Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 16 november 2021 - Raadzaal.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst (digitale) Oordeelvormende vergadering van 16 november 2021 - Raadzaal. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:
Voorzitter: de heer A. Walter De leden: Agendapunt 1: de heren Navis, Hollema, Holtman, Weevers, Groters, Assink en Wijbrans. Agendapunten 2 en 3: de heren Navis, Hollema, Holtman, Weevers, Groters, Assink en Smits. Namens het college: Agendapunt 1: wethouder Veldhuizen. Agendapunt en 2 en 3: wethouder Kok. Griffier: E.J.A.H. Smit
1. Voorstel tot vaststellen van de Transitievisie Warmte Aalten. Eerste termijn. De heer Assink: De visie die nu voorligt beschrijft de weg om in 2050 geen aardgas meer te gebruiken in onze huizen om te stoken en te koken. In de voorliggende visie worden 3 buurten genoemd om al vóór 2030 te starten. Niet de moeilijkste buurten. Buurten met een hoog Woonplaats gehalte. Leunen we niet erg op middelen en mankracht van de Woonplaats? Is en blijft de gemeente wel in lead? We hebben de begeleidende brief van het college gelezen. Is het juist dat naast de 5-jaarlijkse herijking wij jaarlijks een update ontvangen van de resultaten tot dan toe? En ook hoe het vervolg verder gepland staat. Kunt u toezeggen dat wij elk jaar op de hoogte worden gebracht? Het hele project valt of staat met de deelname en enthousiasme van de inwoners. Er is immers geen dwangmiddel. We hebben goede resultaten gezien met bouwteams. Als je bewoners meekrijgt in zo’n buurt, is de eerste zure appel al weg. Een oproep om de buurtbewoners tijdig mee te krijgen. De hele buurt moet aanwezig zijn op een infoavond. Desnoods zet je hier capaciteit op. De heer Navis: Een goede eerste aanzet om te komen tot een aardgasloze gemeente. Wel een proces waarin we ingehaald zullen worden door nieuwe technieken en inzichten. Voorliggend voorstel prima om mee aan de slag te gaan en de uitvoeringsplannen verder uit te werken.
Wij vragen ons af of op een aantal onderwerpen niet te detaillistisch wordt ingegaan. Waarom moeten wij al 25 jaar vooruitkijken. Laten we eerst maar eens beginnen. We hebben als raad verschillende rollen, kaderstellend, controlerend en een vertegenwoordigende rol. Er is ons geen rol toegedicht om beleid te schrijven. Wat zijn de kaderstellende onderwerpen bij dit onderwerp en bij welke zaken gaan wij op de uitvoeringsplannen toezien. De heer Wijbrans: We zien een eerste aanzet tot invulling van welke kant we uitgaan. Is dit stuk op dit moment niet te nauw ingezet. Moeten we ook niet nadenken over andere technieken bv aquathermie en restwarmte. De focus is vrijwel alleen op warmtewisselaars. De inzet is op dit moment erg individualistisch, huis voor huis. Wellicht collectief aan te pakken, wijk voor wijk. Waarom is hier op dit moment niet voor gekozen? We missen in dit stuk een helder betoog over de financiering. Individueel of collectief. Graag een paragraaf hierover opnemen. De heer Groters: De fractie van GemeenteBelangen kan akkoord gaan met het voorstel. Wel is er het plan om een motie in te dienen voor een meer pro-actievere manier van informatie naar de inwoners bv. door een energieloket in een leegstaand winkelpand.
In de notitie staat op pagina 25 dat het college de uitvoeringsplannen gaat vaststellen, maar dat het ook raadzaam is de plannen door de gemeenteraad vast te laten stellen. Is de wethouder van plan dit ook te gaan doen? De heer Weevers: Wij hadden graag gezien dat deze visie iets duidelijker was geweest in: “wat wil je, op welke manier en wanneer bereiken”. Wij begrijpen de problematiek hiervan en zullen akkoord gaan met deze nota al is deze wat mager. Graag een discussie over het begrip ‘terugverdienen’. De maatschappelijke noodzaak is zo belangrijk dat terugverdienen niet in alle gevallen een voorwaarde zou hoeven te zijn.
De heer Holtman: Goed geschreven document met veel informatie. Geeft een goed beeld van wat er moet gebeuren. Discussiepunten: Utiliteit, in hoeverre moet je die nu meenemen ja of nee. Het type of het aantal wijken. Welke kaders geven we de buurtuitvoeringsplannen mee. De manier van communiceren, brieven en over volgordes. De heer Hollema: Blij dat er weer een concrete stap is, maar als geheel overtuigd ons dit stuk nog niet. We missen een heel aantal zaken waar we in de discussiepunten op terugkomen. Financiën en de organisatie. Hier moet een programmamanager komen. Een goed team, het is geen klein project. Het aantal woningen is goed voor de komende 5 jaar, maar landelijk is de vuistregel 20%. We komen nog niet eens op de helft. Dat is wel heel veel doorschuiven naar de toekomst. Beloofd is met een algemene aanpak te komen en niet alleen met een buurtaanpak. Dit vinden wij zeer mager en zouden graag zien dat er ook een uitvoeringsplan per typologie woning wordt gemaakt. Bij het discussiepunt utiliteit sluiten wij ons aan. Reactie college. Wethouder Veldhuizen: Het is een hele kluif en we moeten er veel van leren. Vandaar dat wij gekozen hebben voor een wijk waar veel eensluidende woningen zijn. Daar gaan we vrij intensief mee aan de gang. We proberen alle mensen te benaderen om gezamenlijk een plan te realiseren.
Het helpt ons dat de gasprijzen nu behoorlijk aan het stijgen zijn, dus het verhaal dat we van het gas af moeten mag duidelijk zijn. Wij gaan dit jaarlijks monitoren. Ieder jaar doen we een update. Voor a.s. januari hebben wij ook de nieuwe update staan waarin ook de monitoring is van a. de energieopwekking maar ook de voortgang van ons plan transitiewarmte. Wij gaan de buurt gericht benaderen en willen iedereen erbij betrekken. Daarnaast loopt een traject om particulieren erbij te betrekken. Dat doen we samen met energieloket AGEM. Vandaar dat wij de wijk Kobus genoemd hebben waar al vrij veel geïsoleerd is en om die ook van het gas af te krijgen. Daar maken we ook een plan voor. De heer Hollema: Er komt toch een volwaardig uitwerkingsplan voor het Kobus en is dat niet via een AGEM-verduurzamingsloket en gaat u zelf maar aan de slag? Wethouder Veldhuizen: Het is een kansrijke wijk waar we versneld van het aardgas af kunnen gaan. Wij noemen een wijk maar willen ook particulieren meenemen en daar is ook het AGEM -energieloket voor bedoelt. Er zitten nog wat kleine aannames. Het kabinet is demissionair. Daar zit in de koker dat er wel subsidiemogelijkheden aan zitten te komen. Wanneer die bekend zijn kunnen wij een extra drive gaan maken. Daar is het wachten op. Wij willen concreet de bewoners aangeven welke mogelijkheden er zijn.
Het hoeft natuurlijk niet alleen terugverdien te zijn. Het is ook een mind set. Wij maken regelmatig gebruik van onze duurzaamheidspagina in Aalten Actueel. Op duurzaamheid proberen we zoveel mogelijk voorlichting te geven. M.b.t. het type wijken is gekozen voor een makkelijke wijk. Hier komt heel veel op de Woonplaats terecht. Zij hebben hier capaciteit voor en aangegeven hierin mee te willen werken. De 3 wijken die genoemd zijn, zijn in overleg met de Woonplaats gebeurt. Hier zal de eerste praktijkervaring opgedaan worden. Dus in de eerste wijken wordt enorm veel tijd gestoken. Voor de volgende wijken kunnen we er dan een duplicaat van maken met de ervaring die we dan hebben. De heer Assink: Leunen we niet heel erg op de Woonplaats. Als we die wijken gehad hebben dan zijn we zo ongeveer door het assortiment van de Woonplaats heen en moet de gemeente het in zijn eentje doen. Wie is leading in dit proces? Hebben wij onvoldoende mensen en middelen? Wethouder Veldhuizen: De Woonplaats heeft prestatieafspraken gemaakt met de gemeente. Hier zijn ze ook op aangesproken omdat wij vinden dat het met duurzaamheid te zwak gaat. We pakken eerst een wijk die praktisch van de Woonplaats is om die ervaring op te doen. Hier snijdt het mes aan beide kanten.
