Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 14 mei 2024 zaal Lintelo
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 14 mei 2024 in zaal Lintelo. Aanvang: 19:30 uur Aanwezig:
Voorzitter: De heer Koskamp De leden: Mevrouw Hoezen, de heren Polman, Elferink, Logmans, Van den Berg, Hollema en Ebbers Namens het college: Wethouder Kok Griffier: de heer Fiering
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder welkom. 2. Voorstel tot vaststelling van de voorlopige kaders voor de begroting 2025. Eerste termijn. De heer Polman zegt dat het een duidelijk voorstel is. Het is verstandig om na te denken over maatregelen, maar tegelijkertijd moet worden voorkomen dat onomkeerbare en onnodige ombuigingen in gang worden gezet. In de beantwoording geeft het college aan, dat het aan de raad is om vanuit haar kaderstellende rol, het college concrete kaders mee te geven voor evt. ombuigingen. Voor het college vormen, tenzij anders aangegeven door de raad, alle door beleidskeuzen te beïnvloeden lasten en baten uit de meerjarenbegroting het concrete kader voor ombuigingen. Alles is nog mogelijk, niets staat vast. De raad kan kaders meegeven. Moet de raad nu al voor sorteren op ombuigingen? Wat zijn fractie betreft wordt hier niet op vooruit gelopen. De raad kan op voorhand wel aangeven welke ambities de raad wil waarmaken. Waar wil de raad absoluut niet op bezuinigen? Er moet geen lange lijst worden opgesteld, maar enkele speerpunten. Zijn fractie heeft de volgende speerpunten: - IHP Onderwijs.
Dit punt moet geagendeerd blijven en niet tot stilstand komt; - Faciliteiten en stimuleren bij woningbouw vraagstukken zoals plan Bredevoort; - Opzetten boerenfonds Deze drie speerpunten - waar absoluut niet aan getornd moet worden - kunnen aan de kaders worden toegevoegd. Dit is een discussiepunt De heer Elferink zegt dat het ravijnjaar 2026 steeds dichterbij komt. Door de onduidelijkheid en het feit dat de gemeenteraad slechts één jaar heeft om voor uit te kijken, maakt het maken van keuzes erg lastig. Aangegeven wordt dat er geprioriteerd moet worden in het uitvoeringsprogramma voor de begroting 2025. Heeft het college hierover al ideeën? Daarnaast wordt het verhogen van de WOZaanslag als een mogelijke ombuiging gezien. Het baart hem zorgen dat eerst gekeken wordt om zaken niet te doen en mocht de begroting niet sluitend zijn, de WOZ-aanslag te verhogen. Beide zaken gaan ten kosten van onze inwoners. De ambtelijke organisatie wordt nog buiten schot gelaten. Aangegeven wordt om nu niet te kijken naar grootschalige ombuigingsprogramma’s. Hier wil het college pas in 2025 naar kijken of wanneer er meer duidelijkheid is over de harde cijfers. Afgevraagd wordt of binnen één jaar deze harde cijfers bekend zijn en ook daadwerkelijk hard zijn.
Is het niet verstandig om nu al te kijken naar bezuinigen? Dit betekent niet dat deze direct moeten worden uitgevoerd, maar als de nood aan de man is bekend is welke maatregelen er genomen kunnen worden. Een begrotingstekort van € 3,8 miljoen is een groot bedrag, maar in percentage maar 5% van de gehele begroting. Hoe langer je wacht, hoe harder je moet ingrijpen. Dat heeft meer impact op de burgers en de ambtelijke organisatie. De heer Logmans zegt dat het ravijnjaar 2026 opnieuw in dit voorstel is weergegeven. Ook duidelijk is dat de aangegeven tekorten nog onzeker zijn. De inkomsten vanuit het Rijk zijn eveneens onzeker. Op alle punten moet de raad zeer kritisch zijn. De uitgangspunten voor de begroting 2025 zijn begrijpelijk. Gevraagd wordt wat bedoeld wordt met “eventueel via ombuigingen”. Welke ideeën zijn hierbij te maken? Wat is de laatste informatie vanuit het Rijk en wat zijn de eventuele financiële consequenties voor de meerjarenraming? De heer Hollema gaat ervan uit dat er wel wordt nagedacht over mogelijke scenario’s. Het is echt te vroeg om nu al te gaan bezuinigen. Er is een behoorlijke lijst met investeringen. Zijn fractie heeft
behoefte aan een vooruitblik met een financieel meerjarenoverzicht. Dan kan bezien worden welke investeringen in de begroting 2025 opgenomen kunnen worden. Zijn fractie heeft vragen gesteld over de OZB. De goedkoopste gemeente is geen doel. Liever een kwalitatief goed beleid met een stevige gemeentelijke organisatie. De OZB is hier een effectief middel voor. Wel alles met mate. Nu de discussie voeren over de OZB zoals deze niet meer in de raad hoeft plaats te vinden. Daarnaast is gemeentemarketing voor zijn fractie een belangrijk aandachtspunt. Mogelijk dat zijn fractie met een motie komt. In de andere oordeelsvormende vergadering wordt dit punt ook besproken. Dit zijn de drie discussiepunten. Mevrouw Hoezen zegt dat voorgesteld wordt momenteel geen grote ombuigingenproces aan te gaan en terughoudend te zijn met nieuwe beleidsvoornemens waarvoor nog financiële dekking is gevonden. Moet de raad hierover nu al een oordeel geven of moet bij de begroting worden bezien of hiervoor wel of geen financiële dekking voor zou moeten worden gevonden. Nu nog niet gaan bezuinigen, terwijl nog niet bekend is wat ons te wachten staat. Een discussiepunt is of de raad nu moet overgaan tot prioritering. Afgevraagd wordt of over de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma 2022-2026 gesproken moet worden.
