Besluitenlijst Oordeelsvormende vergadering d.d. 11 oktober 2022.pdf
Tekst van het document
OPENBAAR
Besluitenlijst Oordeelvormende vergadering van 11 oktober 2022. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:
Voorzitter: de heer J. Polman De leden: Agendapunt 2: de heren Hollema, Onstenk, Holtman, Bulsink, Weevers en Wijbrans en mevrouw Kraaijenbrink. Agendapunt 3: de heren Hollema, Assink, Ebbers, Holtman, Bulsink, Weevers en Meerdink. Agendapunt 4: de heren Hollema, Belterman, Navis, Logmans, Bulsink, Bauhuis en Wijbrans. Namens het college: Agendapunt 2: wethouders Groters en Wikkerink Agendapunten 3 en 4: wethouder Groters. Griffier: de heer Fiering
2.Voorstel tot vaststellen van het Plan van Aanpak Energiearmoede gemeente Aalten. Eerste termijn. De heer Holtman: De fractie van de CU is op hoofdlijnen akkoord met het plan van Aanpak. Goed dat er wordt ingegaan op de actualiteit. Wij hebben 3 discussiepunten. 1. Het wettelijk sociaal minimum. In het plan van Aanpak staat nu aangegeven dat uitgegaan wordt van 120%. De fractie van de CU zou willen voorstellen dit naar 130%-140% te brengen. 2. Wij kennen het instrument individuele inkomenstoeslag. Dit zit in een bepaalde bandbreedte. Dit is ook afhankelijk van de situatie en er zijn een aantal voorwaarden aan verbonden. De vraag is of wij hier niet wat flexibeler mee om moeten gaan. 3. De fractie van de CU was verbaasd dat de Sociale Raad niet betrokken is geweest bij dit voorstel. De heer Onstenk: In een heldere presentatie werd aangegeven wat de gemeente Aalten al doet en wat de verdere aanpak zal zijn. De voorgestelde wijze van communicatie naar inwoners is erg belangrijk. Graag willen we naast doorverwijzing naar het ondernemerssteunpunt nog wat meer aandacht voor onze ondernemers. Als landelijke regelingen niet toereikend blijken te zijn moet er maatwerk worden toegepast. Per 1 januari zal het energieplafond d.m.v. de energieprijs rechtstreeks met de leverancier verrekend worden. Hierdoor wordt het geld besteed waar het voor bestemd is. Geen discussiepunten.
De heer Bulsink: In de beeldvormende vergadering werd een goede presentatie gehouden, op welke wijze de energiearmoede wordt aangepakt. Wij hebben daar alle vertrouwen in. De oorzaak van de energiearmoede kunnen wij niet bestrijden, maar wel de financiële gevolgen, die een deel van onze inwoners treft, met dit plan wat te verlichten. Geen vragen of discussiepunten. Wat de GB-fractie betreft mag dit stuk als stemstuk zonder stemverklaring naar de raad. De heer Weevers: Een goed stuk, prima dat hier aandacht aan wordt gegeven. Discussiepunt: We hebben de indruk dat het plan van aanpak vooral een kwestie is van pleisters plakken. Aan de werkelijke oorzaken wordt niet veel gedaan. Hoe kunnen wij als gemeente aan structurele oplossingen werken. Denkend aan grote investeringen die nodig zijn om woningen energiezuinig te maken. Meer doen om het haalbaar te maken voor de mensen. Mevrouw Kraaijenbrink: Complimenten voor dit plan van Aanpak. Goed om te lezen dat er al veel initiatieven zijn en bestaande initiatieven uitgebreid gaan worden. Wij vragen om dit plan van Aanpak goed naast het landelijke energieplafond te blijven leggen. In de maanden november en december komt er een energiecompensatie voor alle huishoudens. De gemeente Aalten is van plan de energietoeslag al uit te betalen in de maand december.
Wij uiten onze zorgen met deze planning zeker met Sinterklaas en Kerst in het vooruitzicht. In de Gelderlander van 1 oktober lazen we een artikel over het aantal aanvragen voor de energietoeslag. Het aantal lag beduidend hoger dan het aantal reguliere uitkeringen. In Aalten zijn zo’n 200 aanvragen afgewezen. Op door ons gestelde vragen over deze middengroep kregen we als antwoord dat deze in beeld zijn. Uit de beeldvorming van vorige week bleek dat deze groep slecht in beeld was. Wij willen het advies meegeven de middengroep goed in beeld te krijgen en
ook voor hen passende maatregelen te treffen. Uit al deze nieuwsberichten blijkt dat het tijd is om zo snel mogelijk aan de slag te gaan met het plan van Aanpak. Discussiepunten: De compensatie in december en de middeninkomens. De heer Hollema: Mooi om te zien dat Sociaal Domein en Ruimtelijk hier bij elkaar komt. Het loopt mooi door elkaar heen. Een helder geschreven stuk. Vooral een samenvatting van wat er nu al gebeurt. Twee aankondigingen van wat er nog gaat komen. Na vandaag verandert er niet zoveel door dit plan. Wij zijn wel blij dat er stappen worden gezet naar gerichte lokale regelingen. Ook blij dat er een concreet plan komt van De Woonplaats voor woningen met een rood- energielabel. Maar dat is een eerste stap, het is maar een klein deel van de woningen. Voor aanpak van woningen met rode energie labels is aanpak met energiecoaches niet voldoende. Ook particuliere woningen met een rood energielabel moeten in kaart worden gebracht alsmede de bewoners die geen slagkracht hebben om het te doen. De heer Wijbrans: In februari heeft de raad gevraagd wat de gemeente kan doen inzake energiearmoede. Nu hebben we dit stuk waarin aangegeven wordt wat kan met betrekking tot de Rijksbijdrage. Vorige week info gehad over voor wie dit moet gaan gelden? Wij zouden graag van een expert willen horen hoe we de mensen kunnen helpen.
Iets meer dan bijstand en zonder dat mensen weer toelages kwijtraken. Energiearmoede is echte armoede. Mensen voelen dat. Gevolg kan zijn dat kinderen zonder ontbijt op school komen. Heeft het college een beeld hoe de situatie in Aalten is. Is er contact met de scholen en moet hier bijgepast worden? Reactie college: Wethouder Wikkerink: Doel van deze nota is vooral om te kijken hoe we - door het Rijk toegewezen middelen - gaan verdelen. Er zit vrij weinig extra eigen beleid in. Als je het hebt over de energietoeslag (€ 1300) die hebben wij verstrekt aan mensen met een inkomen van 120% van het sociaal minimum. Voor bijstandsgerechtigden is het bedrag al uitgekeerd. De rest heeft het zelf aangevraagd. Van de +/600 aanvragers zijn er 300 - 400 bij ons bekend in het minimabeleid. Dat is iets om in de toekomst mee aan de gang te gaan. Er zijn dus meer mensen met een laag inkomen dan zich bij ons gemeld hebben voor het reguliere minimabeleid. Ten aanzien van genoemde 140% merkt hij op dat de raad vrij staat om de inkomensgrenzen te bepalen. Mevrouw Kraaijenbrink: Er werd gezegd dat het eerste deel van de €1300 aan het eind van 2022 betaald zou worden en het tweede deel in 2023 en niet zoals u nu zegt; begin 2023. Wethouder Wikkerink zegt dat hij het antwoord schuldig moet blijven. Zullen we uitzoeken en komen hier schriftelijk op terug.
