Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 13 september 2022.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 13 september 2022. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:
Voorzitter: de heer A. Walter De leden: Agendapunt 1: de heren Ebbers, Hollema, Holtman, Rijks, Meerdink, Assink en Wevers. Agendapunt 2: de heren Navis, Hollema, Holtman, Rijks, Meerdink, Assink en Wevers. Namens het college: Agendapunt 1: wethouder Kok. Agendapunt 2: wethouder Groters. Griffier: de heer Ter Beest
1. Voorstel tot vaststellen van het bestemmingsplan Kern Aalten, herziening 2022 Eerste termijn. De heer Assink: Het CDA vindt het goed dat de boekhouding wordt bijgewerkt wat betreft het bestemmingsplan Kern Aalten. Uit de beantwoording van de vragen blijkt er overleg is geweest met de betrokkenen, dat stemt het CDA tevreden. Wat betreft de enige zienswijze kan het CDA niet anders dan concluderen dat de huidige eigenaar wist wat de mogelijkheden en onmogelijkheden van het pand aan de Bredevoortsestraatweg zijn. Het is jammer dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de inspreekmogelijkheid in de beeldvorming. Het CDA gaat akkoord met het voorstel en heeft geen discussiepunten. De heer Weevers: PP is akkoord met het voorstel en heeft geen discussiepunten. De heer Hollema: D66 vindt het ook goed dat de administratie wordt bijgewerkt. D66 heeft wel vragen met betrekking tot de Bredevoortsestraatweg, het is jammer dat er bij de beeldvorming niemand geweest is. D66 vindt het moeilijk uit te leggen dat een pand net buiten het centrum dat al 5 jaar leeg staat niet omgebouwd kan worden tot 1 of 2 woningen. We willen graag van de andere fracties horen hoe ze hier tegenover staan. Van de wethouder horen we graag wat doorslaggevend was; is dat het ontbreken van een geluidsluwe gevel of is het doorslaggevend dat er eerder afspraken zijn gemaakt.
De heer Holtman: De fractie van CU vindt dat er evenwichtig voorstel licht en heeft geen discussiepunten. De heer Meerdink: De fractie van BBB-HMV heeft kennisgenomen van dit veegplan. Op zich is het efficiënt om 34 dingen tegelijk te doen. Ze zijn ook niet allemaal even grote potentie, maar het had wat minder uitgebreid hoeven te zijn. Het is goed dat ervoor bijna alle plannen consensus blijkt te zijn. BBBHMV kan zich voor het overgrote deel vinden in het voorstel. Waar BBB-HMV problemen heeft en zich niet in kan vinden is de situatie met betrekking tot het pand aan de Bredevoortsestraatweg. BBB-HMV neemt het standpunt in dat - gezien de woningnood en de problemen voor starters - we elke mogelijkheid moeten pakken om woningen te realiseren. In een pand met een dergelijke grote woonoppervlakte van ruim 250m3 zouden toch prima 3 appartementen gerealiseerd moeten kunnen worden. Van de wethouder wil BBB-HMV graag weten of inderdaad in het contract staat dat er maar 1 woning gerealiseerd mag worden. BBB-HMV is voornemens een amendement in te dienen om meer in de behoefte te voorzien en 3 woningen te laten realiseren in dit pand. De heer Ebbers: De VVD kan zich vinden in het plan en betreurt de gang van zaken met betrekking tot de Bredevoortsestraatweg. De VVD ziet graag meer woningen, maar dat mag niet ten koste van de leefomgeving en regelgeving die we nu eenmaal hebben.
Geen discussiepunten. De heer Rijks: De fractie van GB is blij met raadsmededeling 133-2022, deze heeft veel duidelijk gemaakt. GB heeft met betrekking tot de Bredevoortsestraatweg toch het gevoel dat een norm van een aantal jaren geleden nu weer gaan toetsen aan regels die daar niet helemaal bij passen. Voor het gevoel van mensen die zoeken naar maatwerk, hoe kunnen we die mensen hierin tegemoetkomen? GB is aan het zoeken hoe we (in deze tijd van woningnood) toch maatwerk kunnen toepassen op dit onderdeel? Dat is voor GB een punt om met elkaar over te discussiëren. Wat betreft de gang van zaken met
betrekking tot het pand aan de Bredevoortsestraat, het zal volgens de regels allemaal kloppen, maar het is wel jammer dat het zo loopt. Reactie college. De heer Kok: Dit bestemmingsplan kent een lange geschiedenis. 34 zaken die hierin de juiste en vaak ook de bevraagde bestemming krijgen. Efficiënt en met name ook vanuit het belang van de burgers. Een zo makkelijk en snel mogelijke procedure tegenover zo weinig mogelijk kosten. Dat is de reden van dit veegplan, die qua kosten de helft is van een normaal bestemmingsplan. De heer Hollema geeft aan dat het moeilijk uitlegbaar is. Het is geen eenvoudige situatie. We hebben te maken met beleid dat door de gemeenteraad vastgelegd is: het geluidsbeleid. In het geluidsbeleid is bepaald dat waar een te hoge geluidbelasting is, en die is hier aan de orde en wordt veroorzaakt vanuit twee zijden: de Bredevoortsestraatweg en de Oosterkerstraat, dan moet er worden gekeken naar de wettelijk vastgestelde voorkeurgrenswaarde. De extra woningen zijn hierdoor niet mogelijk omdat er hogere grenswaarden zijn dan toegestaan vanuit ons beleid. Dat beleid staat het niet toe omdat er geen geluidsluwe zijde geregeld kan worden. De heer Hollema: Mijn vraag was niet, wat is de afweging, mijn vraag was, wat was doorslaggevend? In de beantwoording van de zienswijze en de briefwisseling wordt steeds twee argumenten aangehaald.