Het college geeft aan dat het Uitvoeringsprogramma te omvangrijk is om dat allemaal te kunnen uitvoeren gezien de financiële situatie. Welke keuzes zou de raad moet maken? Gevraagd wordt of een inschatting kan worden gemaakt of de korting op de Algemene Middelen door het Rijk wordt teruggedraaid. De heer Van den Berg vraagt naar de stand van zaken t.a.v. de opschalingskorting. Graag nadere uitleg over de zinsnede: “gezien status project Crossfire lijkt financieel effect onomkeerbaar”. Geen discussiepunten. De heer Ebbers geeft aan dat over dit onderwerp al voldoende is gezegd. Geen discussiepunten. Discussiepunten. - IHP, faciliteren woningbouwvraagstukken zoals plan Bredevoort en opzetten boerenfonds toevoegen aan kaders waar niet aan getornd moet worden. - Prioritering van het Uitvoeringsprogramma, WOZ aanslag verhogen - Vooruitblik meerjareninvesteringen - OZB - Gelden vrijmaken voor gemeentemarketing Reactie college. Wethouder Kok zegt dat dit de moeilijkste kaderbrief is die geschreven moest worden door alle onzekerheden. Onzekerheden over de financiering van de opgaven en ambities van de gemeente, over de bijdragen van het Rijk en de economie. Ten aanzien van de prioritering merkt hij op dat de raad in het Raadsprogramma en het Uitvoeringsprogramma al een richting heeft aangegeven.
Als alles bij elkaar wordt opgeteld dan kan worden geconcludeerd dat dit niet kan binnen de huidige begroting. Daarnaast moet in 2026 nog € 3,8 miljoen worden weggewerkt. Nieuwe ambities zijn niet financieel opgenomen in de begroting. Mocht er bezuinigd moeten worden, dan gaat het college daar in 2025 mee aan de slag. Het college wil voor de begroting van 2025 beter inzicht krijgen in de kosten van de opgaven om zo een betere prioritering te kunnen maken. Er is nog geen prioritering gemaakt omdat hieraan politieke keuzes ten grondslag liggen en omdat de financiële gevolgen en de gevolgen voor de capaciteit nog niet bekend zijn. Getracht wordt dit voor de zomer in beeld te brengen. De verwachting is dat er geprioriteerd moet worden. Dat betekent niet dat zaken niet meer worden uitgevoerd, maar dat dit wordt doorgeschoven naar een later moment. Prioriteren kan ook faseren betekenen. Daarover komt een uitgebreid voorstel. De heer Hollema vraagt of bij het faseren ook mee wordt genomen dat er aan het eind van het jaar toch weer geld wordt overgehouden. Wethouder Kok zegt dat dit ook met het systeem van bijv. de decembercirculaire te maken heeft. Het college heeft dat niet in de hand. De afgelopen zes jaar heeft de gemeente ook twee keer een negatief saldo op de jaarrekening moeten vermelden. Het is niet altijd positief. Geprobeerd wordt zo goed mogelijk te begroten.
Door verschillende oorzaken kan het saldo uiteindelijk positief of negatief uitvallen. Daar is heel moeilijk op te sturen. De prioritering zal breed plaatsvinden. Niks is heilig. Gekeken zal worden naar de nieuwe wensen, het Uitvoeringsprogramma, het Raadsprogramma enz. De grootte van de ambtelijke organisatie is ook niet heilig. Die past zich aan de werkzaamheden aan. Een kleinere organisatie kan niet de huidige ambities uitvoeren. Dan moeten de ambities worden aangepast. Het CDA heeft drie speerpunten weergegeven. Het college gaat er momenteel niet vanuit, dat aan deze drie speerpunten niet wordt getornd. Als de raad een besluit neemt over welke onderwerpen niet getornd mag worden, dan wordt de opgave niet makkelijker om een sluitende begroting te maken. In de kadernota is geen stijging van de woonlasten opgenomen. Het is onderdeel van het sluitend kunnen maken van de begroting. Daarmee is niet gezegd dat het niet of wel wordt ingezet en ook niet de hoogte.
