B6. Zienswijze behandelen 197532 Zienswijze TAM-Omgevingsplan Lieversdijk Haart (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Inkomend document
-
618987
GEMEENTE
AANTEKENI aal Z
Datum:
AALTEN
_ 04 DEC, 2025
Gemeenteraad Aalten
Aan:
Postbus 119 7120 AC Aalten 2025 december 01
Datum:
Betreft: Zienswijze “TAM-Omgevingsplan Lieversdijk Haart (gemeente Aalten)”. LS,
aanleiding van uw bekendmaking in het Gemeenteblad jaargang 2025 met nummer 465984 aangaande het ontwerp van het TAM-Omgevingsplan Lieversdijk Haart met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240004-ON01 willen wij onze zienswijze aan u kenbaar maken. In het bijzonder zijn wij oi. nadrukkelijk belanghebbenden, als eigenaren van een aangrenzend perceel, kadastraal Naar
bekend als gemeente
Aalten sectie P‚,
nummer
750.
Onze zienswijze is als volgt georganiseerd. In Secties 1 tot en met 4 beschrijven we onze zienswijze voor zover die voor ons, als eigenaren van perceel P 750, van belang zijn. Onze zienswijze die indirect als eigenaren betreft, staat beschreven in de
ons
bijlage.
belanghebbenden, tot op heden omgevingsplan. In Sectie 2 formuleren wij een lijst behartigd zijn bij van aanvullende uitgangspunten voor het omgevingsplan, waardoor onze belangen als eigenaren van het aangrenzende perceel tevens middels ‘voorwaardelijke verplichtingen’ worden opgenomen bij de aanvraag van de omgevingsvergunning. In Sectie 3 relateren we ons belang als eigenaren van perceel P 750 aan de artikelen die beschreven staan in de ‘Regels’ van het TAM-Omgevingsplan. In Sectie 4 In Sectie
1
spreken we
onvoldoende
sluiten
we
onze
betrokken
zorgen uit
het
zienswijze af met
onze
het feit dat wij, als
over
en
een
conclusie.
Belanghebbenden onvoldoende geïnformeerd
1
Slechts bij toeval kwam Haart ter
ore.
ons
Wij ervaren
het bestaan
het ontwerp het als uiterst onplezierig dat van
van
en
het
onvoldoende
behartigd
TAM-Omgevingsplan Lieversdijk
i._wij, als belanghebbenden, niet persoonlijk zijn betrokken en geïnformeerd en er in het omgevingsplan geen uitgangspunten, of voorwaardelijke verplichtingen, zijn opgenomen die relevant zijn voor ons en ons perceel.
ü.
Wij 1.1
menen
dat
u
ons
daar geen recht
mee
doet. Onderstaande lichten
we
dat nader toe.
Participatie
‘Participatie omgeving’ van de Toelichting staat vermeld dat zowel Haarts Belang als de stichting Accent/basisschool 't Möllenveld vanaf het begin zijn betrokken bij de planvorming. Vervolgens wordt genoemd dat er op 16 oktober 2024 een informatiebijeenkomst is geweest inzake het TAM-Omgevingsplan Lieversdijk Haart, waarvan het ‘Participatieverslag’ is opgenomen in Bijlage 2 van het plan. In Sectie 8.2.1 ‘Vooroverleg’ van de Toelichting wordt verder gesteld: “Participatie met omwonenden en andere belanghebbenden heeft in oktober 2024 plaatsgevonden.’ In Sectie 4.1
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 1 van 12
Inkomend document
Vanuit
onze
optiek
-
618987
is dit laatste pertinent onjuist; wij, als belanghebbenden, zijn niet geïnformeerd, ‘geparticipeerd’. Dat wij de afgelopen jaren op geen enkele wijze zijn
laat staan dat wij hebben betrokken bij de
1.2
Uitgangspunten,
In Sectie
als
plannen ervaren wij
3.1 ‘Wat houdt de
d.w.z.
omissie
een
van
zijde van de gemeente.
de
voorwaardelijke verplichtingen
ontwikkeling
in?’ van de
Toelichting staan
o.a.
de
opgestelde
uitgangspunten vanuit de gemeente Aalten en de basisschool ‘t Möllenveld, aangevuld met ‘overige uitgangspunten’. De uitgangspunten staan tevens verwoord in de door bureau BOO (Buro ontwerp &
omgeving) geschreven Bijlage 1 ‘Schetsboek’. In Sectie 3.1 staat verder:
verplichting opgenomen bij de aanvraag
‘Het schetsboek wordt als voorwaardelijke
van
de
omgevingsvergunning.’ Zowel de gemeente Aalten als bureau BOO hebben verzuimd om ons bij het plan te betrekken, en hadden ons de gelegenheid moeten bieden om uitgangspunten op te stellen die onze belangen behartigen. Dit ervaren wij eveneens nadrukkelijk als een omissie van zowel de gemeente Aalten van
bureau
Conclusie
1.3
de gemeente Aalten overleg met ons, ook onze
Wij verwachten
van
plan,
in nader
2
Aanvullende
bureau BOO
en
belangen
P
opbrengsten van als de waarde van omgevingsplan niet nadelig beïnvloed.
gedaan
dat in het
en
het
voor
perceel
dit
plan één belangrijk,
P 750 worden
door het
uitgangspunt is nader uitgewerkt in de volgende vier punten:
huidige agrarisch gebruik van
Het
recht wordt
ons
behartigd.