Het argument van afspraken uit het verleden en het argument van de geluidsproblemen. De discussie wordt daardoor troebel en dat is misschien wel de reden dat het zo heen en weer ging. Kunt u daar helder over zijn. De heer Kok: Het is wat ons betreft beide. Het zijn de oude afspraken, die overigens niet gemaakt zijn vanuit krimpgedachte, dat is wat de indiener van de zienswijze ingebracht heeft, maar die is ingebracht op basis van het beleid tot het verkleinen van de mogelijkheden van de detailhandel en daar is toen met de eigenaar bekeken wat de mogelijkheden zouden zijn. Toen is er gekozen voor de toevoeging van een extra woning plus het kunnen gebruiken als kantoorfunctie waar de detailhandel functie vanaf is. Dat heeft nooit te maken gehad met krimp. Het was een goede afspraak waardoor de verplaatsing van de boekhandel naar de Bredevoortsestraatweg plaats heeft kunnen vinden. Op het moment dat je van die afspraak af zou stappen moet je nog wel kijken of het ruimtelijk inpasbaar is. Daar hebben we naar gekeken, dat is op basis van het beleid onmogelijk, er is geen geluidsluwe zijde te realiseren waardoor geen mogelijkheid is om buiten te gaan zitten of een raam open te zetten, zonder dat er last is van dat vele geluid. Dat hebben we met elkaar vastgesteld, want dat vinden we gezond beleid.
Ik kan me niet voorstellen dat u ander beleid zou willen realiseren, wat minder gezond is. Want in andere discussie heb ik altijd gehoord dat gezond een heel belangrijke factor is voor onze inwoners. Ik denk dat het goed beleid is en aan de hand van dit beleid kan het niet. De heer Weevers: Stel dat de wegen rondom het pand 30km wegen zouden worden dan gaat de geluidsbelasting naar beneden. Heeft u dat doorgerekend? Is het dan wellicht wel haalbaar? De heer Kok: De geluidsbelasting is brekend op de huidige situatie. Als de situatie wordt gewijzigd kan dat effect hebben op het geheel. De heer Rijks: Stel over tien jaar zijn er alleen elektrische auto’s. Is er dan de mogelijkheid om de zaak opnieuw te beoordelen? Of is het mogelijk om alvast vooruit te kijken en kun je mensen vinden die accepteren dat het geluid meer is dan de normaal, maar dat het misschien op termijn wel minder wordt. De heer Kok: In de techniek is het zo dat er op dit moment al rekening mee gehouden wordt dat er een bepaald percentage al elektrisch rijdt, dat percentage is nog zeker niet gehaald. Daarnaast hebben we ruimtelijk beleid, geluids-beleid nog nooit beoordeeld op of een persoon iets op een bepaald moment accepteert. Ik denk ook niet dat dat te realiseren is, te handhaven is en wenselijk is. Als laatste punt.
Mocht gemeenteraad in al haar wijsheid besluiten dat het wel bestemd zou moeten worden met toevoeging van de twee extra woningen zoals gevraagd, dan moet ik erbij aangeven dat dat niet onderdeel is geweest van wat we ter inzage gelegd hebben. Dat betekent dat de omgeving daar geen kennis van heeft kunnen nemen. U kunt zich voorstellen dat de ontwikkeling van een aantal woningen ook invloed heeft op de omgeving. Bijvoorbeeld op parkeren. Als u de situatie kent zou u kunnen inschatten dat het voldoen aan de parkeernorm voor het aantal woningen ook nog een best ingewikkelde kwestie zou kunnen zijn. Dat hebben we niet hoeven te beoordelen omdat we nu niet met het voorstel meegaan. Ik wil het uw gemeenteraad wel meegeven op het moment dat u een besluit zou nemen dat u deze afweging niet meegenomen heeft. Discussiepunt. • Vinden we het acceptabel dat dat het pand aan de Bredevoortsestraatweg 39 toch omgebouwd tot meerder appartementen.