2
De hoogte van de OZB is gemiddeld t.o.v. de rest van Nederland. De woonlasten zijn laag door de lage afvalstoffenheffing en de lage rioolheffing en de afschaffing van de hondenbelasting. Spreker wijst erop dat 30% van de begroting beïnvloedbaar is. (ongeveer 25 miljoen euro). De rest van de begroting is dat niet. Het tekort van 3,8 miljoen euro moet gevonden worden in het beïnvloedbare deel van de begroting. Net voor de behandeling van deze kadernota in het college heeft het demissionair Kabinet bekend gemaakt voornemens te zijn de opschalingskorting af te schaffen, het BBP-systematiek versneld in te voeren en extra financiële middelen voor de WMO te generen. Het college heeft tot nu toe nog nooit Kabinetsbesluiten zomaar in de P&C-cyclus meegenomen. Zodra het in de circulaires staat wordt het meegenomen. Het afschaffen van de opschalingskorting levert de gemeente € 900.000 op. Er is geen inschatting gemaakt van de andere posten. Geldverslindende uitgaven zijn er naar zijn mening niet. Wel grote uitgaven. Bij de begroting wordt een overzicht opgesteld van de investeringen. Er worden nu geen beslissingen genomen die betrekking hebben op structurele uitgaven. Eerst moet een totaaloverzicht wordt gemaakt. Nu extra geld voor gemeentemarketing beschikbaar stellen, past niet in het voorstel van het college. Het advies is om dat nu niet te doen.
Er kan op dit moment nog geen prioritering worden aangebracht. Er moet eerst een overzicht worden opgesteld van de financiële (on)mogelijkheden. Dat overzicht wordt de komende tijd opgesteld. Spreker heeft geen aanwijzingen dat de korting op de Algemene Uitkeringen worden teruggedraaid. Ten aanzien van Crossfire merkt spreker op dat het financieel deel van het project verder uitgewerkt moet worden. Wat is de bijdrage van de deelnemende partijen e.d. Dit project maakt ook onderdeel uit van de gehele discussie. De heer Polman zegt dat vermeld is dat het lijkt dat dit project het onomkeerbaar is. De heer Hollema neemt aan dat de VNOG ook een bijdrage levert voor dit project. Wethouder Kok zegt dat hij dit aspect onder de aandacht van de portefeuillehouder zal brengen. De heer Polman zegt dat in de beantwoording van de vragen van D66 gezegd is, dat het uiteindelijk aan de raad is om over de prioritering te beslissen. Ik hoor nu: “het is te vroeg om te prioriteren; laten we dat richting begroting doen”. Aan de ene kant voelt het als: “raad geef ons een richting welke kant we op moeten gaan en aan de andere kant ook weer niet te vroeg”. Wat wordt er van ons verwacht? Wethouder Kok begrijpt de vraag goed, zeker na beantwoording van de vragen van D66. In het voorstel staat dat wij het voorwerk nu willen gaan doen in relatie tot de begroting.
Maar als de raad vooruitlopend al zegt dat bepaalde zaken wel moeten of anders, dan is dat aan de raad. Wij zijn niet teleurgesteld als het niet gebeurd. Tweede termijn. Discussiepunt: IHP, faciliteren woningbouwvraagstukken zoals plan Bredevoort en opzetten boerenfonds toevoegen aan kaders waar niet aan getornd moet worden. De heer Polman: Dit zijn 3 speerpunten die wij als CDA-fractie wel graag gerealiseerd hebben. En dat willen we nog graag benadrukken. De heer Hollema: Het boerenfonds is voor alle grotere grondbezitters in het buitengebied, niet alleen boeren. Prioriteren zou kunnen, maar wij gaan er niet voorliggen dat het er moet komen. U zegt, speerpunten IHP en dan met name Schaersvoorde en de woningen in Bredevoort die moeten blijven. Maar dan ook persé in de duurste varianten of zit daar wel ruimte in? Wij kunnen meegaan met de dingen die u zegt, maar er zit nog wel heel veel ruimte tussen over hoe exact. De heer Polman: Het is geen carte blanche van wat het mag kosten. Het proces mag wat ons betreft niet stil komen te liggen. Mevrouw Hoezen: Zoals u het nu verwoord kan de PP-fractie zich hier wel in vinden. Er moet nagedacht worden over deze onderwerpen en er moet zeker onderzoek naar worden gedaan. De heer Polman: Dan is het nu wel het moment om over te hebben of over 2 weken. We hebben het nu over de kaders. Je kunt het over heel veel onderwerpen hebben.
Er wordt gevraagd om nu een beetje te sturen. Op deze manier proberen we dit nu ook te doen. Wij begrijpen dat iedereen wensen heeft, maar we moeten ook niet met een ellenlange lijst aankomen. Maar als we willen sturen dan is dit het moment. De heer Ebbers: IHP en woningbouw Bredevoort zijn al projecten die lopen en waarover besluitvorming al heeft plaats gevonden. Een boerenfonds heeft wat de VVD-fractie betreft geen prioriteit omdat het nog niet gestart is en die zin is pas op de plaats maken niet verkeerd. De heer Hollema: U zegt er heeft besluitvorming plaats gevonden, maar over Schaersvoorde heeft nog helemaal geen besluit plaatsgevonden. De heer Ebbers: Het IHP is vastgesteld. De heer Hollema: Het IHP is een stuk papier dat heel geduldig is en geen euro kost. Het gaat om de uitgaven en gelezen het kader is er nog niets ingepland. Dus er is nog nergens een besluit over genomen behalve dat er een beleidsnota ligt die 15 jaar mee moet.