750, stellen
Zowel de
Dit overkoepelende
dat
worden
uitgangspunten
Wij, als eigenaren van het aangrenzende perceel overkoepeld uitgangspunt op:
1)
als
BOO!
het
perceel
(onveranderd en onverminderd)
kan
in stand
blijven;
2) 3) 4)
huidige grondwaterpeil blijft ongewijzigd (niet te nat en niet te droog); huidige afwateringssysteem blijft gehandhaafd (d.w.z. geen verslechtering); De kadastrale oppervlakte blijft ongewijzigd, d.w.z. de verbreding van de greppel gaat koste van ons perceel. Het Het
Onderstaande lichten
2.1
we
die vier punten toe,
Huidig agrarisch gebruik
in stand
en
sluiten af met
een
niet ten
conclusie.
houden
gebruikt als grasland en voor de verbouw van mais. Ten behoeve van beide worden beperkt gewassen wordt organische bemesting toegepast. Bij maisteelt gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. Als eigenaar van het perceel pleiten we nadrukkelijk voor het in stand houden van het huidige gebruik. In het bijzonder betekent dit uitgangspunt dat: -_Kinderen het perceel niet als speelplaats gaan zien/gebruiken; Het iets opschonen van de groensingel aan de zuidzijde (Bijlage 1 ‘Schetsboek’, p. 13) moet niet worden opgevat als uitnodiging om ons perceel te betreden. -___Honden ons perceel niet mogen betreden: Het is bekend dat honden (via hun ontlasting) een rol spelen bij de verspreiding van dood van de ongeboren vrucht kan neospora, wat bij koeien (door weefselbeschadiging) de zie veroorzaken; Neospora! -___Nieuwe omwonenden zich niet beklagen over bemesting van het perceel, m.n. over ‘landelijke geuren’; Perceel
P 750
wordt
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 2 van 12
Inkomend document
-__Nieuwe
wel,
Let
omwonenden is bij
er
een
zich niet
hoogte
beklagen
van
de mais
op p. 11 van Bijlage 1 geplaatste wervende de es met groenstructuren tussen de erven
schept andere verwachtingen dan
In
‘hoogte’
van
de mais.
dus geen sprake van een open es. De tekst ‘Aantrekkelijk woonmilieu aan de rand van 2.5 tot 3
m
op de esrand met uitzicht
en
door het
618987
over
de open es.’ wordt
(sic)
huidig gebruik van de es waargemaakt
en
optiek dus niet alleen misleidend maar tevens onjuist. De toepassing van gewasbeschermingsmiddelen voor de mais onveranderd en onverminderd plaats kan blijven vinden; kan worden. De tekst is vanuit
-__
de
over van
-
onze
op het laatste punt lezen wij in Hoofdstuk 6.15.2 van de Toelichting: ‘Rondom de zuidzijde en oostzijde van onderhavig projectgebied liggen percelen met
aanvulling
een
gewasbeschermingsmiddelen agrarische bestemming. worden toegepast. Er gelden op dit moment echter geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld/bespoten en woningen (en tuinen) of andere gevoelige functies.” Naar onze mening sluit het actuele agrarische gebruik (grasland/maisland) goed aan bij het voorgaande. In de
land-
en
tuinbouw kunnen
Vervolgens lezen we echter: ‘Op basis van jurisprudentie is een vuistregel ontstaan om 50 meter aan te houden tussen agrarisch grond en gevoelige functies.” We zijn recent gestoten op een Raad van State uitspraak (ECLI:NL:RVS:2025:1205) waaruit blijkt dat de spuitzonering van 50 meter op het plangebied van de ontwikkelaar dient te worden gerealiseerd. Als deze zonering op dit projectplan Lieversdijk Haart wordt geprojecteerd over de breedte van ons perceel (ca 110 m) resteren slechts enkele meters breedte aan de noordzijde. Er gaat dan 50 x 110 m 5.500 m2 af van het totale projectgebied van 5.890 m2. Dit lijkt ons onvoldoende voor 13 woningen! Het plan is dan feitelijk onuitvoerbaar. =
Verder
blijkt uit de publicatie van
Visserij, Voedselzekerheid
en
de beslisnota d.d. 04.11.2025
Natuur
(L.V.V.N.) aan
de Tweede
van
het
Ministerie
Kamer dat
van
(op basis een
Landbouw, niet
uitspraak): genoemde “het huidige beoordelingskader voor spuitzonering als onvoldoende wordt gezien” “Halverwege 2026 zal een rapport verschijnen waarin de haalbaarheid van een dergelijk rekenmodel wordt beschreven, maar nog geen definitief model wordt gepresenteerd” RVS
van het ministerie van L.V.V.N. d.d. 19.11.2025 blijkt in detail welke
Uit de Kamerbrief
onderzoeksvragen zijn geformuleerd. Daar deze onderzoeksvragen een theoretisch wetenschappelijk kader dragen (uitgevoerd door RIVM, WUR) lijkt een uitwerking voor alledaagse en praktische besluitvorming in bouwprojecten nog ver weg te zijn, nog afgezien van de mogelijke rechtsuitspraken. In Sectie 6.15.2
staat
vervolgens:
‘Gelet op de aard van het voornemen, de voorgestelde inrichtingsmaatregelen, de afstanden, feitelijke situatie en planologische situatie tot open teelten van bomenteelt en fruitteelt, is er en gewasbeschermingsmiddelen geen sprake van volksgezondheidsrisico's. Daarnaast leidt het planvoornemen niet tot het schaden van de belangen van omliggende waarden en functies en leidt het planvoornemen niet tot het schaden van belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden.’