2
Tweede termijn. Discussiepunt: Vinden we het acceptabel dat dat het pand aan de Bredevoortsestraatweg 39 toch omgebouwd tot meerder appartementen. De heer Meerdink: BBB-HMV is van mening, mede door de woningnood, dat er meer woningen moeten komen voor starters en senioren. Waarom kan het pand aan Bredevoortsestraatweg 39 niet omgebouwd worden tot meerdere woningen. De huizen ernaast staan namelijk ook dicht aan de weg. Moet er dan per se in groot appartement komen? De heer Assink: De andere panden aan deze straat staan er al meerdere decennia en zijn gebouwd in een tijd met andere regels. Waarom moeten er 3 appartementen komen? Gezien de oppervlakte kan er ook een royaal woonhuis met twee woonlagen van gemaakt worden. De heer Hollema: Hoe kun je uitleggen dat er wel 1 woning kan komen en dat dat geen probleem is en dat drie woningen wel een probleem zou zijn? De heer Assink: Dat haal ik uit de stukken, er staat aangegeven dat er in een huis een ruimte moet zijn waar je rust kunt vinden. Dat kan wel op de bovenverdieping, maar niet op de benedenverdieping. In dit gebouw zijn dus ruimtes waar dit wel realiseerbaar is. De heer Hollema: Volgens mij staat in de stukken dat als er een woning wordt gerealiseerd dat er dan geen toetsing plaats hoeft te vinden. Dat is wel wat anders dan dat u zegt.
Daarnaast wil ik wel meegaan met de heer Meerdink, als raad hebben we aangegeven dat we leegstaande gebouwen willen transformeren, dit staat al vijf jaar leeg. Wees in ieder geval helder in die discussie. Dat dat punt (even los van geluid) toch geen blokkade moet zijn. De heer Rijks: ik heb van de wethouder voor deze plek een reactie gehoord, waarin hij zich baseert op een contract dat er ligt sinds lange tijd. Dan is dit op deze plek voor mij afgelopen. Wat er op andere plekken mogelijk is qua maatwerk moeten we te zijner tijd beoordelen. De heer Weevers: Ik sta op het standpunt dat oude afspraken gewijzigd moeten kunnen worden als de situatie daar om vraagt. Maar vind ook dat we ondanks de woningnood geen concessies mogen doen aan de kwaliteit van de woningen. Als er geen geluidsluwe gevel mogelijk is dan ook geen extra woningen op die plek. Conclusie. BBB-HMV geeft aan met een amendement te komen om het voorstel aan te passen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk naar de raadsvergadering van 27 september 2022 gaat.
2. Voorstel tot het nemen van een viertal besluiten in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet Eerste termijn. De heer Rijks: GB is akkoord met het voorstel en heeft geen discussiepunten. De heer Navis: VVD vindt het van belang dat de raad gaat evalueren op hoe het werkt. Vooral rondom het adviesrecht zijn er wel vragen over hoe dat procedureel moet lopen. Ook rondom het onderwerp participatie leven nog vragen. We willen het niet verplicht stellen, maar er indieners moeten er digitaal wel een vraag over beantwoorden. Misschien kan de wethouder een en ander nog wat meer toelichten. VVD heeft geen discussiepunten. De heer Meerdink: Het is geen makkelijk onderwerp. We zijn al meer dan 5 jaar bezig met de Omgevingswet en de kans is groot dat de invoering weer uitgesteld wordt. Zolang de wet er nog niet is heeft BBB-HMV weinig behoefte aan allerlei discussies. We willen ons echter niet vastleggen aan een wet die nog niet bestaat. De heer Holtman: CU is akkoord met het voorstel en heeft geen discussiepunten. De heer Hollema: Over de participatie, het staat in het aanmeldformulier en de huidige manier handhaven. Het is D66 niet duidelijk wat je dan wil evalueren over een jaar. Het is een pilaar in de wet dat participatie verplicht wordt, vervolgens zeg je dat doen we niet en dat wil je dan evalueren.
Volgens D66 zou het andersom moeten zijn, namelijk dat je het wel gaat gebruiken en het dan gaat evalueren. Daar wil D66 graag een discussiepunt van maken Een ander punt is dat een aantal verklaringen van geen bedenkingen worden verlengd. De oudste van deze verklaringen van geen bedenkingen gaat over de intensieve veehouderij en als je kijkt naar de tekst dan vraagt D66 zich af of deze nog actueel is gezien alle discussie die er op dit onderwerp is. Zou je dat niet eerst moeten actualiseren voordat je gaat verlengen. Dat is ons tweede discussiepunt. De heer Weevers: PP worstelt een beetje met dit voorstel en met de Omgevingswet in zijn algemeen. We willen dit per vier punten (uit het voorstel) aan de orde stellen.