3
De heer Logmans: Het IHP is een nota die nog helemaal ingevuld moet worden. Wij zijn het er wel mee eens dat het niet stil mag komen te liggen. De woningbouw Bredevoort en andere woningbouw zaken moeten altijd op de agenda staan. Er is een enorm tekort. Waar en wanneer wil je gaan bouwen. Dit moet altijd aandacht hebben en mag op geen enkele manier verslappen. Waarom wordt het Aaltens Boerenfonds niet geprivatiseerd? Gewoon een initiatief van de grondbezitters. Mensen die er belang bij hebben. Er kan een contributie van een paar duizend euro per jaar worden betaald om zo’n fonds in stand te houden. Dan kun je altijd nog bij de gemeente vragen of daarvoor subsidie beschikbaar is. Voor de fractie van de CU mag het helemaal afgevoerd worden. Mevrouw Hoezen: Misschien moeten we nu als raad een aanzet maken van de prioritering voor de keuzes die we maken. Op die moment is dit het verlanglijstje van de CDA-fractie, dan gaan we naar de BBB en de CU. Wij hebben ook nog wel wat. Afgevraagd wordt of dit niet op een constructievere manier gedaan moet worden. We hebben toch ook bv. het actieplan huisvesting aandachtsgroepen. Niemand zal zeggen dat het niet belangrijk is maar het is niet meteen iets dat we bovenaan zetten om mee aan de slag te gaan.
Misschien toch maar wachten op het lijstje waar de wethouder mee wil komen of dat we het er nog een keer in een andere omgeving over moeten hebben, bijv. tijdens de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma. De heer Logmans: Er is niet gesproken over prioriteiten of i.d. De heer Polman geeft aan dat deze onderwerpen permanent in gedachten blijven of op tafel komen. Je hoeft er helemaal nog geen prioriteit aan te geven of keuzes te maken. De heer Hollema: Je kunt zeggen gemeentemarketing doen we weer weg, terwijl we net een kleine stap hebben gezet. Schaersvoorde en iets minder Rolls Royce in Bredevoort dat zijn misschien wel grotere klappen. Misschien wel meer een kader dat je kunt meegeven. Het is goed dat het huiswerk wordt gemaakt en als raad moeten we dan een keuze maken. Misschien moeten we een aantal andere keuzes gaan maken zodat er grotere bezuinigingen kunnen worden gerealiseerd. De heer Polman: Voor ons is dit juist een reden om dit nu juist wel te doen. Dit betekent niet dat we zeggen dat de duurste variant moet worden ingezet of alles kaal moet worden geschaafd of ingezet moet worden voor de meest slanke variant. Juist omdat het zulke omvangrijke en belangrijke ontwikkelingen zijn is het wel goed om daar wel over na te gaan denken. Je moet ergens een keer duidelijkheid maken. Laten we dan hiermee beginnen.
De heer Elferink: Je moet eigenlijk een totaaloverzicht van de lijst hebben van de dingen die je wilt gaan doen. Dat is zoals het lijkt niet te realiseren. Je gaat ze in de tijd wegzetten hoe je ze wel wilt realiseren. Dan ga je elk punt bekijken: wanneer wat/ of niet. Er worden nu een paar punten geschetst, maar het is een veel groter geheel. Deze punten zijn voor ons belangrijk, maar er zijn meer punten belangrijk. Daarom wil de fractie van BBB- HMV het voorstel van de wethouder afwachten en aan de hand daarvan met de raad vaststellen wat de prioritering is. De heer Polman: Het is niet de bedoeling dat we op de stoel van de wethouder gaan zitten en die lijst gaan maken. Die lijst wordt gemaakt. Wij willen aan de voorkant aangeven wat voor de CDA-fractie heel belangrijk is. Juist om dit aan de voorkant mee te geven. Als je wat mee wilt geven is dit wel het moment. En dit is wat wij willen meegeven. De heer Van den Berg zegt dit mee te willen nemen in de integrale afweging en als de wethouder meer inzicht heeft in wat het allemaal gaat kosten en welke consequenties er zijn. Wij gaan de prioritering ook nog bespreken in de fractie van GB. Alles wat in de Uitvoeringsagenda staat wordt al een probleem om dat überhaupt uit te voeren. Wij willen wel voorzichtig zijn met nieuw beleid. De heer Polman: We willen als raad toch wat meer aan het stuur gaan zitten.