ten
gevolge
van
het aspect spuitzones
onaanvaardbare
We
maken
nadrukkelijk
bewoners kunnen
bezwaar tegen veroorzaakt
worden
overkoepelend uitgangspunt
beperkingen van
ons
die door dit
bouwproject en hun toekomstige agrarische gebruik; zie ook ons
actuele
in Sectie 2 van dit document.
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 3 van 12
Inkomend document
618987
-
Huidig grondwaterpeil ongewijzigd
2.2
hoog, zeker ten opzichte van het ‘Plangebied’ (Bijlage 1, p. 10). Omdat het ‘Plangebied’ relatief laag ligt (Bijlage 1, p. 8), zou dit tot wateroverlast kunnen leiden voor toekomstige bewoners, immers het ‘Plangebied’ kan gezien worden als “badkuip” waar het water zich verzamelt doordat de grondwaterstromingsrichting naar het noorden loopt, en door de onderliggende leemlaag potentieel blijft staan. In Sectie 6.5.2 ‘Onderzoek’ wordt daarom aanbevolen ‘om het vloerpeil van de geplande woningen 20 cm hoger te realiseren dan het gezamenlijke erf.’ Het opbrengen van een extra laag grond van minimaal 0,2 meter heeft ook gevolgen bij hevige regenbuien, doordat dan een deel van deze aarde weg kan vloeien naar omliggende percelen en greppels. Dit zou overlast kunnen veroorzaken voor ons naastgelegen perceel en dit lijkt ons niet gewenst. Verlagen van het grondwaterpeil is voor het huidige gebruik van ons perceel ook geen optie! Perceel P 750 is relatief
Afwateringssysteem blijft ongewijzigd
2.3
Voor dit
punt geldt hetzelfde als voor het vorige punt; het
dezelfde wijze te
blijven gebruiken,
Kadastrale
2.4
d.w.z.
moet
verslechtering van
het
mogelijk blijven om ons perceel op afwateringssysteem is geen optie.
oppervlakte ongewijzigd
In Sectie 6.5.2 ‘Onderzoek’ wordt gesproken van een ‘vergroting greppels’. Wij merken op dat het vergroten van de greppels ten koste van ons eigendom onrechtmatig is. Anders gesteld, de vergroting van de greppels zal nadrukkelijk en uitsluitend plaats moeten vinden op het ‘Plangebied’.
2.5
Conclusie van het aangrenzende perceel, willen dat zowel ons overkoepelende uitgangspunt uitwerking in vier sub-uitgangspunten als voorwaardelijke verplichtingen in het
Wij, als eigenaren als de nadere
Omgevingsplan 3
worden
opgenomen.
Regels
onze optiek, als eigenaren van perceel P 750, zijn er meerdere artikelen in de ‘Regels’ Omgevingsplan van direct belang. In onderstaande secties gaan we nader op de betreffende
Vanuit
artikelen
3.1
in het
in.
Artikel 5
‘Maatschappelijk’
‘Vergunningsvoorschriften’ staat: ‘Burgemeester en wethouders kunnen vergunningsvoorschriften stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.25 van het omgevingsplan ten behoeve ll f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
In Sectie 5.6
van:
huidige omgevingsplan beperkt de gebruiksmogelijkheden van ons perceel. Wij verzoeken burgemeester en wethouders (B&W) daarom vergunningsvoorschriften te stellen aan de omgevingsvergunning, waardoor de gebruiksmogelijkheden van ons perceel behouden blijven. Het
3.2
Artikel
In Sectie 7.5.2
7 ‘Wonen’
‘Overschrijding bouwgrens en bouwen
tot
voorgevel
beoordelingsregel’ staat:
—
‘Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 7.5.1 kan alleen worden verleend mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan […] de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende
gronden.’
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 4 van 12
Inkomend document
Wij voorzien dat er door het huidige omgevingsplan
gebruiksmogelijkheden niet worden In Sectie
van
perceel.
ons
Vanuit
ons
-
618987
onevenredige inbreuk wordt gedaan op de perspectief kan de omgevingsvergunning daarom een
verleend.
7.6 ‘Vergunningsvoorschriften’ staat verder: ‘Burgemeester en wethouders kunnen vergunningsvoorschriften stellen aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.5 en artikel 22.25 van het omgevingsplan behoeve
ten
van:
Lesl f. de gebruiksmogelijkheden
van
aangrenzende gronden;
de
huidige omgevingsplan beperkt de gebruiksmogelijkheden van ons perceel. Wij verzoeken vergunningsvoorschriften te stellen aan de omgevingsvergunning, waardoor de gebruiksmogelijkheden van ons perceel behouden blijven.