De heer Holtman: Er wonen toch veel meer mensen in genoemde wijken dan die in woningen van de Woonplaats zitten? Die hebben ook allemaal een brief gekregen. Waarom is gekozen voor Kobus? Een deel is compleet nieuw. Hoezo minder energie gebruiken. Waarom 4 wijken en niet 6 of 8? Ons steekt dat in de brief staat – hoewel de gemeenteraad op 30 november nog moet besluiten – gaan we dit doen. Dat is toch de verkeerde volgorde. Wethouder Veldhuizen: Wij hebben gemeend de bewoners die genoemd zijn in dit rapport te melden dat zij op de lijst staan om ‘aangepakt’ te worden. Dit gaat in verschillende jaren. Het zou vervelend zijn geweest als bewoners dit uit de media lezen, zonder dat zij daar enige weet van hebben. Daarvoor is die brief bedoeld; om mensen vanaf het begin mee te nemen. Daar hebben we eigenlijk alleen maar complimenten over gehad. U heeft gelijk dat het niet allemaal woningen zijn van de Woonplaats. Maar die pakken we ook gelijk mee. Daar zit de opgave one-stop-shopping in en het energieloket. Ons gaat het erom dat we zoveel mogelijk mensen mee kunnen krijgen. Het is geen verplichting. Het aantal genoemde woningen is nog wat mager. Wij vinden dat we beter goed kunnen beginnen, goeie ervaringen opdoen en vandaar uit de versnelling erin zien te krijgen. Ook de techniek gaat verder en dat willen we ook graag meenemen.
2
De heer Hollema: Waarom kiest u voor minder dan de helft dan landelijk wordt geadviseerd? Waarom schuift u zoveel door? U heeft een mooi programma voor de komende 5 jaar, maar niet tot 2030. Wethouder Veldhuizen: We moeten ook de realiteit onder ogen zien. Middelen en menskracht is er niet. Wanneer we met de Woonplaats gaan samenwerken verwachten wij in clusters en in regionaal verband die versnelling erin te krijgen. Op voorhand zeggen: “we gaan 10 wijken aanpakken” daarvoor hebben wij de menskracht niet. De heer Wijbrans: Individueel versus collectiviteit. Heel erg gericht op huishoudens, zowel aan de kant van de financiering als de implementatie. Collectieve warmtevoorziening zou ook onderzocht moeten worden. Wethouder Veldhuizen: Wanneer die mogelijkheden zich voor zouden doen, maken we daar uiteraard gebruik van. We hebben geïnventariseerd waar de warmtebronnen zijn. Dan blijven alleen de 2 rioolzuiveringsinstallaties over en twee bedrijven waar veel warmte vrijkomt. Dit pakken wij ook mee als oppertunity voor de omliggende buurten. Ook nieuwe technieken staan we voor open. Dit gaan we jaarlijks monitoren. De heer Groters: Bent u van plan om de uitvoeringsplannen ook door de raad te laten vaststellen? Wethouder Veldhuizen: We hebben hier het kader hoe wij dit gaan doen. Jaarlijks gaan we dit monitoren. We hebben 24 wijken te gaan.
Om dit telkens te laten vaststellen in de raad. We willen de slagkracht gebruiken, dat als het sneller gaat, die uitvoeringsplannen snel kunnen uitvoeren. U mag ons afrekenen ieder jaar op het plan van aanpak duurzaamheid. De heer Groters: Het wordt niet vastgesteld door de raad maar we krijgen het wel ter informatie. Wethouder Veldhuizen: Ja. De heer Holtman: Er worden een aantal kaders gegeven over de uitvoeringsplannen. Welke elementen moet dit bevatten. Er staat in: “bovenstaande moet door bewoners en het cluster besloten worden want de gemeente gaat niet compleet de woningen verduurzamen”. Dus dat moeten bewoners zelf doen. Hoe dwingend gaat de gemeente zijn en welke instrumenten hebben we? Wat als het niet lukt. Hoe gaan we om met ‘gasklevers’ etc. Wethouder Veldhuizen: Afdwingen kunnen we zonder meer niet. Enthousiasmeren, laten zien dat het voordeel oplevert en hopen op goede subsidiemogelijkheden. Dat is de taak die wij momenteel hebben. Discussiepunten. • Leunen erg op middelen en mankracht Woonplaats. Is en blijft de gemeente wel in lead. • Elk jaar een update; niet na 5 jaar. • Wat zijn de kaderstellende onderwerpen bij dit onderwerp en bij welke zaken gaan wij op de uitvoeringsplannen toezien. • Stuk niet te nauw ingezet – ook nadenken over andere technieken. • Collectieve aanpak – wijk voor wijk – niet individualistisch.
• Financiering – individueel of collectief. • Motie proactieve informatie naar inwoners- bv. energieloket in leegstaand winkelpand. • Terugverdienen zou niet in alle gevallen voorwaarde hoeven te zijn. • Utiliteit, in hoeverre nu meenemen ja of nee. • Type en aantal wijken. • Welke kaders geven we de buurtuitvoeringsplannen mee. • Communicatie, brieven en de volgordes. • Groot project, organisatie en programmamanager nodig. • Aantal woningen; er wordt veel doorgeschoven naar de toekomst. • Uitvoeringsplan per typologie woningen. Tweede termijn. Discussiepunt: Leunen erg op middelen en mankracht Woonplaats. Is en blijft de gemeente wel in lead. De heer Assink: De Woonplaats wordt veelvuldig genoemd in dit verhaal. Volgens ons is de gemeente leading. We pakken nu de makkelijke wijken aan. Is dit slim. Moeten we ook niet een moeilijke wijk doen? De heer Hollema: Eens met voorgaande spreker. Sluit aan bij aangebrachte punt van programmamanager en organisatie. Als gemeente hebben we een nieuwe taak gekregen. Dat is nogal wat. Daar moeten we een organisatie voor opbouwen en financiële middelen voor hebben. De grote opgave zit in de particuliere woningen. De heer Navis: De techniek om geheel aardgasvrij een woning te verwarmen moet allemaal nog ontwikkeld worden. Laten we eerst aan de slag gaan en beginnen met die wijken die wat eenvoudiger zijn.
Niet te grotere ambities toedichten die door latere technieken veel eenvoudiger op te lossen zijn.
3
De heer Holtman: Eens met het pleidooi van de heer Assink. We hebben het nu over 4 wijken, maar zouden we die ambitie niet moeten vergroten. Als we een aantal ‘lastige wijken’ meenemen zou dat misschien een mooi kader zijn. De heer Weevers: Langzaam beginnen en niet de moeilijke wijken nemen. Als je nu begint in de moeilijke buurten weet je zeker dat dit niet gaat lukken. Vooral nu inzetten op successen. De heer Groters: Eens met voorgaande spreker. Het straalt geen ambitie uit maar wij zien het als een vliegwiel. De heer Hollema: Programma dat er nu is, is goed voor de komende 5 jaar. We gaan 1 x in de 5 jaar dit vaststellen. De volgende die we gaan vaststellen gaat over de jaren na 2030. Ga aan de slag met wat er nu is en ga ook nadenken wat je de laatste jaren voor 2030 nog kunt opschalen. Zodat je niet na 2030 weer aan de slag bent. De heer Wijbrans: Het optuigen van het project met een projectmanager. Hier zullen wij de D66 fractie in steunen. Discussiepunt: Elk jaar een update – niet na 5 jaar. Hier is tot tevredenheid door de wethouder op geantwoord. Elk jaar monitoren en jaarlijks een update. Discussiepunt: Wat zijn de kaderstellende onderwerpen bij dit onderwerp en bij welke zaken gaan wij op de uitvoeringsplannen toezien. Telkens meenemen bij de overige discussiepunten. Geen afzonderlijke discussie.
