Beleid in het kort
Tekst van het document
‘Licht in de gemeente Aalten 2024-2032’ Inleiding De basis van het oude beleid was goed, maar de ontwikkelingen die een rol spelen bij het afwegingskader zijn dusdanig dat het huidige beleidsplan op delen aangepast moet worden. Denk bij ontwikkelingen aan de enorme opkomst van led, markering en reflectie. Daarnaast bepalen ook steeds meer niet-gemeentelijke lichtbronnen mede de kwaliteit van de openbare ruimte (leefomgeving). Bijvoorbeeld licht van bedrijven, sportvelden, reclame, monumenten. De gemeente kiest er daarom voor om een nieuw beleidsplan voor alle lichtbronnen in de openbare ruimte op te stellen. Dit nieuwe beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met alle betrokken beleidsvelden en heeft als looptijd 2024-2032. Doel van verlichting Het doel van de verlichting is om een bijdrage te leveren aan: - Een goede verkeersveiligheid waar dat van toepassing is en waar geen alternatief beschikbaar is; - Een goede sociale veiligheid waar dat van toepassing is en waar verlichting geen schijnveiligheid geeft; - Het creëren van een sfeervolle leefomgeving waarbij de flora en fauna zo min mogelijk wordt verstoord. Visie De gemeente Aalten staat voor een leefbare, sfeervolle en goede openbare ruimte. We beschermen ook de flora en fauna. Licht is alleen daar op die momenten dat het nodig is. Zo is de hinder minimaal en dragen we bij aan een duurzame samenleving.
1
Uitgangspunten Onze visie ten aanzien van het openbare licht in de openbare ruimte is deels een voortzetting van het huidige beleidsplan. Wel actualiseren we een aantal uitgangspunten en op een aantal punten is de visie aanvullend, steviger. Dit is mede mogelijk door nieuwe technieken en andere inzichten. Maar ook de andere lichtbronnen die effect hebben op het beeld in de openbare ruimte nemen we mee. Het afwegingskader voor nieuw te plaatsen verlichting en bij veranderingen in bestaande situaties bestaat uit: 1) doordacht verlichten 2) gebiedsgericht verlichten 3) energie en milieu 4) samenwerken Hieronder leest u wat deze punten inhouden
1) Doordacht verlichten Het uitgangspunt bij nieuwe en bestaande situaties is vanzelfsprekend de verkeersveiligheid. Bij de keuze voor wel of niet verlichten kijken we bij de ontwerpfase al of de weg zo recht mogelijk kan zijn. Is dit niet mogelijk (wat natuurlijk vaak het geval is), dan wordt bekeken of we alternatieven kunnen toepassen. Denk daarbij aan kattenogen, reflecterende belijning, schrikhekken, ledlampjes in de as van de weg en dergelijke. Mocht dit niet voldoende zijn om de verkeersveiligheid te waarborgen en er toch verlichting nodig zijn, dan plaatsen we verlichting die zo energiezuinig mogelijk is die we in ieder geval dimmen in de avond en nacht. Bovendien kijken we per situatie of het licht ook in de nacht nodig is. Licht op maat en dus alleen daar waar het nodig is De gemeente heeft haar areaal redelijk up-to-date en redelijk goed in beeld. Er is de afgelopen jaren al bewust omgegaan met het vervangen en uitbreiden van de openbare verlichting. Daarbij is er geen overdreven hoeveelheid licht geplaatst. Door de nieuwe technieken en inzichten gaan we bij vervanging nog beter kijken of het licht echt nodig is of dat er betere alternatieven te bedenken zijn, zoals bijvoorbeeld reflecterende belijning of een andere vorm van markering. Ook is het mogelijk dat er helemaal geen verlichting nodig is zonder dat de verkeersveiligheid in het geding komt.
Ons uitgangspunt ‘Niet verlichten, tenzij’ handhaven we. Niet verlichten, tenzij houdt in:
2
Is de verkeersveiligheid in gevaar?
• Ja?
Kan wegontwerp anders?
• Nee?
Kunnen we passieve markering toepassen?
• Nee?
Kunnen we actieve markering toepassen?
• Nee?
Energiezuinige verlichting waarbij we kijken wanneer en hoeveel licht nodig is.