3
Punt 1: De raad is het hoogste bestuursorgaan. Zij stelt daarom de omgevingsvisie en het omgevingsplan vast. Het is zeer te verdedigen om omgeving vergunningen te delegeren naar het college. De raad heeft de kaders vastgesteld en het college weet hoever ze kan gaan. Bij buitenplanse aanvragen ligt dat veel ingewikkelder, deze aanvraag past niet binnen de door de raad vastgestelde kaders. Op basis waarvan moet het college dan haar beslissing moeten nemen? Is dan niet de raad het aangewezen orgaan om te bepalen of een plan wel of niet mag. Onder de huidige RO-regels is het namelijk ook de raad die beslist, door het aangeven van een verklaring van geen bedenkingen. Daarbij komt dat Aalten nog geen omgevingsvisie, -plan en omgevingsprogramma’s kent. Het lijkt PP te vroeg om nu al bevoegdheden weg te geven. Het adviesrecht van de Raad is belangrijk voor een democratische besluitvorming in RO-kwesties. PP is benieuwd hoe andere fracties hierin staan. Punt 2: Geen opmerkingen Punt 3: Participatie. Je kunt hier dezelfde argumentatie als punt 1 op loslaten. De Aaltense samenleving heeft nog niet mee kunnen praten over omgevingsvisie en omgevingsplan. Moet je dan niet die samenleving de mogelijkheid geven om bij alle buitenplanse omgevingsaanvragen haar oordeel te geven? Ook deze principiële vraag wil PP aan de andere fracties stellen.
Punt 4: De UOV (Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure) of niet. Dat hangt natuurlijk ook samen met de vorige punten. Nadeel is ongetwijfeld de langere procedure. PP denkt dat ook met vergunningsaanvragen met adviesrecht van de raad een reguliere procedure soms ook best mogelijk is. Vraag aan de wethouder en de overige fracties is, kunnen we dit niet meer open formuleren? De heer Assink: CDA hoort graag van de wethouder of hij denkt dat de Omgevingswet 1 januari in zal gaan of toch niet en of de raad in de volle breedte een keer bijgepraat wordt over de stand van zaken. Streven is een beleid neutrale overgang. Dit blijkt ook uit de beantwoording van de vragen. Dat geeft vertrouwen over de opgestelde procedures. De toegezegde evaluatie na een jaar geeft kansen op een bijstelling. CDA is benieuwd of dat een hard gegeven is of dat bij een noodzakelijke aanpassing een eerdere evaluatie mogelijk is. Reactie college. De heer Groters: Op het moment van invoeren van de Omgevingswet hebben wij als gemeente geen invloed. Dit hangt momenteel aan de mogelijkheden van het invoeren va het digitaal stelsel, het DSO. We weten nog niet of 1 januari doorgaat, als het op 1 januari wel doorgaat, dan moeten er een aantal beslissingen genomen worden. 1 van die besluiten is wat vanavond voorligt. Hier kunnen we niet mee wachten tot de definitieve beslissing is genomen of de wet doorgaat.
We moeten daar vooraf op inspelen. Het voorstel is inderdaad om zo beleidsneutraal over te gaan. Dat betekent dat we het na 1 januari willen doen zoals we nu ook doen. Wat ons betreft is in de afgelopen jaren niet gebleken dat geen goede werkwijze is. Het is een goed voorstel om niet alleen de klankbordgroep te informeren over de voortgang en de stand van zaken met betrekking tot de Omgevingswet, maar hierin de hele raad te informeren. Wat betreft participatie. De Omgevingswet zorgt niet voor een betere participatie, maar ook niet voor een slechtere. Het huidige beleid is dat we per situatie bekijken of participatie wel of niet nodig is. Zou je participatie verplichten, dan ben je voor iedere buitenplanse omgevingsactiviteit verplicht om het te doen. Hoe klein ook. Als we kijken naar de huidige manier, de Kattenberg, de Albert Heijn, Centrumplan Dinxperlo dan hebben we toch een goede participatie gedaan. De heer Hollema: U zegt dan moet het altijd. Is het niet zo dat een initiatiefnemer moet uitleggen, wat hij gedaan heeft en wanneer hij het niet gedaan heeft, moet uitleggen waarom niet. Daar is toch niks op tegen, dat je iedereen vraagt die een buitenplanse aanvraag doet om uit te leggen waarom wel geen participatie is toegepast. Dat is toch geen grote verandering? Dat is alleen vragen om erover na te denken.