Discussiepunt: Stuk niet te nauw ingezet – ook nadenken over andere technieken. De heer Wijbrans: Hoe zorgen we ervoor dat we niet te ver voor de muziek uitlopen. Voor alle huiseigenaren is het een flinke investering. Hoe kan dit financieel door de gemeente gefaciliteerd worden? Is dit zo’n project dat dezelfde grootte en impact heeft als het aanleggen van een compleet rioolnet in de gemeente? De heer Hollema: De gemeente heeft een nieuwe taak gekregen. Hier ben je de komende 10- tallen jaren mee zoet. Dit is geen halve fte werk. Dit moet een organisatie worden. De heer Wijbrans: Wij delen de visie van de heer Hollema. Wat betreft andere technieken hopen wij dat het breder wordt dan alleen warmtewisselaars. De heer Navis: Met elkaar eens dat we ook andere technieken moeten kunnen inzetten. Waar ziet u dat dit niet zou kunnen? De heer Wijbrans: In deze fase wordt voorgesorteerd op warmtewisselaars. We moeten niet inzetten op één techniek. De heer Weevers: Er is wel degelijk onderbouwd waarom er nu in Aalten ingezet wordt op warmtepompen. Dit wil niet zeggen dat andere technieken vergeten zijn. Op dit moment wordt in de visie de juiste keuze gemaakt. De heer Hollema: In de visie staan wel twee warmtenetten rond de rioolwaterzuiveringsinstallaties. Wij zouden graag zien dat in het programma projectlijnen komen om dit concreet uit te gaan werken met een tijdlijn.
Discussiepunt: Financiering – individueel of collectief. Dit discussiepunt is voor nu voldoende besproken. Discussiepunt: Motie proactieve informatie naar inwoners- bv. energieloket in leegstaand winkelpand. Voor dit jaar voldoende door de wethouder beantwoord. Discussiepunt: Terugverdienen zou niet in alle gevallen voorwaarde hoeven te zijn. De heer Weevers: Het moet breder bekeken worden dan alleen terugverdientijd. Belangrijk is de maatschappelijke waarde die gecreëerd wordt door deze warmtetransitie. De heer Assink: Een hybridepomp verdien je in 14 jaar terug. Bij de burgers is de denkwijze of zij de investering weer terugverdienen. Wat levert het op. Mind set is een uitdaging. Dat zal een stuk communicatie zijn. De heer Holtman: Kan de heer Weevers aangeven wat hij dan wil aanscherpen? De heer Weevers: De visie hoeft niet nu op dit punt gewijzigd te worden. Het gaat erom dat in de communicatie in deze visie en met name straks in de uitrol van de buurtuitvoeringsplannen, dat die maatschappelijke verantwoordelijkheid aan de orde komt. Dat het niet alleen gaat over wanneer verdien ik het terug. De heer Holtman: Misschien is het dan niet verkeerd om de huidige visie aan te passen. De heer Hollema: Communicatie is belangrijk.
4
De heer Navis: Eens met de discussie maar uiteindelijk zal toch elk individu handelen naar zijn eigen portemonnee. Beter is misschien om het financieel interessant te houden. De heer Wijbrans: Ideeën van de heer Assink en Weevers spreken mij zeer aan. Wanneer er een negatieve sfeer rond een project komt te staan dan komen we op achterstand en dan wordt het moeilijk. Treedt proactief op richting de meerwaarde. De heer Hollema: Wat wil de VVD doen om het interessant te maken voor de consument? De heer Navis: Laten we even afwachten waar het nieuwe Kabinet mee komt. Discussiepunt: Utiliteit, in hoeverre nu meenemen ja of nee. De heer Holtman: Gebouwen die niet zijn bedoeld om in te wonen zijn in dit plan niet meegenomen. Onze ambitie zou zijn om dit bij een volgende versie wel mee te nemen. De heer Hollema: Wij willen het scherper zetten. Niet wachten tot de volgende versie maar nu met een routekaart te komen hoe we met utiliteit omgaan. De heer Holtman: Nodigt de partijen uit om hierover na te denken. De CU is voornemens hier een motie/amendement op voor te bereiden. De heer Weevers: Een apart traject voor utiliteit daar voelen wij wel voor. Discussiepunt: Welke kaders geven we de buurtuitvoeringsplannen mee. De heer Holtman: Hoe ga je om met mensen die niet mee willen? Woningen in het buitengebied, gasklevers etc. Er zitten behoorlijke haken en ogen aan het uitvoeringsplan.
De heer Navis: Is dit een kader om te discussiëren. Uiteindelijk zal iedereen mee moeten. Of je wilt of niet. Als we echt afgaan van het gas voelt iedereen de noodzaak wel om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Laten we eerst maar eens aan de slag gaan. De heer Hollema: Eens met voorgaande spreker. Je moet helder maken dat je nu mee kunt doen met hulp of je moet het zelf doen. Het is nu nog een beetje vroeg om daar nu al beleid op te maken. De heer Weevers: Wij kunnen meegaan met de vraag van de CU. Wij hebben het begrip ‘flankerend beleid’ genoemd in een motie de vorige raadsvergadering. We moeten nadenken over wat we kunnen doen of nog meer kunnen doen om mensen mee te laten doen. Het is nu te vroeg om hier harde uitspraken over te doen. De heer Groters: Laten we beginnen met de eerste wijk en ervaring opdoen. Dan kunnen we weer gaan bijsturen. De heer Holtman: Als je zegt dat je volgend jaar een plan gaat maken dat je in 2050 van het gas af moet, dan vrees ik dat heel veel mensen zeggen; “wie dan leeft, wie dan zorgt”. Hebben we dat wel voldoende ondervangen. Discussiepunt: Communicatie, brieven en de volgordes. De heer Holtman: De raad moet 30 november nog een besluit nemen. Ondertussen ligt er al wel een brief op de mat bij tientallen huishoudens waarin wordt gezegd: “u bent de geselecteerde wijk, dit gaan we doen en de raad gaat er ook nog over praten”.
Wij verzoeken het college om de juiste procedure te volgen. Discussiepunt: Groot project, organisatie en programmamanager nodig. De heer Hollema: Om dit van de grond te trekken heb je niet iemand nodig die tig taken heeft. Het is een nieuwe taak van de gemeente. Willen we dit niet goed gaan beginnen en een goede organisatie opbouwen waar we tientallen jaren de vruchten van plukken? De heer Navis: Hier hebben wij de discussiepunten op ingebracht. Wat is de kaderstellende rol en de controlerende rol. Wij geven de kaders aan het college mee en het college is verantwoordelijk voor de uitvoering. We moeten niet op de stoel van het college gaan zitten. Wij vragen ons dan ook af waar de financiën dan vandaan komen. De heer Holtman: Wij sluiten ons aan bij de woorden van voorgaande spreker. Dit is puur uitvoering. De heer Hollema: Natuurlijk is het aan het college. Maar het is wel degelijk aan de raad om ervoor te zorgen dat de juiste randvoorwaarden aanwezig zijn. Hier zijn niet de juiste randvoorwaarden aanwezig en dat is wel degelijk een kaderstellende rol. Bij de begroting hebben we wel degelijk aangegeven dat we bij grote uitdagingen naar de financiën moeten kijken. Discussiepunt: Aantal woningen – veel doorgeschoven naar de toekomst. De heer Hollema: Dit is een prima consensus om mee te beginnen. Welke ambitie spreken we uit voor het eerste derde van de periode te doen.
Er ligt nu een ambitie voor de komende 8 jaar. Of zeggen we: “er mag nog wel wat bij om toch te komen tot die 20% die landelijk geadviseerd wordt”. De heer Holtman: U stelt voor om het aantal uit te breiden?
5
De heer Hollema: De eerste 4 wijken ga je de komende jaren mee aan de gang en je zoekt er de volgende jaren nog een paar bij die je dan gaat oppakken. Dus niet pas na 2030. Discussiepunt: Uitvoeringsplan per typologie woning. De heer Holtman: Wij kunnen die lijn wel steunen. Discussiepunt: Uitvoeringsplan per typologie woningen De heer Hollema: Naast de wijkaanpak zul je veel van particulieren moeten verwachten. Waarom ga je hier niet een stap verder door dit planmatig aan te pakken. Welke typologie woningen heb je in Aalten en hoe zou je dit meer planmatig kunnen aanpakken. De heer Navis: Wij vinden dit toch meer uitvoering. Als u andere kaders wilt dan hoor ik deze niet in uw betoog. De heer Hollema: Een gestructureerde aanpak dat is een duidelijk kader, wat nu onvoldoende in deze visie naar voren komt. Want het gaat alleen maar over deze 4 wijken. En het kader is we gaan alleen via AGEM en niet via een gestructureerde aanpak. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er geen toezegging is gedaan. Enkele fracties zijn voornemens een motie in te dienen. Dit voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 30 november 2021. 2. Voorstel tot vaststellen van de woningbouwstrategie gemeente Aalten ‘flexibel inspelen op de woningvraag’. Eerste termijn. De heer Navis: Wij willen inzetten op 1050 woningen in plaats van 800.
