Amendement 11-1 Aansluiten ontwikkelkader horeca aan horecavisie (D66 en BBB-HMV)
Tekst van het document
Amendement 11-1. Aansluiting ontwikkelkader horeca aan horecavisie Raadsvergadering 25 februari 2025 Agendapunt 11 Voorstel voorbereidingsbesluit ontwikkelkader horeca De fracties van D66 en BBB-HMV stellen voor om de tekst van het concept-besluit te wijzigen als volgt: I. Aan beslispunt 2, onderdeel b wordt aan het einde van de zin toegevoegd: “voor zover deze niet strijdig is met de door de raad vastgestelde Horecavisie;"
Toelichting Beide fracties zijn van mening dat het door het college vastgestelde ontwikkelkader horeca op onderdelen strijdig is met de door de raad vastgestelde Horecavisie. Het ontwikkelkader heeft in vergelijking met de visie een (te) beperkend karakter. Dit amendement beoogt de door de raad vastgestelde Horecavisie als leidend en bepalend te laten zijn en daardoor duidelijkheid voor initiatiefnemers en ondernemers te verschaffen. Hieronder een nadere toelichting. Het college spreekt in het ontwikkelkader de voorkeur uit voor de ontwikkeling van nieuwe en doorontwikkeling van bestaande horeca in de centra van de kernen. Terwijl dit in de geamendeerde Horecavisie (bewust) meer neutraal is geformuleerd, namelijk: 'Concentratie in kernen en spreiding over het landelijk gebied.' Het college heeft ondertussen aangegeven bereid te zijn dit aan te passen in het ontwikkelkader horeca. Ook maakt het ontwikkelkader niet expliciet duidelijk dat ook nieuwe initiatieven voor reguliere horeca in het buitengebied mogelijk blijven, mits het een onderscheidend en innovatief concept betreft en past binnen de ruimtelijke kaders. Terwijl in de Horecavisie gesteld wordt dat het 'buitengebied fungeert als inspirator voor vernieuwing'. Door dit amendement blijft de Horecavisie leidend, ook als het college dit niet verheldert in het ontwikkelkader horeca (wat wel wenselijk is).
Het (tijdelijke) ontwikkelkader zorgt ervoor dat initiatiefnemers ook voor incidentele micro-horeca (bijvoorbeeld koffie tijdens een kunstroute) altijd vergunningsplichtig zijn. Deze sterke inperking past niet bij de functie van inspirator voor vernieuwing van het buitengebied. De fracties hebben er echter wel begrip voor als dit tijdelijk nodig is, totdat de omgevingsvisie en omgevingsplannen het ontwikkelkader overbodig hebben gemaakt. Tenslotte, beide fracties zijn van mening dat het ontwikkelkader horeca ter besluitvorming aan de raad voorgelegd had moeten worden. In de horecavisie is de doorvertaling naar een ontwikkelkader expliciet beschreven als onderdeel van het omgevingsplan, waarvoor bevoegdheid bij de raad ligt. Het college geeft Raadsmededeling 161-2022 'Beleidsregels voor de ontwikkeling van verblijfsrecreatie' als precedent. Echter, de raad heeft in de motie 'Ruimte voor initiatieven' d.d. 23 maart 2021, die de aanleiding was, het college expliciet een opdracht gegeven. Dit is niet het geval bij de geamendeerde Horecavisie. Beide fracties vinden het 'Afwegingskader woningbouw buitengebied' een beter voorbeeld, bij dit kader lag ook de bevoegdheid bij de raad terwijl het een onderdeel was van de algehele woningbouwvisie. Echter, het besluit ligt nu voor. Omdat het ontwikkelkader door het college
gekozen constructie niet geamendeerd kan worden is er gekozen voor een amendement om de Horecavisie leidend te laten met een uitgebreide toelichting.
Fractie D66
Fractie BBB-HMV
Jeroen Hollema
Margo ten Bruin