En iedere keer als die mogelijkheid zich voordat, dan wachten we toch weer af. Mevrouw Hoezen: Er ligt nog steeds een raadsprogramma en een uitvoeringsprogramma. Zolang de raad niets aanpast zal het college deze onderwerpen in het oog blijven houden. Dan moeten we wel eerst de prioritering hebben en dan komen we weer op de evaluatie. Dan kunnen we als raad sturen. Zij vraagt zich af of nu al zo’n lijst moet worden gemaakt. De heer Hollema: Wij hebben moeite met het woord prioritering. Het is onderdeel van het uitvoeringsprogramma. Er kan altijd een fasering plaatsvinden. Het is onderdeel van het normale proces. Het is normaal dat je halverwege zegt dat die fasering iets anders is/wordt dan dat je van tevoren had gedacht. Het is niet aan de orde om te zeggen dan gaan we dat maar schrappen. We moeten het wat minder zwart/wit neerzetten. Raadsprogramma en Uitvoeringsprogramma staat, die wordt uitgevoerd. Misschien valt er wel een keer iets uit, dat zou kunnen, maar in principe voer je die gewoon uit en misschien moet er iets in gefaseerd worden. De heer Elferink: Uit het stuk blijkt dat fasering en prioritering niet haalbaar worden geacht. Dan moet je nu toch wel met elkaar bespreken wat wel en wat niet. De heer Polman sluit zich aan bij de laatste zin van voorgaande spreker. Dit is wat ik de hele tijd probeer te zeggen.
4
Discussiepunt: Prioritering van het Uitvoeringsprogramma. De heer Elferink: Als je dingen gaat uitstellen of beleidsmaatregelen gaat nemen door bv. de OZB te verhogen, vinden wij dat je ook kritisch moet kijken naar je eigen organisatie. Te makkelijk gezegd dat als je meer ambities wilt, dit dan automatisch meer personeel betekent. We zijn het aan de burger, MKB en bedrijfsleven verplicht om te kijken of we scherp aan de wind zeilen. In 2025 gaan we dit wel doen als de harde cijfers er zijn. Dit zouden wij graag naar voren willen halen. De heer Hollema: Capaciteit volgt altijd ambitie en de opgave die je hebt. Dus je moet snijden in de ambitie en de opgave. Wees dan ook helder in wat u dan niet wilt, in plaats van alleen maar zeggen het moet met minder mensen. Dat is echt te gemakkelijk. De heer Elferink: Je moet scherp en kritisch kijken naar de kosten en dat hoeft niet persé het personeel te zijn. Dingen stel je uit of ga je niet doen. Verhogen OZB komt allemaal terecht op het bordje van de burger. Dan vinden wij het een plicht om scherp naar je interne organisatie te kijken of er een mogelijkheid is om te bezuinigen. Is dat niet zo dan is dat ook een conclusie, maar dan heb je het wel gecheckt. De heer Hollema: U moet toch concreter worden. De heer Elferink: Het college stelt voor dat ze dit ook in 2025 willen doen, dus daar hebben ze dan een beeld bij.
Trek dat naar voren zodat je meer tijd hebt. Als het niet goed gaat moet je harder snijden. Misschien is de conclusie, het kan niet maar dan moet je wat anders bedenken. Wij zeggen niet dat het moet, maar je moet ernaar kijken en dan kun je keuzes maken. Discussiepunt: Vooruitblik meerjareninvesteringen. De heer Hollema: Er is toegezegd dat er een overzicht komt waarin ook de grote investeringen zijn meegenomen. Dat zien we tegemoet. Gemeentemarketing is in de andere vergadering aan de orde. Dit wachten we af. Discussiepunt: OZB De heer Hollema: Het is een knop waar je aan moet draaien, het is geen doel op zich. Het kader dat hier nu ligt, is bij voorbaat niet vastgelegd. Het is iets waar je wat mee kan doen als je de andere stappen hebt doorlopen. De heer Polman kan zich vinden in dit standpunt. Het handhaven van een zo laag mogelijke OZB is geen doel op zich; geen heilig huisje. De heer Ebbers: De VVD-fractie wil voorkomen dat de OZB een sluitstuk wordt om de begroting kloppend te krijgen. Daarom is het nu het moment om in deze kadernota in ieder geval een kader te stellen van een maximale verhoging of iets dergelijks. De vorm kunnen we het over hebben, maar in ieder geval dat er een kader is. De heer Hollema: Wat is uw voorstel? Als u iets wilt meegeven moet u wel aangeven wat u wilt meegeven.
De heer Ebbers: Nu niet helder, maar daar kunnen we het over hebben en eventueel in de vorm van een amendement indienen. De heer Elferink: Voor dat je dit doet, eerst kijken naar jezelf. Het is een mogelijkheid, maar staat bij de BBB-HMV fractie niet bovenaan. De heer Van den Berg: Ook bij de fractie van GemeenteBelangen staat dit niet bovenaan. De heer Polman: Het is niet het sluitstuk. Maar om nu de hoogte op te nemen zien we niet zitten. Het staat er goed is. Het wordt opengelaten en daar kunnen we aan draaien als het echt nodig is en dan kunnen we er wat van vinden. Mevrouw Hoezen: Fracties zeggen, het staat niet bovenaan. Waarom niet? Belasting heffen is niet leuk, ook niet om het te betalen maar er staat ook een bepaalde waarde van je huis tegenover. Wat is het probleem om te zeggen: “daar moeten mensen maar een bijdrage voor betalen zodat we daar weer voorzieningen in onze gemeente van kunnen financieren”? De heer Van den Berg: De sociale structuur in Aalten is middelmatig. De meeste mensen hebben een laag inkomen. Als je een goed inkomen hebt maakt het niet zoveel uit. De heer Hollema: We moeten geen 2 discussies met elkaar vermengen. Het staat niet bovenaan het lijstje. Wij zeggen niet alle wensen zijn binnen en je gaat hem daar maar op aanpassen. We nemen aan dat er een serieus begrotingsproces wordt gevolgd.