Niet alleen koersen op inbreiding maar ook op uitbreiding van de bebouwde kom. Welke mogelijkheden zijn er in Bredevoort? Meerdere huishoudens binnen één woning en deze doortrekken naar woningbouwstichtingen of diverse entiteiten. De heer Assink: De strategie is een continu proces. Participeren op de actuele situatie. Op welke manier worden wij geïnformeerd om te gaan richting de 800 woningen. Een concreet overzicht specifiek gericht op Aalten. Wat zit in de pijplijn, wat is gebouwd, wat is in aantocht? Is daar behoefte aan? De heer Groters: Een jaarlijkse evaluatie. Is het mogelijke de procedures nog wat te versnellen? Als we met nieuwe plannen aan de gang gaan, kunnen we dan afspreken % welke soort woningen er komen. De heer Weevers: 820 woningen lijkt ons aan de hoge kant. Wij moeten over woningbouw intensiever met de Achterhoekse gemeenten afstemmen. Elke gemeente gaat nu weer voor zichzelf hele ambitieuze plannen maken. De heer Hollema: Sluiten aan bij discussiepunt meerdere huishoudens per woning. Wij zouden graag zien dat die huizen dan ook gesplitst kunnen worden. Hoe kunnen we meer focus krijgen bij de woningcorporatie op Aalten of op de Achterhoek. De heer Holtman: Het concept van flexibel inspelen past bij ons. Deze nota is ook niet de oplossing. Het ambitieniveau. Wat ons betreft mogen die aantallen ook naar boven. Koppeling met sociale vraagstukken.
We hebben in meerdere beleidsstukken gesproken over woningen voor ouderen, starters etc. Er komt een nieuw woonbeleid en hier wordt met geen woord over gerept. In de beantwoording blijkt dat er geen koppeling is gemaakt. Dit zouden wij wel graag willen. Hoe kunnen we tussen de leegstand van het kernwinkelgebied en het woningtekort een slimme koppeling maken. De heer Smits: De HMV fractie is blij met de nota. Nota is geschreven op de prognoses van 2019. Wij sluiten ons aan bij het discussiepunt van de VVD om de ambitie te verhogen. Reactie college. Wethouder Kok: Het vertrekpunt is inderdaad 2019. Het migratiesaldo is op 0 gezet. Wij gaan juist wel uit van migratie. Wij hebben nog wel een sterfteoverschot in Aalten. Dit jaar steven we af op minder inwoners dan het ijkpunt vorig jaar. Natuurlijk is er een migratie en gezinsverdunning maar het is nog niet zo dat deze op dit moment zo groot zijn, dat zij grote aantallen rechtvaardigen. Het is een behoorlijke opgave voor de gemeente Aalten; 800 woningen de komende 10 jaar. Als u zegt 1000 woningen, dan gaan we voor 1000 woningen. We hebben gezegd dat het flexibel is. De eerste woningen moeten de eerste vijf jaar gezet worden. Daarna kan er versneld of afgeschaald worden. In de beantwoording over in- en uitbreiding heeft u kunnen lezen dat wij voornemens zijn een uitleggebied rondom Dinxperlo te maken.
Omdat er in de kern niet meer de mogelijkheden zijn. Die zijn er in de kern Aalten wel en ook in de kleine kernen op meerdere plekken. Ruimtelijk is het zo dat je eerst moet kijken wat intern kan. In de kern Aalten en Bredevoort zijn er meer dan voldoende mogelijkheden om dat te realiseren. Deze woningbouwstrategie geeft niet exact de plekken weer, waar wel en waar niet. In Bredevoort is er wel ruimte en zijn er ontwikkelingen rondom de oude en de nieuwe SPAR, het plaatsen van een aantal
6
uuthüuskes en rondom de maalderij. Er zijn trajecten in gang gezet en we hopen dat we daar volgend jaar bestemmingsplantechnisch al stappen gemaakt hebben. We hebben het over tientallen woningen in Bredevoort. Meer huishoudens binnen één woning. Op zich is dat nu ook mogelijk. Als het past binnen het afwegingskader dat we vastgesteld hebben en als het ruimtelijk past. Genoemd werd een woningbouwstichting te starten. In het college is besproken of wij dit voor de gemeente zouden moeten gaan doen. Dit vergt nogal wat. We hebben nu niet de capaciteit om daar serieus naar te gaan kijken. Wij geven ieder jaar, ook richting provincie, aan wat er is gebouwd, welke categorie is er gebouwd en welke plannen zijn er nog. U kunt ieder jaar die cijfers van ons krijgen. Dit kan dan leiden tot een discussie of evaluatie. Het zit hem vaak niet in het vergunningstraject maar meer in het ruimtelijk traject, zienswijzen en inspraak met de omgeving. Daar kunnen en willen we niet op versnellen maar willen we zorgvuldig blijven doen. Dat kost gewoon tijd. De regionale woonvisie wordt afgestemd. Het wordt wel met elkaar afgestemd. Niet op aantallen maar op kwaliteit. Een half jaar geleden hebben we de Woonplaats nog uitgenodigd. Er is toen een presentatie gegeven die over het algemeen als positief werd ervaren.
Wij willen wel vragen om dit nog een keer te doen en hun beeld te geven over deze woningbouwstrategie. Deze is ook met hen gedeeld. In het kader van de laatste prestatieafspraken hebben zij aangegeven dat zij de ambitie hebben te investeren. Ook in onze gemeente. Dat zij daar ook de middelen voor hebben. Koppelen met sociale vraagstukken. Op velerlei wijze wordt er wel een koppeling gemaakt met sociale vraagstukken maar we hebben daar niet een bepaald beleid voor. We hebben wel enkele convenantwoningen bij de Woonplaats. We sturen op behoefte. Sociale woningbouw, wat hebben we daarvoor nodig. Over de convenantwoningen en in het kader van asielzoekers hebben we afspraken. Maar verder dan dat gaat het niet. Splitsen van woningen kan op dit moment ook als het voldoet aan het afwegingskader en als het ruimtelijk past. In het kader van transformatie van winkelbezit. Ons afwegingskader heeft partijen doen komen met plannen in het kader van omvorming van winkels of ander vastgoed wat zijn functie verloren heeft. Er komen hiervoor meer dan voldoende plannen binnen bij de gemeente en daar is absoluut ruimte voor. De heer Holtman: Waar wij op doelen is een koppeling met een vitaal en leefbaar centrum. Ik hoor hier de wethouder nu zeggen dat dit wel mogelijk is? Wethouder Kok: Bevestigend daar waar het om transformatie gaat.
Daar waar het kernwinkelgebied is proberen we ervoor te zorgen dat we andere bedrijven naar het kernwinkelgebied trekken. Daar is niet op voorhand op de begane grond wonen mogelijk. Discussiepunten. • Inzetten op 1050 woningen. • Niet alleen koersen op inbreiding maar ook op uitbreiding van de bebouwde kom. • Meerdere huishoudens binnen één woning en deze doortrekken naar woningbouwstichting of diverse entiteiten. • Behoefte aan concreet overzicht specifiek gericht op Aalten. • Jaarlijkse evaluatie. • Procedures nog wat versnellen. • Afspraken % welk soort woningen. • Afstemmen met Achterhoekse gemeenten over woningbouw. • Meer focus woningcorporaties op Aalten of de Achterhoek. • Koppeling met sociale vraagstukken. • Koppeling leegstand kernwinkelgebied en woningtekort. Tweede termijn. Discussiepunt: Ambitie en aantal woningen. De heer Navis: Blij dat de wethouder zegt iedere ambitie wel aan te willen gaan. Er wordt rekening gehouden met 25% uitval. Daarom komen we op 1050 woningen. Zet hoger in, dan voorkom je een harmonica effect. De heer Groters: Als u met een amendement komt zal de fractie van GB deze ondersteunen. We willen wel jaarlijks kijken of we nog wel goed zitten. De heer Hollema: Dat flexibele dat past ons wel. Met welk deel van de nota is de VVD-fractie het niet eens? Er staan meerdere scenario’s in, er komt een helder verhaal uit.