Afwijken van de richtlijn In Nederland zijn we niet verplicht om te verlichten. Er kunnen redenen zijn om niet, dan wel zeer beperkt te verlichten. Deze keuze hangt nauw samen met aspecten zoals veiligheid, duurzaamheid en/of donkerte. Ook kunnen bepaalde omstandigheden tijdsgebonden zijn en kan dus de verlichtingskeus hiermee variëren. Er is een advies voor de hoeveelheid licht op de weg (horizontaal) en op 1,5m hoogte (verticaal) en over de verdeling van het licht op de weg (gelijkmatigheid) opgenomen in de NPR. • Horizontaal: we houden maximaal 75% aan, met uitzondering van centrum- en uitgaansgebieden waar vaak wat meer licht is. • Verticaal: Op deze hoogte zijn veel lichtbronnen die deze waarde beïnvloeden en opgegeven waarde in de richtlijn is daarnaast erg hoog. Daarom houden we deze niet aan. • Gelijkmatigheid: Op locaties waar de sociale veiligheid een belangrijke rol speelt (zoals centrum- of woongebieden) of de verkeersveiligheid (zoals hoofdontsluitingswegen binnen de kom), willen we de verdeling zo goed mogelijk hebben. Bij vervanging van bestaande verlichting laten we de afstand tussen de lantaarnpalen zoals die was. Nieuwe locaties proberen we de gelijkmatigheid aan te houden vanuit de adviesrichtlijn zonder zoveel licht op straat te krijgen als de richtlijn voorschrijft. Dit kan door een juiste lensafstelling.
Geen onnodige schijnveiligheid creëren Licht wordt vaak in eén adem genoemd met veiligheid. Doordat er licht aanwezig is, voelt men zich veilig. Als we spreken over veiligheid, dan zijn er twee soorten, namelijk de verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Verlichting kan bijdragen aan de overzichtelijkheid van een gebied, maar ook aan schijnveiligheid. De echte veiligheid hangt met name af van de mate van sociale controle.
3
De gemeente Aalten kiest in woon- en centrumgebieden een lichtkleur waarbij gezichten goed herkenbaar zijn, zoals bijvoorbeeld (warm) wit. Dit draagt bij aan de sociale veiligheid. De gemeente probeert onnodige schijnveiligheid te voorkomen.
Voor wat betreft de openbare verlichting hanteren we geen Politie Keurmerk Veilig Wonen Het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW is geen verplicht keurmerk. Dit keurmerk wordt veel gebruikt door projectontwikkelaars en bestaat uit certificaten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen bestaande- en nieuwbouw. Voor de openbare verlichting in de gemeente, is het keurmerk Veilige Omgeving van belang. Het keurmerk geeft aan dat achterpaden verlicht moet worden en de richtlijn voor de openbare verlichting volledig aangehouden wordt. De richtlijn houden wij niet volledig aan. De gemeente verlicht haar eigen achterpaden niet. Projectontwikkelaars gebruiken het Politie Keurmerk Veilig Wonen vaak als een verkoopargument vanwege het gevoel van veiligheid van inwoners en de korting die door verzekeraars op de verzekeringspremies wordt gegeven als een woning het keurmerk heeft. Het gaat dan echter om het keurmerk Veilige Woning. Dit certificaat gaat om de woning zelf, het hang- en sluitwerk en de buitenverlichting aan de woning. Projectontwikkelaars kunnen op de nieuwbouwprojecten wel een PKVW Veilige Woning afgeven, maar zonder het certificaat Veilige Omgeving. De inwoners hebben dan toch recht op korting op hun verzekeringspremies.
Geen keurmerk KVO voor wat betreft de openbare verlichting op bedrijventerreinen en winkelgebieden Het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) is een vrijwillig keurmerk voor bedrijventerreinen, buitengebied en winkelgebieden. Er worden door ondernemers, verenigingen, politie, brandweer en de gemeente onderlinge afspraken gemaakt over diverse zaken, waaronder de openbare verlichting. In de gemeente Aalten hebben we keurmerken voor bedrijventerreinen, winkelgebieden en buitengebied. Voor de hoeveelheid licht is dit beleidsplan ‘Licht in de gemeente Aalten’ leidend.
Geen verlichte reclames aan de lichtmasten en verlichte reclames Verlichte reclames aan de lantaarnpalen kunnen zorgen voor lichtvervuiling en een hoger energieverbruik. Ook kan het ervaren worden als een aantasting van de leefomgeving. Als er reclame borden aan de lichtmast bevestigd moeten worden, dan dienen de masten verzwaard te worden. Dat is niet wenselijk en het uitgangspunt is dat er geen verlichte reclames aan de lantaarnpalen bevestigd worden. Ook bij andere lichtgevende reclameborden is de gemeente uiterst terughoudend. Het mag niet de leefomgeving aantasten, verrommeling van het landschap geven of de verkeersveiligheid in geding brengen.