Wij zijn bezig - voor met name de middeninkomens - om een ‘glijdende’ schaal te maken. De heer Weevers: Als je een glijdende schaal toepast betekent dit dat je meer geld ter beschikking kunt krijgen voor de iets hogere inkomens. Dan zou de grens misschien naar 150% kunnen gaan. Wethouder Wikkerink: Als u dit in de discussie wilt meenemen stel ik voor dat u eens een paar modellen uit laat rekenen. Geef dan ook meteen aan of we dit nog doen voor 2022 of 2023. De heer Wijbrans: Het is ook interessant als u bij de doorrekening - wanneer we middeninkomens mee gaan nemen, dus richting 140% gaan - de mensen dan niet andere toeslagen moeten inleveren. Wethouder Wikkerink: De energietoeslag staat buiten alle andere toeslagen. Het is moeilijk een eenduidige maatregel te treffen omdat allerlei situaties bijna verschillend zijn. Het is allemaal maatwerk. Hetzelfde geldt voor die individuele inkomenstoeslag. Daar kunnen we naar kijken. Waarom de Sociale Raad niet betrokken, is weet ik niet. Dit wordt uitgezocht. De heer Holtman: Kunt u iets zeggen over welke procedure gevolgd moet worden als we de criteria iets willen bijstellen. Moet je dan het hele Armoedebeleid herzien of sec voor dit onderwerp pakken we 1 jaar en volgend jaar stellen we het weer bij als de situatie gunstiger is. Wethouder Wikkerink: Dat zou in principe moeten kunnen.
Weet niet precies wat de wettelijke consequenties zijn als criteria worden bijgesteld. Dat zullen we uitzoeken. Er is extra aandacht voor ondernemers. Ook daar zie je dat er enorme verschillen zijn. We hebben het ondersteuningsmeldpunt. Tot nu toe hebben zich 5 ondernemers gemeld. We zijn bezig met een grote campagne. Laat ondernemers zich melden als ze problemen hebben. Spreker zegt zelf ook wel te voelen dat het pleisters plakken is in de inkomensondersteuning. Wij kunnen als gemeente niet heel veel meer dan pleisters plakken. We moeten straks wel goed kijken hoe de regeling uitwerkt. Ook dat weet nog niemand. We kunnen nu wel allerlei regelingen en fondsen opzetten maar wij wachten op de Rijksregelingen. Daarnaast worden mensen opgeroepen om zich te melden als ze nu in de problemen zitten en we proberen ze te helpen op een maatwerk manier. Wij hebben contact gehad met scholen over ‘ontbijten’. De indruk van de directiekring is dat het in de gemeente Aalten hoe genaamd niet voorkomt. Als het al voorkomt en ze hebben er een vermoeden van dan zullen ze dat ook melden. De heer Holtman: U gaf aan uit te zoeken wat de eventuele opties zijn op de individuele inkomenstoeslag. Kunt u toezeggen dat voor de komende raadsvergadering uitgezocht te hebben?
2
Wethouder Wikkerink: Ja. De heer Hollema: Als u één en ander gaat uitzoeken gaan we het dan bij de mogelijke dekking hebben over landelijke middelen of lokale middelen? Wethouder Wikkerink: Als het over individuele inkomenstoeslag gaat dan zijn dat middelen die de gemeente betaald. Wethouder Groters: Voor ons ligt het plan van aanpak om de acute energiearmoede op te pakken. De komende maanden willen we gaan onderzoeken wat de structurele oplossingen kunnen zijn voor de lange termijn. Er zijn landelijke regelingen die nu al gelden maar we willen ook kijken wat er binnen de gemeente nog mogelijk is. Bv. de energiebank maar ook het verduurzamen van de woningen. Dan spreken we niet alleen over woningen van De Woonplaats. Allerlei dingen zijn nu al mogelijk. Je kunt gewoon een advies vragen of een coach bij huis laten komen. Deze dingen bestaan al maar we willen kijken hoe we dat nog beter aan de man kunnen brengen. De heer Hollema: Het punt dat ik wilde maken is dat een energiecoach met een label F woning gewoon niet voldoende is. Daar moet meer gebeuren en daar gaat het om. De heer Weevers: Dit probleem is al enige tijd bekend. De wethouder zegt; ‘We gaan de komende periode focussen op die structurele aanpak. Wij hadden gehoopt dat dit nu al in dit plan was opgenomen.
Wanneer kunnen we wel een structurele oplossing voor de problemen verwachten? Wethouder Groters: Ook daar geldt gedeeltelijk wat er landelijk gaat gebeuren. Ik verwacht dat er volgend jaar Q1 een plan van aanpak komt. De heer Holtman: In de beeldvorming is gesproken over energiebesparing en energieopwekking. Kunt u dat ook in de structurele oplossingen plan meenemen. Wethouder Groters: Ja, dit zal ook worden meegenomen in dat plan van aanpak. De heer Hollema: Blij met de toezegging dat er een extra plan van aanpak komt. Goed dat deel A er ligt maar wij hadden ook deel B verwacht. Discussiepunten. • Ophogen wettelijk sociaal minimum naar 130%-140% • Flexibeler omgaan met voorwaarden individuele inkomenstoeslag/middeninkomens • Structurele oplossingen van de werkelijke oorzaken • Planning energiecompensatie in de maand december • Aanpak woningen met rode-energielabels ook bij particulieren en eigenaren in combinatie met energiecoaching. Tweede termijn. Discussiepunt: Wettelijk sociaal minimum wel of niet ophogen naar 130% of 140%. De heer Holtman: Kan het op draagvlak rekenen om iets voor te bereiden om modellen en consequenties etc. uit te laten werken. De heer Bulsink: Wij vragen ons af waarom u dat wilt. Laat het sociaal minimum op 120% en daar waar nodig aan het college laten of het wel of niet naar 130% of 140% moet zijn.