De heer Navis: De fractie van de VVD wil proactief aan de slag. De ambitie uitstralen dat je meer woningen wil realiseren. Laten we 25% meer inzetten. De heer Assink: Wij hebben hetzelfde doel. 820 woningen netto zou moeten kunnen. Als er planuitval komt en als de tijd daarvoor is worden er vervangende locaties gezocht. Dus waarom 1050 noemen? De heer Weevers: Bij die 820 had men al rekening gehouden met 25% uitval. Wij zetten vraagtekens bij de ambitie van de VVD-fractie. We kennen allemaal de bevolkingsopbouw in onze gemeente.
7
Woningzoekenden van nu en de komende 10 jaar hebben straks te maken met veel woningen die vrijkomen omdat hogere leeftijdsgroepen overlijden. Wij denken niet dat het slim is om nu zoveel woningen meer te gaan bouwen. De heer Holtman: Ons bezigt het noemen van flexibel en aantallen. Voer discussie over het kader is flexibel en het kader is dat we de juiste woningen en voldoende woningen nodig hebben. De heer Hollema: Wij willen voorgaande spreker hierin steunen. De wethouder geeft duidelijk aan hoe hij dit wil uitvoeren. Het kader dat wij stellen is flexibel omgaan met de planning van de analyses. Dat doen we en gaan we ook elk jaar evalueren. Nu wil de VVD-fractie zich gaan bemoeien met de uitvoering? De heer Navis: We willen echt richting die 1050 woningen. Laten we daarop inzetten. In de fractie is ook de discussie gevoerd of je in moet zetten op het aantal woningen of het aantal inwoners. Geopperd is dat we misschien wel moeten inzetten op 30.000 inwoners die we binnen de gemeente Aalten willen hebben. De heer Smits: De ambitie zou hoger moeten. Het tekort nu komt voort uit een genomen besluit waar de ambitie niet was. De heer Hollema: Als we ook woningen gaan splitsen in de kernen dan hebben we er niet zoveel moeite mee dat dit er nog extra bovenop komt. Dat levert nu meteen extra woonruimte op en brengt de flexibiliteit voor de toekomst niet in gevaar.
De heer Weevers: Opmerking van de VVD-fractie is boeiend. Die legt de vraag bloot wat we eigenlijk met onze gemeente willen. Willen we naar 30.000 inwoners. Misschien een onderwerp om op een ander tijdstip te bespreken? De heer Holtman: Het is wel wezenlijk voor de woningbouwstrategie. Discussiepunt: Meerdere huishoudens binnen één woning en deze doortrekken naar woningbouwstichting of diverse entiteiten. De heer Navis: We bestemmen waar een gezin mag gaan wonen. Het is lastig om daar een andere vorm in te kiezen. Derhalve de discussie over het aantal woningen terwijl je het beter kunt hebben over hoe je mensen kunt huisvesten. Dat is een andere manier van denken. Op welke manier kunnen we naar andere woonvormen toe waarin we toch binnen bestaande bebouwing of nieuwe bebouwing meerdere mensen kunnen huisvesten. Dat we iets minder vasthouden aan het aantal huishoudens. De heer Holtman: Blij dat de VVD-fractie met deze suggestie komt. Combineren spreekt ons aan. Als gemeente moeten wij hier niet vóór gaan liggen maar stimuleren. De heer Hollema: De D66 fractie ziet dit als een prioriteit. Het geeft ook flexibiliteit voor de toekomst. We hebben wel praktische oplossingen nodig. De heer Assink: Alle duplexwoningen worden weer teruggebracht naar ééngezinswoningen. Dit proces is nu nog bezig en wij willen alweer terug naar duplex-woningen. Wij vragen ons af of er behoefte aan is.
Inwoning is mogelijk, woningsplitsing is mogelijk. In het kader staat ook dat er flexibel omgegaan wordt met het aantal m2 mits het voldoet aan de in de wet gestelde leefregels. Daar is het college toe bereid. De heer Weevers: Prima ideeën om eens na te denken over andere woonvormen. Het Aaltenshöfke dreigt een succes te worden. De heer Navis: Leuke discussie. Of het nu direct tot een amendement of motie leidt bij dit raadsvoorstel zullen we ons over beraden. Boeiende discussie om zeker ook bij het omgevingsplan mee te nemen. Discussiepunt: Niet alleen koersen op inbreiding maar ook op uitbreiding van de bebouwde kom. De heer Navis: Binnen de bebouwde kommen moeten we steeds meer waterbergingslocaties realiseren. Dat een deel van de locaties binnen de bebouwde hiervoor moet worden ingezet is voorstelbaar. Om dan niet in te zetten op uitbreiding en eerst dat soort ontwikkelingen af te wachten vinden wij spijtig. De heer Weevers: College heeft duidelijk gemaakt dat er voorlopig voldoende mogelijkheden zijn binnen de kernen, m.u.v. Dinxperlo. Wat de VVD nu aangeeft heeft alles te maken met wat je met de gemeente wilt. Als je gaat uitbreiden buiten de kernen ga je natuur en landbouw opgeven. Het is de vraag of je dat wilt. Daar moeten we een keer een discussie over voeren.
De heer Hollema: Wilt u het kader veranderen? Uitbreiden moet makkelijker worden? Als het niet anders kan dan moet je uitbreiden in het buitengebied en dat heeft consequenties en heeft alles te maken met welke gemeente je wilt zijn. De heer Navis: Verbaasd over reacties van PP en D66. Pleiten altijd voor meer groen binnen de bebouwde kom. Zodra je alles volzet met woningen heeft dat impact op de hoeveelheid groen. De heer Assink: We hebben de plannen gezien. Op plekken waar bouwvallen zijn en waar uitstekend getransformeerd kan worden naar nieuwbouwwoningen heeft toch wel de voorkeur dan bouwen buiten de bebouwde kom. Laten we eerst daar waar plek is bouwen. De heer Holtman: Het gaat om de visie die we hebben over welke gemeente we willen zijn de komende jaren. Dit neemt niet weg dat we wel eens kunnen onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om te bouwen
8
aan een toekomstbestendig Aalten. Die kansen moeten we nu benutten. Laten we dat eens onderzoeken en kijken waar de kansen zijn in plaats van het nu al te torpederen en het niet te doen. Discussiepunt: Behoefte aan concreet overzicht specifiek gericht op Aalten. De heer Assink: De wethouder heeft gezegd dat er jaarlijks cijfers beschikbaar komen. Dit discussiepunt hoeft nu niet verder. We kijken naar de presentatie van die cijfers. Dan moeten we maar eens kijken of we kunnen koersen op de cijfers die de wethouder ons heeft toegezegd. Discussiepunt: Jaarlijkse evaluatie. De heer Groters: We hebben gezien dat de afgelopen jaren de vraag naar woningen enorm kan veranderen. Het is goed om elk jaar te kijken wat we moeten bijstellen. De wethouder zegt toe elk jaar een overzicht te geven. Discussiepunt: Procedures versnellen. De heer Groters: We kennen het Aaltens model uit 2011. Misschien is het tijd om naar een verbeterd Aaltens model te gaan 2021 of 2022. Misschien dat de wethouder kan kijken waar we de procedure kunnen versnellen. Discussiepunt: Afspraken in % welk soort woningen. De heer Groters: College wil werken aan de planvoorraad van de 820 woningen. GB roept al jaren dat er meer woningen moeten worden gebouwd voor bepaalde categorieën. Wij zijn voornemens om een amendement in te dienen om hiervoor afspraken te maken over het percentage soort woningen.
Misschien is hier een koppeling te maken met de sociale vraagstukken zoals de CU heeft genoemd. De heer Assink: Wordt al in het afwegingskader gedaan. Dit wordt al gedaan bij binnenkomende plannen. En elk kwartaal worden we al op de hoogte gesteld van de plannen die zijn binnengekomen. De heer Hollema: Hier is het afwegingskader voor. Discussiepunt: Afstemmen met Achterhoekse gemeenten over woningbouw. De heer Weevers: De wethouder reageerde door te zeggen dat dit in de regionale woonvisie aan de orde komt. Helaas nog niet over het aantal maar wel op basis van kwaliteit. We stellen voor de discussie over de woonvisie af te wachten en het daar nog een keer opnieuw over te hebben. Discussiepunt: Meer focus woningcorporaties op Aalten of de Achterhoek. De heer Hollema: Dit gaat niet volgend jaar al tot een oplossing leiden. In het kader van, wat wil je met Aalten, is het misschien wel goed om hier een keer in een ‘benen op tafelgesprek’ over te gaan filosoferen. Discussiepunt: Koppeling met sociale vraagstukken. De heer Holtman: We hebben het net al gehad over verschillende woonvormen. De CU is voornemens om een motie voor te bereiden om die koppeling wel te maken. Achtergrond is dat deze woningbouwstrategie geen koppeling maakt met de sociale vraagstukken. De heer Hollema: De D66 fractie wil graag meedoen met deze motie.
