’n plan een aantal jaren bestaat dat het altijd goed is om te bekijken wat er in dat plan stond en wat hebben we bereikt? Volgens mij evalueren we plannen over het algemeen ook wel. De vraag concreet van de heer Van der Graaff, ik begrijp niet zo goed hoe u dat wilt doen? De heer Van der Graaff: Er is een transformatieplan opgesteld op basis waarvan de hele transformatie in gang is gezet. Dat zou geld opleveren. Nu moet er geld bij, er moet telkens geld bij.

Is dan niet een idee dat we worden gerapporteerd op dat transformatieplan? Het gaat er niet om hoe ik dat wil doen. Daarvoor is het college aan zet. De heer Holtman: Volgens mij hebben we het hier eerder over gehad en zijn de nieuwe nota en de uitvoeringslijnen het vervolg op het transformatieplan. Ik denk dat de vraag achterhaald is omdat we er nu nieuw beleid op hebben. We hebben de taken van de bibliotheek kunnen uitbreiden en willen dat handhaven of zelf nog uitbreiden bijvoorbeeld met horeca, een huiskamergevoel en een extra rol met betrekking tot taalachterstand. De heer Van der Graaff: Willen de andere fracties graag horen over de mogelijkheden om te komen tot een visie, daar heb ik de wethouder niet over gehoord. Mevrouw van Alstede: Dit vind ik een typisch voorbeeld van het voorveld waar die €400.000 voor is gereserveerd. De bibliotheek is iets dat heel erg in het voorveld past en daarom worden ook veel activiteiten van de bibliotheek uitgebreid om dat voorveld te verbreden en daar past dit perfect in. Ik zie dit niet als iets waar nog een aparte visie voor moet komen. Mevrouw Oonk: Ik ben ook niet voor een nieuwe visie. De sociale basis wordt daar al goed vormgegeven. De heer Holtman: Ik ben wel benieuwd wat er dan onderdeel moet zijn van die visie? De heer Van der Graaff: Hoe kun je de bibliotheek een meer centrale rol geven in de gehele gemeenschap.

Bijvoorbeeld door meer taalonderwijs aan te bieden. De verbinding met de scholen te activeren. Je kan er van alles over bedenken, maar wederom is dat aan het college. De heer Holtman: De ChristenUnie staat er zeker open voor om eens na te denken over wat nog meer de opties zijn, maar ook, wat zijn dan de consequenties? Dat is wat lastiger inschatten. Er zijn wel wat praktische zaken die eert moeten worden uitgediept voordat we zeggen ja, dat moeten we formuleren. De heer Bauhuis: Ik sta meer aan de zijde van mevrouw Van Alstede. Als we een visie gaan schrijven over de bibliotheek en wat we daar allemaal mee kunnen zijn we dan niet veel meer bezig met het middel dan met het doel? Moeten wij ons niet meer op het doel richten? Als wij meer mogelijkheden willen voor mensen om de taal te leren, om andere zaken te leren. Leggen we ons dan geen beperking op door alleen voor de bibliotheek een visie te maken? Inzetten op een goed jongerenhuis, dit moet absolute prioriteit hebben. We hebben nu de Ludgerstraat 66. Daar zijn wisselende geluiden over te horen. Met name over de bruikbaarheid en uitstraling van de locatie.

Vinden de andere fracties ook dat er snel gezocht moet worden naar een andere locatie, dat meer uitstraling heeft? De heer Van der Graaff: Als aanvulling hierop: Is Figulus wel de juiste partner om een jongerenhuis op te zetten? De heer Bauhuis: Het gaat erom of de locatie van het jongerenhuis wel de juiste locatie is. Mijns inziens moet er meer gekeken worden naar de totale omstandigheden. In mijn jeugd zocht ik geen plekken met regulering en sturing op. Ik vind dat je als gemeente zoveel mogelijk los moet laten en moet laten aansturen door jongeren zelf. We moeten jongeren de ruimte geven om zelf initiatief te tonen en niet te veel als gemeente sturen. Mevrouw van Alstede: Figulus heeft een aantal nieuwe jongerenwerkers, die zelf ook nog echt jong zijn. Zij hebben echt wel aansluiting bij de jongeren. Figulus is onze welzijnsorganisatie die hierop toegerust is en die daar dus ook de meest geschikte partij voor is in Aalten. Dat betekent niet dat het jongerenhuis