En pas als het hele proces is door lopen ga je kijken aan welke knoppen je kunt draaien. De heer Logmans zegt zich aan te kunnen sluiten bij de woorden van de heer Polman. Geld volgt beleid. We maken keuzes om dingen te gaan doen. Daar is geld voor nodig. Er komt een voorstel in de raad om het percentage te verhogen of verlagen. Mevrouw Hoezen: Nu wordt het een principiële discussie. Voor de fractie van de PP is de OZB wel een eerlijke belasting.
5
De heer Hollema: Goed dat er nu debat over is geweest. Dit hoeft dan in november niet meer. Benieuwd of de VVD-fractie met een amendement of motie komt. Mevrouw Hoezen: Afgevraagd wordt of we fasering, prioritering moeten doen in het kader van de evaluatie van het Uitvoeringsprogramma. De wethouder heeft aangegeven met iets te komen dus voor nu laten we het hierbij. Conclusie. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 28 mei 2024 kan. 3. Voorstel tot vaststellen van de beleidsnota Grondbeleid. Eerste termijn. De heer Ebbers: Mooi dat we de switch maken naar actief grondbeleid. Bedenkingen of wij niet te veel touwtjes uit handen geven. We geven een heel groot mandaat aan het college voor het aankopen van grond. Wij willen het belang benadrukken dat we hierin goed samenwerken met het college en gelijk in optrekken. Zodat we niet achteraf voor verrassingen komen te staan. Mevrouw Hoezen: Door de PP-fractie is vaker gevraagd naar de stand van zaken van deze nota. We weten dat er al sprake was van een actief grondbeleid. De nota is volgend. De gemeente Aalten wil een situationeel grondbeleid toepassen. We kijken per situatie wat het wordt. Is dat niet te vrijblijvend als we als raad zeggen: “we willen dat de gemeente actief aan de slag gaat, want er is een woningcrisis etc”. Moeten we daar dan niet een beleidskader bij maken.
Wanneer wel, wat niet etc. Betekent deze nota dat de gemeente nu ook actief probeert om gronden in bezit te krijgen? Meedoen met de markt. De heer Hollema: De D66- fractie denkt dat het goed is dat er gekozen wordt voor een situationeel grondbeleid. Het beleidskader kan iets helderder worden uitgewerkt. Dat kunnen we stap voor stap gaan doen. Per voorbeeld en dan gaan samenvatten. Wat van belang is dat de risico’s een hoeksteen van beleid vormen. Blij dat er gezegd wordt dat er een risicoparagraaf komt bij ieder voorstel. In deze nota was een algemene risicoparagraaf goed geweest. Wat zijn nu de meest voorkomende risico’s die je kunt hebben? Dit zou de grondlegger kunnen zijn voor volgende stukken. Wij denken dat het alsnog goed is om dit uit te gaan werken. Een algemene risicoanalyse van welke risico’s zullen het meest voorkomend zijn. Wij sluiten aan bij het 1ste discussiepunt van de VVD-fractie. Pas bij de Jaarrekening de strategische aankopen te zien krijgen, dat is wat ons betreft veel te laat. Die lijntjes zullen echt korter moeten. Overigens ook in het kader van de risico’s handhaving. De heer Logmans: Het is een goed stuk, helder en duidelijk geschreven. Actief grondbeleid is één van de middelen die de gemeente tot haar beschikking heeft om maatschappelijke economische ruimtelijke doelstellingen te realiseren.
De actuele ontwikkelingen voor het grondbeleid worden gewoon helder meegenomen. Het prijzenbeleid is breed aangegeven. Maar het oude principe dat de gemeente op basis van kosten de grondprijs bepaald voor bouwrijpgemaakte gronden en de raad de differentiatie (kaders) aangeeft om de uitgifteprijs te verhogen of verlagen of te subsidiëren voor bepaalde doelgroepen om realisatie van bouw mogelijk te maken, dat principe is dus kennelijk helemaal verlaten. De gemeente bepaald dat nu zelf. Niks mis mee, dat is een keuze. Differentiatie is er gelukkig wel. En met de onderbouwing die erbij vermeld is kunnen wij het ook wel eens zijn. De antwoorden op de vragen van de fracties van D66 en VVD zijn duidelijk en helder. De fractie van de CU heeft geen discussiepunten of vragen. De heer Elferink: Goed dat het college de nota geactualiseerd heeft en gaat voor een actiever grondbeleid. Heeft het college ook alternatieven overwogen om grond beschikbaar te stellen door bv. erfpacht uit te geven? In het vorige agendapunt hebben we het ook al gehad over de kadernormen. In het schema staat een afweging van het weerstandvermogen van de financiële risico’s die ze dragen. Benieuwd hoe het college hier tegenaan kijkt en hoe we hier een afweging in maken. De heer Polman: De fractie van het CDA heeft geen vragen of discussiepunten.