Maar dan zeer individueel en niet op een algemene basis. De heer Holtman: Wij zien dat heel veel mensen het moeilijk hebben. Het is meer dan gerechtvaardigd om de algemene grens naar een hogere grens te doen. Het is heel risicovol om maatwerk te gaan leveren. Op basis van welke criteria gaat het college dan beoordelen? Mevrouw Kraaijenbrink: Eens met de CU fractie. Wij willen meedoen in zijn voorstel om deze dingen uit te zoeken. De heer Onstenk: Wij sluiten ons aan bij de fractie van GB. 120% handhaven en maatwerk. De heer Holtman: Hoe zou dat maatwerk er dan uit moeten zien? Natuurlijk kan dat, maar is dat dan het argument om niet die grens omhoog te doen? Hoe moet je dat maatwerk dan toepassen zonder dat het willekeur wordt. De heer Onstenk: Maatwerk hoeft geen willekeur te zijn. Mensen moeten wel een bepaalde schroom overwinnen om zich te melden. Een pennenstreek bij 130% is misschien ook niet reëel t.o.v. mensen die bv. net 135% hebben. Wij kiezen dan liever voor maatwerk. De heer Wijbrans: De BBB-HMV fractie gaat zich aansluiten bij de CU om het in ieder geval te laten doorrekenen. De heer Weevers: Wij hadden van de wethouder begrepen dat hij daar al een aantal modellen van in beeld wil brengen. Hier zal dan ook de consequenties voor het gemeentelijk budget bij horen. Komt dat inzicht vóór de komende raadsvergadering. Wethouder Wikkerink: Denk dat dat wel mogelijk is.
3
De heer Holtman: Op basis van de toezegging om vóór de raadsvergadering van 25 oktober verschillende modellen uit te werken zullen wij bepalen of wij een amendement indienen. We zien de beantwoording graag tegemoet. De heer Hollema: Wij gaan mee om dit door te laten rekenen. Discussiepunt: Flexibeler omgaan met voorwaarden individuele inkomenstoeslag/middeninkomens. Hier komt een schriftelijke reactie op. Discussiepunt: Structurele oplossingen van de werkelijke oorzaken. De heer Weevers: Het enige dat helpt om de energierekening naar beneden te krijgen is isolatie van de woning. Dan gaat het om grote bedragen. Daar zijn verschillende financieringsopties voor. De vraag is hoe Aalten daaraan kan bijdragen. Niet alleen bij financiering maar ook bij kennis en ontzorgen. Het is heel acuut nodig dat dit plan er komt. Niet pas in Q1 2023. De heer Holtman: De fractie van de CU kan zich hierbij aansluiten. De heer Hollema: De D66 fractie sluit zich hier ook bij aan. Discussiepunt: Planning energiecompensatie in de maand december. Hier komt een schriftelijke reactie op. Discussiepunt: Aanpak woningen met rode-energielabels ook bij particulieren en eigenaren in combinatie met energiecoaching. De heer Hollema: De echte problemen zijn nu met de rode energielabels. Daar moet je nu mee aan de slag. Hoe kun je dat lokaal onder de aandacht brengen en stimuleren om dit sneller te doen.
Hoe krijg je die particuliere eigenaren in beeld. Breng in kaart hoe je die 20% kunt afpellen. Dan kun je echt stappen zetten. De heer Onstenk: Dit wordt toch integraal een onderdeel van het hele plan. Die toezegging hebben we toch al. De heer Hollema: Daar gaan wij ook vanuit. Maar dit is vrij nieuw en was als input bedoelt naar de wethouder. Conclusie: De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: Wethouder Wikkerink: - Schriftelijk antwoord tijdspad wanneer energietoeslag 2023 wordt uitbetaald; - Nagaan waarom Sociale Raad niet betrokken is; - Uitzoeken wat de wettelijke consequenties zijn als criteria worden bijgesteld voor individuele inkomenstoeslag/middeninkomens. Opties voorleggen individuele inkomenstoeslag. Flexibeler omgaan met voorwaarden. Verhogen van het wettelijk sociaal minimum naar 130% of 140%. Vóór de raadsvergadering van 25 oktober 2022 ook de consequenties gemeentelijk budget in beeld brengen. Wethouder Groters: - Q1 2023 plan van aanpak structurele oplossingen inclusief energiebesparing en energieopwekking. Een aantal fracties is voornemens een motie of amendement in te dienen. Het voorstel gaat bespreekstuk naar de raadsvergadering van 25 oktober 2022.
3.Voorstel tot het instemmen met de Startnotitie ‘Samenwerken aan Omgevingsvisie”. Eerste termijn. De heer Assink: De notitie geeft een duidelijk inzicht welke fases worden doorlopen om uiteindelijk te komen tot een gedragen Omgevingsvisie. Gevraagd wordt hoe diep de gemeenteraad betrokken wil worden bij de vervaardiging van de Omgevingsvisie. En hoe de raad haar rol dan ziet. Wij denken dat deze startnotitie een goed document is om de betrokkenheid van de raad mede te vergroten. De rol van de gemeenteraad zal zijn dat hij en betrokken stakeholders en gebiedspartijen mede gehoord worden tijdens alle gespreksronden die er gepland staan. Wij denken dat minimaal de raad als toehoorder tijdens deze gesprekken aanwezig moet zijn. De Klankbordgroep komt op gezette tijden bij elkaar. Dit moeten we handhaven en misschien wel uitbreiden. Waarbij wat ons betreft op de tribune plaats is voor
4
raadsleden en fractievolgers. Kennis bij de raad is van cruciaal belang. Ook van belang dat visies van andere organen, Rijk en provincie, eerst goed duidelijk worden gemaakt voordat we plaatselijk aan een verdiepingsslag gaan. Participatie, inspraak en eventuele zienswijzen is in de ontwerpfase zeer belangrijk. Het gesprek en overleg met gebiedspartijen. Immers deze partijen hebben ook ideeën. Kennis van het gebied zit ook bij de mensen die in het gebied wonen en werken. Geen discussiepunten. De heer Bulsink: Wij zien dit stuk echt als een startnotitie. De presentatie in de beeldvormende bijeenkomst was helder. Op dit moment zijn er geen aanvullingen of wensen. Voor de raad zijn er nog voldoende momenten ingebouwd om bij te sturen. Daarnaast is er ook nog de Klankbordgroep waarin alle fracties vertegenwoordigd zijn. De heer Meerdink; In het begin lijkt er nog wel van alles te kunnen. Sleutelwoorden: ‘vertrouwen en loslaten’. Dat klinkt heel mooi. Algemene regels, zo min mogelijk vergunningen. Als we alles zo vastleggen en we hebben de NOVI (Nationale Omgevingsvisie) en de PROVI er nog bij met z’n strategische opgaven, dan word je toch wat voorzichtiger. Een aantal vragen aan het college.
