Besluitenlijst beeldvormende bijeenkomst d.d. 2 maart 2021.pdf
Tekst van het document
Beeldvormende fase 0B
OPENBAAR Besluitenlijst van de beeldvormende Videovergadering van 2 maart 2021. Aanvang: 19.30 uur Aanwezig:
Voorzitter: De heer H. Hartemink De leden: De heren Navis, Hollema, Logmans, Weevers, Groters, Assink en Smits(agendapunt 2) Namens het college: Dhr. H. Scheffer Griffier: E.J.A.H. Smit
Beeldvormende bijeenkomst. Doel: hoorzitting/inspraak. Onderwerp 1: Voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Landelijk gebied 2015, herstelbesluit stikstofdepositie. Op verzoek en in overleg met de voorzitter is de heer Hennie Scheffer aanwezig om het voorstel nader toe te lichten en eventuele vragen te beantwoorden. De voorzitter geeft aan dat er vanmorgen nog een email van Locis is binnengekomen. Kortheidshalve verwijst hij hiernaar. De heer Scheffer. Het voorstel gaat over de stikstofdepositie van de agrarische veehouderijen, zoals dat bepaald is in het bestemmingsplan Landelijk Gebied. Het is een proces dat in Aalten al een jaar of 6-7 duurt. Het is een hele weerbarstige materie. Stikstof en de veehouderijen. In het begin zijn er in het land verschillende bestemmingsplannen in zijn geheel vernietigd omdat dit onderdeel niet goed geregeld was. Ook in het proces van het bestemmingsplan Landelijk Gebied van Aalten is dit onderwerp regelmatig onderwerp van gesprek geweest. Telkens is dit opgepakt met verschillende belanghebbende partijen. Samen met LTO, raadsleden, hebben wij geprobeerd naar eer en geweten die regeling handen en voeten te geven. Uiteindelijk heeft de Raad van State vorig jaar gezegd dat de regeling - zoals die nu in het bestemmingsplan zit - nog niet helemaal goed is. De Raad van State heeft ons gelegenheid gegeven om dit te repareren.
Wij zijn blij dat de Rvst die mogelijkheid hebben geboden en dat de Rvst niet meteen een streep door dit hele bestemmingsplan heeft gezet. Wij zijn er blij mee dat het laatste stuk hersteld kan worden. Wij hebben dit opgepakt, in overleg met de Omgevingsdienst, onze huisadvocaat en medewerkers uit onze organisatie. De hoofdlijn van de regeling is dat de vergunningen op basis van de Wet Natuurbescherming nu in één lijst worden gezet en aan het bestemmingsplan wordt gehecht. Dat is ook een beetje de hint die de
Raad van State heeft gegeven. Voor de agrarische bedrijven die niet beschikken over een vergunning ingevolgde de Wet Natuurbescherming geldt een specifieke regeling. Deze bedrijven vallen terug op de aantallen stuks vee die feitelijk in het jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit plan - op het bedrijf zijn gehouden. Dat is om en nabij de hoofdlijn van de regeling. Wij hadden in een excel bestand 2 bedrijvenlijsten zitten van agrariërs. Er was een groslijst waaruit wij gewerkt hebben en een lijst die in het bestemmingsplan moest worden opgenomen. Helaas is de groslijst in de openbaarheid gekomen. Dit had niet gemoeten. Dit had de lijst van de Nbvergunningen moeten zijn. Dus dat moet nog hersteld worden. In het voorstel van het college heeft u ook gezien dat wij deze lijst de komende tijd gaan actualiseren om zo dichtmogelijk te komen bij de actuele situatie ten tijde van de vaststelling van het raadsbesluit. Gisteren heeft de adviseur van Locis gevraagd om nog even wat meer tijd te nemen want er zitten waarschijnlijk nog een paar foutjes in. Ik denk dat het misschien wel verstandig is om die tijd inderdaad te nemen. Dat is de hoofdlijn van de stikstofregeling. Dan zit er nog een regeling in voor één locatie waar ook nog een reparatie moet worden doorgevoerd. Dat is de Velsdijk. Een varkensstal die daar staat bij een 2-tal burgerwoningen.
Het voorstel is om het oorspronkelijke raadsbesluit min of meer te handhaven. De stal wordt de laatste jaren niet meer gebruikt voor het houden van varkens. Destijds is nadrukkelijk de afspraak gemaakt dat die stal nog maar een jaar of vijf in gebruik mocht blijven en daarna het gebruik zou worden gestaakt als varkenshouderij. Wij zijn van mening dat de afspraken die gemaakt zijn en bij alle partijen bekend zijn, gerespecteerd dienen te worden. Vragen aan de heer Scheffer. Vraag: Er is sinds kort jurisprudentie over de Logtsebaan. Wat nu voorligt, staat dat nog op gespannen voet met de uitspraak van de Logtsebaan of met procedures die nog lopen bij de Raad van State?