8

per se op een locatie van Figulus moet zitten. Maar wel dat zij de zoektocht naar een jongerenhuis begeleiden. Zij zijn wel de partij die met jongeren in gesprek gaan en met jongeren activiteiten organiseren. Mevrouw Oonk: We hebben onlangs een bijeenkomst van Figulus gehad met hun plannen en ik had wel het gevoel dat zij begrijpen waarom dit jongerenhuis anders moet. Ik vind het nu ook niet het moment om te zeggen dat we eens verder moeten kijken. Als het gaat om mensen die aan de verkeerde kant van de welvaartslijn staan houden we dan strak vast aan taakstellingen en richtlijnen die door het rijk zijn gesteld of zijn we bereid om meer te doen dan ons gevraagd wordt? De heer Bauhuis: De PP vindt het erg belangrijk dat we kijken hoe we de mensen die het moeilijk hebben aangesloten houden met de samenleving, hoe zorgen we voor de brede welvaart? Hoe zorgen we voor een brede basis van mensen die zichzelf kunnen redden? Kunnen we uiteindelijk concluderen dat we als raad net een stapje meer moeten zetten voor mensen die het moeilijk hebben? De heer Holtman: ChristenUnie kan dit van harte onderschrijven. Volgens mij moeten we alles op alles zetten om die mensen in kaart te brengen en te ondersteunen waar nodig. We vinden hetzelfde als u. Het is wel een opgave om die mensen in kaart te brengen. Ik ben daarom wel blij dat er ook switch is van reactief naar proactief.

Ik denk dat het goed is dat we inkomensgrenzen wat oprekken en daarmee wat ruimhartiger en socialer zijn. Mevrouw van Alstede: Ik ben het erop zich mee eens, maar volgens mij is dit hoe we het in de gemeente Aalten ook al doen. In principe willen we allemaal dat iedereen hier prettig woont en iedereen hier een dak boven zijn hoofd heeft en voldoende inkomen. En als dat niet lukt gaat er al extra geld naar initiatieven in het voorveld en welzijn. Het college heeft ons ook diverse malen opgeroepen om mee te denken hoe we de groepen die het moeilijk hebben nog beter te bereiken. Mevrouw Oonk: Ik denk ook dat er al heel veel gebeurt, dat het moeilijk is om alle mensen te bereiken. Er worden steeds weer nieuwe pogingen gedaan. De loketfunctie, waar we al een aantal keer over hebben gesproken is, erg belangrijk. Maatwerk en integrale hulp is een belangrijke factor. Conclusie: De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan nl: • Het college zorgt ervoor dat de cijfers met betrekking tot geïndiceerde zorg zo snel mogelijk in beeld worden gebracht. Hierbij is aangegeven dat de aantallen eerder in beeld zullen zijn dan de financiën. De raad wordt op de hoogte gebracht zodra er meer inzicht is. De begroting kan voor het onderdeel Sociaal Domein door naar de raad. 2. Onderdeel 2: Programma 2 Sociaal Domein van de Programmabegroting 2022 v.w.b.

de portefeuillehouder burgemeester Stapelkamp Eerste termijn. De heer van den Berg: geen discussiepunt Mevrouw Oonk: Wij hebben een zorg. Dit betreft de omgeving van het station. Daar hangen nogal vaak mensen rond en dat bespeuren wij toch wel als een onveilige plek. Misschien kan de portefeuillehouder veiligheid daar iets over zeggen. Verder geen discussiepunten. Mevrouw Te Grotenhuis: Geen discussiepunten De heer Holtman: Wij hebben een discussiepunt en een vraag. Eerder is toegezegd dat er een lokaal/specifiek risicoprofiel voor de gemeente Aalten gemaakt zou worden. Wat is hiervan de stand van zaken? Wanneer kan onze raad deze tegemoetzien? Het tweede punt is van financiële aard. In de begroting staat dat er ruim € 100.000 wordt bijgeplust. De vraag is: wat is de lijn van het algemeen bestuur van de VNOG als het gaat om de trend die we zien dat er elk jaar toch een beetje bij komt. Dat dat voor een deel gaat over loon- en prijscompensaties snappen we. We hebben toch ook een beetje de indruk dat er een aantal opgaven staan te wachten waarvoor mogelijk geld wordt gereserveerd. De heer van der Graaff: Wij hebben hetzelfde discussiepunt als mevrouw Oonk ten aanzien van het stationsgebied in Aalten. Mevrouw Hoezen: geen discussiepunten. Mevrouw van Alstede: geen discussiepunten.

9

Reactie college. Burgemeester Stapelkamp: Wat betreft het stationsgebied. Dat mensen het niet altijd prettig vinden dat het een hang/verzamelplek is voor jongeren dat snap ik. Aan de andere kant gebeuren er geen overvallen en het aantal diefstallen is minimaal. Afgelopen winter was er wat discussie over auto’s die zich er verzamelden van jongeren die daar samenkomen. Meer dan dat ze er staan lijkt het niet te zijn. Het is niet onmogelijk dat daar her en der wel eens wat aan drugshandel gedaan wordt. Dat is bij de politie bekend. Er is actie ondernomen om het racen in auto’s te voorkomen. Er zijn twee drempels gelegd. De politie heeft deze locatie en de jongeren die zich daar ophouden, in zicht. We gaan nog een jeugd-Boa opleiden. Veel meer zie ik niet wat we daaraan kunnen doen. De heer Van der Graaff: De discussie lijkt verengt te worden tot hangjongeren uit Aalten. Ik ben van mening dat de discussie breder is dan deze. Het lijkt wel een regionaal probleem, of euregionaal. Het zijn niet alleen Aaltense jongeren, maar ook Duitse en verder uit de regio vandaan. Men maakt zich in de hele buurt vreselijke zorgen, we moeten daar niet te licht over denken. Burgemeester Stapelkamp: We zijn de veiligste gemeente van de Achterhoek, we zitten in de top 25 van Nederland. Het loopt niet de spuigaten uit met het aantal meldingen, ook niet bij de politie.