Tegengaan van onnodige lichtvervuiling We kijken (nog meer) naar lichthinder en –vervuiling. We spreken van lichthinder als licht bijvoorbeeld in een slaapkamer schijnt. Lichtvervuiling is het verlichten van de hemel waardoor er een lichtkoepel zichtbaar is. Onnodige lichthinder en vervuiling willen we voorkomen. We zetten in op lagere lampsterkte, gerichter licht (minder strooilicht) en na de spits gaan we overal dimmen. Eventueel kan het licht in de nacht op bepaalde locaties uit.
4
Daarnaast kan lichthinder of lichtvervuiling ook komen door bijvoorbeeld reclame of aangelichte gebouwen. Vaak wordt niet alleen het pand aangelicht, maar ook de omgeving of de hemel. De gemeente zet zich in om deze lichtbroneigenaren te informeren over onnodige lichthinder/lichtvervuiling en zo gezamenlijk een prettigere leefomgeving te creëren.
Terughoudend ten aanzien van leddisplays/lcd schermen De gemeente is terughoudend ten aanzien van nieuwe leddisplays, lcd schermen en dergelijke (grote digitale reclame borden met of zonder wisselende beelden). Deze kunnen storend zijn in het landschap en ze dragen vaak niet bij aan de verkeersveiligheid. Daarnaast speelt ook de omgevingswet een rol; er mag geen hinder ontstaan aan de fysieke leefomgeving. De gemeente hanteert de ‘Richtlijn Lichthinder’ van de NSVV en de CROW-handreiking ‘Reclame langs wegen’. Ook is de gemeente terughoudend ten aanzien van leddisplays in etalages. Het verzoek aan ondernemers is om deze uit te doen na sluitingstijd. Waar het is toegestaan mag het geen hinder voor omwonenden of flora en fauna geven en ook geen verkeershinder veroorzaken.
2) Energie en Milieu Voldoen aan het landelijk energieakkoord Gezamenlijk met 47 partijen is door de VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten), namens alle Nederlandse gemeenten, het landelijk Energieakkoord (SER-Energieakkoord) in 2013 ondertekend. Hierin zijn afspraken gemaakt om gezamenlijk tot een duurzame, klimaatvriendelijke omgeving te komen. Ten aanzien van de openbare verlichting zijn de volgende relevante doelstellingen genoemd: 1. 20% energiebesparing in 2020 ten opzichte van 2013 2. 50% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2013 3. 40% is voorzien van slim energiemanagement in 2020 4. 40% is energiezuinig in 2020 De gemeente is actief bezig om deze doelstellingen te kunnen realiseren. Begin 2023 is 45% ledverlichting. Ter vergelijking: in 2013 was dat 1%. We gaan door met oude verlichting te vervangen. Het tempo waarin dit kan gebeuren wordt bepaald door de beschikbare middelen. We dienen keuzes te maken omdat conventionele lampen vanaf maart 2023 niet meer geproduceerd worden. Bijdragen aan de Global goals De 17 Global Goals zijn belangrijk voor de gemeente Aalten. Met dit beleidsplan leveren we een bijdrage aan onderstaande Global Goals: Nummer 3 Goede gezondheid en welzijn: Licht heeft effect op de gezondheid van de mens en op de natuur. Door bewuster te kijken naar licht dragen we bij aan deze Global Goal.
Nummer 7 Betaalbare en duurzame energie: Door minder energie te verbruiken en duurzame energie in te zetten.
5
Nummer 11 Duurzame steden en gemeenschappen: We hebben duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Daarbij kijken we naar of licht nodig is, hoeveel en op welke tijden. De nieuwe materialen die we toepassen zijn zo duurzaam mogelijk. Nummer 13 Klimaatactie: minder energie, duurzame materialen, aandacht voor effect licht op de flora en fauna.
Per situatie bepalen wat de meest energiezuinige en duurzame oplossing is dat past bij budget en stand der techniek zonder koploper te zijn Net als in de omliggende gemeenten, wordt al veel jaren gekozen voor duurzame en energiezuinige verlichting en oplossingen. Per situatie wordt bekeken wat de beste oplossing is, passend in de omgeving en binnen het beschikbare budget. We kijken naar duurzaamheid en energiebesparing. De gemeente is volger van nieuwe technieken, maar heeft niet de ambitie om koploper te zijn. Streven is om uniformiteit in de openbare verlichting te krijgen om de beheerkosten zo laag mogelijk te houden. Conventionele lampen zijn vanaf 2023 niet langer te verkrijgen.