B&W
Het
daarom
3.3
Artikel
‘Overgangsrecht’
15
‘Overgangsrecht gebruik’ staat: gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.’ Dit impliceert dat de gebruiksmogelijkheden van ons perceel, zelfs als het in strijd is met het TAMomgevingsplan, voortgezet mag worden bij inwerkingtreding van dat plan. Moment van (de geplande) inwerkingtreding is ons momenteel nog niet bekend. In Sectie 15.1
‘a. Het
Verder staat
er:
overgangsrecht geldt vanaf inwerkintreding van onderhavig TAM-omgevingsplan van vijf jaar.” Het overgangsrecht heeft, helaas, slechts een beperkte looptijd. Dit lijkt ons een onderwerp van discussie c.q. overleg. ‘e. Het
een
3.4
voor
duur
Conclusie
(tenminste) 3 artikelen in de ‘Regels’ van het TAM-omgevingsplan waaruit blijkt dat de gemeente Aalten rekening dient te houden met het huidige gebruik en de gebruiksmogelijkheden van ons perceel, dat aan het ‘Plangebied’ grenst. Met dat wij voorzien dat er door het huidige omgevingsplan een onevenredige inbreuk wordt gedaan op de gebruiksmogelijkheden van ons perceel (Artikel 7), worden in onze beleving onze rechten door dit huidige plan geschonden. Er zijn oi.
4
Afronding
In dit document
conclusie
en
hebben wij
Omgevingsplan Lieversdijk Als eigenaren een ons
van
het
onze
beschreven
zienswijze
betreffende het ontwerp
perceel
dat kadastraal
bekend
is als gemeente Aalten sectie P,
dat grenst aan het ‘Plangebied’, wij onaangenaam slechts bij toeval ter ore kwam. U doet ons, als belanghebbenden,
perceel
waren
beschreven
zienswijze als eigenaren
1 toten
met 3
In Sectie
1 beschreven
we
de omissies
2 beschreven
we
onze
In Sectie
van
het TAM-
Haart met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240004-ON01.
we
onze
van
zowel
uitgangspunten
worden
in de
In Sectie
3 gaven
we
het
Scan
nummer
daarmee
perceel
het
nummer
750,
Omgevingsplan
geen recht. In Secties
P 750.
de gemeente Aalten als bureau BOO. die, als belanghebbenden, meegenomen
hadden
totstandkoming Omgevingsplan. hoe onze belangen gerelateerd zijn aan de artikelen in de ‘Regels’ van het Omgevingsplan. In het bijzonder lijkt uit Artikel 7 te volgen dat u onze rechten middels dit plan schendt, omdat wij voorzien dat er door het huidige Omgevingsplan een onevenredige inbreuk wordt gedaan op de gebruiksmogelijkheden van ons perceel. moeten
van
van
verrast dat
aan
(geanonimiseerd)
1 van 2
-
Scanpagina 5 van 12
Inkomend document
-
618987
Op ons initiatief heeft inmiddels op 24 november 2025 een gesprek plaats gevonden met de gemeente Aalten. Hierin zijn op een constructieve en verhelderende wijze, zowel vroegere, huidige, als ook toekomstige ontwikkelingen rond ruimtelijke ordening in de gemeente Aalten besproken, met in
het
één
Om
en
bijzonder
aandacht
ander ook
het
voor
onderhavige TAM-Omgevingsplan Lieversdijk
schriftelijk vast te leggen, hebben wij deze zienswijze opgesteld.
primair voor ons als eigenaren opgeld doet, hebben we algemene zienswijze beschreven die ons als eigenaren indirect betreft.
Naast de zienswijze die meer
Haart.
in de
bijlage onze
Wij verzoeken de gemeente Aalten op een redelijke termijn te reageren op onze zienswijze mee te nemen in de nadere uitwerking en concretisering van het huidige ontwerp van het
Omgevingsplan.
Hoogachtend,
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Bijlagen: Algemene zienswijze.
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 6 van 12
en
die
Inkomend document
5
-
618987
Bijlage: Algemene zienswijze
zienswijze op het Omgevingsplan, die indirect ons als eigenaren soorten van ‘onvolkomenheden’ tegen, variërend van onvolledigheden tot feitelijke onjuistheden. Het doel van deze bijlage is om de gemeente Aalten (en In deze
bijlage beschrijven
betreft. Samengevat bureau
BOO)
in de
we
kwamen
een
we
meerdere
gelegenheid te stellen om
het
Omgevingsplan
In deze We
bijlage volgen we in grote lijnen de organisatie sluiten deze bijlage af met een conclusie.
5.1
ontwikkeling
Sectie 3.1 ‘Wat houdt de
van
de
te verbeteren.