Ruimtelijke initiatieven die in de loop van de Omgevingswet naar voren komen, krijgen die nog kans van slagen of zijn ze zo ingebed dat er geen nieuwe dingen kunnen gebeuren? Dat alles moet passen binnen de doelstellingen? Tekeningen en kaarten. Tekeningen kunnen snel komen en ook snel weggaan. Dat geldt ook voor de inkadering. Het gaat erom dat dingen gerealiseerd kunnen worden. Als we het zo breed gaan trekken als de provincie aangeeft dan wordt het met vergunningverlening bijzonder moeilijk. Participatie en inspraak is mooi, maar er is altijd wel iets waardoor dit wel een groot probleem gaat worden. Blz 9 – 11. Hier wordt gesproken over; ‘als het kaartje ingekleurd wordt’. Wat betekent dat? Dat beloofd nog heel spannend te worden. Er staat tot drie keer toe in: “het is geen blanco vel waarover wij hier spreken”. De overheid en de provincie hebben een belangrijke stem in het hele gebeuren. Als je alle aspecten van een fysieke leefomgeving hierbij betrekt hebben wij er een zwaar hoofd in. Misschien is het verstandiger om nu niets te besluiten en eerst af te wachten. De heer Ebbers: We zijn niet te laat met het opstellen van de Omgevingsvisie. We zijn wel laat als we nu pas starten. Blijkbaar hebben we alleen nog maar geïnventariseerd wat er is. Hoeveel tijd en energie is daar wel niet in gaan zitten.
De inhoud van de notitie is meer een procesbeschrijving dan een startnotitie. Zou de startnotitie niet richtinggevend moeten zijn. Waar willen we naar toe werken, wat willen we opschrijven. Of willen we een startnotitie met ambities zoals de VVD-fractie graag wil. Welke ambities vinden wij als raad belangrijk. Discussiepunt: Welke ambities hebben de andere fracties en moet dit niet veel meer een plek krijgen in de startnotitie. De heer Weevers: Er wordt gesteld dat dit een kaderstellende notitie is. Maar de inhoudelijke kaderstelling missen we. De procesbeschrijving is perfect. We willen als raad meer aan het stuur gaan zitten. Meer bepalen welke kant we op willen. Wij willen met andere fracties wel aan een aantal sessies wijden over welke kant we op willen. De heer Hollema: Een heldere startnotitie. Goede borging en processen. Wij steunen de insteek om door te gaan met de Omgevingsvisie ook al komt er uitstel van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is de paraplu, de ambitie, daar hangt alles aan. Laten we daarmee beginnen en niet vooruitschuiven. Goed dat de participatieladder besproken wordt. Discussiepunt: het staat nu op co-produceren, maar het is een kernvisie. Moet je andere partijen laten meeschrijven of moeten zij dicht bij adviseren zitten? Hier moeten we duiding aan geven zodat dit meegenomen kan worden bij verdere stappen. De heer Holtman: Heldere beeldvorming.
Het idee gekregen dat we er ‘vat’ op hebben. Proces ziet er goed uit. Veel tijd wordt genomen voor fase 1. Goed dat we per fase werken, afronden. Risico dat er een bepaalde fuik wordt ingegaan. Dit wordt volgens de CU fractie onderkend. Men probeert daar scherp op te zijn. Kijk naar andere omliggende gemeenten hoe zij dit aanpakken. Wij missen ook wel de kaderstelling. “Q 4 2022 – Q 3 2023 verzamelen van de basisingrediënten en inkaderen van de Omgevingsvisie”. Zou het niet goed zijn om daarvoor een kaderstellende notitie op te leveren en die als basis te gebruiken voor de inkadering? Reactie college. Wethouder Groters: Het is inderdaad nog onduidelijk of per 1 januari de Omgevingsvisie ingaat. Los daarvan willen we gewoon doorgaan met de visie. We beginnen niet met een schone lei, er liggen al heel veel dingen vast. In het verleden is al heel veel vastgelegd. We gaan kijken wat er allemaal al is en pakken dit op om er gezamenlijk één Omgevingsvisie van te maken. De bedoeling is dat we dit ook gezamenlijk met de raad gaan doen. De ambitie willen we samen met de raad in fase 1 gaan bepalen. Voor de één zal het meer co-produceren zijn en voor de ander meer adviseren. Maar met bv. het Waterschap Rijn-IJssel zal het toch meer co-produceren zijn. Of alle initiatieven een kans krijgen? Wij denken van wel maar dat zal afhankelijk zijn van wat er straks in de visie per gebied staat.
Het is niet zo dat als straks alles vastligt er niets meer mogelijk is. We gaan gezamenlijk kijken wat er mogelijk is. Als we alles gaan dichttimmeren is er niets meer mogelijk.
5
We gaan uiteraard overleggen met andere gemeentes, we leven niet op een eiland en we zullen inderdaad overlappen met andere gemeentes. Hoe ziet u die kaderstellende notitie? Wij willen dit juist in fase 1 gezamenlijk met u gaan doen. De heer Holtman: Wij geven nu akkoord op een startnotitie. Er staat dat na akkoord van deze visie de basis ingrediënten worden verzameld en dat er een inkadering plaatsvindt op basis van allerlei uitspraken rondom die Omgevingsvisie. Er worden een aantal deelopgaven geformuleerd en vervolgens worden die uitkomsten aan ons voorgelegd. Maar er staat niet dat samen met de gemeenteraad de kaders voor die visie worden vastgelegd. Dat missen we. Als het hier niet is wanneer vindt dat dan wel plaats. Wethouder Groters: Het zit in die fase 1 bij het vaststellen van de huidige doelen en beleid. De heer Weevers: Het gaat er niet om wat er is maar het gaat er juist om welke kant wij als gemeente op willen. We moeten hier gezamenlijk een beeld van schetsen. Wij hebben de indruk dat dit in deze fasering niet helder is wanneer dat gaat gebeuren. Wanneer gaat de discussie in de raad plaatsvinden over welke kant we op willen? Wethouder Groters: Dat is in fase 1. We moeten hem inderdaad iets specifieker gaan benoemen. De heer Hollema: Om het specifieker te maken. Bestaande regeltjes is meer bottum-up. Er is behoefte aan een top-down.