De heer Groters: er zit dan wel een verschil in of je het verplicht stelt of ernaar vraagt. De evaluatie, we doen dit nu ook op een bepaalde manier en volgens mij naar ieders tevredenheid, maar uiteraard kunnen we evalueren. Mocht u behoefte hebben om eerder dan na een jaar te evalueren, dan is dit uiteraard ook mogelijk. De heer Hollema: U zegt ‘dan kunt u het evalueren”, maar als je het niet verplicht stelt. Wat moet je dan evalueren? De heer Groters: We gaan dan evalueren bij welke aanvragen we wel participatie hebben gedaan en bij welke niet. Als we het wel gedaan hebben op welke vorm en welke manier. De heer Navis: Volgens mij zouden wij wel kunnen aangeven voor welke onderwerpen wij participatie verplicht stellen. We zeggen nu, we stellen überhaupt geen verplichte participatie aan de orde. Het zou zo kunnen zijn dat wij als raad een aantal onderwerpen aanwijzen waarvoor verplichte participatie wel van toepassing is. Klopt dat en heeft u daar over nagedacht?
4
De heer Groters: Ja dat klopt, maar dan neem je wel ruimte voor maatwerk weg. En daar hechten we belang aan. Als je het verplicht stelt dan geldt het voor alles wat je dan doet en nu kun je per situatie bekijken of je het nodig vindt of er participatie is en in welke vorm. Anders zeg je dat het voor een bepaalde grote altijd moet gebeuren. We hebben liever dat we maatwerk kunnen toepassen. De heer Navis: Maar bepaalt dan de initiatiefnemer of er participatie nodig is of het college? Wie bepaalt dan hoe die maatwerk eruitziet? Dan trekt u het naar u toe? De heer Groters: in het voortraject bepalen we samen met de aanvrager of participatie nodig is en in welke vorm. De heer Hollema: Begrijp ik het goed dat u zegt dat het onmogelijk is om vooraf regels vast te stellen, onderwerpen vast te stellen waarvoor geldt, gelijke monniken, gelijke kappen, iedereen moet participatie doen, maar dat u vrijheid wilt houden om per geval te moeten besluiten wie er wel en niet aan participatie moet voldoen. De heer Groters: Uiteraard is het niet onmogelijk, maar volgens mij zadelen we elkaar dan met heel werk op. De heer Weevers: Ik wil nog graag een reflectie van de wethouder horen op, met name, mijn laatste punt. Of we nu voor alle aanvragen waarvoor de raad adviesrecht heeft om daar die UOV toe te passen. Ik denk dat procedures onnodig gaat verlengen.
De heer Groters: De reguliere procedure is er om het traject te bespoedigen. Ga je anders doen, dan krijg je juist lange trajecten en dat willen we niet. De heer Meerdink: Mocht onverhoopt op 1 januari de hele wet niet doorgaan, dan kunnen we hier van allerlei plannetjes maken, maar als de wet geamendeerd wordt, dan kunnen we het werk weer opnieuw doen. Op dit moment zijn we blij met de bestemmingsplanprocedures zoals ze zijn. Hier heeft de raad als een van de weinigen nog het mandaat om bij buitenplanse bestemmingsplanwijzigingen een plan aan te nemen of te verwerpen. Als dat betekent dat de raad alleen maar een advies kan geven. Wat is uw mening hierover, zeker als de wet niet doorgaat op 1 januari. De heer Groters: Het wel of niet invoeren zit vast op het digitaal stelsel, dus het programma waarmee straks de aanvraag gedaan moet worden. Niet op alle wetjes die erom heen zitten. Het besluit dat voorligt treedt pas in werking als de wet in werking treedt. Dus als de wet een halfjaar wordt uitgesteld, dan wordt wat nu besloten wordt ook een halfjaar uitgesteld. De heer Holtman: Met betrekking tot participatie.
Wat is de geest van de wet? Is het juist de bedoeling om het wel verplicht te stellen of om dat aan de gemeente over te laten? Wat heeft de wetgever bedoelt? De heer Groters: De wet laat het over aan de gemeente zelf, als straks de omgevingsvisie er is da kunnen we kijken wat het best erbij past. De heer Holtman: dus vanuit de wetgever is geen voorkeur aangegeven? De heer Groters: Nee. De heer Hollema: Mijnheer de wethouder gaat u nu beweren dat een belangrijke pijler van de Omgevingswet niet participatie is? Dat is toch een van de pijlers van deze hele nieuwe wet? Dus er is wel degelijk en geest van de wetgever. Die heeft dit juiste bedoelt, dat is een van de redenen. Natuurlijk is er keuze gelaten voor lokale invulling, maar de geest van de wet is wel degelijk om die participatie verplicht te stellen. De heer Groters: volgens mij gaan er nu twee dingen door elkaar heen. Bij het vaststellen van de omgevingsvisie is duidelijk een participatietraject nodig. Dat gaan we ook doen. Dat staat los van de buitenplanse activiteiten.