‘Toelichting’ van
het
Omgevingsplan.
in?’
spreken we onze twijfels uit over de volgende wervende tekst op p. 11 van Bijlage 1 Toelichting: ‘Aantrekkelijk woonmilieu aan de rand van de es met groenstructuren tussen de essen en op de esrand met uitzicht over de es.’ (sic) ervaren deze tekst als afwijkend van een uitgangspunt en als misleidend, en de actie om dat Wij uitzicht te realiseren als het potentieel geweld aandoen van een bepalend kenmerk van dit gebied. In deze
van
sectie
de
Dit werken
wij onderstaande
nader uit.
Allereerst staat op p. 8 van diezelfde bijlage: ‘Een aantal kenmerken van dit gebied zijn: e e e
en
Ll _Eikensingels en -bosjes om de es; [.’
op p. 11:
‘Overige uitgangspunten waar rekening mee gehouden moet worden: e Ll e Rekening houden met bestaande kwaliteiten, zoals zichtlijnen richting de es.” Door de kenmerkende eikensingels en -bosjes om de es is er een nadrukkelijk verschil tussen enerzijds ‘uitzicht over de es’ (wervende tekst) en anderzijds ‘zichtlijnen richting de es’ (uitgangspunt). Ten
tweede staat op p. 13 van de bijlage: ‘Aan de zuidzijde wordt de groensingel iets
opgeschoond,
waardoor
er
voor
de woningen
vrij
de es.’
zicht ontstaat
richting Hooguit de 8 rijwoningen zullen een zichtlijn richting de es hebben, daar die woningen het zicht belemmeren van de 2 twee onder één kap woningen en de 3 levensloopbestendige woningen. Het betreft dus hooguit 8 van de 13 woningen. Zoals genoemd in Sectie 2.1 van ons document wordt er ook mais verbouwd op de es. Van ‘uitzicht over de es’ kan derhalve geen sprake zijn. Wij ervaren de ‘wervende tekst’ daarom niet overeenkomstig de werkelijkheid. Daarnaast ervaren wij woordgebruik ‘iets opgeschoond’ als uiterst vaag, met name omdat een bepalend kenmerk van dit gebied, t.w. ‘Eikensingels en -bosjes om de es’, daarmee potentieel geweld wordt aangedaan. 5.2 De
Sectie 3.2
beschrijving
‘Strijdigheid omgevingsplan’
in Sectie 3.2
(en Sectie 3.3 ‘Medewerking opheffen strijdigheid’)
is oi.
onvolledig.
deel ten oosten van de school (het ‘Plangebied’) en Voor beide delen staat in het geldende Haartseweg). (aan dan in het ‘TAM-omgevingsplan Aalten’ een andere bestemming ‘Omgevingsplan gemeente Haart’. Lieversdijk Het
projectgebied
een
deel ten zuiden
bestaat uit twee delen; van
de school
een
de
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 7 van 12
Inkomend document
hoe deze
618987
de school staat in Sectie 3.3 ‘Medewerking opheffen strijdigheid’ strijdigheid kan worden opgeheven. In die sectie ontbreekt echter hoe de
Voor het deel ten oosten beschreven
-
van
tegenstrijdigheid van het deel ten zuiden van de school wordt opgeheven, d.w.z. “Agrarisch met waarden” wordt omgezet naar “Maatschappelijk” en “Sport”. 5.3
Sectie 63
Deze sectie
‘Geur’
is oi. niet accuraat
In Sectie 6.2.3
en/of onjuist.
‘Onderzoek’ wordt
‘Binnen
een
straal
van
gesteld:
250 meter rond het
In deze context willen
wij erop wijzen het project bevindt. Zij dienen zich
momenten
er
dat hierdoor Naar
ons
er
bewust
van
te
geuroverlast kan ontstaan. zou
het wenselijk zijn
54
wordt
clausule in de koopcontracten van de bouwkavels op te afziet van klachten over geuroverlast door normaal
een
gewaarschuwd agrarisch gebruik; zie ook Sectie 2.1 ‘Huidig agrarisch gebruik nemen
bevinden zich geen overige
zijn dat gedurende het seizoen op bepaalde bemestingswerkzaamheden plaatsvinden passend bij het actuele agrarische gebruik en
oordeel
dat
projectgebied
geur producerende inrichtingen.” dat ons perceel zich naast een aantal toekomstige bewoners
veehouderijen of andere
intensieve
van
hoe de bestemming
men
voor
en
in stand houden’ in onze
zienswijze.
‘Bodemkwaliteit’
Sectie 64
Gegeven de tekst in deze sectie, lijkt het ons gewenst dat toekomstige bewoners worden
gewaarschuwd dat het aanleggen van molybdeen afgeraden wordt. Door bureau
BOO
is in
‘Bodemonderzoek’ In Sectie
van
een
groentetuin
juli 2025 een verkennend de Toelichting.)
vanwege
het
bodemonderzoek
verhoogde gehalte van
uitgevoerd (Bijlage 3
‘Samenvatting’ van Bijlage 3 staat: hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek niet geheel bevestigd. In de ondergrond bestaande uit klei ligt het aangetoonde gehalte molybdeen boven de kwaliteitseis van de bodemklasse ‘landbouw/natuur’. Het aangetoonde gehalte molybdeen ligt onder de interventiewaarde 4.1
‘De
bodemkwaliteit.”