Vragen: - Heeft college alternatieven overwogen om grond beschikbaar te stellen door bv. erfpacht uit te geven. - Hoe wordt een afweging gemaakt van de financiële risico’s van het weerstandvermogen. Discussiepunten: - Geven we niet te veel de touwtjes uit handen.
6
-
Situationeel grondbeleid niet te vrijblijvend. Uitwerken van een algemene risicoanalyse van welke risico’s het meest voor zullen komen/beleidskader.
Reactie college: Wethouder Kok: Wij denken niet dat de raad de touwtjes te veel uit handen geeft. Daarom stellen we ook dit grondbeleid vast en is het helder wat we wel of niet moeten doen. Volgens de Gemeentewet moet het college aankopen doen. Die kunnen we niet door de raad laten doen. De aankopen van gronden worden dan wel in de Jaarrekening danwel bij het vaststellen van de exploitaties bij de raad neergelegd. U mag ervan uit gaan dat dit college scherp aan de wind zeilt om ervoor te zorgen dat wij exploitaties krijgen die sluitend zijn en waarin we onze volkshuisvestelijke opgave kunnen realiseren. Wat ook betekent dat dit soms iets doet met de waarde van de grond. 10 jaar geleden werd er meer voor grond betaald dan wij nu betalen. Anders zijn onze ambitie om ook sociale huur, sociale koop te realiseren niet haalbaar. Daarmee legt u niet te veel bij het college neer. Het is de taak die het college heeft en die nemen wij zeer serieus om ervoor te zorgen dat we sluitende exploitaties krijgen. De heer Ebbers: Het is niet zozeer de exploitatie waar wij ons zorgen over maken, maar meer over de inhoud van de overeenkomsten of daar geen gekke terugkoop regelingen in terecht komen. Wethouder Kok: Dat zijn ongeveer vaste overeenkomsten, maar het kan zo zijn dat iemand die verkoopt iets bedingt. Maar u mag ervan uit gaan dat wij daar geen gekke dingen in gaan zetten.
Moet ervan situationeel of actief grondbeleid geen beleidskader gemaakt worden? De opgave die we hebben is dat we woningbouw realiseren. Of die woningbouw nu gerealiseerd wordt door de gemeente of door een ontwikkelende partij is uiteindelijk minder van belang. Dit grondbeleid doen we ook niet om ervoor te zorgen dat dit een moneymaker is van de gemeente. Dit doen we om onze volkshuisvestelijke opgave te realiseren. Als nu blijkt dat een ontwikkelaar of een particulier plannen heeft, bv. ’t Beggelder, dan gaan we faciliterend grondbeleid doen. Wij gaan niet de discussie met de eigenaar dat wij perse die grond willen verwerven. We hebben vertrouwen in de partij die dat doet. Er was toen geen aanleiding voor ons om daar deze grond te verwerven. Er was aanleiding om afspraken te maken over het woonprogramma, het volkshuisvestelijk programma en het stedenbouwkundig programma en het uitgangspunten programma. Op bijna alle plekken waar we nu bezig zijn hebben we wel de grond gekocht. Dat is onze voorkeur. De voorkeur is als gemeente het te realiseren. Zeker de wat kleinere plannen in de kleine kernen. Of dit precies in een beleidskader is te vatten. Dat is heel lastig. Dat is het situationele waarbij ons uitgangspunt is we het zelf willen realiseren, maar als er een plan komt gaan wij niet tot aankopen over het vervolgens zelf te realiseren. Dan gaan wij faciliteren.
De heer Hollema: Wij willen wel voorkomen dat door dit beleid nu gespeculeerd gaat worden en gronden gekocht gaan worden. Hoe gaat u speculatie tegen? Dat is ook een risico die in de algemene risicoanalyse naar voren moet komen. Als voorbeeld ’t Beggelder. Prima, maar er zullen ook negatieve voorbeelden te bedenken zijn. Mevrouw Hoezen: Het uitgangspunt is dat de gemeente zich actief opstelt, maar daar waar anders wordt gevraagd of anders aan de orde is, dan wordt er gefaciliteerd. Wij vinden het wel belangrijk om van het actieve handelen van de gemeente een punt te maken. Wij willen graag gewaarborgd zien dat – als er een keer een andere wethouder zit – deze nota dan niet te vrijblijvend is. Want het nadeel van faciliterend is op het moment dat het een projectontwikkelaar doet, die heeft een winstoogmerk terwijl de gemeente dat juist niet heeft. Dat maakt dat we beter betaalbare sociale huur kunnen realiseren. Hoe kijkt de wethouder hier tegenaan? Wethouder Kok: De aanleiding voor de Nota Grondbeleid is o.a. ons woningbouwprogramma. Iedere ontwikkelaar met en stuk grond kan niet alleen villa’s bouwen en de maximale grondexploitatie doen. Zij krijgen de opdracht mee om op basis van het Uitnodigingskader een woningbouwplan te realiseren.