Discussiepunten. • Het adviesrecht van de Raad is belangrijk voor een democratische besluitvorming in ROkwesties. Hoe staan de andere fracties tegenover het afgeven van bevoegdheden aan het college? • Wij vinden dat er categorieën aangewezen moeten worden waar wel participatie verplicht zou moeten zijn. • Hoe gaan we om met de UOV? Tweede termijn. Discussiepunt: Het adviesrecht van de Raad is belangrijk voor een democratische besluitvorming in RO-kwesties. Hoe staan de andere fracties tegenover het afgeven van bevoegdheden aan het college? De heer Weevers: We zitten vanaf 1 januari in een situatie dat de nieuwe wet bekrachtigd is, maar we hebben dan nog geen omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s of omgevingsplan. PP vindt dat we in zo’n bijzondere situatie voorzichtig moeten zijn als raad met het afgeven van onze bevoegdheden aan
5
het college, ook als dat in het verleden is gebeurd. PP vindt dat het adviesrecht onverkort voor alle onderdelen zou moeten gelden. De heer Meerdink: De heer Weevers heeft het over adviesrecht. Tot nu toe hebben we mandaat. Dan komt er ook nog die participatie. Ik denk dat er geen gebouw meer bijkomt in de gemeente Aalten. Er is altijd wel iemand die ergens moeite mee heeft. De heer Navis: Ik beperk met toch even tot het adviesrecht. Als het om adviesrecht gaat en we willen het dan helemaal aan deze raad voorbehouden dan denk ik dat we hier iedere avond kunnen vergaderen. Als je zelfs over die kruimellijst moet adviseren. Let wel, adviesrecht, regulier procedure betekent gewoon binnen 8 weken (misschien volgend met 6 weken) een besluit nemen. Eerst moet het voorstel voorbereid worden, college moet advies beoordelen, vervolgens gaat het naar de agendacommissie. Dat is tijdstechnisch niet haalbaar. Door alle onderwerpen naar deze raad te halen is kansloos. Wat mij betreft gaan we kijken over welke onderwerpen we wel een advies uit willen brengen, maar om te beginnen met alles. Nee dan vindt u mij niet aan uw zijde. De heer Assink: Ik sluit me aan bij de heer Navis. Mijn vraag aan de Weevers.
De bijgevoegde kruimellijst, wil hij die ook ter discussie stellen? De heer Weevers: Ik wil graag de discussie voeren, wat wel en wat niet? Bijvoorbeeld het eerste punt, het onderdeel intensieve veehouderij, D66 heeft dat ook al genoemd. Dat is nu zo een hot maatschappelijk item. Ik zou het heel erg op prijs stellen wanneer die aanvragen wel in de raad worden behandeld. De heer Rijks: Dit is precies een onderwerp waarvan ik zeg dat we een jaar lang ervaring op kunnen doen om uit te vinden hoe zoiets werkt en dan kunnen we na jaar de balans opmaken. Laten we vooral doorgaan zoals we het nu doen en kijken of het nodig is om die aanpassingen te doen. De heer Holtman: De woorden van de heer Navis spreken mij ook aan. Vraag aan de heer Weevers: wat zijn dan nog meer voorbeelden, of hoe kunnen we komen tot een voorstel van welke thema’s wel en wel thema’s niet? De heer Weevers: ik kan die thema’s nu niet stand te pede opnoemen. Maar het college heeft al een voorstel gedaan met die 5 punten in het voorstel. Als we het daar over hebben, dan vind ik het prima. Eigenlijk zegt het college nu al. Met uitzondering van deze 5 punten komt alles in de raad voor advies. Ik zou dat wel een beetje willen oprekken. De heer Hollema: Alles is niet haalbaar. Dus ook D66 vindt dat je selectief moet kijken. Als we iets vrij recent hebben besproken dan heb ik daar niet zo’n moeite mee.
Op het moment dat iets al ouder is en de huidige situatie daar om vraagt, zoals bij intensieve veehouderij, dan moet het of ander opgeschreven worden of je moet het naar de raad heen halen. De heer Meerdink: Ik wil wel graag een verduidelijking van de heer Weevers. Hij zegt is wil wel graag een advies willen geven. Bedoelt hij dan advies of een oordeel? De heer Weevers: De Omgevingswet schrijft voor dat er bij buitenplanse aanvragen, dat de raad adviesrecht kan hebben. In die gevallen, die door de raad zijn vastgesteld. De Tweede Kamer heeft met amendementen dat recht nog wel aangescherpt, het is een bindend advies, dat betekend dat de raad toch aan het stuur zit, maar het blijft formeel een advies en het college is bevoegd gezag. De heer Navis: in het voorstel staat dat het college de raad om advies vraagt en college kan dat advies niet naast zich neerleggen. Dus dat moeten ze uitvoeren. Aanvulling door aanwezige ambtenaar: Het is een bindend advies. Het college moet met inachtneming van het advies van de gemeenteraad een besluit nemen naar aanleiding van de aanvraag. Het is een verzwaard advies. Het college moet het opvolgen. Discussiepunt: Participatie, wel of niet verplicht stellen. De heer Weevers: Ik merkte in de eerste termijn ook al dat verschillende ander fracties hier ook vraagtekens bij hebben. Er staat nu heel hard in dat participatie niet verplicht wordt gesteld.