Men heeft zich niet bij mij gemeld de laatste tijd. Dan het punt VNOG: Uw eerste vraag (over de risicoprofielen) wordt schriftelijk beantwoord. Wat betreft het tweede punt over de budgetten. Dat heeft vooral met het demarcatieverhaal te maken. Dat is een operatie die in 2013-2015 ontstond, bij de start van de VNOG. Toen is niet volledig uitgefilterd, wat van de VNOG is en wat van de gemeente is. Dat verschilt dan ook nog per gemeente. Het is een uniformering van een aantal afspraken en dat dit dan wat geld kost is logisch. Er is een commissie langs alle gemeenten geweest en daar komt uit dat het bedrag te hoog is ingeschat door de VNOG. De lijn is dat het bedrag naar beneden bij geschroefd zal worden. Dat is de lijn vanuit het ambtelijk overleg. Het gaat nu naar een meer reëel bedrag. De heer Holtman: ik ben hier mee bekend en het is goed dat dat gebeurt, maar je zit dat de reserves van de VNOG opgepot worden en dat er extra geld naar de VNOG moet (bovenop de loon- en prijsindicatie). Mijn vraag is, hoe kijkt het Algemeen Bestuur hiernaar? Kunnen we hier wat terughoudend mee omgaan, of moeten we u dat meegeven? Burgemeester Stapelkamp: Ik denk dat de begroting op hoofdlijnen goed in elkaar steekt en dat er eenstemmigheid is. Mijn standpunt zal zijn dat als alle reserves op orde zijn, dat er dan als er geld overblijft, dat dan terugvloeit naar de gemeentes.

Er moet wel behoorlijk wat materiaal vervangen worden de komende tijd; dit kan hier een rol in spelen. Discussiepunten. • Wij hebben een zorg. Dit betreft de omgeving van het station. Daar hangen nogal vaak mensen rond en dat bespeuren wij toch wel als een onveilige plek. Hoe kijken andere fracties hiernaar? Tweede termijn. Wij hebben een zorg. Dit betreft de omgeving van het station. Daar hangen nogal vaak mensen rond en dat bespeuren wij toch wel als een onveilige plek. Hoe kijken andere fracties hiernaar? De heer van de Graaff: Hoe wel het niet over begroting gaat, merk ik ook van andere fracties dat zij hier iets over willen zeggen. En als het urgent is, dan is mogelijk iets dat wel binnenkort op de begroting moet komen. De heer Holtman: Ik denk dat het terecht punt. Dat er signalen zijn, staat als een paal boven water en wat ons betreft zou het ook een zekere prioriteit moeten hebben. Iets meer dan een surveillerende politie. Mevrouw Hoezen: Ik denk dat het wel belangrijk om eerst in beeld te krijgen of het gaat om een gevoel van onveiligheid of dat het ook daadwerkelijk onveilig is. Is er sprake van geweld, drugsgebruik, geluidsoverlast? Of ervaren mensen onveiligheid van een jongere met een hoodie? De heer Holtman: het is wel meer dan dat, er komen veel buitenlanders, er staan auto’s bij elkaar, je ruikt de wiet, je ziet drugs.

Het is meer dan jongeren die op een bankje hangen. Mevrouw Hoezen: Maar doen die jongeren daar dan ook echt iets waar andere mensen last van hebben? Want wiet roken, rondhangen, afspreken. Ik zie nog steeds niet wat de daadwerkelijke onveiligheid is. De heer van der Graaff: Er zijn signalen van bewoners daar in de buurt die hun woongenot aangetast zien worden. Dus: hard rijden door straten waar jonge kinderen wonen, geweldsincidenten, ingegooide ramen. Ik kan nog wel even doorgaan. Mevrouw Hoezen: Als dat soort dingen gebeuren, dan ben ik het met u eens. Dat kan absoluut niet. Dan moet er wat aan gedaan worden.

10

Conclusie. De voorzitter concludeert dat de Begroting voor het programma Sociaal Domein door kan naar de gemeenteraadsvergadering.

Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 1 november 2022.

M.A.J.B. Fiering raadsgriffier

mr. A.B. Stapelkamp voorzitter

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Aalten&id=1b79487e-45c3-48cc-b0a0-5e0073d59ef4