Aanzetten tot circulaire economie Onze maatschappij is een wegwerpmaatschappij. Grondstoffen zetten we om in producten, deze worden gebruikt en daarna vernietigd. In een circulaire economie is er geen afval meer. Grondstoffen zetten we om in producten, deze worden gebruikt en daarna uit elkaar gehaald en de onderdelen weer opnieuw gebruikt. Dit vergt een ander productieproces. Bij de aanschaf van producten stellen we als eis dat het aan de circulaire economie moet voldoen (voor zover mogelijk).
Volger smart city Smart City is een breed begrip. Concreet komt het neer op het slim aansturen van alles in de openbare ruimte. Voor een smart gemeente kan je daarbij denken aan een sensoren die een signaal geven als de vuilnisbakken vol zijn, fijnstofmeting, verkeerstelling, wifi in de lichtmast etc. Er zijn veel ontwikkelingen op dit vlak. De gemeente Aalten heeft niet de ambitie om koploper te zijn, maar houdt de ontwikkelingen goed in de gaten. Zodra het zinvol en betaalbaar is, past de gemeente het zeker toe.
3) Gebiedsgericht verlichten Elke gebied is anders. Niet alleen wat betreft de inrichting, maar ook qua gebruik. In het ene gebied is de verkeersveiligheid van belang, in andere gebieden meer de sociale veiligheid. In woongebieden gaan we anders om met verlichting dan in bijvoorbeeld een winkelcentrum. Per gebied wordt bekeken welke functie verlichting heeft en wat de benodigde hoeveelheid licht is en met welke verdeling van het licht. Ook de lichtkleur kan verschillen.
Woongebieden goede kleurherkenning Openbare verlichting speelt een belangrijke rol in de woongebieden. Door de juiste lichtkleur toe te passen wordt een goede leefomgeving gecreëerd. Alle verlichting wordt gedimd. Vrij liggende voetpaden en achterpaden verlichten we niet tenzij het een doorgaande route is en er voldoende sociale controle is.
6
Parken, speelplekken, hondenuitlaatplekken, jeu de boules banen, natuurgebieden, bossen en groenvoorzieningen worden niet verlicht Parken, groenvoorzieningen, natuurgebieden en bossen worden niet verlicht omdat hier in de avond en nacht geen sociale controle is. Het licht zou dan schijnveiligheid geven. Ook willen we de flora en fauna niet onnodig verstoren. Datzelfde geldt ook voor speelplekken, hondenuitlaatplekken en jeu de boules banen. Hier is weinig sociale controle en daarom wordt hier ook geen verlichting geplaatst. Op plekken waar nu wel verlichting staat, wordt de verlichting in principe verwijderd. Maar wel in overleg met gebruikers en aanwonenden.
Parkeerplaatsen uit in nacht waar dat kan of niet verlichten Per parkeerterrein wordt beoordeeld of verlichting zinvol is. Ook wordt gekeken of verlichting gewenst is in de nachtelijke uren. Alle verlichting wordt gedimd en op parkeerplaatsen waarvan geen gebruik wordt gemaakt in de avond en nacht wordt de verlichting, waar dat kan en mogelijk is, in de nacht uitgezet. Indien deze niet van de gemeente is, gaan we in gesprek met deze eigenaren waar daar aanleiding toe is. Bedrijventerrein in samenspraak ondernemers Bedrijventerreinen moeten goed bereikbaar en aantrekkelijk zijn om zich te vestigen. De openbare verlichting wordt gedimd en waar mogelijk gaat het licht uit in de nacht. De verlichting van de bedrijven wordt besproken in de bestaande overlegstructuren. Doel is om geen onnodige lichtvervuiling te hebben.
Hoofdfietsroutes binnen de kom worden verlicht, buiten de kom alternatieven of maximaal één route verlicht i.c.m. detectiesysteem We stimuleren het fietsgebruik en hebben veel fietsroutes. Zowel recreatieve als dagelijkse fietsroutes. Recreatieve fietsroutes worden niet verlicht. Deze worden hoofdzakelijk overdag gebruikt. Dagelijkse fietsroutes kunnen we nog splitsen in hoofd- en doorgaande fietsroutes. Uitgangspunt is dat alleen hoofdfietsroutes binnen de kom verlicht worden. Per situatie bekijken we of deze verlichting in de nacht uit kan. In ieder geval wordt het licht gedimd zodra dat technisch mogelijk is. Tussen de kernen onderling is of wordt maximaal 1 hoofdfietsroute voorzien van detectie of alternatieven.