gehalte molybdeen 10 mg/kg ds fors ligt; zie Tabel 5 op p. 57 van Bijlage 3. Hoewel dit onder de kwaliteitseis voor de bodemklasse ‘wonen’ ligt, lijkt dit ons voor toekomstige bewoners, die mogelijk een groentetuin ambiëren, wezenlijke informatie. Een waarschuwing van toekomstige bewoners lijkt ons daarom gewenst In het
bijzonder geldt dat In het bodemmonster
boven de kwaliteitseis
De conclusie
voorgenomen
5.5
dat
er
voor
de bodemklasse
het
MMOS5
‘landbouw/natuur’
vanuit het aspect bodem geen belemmeringen bestaan ten aanzien in het projectgebied lijkt ons dan ook voorbarig.
van
de
ontwikkeling
Sectie 6.5
‘Water’
(í) kan de conclusie in Sectie 6.5.3 geen standhouden, (ii) ontbreekt de invloed van de voorgestelde aanpassingen t.b.v. het voorkomen van wateroverlast in het plangebied op de belendende percelen (waaronder het onze) en (iii) is het sterk de vraag of de locatie van het plangebied wel geschikt is voor permanente bewoning. Oi.
Door
bureau
BOO
Toelichting). Voor
juli 2025 een wateronderzoek uitgevoerd (Bijlage 4 ‘Quickscan Water’ van het ruimtelijke plan is een analyse van de waterhuishouding uitgevoerd. is in
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 8 van 12
de
Inkomend document
618987
-
en Tabel 2 uit de Bijlage blijkt dat de verharding toeneemt van circa 30 m? tot circa 2.645 m?, oftewel een toename met bijna een factor 90! Uit Afbeelding 3 in de bijlage blijkt verder dat het projectgebied een “badkuip”-vorm heeft. Afvoer van hemelwater is voor het projectplan daarom een zeer belangrijk punt. In hoofdstuk 5 van de bijlage worden de uitvoering en resultaten van een doorlatendheidsonderzoek vermeld, dat is uitgevoerd om de daadwerkelijke infiltratiecapaciteit van de bodem te bepalen. Op p. 18 staat de volgende conclusie van dat onderzoek: ‘Uit de resultaten blijkt dat de onderzochte bodem te classificeren is als ‘slecht doorlatend’ en hiermee niet geschikt is voor infiltratie. De waterbergingsvoorzieningen moeten binnen 24 uur na het einde van de neerslag beschikbaar kunnen zijn voor een nieuwe bui. Om een infiltratievoorziening tijdig beschikbaar te krijgen zal er grondverbetering onder de voorzieningen moeten plaatsvinden waarbij het water vertraagd via een drain wordt afgevoerd.”
Uit Tabel 1
We
ervaren
het als
zeer
dat op p. 22 van de bijlage wordt geschreven: is vooralsnog alleen rekening gehouden met de statische niet met infiltratie/leegloop tijdens de bui. Eén en ander dient
verontrustend
‘In bovenstaande berekeningen
berging in de voorzieningen en
nog civieltechnisch bekeken te worden op constructie worden met het waterschap en de gemeente.” In Sectie 6.5.3 ‘Conclusie’
van
de
Toelichting wordt echter
‘Geconcludeerd wordt dat aanzien
afgestemd,
volgens ons geen
van
de
‘Aanbevolen
erf.
Hiermee
water op
Het baart
ons
en
zonder voorbehoud
standhouden van
de
zonder dat eerst één
en
afgestemd te
gesteld:
er
zoals beschreven op p. 22
In Sectie 6.5.2
aanleghoogtes
vanuit het aspect water geen belemmeringen de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.”
van
Deze conclusie kan
en
bestaan ten
ander is bekeken
en
bijlage.
Toelichting staat de volgende aanbeveling: om het vloerpeil minimaal 20 cm hoger te realiseren
wordt
wordt voorkomen dat water de woning
dan het
gezamenlijke
binnenstroomt als er bij heftige buien
straat staat.”
zorgen dat noch in de
Toelichting noch
in
Bijlage 3 de mogelijke
invloed
van
de
voorgestelde aanpassingen op de belendende percelen (waaronder het onze) beschreven worden; zie ook onze uitgangspunten in Sectie 2 van dit document. Op basis van bovenstaande rijst bij ons nadrukkelijk de vraag of de locatie van het plangebied wel geschikt is voor permanente bewoning vanwege mogelijke wateroverlast. Het ware wellicht beter te zoeken naar hoger gelegen gronden, dan wel gronden met een betere doorlaatbaarheid voor de uitvoering van dit project. 5.6
Sectie 6.9 ‘Natuur’
Wij zijn het nadrukkelijk conclusie
strijdig is met
geformuleerde conclusie in Sectie 6.9.3 ‘Conclusie’, de daaraan voorafgaande tekst en de conclusie van Bureau BOO.
In Sectie 6.9.3 ‘Conclusie’
oneens
met
staat:
vanuit het aspect natuur geen belemmeringen de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied.”