Vraag: Wat is de impact van de publicatie van de groslijst? Kunnen we problemen verwachten? Vraag: Er moet nog tijd besteedt worden om die lijst na te lopen. Betekent dit, dat dit agendapunt in maart van de agenda gaat? En zo ja, wanneer komt het dan terug op de agenda? Vraag: Als vee het uitgangspunt is. Hoe werkt dat. Op welke datum neem je dat dan?
Antwoord: Wij hebben ook naar deze uitspraak gekeken. Wij zijn van mening dat dit een kwestie is van een vergunningverlening van de Wet Natuurbescherming en dat het gaat over een stukje interne saldering. Dus de Logtsebaan is vergunningverlening in het kader van de Natuurbescherming. Wat wij nu aan het doen zijn is een reparatiebesluit voor het toekennen van planologische ruimte aan de veehouderijen. Wat ons betreft zijn dit twee verschillende zaken. Antwoord: Het is bekend gemaakt in de organisatie en aan gemeentebestuur. Dit is een fout. Dit is niet openbaar gepubliceerd. Antwoord: Dit zou verstandig zijn.
Antwoord: Dat is ook een lastig punt. Er is een regeling in het plan opgenomen. We zitten op een jaar, want het vee-bestand op een bedrijf fluctueert. Een jaar, voorafgaande aan dit raadsbesluit, is de gemiddelde hoogste bezetting
2
Vraag: Voor ondernemers in het buitengebied is het van belang hoe hun situatie wordt vastgezet. Belangrijks is welke datum als vertrekpunt wordt genomen. In de lijst zitten nog een aantal missers. Zou het niet netjes/secuur/transparant zijn dat bedrijven bericht krijgen van de gemeente of Oda over de bij organisatie bekende gegevens over de situatie van het bedrijf. Is het een optie om het Excel-bestand te toetsen bij de mensen waar het over gaat? Vraag: Begrip Referentie voor het bestemmingsplan. Geldt die referentiedefinitie ook voor de natuurvergunningen en omgevingsvergunningen?
Vraag: Het gaat ook over de term latente ruimte. Kan me voorstellen dat er ruimte zit tussen de natuurbeschermingsvergunning en het feitelijk gebruik. Die ruimte kan wel tot 30% oplopen. Hoe ga je daar planologisch mee om?
Vraag: Wat betekent dit netto stikstofruimte voor de boer en voor de natuur? Vraag: Heeft de gemeente Aalten alle Natuurbeschermingsvergunningen wel in zicht? Die zijn afgegeven door de provincie en niet door de gemeente. De lijst is verre van compleet. Vraag: Aangegeven wordt dat ‘weidegang’ in de toekomst vergunning plichtig wordt. Landelijke kaders zijn nog niet gesteld. Is het wel handig om nu al iets te gaan schrijven over weidegang? Lopen wij niet vóór de muziek uit met mogelijke consequenties in de toekomst? Vraag: Als er iets fluctueert bij bedrijven is het weidegang. Hoe wilt u de referentie boven water krijgen?
op een agrarisch bedrijf het vergunde aantal, mits dat ook planologisch en legaal is. Een agrariër heeft een toestemming uit het verleden om daar een aantal stuks vee te houden. Uiteraard is dat het maximum. Een basis. Feitelijk komt daar nu bij of men het afgelopen jaar het aantal stuks vee ook daadwerkelijk heeft gehouden. Dat blijkt uit jaarstukken. Antwoord: De wijze waarop wij dat gaan doen moeten we nog even overleggen. Dit zou een mogelijkheid zijn. De lijst die er is, is ontstaan in het verleden. Toen zijn ook de bedrijven aangeschreven of de juiste vergunning op de lijst stond. De lijst van vergunningen ogv Wet Natuurbescherming blijft nagenoeg hetzelfde. In de loop van tijd hebben er zich geen wijzigingen voorgedaan. Antwoord: Voor het gros van de bedrijven in Aalten – ongeveer 2/3 – geldt dat zij een vergunning hebben op grond van natuurbescherming. Die onherroepelijke vergunningen is voor het bestemmingsplan Landelijk Gebied de referentie voor het desbetreffende bedrijf. Aan de aantallen die toen onherroepelijk zijn vergund komen wij niet meer aan. Een groep bedrijven heeft geen vergunning ingevolgde de Wet Natuurbescherming. Daarvoor is een formule in het plan opgenomen. Uitgaande van de situatie: een jaar voorafgaande aan de vaststelling van het plan, welk aantal dieren is dan het hoogste op enig moment geweest. Dat is de referentie.