Buitengebied niet verlichten tenzij in nieuwe situaties en in bestaande situaties niet meer licht dan anno 2024 In het buitengebied komt geen verlichting bij in nieuwe situaties tenzij dit voor de verkeersveiligheid nodig is en er geen alternatieve oplossingen zijn. In bestaande situaties komt er ook geen verlichting bij. Het streven is om deze hoeveelheid te verminderen als de situatie dat toelaat. Bij grote aanpassingen gaan we met de betreffende gebruikers en inwoners van het gebied tijdig in gesprek.
4) Samenwerking De openbare ruimte wordt door iedereen gebruikt, inwoners, ondernemers, verenigingen. Door samen op te trekken kunnen we komen tot een prettigere, energiezuiniger openbare ruimte. Integrale afstemming Bij nieuwbouw of een herinrichting is het van belang om vanaf eerste ontwerpen een goede afstemming tussen de weg en het groen te hebben. Bijvoorbeeld (hoog) groen langs een fietspad kan
7
een gevoel van onveiligheid geven. Of de verlichting staat tussen de bomen. Dit kan vaak voorkomen worden door tijdig en goed op elkaar af te stemmen. In gesprek met andere lichtbroneigenaren Niet alleen de openbare verlichting bepaalt het beeld buiten op straat, ook andere lichtbronnen. Ook licht van bedrijven, uit etalages, van reclameborden, aangelichte kunstwerken en noem maar op bepaalt het beeld in de openbare ruimte. Vaak is deze niet van ons maar van anderen. Door samen met deze eigenaren in gesprek te gaan over de hoeveelheid licht, het tijdstip, kleur en het voorkomen van lichthinder, kan het licht beter op elkaar afgestemd worden met als resultaat een prettiger, sfeervoller en duurzamere openbare ruimte. Diverse gemeentelijke beleidsvelden hebben een verbinding met lichtbronnen. Die beleidsvelden zullen ieder voor zich licht en donkerte een passende plek geven in hun beleid, hun reguliere taken en uitvoeringsprojecten. Participatie waar mogelijk en wenselijk Participatie is belangrijk voor ons en daarom betrekken we onze inwoners bij wezenlijke veranderingen in de openbare ruimte zoals verminderen van verlichting. Maar ook samen met ondernemers gaan we in gesprek bij de reconstructie van een bedrijventerrein. Door gezamenlijk met elkaar te praten kunnen we komen tot een betere afstemming en een prettige, kwalitatief betere en duurzamere leefomgeving.
Beheersmatige uitgangspunten Qua beheersmatige uitgangspunten houden we de uitgangspunten uit ons oude beleidsplan aan volledig, namelijk: Technische levensduur masten 40 jaar en armaturen 20 jaar Een lantaarnpaal bestaat uit een mast (paal) en een kap (armatuur). De mast is vaak een stalen mast. Deze kan ongeveer 40 jaar blijven staan. Daar zit een armatuur op die gemiddeld 20 jaar mee kan gaan. Klassieke masten van gietijzer gaan ongeveer 80-100 jaar mee mits goed onderhouden. We schaffen materialen aan die zo lang mogelijk meegaan, zo duurzaam mogelijk zijn en waar mogelijk ook circulair zijn. Uniformiteit Het is belangrijk om zoveel mogelijk dezelfde masten en armaturen te hebben vanuit de beheerzijde. Zo hoeven er niet heel veel verschillende soorten op voorraad gehouden te worden en kan bij een schade alles sneller vervangen worden. Masten Over het algemeen worden stalen masten toegepast. In het centrum van Aalten en Dinxperlo zijn deze masten gecoat in de kleur zwart. In het centrum van Bredevoort worden gietijzeren masten toegepast in de kleur groen. Waar nu klassieke verlichting toegepast is houden we dit zo. Mochten er nieuwe materialen komen of nieuwe inzichten ontstaan, dan kiest de gemeente voor het materiaal dat het beste past bij de uitgangspunten van een circulaire economie en duurzaamheid.
Uitfasering conventionele lampen De conventionele lamp wordt vanaf maart 2023 niet meer geproduceerd. Deze verlichting wordt vervangen door ledverlichting.
8