Ik vind het antwoord van de wethouder wat wollig in de zin dat er wel maatwerk mogelijk is. Ik vraag me af hoe we hier wat meer handen en voeten aan kunnen geven. Wij vinden dat er categorieën aangewezen moeten worden waar wel participatie verplicht zou moeten zijn. De heer Meerdink: er is een ondernemer in de gemeente Aalten en die wil een bedrijfsgebouw openen en daar is verplicht participatie bij. Betekent dat ook dat diegene die wil participeren dat die ook financiële risico’s neemt en deelneemt in de financiering van zo’n project? Of wat houdt de participatie in? De heer Weevers: Dit gaat over ruimtelijke processen, dus bijvoorbeeld of er ergens een bedrijfspand gebouwd mag worden ja of nee. En als dat bijvoorbeeld ten koste gaat van natuur of een stukje landbouwgrond. Dan kan ik me voorstellen dat daar bezwaren tegen zijn. Ik vind het logisch dat de raad ook naar dat soort bezwaren gaat luisteren. En ook de bezwaarmakers de gelegenheid krijgen om hun bezwaren naar voren te brengen.
6
De heer Meerdink: bezwaar is wat anders dan participeren. Bezwaar indienen kunnen we in dit land tot in den treure doen. Onder participeren versta ik financiële risico’s en inbreng wil hebben. De heer Hollema: Het gaat in de Omgevingswet heel duidelijk niet om financiële participatie. We moeten het doen met de definitie zoals die in de wet staat. Waar het om gaat is: dat de verantwoordelijkheid bij de aanvrager neergelegd wordt om vroegtijdig met belanghebbenden te gaan praten. Dat kan soms heel klein zijn, een gesprekje met de buren. Dat kan soms heel groot zijn. Daar gaat het om vroegtijdig praten, niet pas als de aanvraag er is. De verplichtstelling zegt, dat als de aanvraag ingediend wordt en er is niks gezegd over participatie dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. De heer Meerdink. Ik heb er mijn twijfels over het is zoals u het zegt. Ik leg participatie anders uit, dan u hem uitlegt. De heer Navis: Toch bijzonder hoeveel definities van participatie er rondgaan. Hoe ik het interpreteer is het vroegtijdig bij de planvorming de omgeving te betrekken bij een initiatief. Dan kan ik me voorstellen dat het niet zozeer hangt aan het benoemen van een onderwerp zoals intensieve veehouderij. Ik had graag gehad dat het college had nagedacht over categorieën wanneer participatie moet worden toegepast.
De heer Assink: Ik kan de heer Navis volgen als hij spreekt over categorieën. De wethouder heeft straks een aantal voorbeelden genoemd, de kattenberg, de Albert Heijn, Centrumplan Dinxperlo. Wanneer besluiten we dat we willen participeren? Hoe trek je de grenzen? Hoe kunnen we dat voorzien? De heer Navis: De heer Assink benoemt concrete initiatieven. Het is het makkelijkst om een afvinklijstje te hebben wanneer wel, wanneer niet. De kern van de Omgevingswet is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Dus wanneer een aanvraag leidt tot een verslechtering van de omgevingskwaliteit dan vinden we het belangrijk dat de omgeving erin participeert. Dat de omgeving erin kan meedenken. Dat zijn echter geen harde gegevens, dus hoe komen we daartoe? De heer Assink: het hoeft toch geen verslechtering te betekenen van omgevingkwaliteit. De heer Navis: dat het college in bepaalde gevallen participatie toe wil passen is alleen maar goed. Het gaat erom dat de heer Weevers ter discussie stelt wanneer we nu verplichte participatie toepassen? Daar denk ik aan bij een verslechtering van de omgevingskwaliteit. De heer Hollema: Ik zie toch wat verwarring ontstaan over participatie op initiatief van de gemeente, zoals bij de Kattenberg en straks met de omgevingsvisie. Daar hebben we het nu echter niet over.