Antwoord: Wij sluiten niet uit dat er een aantal Wnb vergunningen zijn waar inderdaad nog een stukje latente ruimte is. Ruimte die wel vergund is maar waar geen aantallen stuks vee voor in de stallen staan. Het college heeft ervoor gekozen vergunningen op basis van de Wet Natuurbescherming te respecteren, ook als er een stukje ontwikkelingsruimte voor een agrariër in zit. Antwoord: De gemeente heeft op dit moment geen goed zicht hoeveel ruimte van een Wnb niet is benut. Antwoord: Deze lijst is opgesteld samen met de Oda die heeft contact met de provincie. De lijst moet nog worden aangepast, dat is ons wel duidelijk geworden. Voor het merendeel hebben we er zicht op. Antwoord: Weidegang heeft volgens ons gevolgen voor de stikstof depositie en dat daar een regeling voor getroffen moet worden. Die hebben wij opgesteld en zijn uitgegaan van de feitelijke situatie zoals die op de verschillende bedrijven in de loop der jaren ook heeft voorgedaan. Die situatie willen wij respecteren. Antwoord: Controle van deze regeling is verre van eenvoudig. Wij hebben een regeling getroffen en hopen dat de agrariërs hiermee uit
3
Vraag: Wat betekent dit besluit nu concreet? Voor de dieraantallen, onderlinge uitwisselbaarheid van dieren, uitbreiding van stallen, renovatie van stallen, wat heeft te maken met weidegang, welke actuele planologische situatie wordt gepakt etc. Welke gevolgen heeft dit voor de praktische uitwerking?
Vraag: Voor de Wet Natuurbescherming geldt de vergunning als referentie. Planologisch gezien moet er wel degelijk gekeken worden naar ook de feitelijk bestaande situatie. Hoe moeten wij dit precies zien?
Vraag: Als bij een afgegeven bouwvergunning niet binnen een bepaalde termijn wordt gebouwd dan vervalt die vergunning. Dat is een planologische regeling. Ik kan me voorstellen dat als iemand met een vergunning er 10 jaar niets mee doet, dat deze vergunning dan vervalt. De feitelijke situatie zou dan leidend moeten zijn. Vraag: Waarom alleen intern salderen en niet extern tussen vergunningen van verschillende inwoners/bedrijven?
Vraag: U legt de Wnb-vergunning als maximum basis vast voor een bedrijf. Als een buurman stopt en een ondernemer wil die vergunning overnemen dan kan dat niet omdat die oude vergunning op het bedrijf is gelegd. Eigenlijk zadelt u de agrariërs op met nog een extra beperking.
Vraag: Ik ben bang dat een bedrijf dat nu alles netjes op orde heeft geen mogelijkheid heeft om intern te salderen. Wij zouden graag een mogelijkheid zien om ook zo’n bedrijf te laten groeien door stikstof weg te nemen uit een andere vergunning. Dat zou voor de totale stikstofbeleid niets uitmaken. Vraag: Stikstof verplaatsing is toch niet helemaal nieuw? Aan de Zomerweg is dit toch ook gebeurt? Het buitengebied is niet alleen agrariërs maar ook mechanisatiebedrijven, loonbedrijven, montagebedrijven, transportbedrijven etc. Hebben dit met deze regeling helemaal niets van doen? Hoe zit dat met dit soort bedrijven? Vraag: Stel dat ons bestemmingsplan wordt vernietigd. Is het dan niet zo dat wij dan helemaal geen beperkingen hebben t.a.v. die locaties ten aanzien van stikstof? Dat je met het vastleggen van de vergunning – ook al zit daar latente ruimte in – locaties toch al gaat inperken.
de voeten kunnen. Antwoord: Voor de meeste agrarische bedrijven heeft dit tot gevolg dat men in de praktijk kan opereren binnen de vergunning ogv de Wet Natuurbescherming. Dat wordt nu vastgelegd in het bestemmingsplan. Een agrariër heeft nu een kader in het bestemmingsplan. Binnen dat kader kan hij zijn bedrijf ontwikkelen, bv. met interne saldering. Antwoord: De feitelijk bestaande situatie leggen we met name vast voor de agrariërs die geen Wnb vergunning hebben. Voor de mensen met een Wnb vergunning kijken we naar het aantal dat in de Wnb vergunning staat en handelt hij overeenkomstig die vergunning. Daar kijken we wel wat er feitelijk aanwezig is. Maar als dit blijft binnen wat feitelijk gegund is, dan is dat akkoord. Antwoord: Wij zijn er vanuit gegaan dan de Wnb vergunningen worden gerespecteerd. Als een agrariër die stuks vee feitelijk niet heeft gehouden op basis van de Wnb vergunning dan zou in onze optiek eerst die Wnb vergunning ingetrokken moeten worden. Dat is een aparte procedure. Antwoord: Wij hebben niet gezegd dat dit niet kan. Het is de laatste tijd niet voorgekomen. Dit is lastig te realiseren met een algemene regel in het bestemmingsplan. Als een concreet verzoek zich voordoet, dan gaan wij dat met een bijzondere procedure bekijken of dat vergund kan worden. Antwoord: Als u dat als een beperking ziet, dan is dat zo.