‘Geconcludeerd wordt dat aanzien
van
de
er
daar die
bestaan ten
Het is verbazend dat deze conclusie
onmiddellijk volgt op de volgende tekst: het onderzoeksgebied voor de bunzing, hermelijn, wezel, ‘Gelet op de geschiktheid levendbarende zandhagedis, hagedis en hazelworm is nader onderzoek noodzakelijk om de van het onderzoeksgebied voor deze soorten te kunnen bepalen.-Deze daadwerkelijke functie vast te kunnen stellen of overtredingen van het Bal aan de orde is om informatie benodigd van
zijn *, *
Voor de uitvoering van de woningbouwontwikkeling aan de Lieversdijk geldt de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning voor bouwen een nader ecologisch onderzoek wordt
voorafgaand
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 9 van 12
Inkomend document
-
618987
uitgevoerd. Uit dit onderzoek moet blijken of en in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling verenigbaar is met de bescherming van soorten zoals bedoeld in de Wet natuurbescherming. uit het nader onderzoek blijkt dat de beschermde soorten aanwezig zijn, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen te worden getroffen conform de geldende wettelijke vereisten, en dient een ontheffing of vergunning te worden aangevraagd. indien nodig Indien
—
—
De bouw van e
e
de woningen is uitsluitend toegestaan indien:
_ Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd, en;
_ De daarin voorgeschreven maatregelen aantoonbaar worden uitgevoerd en in stand gehouden.’
Door bureau BOO is in juli 2025 een quickscan uitgevoerd (Bijlage 5 ‘Quickscan flora & fauna’ bij de Toelichting). Uit de conclusie van die bijlage blijkt nadrukkelijk dat hier niet alleen nader onderzoek noodzakelijk is, maar ook dat er rekening met algemene diersoorten gehouden moet worden tijdens de werkzaamheden. In Sectie 6.2.1 ‘Jaarrond beschermde soorten’ staat: “Van
een
aantal soorten is de
aanwezigheid in het onderzoeksgebied niet uit te sluiten.
Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Alle onderstaande soorten dienen nader onderzocht te worden.” Het betreft de bunzing, hermelijn, wezel, steenmarter, zandhagedis, levendbarende hagedis, en hazelworm. Zonder nader onderzoek kunnen de werkzaamheden leiden tot overtreding van het
(Besluit
leefomgeving).
activiteiten
In Sectie 6.2.2
‘Algemene
Nader onderzoek is voor deze soorten
diersoorten’ wordt
gesteld
Bal
noodzakelijk!
dat:
‘Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene broedvogels en andere diersoorten in en rond het onderzoeksgebied voorkomen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet de specifieke zorgplicht in acht worden genomen (artikel 11.27, Bal). zorgplicht kan ertoe leiden dat er werkzaamheden moeten worden gestaakt, er passende herstelmaatregelen moeten worden genomen, en/of dat werkzaamheden alleen buiten een specifiek seizoen vallen mogen vinden. Dat kan de ontwikkeling in het projectgebied dus significant Die
belemmeren.
‘Verlichting’ worden bouwverlichting. In Sectie 6.2.4
5.7
verder
nadrukkelijk beperkingen beschreven
voor
het
gebruik
van
Bijlage 6 ‘Stikstofonderzoek, AERIUS-berekening’
Bijlage 6 ervaren wij als verwarrend, mogelijk onvolledig in de berekening, en als een document het eindadvies voorbarig (en mogelijk onjuist) is, omdat de exacte bouwmethodiek nog niet
waarin
meegenomen
kan worden.
september 2025 een stikstof onderzoek uitgevoerd (Bijlage 6 AERIUS-berekening’ bij de Toelichting). ‘Stikstofonderzoek, Door bureau BOO
is in
In het Eindadvies op p. 15 wordt gesteld: ‘Aan de hand van de gehanteerde parameters
uitgesloten. Daarmee
de
worden significant negatieve effecten omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd.” de conclusie direct afhankelijk van de juistheid (c.q. betrouwbaarheid) van
Er is geen
is de waarde
van
gehanteerde parameters. wordt gesteld:
Daarnaast
ervaren
wij het als uiterst verwarrend dat er in Sectie 2.2
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 10 van 12
Inkomend document
-
618987
gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. Een grenswaarde geeft geen verplichting tot het aanvragen van een ‘natuurvergunning, onder de Omgevingswet.’ (sic) Betekent dat niet ‘per definitie’ dat er een natuurvergunning moet worden aangevraagd? Uit de berekeningsmethodiek in Sectie 2.2.1 blijkt vervolgens dat men ‘0,005 mol/hal/j’ aanneemt als grenswaarde in plaats van ‘0,00 mol/hal/j, dus uitgaat van ‘afronding’ van de grenswaarde. ‘De
rekenresultaat onder deze
duidelijk of de ophoging van het vloerpeil van de woningen tot 0.2 m boven het straatniveau (Sectie 6.5.2 ‘Onderzoek’) in de berekeningen is meegenomen. Anders gezegd, is de berekening volledig? Daarnaast
is het
ons
niet
Als laatste wordt
er
nadrukkelijk gesteld
berekening opnieuw uitgevoerd
dat de
er
5.8
Afronding
Deze
bijlage is een integraal
hebben
en
e
e
e
conclusie
en
van
bouwmachines
als
is’
meer
bijlage
onderdeel
zienswijze. In deze (meer) algemene als eigenaren indirect betreffen.
van
wij punten beschreven, die ons
onze
zienswijze
belangrijkste punten uit deze bijlage kort samen: Bijlage 5.1, Sectie 3.1 ‘Wat houdt de ontwikkeling in?’ uit de Toelichting: Een bepalend kenmerk van dit gebied, t.w. ‘Eikensingels en -bosjes om de es’, zou geen geweld mogen worden aangedaan door opschoning.