Discussiepunt: Koppeling leegstand kernwinkelgebied en woningtekort. De heer Holtman: Bestaat er politiek draagvlak om eens kritisch te kijken om het kernwinkelgebied te verkleinen waardoor een aantal panden wel benut kunnen worden als huisvesting. De heer Assink: Om hoeveel panden denkt u dat het gaat in het kernwinkelgebied. De heer Holtman: Op de precieze aantallen kom ik terug. Bij de vorige telling ging het om +/- panden in Aalten. De heer Hollema: Laten we het onderzoeken en niet meteen wegschieten geldt hier ook voor. Reactie wethouder Kok: We komen met een raadsmededeling n.a.v. hoe nu al omgegaan wordt met diverse woonvormen in de gemeente. En de opmerking rond koppeling met de sociale vraagstukken. Er wordt al heel veel meer gedaan wat richting geeft aan hetgeen naar wordt gevraagd. Ook hier zullen we op korte termijn met een raadsmededeling komen. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: • Elk jaar een overzicht i.v.m. de vraag naar woningen, zodat eventueel bijgesteld kan worden. • Ieder jaar overzicht van de cijfers die jaarlijks richting de provincie worden aangegeven wat er is gebouwd, welke categorie en welke plannen er nog zijn.
9
• Raadsmededeling n.a.v. hoe nu al omgegaan wordt met diverse woonvormen in de gemeente. • Raadsmededeling koppeling woningbouwstrategie met de sociale vraagstukken. Dit voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 30 november 2021. 3. Voorstel tot vaststelling van het Afwegingskader woningbouw buitengebied. Eerste termijn. De heer Groters: De fractie van GemeenteBelangen is voor het voorstel mits het voorstel op een aantal punten gewijzigd wordt. We zijn voornemens om een tweetal amendementen in te dienen om de kaders te versoepelen. Discussiepunten: Het verlagen van de m2 meters voor de sloopregeling en het verplaatsen van de vervangende nieuwbouw. We hebben tijdens de beeldvorming diverse voorbeelden gehoord. Onze indruk is dat elke situatie weer anders is. In hoeverre is maatwerk mogelijk? De heer Navis: Een 4-tal discussiepunten. Verlagen van de m2 voor de sloopregeling maar dan met staffels gaan werken. We willen met een amendement komen om bedrijfswoningen te splitsen. Voor woningsplitsing de 1000 kuub te verkleinen en het verplaatsen van bouwrechten. De heer Assink: 3 discussiepunten. Wij willen graag juridisch uitgezocht hebben of het mogelijk is een burgerwoning in een bedrijfsbestemming te maken. Dus iets anders dan van 1 bedrijfswoning, 2 bedrijfswoningen te maken. De sloopverplichting. Wij neigen er ook naar om de 1000kuub bij te stellen.
Waar moet die woning dan gebouwd worden. Moeten we belonen dat die in de kern gebouwd wordt en ontmoedigen op het erf. Door bijvoorbeeld een staffel in te bouwen. Als de rechten verplaatsbaar worden wordt geacht dat ze aansluiten aan bestaande bebouwing. Is dat binnen 50 meter of 150 meter of zijn we ook bereid om te kijken naar plannen die een clustervorming vormen van 3 of 4 woningen op maagdelijke gronden. De heer Weevers: 2 discussiepunten. De vorm van dit besluitstuk. Waarom is niet geprobeerd aan te sluiten bij het afwegingskader woningbouw die wij al kennen. De meeste van de 5 punten kunnen zo toegepast worden, misschien dat er 1 bij zou moeten bv. versterken van de omgevingskwaliteit als extra criterium. Er komt dan meer flexibiliteit en minder discussie over de m2. De fractie van PP zou graag in het buitengebied op de wat grotere erven een hofje mogelijk willen maken. Dit betekent dat er ook kleinere woningen mogelijk moeten zijn. De heer Holtman: De CU heeft toch wel wat moeite met het stuk. Het kader is behoorlijk omvangrijk en behoorlijk beperkend. De gemiddelde burger kan hier geen touw aan vastknopen. De CU kon het betoog van een inspreker goed volgen over het benutten van kansen. Laten we vooral die visie aanhouden. Discussiepunten: Woningsplitsing – we laten al die maatvoeringen los. Burgers zijn echt wel in staat om in te schatten wat goed en verstandig is.
Wij delen de mening dat hofjes of anderszins mogelijk moeten zijn. Eis bijstellen van de m2 sloop. De vereiste ‘volledige beëindiging’ te schrappen. Dit zou ook deels moeten kunnen. Wij hebben ons verbaasd over de participatie dat er bij dit stuk niet eerst is nagevraagd bij de verschillende belangenverenigingen in het buitengebied of de buurtschappen wat zij hier nu van vinden. Of zij hiermee uit de voeten kunnen. De heer Hollema: Het is goed dat er ook in het buitengebied weer perspectief is en er weer een roodvoor-rood regeling komt. Een 3tal discussiepunten. Wij willen bij woningsplitsing die maatvoering, minimum-maximum kuubs loslaten. Er zijn ook bouwnormen die hier van toepassing zijn. De hofjes etc. gaan we zeker in mee. Het verplaatsbaar maken van de rechten. D66 is voor een marktplaats voor het kopen en verkopen van rechten. Omdat er wel enige transparantie moet zijn waar dat heen gaat en hoe dat gaat. Wij zijn voor het verplaatsbaar maken. Soepelheid in de 1000m2. Hoeveel dat dan moet worden? Wij horen staffels en vinden dit een goede suggestie. De heer Smits: Als HMV fractie blij dat er een beleidsstuk is voor het buitengebied. Voor het bouwen op vrijkomende agrarische bebouwing. Deze is wel zeer beperkend op dit vlak. De m2 eis vinden wij wat aan de hoge kant, misschien dat daar een staffel in kan komen. De verplaatsbaarheid is er op dit moment eigenlijk niet.
De voormalige bedrijven die er in het buitengebied zijn en die eigenlijk geen bestemming meer hebben, maar waar toch nog redelijk veel gebouwen staan, worden nu uitgesloten om te slopen in dit stuk. Misschien clusteren van bepaalde gebieden en de kansen te benutten. 75 woningen in het buitengebied vinden wij wat krap. Het legt wel gelijk weer een stempel op. Als zich meer mogelijkheden en kansen voordoen zou je naar de situatie moeten kijken. Reactie van het college Wethouder Kok: Dit beleid bestaat uit een aantal onderdelen. Waaronder het VAB (voormalig agrarisch bedrijf) maar ook de splitsing. We zoeken een balans om overtollige m2 te slopen en nieuwe woningen toe te voegen. Op het moment dat je de lat lager legt voor sloop zul je inderdaad makkelijker woningen toegevoegd krijgen. Hoe mooi zou het nu zijn om met de toe te voegen woningen ook m2 overtollige agrarische bebouwing kwijt zouden zijn. Die op het moment dat ze leeg staan voor allerlei andere
10
activiteiten gebruikt zouden kunnen worden. Wij willen in dit document de mensen voldoende kansen geven om wat te doen in het kader van VAB maar er ook voor te zorgen dat er voldoende gesloopt wordt. Die afweging zult u als raad ook moeten maken. Als u daarmee een aantal m2 naar beneden haalt is dat een keuze die u maakt en die zullen we dan ook zo uitvoeren. Maar hoe lager de norm wordt hoe minder uiteindelijk gesloopt gaat worden. Het verplaatsen van sloop m2 is nu niet geregeld in dit beleidsdocument. Wij kunnen ons wel voorstellen dat, als je er een staffel in brengt voor het verplaatsen, dit wel een extra opgave zou zijn dan wanneer op het eigen erf zou bouwen. Wij hebben drie keer opgeschreven in het stuk dat maatwerk mogelijk zou moeten zijn, mocht het niet aan de eisen voldoen. Dan zou je moeten kijken wat er extra geleverd kan worden om het uiteindelijk wel te realiseren. Bv. of er hofjes moeten komen weet ik niet maar als er een heel goed plan komt waarin een grote boerderij gesplitst wordt via erfdeling dan zullen dit soort zaken via maatwerk beoordeeld kunnen en moeten gaan worden. In de beeldvorming (LTO) heeft u ook gehoord dat er ook gewoon verdiend moet kunnen worden in het buitengebied. Het buitengebied is niet alleen bedoelt voor toekomstig wonen maar vooral de functie te laten zijn voor agrariërs en daarnaast kan er ook gewoond worden.