Die twee wil je graag bij elkaar krijgen. Is dat ook zoals de wethouder het begrijpt? Wethouder Groters: Jazeker. De heer Meerdink: Graag nog antwoorden over de ‘ingekleurde kaartjes’ en ‘we gaan doelstellingen creëren’. U heeft aangegeven dat de boel niet dichtgetimmerd zal worden. Hoe stelt u zich dat voor als er zoveel mogelijk vanuit doelstellingen geopereerd wordt en niet meer vanuit fysieke vergunningen? Wethouder Groters: Dan hebben we het over de uitvoering. In die fase zitten we nog niet. In het begin gaan we de kwaliteit van de leefomgeving per gebied vaststellen. De heer Meerdink: Zoals u het net formuleerde, hoe wilt u dat uitleggen? Wethouder Groters: Die kaartjes gaan we dadelijk gezamenlijk inkleuren. En gezamenlijk gaan we bepalen voor een bepaald gebied wat de kwaliteit van die leefomgeving moet zijn. Als we dat hebben vastgesteld en iemand doet een aanvraag, dan wordt de aanvraag daaraan getoetst. Voldoet het aan de uitgangspunten, dan kan er gebouwd worden; voldoet het niet, dan kan er niet gebouwd worden. Discussiepunten.
• Is er nog ruimte voor maatwerk en initiatieven, hebben die nog kans van slagen? • Wat betekent; als het kaartje ingekleurd wordt? • Moeten we de behandeling van dit voorstel niet uitstellen? • Hoe om te gaan met de vier strategische opgaven van de provincie en het Rijk? • Welke ambities hebben andere fracties en moet dit niet veel meer plek krijgen in de startnotitie? • Meeschrijven andere partijen aan kernvisie participatie of meer adviserende rol; • Participatieladder. • Extra kaderstellende notitie Tweede termijn. Discussiepunt: Is er nog ruimte voor maatwerk en initiatieven, hebben die nog kans van slagen? De heer Meerdink: Je wilt maatwerk leveren voor dit soort dingen. Als de doelstellingen in de Omgevingswet zo strikt worden genomen is er dan nog ruimte voor maatwerk en krijgt ieder initiatief dan nog een kans? De heer Hollema: Lijkt ons onmogelijk om die vraag nu te beantwoorden. Daarvoor moet je een Omgevingsvisie vastgesteld hebben. We staan hier aan het begin van het proces. De heer Bulsink: We zijn nog bezig met een startnotitie. Het is geen voorgenomen besluitvorming. Er zijn nog voldoende punten waarin de raad nog een besluit kan nemen en daarnaast hebben we de Klankbordgroep. De heer Assink: Wij sluiten ons aan bij voorgaande spreker. We krijgen een Aaltense Omgevingsvisie en een Aaltense Omgevingswet.
Maar we hebben ook te maken met de provincie en de landelijk overheid. Als iets dwingend wordt opgelegd dan kunnen we hier wel van alles bedenken maar dan kunnen we hier niet onderuit. Dat is niet nieuw, dat is nu ook al. De heer Meerdink: Remkes heeft het kaartje van tafel geveegd en dat zou hier ook maar zo kunnen gebeuren. De heer Assink: We hebben hier nog geen ingekleurde kaartjes. De heer Holtman: Wij kunnen ons aansluiten bij de vorige sprekers. De Omgevingswet heeft als doel een soort samenhang te creëren en wetten te moderniseren. Je hebt provinciale en landelijke kaders en daar moeten wij binnen passen.
6
De heer Meerdink: Sinds 2015 spreken wij over de Omgevingswet. Er is veel geld en tijd aan gespendeerd. Een van de belangrijkste punten was; we willen procedures versnellen, één loket. Discussiepunt: Wat betekent; als het kaartje ingekleurd wordt? De heer Meerdink: Die kaartjes maken mij bezorgd. Discussiepunt: Als de wet landelijk uitgesteld wordt, moeten wij het dan de behandeling van dit voorstel niet uitstellen? De heer Ebbers: Op pag. 5 staat heel helder: ‘Ook geldt dat gemeenten net als de provincie en het Rijk al vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet een Omgevingsvisie kunnen vaststellen’. Dat lijkt wat ons betreft vrij duidelijk. De heer Meerdink: We kunnen nu wel van alles afspreken maar als de Eerst Kamer met amendementen of iets dergelijks komt dan kan het maar zo zijn dat je al het huiswerk over kunt doen. De heer Hollema: Juist om te voorkomen dat procedures erg lang worden lijkt het ons van belang om te zorgen dat wij het huiswerk op tijd gedaan hebben. De heer Meerdink: In het rapport staat dat er 3 jaar voor deze Omgevingsvisie is toegestaan. De heer Hollema: U suggereert dat we een Omgevingsvisie even in korte tijd kunnen maken. Daar hebben we ook een behoorlijke tijd voor nodig. Het wordt een hele fundamentele paraplu voor onze gemeente. Goed dat we daar de tijd voor nemen en er nu aan gaan beginnen.
De heer Meerdink: Wij hebben de afgelopen periode intensief contact gehad met de provincie Gelderland. Beleidsmedewerkers daar zeggen dat de wetgeving wel redelijk duidelijk is maar met de digitale implementatie zijn we nog niet klaar. De heer Hollema: Voor we een Omgevingsvisie hebben vastgesteld en de Omgevingswet is nog niet vastgesteld zijn we echt een paar jaar verder. Dan moet hij nog drie keer uitgesteld worden voor we zover zijn. De heer Ebbers: Liever vandaag dan morgen hier mee te beginnen. Of die wet er nu wel of niet komt dat zien we dan wel. Dan hebben we in elk geval een begin gemaakt. Discussiepunt: Hoe om te gaan met de vier strategische opgaven van de provincie en het Rijk. De heer Holtman: De wethouder gaf aan dat we niet op een eiland zitten en dat er nauwe afstemming zal plaatsvinden. Dit vinden wij afdoende. Discussiepunt: Welke ambities hebben andere fracties en moet dit niet veel meer plek krijgen in de startnotitie. De heer Ebbers: Zijn er nog ambities en moeten wij die al dan niet benoemen in de startnotitie. Voor dat ermee aan het werk wordt gegaan. De heer Weevers: Wij vragen ons af of we nu die inhoudelijke discussie moeten gaan voeren. Wel belangrijk dat we die discussie voeren. Wij zouden dit graag in het begin van fase 1 willen zien. De heer Holtman: Dit is nu niet de plek om dit gesprek te voeren. Wij sluiten ons aan bij voorgaande spreker.