Het gaat nu over: iemand doet een aanvraag, wanneer gaan we de aanvraag in behandeling nemen als iemand al gestart is met de participatie. Ik zit heel erg op de lijn van de heer Navis dat het college was gekomen met een eerste selectie van onderwerpen. Want dan heb je ook wat te evalueren over een jaar. Dan zou je kunnen zeggen, laten we voorzichtig beginnen. Van de tien onderwerpen zouden we er twee of drie kunnen doen. dan kunnen we daar ervaring mee opdoen, dat evalueren en dan zien we over een jaar hoe we verder gaan. De heer Weevers: Ik wil het toch even terugbrengen naar waar het vanavond om gaat en dat zijn buitenplanse omgevingsactiviteiten, dus niet over de Kattenberg. Ik voel veel voor de benadering van de VVD. Stel de verbetering van de omgevingskwaliteit centraal en dan zou ik het willen omdraaien bij wat er nu bij punt drie in het voorstel staat. Ik zou de initiatiefnemers willen vragen: pas toe of leg uit. De heer Hollema: helemaal mee eens. Zoals ik de Omgevingswet begrijp is dat nu juist de kern van die participatieverplichtstelling. Dat je in ieder geval uitlegt wat je hebt gedaan en als je het niet hebt gedaan, waarom niet. Dat is de kern. De heer Holtman: Ik sluit me ook aan bij de woorden die net zijn gezegd. Ik denk dat het goed is dat er wordt onderzocht of er niet een soort van kwalitatieve criteria kunnen late bedenken door het college.
Dus misschien is het een idee om een motie te formuleren waarbij we vragen om te komen tot kwalitatieve criteria. De heer Meerdink: aangezien het niet helder is ga ik het iets scherper stellen. Morgen komt de staatsecretaris met een plan om een asielzoekerscentrum in Aalten te openen. Wat is er dan, inspraak of participatie? De heer Walter: deze vraag kunt u beter aan het college stellen. Ik denk niet dat wij als commissie ons nu met deze vraag moeten bezighouden. Dat gaat om een andere vorm van participatie omdat ons dan iets wordt opgelegd en heeft niet met onderwerp te maken. Discussiepunt: Hoe gaan we om met de UOV? De heer Weevers: het gaat om de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De wethouder zei terecht dat dat een langere procedure is dan de reguliere procedure. Ik lees het voorstel zo; dat wanneer er sprake is van adviesrecht van de raad en dat geldt voor heel veel aanvragen. Dat dan altijd de uov toegepast wordt. Ik zou graag de ruimte hebben om ook de reguliere procedure toe te passen omdat ie veel sneller is. Ik wil graag van de andere fracties horen wat zij ervan vinden.
7
De heer Walter: Ik heb de wethouder horen zeggen dat het college een voorstander is van de snellere procedure. De heer Weevers: maar het voorstel zegt anders. De heer Navis: Ik vind het heel technisch en ik kan he niet overzien. Mijn advies zou zijn om hierover een schriftelijke vraag in te dienen bij het college. Ik vind het erg vergaand en kan niet overzien of het kan. De heer Hollema: Een beetje in dezelfde lijn. Ik denk dat hier evaluatie wel van toepassing is om uit te vinden hoe dat dan exact uitpakt. Ik heb straks begrepen dat er een evaluatie komt na een jaar, maar waar nodig eerder. Dit zou een punt kunnen zijn waarvoor dat van toepassing is. De heer Meerdink: de heer Weevers als u bent voor kortere procedures dan vindt u BBB-HMV aan uw zijde. Want procedures zijn over het algemeen te lang en zeer kostbaar. De heer Navis: Ik ben het op zich met de heer Meerdink eens dan het kort en snel moet gaan. Maar het is ook erg belangrijk dat ze zorgvuldig gaan. Want als procedures niet zorgvuldig gaan, dan duurt het nog veel langer. Dan krijg je bezwaar en beroep en duurt het nog veel langer. De heer Meerdink: wat ik vervelend vind is dat de overheid de mogelijkheid heeft om steeds de eisen te veranderen en daardoor gelden die procedures opeens niet meer, dan kan het nog veel langer duren.
De heer Rijks: We komen er elke keer op terug op het feit dat we het nog niet kunnen overzien, dat de wet er nog niet is, dat iedereen denkt dat er nog wat veranderd in de wet. Ik denk dat wanneer we met dit stuk aan de slag gaan en vaststellen dat we een jaar hebben om te kijken hoe het loopt en daarna een evaluatie te doen. Dat we daarna onze problemen kunnen oplossen en we op deze manier de procedure zo kort mogelijk houden. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan om de hele raad te informeren over de stand van zaken met betrekking tot de Omgevingswet. BBB-HMV geeft aan met een amendement te komen om het voorstel aan te houden. Het voorstel gaat als bespreekstuk naar de raadsvergadering 27 september 2022.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 27 september 2022.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
8