De heer Smits: Meer meters slopen en bewoning is meer afbraak. Dat is nog maar helemaal de vraag. Als je overvraagt, gebeurt er niks en wordt er niks gedaan. Wordt er niet gesloopt en geen kansen benut. De heer Weevers: Mogen die hofjes nu wel of niet? Bij de beantwoording van de vragen wordt gezegd dat het college buurtschapsvorming niet wenselijk vindt. Wethouder Kok: Daar waar het gaat over woningbouw binnen een bestaand agrarisch bedrijf, meerdere woningen binnen een agrarisch complex dat dit maatwerk is waar we zeker positief naar kunnen kijken. Als het gaat om extra nieuw te bouwen woningen dan zijn we daar niet enthousiast over. Zo moet u dat lezen. De heer Holtman: Bij punt 3 staat dat t.a.v. woningsplitsing zijn 2 zelfstandige woningen toegestaan. Hoe verhoudt zich dit dan tot maatwerk? Wethouder Kok: De basis is max 2 en op het moment dat er een heel goed plan ligt kan er apart beoordeeld worden. Dan het splitsen van een bedrijfswoning. Het kan niet dat een agrarisch bedrijfswoning gesplitst wordt naar een bedrijfswoning met daarnaast een particuliere woning. Dit is in het kader van milieuaspecten niet te realiseren. Dan is de volgende vraag of je een bedrijfswoning wilt kunnen splitsen. Op zich zou het juridisch mogelijk zijn. Nu kan er ook een extra bedrijfswoning toegepast worden. Als het ligt binnen het Geldersnatuurnetwerk is er nog wel een probleem.
De vraag is of je dit zou moeten willen. Want het is wel een bedrijfswoning. Op het moment dat het bedrijf in functie is kan het nooit door anderen bezet worden dan mensen die in het bedrijf bezig zijn. De vraag is of je daarmee uiteindelijk niet een extra bedrijfswoning zou moeten toevoegen. Dit kan nu ook al via een aparte procedure. Participatie. Wij hebben dit voorstel niet in de inspraak gelegd en zijn niet apart in buurtschappen geweest. We hebben dit voorstel gemaakt op basis van meerdere verzoeken die er bij ons liggen. Op basis van hoe er regionaal tegenaan gekeken wordt en op basis van eigen inzicht. Dit voorstel is wel kenbaar gemaakt op de avond bij het Platform Aalten. Daar werd in die zin positief tegen deze voorstellen aangekeken. Het organiseren van een Marktplaats. Als gemeente moeten wij er niet tussenin gaan zitten als handelaar in m2. Een taak die in het verleden uitstekend door de markt opgepakt werd. Bedrijven die nu al beëindigd zijn en nog vastgoed hebben staan, kunnen gewoon gebruik maken van deze regeling. Er staat nergens in de regeling dat het alleen maar bestemd is voor huidige functionerende agrarische bedrijven. Dus daar geen enkele zorg over. De heer Holtman: Een aantal insprekers hebben aangegeven dat het kader aangepast zou moeten worden van volledige beëindiging van de een bedrijf naar deels. Wethouder Kok: Dat zit nu niet in de regeling.
U kunt daar wel toe besluiten. Als u dat doet dan moet u dat wel zo organiseren dat bij het agrarische bedrijf dat dan uiteindelijk doorgaat weer nieuwe bebouwingsmogelijkheden mogelijk zijn. Anders komt je niet toe aan het VAB-beleid voor sloop van overtollig vastgoed. Er is een regeling te maken. De heer Weevers: Huidige stuk is nogal ingewikkeld. Waarom is er niet aangesloten bij het bestaande afwegingskader woningbouw? Wethouder Kok: Er is wel naar gekeken maar wij vonden dat het daar niet in past. In hoofdstukken is het nu aan u gepresenteerd. Ook kijkend naar hoe het in het verleden in het bestemmingsplan stond. We hebben die lijn gevolgd. Discussiepunten: • Verlagen van de m2 meters voor de sloopregeling en te gaan werken met staffels. • Verplaatsen van de vervangende nieuwbouw. Dus het verplaatsen van bouwrechten. • Bedrijfswoningen splitsen. • Juridisch uitzoeken of het mogelijk is een burgerwoning in een bedrijfsbestemming te plaatsen.
11
• • • • • • • • •
Waar moet nieuwbouw naar toe. Aansluiten aan bestaande bebouwing of clustervorming van woningen op maagdelijke gronden. Waarom niet geprobeerd aan te sluiten bij het afwegingskader woningbouw die wij al kennen. Mogelijk maken van hofjes op de wat grotere erven. Bij woningsplitsing maatvoeringen loslaten. Vereiste ‘volledige beëindiging’ schrappen. Een Markplaats voor het kopen en verkopen van rechten om transparantie te krijgen. Het aantal m2 bij de sloopregeling. Voormalige bedrijven in het buitengebied worden nu uitgesloten in dit stuk om te slopen. 75 woningen voor het buitengebied wat krap.
Tweede termijn. Discussiepunt: Verlagen van de m2 meters voor de sloopregeling en te gaan werken met staffels. De heer Groters: We zien dat er veel grote boerderijen leeg komen te staan. We zien dat er veel vraag is naar woningen in het algemeen. We zien een kans om de kwaliteit van ons buitengebied te vergroten maar ook de leefbaarheid. Met buitengebied bedoelen we met name de kleine kernen. Om dit te bereiken willen we de voorgestelde kaders wat versoepelen. We willen de m2 voor de sloopregeling verlagen naar bv. 750m2. We willen de mogelijkheid bieden om de vervangende nieuwbouw te verplaatsen naar de uitleglocaties aan de rand van de kleine kernen. Zodat ook de leefbaarheid in de kleine kernen een positieve impuls krijgt. De heer Navis: Ons betoog sluit bijna naadloos aan. Wel met die wens om een staffel aan te brengen. Bv. eerste woning 750 en tweede woning 1250. De heer Holtman: Wat is de achterliggende gedachte voor 1000m2. De heer Navis: Je wilt die sloop realiseren. Verpaupering en ondermijning voorkomen. Het buitengebied moet ook buitengebied blijven. Je wilt voldoende slopen maar het moet niet allemaal nieuwbouw wijken worden. De heer Holtman: De CU voelt er ook wel voor om die 1000m2 bij te stellen. De heer Assink: 750 + 1250 = 2000 m2 voor 2 woonrechten. Per saldo wijkt dit niet af. Wij vragen ons af of die staffel wel werkt.
De heer Hollema: Balans krijgen is best lastig. Een staffel vinden wij toch passend. Je hebt ook andere bebouwing die gesloopt moet worden, bv. de kuilopslag. Wij voelen ervoor om dit ook op één of andere manier mee te laten tellen. De heer Groters: Wij gaan met andere partijen in overleg en moet het wel lukken hier iets voor te maken. Discussiepunt: Verplaatsen van vervangende nieuwbouw/bouwrechten. De heer Groters: De vervangende nieuwbouw naar de uitleglocaties van de kleine kernen. Niet dat er in het buitengebied allerlei buurtschapjes ontstaan. De heer Navis: Wij kunnen die oproep wel ondersteunen. De heer Hollema: Denkt u aan een staffel of dezelfde verhouding? Bij de kern juist minder sloopmeters of meer of juist andersom? De heer Groters: Wel gestaffeld. De heer Holtman: Kan het belemmerend gaan werken door zo’n voorwaarde te gaan stellen? De heer Groters: We willen de mogelijkheid bieden. Het moet niet persé. Stimuleren. De heer Weevers: Buitengebied moet buitengebied blijven. Ook LTO gaf aan dat het buitengebied voor bedrijven is en wonen moet je in de kern doen. Nieuwe woningen in agrarische bebouwing, prima maar nieuwbouw zo weinig mogelijk in het buitengebied en zoveel mogelijk in de kernen. De heer Smits: Als we willen dat gebouwen opgeruimd worden in het buitengebied dan moeten we iets met verplaatsen naar het buitengebied.