Het inhoudelijke gesprek daar is nu niet in voorzien. Laten we dit wel organiseren. Als de wethouder dit kan toezeggen en anders moet het wellicht nog worden toegevoegd. Wethouder Groters: Dit gaan wij in fase 1 organiseren. De heer Hollema: Die ambitie moet erin. Wij steunen de top-down aanpak. Goed om daar aanvullende sessies over te hebben om de kaders op te vullen. Wethouder Groters: We gaan wel over die ambities praten. De heer Meerdink: Als de VVD-fractie zegt: “we hebben ambities”, dan zijn we het van harte eens. Als de NOVI, dus de landelijke overheid zegt; ‘geen blanco vel’ dan willen wij erop wijzen dat als er een ondernemer is in Aalten die wat wil, dat er dan vier strategische opgaves zijn. Kunnen we dat allemaal verenigingen in wat u noemt ‘perspectief’? De heer Ebbers: Het is een visie. Als wij opschrijven dat wij die visie hebben dan is dat wat ons betreft, die visie. De heer Holtman: Welk punt wil de heer Meerdink nu maken? De heer Meerdink: Of een ondernemer of particulier gelukkig wordt van de Omgevingswet? Wij hebben hier sterke twijfels over. De heer Holtman: Dat mag u vinden maar dit is een andere discussie. Discussiepunt: Participatieladder De heer Hollema: Hoe kijken aan tegen de participatieladder, als de ambtelijke organisatie verdergaat met de uitwerking en ook het communicatie- en participatieplan maakt? Er staat co-productie voor bv.
7
Waterschap. Als we andere belangengroepen hebben bv. bedrijven moet je dan niet dichter bij adviseren blijven in plaats van co-produceren. De heer Weevers: Wij hebben dezelfde twijfels bij de term ‘co-produceren’. Als het gaat om een partij die in die co-productie zijn eigen belang wil veiligstellen dan moeten we dat niet doen. Maar als we het iets breder zien, de samenleving als geheel laten meedenken en input leveren aan, dan zou je dat coproductie kunnen noemen. Dan hebben wij daar niet zoveel problemen mee. De heer Holtman: Er wordt een traject uitgewerkt. Misschien kunnen we het dan iets concreter duiden. Wat de fractie van de CU betreft wachten we dat even af. De heer Hollema: Ja, het wordt nog verder uitgewerkt. Wij dachten dat het goed was om nu te duiden zodat het meegenomen kan worden. Input leveren is voor ons meer adviseren dan co-produceren. Dat is een woordspelletje. Als we het hier duiden op dezelfde manier dan is het ook helder naar het participatieplan en kunnen we dan meer verrassingen voorkomen. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er toezeggingen zijn gedaan: -
Specifiek benoemen wanneer discussie/kaders in de raad plaatsvinden over welke kant de gemeente Aalten op wil; Organiseren inhoudelijke gesprekken over ambities in de startnotitie, in fase 1 over ambities.
Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 25 oktober 2022. 4.Voorstel tot instemmen met de startnotitie voor het biodiversiteitsplan Eerste termijn. De heer Navis: Wij onderschrijven het belang van het vergroten van de biodiversiteit. Gebruik ook de kennis van de VALA (Vereniging Agrarisch Landschap Achterhoek). Vergroten van de biodiversiteit is een koppelkans en dat moet ook zo blijven. Geen dure landbouwgrond opkopen om deze in te zaaien met allerlei zadenmengsels of bedrijventerrein daarvoor gaan opofferen. Kijk bij projecten waar kansen liggen. Biodiversiteit moet primair een neven doelstelling zijn en worden gerealiseerd op die plaatsen waar het aansluit op andere ontwikkelingen en/of andere ontwikkelingen niet belemmeren. Bij de ambassadeurssoorten hebben wij vraagtekens. De kwaliteit van natuur zou volgens de ecologen moeten worden afgeleid van de kritische depositie waarde. Iedereen kent de landelijke discussie daarover. Inmiddels is wel duidelijk dat dat geen goed plan was. Waarom gaan wij als gemeente Aalten dan ook niet breder kijken? Ik kan de antwoorden lezen op de vragen die gesteld zijn door de D66 fractie dat het slechts een aanleiding is om verder te kijken. Tweede discussiepunt: Aanwijzen van ambassadeurssoorten wel een methode is om de natuur en de biodiversiteit te toetsen.
Of deze wel aan onze inwoners en ondernemers is uit te leggen. De heer Bauhuis: Blij dat er veel wordt gepraat over biodiversiteit. T.a.v. de startnotitie, wij moeten het onderdeel participatie nadrukkelijker benoemen. Wij moeten hier duidelijker in vast kunnen leggen dat we bij participatie ook lokale verenigingen, lokale kennis, willen betrekken. De heer Belterman: Er is een duidelijke startnotitie opgesteld. Het is prettig dat er aandacht komt voor biodiversiteit. Belangrijk dat er wordt gezocht naar koppelkansen. Voor het bepalen van die ambassadeurssoorten is het belangrijk dat wij de samenwerking gaan zoeken, bij de participatie. Wij willen graag zoeken naar soorten die een realistisch beeld geven en realistische doelen. De heer Logmans: De CU fractie kan instemmen met de voorliggende startnotitie. Dank voor de antwoorden. Specifiek voor het buitengebied is de provincie bezig met allerlei organisaties. Wij vragen ons af hoe die samenwerking gaat lopen. Ga je elkaar niet voor de voeten lopen, heeft de provincie al contracten gesloten voor bepaalde plannen? Graag de toezegging dat er zeer intensief contact gezocht wordt en intensief wordt samengewerkt met de provincie en organisaties die zij in hun kring hebben. Het lijkt ons dat we een veel hogere prioriteit moeten zoeken in de bebouwde omgeving. Daar doet de provincie niets.
Daar ligt voor de gemeente veel sterker de kracht dan in het buitengebied. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de achteruitgang van de biodiversiteit. Zoals droogte. In de beantwoording (vraag 3) staat dat het uitgangspunt is dat we de bewoners informeren en stimuleren om zelf tot acties te komen. In de beeldvorming kregen wij het antwoord dat dit niet tot mei 2023 gedaan zal worden. Pas daarna komen de mensen aan bod. Graag een toelichting of uitleg. Zijn burgers nu wel of niet in het voortraject betrokken? De heer Wijbrans: Biodiversiteit hoort in de Omgevingsvisie. We halen dit naar voren omdat we het belangrijk vinden. Wij leven niet op een eiland. Afstemmen met provincie en regio is een vereiste. Ook hebben wij twijfels met de aanpak van de ambassadeurssoorten. Dat zijn processen die op grotere
8
schaal spelen dan de gemeente Aalten. We kunnen wel de ambitie uitspreken al deze ambassadeurssoorten een beetje vooruit te laten gaan in de komende 10 jaar. Wij vragen ons af hoe we dat moeten aanpakken. In dat kader, en daar willen wij graag op intekenen en dat heeft de wethouder al toegezegd, dat we in het voorjaar nog eens een keer met elkaar gaan praten, eventueel een excursie houden. Het meeste buitengebied is het boerenland. Als we daar plannen maken dan is de vraag wat de meerwaarde is voor de mensen die het land in eigendom hebben? Hier zouden wij graag wat meer van willen weten en zouden graag willen dat dit ook meegenomen wordt. De heer Bulsink: Deze startnotitie is een goed plan om tot een gezamenlijke koers te komen qua aanpak van de biodiversiteit binnen de gemeente. Geen discussiepunten. De heer Hollema: Wij zijn verheugd dat er langere termijnbeleid komt voor de biodiversiteit. Het is goed dat de gemeente opgesplitst wordt. Ook de bebouwde kom. Onze gemeente is boomrijk maar heeft betrekkelijk weinig bos. Hier ligt wat de fractie van D66 betreft koppelkansen. Moeten we niet toe naar productiebossen Als we hier op lange termijn echt iets mee willen laten we dan als raad ook om de paar jaar evalueren. Reactie college. Wethouder Groters: Goed om te horen dat partijen blij zijn met deze startnotitie. Het is een startnotitie om te komen tot beleid.