Het uitgangspunt is om het programma te realiseren waarin minimaal 28% sociale huur, 32% betaalbare en maximaal 40% vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Uiteindelijk moet het ons niet uitmaken of de gemeente dat organiseert of dat een ontwikkelaar dat organiseert. Qua speculatie is het minder interessant geworden om daarin echt te speculeren. Men weet welke opgave eraan vastzit. De heer Hollema: Uw antwoord sterkt mij alleen maar in het gevoel dat er een goede risicoanalyse moet komen. U doet een grote aanname die door de tijd ook weer kan veranderen. Het lijkt ons goed dat dit soort dingen ook geborgd worden met een goed risicoanalyse. Wethouder Kok: Eens dat wij continu bij iedere exploitatie de risico’s in beeld moeten brengen. Maar dat hebben we ook opgeschreven. Op het moment dat wij een grondexploitatie aan u voorleggen staat er ook in welke termijnen het uitgegeven gaat worden, wat de planschade is. Dat zijn impliciet ook de risico’s. Impliciet wordt het risico wel in de exploitatie opgenomen en in de risicoparagraaf is het ook nog een keer apart benoemd. Is erfpacht een mogelijkheid?. Het is niet zo dat het een gebruikelijke is in deze
7
omgeving. Maar we sluiten het niet uit dat we dat in de toekomst gaan doen. Pacht doen we wel bij agrariërs. Het is niet echt Achterhoeks om de grond onder de woning in erfpacht uit te geven. De heer Elferink: U heeft er een schema ingezet waarbij ook aankoop van grond afhankelijk is van het weerstandvermogen. Tijdens het vorige agendapunt hebben we een discussie gehad over de begroting. Dat dit niet vanzelf gaat. Wij zijn benieuwd wat de mogelijkheden eigenlijk zijn in aankoop van grond. Wethouder Kok: Het weerstandvermogen is niet de begroting. Dat is de reserve die we hebben om dit soort risico’s op te vangen. Bedoelt is hier dat als we bijna geen weerstandvermogen hebben dan zou je in het kader van risicobeheer eigenlijk geen gronden aan kunnen kopen. Het weerstandvermogen is hier zeer ruim. Maar als deze niet meer ruim is dan moet daar een extra afweging gemaakt worden in het kader van de risico’s. Dat is bedoeld met dit model. De heer Elferink: De verantwoording van de aankoop wordt gedaan in de grondexploitatie. Hoe vaak is dat? Wethouder Kok: In ieder geval bij de Jaarrekening, maar individuele grondexploitaties leggen we ook voor aan de gemeenteraad. De heer Elferink: U heeft het aangekocht, hoeveel tijd zit ertussen de aankoop en het bekendmaken van die grondexploitatie. Wethouder Kok: IJzerlo is de meest recente als voorbeeld.
De grond is een half jaar geleden aangekocht. Het bestemmingsplan is nu vastgesteld dus hier duurde het een half jaar. Maar we hebben ook gronden in bezit die we al 20 jaar in bezit hebben. Tweede termijn. Discussiepunt: Geven we niet te veel de touwtjes uit handen. Dit discussiepunt is voldoende beantwoord. Discussiepunt: Situationeel grondbeleid niet te vrijblijvend. Mevrouw Hoezen: Hoe kunnen we bewerkstelligen of waarborgen dat er actief grondbeleid wordt gevierd en dat we niet afwachten op bepaalde ontwikkelingen in de markt. De heer Hollema: Elk vragenuurtje ernaar vragen. Discussiepunt: Uitwerken van een algemene risicoanalyse van welke risico’s het meest voor zullen komen/beleidskader De heer Hollema: Gezegd wordt dat bij iedere exploitatie een risicoparagraaf komt. Maar we stellen nu nieuw beleid vast en daar zit geen risicoparagraaf bij. Enerzijds algemene risico’s van het beleid en anderzijds ook een overzicht van wat zijn nu de meest voorkomende risico’s bij grondaankoop. Wij zouden het wel prettig vinden dat dit alsnog wordt uitgewerkt. Mevrouw Hoezen: We moeten de risico’s goed in beeld hebben en geen onverantwoorde risico’s nemen. We moeten als gemeente gaan omdenken, niet als marktpartij, maar om dingen vlot te trekken als een project vastloopt. We zouden hier als raad zeker een discussie over moeten houden.
De heer Hollema: Jammer dat de overige partijen niet de risico’s in beeld wil hebben. Conclusie. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 28 mei 2024 kan. 4. Sluiting De voorzitter sluit om 21.15 uur de vergadering.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 28 mei 2024.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
8