Anders is er geen waardesprong en gebeurt er helemaal niets, dan wordt er ook niets gesloopt. De heer Hollema: Bedoelt de heer Weevers verplaatsen naar de grote of naar de kleine kernen? De heer Weevers: Een kleine voorkeur voor de grote kernen. Discussiepunt: Bedrijfswoningen splitsen - Juridisch uitzoeken of het mogelijk is een burgerwoning in een bedrijfsbestemming te plaatsen. De heer Navis: Wij zijn het deels eens met de wethouder dat splitsen van een bedrijfswoning deels naar een woonbestemming niet kan. Wij zien wel mogelijkheden om de woning te splitsen naar bedrijfswoning. Dat mag wat ons betreft laagdrempeliger, dan een extra bedrijfswoning op het erf. Dat wordt met dit voorstel niet mogelijk gemaakt. Wellicht komen wij hiervoor met een amendement. De heer Smits: Sympathiek idee. Hypothecair zal het moeilijk zijn. Wij hebben onze bedenkingen.
12
De heer Assink: Wij gaan zelf op onderzoek uit. Als het wat wordt dan komen wij daar als CDA op terug met een amendement of motie. De heer Navis: Als je een bedrijfswoning splitst dan is het een bedrijfswoning dat onderdeel uitmaakt van het bedrijf. Dan heb je niet te maken met hypothecaire zekerheden e.d. Het mag ook geen burgerwoning worden zoals met een tweede bedrijfswoning wordt beoogd. De heer Smits: Inwoning zou dan ook kunnen en voldoende zijn. Dit kan al gewoon. De heer Navis: Bij LTO leeft de wens om een bedrijfswoning te splitsen. De heer Hollema: Als daar een concrete vraag naar is hebben wij hier geen moeite mee. Discussiepunt: Waar moet nieuwbouw naar toe. De heer Assink: Moeten we bouwen op een erf bemoedigen of juist ontmoedigen. Moeten we verschil maken tussen de waardesprong, bouwen op het erf of in de kern. Moet je dit door te slopen m2 ook nog verschillend waarderen c.q. belonen. De heer Smits: Eens met maken waardesprong. Niet in de kern maar om de kern. Dit moet zeker gestimuleerd worden als we denken dat dit beter is voor het buitengebied. De heer Assink: Dus liever bij de kern dan op het erf? De heer Smits: De agrarische opvatting is dat ze liever bij de kern bouwen daar waar het kan, dan midden in het buitengebied hofjes creëren. De heer Navis: Bij de kern zou gestimuleerd moeten worden t.o.v. het erf.
De heer Holtman: Moeten wij dit reguleren of zal de praktijk het wel uitwijzen. Waarom moeten wij zoveel invullen? De heer Weevers: We moeten wel de wat grotere lijnen uitzetten. Wonen wel in vrijkomende agrarische bebouwing. Vervangende nieuwbouw liefst in of eventueel aan bestaande kernen. De heer Groters: De fractie van GB is het eens met de woorden van de heer Smits. De heer Hollema: Eens met de heer Holtman. De heer Smits: Waarom niet op eigen erf. Het buitengebied is feitelijk agrarisch bedoeld. Als we daar meer woonkansen creëren en meer hofjes krijgen, dat heeft de agrarische sector liever niet. Waarom moeten wij het reguleren? Het staat niet in de regeling dus we moeten er iets mee. De heer Holtman: Het verdient wel een nadere beschouwing. Wat is van de agrariër, wat van de gemeenschap en hoe zien wij ons toekomstbeeld. Aalten is een agrarisch georiënteerde gemeente. Maar de situatie verandert enorm. Ook als je kijkt naar de insprekers. De heer Weevers: We moeten innovatie een kans geven. Discussiepunt: Aansluiten aan bestaande bebouwing of clustervorming van woningen op maagdelijke gronden. De heer Assink: Het is duidelijk dat de voorkeur ligt bij aansluitend bouwen bij de kernen. Als er een clustering ontstaat buiten de kernen van 3 of 4 woningen op maagdelijke gronden.
Hoe kijken we daar tegenaan? De heer Smits: Op zich zou het op bepaalde plekken positief kunnen zijn maar uw voorbeeld van de Lichtenvoordsestraatweg is net het verkeerde. Dit ligt nu met onder de rook van een groot varkensbedrijf. Dit gaat vroeg of laat beperkend werken voor dit bedrijf. De heer Hollema: Dit als algemeen beleid te doen is weer een stap verder. Oppakken als maatwerk. Discussiepunt: Waarom niet geprobeerd aan te sluiten bij het afwegingskader woningbouw die wij al kennen. De heer Weevers: Dit is een gelopen zaak, verder geen discussie. Voelen er wel voor om het simpeler te maken. Discussiepunt: Mogelijk maken van hofjes op de wat grotere erven. De heer Weevers: Hier hebben we het ook al uitgebreid over gehad. Als de PP het over hofjes heeft hebben wij het niet over nieuwbouw maar over inwonen binnen of in een vrijgekomen agrarische bebouwing. Misschien dat er één of twee nieuwbouwwoningen bij moeten om het financieel en sociaal aantrekkelijk te maken. Discussiepunt: Bij woningsplitsing maatvoeringen loslaten. De heer Holtman: Bij de kneleffecten en complexiteit rondom het kader en het splitsen daar komen wij waarschijnlijk met een amendement voor om delen daarvan te schrappen. Daarbij zou het ook mogelijk moeten worden dat je z.g. hofjes binnen de bestaande bebouwing zou moeten kunnen realiseren.
13
Discussiepunt: Vereiste ‘volledige beëindiging’ schrappen. De heer Holtman: Het gaat erom of je die rechten mee kunt nemen of niet. De suggestie is gedaan om dit ook deels mogelijk te maken. Dat je ook een opvolger de kans geeft om ergens mee door te gaan. Dit zit niet in de regeling maar kan wel volgens de wethouder. Als we dat gaan doen dan geeft de wethouder nog een aantal tips mee. Als dit op draagvlak kan rekenen dan kunnen wij hier ook iets op voorbereiden. De heer Weevers: Wij sluiten ons aan bij wat de wethouder hier over heeft gezegd. We moeten hier heel voorzichtig mee zijn. Voor je het weet komt er in plaats van het gesloopte weer een nieuw bedrijfsgebouwtje of gebouw bij. De heer Hollema: Wij sluiten aan bij de woorden van voorgaande spreker. De heer Smits: In sommige gevallen zou het maatwerk moeten zijn en zou het moeten kunnen. Misschien zou er dan een zwaarder kader op moeten staan. De heer Navis: Dit was naar aanleiding van een inspreker. Die gaf aan dat een mogelijke uitbreiding geen optie voor hem was. Hoe reëel zijn dit soort verzoeken. Vooralsnog geen steun. Ook omdat de vraag er niet is. De heer Groters: Als de agrariër gelijk met het plan komt, zou je het toe moeten staan. Maar niet als hij hier een aantal jaren later meekomt. De heer Assink: Je kunt dit doen onder een aantal restricties.
Als je uiteindelijk weer gaat bebouwen kun je je afvragen wat dan de uiteindelijke winst is geweest. Discussiepunt: m2 loslaten bij splitsing van de woning. De heer Hollema: We staan open om die getallen weg te halen en te kijken naar de bouwnormen. Moet je daar niet de maximale flexibiliteit laten. Splitsing is in principe mogelijk. Het moet aan de bouwnormen voldoen. De heer Navis: Het gaat om die 1000 kuub. Om die volledig los te laten? Of dat nu wenselijk is. Dan krijg je straks allemaal woninkjes van 250 kuub of iets dergelijks? De wethouder heeft gezegd te komen met een notitie over de woningsplitsing. Misschien wil hij dit dan ook voor het buitengebied meenemen? De heer Holtman: Hier hebben we al het nodige over gezegd. Wij zijn al voornemens hier iets op voor te bereiden. Laten wij hier samen in optrekken. De heer Hollema: Aan de ene kant gaat het om 1000 kuub en aan de andere kant staat een minimumeis van 50 m2. Dat is iets meer dan de bouwnorm. Het gaat ons erom al die getallen eruit te halen en verwijs gewoon naar de bouwnormen. Discussiepunt: Een Marktplaats voor het kopen en verkopen van rechten om transparantie te krijgen. De heer Hollema: We hebben nog niet gesproken over restanten van m2. Kun je dat verhandelen? Eens met de wethouder dat de gemeente daar niet tussen moet zitten.