In het beleid staat straks veel meer de uitvoering in hoe we het willen gaan aanpakken. Als u aangeeft prioriteit te hebben bij de bebouwde omgeving dan nemen wij dat mee en gaat daar de focus op liggen. We willen allemaal wat aan biodiversiteit doen. De vraag is hoeveel moet je eraan doen en wanneer is het voldoende. Als we met de ambassadeurssoorten gaan werken, kunnen we een nul-meting doen en na een bepaalde periode kijken of we een bepaald resultaat bereikt hebben. Je wilt meten of alle acties die je uitvoert ook tot het gewenste resultaat leiden. De heer Wijbrands: Nul- meting en voortgangs-meting is belangrijk, maar neem ook het voortraject mee. Hoe soorten zich de afgelopen 35 jaar ontwikkeld hebben. Wethouder Groters: Die opmerking is vorige week al genoteerd en nemen we mee. De heer Navis: De wethouder noemt een bedrag van € 100.000. In het stuk lezen we niets over kosten die hiermee gemoeid zijn. Zijn dat de kosten voor aanleg, of onderhoud. Als je uitgaat van koppelkansen kun je de investerings- en onderhoudskosten veel meer bij de ontwikkelaar leggen. Zou de wethouder dit in zijn antwoord willen betrekken. Wethouder Groters: Het genoemde bedrag was meer bedoelt of je het wilt gaan vergelijken of dat je er een bepaald bedrag aan wilt uitgeven elk jaar.
We gaan meten om te kijken of dat wat we doen – even los van of we het geld geven of in co-financiëring of wat dan ook – of dat resultaat heeft bereikt. De heer Logmans: Wij hebben nog geen antwoord gehad op de vraag over de burgerparticipatie. Wethouder Groters: Ook hier geldt weer dat het een startnotitie is. Als u vindt dat wij die burgerparticipatie moeten toepassen dan gaan wij dat doen. De heer Logmans: In het antwoord staat; dat we de inwoners informeren en stimuleren om zelf tot acties te komen. Dit moet je toch wel even overleggen met burgers? Wethouder Groters: Inwoners mogen zelf weten of ze wat willen doen. We gaan ze wel informeren en stimuleren. Maar dit zit allemaal in de uitvoering. Samenwerking. We doen heel veel in regio verband dus daar zullen we ook overleggen met de naast omgeving. Zowel aan deze kant van de grens als aan de andere kant. En uiteraard ook afstemmen met de provincie, welke plannen zij hebben. Discussiepunten. • Biodiversiteit moet primair een neven doelstelling zijn en worden gerealiseerd op die plaatsen waar het aansluit op andere ontwikkelingen en/of andere ontwikkelingen niet belemmeren. • Verdienmodel. • Is aanwijzen ambassadeurssoorten wel een methode om de natuur en de biodiversiteit te toetsen.
• Duidelijk vast leggen dat we bij participatie ook lokale verenigingen, lokale kennis, willen betrekken • Moeten we niet toe naar productiebossen? • Evalueren biodiversiteitsplan om de paar jaar.
9
Tweede termijn. Discussiepunt: Biodiversiteit als nevendoelstelling. De heer Navis: Wij zijn verontrust dat we veel percelen gaan inzaaien t.b.v. biodiversiteit. Terwijl er zoveel kansen liggen om gebruik te maken van andere ontwikkelingen. Koppelen biodiversiteit doelstellingen aan andere doelstellingen. De heer Bauhuis: De fractie van de PP wil biodiversiteit wel als hoofddoel toepassen. Wij zijn ook voor koppelkansen. Dus op het moment dat er koppelkansen zijn moeten we daar gebruik van maken. Biodiversiteit is geen bijproduct. De heer Hollema: Spreker sluit zich aan bij voorgaande spreker. Maar dit is wat ons betreft de verkeerde discussie. In de startnotitie staat duidelijk, wat is het doel. Geen trendbreuk en het liefst meer. Als je het al nevendoelstelling wilt hebben zeg je eigenlijk, het maakt ons niet uit. Als het kan moet je het doen maar het maakt ons niet uit of het meer wordt. Of, we gaan voor die doelstelling of, niet. De heer Navis: Wij willen het meenemen bij andere ontwikkelingen. Landschappelijk inpassen is nu gemeen goed geworden. Nu voegen we daaraan toe dat we het niet alleen landschappelijk inpassen maar ook kijken waar de kansen liggen voor het vergroten van biodiversiteit. Daar pakken we het op. Maar niet als een hoofddoelstelling nemen om de biodiversiteit maar te vergroten. De heer Hollema: Op het punt van koppelkansen vinden wij elkaar.
Het gaat erom, gaan we achter een trendbreuk staan. De heer Navis: Op het moment dat we de doelen niet halen dan moeten we de maatregelen bijstellen. Wat gaat u dan doen? Gaat u dan landbouwgronden opkopen om dat in te zaaien met bloemen mengsels. De heer Hollema: Dat zijn alsdan vragen, daar kan ik geen antwoord op geven. Ontwikkelingen gaan door. Ook de provincie heeft een opdracht om te kijken waar moeten we iemand uitkopen, daar komen ook gronden vrij. Dat zijn allemaal koppelkansen. De heer Bauhuis: Op het moment dat je jezelf doelen stelt en die ga je niet halen, dan ga je kijken waarom je ze niet haalt en wat kun je doen om de doelen wel te halen. Welke oplossingen je dan hebt, dat is niet van tevoren te beantwoorden. Je zult de doelen moeten meten. De heer Belterman: We kunnen wellicht eerst zoeken naar koppelkansen en als we dan concluderen dat dingen niet werken, ook verder kunnen kijken. Het één hoeft het ander niet uit te sluiten. De heer Navis: Als we doelen stellen en we halen ze niet, dan gaan we kijken wat we gaan doen en gaan we aanvullende maatregelen treffen? Daar moet u zich van bewust zijn bij het stellen van de doelen. Ga aan de slag met de koppelkansen, dat moet het doel zijn. Laten we niet de ambassadeurssoorten bepalende laten zijn. De heer Belterman: Laten we wel inzetten op die koppelkansen.