Onderstaande vatten e
exact
de inzet
dient te worden
duidelijk gaat uitzien, (Bijlage 6, p. 11). Met name omdat die berekening opnieuw zal moeten worden uitgevoerd is er dus niet op voorhand gegarandeerd dat de drempelwaarde niet overschreden wordt. Als dan pas blijkt dat drempelwaarde wel overschreden wordt, dan dient er alsnog een natuurvergunning te worden aangevraagd vanwege de toename van de stikstofdepositie op het reeds overbelaste Natura 2000 gebied Bekendelle. Enerzijds kan dat op een zeer laat moment nog tot aanzienlijke vertragingen van de realisatie aanleiding geven. Anderzijds is dit een groot risico, immers bureau BOO stelt over een dergelijke aanvraag ‘Of dit project dan wordt vergund is zeer twijfelachtig.’ (Bijlage 6, p. 10). Daarmee is de zin ‘Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd’ in het eindadvies voorbarig (en mogelijk zelfs onjuist). ‘duidelijk is hoe de bouw
we
de
Bijlage 5.2, Sectie 3.2 ‘Strijdigheid omgevingsplan’ uit de Toelichting: In het omgevingsplan ontbreekt informatie over hoe de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ (d.w.z. het gebied ten zuiden van de school) wordt opgezet naar ‘Maatschappelijk’ en ‘Sport’. Bijlage 5.3, Sectie 6.3 ‘Geur’ uit de Toelichting: Wij achten het wenselijk om in de koopcontracten van de bouwkavels een clausule op te nemen, dat toekomstige bewoners gewaarschuwd worden voor en afzien van klachten over geuroverlast door normaal agrarisch gebruik van ons perceel. Bijlage 5.4, Sectie 6.4 ‘Bodemkwaliteit’ uit de Toelichting: Gegeven het fors boven de kwaliteitseis voor de bodemklasse ‘landbouw aangetoonde gehalte molybdeen (in bodemmonster MMO5; zie Bijlage 3 ‘Bodemonderzoek’, van de Toelichting), lijkt het ons gewenst dat de toekomstige bewoners nadrukkelijk worden
/natuur’
afgeraden e
om
zelf groente te verbouwen.
Bijlage 5.5, Sectie 6.5 ‘Water’
van
de Toelichting:
Oi.
(i)_kan
de conclusie in Sectie 6.5.3 geen standhouden;
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 11
van
12
Inkomend document
-
618987
van de voorgestelde aanpassingen t.b.v. het plangebied op de belendende percelen; en (iii) is het sterk de vraag of de locatie van het ‘Plangebied’ wel geschikt is voor permanente bewoning, aangezien het projectgebied een ‘badkuip’ vorm heeft. Het lijkt ons dus een voorbarige conclusie dat er vanuit het aspect ‘Water’ geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het ‘Plangebied’. Eén en ander zal nog nader onderzocht en afgestemd dienen te worden, ook met het Waterschap.
(ii)
ontbreekt onderzoek voorkomen
van
naar
de invloed
wateroverlast in het
Bijlage 5.6, Sectie 6.9 ‘Natuur’ van de Toelichting: Uit de door bureau BOO in juli 2025 uitgevoerde ‘Quickscan flora & fauna’ blijkt dat nader onderzoek noodzakelijk is (!) én dat er ook rekening moet worden met algemene diersoorten tijdens de werkzaamheden. De
voor het aspect ‘Natuur’ geen belemmeringen bestaan t.a.v. ontwikkeling in het projectgebied, is strijdig met de conclusie van bureau
conclusie in Sectie 6.9.3, dat
de voorgenomen BOO.
Bijlage 5.7, Bijlage 6 ‘Stikstofonderzoek, AERIUS-berekening’ bij de Toelichting: De AERIUS-berekening dient opnieuw uitgevoerd te worden als ‘duidelijk is hoe de bouw er exact gaat uitzien en de inzet van bouwmachines meer duidelijk is’ (Bijlage 6, p. 11). Er is dus niet gegarandeerd dat de drempelwaarde niet wordt overschreden. Wordt de drempelwaarde wél overschreden, dan moet er alsnog een natuurvergunning worden aangevraagd, vanwege de toename van de stikstofdepositie op het reeds overbelaste Natura 2000 gebied Bekendelle. Bureau BOO stelt over een dergelijke aanvraag: ‘Of dit project dan wordt vergund, is zeer twijfelachtig’. Daarmee is de zin in het eindadvies ‘Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000 activiteit benodigd.’ voorbarig en mogelijk onjuist. Dit punt is dus een risico voor de bouwplannen.
(geanonimiseerd)
Scan
nummer
1 van 2
-
Scanpagina 12 van 12