We kunnen op voorhand niet inschatten welke ontwikkelingen zich allemaal voordoen. Het is al lastig genoeg om dit te regelen. Laat staan dat we nog een extra regeling voor extern salderen in het bestemmingsplan opnemen. Stel dat dit kan en er komen agrariërs die zich willen ontwikkelen met de rechten van een ander bedrijf dan gaan wij daar een bijzondere procedure voor in gang zetten. Antwoord: Daarvoor heeft u middelen in de raadsvergadering om dit middels een amendement of motie aan te passen.
Antwoord: Al die bestemmingen zijn onherroepelijk. Het gaat nu alleen om het herstellen van een hiaat in de agrarische bestemmingen.
Antwoord: U veronderstelt dat het bestemmingsplan zou worden vernietigd. De Raad van State heeft ons een handreiking geboden om het te herstellen. De Raad van State ziet mogelijkheden dat dit feitelijk ook kan. Wij gaan er vanuit dat de regeling – waarbij we de jurisprudentie van de Raad van State zo veel
4
Vraag: Stel dat de Raad van State het bestemmingsplan vernietigd ondanks die handreiking. Dan komen wij misschien wel in een situatie terecht die qua stikstof nog veel slechter is. Klopt die redenering?
mogelijk volgen – uiteindelijk de eindstreep gaat halen. Anders had de Raad van State van wel een streep door de agrarische bestemmingen gezet. Antwoord: Wij gaan er vanuit dat u met uw expertise helpt de gemeente Aalten te voorzien van een waterdicht plan voor het buitengebied.
De voorzitter concludeert dat in overleg met de griffier dit voorstel wordt geagendeerd voor de Agendacommissie van 8 maart a.s. Hier zal besloten worden of dit voorstel wordt geagendeerd voor de oordeelsvormende vergadering van 9 maart 2021. 2. Voorstel tot afgifte van een verklaring van geen bedenkingen voor de bouw van een woning aan de Kalverweidendijk te Dinxperlo. Insprekers: Families Luimes, Nijeboer, Legdeur en Nederlof. De voorzitter: De aankondiging tot deelname aan deze beeldvormende vergadering was op 26 februari 2021 door de vier families. Gisterenavond werd via een e-mail bekend gemaakt dat er overeenstemming was bereikt over de voorgenomen plannen. Waarbij het bezwaar is ingetrokken en er voldoende draagvlak is voor de realisatie. De heer Nederlof geeft namens de families een toelichting op de situatie nu. Wij hebben een brief opgesteld en overleg gevoerd met de vier families. Het is bekend geworden bij dhr. Massop dat er een brief door ons is ingestuurd. Wij hadden wat onduidelijkheden en wat verschil van visie op bepaalde zaken. N.a.v. die brief heeft de heer Massop gebeld. Aan de hand daarvan hebben wij overleg gehad. Uiteindelijk zijn wij eruit gekomen en dat wij geen bezwaar gaan maken. Dat wij ons kunnen vinden in het plan zoals dit er nu ligt. De buurt vindt het belangrijk op welke manier de woning ontworpen en ontwikkelt gaat worden.
Daar is nu duidelijkheid over en daar kunnen wij ons allemaal in vinden. Dat het natuurlijke van de wijk en straat wordt behouden. Vragen aan de heer Nederlof. Vraag: Zijn nu alle bezwaren van tafel?
Vraag: Kunt u nog een toelichting geven op het verschil van visie en hoe dit overbrugt is?
Antwoord: Voor zover ik dit kan zeggen zijn de bezwaren van de 4 families van tafel. Dan spreken we over vier families van een straat met ongeveer 13 woningen. Wij zijn wel de vier naastgelegen buren. Antwoord: Tot nu toe hebben wij nog geen direct contact gehad met de heer Massop. Gisteren heeft hij toegezegd dat wij betrokken worden bij de ontwikkelingen. In welke hoedanigheid dan ook. Maar wij worden nu direct betrokken bij de ontwikkeling en de opzet. Die toezegging is gisteren gedaan en daar vertrouwen wij op. Tot op heden was dit nog niet gebeurd. Tot nu toe is het via de makelaar gegaan.
5
De voorzitter bedankt de vier families voor hun aanwezigheid en inbreng. Hij concludeert dat dit voorstel wordt geagendeerd voor de Oordeelsvormende vergadering van 9 maart 2021.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Aalten in de openbare raadsvergadering van 23 maart 2021.
M.A.J.B. Fiering raadsgriffier
mr. A.B. Stapelkamp voorzitter
6