De heer Wijbrans: We zullen met zekerheid niet alle doelen halen. Een aantal van de doelen die we in de notitie al benoemen worden gestuurd door grotere processen dan we in de gemeente Aalten aankunnen. We kunnen wel zeggen; dit willen we, maar dan komen toch de koppelkansen weer in beeld. Deze zijn interessant als er kansen aanzitten voor de mensen die erbij betrokken zijn. De heer Logmans: We hebben 40 jaar afbreuk gedaan aan de biodiversiteit. Nu is het besef gekomen dat je daar niet mee door kunt gaan. De doelen zijn niet heilig. Die kunnen telkens gewijzigd worden. We zijn afhankelijk van zoveel factoren. Koppelkansen steunen wij van harte. Doelen stellen, hebben we moeite mee. Het moet prioriteit krijgen bij alles wat we gaan doen. Discussiepunt: Verdienmodel. De heer Wijbrans: Mensen die van het land moeten leven, moeten we meenemen. De heer Navis: Eens dat er een verdienmodel moet liggen. Hoe dat eruit moet komen te zien had er al lang moeten liggen. We zijn nu in afwachting van de perspectiefbrief van minister Adema. Het verdienmodel moet vooral vanuit LNV komen. Er komen wel verdienmodellen maar die liggen meer buiten de mogelijkheden die wij als gemeente Aalten hebben. De heer Hollema: Uiteindelijk gaat het altijd over grond en die ligt ergens in een gemeente. De gemeente zal dus altijd iets moeten faciliteren. Dus ja, minister Adema zal met zijn brief moeten komen.
Ja, ook de provincie heeft allerlei zaken maar uiteindelijk komt het altijd bij de gemeente terecht. Ga kijken waar je kansen kunt creëren, ga faciliteren. Dit wil niet zeggen dat je meteen een oplossing hebt, je bent zeker afhankelijk van andere partijen. Maar hier kun je wel ruimte voor geven. De heer Navis: In welke gebieden zouden we mee willen werken aan dit soort initiatieven en welke gebieden we primair behouden voor de landbouw. Dus we moeten snel met die Omgevingsvisie aan de slag. De heer Hollema: Dat zetten we in de ambitienota.
10
Discussiepunt: Is aanwijzen ambassadeurssoorten wel een methode om de natuur en de biodiversiteit te toetsen? De heer Navis: Moeten we hier nu alleen kijken naar de ambassadeurssoorten. De fractie van de PP gaf al aan om bij het bepalen van de ambassadeurssoorten de lokale verenigingen te betrekken. Zou je niet met die natuurverenigingen tot een bredere scoop kunnen komen? Hoe beoordelen we nu de biodiversiteit en met dat alleen afhangen van die ambassadeurssoorten? De heer Bauhuis: Op het moment dat in het plan wordt meegenomen om lokale kennis te betrekken in de participatie dan hoeven wij dit niet apart als punt te laten staan. Het is heel gebruikelijk om met ambassadeurssoorten te werken. Natuurmonumenten werkt ook met ambassadeurssoorten. Aan de hand van ‘gebiedsgebruikers’ kun je bepalen of het goed gaat met een gebied. Het gebruik van ambassadeurssoorten is dus niet vreemd. Of je hier het hele beleid van laat afhangen? In de beantwoording is al een keer aangegeven dat dit niet de bedoeling is. Je gebruikt de gangbare ambassadeurssoorten als eerste peilstok. Als blijkt dat het niet goed gaat, ga je kritischer kijken naar zo’n situatie. Je moet niet alles af laten hangen van ambassadeurssoorten. De heer Navis: Dank voor de toelichting. Om alleen de ambassadeurssoorten hiervoor te gebruiken vonden wij wat risicovol.
De heer Belterman: Als we kijken naar soorten die van nature voorkomen in dat gebied en ook de verenigingen en agrariërs betrekken die in dat gebied zitten dan kunnen ambassadeurssoorten best wel een goed middel zijn. Dan haal input uit dat gebied op. De heer Hollema: Het is ingewikkelde materie en je wilt toch ergens iets krijgen om een gevoel bij te krijgen, met alle mitsen en maren. Maar helemaal niets doen? Waar gaan we het dan over hebben. Je zult wel iets moeten duiden. Dit lijkt ons een gebruikelijke en goede aanpak. De heer Wijbrans: Voorstander van citizens science. Gebruik maken van lokale deskundigheid maar ook structureren en koppelen naar ecologen. De heer Bauhuis: Je kunt lokale kennis goed inzetten om te inventariseren en te kijken hoe het gaat. Als er discussie ontstaat kun je altijd uitwijken naar professionals. De heer Wijbrans: Het moet op een bepaalde manier gestructureerd worden. De heer Navis: Onze inbreng is niet dat wij geen ambassadeurssoorten willen inbrengen. Wij hebben daar twijfel over. Wij zijn ook een beetje angstig geworden over de nationale discussie over KDW’s. Nu gaan we ons helemaal richten op die ambassadeurssoorten. Hoelang blijven die dan in stand? De heer Hollema: Ingaand op de KDW’s. Waar het daar misgaat is dat het aan vergunningverlening één op één gekoppeld wordt.
Als instrument om te meten hoe het ergens meegaat is het een prima instrument. We hebben het hier niet over vergunningverlening. Hier gaat het om, weten waar we staan, welke kant het opgaat en hoe gaan we dat vertalen in beleid. Dus die vergelijking gaat een beetje mank. De heer Navis: De natuur werd wel beoordeeld via KDW’s. Als middel. Nu zegt dhr Remkes, je moet breder kijken. Hier zoemen we ook in op twee soorten en daar gaan we de biodiversiteit op beoordelen. De heer Belterman: Dit is een startnotitie. Ambassadeurssoorten is één manier. Zorgvuldig gekozen ambassadeurssoorten worden daaraan toegekend en die geven een goed beeld. Dit is niet de enige manier waarop we de biodiversiteit in beeld hoeven te brengen. De heer Bauhuis: Een ambassadeurssoort kies je aan de hand van het gebied waar het omgaat. Dit is al tientallen jaren een gebruikte methode om een eerste selectie te doen hoe het gaat met een gebied. Discussiepunt: Duidelijk vastleggen dat we bij participatie ook lokale verenigingen, lokale kennis, willen betrekken. Hier is een toezegging door de wethouder gedaan. Conclusie. De voorzitter concludeert dat er een toezegging is gedaan: - Bij participatie ook lokale verenigingen en lokale kennis betrekken. Het voorstel gaat als stemstuk met stemverklaring naar de raadsvergadering van 25 oktober 2022.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare vergadering van 25 oktober 2022.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
11